Hypotheek berekenen: wat kun je lenen en wat ga je betalen
Een hypotheek berekenen komt neer op twee sommen: hoeveel je volgens de financieringslastnormen mag lenen, en wat die lening je per maand kost. Je leenruimte volgt uit je bruto jaarinkomen, de rente en je bestaande verplichtingen; je maandlast uit het leenbedrag, de rente en de looptijd van dertig jaar. De uitkomst van een online rekenhulp is altijd een indicatie: pas als een geldverstrekker je loonstroken, jaarcijfers en BKR-registraties heeft gezien, staat het bedrag vast.
- 22,6% 2026 deel van je bruto inkomen dat naar de hypotheek mag bij een inkomen van € 30.000 tot € 70.000 en 4% rente
- € 470.000 2026 NHG-grens: tot dit bedrag kun je met hypotheekgarantie lenen
- 0,4% 2026 eenmalige borgtochtprovisie voor NHG over je leenbedrag
- 37,56% 2026 maximaal tarief waartegen je hypotheekrente aftrekt
- 30 jaar wettelijk looptijd waarmee elke standaardberekening rekent
Gecontroleerd op augustus 2026
Alle gidsen over hypotheek berekenen
Wat kan ik lenen hypotheek
Wat je kunt lenen voor een hypotheek hangt in 2026 af van je bruto jaarinkomen, de rente, het energielabel van…
Hypotheeklasten berekenen
Je hypotheeklasten bestaan uit drie lagen: de bruto maandtermijn van rente en aflossing, de netto last nadat je hypotheekrenteaftrek is…
Max hypotheek
Je max hypotheek is de laagste uitkomst van drie plafonds: wat je volgens de financieringslastnormen op je inkomen mag lenen,…
Hypotheek bereken
Je hypotheek berekenen bestaat uit twee losse sommen. De eerste is je maximale lening: je bruto jaarinkomen maal de woonquote…
Wat voor hypotheek kan ik krijgen
Of je een hypotheek krijgt hangt af van drie dingen: een inkomen dat de geldverstrekker bestendig genoeg vindt, een schone…
Hypotheker berekenen
Elke rekenhulp voor een hypotheek, of hij nu bij een bank, een adviesketen of een vergelijkingssite staat, rekent met dezelfde…
Kan ik dit huis kopen
Of jij dit specifieke huis kunt kopen hangt aan drie sommen: wat je op je inkomen mag lenen, hoeveel eigen…
Hypotheek lasten berekenen
Je hypotheek lasten berekenen begint bij vijf gegevens: het leenbedrag, de rente, de rentevaste periode, de looptijd en de hypotheekvorm.…
Hypotheek check
Een hypotheek check is het periodiek nalopen van je lopende hypotheek: staat de rente nog in de juiste risicoklasse, wanneer…
Hypotheek berkenen
Een hypotheek berekenen bestaat uit drie sommen: hoeveel je mag lenen, wat die lening per maand kost en hoeveel eigen…
Maximaal hypotheek
Je maximale hypotheek is de laagste uitkomst van twee toetsen: wat je inkomen volgens de financieringslastnormen kan dragen, en 100…
Hyptoheek berekenen
Een hypotheek berekenen levert vijf bedragen op die vaak door elkaar lopen: je maximale lening, je bruto maandlast, je netto…
Hypotheekbedrag berekenen
Je hypotheekbedrag is de laagste van twee uitkomsten: wat je inkomen volgens de financieringslastnormen kan dragen en wat de woning…
Hoogte hypotheek
De hoogte van je hypotheek is de koopsom min het eigen geld dat je erin stopt, en dat bedrag wordt…
Drie vragen die achter elke hypotheekberekening zitten
Wie zijn hypotheek wil berekenen, zoekt bijna altijd antwoord op één van drie vragen: hoeveel kan ik maximaal lenen, wat betaal ik daarvoor per maand, en past dít huis binnen mijn budget. De antwoorden komen uit verschillende hoeken. Je leenruimte volgt uit wettelijke normen, je maandlast uit het leenbedrag en de rente, en de haalbaarheid van een woning uit de vraagprijs plus het geld dat je zelf moet meebrengen. Elders in de hypotheekgids staan de vervolgstappen; hier gaat het over de sommen zelf.
Begin bij de vraag die op jou van toepassing is. Ben je nog aan het oriënteren, dan is de vraag wat je kunt lenen het beginpunt. Weet je het leenbedrag al ongeveer, dan wil je weten wat je hypotheeklasten worden. Sta je op het punt te bieden, dan draait het om de vraag of dit huis voor jou haalbaar is, inclusief de kosten die niet meegefinancierd mogen worden.
Een lening voor een woning berekenen is iets anders dan een gewone lening berekenen. Bij een hypotheek dient het huis als onderpand, de looptijd is dertig jaar en de fiscus betaalt een deel van de rente terug. Die drie eigenschappen bepalen waarom de bedragen hoger liggen en de maandlast lager uitvalt dan bij een persoonlijke lening.
| Je vraag | Waar het antwoord vandaan komt | Wat je ervoor nodig hebt |
|---|---|---|
| Hoeveel kan ik lenen? | De financieringslastnormen: een percentage van je bruto jaarinkomen | Bruto jaarinkomen, rentestand, bestaande schulden |
| Wat betaal ik per maand? | Annuïteitenformule over het leenbedrag, de rente en dertig jaar | Leenbedrag, rente, rentevaste periode |
| Wat houd ik netto over? | Bruto maandlast min de hypotheekrenteaftrek, plus het eigenwoningforfait | Betaalde rente per jaar, WOZ-waarde, belastingtarief |
| Kan ik dit huis kopen? | Koopsom plus kosten koper min je hypotheek en je eigen geld | Vraagprijs, spaargeld of overwaarde, kostenoverzicht |
Zo wordt je maximale hypotheek berekend
Je maximale hypotheek is geen bankbeslissing maar een rekensom die in de wet is verankerd. Het Nibud berekent jaarlijks welk deel van een bruto jaarinkomen aan woonlasten mag opgaan, en die percentages, de woonquotes, staan in bijlage 1 van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. Elke geldverstrekker vertrekt van dezelfde tabel, maar de norm is een wettelijk maximum en geen recht: strenger zijn mag altijd, en ruimer alleen in de gevallen die artikel 4 van die regeling noemt en met een schriftelijke onderbouwing in het dossier. Hoe hoger je inkomen, hoe groter het deel dat naar wonen mag; hoe hoger de rente, hoe ruimer de norm, omdat er dan meer rente in dezelfde last zit.
De som gaat in drie stappen. Je bruto jaarinkomen maal de woonquote geeft je jaarlast, gedeeld door twaalf je maandruimte, en die maandruimte wordt via de annuïteitenformule teruggerekend naar een leenbedrag met een looptijd van dertig jaar. De rente in die som is niet altijd je eigen rente: bij een rentevaste periode korter dan tien jaar rekent de geldverstrekker met de toetsrente die de Autoriteit Financiële Markten elk kwartaal publiceert, of met je eigen rente als die hoger ligt. Bij twee inkomens tellen in 2026 beide inkomens volledig mee. Bestaande verplichtingen gaan van je maandruimte af voordat het leenbedrag wordt bepaald, en dat is waar de hoogte van je hypotheek in de praktijk het hardst op vastloopt.
Naast je inkomen geldt een tweede plafond: je mag maximaal 100 procent van de woningwaarde lenen. De enige uitzondering is de 106 procent voor energiebesparende voorzieningen, en die extra ruimte mag alleen aan die voorzieningen worden besteed. Ligt je inkomensruimte hoger dan de waarde van het huis, dan bepaalt het huis de maximale hypotheek. Wil je zelf zien wat de normen voor jouw inkomen betekenen, vul je gegevens dan in bij de rekenhulp voor je maximale hypotheek; die rekent met de normen van 2026.
Een hypotheek met garantie, voluit Nationale Hypotheek Garantie, kan tot een leenbedrag van 470.000 euro in 2026. Je betaalt eenmalig 0,4 procent van de lening aan borgtochtprovisie en krijgt daarvoor meestal een lagere rente en een vangnet bij gedwongen verkoop. Wie het extra geleende deel volledig aan energiebesparende voorzieningen besteedt, mag in 2026 tot 498.200 euro met NHG lenen. Dat de grens per jaar verschuift, is precies waarom een berekening van je maximum aan het begin van het jaar anders uitpakt dan in december.
| Bruto jaarinkomen | Woonquote bij 3,5% rente | bij 4,0% rente | bij 4,5% rente |
|---|---|---|---|
| Tot € 30.000 | 19,3% | 20,1% | 20,9% |
| € 30.000 tot € 70.000 | 21,6% | 22,6% | 23,6% |
| € 70.000 tot € 90.000 | 24,3% | 25,3% | 26,3% |
| Meer dan € 90.000 | 25,8% | 26,7% | 27,7% |
Van leenbedrag naar maandlast
De maandlast van een annuïteitenhypotheek volgt uit drie gegevens: het leenbedrag, de rente en de looptijd. Bij een annuïteit blijft het bedrag dat je overmaakt dertig jaar gelijk, terwijl de verhouding verschuift: je begint met veel rente en weinig aflossing en eindigt andersom. Bij een lineaire hypotheek los je elke maand hetzelfde bedrag af, waardoor je hoog begint en elke maand iets minder betaalt.
De 4 procent waarmee alle voorbeelden op deze pagina rekenen is een aanname om de som mee te kunnen maken, geen actuele rentestand. Een voorbeeld met ronde getallen: 300.000 euro tegen 4 procent rente kost annuïtair 1.432 euro bruto per maand. Van die eerste termijn is 1.000 euro rente en 432 euro aflossing. Tel daar de rente over een jaar bij elkaar op en je komt op ongeveer 11.900 euro; dat is het bedrag waarover je renteaftrek loopt. Reken je eigen bedrag en rente door met de maandlasten-rekenhulp, en leg er de uitleg over hoe hypotheeklasten zijn opgebouwd naast.
De rente is de knop waar het meest aan draait. Een half procent verschil op 300.000 euro scheelt ongeveer 90 euro per maand, en over dertig jaar tienduizenden euro's. Welke rente je krijgt hangt af van je rentevaste periode, de verhouding tussen lening en woningwaarde en of je NHG hebt; dat staat uitgewerkt bij de hypotheekrente en in de gids over hypotheekrente berekenen. Gebruik in je eigen som nooit een rente van maanden geleden.
| Leenbedrag | Bruto per maand | Rente in de eerste maand | Bruto jaarinkomen dat daarbij hoort |
|---|---|---|---|
| € 130.000 | € 621 | € 433 | ongeveer € 33.000 |
| € 200.000 | € 955 | € 667 | ongeveer € 51.000 |
| € 300.000 | € 1.432 | € 1.000 | ruim € 70.000 |
| € 400.000 | € 1.910 | € 1.333 | ruim € 90.000 |
| € 800.000 | € 3.819 | € 2.667 | ongeveer € 172.000 |
Netto betalen: wat de fiscus terugbetaalt
Bruto is niet wat je overhoudt. Over een lening die je in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair aflost, mag je de betaalde rente aftrekken van je inkomen. Die aflossingseis geldt voor leningen die je op of na 1 januari 2013 bent aangegaan; voor een eigenwoningschuld van vóór die datum die je daarna niet hebt verhoogd, blijft de rente onder het overgangsrecht aftrekbaar volgens de toen geldende voorwaarden, ook zonder aflossing, binnen de resterende dertigjaarstermijn. Daar staat het eigenwoningforfait tegenover, de bijtelling voor het woongenot: in 2026 is dat 0,35 procent van de WOZ-waarde bij een WOZ-waarde van 75.000 tot 1.350.000 euro, en daarboven 4.725 euro plus 2,35 procent over het meerdere. Het verschil tussen je betaalde rente en het forfait is je aftrekpost, en die telt in 2026 tegen maximaal 37,56 procent mee. Dat plafond knijpt alleen bij een inkomen uit werk en woning boven 78.426 euro; daaronder trek je af tegen het tarief van je eigen schijf, dat niet hoger is dan 37,56 procent.
Bij 300.000 euro lening en 4 procent rente betaal je in het eerste jaar ongeveer 11.900 euro rente. Met een WOZ-waarde van 400.000 euro is het forfait 1.400 euro, dus blijft er 10.500 euro over. Valt je inkomen in de schijf waarin 37,56 procent geldt, dan levert dat ongeveer 3.943 euro per jaar op, zo'n 329 euro per maand. Je netto maandlast komt daarmee op ongeveer 1.103 euro in plaats van 1.432 euro bruto.
Dat voordeel wordt elk jaar kleiner. Bij een annuïteit daalt het rentedeel van je termijn continu, dus daalt je aftrek mee terwijl je bruto last gelijk blijft. Reken daarom niet met het netto bedrag van het eerste jaar als je wilt weten of je de hypotheek over tien jaar nog draagt. Wie eerst een hypotheekbedrag wil vaststellen en daarna de last, komt vanzelf op deze volgorde uit.
Naast rente en aflossing lopen er nog vaste posten mee die geen rekenhulp voor je invult: gemeentelijke belastingen, opstalverzekering, erfpachtcanon en bij een appartement de VvE-bijdrage. Reken die apart bij je netto maandlast op, anders klopt je huishoudboekje niet.
De maandelijkse teruggave van je hypotheekrente
Je hoeft niet tot de aangifte te wachten voordat je je renteaftrek terugkrijgt. Met een voorlopige aanslag schat de Belastingdienst je aftrek voor het lopende jaar en betaalt die in twaalf gelijke maandelijkse termijnen uit. Dat is dezelfde teruggave, alleen vooruit in plaats van achteraf, en voor de meeste huiseigenaren het verschil tussen krap zitten en niet krap zitten.
Aanvragen doe je zelf via Mijn Belastingdienst, met je hypotheekschuld, je jaarrente en de WOZ-waarde bij de hand. Je krijgt meestal binnen vier weken bericht en altijd binnen acht weken. De eerste betaling volgt kort nadat de aanslag is opgelegd, dus reken op ongeveer vier tot acht weken na je aanvraag; daarna komt het maandbedrag doorgaans rond de vijftiende van de maand binnen. Vraag je halverwege het jaar aan, dan wordt het al verstreken deel in de eerste betaling meegenomen.
Een voorlopige aanslag hoef je niet elk jaar opnieuw aan te vragen: hij loopt automatisch door naar het volgende jaar. Dat is prettig en tegelijk het grootste risico. Verandert je rente, los je af of stijgt je inkomen, dan blijft de Belastingdienst het oude bedrag uitbetalen en betaal je het te veel ontvangen deel bij de definitieve aanslag terug. Pas de aanslag zelf aan zodra er iets wijzigt, dan blijft de teruggave kloppen.
Wie net gekocht heeft, regelt dit het beste in de eerste maand na de overdracht. Op dat moment ken je de rente, de schuld en de WOZ-waarde van je nieuwe woning, en start de teruggave op het moment dat de maandlast begint te lopen.
Eigen geld, kosten koper en de bedragen die je zelf meebrengt
Je mag maximaal 100 procent van de woningwaarde lenen, met als enige uitzondering de 106 procent voor energiebesparende voorzieningen. Alles wat daarboven komt, de kosten koper, betaal je uit eigen geld of uit overwaarde. Een hypotheek met eigen geld berekenen betekent dus twee dingen: kijken hoeveel je minder hoeft te lenen, en kijken hoeveel je sowieso opzij moet zetten om de koop rond te krijgen.
Eigen geld inzetten verlaagt niet alleen je maandlast maar vaak ook je rente. Geldverstrekkers werken met risicoklassen op basis van de verhouding tussen lening en woningwaarde; zakt die verhouding onder een grens, dan daalt de opslag. Hoeveel je woning waard is, schat je met de woningwaarde-rekenhulp, en hoeveel overwaarde er in je huidige huis zit met de overwaarde-rekenhulp. Komt je overwaarde pas vrij bij de overdracht van je oude woning, dan overbrug je het gat met een overbruggingshypotheek.
Kopers tussen 18 en 35 jaar die de startersvrijstelling nog niet eerder gebruikten en zelf hun hoofdverblijf in de woning gaan houden, betalen in 2026 geen overdrachtsbelasting over een woning tot 555.000 euro. Daarboven en bij oudere kopers geldt 2 procent voor een woning waarin je zelf gaat wonen, en 8 procent als je hem niet zelf betrekt. Dat verschil is bij een huis van 400.000 euro meteen 8.000 euro extra eigen geld.
Een bouwkundige keuring hoort in je begroting thuis. Een onafhankelijk bouwkundig onderzoek kost meestal rond de 350 euro en levert een rapport op met de te verwachten herstelkosten voor de komende jaren. Kopen jullie samen met ongelijke inbreng, laat de notaris dan vastleggen wie welk bedrag heeft ingebracht, bijvoorbeeld in het samenlevingscontract of in de leveringsakte. Zonder die vastlegging is die inbreng bij een uit elkaar gaan lastig terug te halen.
| Post bij een woning van € 400.000 | Bedrag in 2026 |
|---|---|
| Overdrachtsbelasting met startersvrijstelling (18 tot 35 jaar, tot € 555.000) | € 0 |
| Overdrachtsbelasting eigen woning, 2% | € 8.000 |
| Notaris leveringsakte | ongeveer € 700 |
| Notaris hypotheekakte | ongeveer € 600 |
| Kadaster, twee inschrijvingen | € 207 |
| Taxatierapport | ongeveer € 500 |
| Bouwkundige keuring | ongeveer € 350 |
| Hypotheekadvies en bemiddeling | ongeveer € 2.500 |
| NHG-borgtochtprovisie, 0,4% over € 400.000 | € 1.600 |
| Aankoopmakelaar, ongeveer 1% van de koopsom | ongeveer € 4.000 |
Wat schulden en vaste lasten van je leenruimte afhalen
Geldverstrekkers halen je bestaande verplichtingen van je maandruimte af voordat ze het leenbedrag berekenen. Elke honderd euro maandlast kost bij 4 procent rente ongeveer 21.000 euro leenruimte, en dat verklaart waarom een schijnbaar kleine verplichting zo hard aankomt.
Bij een studielening draait het sinds 1 januari 2024 niet meer om een wegingsfactor over je oorspronkelijke schuld. Artikel 3a van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet schrijft voor dat de geldverstrekker rekent met het termijnbedrag dat je volgens DUO voor rente en aflossing verschuldigd bent, en dat bedrag bruteert met een factor die met de toetsrente meeloopt: van ongeveer 1,05 bij een lage rente tot 1,40 bij een hoge rente, en 1,20 bij een toetsrente van 4 procent. Ben je nog geen termijn verschuldigd, bijvoorbeeld in een aflosvrije periode, of betaal je na een draagkrachtmeting een verlaagd bedrag, dan mag de geldverstrekker uitgaan van je actuele restschuld, de actuele rente en de resterende looptijd. Neem dus een recent DUO-overzicht met je termijnbedrag mee; de oorspronkelijke schuld is niet langer het uitgangspunt.
Private lease en een leaseauto tellen mee als vaste last. Sinds 1 april 2022 wordt bij nieuwe private-leasecontracten het volledige leasebedrag bij het BKR geregistreerd, en de maandtermijn drukt daarmee direct op je leenruimte. Bij 300 euro per maand praat je al snel over ruim 60.000 euro minder hypotheek. Afkopen van het contract helpt alleen als de registratie ook echt verdwijnt en je het afkoopbedrag niet uit je kosten koper haalt.
Een BKR-registratie op zichzelf is geen probleem; een codering wel. Een A-codering betekent dat je ongeveer drie maanden achterstand hebt of had op een krediet. Zolang die actief is, verstrekt vrijwel geen enkele geldverstrekker een hypotheek. Is de achterstand ingelopen, dan verandert de A in een H-codering en is een hypotheek bij de meeste partijen weer mogelijk. Registraties blijven vijf jaar na het einde van het krediet zichtbaar.
| Verplichting | Hoe de geldverstrekker rekent | Effect op je leenruimte bij 4% rente |
|---|---|---|
| Studielening oude stelsel, aflosfase 15 jaar | het termijnbedrag van DUO, gebruteerd met factor 1,20 bij 4% toetsrente | € 20.000 schuld geeft ongeveer € 130 termijn en kost ruim € 32.000 leenruimte |
| Studielening leenstelsel, aflosfase 35 jaar | het termijnbedrag van DUO, gebruteerd met factor 1,20 bij 4% toetsrente | € 20.000 schuld geeft ongeveer € 70 termijn en kost ruim € 17.000 leenruimte |
| Doorlopend krediet | meestal 2% van de kredietlimiet per maand, ook als je niets opneemt | limiet van € 10.000 kost ruim € 41.000 leenruimte |
| Persoonlijke lening | de werkelijke maandtermijn | € 150 per maand kost ruim € 31.000 leenruimte |
| Private lease of leaseauto | de maandtermijn uit het BKR-register | € 300 per maand kost ruim € 62.000 leenruimte |
| Partneralimentatie | het maandbedrag uit de beschikking of het convenant | telt volledig mee als vaste last |
Berekenen zonder vast dienstverband
Een vast contract maakt de berekening simpel: het bruto jaarsalaris van je werkgeversverklaring gaat de norm in. Zonder vast dienstverband gaat het anders, maar niet onmogelijk. Bij een jaarcontract of ander tijdelijk contract vraagt de geldverstrekker om een intentieverklaring van je werkgever, waarin staat dat hij je bij gelijkblijvend functioneren een vast contract aanbiedt. Met zo'n verklaring reken je gewoon met je volledige salaris.
Ontbreekt die verklaring, dan kijken veel geldverstrekkers naar je gemiddelde inkomen over de afgelopen drie jaar, vaak begrensd op het huidige jaarsalaris. Uitzendkrachten en werknemers met een nulurencontract kunnen bij verschillende partijen terecht met een perspectiefverklaring of een vergelijkbare inkomensverklaring op basis van hun arbeidsverleden en beroepsgroep. Een huis kopen met een jaarcontract lukt dus, alleen is het papierwerk zwaarder en de uitkomst per geldverstrekker verschillend. Welke route bij jouw situatie past, staat uitgewerkt bij wat voor hypotheek je kunt krijgen.
Voor zzp'ers en ondernemers met een eigen bedrijf telt de fiscale winst uit onderneming, niet je omzet en niet wat je opneemt. De klassieke eis is drie jaar cijfers, waarbij meestal het gemiddelde van drie jaren wordt gebruikt met het laatste jaar als plafond. Ben je korter dan drie jaar zelfstandig, dan kan een inkomensverklaring ondernemer uitkomst bieden: een erkend rekenexpert stelt op basis van je cijfers en je vooruitzichten een toetsinkomen vast. Met NHG is dat mogelijk vanaf twaalf maanden ondernemerschap; zo'n verklaring kost enkele honderden euro's en is binnen enkele werkdagen klaar.
Wat je aan stukken moet aanleveren verschilt per situatie, en dat bepaalt hoe lang je aanvraag duurt. De volgorde van het hele traject, van berekening tot passeren bij de notaris, staat bij hypotheek afsluiten.
Een indicatie, een berekening op maat of een hard aanbod
Niet elke berekening is even veel waard, en dat verschil telt zodra je gaat bieden. Een grove berekening op basis van je inkomen en een aangenomen rente is genoeg om te weten in welke prijsklasse je zoekt. Een uitgebreide hypotheekberekening telt je schulden, je contractvorm en je energielabel mee en zit meestal dicht bij de werkelijkheid. Pas een bindend hypotheekaanbod is hard, en dat komt er alleen met een compleet dossier.
De verschillen tussen aanbieders zitten vooral in de aannames. De ene rekenhulp gebruikt de laagste rente van de markt, de andere een gemiddelde; de een neemt het energielabel mee, de ander niet. Daarom komt een berekening bij een adviseur vaak op een ander bedrag uit dan een snelle berekening online. Vraag altijd welke rente en welke normen gebruikt zijn, dan weet je waarom twee uitkomsten uiteenlopen.
Een hypotheekcheck of haalbaarheidsverklaring van een geldverstrekker zit daartussenin. Je levert je gegevens aan, de geldverstrekker beoordeelt ze en geeft aan welk bedrag hij verwacht te kunnen verstrekken. Dat is geen garantie, maar in een krappe markt wel een signaal richting de verkopend makelaar dat je bod serieus is.
Het energielabel van de woning verhoogt sinds 2024 je leenruimte. Bij label C of D mag je in 2026 5.000 euro extra lenen, bij label A of B 10.000 euro, bij A+ of A++ 20.000 euro, bij A+++ 25.000 euro, bij A++++ 30.000 euro en bij A++++ met een energieprestatiegarantie van tien jaar of langer 40.000 euro. Die extra ruimte zit alleen in de berekening als de rekenhulp ernaar vraagt.
| Soort berekening | Wat je invult | Hoe hard is de uitkomst |
|---|---|---|
| Snelle rekenhulp online | Inkomen en een aangenomen rente | Grove indicatie, schulden meestal niet meegerekend |
| Uitgebreide berekening bij een adviseur | Inkomen, schulden, contractvorm, energielabel | Dicht bij de werkelijkheid, nog geen toezegging |
| Hypotheekcheck van een geldverstrekker | Volledige gegevens, nog zonder alle stukken | Serieus signaal bij een bod, geen garantie |
| Bindend hypotheekaanbod | Compleet dossier met loonstroken en taxatie | Hard, met een beperkte geldigheidsduur |
Je bestaande hypotheek doorrekenen
Een hypotheekberekening is niet alleen iets voor kopers. Wie al een woning heeft, rekent om andere redenen: hoeveel schuld staat er nog open, wat kost een verhoging voor een verbouwing, en levert oversluiten iets op. Je actuele hypotheekschuld staat op je jaaroverzicht; bij een annuïteit is dat de oorspronkelijke lening min alle aflossingen, en die aflossingen lopen in de eerste jaren traag.
Reken je oversluiten of het openbreken van je rentevaste periode door, dan zet je de rentewinst tegenover de boeterente en de kosten voor notaris, taxatie en advies. Die vergelijking maak je met de gids over oversluiten berekenen. De boeterente zelf is aftrekbaar voor zover die op je eigenwoningschuld slaat: betaal je hem in één keer, dan trek je hem af in het jaar van betaling. Kies je voor rentemiddeling, dan zit de boete verwerkt in een hogere rente over de resterende looptijd en trek je hem jaarlijks via die rente af. Financier je de boete mee in een hogere hypotheek, dan is de rente over dat extra deel niet aftrekbaar. Bij een lagere schuld ten opzichte van je woningwaarde kun je vaak ook zonder oversluiten een renteopslagverlaging vragen; dat kost niets en werkt meteen door in je maandlast.
Een hypotheekvrij huis heeft eigen fiscale gevolgen. Zonder eigenwoningschuld heb je geen renteaftrek meer, maar wel het eigenwoningforfait als bijtelling. De aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld vangt dat deels op: in 2026 is die 71,867 procent van het verschil tussen het forfait en je aftrekbare kosten, en dat percentage loopt met 4,8 procentpunt per jaar af tot hij per 1 januari 2041 verdwijnt. Verkoop je een hypotheekvrije woning, dan komt de hele opbrengst vrij; koop je daarna weer, dan bepaalt de bijleenregeling hoeveel van die overwaarde je in de nieuwe woning moet stoppen om je renteaftrek te behouden. Wat een nieuwe berekening in dat geval oplevert, hangt vooral af van hoeveel eigen geld je meeneemt.
Maximale hypotheek
Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek
Doorgerekend: zo pakt het uit
Van een inkomen van 60.000 euro naar een leenbedrag
Stel, je verdient 60.000 euro bruto per jaar en de rente is 4 procent. Bij een inkomen tussen 30.000 en 70.000 euro is de woonquote in 2026 22,6 procent. Dat geeft 60.000 × 22,6% = 13.560 euro woonlasten per jaar, oftewel 1.130 euro per maand. Teruggerekend over dertig jaar annuïtair hoort daar een lening van ongeveer 236.700 euro bij.
Heb je een studielening van 20.000 euro uit het oude stelsel, met een aflosfase van vijftien jaar, dan ligt het termijnbedrag van DUO rond de 130 euro per maand. Bij een toetsrente van 4 procent wordt dat gebruteerd met factor 1,20 tot 156 euro. Van je 1.130 euro blijft 974 euro over en je leenruimte zakt naar ongeveer 204.000 euro. Onder het leenstelsel loopt de aflosfase 35 jaar, waardoor dezelfde schuld ongeveer 70 euro per maand kost, gebruteerd 84 euro, en kom je uit op ongeveer 219.100 euro. Dezelfde schuld kost dus 32.700 of 17.600 euro leenruimte, puur afhankelijk van het stelsel waaronder je leende. Het termijnbedrag dat telt, staat op je DUO-overzicht.
Koop je samen en brengt je partner 35.000 euro in, dan telt dat inkomen in 2026 volledig mee. Het gezamenlijke inkomen van 95.000 euro valt in de hoogste schijf met een woonquote van 26,7 procent: 25.365 euro per jaar, 2.114 euro per maand, goed voor ongeveer 442.700 euro lening.
Bruto 1.432 euro, netto 1.103 euro bij een lening van 300.000 euro
Stel, je leent 300.000 euro annuïtair tegen 4 procent rente en de WOZ-waarde van je woning is 400.000 euro. De bruto maandlast is 1.432 euro. In de eerste maand bestaat die uit 1.000 euro rente en 432 euro aflossing; over het hele eerste jaar betaal je ongeveer 11.900 euro rente.
Het eigenwoningforfait is in 2026 0,35 procent van 400.000 euro, dus 1.400 euro. Je aftrekpost wordt 11.900 min 1.400 is 10.500 euro. Valt je inkomen in de schijf waarin het tarief 37,56 procent is, het maximum voor de eigenwoningaftrek in 2026, dan levert dat 3.943 euro belastingvoordeel op, oftewel 329 euro per maand. Netto betaal je dus ongeveer 1.103 euro.
Vraag je daarvoor een voorlopige aanslag aan, dan komt die 329 euro elke maand rond de vijftiende binnen in plaats van in één keer na de aangifte. Reken er wel op dat het bedrag jaarlijks daalt: in jaar tien is het rentedeel van je termijnen gezakt naar ongeveer 9.600 euro, waardoor de aftrekpost 8.200 euro wordt en de teruggave nog zo'n 257 euro per maand. Je netto last stijgt in tien jaar dus met ruim 70 euro zonder dat je bruto iets verandert.
Wat je zelf meebrengt bij een huis van 400.000 euro
Stel, je koopt een woning van 400.000 euro en financiert de volledige koopsom met een hypotheek met NHG. Alles daarbovenop komt uit eigen geld. Als starter tussen 18 en 35 jaar betaal je in 2026 geen overdrachtsbelasting, want de woning blijft onder de grens van 555.000 euro.
De rekening: 700 euro notaris voor de leveringsakte, 600 euro voor de hypotheekakte, 207 euro Kadaster voor beide inschrijvingen, 500 euro taxatie, 350 euro bouwkundige keuring, 2.500 euro advies en bemiddeling en 1.600 euro borgtochtprovisie voor NHG, 0,4 procent van 400.000 euro. Samen 6.457 euro. Schakel je ook een aankoopmakelaar in tegen ongeveer 1 procent van de koopsom, dan komt daar nog eens 4.000 euro bij en sta je op 10.457 euro.
Val je niet onder de startersvrijstelling, dan komt er 2 procent overdrachtsbelasting bij: 8.000 euro. Je eigen inbreng loopt dan op naar 14.457 euro zonder aankoopmakelaar. Wie 20.000 euro spaargeld inbrengt op de koopsom in plaats van maximaal te lenen, leent 380.000 euro, betaalt 1.814 euro bruto per maand in plaats van 1.910 euro en zakt bovendien vaak een risicoklasse, wat de rente nog iets drukt.
Veelgemaakte fouten
De bruto maandlast aanzien voor wat je echt kwijt bent
De renteaftrek verlaagt je last in het eerste jaar flink, maar krimpt elk jaar. Wie zijn budget baseert op het netto bedrag van jaar één, ziet zijn woonlasten in tien jaar tijd tientallen euro's per maand oplopen zonder dat er iets is veranderd aan de hypotheek.
Rekenen met de koopsom en de kosten koper vergeten
Je mag maximaal 100 procent van de woningwaarde lenen, dus notaris, taxatie, advies en eventueel overdrachtsbelasting komen uit eigen geld. Bij een woning van 400.000 euro is dat al gauw 6.500 euro, en zonder startersvrijstelling ruim 14.000 euro.
Een berekening van maanden geleden gebruiken
Rente en normen bewegen. Een half procent rentestijging kost bij een leenbedrag van 300.000 euro ongeveer 90 euro per maand, en de woonquotes en de NHG-grens veranderen per 1 januari. Maak vlak voor je gaat bieden een verse berekening.
Een studieschuld of leasecontract niet opgeven
De geldverstrekker vindt je verplichtingen toch, via het BKR en via DUO-gegevens die je moet aanleveren. Wie er niet mee rekent, krijgt aan het einde van het traject een lager bedrag te horen dan waarop het bod was gebaseerd, en dan is er al een koopovereenkomst getekend.
De voorlopige aanslag laten doorlopen na een wijziging
De aanslag wordt automatisch verlengd, ook als je rente daalt, je aflost of je inkomen stijgt. Het te veel ontvangen bedrag komt bij de definitieve aanslag in één keer terug als naheffing, soms pas twee jaar later.
Het maximum verwarren met een verstandig bedrag
De financieringslastnormen zijn een bovengrens, geen advies. Ze houden geen rekening met kinderopvang, een aflopende leaseauto van de zaak of een verbouwing die je nog wilt doen. Reken daarom naast het maximum uit welke maandlast je zelf comfortabel vindt.
Veelgestelde vragen
Hoe wordt je hypotheek berekend?
In drie stappen. Je bruto jaarinkomen wordt vermenigvuldigd met de woonquote uit de financieringslastnormen, wat je jaarlijkse woonlast oplevert. Dat bedrag gedeeld door twaalf is je maandruimte, waar bestaande verplichtingen vanaf gaan. De resterende maandruimte wordt via de annuïteitenformule over dertig jaar teruggerekend naar een leenbedrag. Daarnaast geldt dat je nooit meer dan 100 procent van de woningwaarde mag lenen.
Wat kan ik lenen met een inkomen van 45.000 euro?
Bij 4 procent rente hoort bij een inkomen van 45.000 euro in 2026 een woonquote van 22,6 procent: 10.170 euro per jaar, 847 euro per maand. Dat komt neer op een lening van ongeveer 177.500 euro, als je geen andere schulden hebt. Verdient een partner er 35.000 euro naast, dan telt dat inkomen volledig mee en komt het gezamenlijke maximum op ongeveer 353.000 euro. De rekensom voor jouw situatie hangt verder af van je schulden en het energielabel.
Wat kost een hypotheek van 130.000 euro per maand?
Annuïtair over dertig jaar bij 4 procent rente is dat 621 euro bruto per maand, waarvan 433 euro rente in de eerste maand. Netto ligt het lager door de renteaftrek, hoeveel precies hangt af van je WOZ-waarde en je belastingtarief. Voor dit leenbedrag heb je bij die rente ongeveer 33.000 euro bruto jaarinkomen nodig.
Wat kost een hypotheek van 800.000 euro en welk inkomen is daarvoor nodig?
Bij 4 procent rente en dertig jaar annuïtair betaal je 3.819 euro bruto per maand, met 2.667 euro rente in de eerste termijn. Daarvoor is ongeveer 172.000 euro bruto jaarinkomen nodig, alleen of samen. Boven de NHG-grens van 470.000 euro in 2026 is een hypotheek met garantie niet mogelijk, en geldverstrekkers hanteren voor zulke bedragen vaak aanvullende eisen aan taxatie en inkomensbewijs.
Wanneer krijg ik de maandelijkse teruggave van mijn hypotheekrente?
Je krijgt meestal binnen vier weken bericht over je aanvraag en altijd binnen acht weken. De eerste betaling volgt kort nadat de aanslag is opgelegd, dus reken op ongeveer vier tot acht weken na je aanvraag. Daarna staat het maandbedrag doorgaans rond de vijftiende van elke maand op je rekening. Vraag je halverwege het jaar aan, dan zit het al verstreken deel van het jaar in die eerste betaling.
Hoe vraag ik de hypotheekteruggave per maand aan?
Via Mijn Belastingdienst vraag je een voorlopige aanslag aan voor het lopende jaar. Je vult je hypotheekschuld in, de rente die je dat jaar verwacht te betalen en de WOZ-waarde van je woning. De Belastingdienst rekent je aftrek uit en betaalt die in twaalf gelijke termijnen uit. Je hoeft dit niet elk jaar opnieuw te doen: de aanslag wordt automatisch verlengd, maar je moet hem zelf aanpassen zodra je rente, schuld of inkomen verandert.
Kan ik een hypotheek krijgen met een jaarcontract of tijdelijk contract?
Ja, met een intentieverklaring van je werkgever waarin staat dat hij je bij gelijkblijvend functioneren een vast contract aanbiedt. Dan reken je met je volledige jaarsalaris. Zonder die verklaring kijken de meeste geldverstrekkers naar je gemiddelde inkomen over de afgelopen drie jaar, meestal met je huidige salaris als plafond. Een hypotheek met een contract voor bepaalde tijd kan dus, alleen valt het bedrag zonder intentieverklaring lager uit.
Kun je een huis kopen met een nulurencontract?
Dat kan bij een deel van de geldverstrekkers, meestal op basis van je inkomen over de afgelopen drie jaar of via een perspectiefverklaring. Zo'n verklaring kijkt naar je arbeidsverleden, je opleiding en de vraag naar jouw beroep, en zet dat om in een toetsinkomen. Voor mensen met een nulurencontract of uitzendwerk is dat vaak de enige route naar het volledige inkomen in de berekening.
Hoe bereken je een hypotheek als zzp'er of met een eigen bedrijf?
Niet je omzet telt maar je fiscale winst uit onderneming. De gebruikelijke eis is drie jaar cijfers, waarbij het gemiddelde over die drie jaren wordt genomen met het laatste jaar als bovengrens. Ben je korter dan drie jaar zelfstandig, dan kan een inkomensverklaring ondernemer helpen: een erkend rekenexpert stelt op basis van je cijfers en vooruitzichten een toetsinkomen vast. Met NHG kan dat vanaf twaalf maanden ondernemerschap. De verklaring kost enkele honderden euro's.
Hoeveel loonstroken heb je nodig voor een hypotheek?
Meestal volstaat één recente loonstrook naast een werkgeversverklaring van maximaal drie maanden oud. Sommige geldverstrekkers vragen drie loonstroken, en bij wisselend inkomen of overwerk vragen ze er vaak twaalf om een gemiddelde te kunnen vaststellen. Ben je net van baan gewisseld, houd dan ook je arbeidsovereenkomst en eventueel een intentieverklaring bij de hand.
Telt een dertiende maand mee voor je hypotheek?
Ja, mits het inkomen structureel en onvoorwaardelijk is. Staat de dertiende maand in je arbeidsovereenkomst of cao en bevestigt de werkgeversverklaring dat, dan telt hij volledig mee in je toetsinkomen. Een winstuitkering of bonus die van de resultaten afhangt, telt meestal niet of slechts gedeeltelijk mee, omdat er geen recht op bestaat.
Heeft private lease invloed op je hypotheek?
Ja. Bij nieuwe private-leasecontracten wordt sinds 1 april 2022 het volledige leasebedrag bij het BKR geregistreerd, en de geldverstrekker rekent de maandtermijn mee als vaste last. Een termijn van 300 euro kost bij 4 procent rente ruim 60.000 euro leenruimte. Het contract afkopen voor je hypotheekaanvraag helpt alleen als de registratie daarna ook echt verdwijnt, en het afkoopbedrag gaat af van het eigen geld dat je voor de kosten koper nodig hebt.
Wat betekent een A-codering of H-codering bij het BKR?
Een A-codering staat voor achterstand en wordt geplaatst bij ongeveer drie maanden betalingsachterstand op een krediet. Zolang die actief is, verstrekt vrijwel geen enkele geldverstrekker een hypotheek. Is de achterstand ingelopen, dan verandert de code in een H, wat staat voor herstel; met een H-codering is een hypotheek bij de meeste partijen weer mogelijk, al kijken sommige geldverstrekkers naar hoe recent de achterstand was. Registraties blijven vijf jaar na afloop van het krediet zichtbaar.
Hoe reken je eigen geld mee in je hypotheekberekening?
Eigen geld doet twee dingen. Het dekt de kosten koper, die je niet mag meefinancieren, en het verlaagt daarna het leenbedrag. Een lagere lening ten opzichte van de woningwaarde brengt je vaak in een gunstiger risicoklasse, waardoor je rente daalt. Bereken daarom eerst je kosten koper en zet pas wat overblijft in op de koopsom. Houd altijd een buffer achter voor verhuizing, inrichting en direct noodzakelijk onderhoud.
Hoe leg je ongelijke inbreng in een woning vast?
Bij de notaris, in het samenlevingscontract of in een aparte schuldbekentenis. Daarin staat wie welk bedrag heeft ingebracht en hoe dat bij verkoop of uit elkaar gaan wordt verrekend: alleen het nominale bedrag terug, of een percentage van de overwaarde. Zonder vastlegging geldt bij gezamenlijk eigendom in beginsel een verdeling naar de eigendomsverhouding in de akte, en dan is grotere inbreng achteraf lastig terug te krijgen.
Wat is een hypotheek met garantie en wat kost die?
Nationale Hypotheek Garantie is een borgstelling van het Waarborgfonds Eigen Woningen. Blijf je na gedwongen verkoop met een restschuld zitten, dan kan die onder voorwaarden worden kwijtgescholden. In 2026 kun je met NHG lenen tot 470.000 euro, of tot 498.200 euro als je het meerdere volledig aan energiebesparende voorzieningen besteedt. De eenmalige borgtochtprovisie is 0,4 procent van het leenbedrag, en daar staat bij vrijwel alle geldverstrekkers een lagere rente tegenover.
Hoe bereken ik mijn hypotheekschuld en wat gebeurt er als mijn huis hypotheekvrij is?
Je actuele schuld staat op het jaaroverzicht van je geldverstrekker: de oorspronkelijke lening min alle aflossingen. Is de schuld nul, dan vervalt je renteaftrek maar blijft het eigenwoningforfait als bijtelling staan. De aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld vangt dat deels op, in 2026 voor 71,867 procent van het verschil, met een afbouw van 4,8 procentpunt per jaar tot 1 januari 2041. Verkoop je een hypotheekvrije woning, dan komt de volledige opbrengst vrij.
Wat gebeurt er als je een huis binnen zes maanden doorverkoopt?
Dan hoeft de nieuwe koper alleen overdrachtsbelasting te betalen over de waardestijging. De heffingsgrondslag wordt verminderd met het bedrag waarover bij de vorige verkrijging daadwerkelijk overdrachtsbelasting is betaald. Kocht jij met de startersvrijstelling en betaalde je dus niets, dan valt er ook niets te verminderen en betaalt de volgende koper over de hele koopsom. Dit voordeel komt bij de koper terecht, al wordt het in de praktijk vaak in de prijs verwerkt.
Huis gekocht en nu? Wat regel je in de eerste maanden?
Vraag je voorlopige aanslag aan zodra je de rente en de WOZ-waarde kent, zodat de teruggave meeloopt met je maandlast. Controleer daarna of de eerste incasso klopt met je hypotheekaanbod, meld je aan bij de gemeente en sluit een opstalverzekering aan die op de overdrachtsdatum ingaat. Bewaar de nota van afrekening van de notaris. Daarop staan de kosten die bij je eigenwoningschuld horen en die je eenmalig mag aftrekken: de hypotheekakte en de inschrijving daarvan, de taxatie, advies en bemiddeling en de NHG-borgtochtprovisie. De leveringsakte, de overdrachtsbelasting en de aankoopmakelaar zijn niet aftrekbaar.
Ik leen geld uit voor een woning en ontvang rente. Hoe zit dat fiscaal?
Wie als familielid geld uitleent voor een eigen woning, ontvangt maandelijks rente en geeft de vordering op in box 3. Die rente is voor de uitlener geen belast inkomen; het uitgeleende bedrag telt mee in zijn vermogen. Voor de lener blijft de rente alleen aftrekbaar als de lening in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair wordt afgelost, met een zakelijke rente en een schriftelijke overeenkomst die bij de aangifte wordt opgegeven.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Een berekening maken kun je prima zelf; de vertaling naar een aanvraag is het werk van een adviseur. Reken op ongeveer 2.500 euro voor advies en bemiddeling, een bedrag dat je vooraf op maat krijgt en dat je ook betaalt als de aanvraag niet doorgaat. Die kosten verdienen zich terug als je situatie afwijkt van de standaard: een tijdelijk contract, een eigen bedrijf, een studieschuld waarvan de weging discutabel is, een scheiding of een tweede woning. De adviseur weet welke geldverstrekker welk inkomen accepteert, en dat verschil loopt bij afwijkende situaties in de tienduizenden euro's. Voor de notaris ligt de grens bij alles wat op papier moet: ongelijke inbreng, een samenlevingscontract of een familiehypotheek. Ben je in loondienst met een vast contract, geen bijzondere schulden en koop je alleen of samen met één inkomensbron, dan kom je met de rekenhulp voor je maximale hypotheek en een oriëntatiegesprek al ver. Twijfel je over je fiscale positie, bijvoorbeeld bij de bijleenregeling of bij een lening binnen de familie, dan is een fiscalist of de Belastingtelefoon het juiste loket, niet de geldverstrekker.
Bronnen en controle
- Tijdelijke regeling hypothecair krediet, geldend vanaf 1 januari 2026 Overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
- Bijlage 1. Financieringslastpercentages bij de Tijdelijke regeling hypothecair krediet Overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
- Voorwaarden en Normen 2026 Nationale Hypotheek Garantie geraadpleegd 22 augustus 2026
- Tariefsaanpassing aftrek eigen woning Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Hoe werkt het eigenwoningforfait? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Hypotheekrente aftrekken Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Boeterente aftrekken bij oversluiten van uw hypotheek Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- In 4 stappen zelf een voorlopige aanslag aanvragen Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
Hypotheektechnisch gecontroleerd 22 augustus 2026
- Financieringslastpercentages 2026, de toetsing op dertig jaar annuïtair en de AFM-toetsrente bij een korte rentevaste periode getoetst aan de Tijdelijke regeling hypothecair krediet en bijlage 1
- NHG-kostengrens van 470.000 euro, de verhoogde grens van 498.200 euro bij energiebesparende voorzieningen en de borgtochtprovisie van 0,4 procent nagekeken in de Voorwaarden en Normen 2026
- Weging van studieleningen gecorrigeerd naar artikel 3a: het DUO-termijnbedrag met bruteringsfactor in plaats van de vervallen wegingsfactoren van 0,65 en 0,35 procent
- Alle annuïteitensommen nagerekend tot het eindbedrag, inclusief het rentedeel in jaar één en jaar tien en de bijbehorende toetsinkomens
- Eigenwoningforfait 2026, het maximale aftrektarief van 37,56 procent, het overgangsrecht voor hypotheken van vóór 2013 en de aftrek van boeterente en rentemiddeling getoetst bij de Belastingdienst
Uitgevoerd door de redactie van dehuisgids.nl aan de hand van de bronnen hierboven. Wij geven algemene informatie en geen persoonlijk advies.
Ons redactionele beleid: hoe we schrijven, controleren en bijwerken