Naar de inhoud
Rekenhulpen

Verdeling van de erfenis na het overlijden van de langstlevende

10 minuten lezen Huis erven Bijgewerkt 22 augustus 2026
dehuisgids.nl SCHENKEN & ERVEN Verdeling erfenis na overlijden langstlevende

Bij het overlijden van de langstlevende worden de geldvorderingen die de kinderen bij het eerste overlijden kregen opeisbaar. Die vorderingen zijn een schuld van de nalatenschap: ze worden eerst uitbetaald en pas het restant wordt als erfenis verdeeld. Over de vordering is al erfbelasting betaald, over het erfdeel volgt een nieuwe aanslag met een vrijstelling van 26.230 euro per kind in 2026 en daarboven 10 procent tot 158.669 euro. Voor de aangifte geldt bij een overlijden vanaf 1 januari 2026 een termijn van twintig maanden.

10 minuten
  • € 26.230 2026 vrijstelling erfbelasting per kind bij het tweede overlijden
  • 10 en 20% 2026 tarief voor kinderen, met de tariefgrens op 158.669 euro
  • 6% wettelijk enkelvoudige rente waarboven de aangroei van de vordering alsnog belast wordt
  • 20 maanden 2026 aangiftetermijn erfbelasting bij een overlijden vanaf 1 januari 2026

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat er gebeurt als de langstlevende overlijdt

Bij het eerste overlijden kreeg de langstlevende partner van rechtswege alle bezittingen en schulden, en kregen de kinderen alleen een vordering in geld op die partner. Overlijdt de langstlevende, dan komt alles tegelijk los: de vorderingen uit de eerste erfenis worden opeisbaar en de kinderen erven daarnaast wat er van het vermogen over is. Omdat het grootste deel van dat vermogen meestal in de woning zit, draait de verdeling in de praktijk om de vraag wat er met het huis gebeurt; de bredere gang van zaken bij het erven van een huis staat op de overzichtspagina.

De volgorde ligt vast. Eerst worden de schulden van de nalatenschap voldaan, en de vorderingen van de kinderen uit het eerste overlijden zijn zulke schulden. Wat daarna overblijft is de erfenis die de kinderen onderling verdelen.

Elk kind zit daardoor in twee rollen tegelijk: schuldeiser van de nalatenschap en erfgenaam ervan. Dat onderscheid bepaalt de aanslag, want over de vordering is bij het eerste overlijden al erfbelasting betaald en over het erfdeel volgt een nieuwe.

Zijn hiermee beide ouders overleden, dan sluit dit aan op de afwikkeling van een erfenis na het overlijden van beide ouders. Was de langstlevende een stiefouder, dan liggen de rollen anders; dat komt verderop aan bod.

De vordering uit het eerste overlijden terugvinden en berekenen

De eerste klus is uitzoeken hoe groot de vordering van elk kind precies is. Drie stukken geven het antwoord: de aangifte erfbelasting van het eerste overlijden, het testament of de verklaring van erfrecht, en de boedelbeschrijving die de notaris toen heeft gemaakt. Ontbreken die, dan reconstrueer je het bedrag uit de aanslagen van destijds; wat de langstlevende zelf betaalde, staat bij de erfbelasting bij het overlijden van een echtgenoot.

Daarna komt de rente. Bepaalt het testament niets, dan groeit de vordering alleen aan voor zover de wettelijke rente boven de zes procent uitkomt, en alleen met dat meerdere (artikel 4:13 lid 4 BW). Ligt de wettelijke rente op of onder zes procent, wat de afgelopen jaren meestal het geval was, dan staat de vordering er nog voor het oorspronkelijke bedrag.

Veel testamenten regelen het anders, en de erfgenamen mochten bij het eerste overlijden binnen de aangiftetermijn ook samen een rente afspreken. Zo'n afspraak volgt de Belastingdienst. Een hoge rente laat de vorderingen groeien, waardoor de nalatenschap van de langstlevende kleiner wordt en er bij het tweede overlijden minder te belasten valt.

De fiscale grens ligt bij zes procent enkelvoudige rente per jaar. Groeit de vordering harder, bijvoorbeeld door een samengestelde rente van zes procent, dan wordt het meerdere bij het overlijden van de langstlevende alsnog als erfrechtelijke verkrijging bij het kind belast (artikel 9 Successiewet). Tijdens de rit was de vordering onzichtbaar voor de inkomstenbelasting: het kind gaf haar niet op in box 3 en de langstlevende trok de schuld niet af (artikel 5.4 Wet inkomstenbelasting 2001).

Aangroei van een vordering van 100.000 euro na het eerste overlijden
  • Zonder rente
  • 3% enkelvoudig
  • 6% samengesteld
0 100.000 200.000 300.000 400.000 0 jaar 5 jaar 10 jaar 15 jaar 20 jaar

euro bron: eigen berekening op basis van artikel 4:13 BW en artikel 9 Successiewet augustus 2026

Jaren sinds het eerste overlijdenZonder rente3% enkelvoudig6% samengesteld
0 jaar€ 100.000€ 100.000€ 100.000
5 jaar€ 100.000€ 115.000€ 133.823
10 jaar€ 100.000€ 130.000€ 179.085
15 jaar€ 100.000€ 145.000€ 239.656
20 jaar€ 100.000€ 160.000€ 320.714

Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij een vordering van 100.000 euro, augustus 2026

Vraag de aangifte erfbelasting van het eerste overlijden op voordat je aan de verdeling begint. Daar staat per kind het erfdeel waaruit de vordering is ontstaan, en dat bedrag is jaren later lastig te reconstrueren.

Zo verloopt de verdeling: eerst de vorderingen, dan het restant

De verdeling begint met een boedelbeschrijving van de tweede nalatenschap: alle bezittingen, alle schulden en per kind de opgerente vordering. Trek de vorderingen en de overige schulden van de bezittingen af, en je houdt de nalatenschap over die de kinderen erven, zonder testament ieder voor een gelijk deel.

In geld gaat het daarna in twee bewegingen. Elk kind krijgt eerst zijn vordering uitbetaald en pas daarna wordt het restant verdeeld. Op de bankrekening valt dat vaak samen, maar op de aangifte staan de twee bedragen los van elkaar, met een eigen fiscale behandeling.

Wie de afwikkeling doet, hangt af van het testament. Is er een executeur benoemd, dan beheert die de nalatenschap en betaalt hij de schulden. Anders doen de erfgenamen het samen en heb je voor elke handeling ieders handtekening nodig. Voor de bank en het Kadaster stelt een notaris een verklaring van erfrecht op.

Ongelijke uitkomsten zijn niet ongewoon. Heeft de langstlevende bij leven aan één kind geschonken en was dat bedoeld als voorschot op de erfenis, dan wordt die schenking bij de verdeling ingebracht en gaat zij van het erfdeel af. Of dat zo is afgesproken, blijkt uit de schenkingsakte of uit het testament; hoe schenkingen doorwerken staat bij schenken en erven.

OnderdeelWat het kind ermee krijgtErfbelasting bij het tweede overlijden
Vordering uit het eerste overlijdenUitbetaald als schuld van de nalatenschapNee, daarover is bij het eerste overlijden al betaald
Rente op de vordering tot 6 procent enkelvoudigUitbetaald bovenop de hoofdsomNee
Rente boven 6 procent enkelvoudigUitbetaald bovenop de hoofdsomJa, het meerdere telt mee als verkrijging
Erfdeel uit de tweede nalatenschapVerdeeld na aftrek van alle schuldenJa, boven de vrijstelling van 26.230 euro

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat de kinderen aan erfbelasting betalen

Bij het tweede overlijden is er geen partnervrijstelling meer, en dat is de reden dat de aanslag dan hoger uitvalt dan bij het eerste. Een kind heeft in 2026 een vrijstelling van 26.230 euro. Over de eerste 158.669 euro daarboven betaalt het 10 procent, over het meerdere 20 procent. Kleinkinderen die rechtstreeks erven hebben dezelfde vrijstelling, maar tarieven van 18 en 36 procent.

De vorderingen drukken de aanslag, want ze zijn een schuld van de nalatenschap. Bij een vermogen van 540.000 euro en twee vorderingen van 100.000 euro blijft er 340.000 euro te verdelen over, en over dat bedrag wordt geheven. Precies daarin zit de winst van een testament dat de vorderingen laat oprenten: hoe groter de schuld, hoe kleiner de belaste nalatenschap.

Wat elk kind zelf betaalt, reken je door met de rekenhulp voor de erfbelasting. Vul daar het erfdeel in dat na aftrek van de vorderingen overblijft, niet het totale vermogen. De algemene regels rond een aanslag staan bij de belasting over een erfenis.

De aanslag volgt op de aangifte. Bij een overlijden vanaf 1 januari 2026 moet die binnen twintig maanden na de overlijdensdatum binnen zijn; voor overlijdens daarvoor gold een termijn van acht maanden. Vanaf het einde van die termijn rekent de Belastingdienst belastingrente, ook als er uitstel is verleend.

VerkrijgerVrijstelling 2026Tarief tot € 158.669Tarief daarboven
Kind, pleegkind of stiefkind€ 26.23010%20%
Kleinkind€ 26.23018%36%
Ouder€ 62.11030%40%
Broer, zus, neef of iemand anders€ 2.76930%40%

Gecontroleerd op augustus 2026

De aangiftetermijn is geen richtlijn. Komt de aangifte na twintig maanden binnen, dan loopt er belastingrente over het hele bedrag, en die rente wordt gerekend vanaf het moment dat de termijn afloopt, ook bij verleend uitstel.

Het huis waarderen, verkopen of door één kind laten overnemen

Voor de erfbelasting telt de WOZ-waarde van de woning, en wel die van het kalenderjaar waarin het overlijden valt. Je mag ook kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar daarna, wat gunstig uitpakt als de waarde daalt (artikel 21 Successiewet). Een openstaande hypotheek gaat van de nalatenschap af, net als een opgenomen bedrag uit een opeethypotheek.

Voor de verdeling tussen de kinderen telt die WOZ-waarde juist niet. Onderling reken je met de marktwaarde, anders krijgt het kind dat de woning overneemt een voordeel dat de anderen betalen. Laat taxeren of vraag een makelaar om een waardebepaling, en leg de gekozen waarde en de peildatum schriftelijk vast.

Neemt een van de kinderen de woning over en koopt het de anderen uit, dan is er geen overdrachtsbelasting verschuldigd: de verdeling van een nalatenschap geldt niet als verkrijging (artikel 3 Wet op belastingen van rechtsverkeer). De uitkoopsom moet meestal wel worden gefinancierd, en de geldverstrekker toetst dan op de marktwaarde en op het inkomen van dat ene kind. Hoe zo'n overname verder loopt, staat bij het erven van een huis van je ouders.

Woonde een van de kinderen bij de langstlevende in, dan speelt er meer dan een verdeling: dat kind moet ergens heen als het huis verkocht wordt, en heeft zelf geen huurrecht. Wat er dan geldt, lees je bij een inwonend kind na het overlijden van de ouders.

Zolang het huis leegstaat lopen de kosten door: hypotheekrente, gemeentelijke heffingen, verzekering en energie. Meld de leegstand bij de opstalverzekeraar. Veel polissen stellen na enkele maanden leegstand extra eisen of beperken de dekking, en dat merk je pas als er schade is.

WaarvoorWelke waarde telt
Aangifte erfbelastingWOZ-waarde van het jaar van overlijden, of van het jaar erna als je daarvoor kiest
Verdeling tussen de kinderenMarktwaarde, vastgesteld met een taxatie of waardebepaling
Uitkoop van broers en zussenMarktwaarde min de openstaande hypotheek
Financiering van de uitkoopMarktwaarde volgens een taxatierapport van de geldverstrekker
Verkoop aan een derdeDe werkelijke verkoopopbrengst na aftrek van de verkoopkosten

Als er een testament was: vruchtgebruik, tweetraps en oude boedelverdelingen

De wettelijke verdeling geldt alleen als er geen testament was. Met een testament kan de erfenis er anders uitzien, en bij het tweede overlijden merk je dat verschil pas echt in geld.

Een ouderlijke boedelverdeling uit een testament van vóór 2003 werkt in de kern hetzelfde als de wettelijke verdeling: de langstlevende kreeg alle goederen, de kinderen een vordering. Zulke oude testamenten bevatten vaak een eigen renteclausule, soms zes procent samengesteld, waardoor de vorderingen inmiddels flink zijn aangegroeid. Reken ze na voordat je iets verdeelt.

Bij een vruchtgebruiktestament kregen de kinderen bij het eerste overlijden het bloot eigendom en de langstlevende het vruchtgebruik. Er is dan geen vordering. Het vruchtgebruik eindigt door het overlijden en de kinderen worden vanzelf volledig eigenaar; over die aangroei betalen zij geen erfbelasting, omdat zij bij het eerste overlijden al over het bloot eigendom hebben afgerekend.

Een tweetrapstestament werkt weer anders. De langstlevende erfde alles als eerste verkrijger, en bij zijn overlijden gaat wat er nog over is naar de kinderen als tweede verkrijger, ditmaal uit de nalatenschap van de eerst overleden ouder. De kinderen hebben dan twee verkrijgingen naast elkaar, elk met een eigen vrijstelling en een eigen opbouw van het tarief, en dat scheelt merkbaar belasting. Voorwaarde is wel dat er een lijst is van wat er destijds is nagelaten, anders is niet aan te tonen wat onder de tweede trap valt.

Een opvullegaat gaf de langstlevende de mogelijkheid om bij het eerste overlijden een groter deel aan de kinderen toe te delen, tot hun vrijstelling vol was. Is die keuze destijds gemaakt, dan zijn de vorderingen groter dan het wettelijke een derde en blijft er bij het tweede overlijden minder over om te belasten.

VormWat de kinderen bij het eerste overlijden kregenWat er bij het overlijden van de langstlevende gebeurt
Wettelijke verdelingEen niet-opeisbare vordering in geldDe vordering wordt opeisbaar en gaat als schuld van de nalatenschap af
Ouderlijke boedelverdeling van vóór 2003Een vordering, vaak met een eigen renteclausuleIdem, maar reken eerst de opgelopen rente na
VruchtgebruiktestamentHet bloot eigendom van hun erfdeelHet vruchtgebruik eindigt, de kinderen worden onbelast volledig eigenaar
TweetrapstestamentNiets, zij waren verwachterTwee verkrijgingen met elk een eigen vrijstelling en tariefopbouw
Testament met opvullegaatEen grotere vordering, tot de vrijstelling was benutEen grotere schuld en dus een kleinere belaste nalatenschap

Stiefouder, hertrouwen en de wilsrechten van kinderen

Was de langstlevende niet je eigen ouder maar de partner van je ouder, dan verandert er iets fundamenteels. Je bent schuldeiser van die nalatenschap, geen erfgenaam. Je krijgt je vordering met de eventuele rente uitbetaald, en de rest van het vermogen gaat naar de erfgenamen van de stiefouder, meestal diens eigen kinderen.

De wet geeft kinderen daarom wilsrechten (artikel 4:19 tot en met 4:22 BW). Kondigt de langstlevende aan te gaan hertrouwen, dan kan een kind vragen om goederen ter waarde van zijn vordering, in bloot eigendom, zodat het vermogen niet via een nieuwe partner wegvloeit. Overlijdt de stiefouder, dan kan het kind goederen in volle eigendom opeisen. Deze rechten worden weinig gebruikt en een testament kan ze uitbreiden of juist uitsluiten.

Hertrouwde de langstlevende in gemeenschap van goederen, dan is de helft van het gezamenlijke vermogen van de nieuwe partner geworden. De vordering van de kinderen blijft in stand, maar er is minder vermogen om haar uit te betalen, en de nieuwe partner blijft doorgaans in de woning wonen. Wat dat betekent voor het huis, staat bij in het huis blijven wonen na het overlijden van je partner.

Ben je onterfd, dan houd je recht op de legitieme portie: de helft van je wettelijke erfdeel, uitsluitend in geld. Zolang de echtgenoot van de overleden ouder nog leeft, is die aanspraak in de meeste gevallen niet opeisbaar, dus het geld komt pas bij het tweede overlijden los. Een beroep op de legitieme portie moet binnen vijf jaar na het overlijden worden gedaan, anders vervalt de aanspraak.

Als er te weinig over is om de vorderingen te betalen

Een vordering is geen garantie. De langstlevende mocht het vermogen opmaken: aan zorg, aan leven, aan een verbouwing. Blijft er bij het overlijden minder over dan de som van de vorderingen, dan krijgt elk kind naar verhouding minder en valt er daarna niets meer te verdelen. Terughalen kan niet, ook niet als het vermogen aan één kind is geschonken, tenzij die schenking aantoonbaar bedoeld was om de anderen te benadelen.

Onderzoek daarom eerst of de nalatenschap positief is en aanvaard pas daarna. Wie zuiver aanvaardt, is persoonlijk aansprakelijk voor de schulden en betaalt een tekort uit eigen zak. Beneficiair aanvaarden voorkomt dat: je legt een verklaring af bij de rechtbank en bent dan nooit meer kwijt dan de nalatenschap bevat. Wel gelden er strengere regels voor de afwikkeling, en je betaalt griffierecht.

Verwerp je de nalatenschap van de langstlevende, dan blijf je schuldeiser voor je vordering uit het eerste overlijden. Die vordering hoort immers niet bij deze nalatenschap, ze is er een schuld van. Of er nog geld is om haar te voldoen, is een andere vraag.

Zit het geld vast in het huis, dan is verkopen meestal de enige route om de vorderingen en de aanslagen te betalen. Reken vooraf uit wat er na aflossing van de hypotheek en na de verkoopkosten overblijft. Wat er nog meer op je afkomt in de maanden na een overlijden, staat bij overlijden en je huis.

Sturen kan alleen bij leven. Jaarlijks schenken binnen de vrijstelling van 6.908 euro per kind (2026) haalt vermogen uit de latere nalatenschap; wat een grotere schenking kost, reken je uit met de rekenhulp voor de schenkbelasting. Na het overlijden is het testament een gegeven en zijn de knoppen op.

Zo pak je de afwikkeling na het tweede overlijden aan

Reken op zes tot twaalf maanden, en begin met de papieren van het eerste overlijden.

  1. Zoek de stukken van het eerste overlijden op

    Verzamel de aangifte erfbelasting, het testament, de verklaring van erfrecht en de boedelbeschrijving van destijds. Daaruit blijkt de hoogte van elke vordering, de renteclausule en of de langstlevende de erfbelasting van de kinderen heeft voorgeschoten.

  2. Stel vast wie erfgenaam is en wat er in de nalatenschap zit

    Vraag het Centraal Testamentenregister na of er een testament is en laat een notaris een verklaring van erfrecht opstellen. Banken en het Kadaster werken pas mee als die er ligt.

  3. Kies bewust tussen aanvaarden, beneficiair aanvaarden en verwerpen

    Doe dit voordat je spullen verdeelt of rekeningen betaalt, want daarmee aanvaard je stilzwijgend zuiver. Bij twijfel over schulden is beneficiair aanvaarden bij de rechtbank de veilige route.

  4. Maak de boedelbeschrijving en reken de vorderingen op

    Zet alle bezittingen en schulden op datum van overlijden op een rij en bereken per kind de vordering plus de rente die het testament voorschrijft. Trek daarna de vorderingen van het vermogen af.

  5. Waardeer de woning twee keer

    Vraag de WOZ-beschikking op voor de aangifte en laat een taxatie of waardebepaling doen voor de onderlinge verdeling. Bespreek meteen of het huis verkocht wordt of dat een van de kinderen het overneemt, want dat bepaalt de rest van de planning.

  6. Doe de aangifte erfbelasting op tijd

    Bij een overlijden vanaf 1 januari 2026 heb je twintig maanden. Vul per erfgenaam het erfdeel in dat na aftrek van de vorderingen overblijft; de rekenhulp voor de erfbelasting geeft vooraf de orde van grootte.

  7. Betaal uit, verdeel en leg het vast

    Betaal eerst de schulden en de vorderingen, verdeel daarna het restant en laat de woning bij de notaris in een akte van verdeling op naam zetten. Zet ook kleine afspraken op papier, dat voorkomt discussie achteraf.

Schenkbelasting

Kies de relatie en het bedrag en zie de vrijstelling van dit jaar, het tarief en wat er netto overblijft. Open de volledige schenkbelasting

Loop dit na voordat je de erfenis verdeelt

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Twee kinderen, een vordering zonder rente

Stel, bij het eerste overlijden was de nalatenschap 300.000 euro en waren er drie erfgenamen: de langstlevende en twee kinderen. Ieder erfde 100.000 euro, dus elk kind kreeg een vordering van 100.000 euro. Het testament regelde niets over rente en de wettelijke rente bleef onder de zes procent, dus die vorderingen staan er vijftien jaar later nog steeds voor 100.000 euro.

Bij het overlijden van de langstlevende bestaat het vermogen uit een woning met een WOZ-waarde van 450.000 euro en 90.000 euro spaargeld, samen 540.000 euro. Daar gaan de twee vorderingen van samen 200.000 euro vanaf. De nalatenschap is dus 340.000 euro en elk kind erft 170.000 euro.

Per kind: 170.000 euro min de vrijstelling van 26.230 euro (2026) is 143.770 euro belast. Dat blijft onder de tariefgrens van 158.669 euro, dus het tarief is 10 procent: 14.377 euro erfbelasting. Samen betalen de kinderen 28.754 euro. Elk kind houdt over: 100.000 euro vordering plus 170.000 euro erfdeel min 14.377 euro belasting, oftewel 255.623 euro.

Rekenvoorbeeld

Dezelfde erfenis, maar met 6 procent samengestelde rente

Stel, in hetzelfde geval had het testament een rente van zes procent samengesteld voorgeschreven. Na vijftien jaar is elke vordering van 100.000 euro aangegroeid tot 239.656 euro, samen 479.312 euro. Van het vermogen van 540.000 euro blijft dan een nalatenschap van 60.688 euro over, dus 30.344 euro per kind.

Daar komt een correctie bij. Onbelast mag de vordering aangroeien tot zes procent enkelvoudige rente, wat na vijftien jaar 190.000 euro zou zijn. Het meerdere, 49.656 euro per kind, wordt bij het overlijden van de langstlevende alsnog als erfrechtelijke verkrijging belast (artikel 9 Successiewet).

Elk kind verkrijgt daardoor 30.344 euro plus 49.656 euro, samen 80.000 euro. Min de vrijstelling van 26.230 euro (2026) blijft 53.770 euro belast tegen 10 procent: 5.377 euro per kind, samen 10.754 euro. Tegenover het eerste voorbeeld scheelt de renteclausule bijna 18.000 euro erfbelasting, en dat verschil zat er al vijftien jaar eerder in.

Rekenvoorbeeld

Eén kind neemt de woning over en koopt de ander uit

Stel, de nalatenschap bestaat uit een woning met een marktwaarde van 400.000 euro en een WOZ-waarde van 380.000 euro, plus 40.000 euro spaargeld. Er zijn twee kinderen met elk een vordering van 120.000 euro uit het eerste overlijden.

Voor de aangifte tellen de WOZ-waarde en de vorderingen: 380.000 plus 40.000 min 240.000 is 180.000 euro nalatenschap, dus 90.000 euro per kind. Min de vrijstelling van 26.230 euro (2026) blijft 63.770 euro belast tegen 10 procent, oftewel 6.377 euro erfbelasting per kind.

Voor de onderlinge verdeling telt de marktwaarde: 400.000 plus 40.000 min 240.000 is 200.000 euro, dus 100.000 euro per kind bovenop de vordering van 120.000 euro. Elk kind heeft dus recht op 220.000 euro. Het kind dat de woning van 400.000 euro krijgt toebedeeld, moet 180.000 euro aan de ander betalen; die ander ontvangt daarnaast het spaargeld van 40.000 euro en komt zo ook op 220.000 euro uit.

Over die uitkoop is geen overdrachtsbelasting verschuldigd, omdat het om de verdeling van een nalatenschap gaat. Wel moet het overnemende kind 180.000 euro financieren, plus de eigen aanslag van 6.377 euro, en daarvoor toetst de geldverstrekker op inkomen en op de marktwaarde van de woning.

Veelgemaakte fouten

De vorderingen niet als schuld in de aangifte opnemen

De vorderingen uit het eerste overlijden gaan van de nalatenschap af. Wie ze vergeet, geeft een te hoge verkrijging aan. Bij twee vorderingen van 100.000 euro en het tarief van 10 procent kost dat 20.000 euro te veel erfbelasting.

Aannemen dat er geen rente over de vordering loopt

Zonder testament groeit de vordering meestal niet, maar oude testamenten en boedelverdelingen schrijven vaak zes procent samengesteld voor. Reken je daar niet mee, dan verdeel je bedragen die aan de kinderen als schuldeiser toekomen en klopt zowel de verdeling als de aangifte niet.

De renteafspraak pas bij het tweede overlijden willen maken

Een rente die de erfgenamen samen afspreken telt fiscaal alleen mee als die afspraak binnen de aangiftetermijn van het eerste overlijden is gemaakt. Daarna is de mogelijkheid weg en ligt de omvang van de vorderingen vast.

De WOZ-waarde ook gebruiken voor de onderlinge verdeling

De WOZ-waarde is er voor de belasting, niet voor de familie. Ligt de marktwaarde 40.000 euro hoger en verdeel je toch op WOZ, dan krijgt het kind dat de woning overneemt een voordeel van 20.000 euro ten koste van de ander.

Zuiver aanvaarden voordat de schulden bekend zijn

Rekeningen betalen of spullen meenemen geldt al als zuiver aanvaarden. Is de nalatenschap negatief, bijvoorbeeld doordat de vorderingen groter zijn dan het vermogen, dan betaal je het tekort uit eigen zak. Beneficiair aanvaarden voorkomt dat.

Niet vastleggen wat de langstlevende heeft voorgeschoten

Veel langstlevenden betaalden destijds de erfbelasting van de kinderen. Of dat bedrag van de vordering af gaat, hangt af van het testament en van wat er is afgesproken. Staat het nergens, dan begint de discussie jaren later, als niemand het nog precies weet.

De leegstand niet melden bij de opstalverzekeraar

Een woning die na een overlijden maanden leegstaat, valt bij veel polissen onder een beperkte dekking. Ontstaat er dan lekkage of vorstschade, dan blijft de rekening bij de erfgenamen liggen, precies op het moment dat er nog niets verdeeld is.

Veelgestelde vragen

Hoe gaat de verdeling van de erfenis na het overlijden van de langstlevende?

Eerst worden de schulden van de nalatenschap betaald, en daar horen de geldvorderingen bij die de kinderen bij het eerste overlijden kregen. Elk kind krijgt dus eerst zijn vordering uitbetaald. Wat daarna overblijft is de erfenis van de langstlevende, die de kinderen als erfgenamen onderling verdelen, zonder testament ieder voor een gelijk deel. Over dat tweede deel volgt een nieuwe aanslag erfbelasting.

Betalen de kinderen opnieuw erfbelasting over hun vordering?

Nee. Over de vordering is bij het eerste overlijden al erfbelasting betaald, ook al kregen de kinderen het geld toen niet in handen. Bij het tweede overlijden is de vordering een schuld van de nalatenschap en verlaagt zij juist de belaste verkrijging. Alleen rente boven zes procent enkelvoudig per jaar wordt alsnog belast bij het kind.

Hoeveel rente komt er bij de vordering van een kind?

Dat hangt af van het testament. Is daar niets geregeld, dan wordt de vordering alleen verhoogd voor zover de wettelijke rente boven de zes procent uitkomt, en dat is de afgelopen jaren meestal niet zo geweest. Veel testamenten schrijven wel een rente voor, vaak zes procent samengesteld. De erfgenamen mochten bij het eerste overlijden ook binnen de aangiftetermijn samen een percentage afspreken; die afspraak volgt de Belastingdienst.

Wat als de langstlevende het hele vermogen heeft opgemaakt?

Dan krijgen de kinderen minder dan hun vordering, of niets. De langstlevende mocht het vermogen tijdens zijn leven gebruiken, ook voor zorgkosten of een verbouwing, en er is geen verplichting het in stand te houden. Wat er nog is, wordt naar verhouding over de vorderingen verdeeld. Een erfenis om te verdelen is er dan niet meer, en aanvaard in zo'n geval beneficiair.

Welke waarde van het huis telt bij de verdeling na het tweede overlijden?

Twee waarden naast elkaar. Voor de aangifte erfbelasting geldt de WOZ-waarde van het jaar van overlijden, met de mogelijkheid om te kiezen voor de WOZ-waarde van het jaar erna. Voor de verdeling tussen de kinderen onderling geldt de marktwaarde, want daarmee wordt bepaald wat een uitkoop kost. Die twee lopen vaak tienduizenden euro's uiteen.

Betaalt een kind overdrachtsbelasting als het de woning overneemt?

Nee, niet bij de verdeling van de nalatenschap. De wet merkt de verdeling van een nalatenschap niet aan als een verkrijging voor de overdrachtsbelasting, ook niet als het overnemende kind zijn broers en zussen uitkoopt. Er zijn wel notariskosten voor de akte van verdeling en de inschrijving in het Kadaster, en de uitkoopsom moet meestal gefinancierd worden.

Binnen welke termijn moet de aangifte erfbelasting binnen zijn?

Bij een overlijden vanaf 1 januari 2026 is dat twintig maanden na de overlijdensdatum; bij eerdere overlijdens gold acht maanden. De inleverdatum staat in de aangiftebrief. Vanaf het einde van die termijn rekent de Belastingdienst belastingrente over de aanslag, ook als er uitstel is verleend. Dien de aangifte dus liever te vroeg dan te laat in, desnoods met geschatte bedragen die je later corrigeert.

Wat gebeurt er als de langstlevende een stiefouder was?

Dan ben je schuldeiser van die nalatenschap en geen erfgenaam. Je krijgt je vordering plus de eventuele rente uitbetaald, maar deelt niet mee in wat er verder overblijft; dat gaat naar de erfgenamen van de stiefouder. De wet geeft kinderen in deze situatie wilsrechten, waarmee zij goederen ter waarde van hun vordering kunnen opeisen.

Verjaart de vordering van een kind uit het eerste overlijden?

Zolang de langstlevende leeft is de vordering niet opeisbaar en loopt er geen verjaringstermijn. Vanaf het overlijden geldt de gewone termijn van vijf jaar voor een opeisbare geldvordering. Zijn de kinderen zelf de erfgenamen, dan speelt dat zelden. Is de schuldenaar een stiefouder of diens nalatenschap, meld je vordering dan schriftelijk aan zodra je ervan weet.

Wat betekent een tweetrapstestament voor de verdeling bij het tweede overlijden?

Bij een tweetrapstestament erfde de langstlevende alles als eerste verkrijger en gaat wat er over is bij zijn overlijden naar de kinderen als tweede verkrijger. De kinderen hebben dan twee verkrijgingen naast elkaar: die uit de nalatenschap van de eerst overleden ouder en die uit de nalatenschap van de langstlevende. Elk krijgt een eigen vrijstelling en een eigen tariefopbouw, wat de aanslag verlaagt. Wel is een lijst nodig van wat er bij het eerste overlijden was.

Kun je bij het tweede overlijden nog iets aan de erfbelasting doen?

Weinig. De omvang van de vorderingen ligt vast, de renteafspraak moest bij het eerste overlijden worden gemaakt en het testament is een gegeven. Wat nog kan: kiezen voor de gunstigste WOZ-waarde van de twee toegestane jaren, alle schulden en de uitvaartkosten volledig opvoeren, en controleren of een tweetrapsmaking of vruchtgebruik van toepassing is. De rest gebeurt bij leven, bijvoorbeeld met jaarlijkse schenkingen.

Moeten de kinderen het huis verkopen om de erfbelasting te betalen?

Niet per se, maar de aanslag komt wel eerder dan de verkoopopbrengst. Is er weinig spaargeld en zit de waarde in de stenen, dan kun je de Belastingdienst om een betalingsregeling of om uitstel vragen tot de woning is verkocht; daar wordt wel rente over gerekend. Neemt een van de kinderen de woning over, dan wordt de aanslag meestal uit de financiering of uit het spaargeld voldaan.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Voor een verklaring van erfrecht en voor het op naam zetten van de woning heb je hoe dan ook een notaris nodig; een verklaring van erfrecht kost bij de meeste kantoren tussen de 400 en 900 euro en een akte van verdeling voor een woning tussen de 800 en 1.500 euro. Vraag vooraf een offerte, want de tarieven verschillen sterk. Een notaris of estate planner verdient zichzelf terug zodra er een oud testament met een renteclausule in het spel is, bij een tweetrapsmaking waarvan de lijst ontbreekt, bij een stiefouder met eigen kinderen, of bij een onterfd kind dat zich op zijn legitieme portie beroept. Zit de discussie tussen de erfgenamen zelf, dan is een mediator of een gespecialiseerde advocaat erfrecht de aangewezen weg, en die kosten lopen al snel op tot enkele duizenden euro's. De rekensom zelf kun je prima voorbereiden met de rekenhulp voor de erfbelasting en de gids over de belasting over een erfenis, zodat je bij het eerste gesprek weet waar het over gaat. Is de nalatenschap eenvoudig, positief en zijn de erfgenamen het eens, dan is de afwikkeling met de notaris voor de akten goed zelf te doen.

Bronnen en controle

  1. Burgerlijk Wetboek Boek 4, artikel 13 (wettelijke verdeling) Overheid.nl, wetten.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  2. Successiewet 1956, artikel 9 (vorderingen en bovenmatige rente) Overheid.nl, wetten.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  3. Successiewet 1956, artikel 21 (waardering woning en vorderingen) Overheid.nl, wetten.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  4. Wet op belastingen van rechtsverkeer, artikel 3 (verdeling van een nalatenschap) Overheid.nl, wetten.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  5. Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 5.4 (toedeling bij verkrijgingen krachtens erfrecht) Overheid.nl, wetten.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  6. Wanneer moet mijn aangifte erfbelasting binnen zijn? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026

Verder lezen over dit onderwerp

dehuisgids.nl SCHENKEN & ERVEN Erfenis belasting
Schenken & erven

Erfenis belasting