Aflossingsvrije hypotheek: hoe hij werkt en waar je op moet letten
Bij een aflossingsvrije hypotheek betaal je alleen rente en los je niets af: aan het einde van de looptijd staat de hele schuld er nog. Je mag hem nog steeds afsluiten, maar de meeste geldverstrekkers accepteren maximaal 50 procent van de woningwaarde aflossingsvrij en op een nieuwe aflossingsvrije lening krijg je geen hypotheekrenteaftrek. De lage maandlast is het voordeel, de restschuld aan het einde het risico.
- 0% altijd verplichte aflossing tijdens de looptijd
- 50% richtlijn maximaal aandeel van de woningwaarde bij de meeste geldverstrekkers
- 37,56% 2026 maximaal tarief waartegen rente aftrekbaar is, alleen bij overgangsrecht
- 30 jaar wettelijk maximale duur van de renteaftrek per lening
Gecontroleerd op augustus 2026
Hoe een aflossingsvrije hypotheek werkt
De betekenis van aflossingsvrij is precies wat er staat: je bent tijdens de looptijd niet verplicht om af te lossen. Je betaalt elke maand alleen de rente over de lening, en de schuld zelf blijft gelijk. Van alle hypotheekvormen geeft deze daarmee de laagste maandlast, maar ook als enige geen opbouw richting een schuldenvrij huis. Dat is meteen de kern van de voordelen en nadelen: het voordeel is ruimte in je maand, het nadeel schuift naar de einddatum.
Loopt de hypotheek af, dan moet je de volledige lening in één keer terugbetalen. Dat kan uit spaargeld, uit de verkoop van de woning of door de lening opnieuw te financieren. Wie dat niet regelt, heeft een probleem op de einddatum.
De vorm bestaat zelden alleen. De meeste huiseigenaren combineren een aflossingsvrij deel met een annuïteitenhypotheek of een lineair deel, zodat een deel van de schuld wél slinkt. Zo'n gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek dempt de maandlast zonder dat de hele schuld blijft staan.
Mag een aflossingsvrije hypotheek nog?
Ja, een aflossingsvrije hypotheek mag nog steeds. Er is geen wet die de vorm verbiedt, en je kunt in 2026 gewoon een nieuwe aflossingsvrije lening afsluiten of een bestaande meenemen. Wat er sinds 2013 wél veranderde: op een nieuwe aflossingsvrije lening krijg je geen hypotheekrenteaftrek meer, want die is voorbehouden aan leningen die je in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair aflost.
Geldverstrekkers stellen daarnaast hun eigen grens. De breed gehanteerde richtlijn is dat maximaal 50 procent van de marktwaarde van de woning aflossingsvrij mag zijn; voor het deel daarboven eisen ze een aflosvorm. Dat is geen wet maar acceptatiebeleid, en het verschilt per geldverstrekker en per situatie.
Hoeveel aflossingsvrije hypotheek je kunt krijgen hangt verder gewoon af van je inkomen, net als bij elke andere vorm. Reken je totale leenruimte door met de rekenhulp voor je maximale hypotheek en houd daarbinnen de 50 procent aan als plafond voor het aflossingsvrije deel.
Een aflossingsvrij deel tot 50 procent van de woningwaarde en de rest annuïtair is de meest gekozen combinatie. Je houdt de lage maandlast op de helft van de schuld en bouwt op de andere helft gewoon af.
De rente en de renteaftrek
De rente op een aflossingsvrije hypotheek ligt bij de meeste geldverstrekkers iets hoger dan op een annuïteitenhypotheek, vaak in de orde van één tot twee tienden van een procent. De schuld daalt immers niet, dus het risico voor de geldverstrekker blijft de hele looptijd even groot. Hoe die opslag per rentevaste periode uitpakt lees je in de gids over de rente op een aflossingsvrije hypotheek.
Voor de belasting bestaan er twee werelden. Had je op 31 december 2012 al een aflossingsvrije hypotheek, dan valt die onder het overgangsrecht: de rente blijft aftrekbaar, in 2026 tegen maximaal 37,56 procent, en per lening geldt een aftrektermijn van maximaal dertig jaar. Liep je lening al vóór 2001, dan eindigt de aftrek uiterlijk op 1 januari 2031.
Sluit je nu een nieuwe aflossingsvrije lening af, dan is de rente niet aftrekbaar en verhuist de schuld naar box 3, waar hij je vermogensgrondslag verlaagt. Hoe dat precies uitpakt staat in de gidsen over de aftrekbaarheid van een aflossingsvrije hypotheek en de aflossingsvrije hypotheek in box 3.
De maandlast naast de andere vormen
Het verschil in maandlast is fors, en dat is precies waarom mensen voor deze vorm kiezen. Bij een lening van 350.000 euro en 4 procent rente betaal je aflossingsvrij 1.167 euro bruto per maand. Een annuïteitenhypotheek kost 1.671 euro en een lineaire hypotheek begint op 2.139 euro. Daar staat tegenover dat je na dertig jaar bij de eerste nog 350.000 euro schuld hebt en bij de andere twee niets.
Vergeet bij het vergelijken de renteaftrek niet. De annuïtaire en lineaire varianten geven bij een nieuwe lening recht op aftrek, de aflossingsvrije niet. Netto is het verschil in maandlast daardoor kleiner dan het bruto lijkt. Vergelijk de drie vormen voor jouw bedrag en rente met de maandlasten-rekenhulp.
| Vorm | Bruto per maand | Schuld na 30 jaar | Renteaftrek bij nieuwe lening |
|---|---|---|---|
| Aflossingsvrij | € 1.167 | € 350.000 | Nee |
| Annuïteiten | € 1.671 | € 0 | Ja |
| Lineair | € 2.139 aflopend naar € 976 | € 0 | Ja |
Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij 4% rente en 30 jaar, augustus 2026
Laat de lage maandlast je niet verleiden om maximaal te lenen. De schuld staat er aan het einde nog volledig, en de rente betaal je over de hele looptijd over het volle bedrag.
Het einde van de looptijd: dit zijn je opties
Veel aflossingsvrije hypotheken uit de jaren negentig en nul naderen hun einddatum; de vorm haalt daarom geregeld het nieuws. Dan komt de vraag: wat als de aflossingsvrije hypotheek afloopt? Je hebt in de kern vier routes. Je betaalt de lening af uit eigen geld, je verkoopt de woning en lost af uit de opbrengst, je sluit de lening opnieuw af, of je verlengt bij je huidige geldverstrekker.
Verlengen of opnieuw afsluiten klinkt eenvoudig, maar de geldverstrekker toetst op dat moment je inkomen opnieuw. Wie tegen die tijd met pensioen is, heeft vaak een lager toetsinkomen, en de renteaftrek kan inmiddels verlopen zijn zodat de netto last stijgt. De meeste problemen ontstaan bij wie de brief van de geldverstrekker afwacht: begin daarom ruim voor de einddatum, liefst vijf tot tien jaar, met uitzoeken waar je staat. Wie op de einddatum niet kan aflossen en ook niet kan verlengen, houdt alleen verkoop over.
Een hypotheek zonder einddatum bestaat overigens echt: sommige oude aktes kennen geen vaste looptijd. De renteaftrek stopt dan alsnog na de wettelijke termijn, en de geldverstrekker kan bij een renteherziening om een nieuw plan vragen. Ook dan geldt: hoe eerder je het gesprek voert, hoe meer opties er zijn.
Aflossen op een aflossingsvrije hypotheek
Vrijwillig of vervroegd aflossen mag altijd, en op een aflossingsvrije hypotheek is het vaak verstandiger dan de naam doet vermoeden. De meeste geldverstrekkers laten je per jaar 10 tot 20 procent van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij aflossen; bij een rentevaste periode die afloopt of bij verkoop is aflossen altijd boetevrij. Wat jouw contract toestaat staat in je hypotheekvoorwaarden.
Of extra aflossen slim is, hangt af van wat je geld elders oplevert. Staat je spaargeld tegen een lagere rente dan je hypotheekrente, dan levert aflossen direct rendement op en verklein je de restschuld op de einddatum. Wat een extra aflossing met je maandlast doet, kun je met de maandlasten-rekenhulp berekenen door het nieuwe restbedrag in te vullen. Houd wel een buffer aan voor onverwachte uitgaven.
Aflossen met overwaarde kan alleen via een omweg: overwaarde zit vast in de stenen. Je verzilvert haar bij verkoop, of eerder via een opname die je schuld juist verhoogt. Hoeveel er in jouw huis zit, zie je met de overwaarde-rekenhulp. Wie op leeftijd de overwaarde wil gebruiken om de lasten te dragen, komt uit bij een opeethypotheek, met eigen voorwaarden en risico's.
| Situatie | Extra aflossen op het aflossingsvrije deel? |
|---|---|
| Spaarrente lager dan hypotheekrente en buffer op orde | Meestal gunstig: direct rendement en kleinere restschuld |
| Renteaftrek loopt binnen enkele jaren af | Gunstig: de netto last stijgt straks toch |
| Kleine buffer of dure leningen ernaast | Eerst buffer en dure leningen, dan pas de hypotheek |
| Ook een annuïtair leningdeel met hogere rente | Los eerst af op het deel met de hoogste rente |
Oversluiten met een aflossingsvrij deel
Een aflossingsvrije hypotheek oversluiten naar een andere geldverstrekker kan gewoon, en het overgangsrecht voor de renteaftrek verhuist dan mee zolang het bedrag niet stijgt. Sluit je bij het oversluiten extra bij, dan valt dat nieuwe deel onder de huidige regels: alleen aftrek bij annuïtair of lineair aflossen.
Je hoeft niet alles tegelijk over te sluiten. Alleen het aflossingsvrije deel oversluiten kan als de leningdelen los van elkaar staan, al rekenen sommige geldverstrekkers dan wel de acceptatie over het geheel. Bij hypotheek oversluiten lees je wanneer de boeterente opweegt tegen de lagere rente.
Ook het omzetten van een oude spaarhypotheek naar aflossingsvrij komt veel voor. Je geeft dan de gegarandeerde opbouw in de polis op in ruil voor een lagere maandlast; laat een adviseur eerst doorrekenen wat je daarmee weggooit, want een goed lopende spaarpolis is zelden gratis in te ruilen.
Bijzondere situaties: pensioen, familie en tweede hypotheek
Na pensioen is een aflossingsvrije hypotheek niet verboden, en voor veel gepensioneerden is hij juist passend: de lasten zijn laag en de woning dekt de schuld. De geldverstrekker toetst wel op je pensioeninkomen, en wie vlak voor zijn pensioen zit wordt op beide inkomens beoordeeld. Ruim op tijd regelen scheelt hier veel gedoe.
Ook een familiehypotheek mag aflossingsvrij zijn. Binnen de familie ben je vrij in de vorm, maar dezelfde fiscale regel geldt: zonder verplichte aflossing geen renteaftrek voor de lener. Spreek de looptijd en het aflosmoment schriftelijk af, anders wordt het bij een erfenis onnodig ingewikkeld.
Een tweede hypotheek aflossingsvrij opnemen, bijvoorbeeld voor een verbouwing, kan zolang het totaal binnen het beleid van de geldverstrekker blijft. Houd er rekening mee dat zo'n nieuw deel geen renteaftrek kent, ook niet als je er de woning mee verbetert; dat voordeel is voorbehouden aan een deel dat je verplicht aflost.
Zo pak je een aflopende aflossingsvrije hypotheek aan
Begin vijf tot tien jaar voor de einddatum, dan heb je alle routes nog open.
-
Zoek de einddatum en het overgangsrecht op
Kijk in je hypotheekakte of jaaroverzicht wanneer elk leningdeel afloopt en of het onder het overgangsrecht van vóór 2013 valt. Die twee data bepalen wanneer je netto last stijgt en wanneer de schuld opeisbaar wordt.
-
Breng je situatie op de einddatum in beeld
Schat je inkomen op dat moment in, zeker als je pensioen ervoor of erna valt, en zet je spaargeld en beleggingen ernaast. Zo zie je of terugbetalen, verlengen of herfinancieren realistisch is.
-
Reken de smaken door
Vergelijk doorbetalen, deels aflossen en omzetten naar een annuïtair deel op netto maandlast en restschuld. De maandlasten-rekenhulp zet de vormen naast elkaar.
-
Bel je geldverstrekker voordat die jou belt
Geldverstrekkers schrijven klanten met een aflopende aflossingsvrije hypotheek actief aan. Wie zelf belt, onderhandelt vanuit rust en kan meerdere voorstellen naast elkaar leggen.
-
Leg de gekozen route vast
Zet de afspraak over verlengen, omzetten of aflossen op papier, inclusief de nieuwe einddatum en de rente. Controleer daarna op je jaaroverzicht of de wijziging goed is verwerkt.
Maximale hypotheek
Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek
Check dit voordat je voor aflossingsvrij kiest
Doorgerekend: zo pakt het uit
Halfom: 300.000 euro lenen met de helft aflossingsvrij
Stel, je leent 300.000 euro tegen 4 procent rente: 150.000 euro aflossingsvrij en 150.000 euro annuïtair. Het aflossingsvrije deel kost 150.000 × 4% / 12 = 500 euro rente per maand. Het annuïtaire deel kost 716 euro per maand. Samen betaal je 1.216 euro bruto, tegenover 1.432 euro als je alles annuïtair leent: 216 euro per maand verschil.
Over de renteaftrek: alleen het annuïtaire deel telt mee. In het eerste jaar betaal je daarop ongeveer 5.960 euro rente; tegen 37,56 procent (het maximale tarief in 2026) krijg je daarvan ongeveer 2.239 euro terug, zo'n 187 euro per maand. Netto kost halfom dus ongeveer 1.029 euro. Na dertig jaar resteert een schuld van 150.000 euro, waar je dan een plan voor moet hebben.
De einddatum nadert met 200.000 euro restschuld
Stel, je aflossingsvrije hypotheek van 200.000 euro loopt over acht jaar af en je gaat over vijf jaar met pensioen. Je huis is 420.000 euro waard. Doorrollen bij de geldverstrekker vraagt een toets op je pensioeninkomen; bij 4 procent rente blijft de bruto last 667 euro per maand, zonder renteaftrek als je overgangsrecht dan verlopen is.
Los je de komende acht jaar 1.000 euro per maand extra af, dan haal je 96.000 euro van de schuld en resteert 104.000 euro. Die kleinere lening doorrollen is op een pensioeninkomen zelden een probleem, en je maandrente daalt ondertussen elke maand een beetje mee. De verkoopoptie blijft als vangnet: met 220.000 euro overwaarde is er ruimte, maar dan moet je wel willen verhuizen.
Veelgemaakte fouten
Rekenen met de bruto maandlast alsof die netto is
Op een nieuwe aflossingsvrije lening krijg je geen renteaftrek, op een annuïtaire wel. Wie bruto vergelijkt, overschat het voordeel van aflossingsvrij; netto ligt het verschil een flink stuk kleiner.
Geen plan voor de einddatum
De schuld verdwijnt niet vanzelf. Wie pas in het laatste jaar nadenkt over terugbetalen of verlengen, onderhandelt onder tijdsdruk en met minder opties, zeker na pensioen.
Het overgangsrecht breken bij verhogen of oversluiten
Extra bijlenen op een oude aflossingsvrije hypotheek levert een nieuw leningdeel op onder de huidige regels. Wie dat niet doorheeft, denkt aftrek te hebben die er niet is.
Alles aflossingsvrij willen omdat het mag
Ook als een geldverstrekker meer dan 50 procent accepteert, blijft de vraag of jij op de einddatum kunt terugbetalen. De richtlijn bestaat omdat een volledig aflossingsvrije schuld op leeftijd knelt.
Een goed lopende spaarpolis zomaar inruilen
Bij het omzetten van een spaarhypotheek naar aflossingsvrij geef je gegarandeerde opbouw op. Zonder doorrekening weet je niet wat dat kost, en terugdraaien kan niet.
Veelgestelde vragen
Wat is een aflossingsvrije hypotheek?
Aflossingsvrij betekent dat je tijdens de looptijd alleen rente betaalt en niets aflost. De schuld blijft de hele looptijd gelijk en moet aan het einde in één keer worden terugbetaald, uit spaargeld, uit de verkoopopbrengst of via een nieuwe lening. De maandlast is daardoor de laagste van alle hypotheekvormen.
Mag een aflossingsvrije hypotheek nog, en kun je er nog een afsluiten?
Ja. De vorm is nooit verboden, en je kunt in 2026 gewoon een nieuwe aflossingsvrije hypotheek afsluiten. De twee beperkingen: geldverstrekkers accepteren als richtlijn maximaal 50 procent van de woningwaarde aflossingsvrij, en op een nieuwe aflossingsvrije lening krijg je geen hypotheekrenteaftrek.
Hoeveel aflossingsvrije hypotheek mag je hebben?
Wettelijk is er geen maximum, maar vrijwel alle geldverstrekkers hanteren als acceptatiegrens 50 procent van de marktwaarde van de woning. Daarboven eisen ze een aflossende vorm. Daarnaast begrenst je inkomen het totaal: de normale leennormen gelden ook voor het aflossingsvrije deel.
Is de rente op een aflossingsvrije hypotheek aftrekbaar?
Alleen onder het overgangsrecht: had je de aflossingsvrije lening al op 31 december 2012, dan blijft de rente aftrekbaar, in 2026 tegen maximaal 37,56 procent en per lening hooguit dertig jaar. Voor een nieuwe aflossingsvrije lening geldt geen aftrek; die schuld valt in box 3.
Wat gebeurt er als de aflossingsvrije hypotheek afloopt na 30 jaar?
Op de einddatum is de volledige schuld opeisbaar. Doorgaans wordt zo'n lening afgelost uit de verkoopopbrengst of uit vermogen; de rest kiest tussen terugbetalen uit eigen geld, verkopen en aflossen uit de opbrengst, of verlengen dan wel herfinancieren. Bij verlengen toetst de geldverstrekker je inkomen opnieuw, en de renteaftrek kan tegen die tijd al zijn gestopt. Voor wie de lening niet zou kunnen aflossen én niet kan verlengen, is verkopen de laatste uitweg.
Kun je een aflossingsvrije hypotheek verlengen?
Meestal wel. De geldverstrekker beoordeelt dan of je inkomen de lasten nog draagt, ook na pensioen. Verlengen verandert niets aan de renteaftrek: is de dertigjaarstermijn verstreken, dan betaal je de rente voortaan volledig netto. Begin het gesprek jaren voor de einddatum, dan houd je keuze.
Kun je extra aflossen op een aflossingsvrije hypotheek?
Ja, vrijwillig aflossen mag altijd. De meeste geldverstrekkers staan 10 tot 20 procent van de oorspronkelijke hoofdsom per jaar boetevrij toe; bij het aflopen van de rentevaste periode of bij verkoop is aflossen volledig boetevrij. Elke aflossing verlaagt direct je maandrente en je restschuld op de einddatum.
Extra aflossen op het aflossingsvrije deel of op de annuïteitenhypotheek?
Kies het leningdeel met de hoogste rente; dat levert het meest op. Bij gelijke rente heeft het aflossingsvrije deel meestal de voorkeur: daar staat op de einddatum anders de volledige schuld nog open, en bij een nieuwe lening zonder aftrek betaal je die rente helemaal zelf.
Wat is een gedeeltelijk aflossingsvrije hypotheek?
Een hypotheek die uit meerdere leningdelen bestaat, waarvan één deel aflossingsvrij is en de rest annuïtair of lineair aflost. Vaak is de verdeling ongeveer 50 procent aflossingsvrij. Je combineert zo een lagere maandlast met een schuld die deels wél afneemt.
Kun je alleen het aflossingsvrije deel oversluiten?
Dat kan als de leningdelen juridisch los van elkaar staan en de nieuwe geldverstrekker het accepteert; sommige willen alleen de hele hypotheek overnemen. Het overgangsrecht voor de renteaftrek reist mee zolang je het bedrag niet verhoogt. Laat de boeterente en de kosten meewegen voordat je tekent.
Is een aflossingsvrije hypotheek verstandig na je pensioen?
Voor veel gepensioneerden past de vorm goed: lage lasten en een woning die de schuld ruimschoots dekt. De toets op het pensioeninkomen is wel echt, en zonder renteaftrek stijgt de netto last. Regel verlenging of omzetting daarom ruim voordat je stopt met werken, dan telt je hogere inkomen nog mee.
Kan een familiehypotheek aflossingsvrij zijn?
Ja, binnen de familie bepaal je de vorm zelf. Houd er rekening mee dat de lener zonder verplichte aflossing geen renteaftrek heeft, en leg looptijd, rente en het moment van terugbetalen schriftelijk vast. Dat voorkomt discussie bij een verkoop of een erfenis.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Een nieuwe hypotheek samenstellen, een aflopende aflossingsvrije lening herstructureren of een spaarhypotheek omzetten: dat zijn beslissingen waar een hypotheekadviseur zijn advieskosten, meestal tussen de 1.500 en 3.000 euro, terugverdient. De adviseur kent het acceptatiebeleid per geldverstrekker en rekent het overgangsrecht voor jouw leningdelen precies door. Zelf doorrekenen kan prima als voorbereiding, bijvoorbeeld met de maandlasten-rekenhulp en de gids over hypotheek afsluiten, maar de definitieve keuze tussen vormen en verstrekkers hangt aan jouw inkomen, je pensioendatum en je fiscale situatie. Voor het overgangsrecht bij complexe oude leningdelen is ook de eigen geldverstrekker een logisch eerste loket: die ziet jouw aktes en belt tegenwoordig graag mee over een aflopende aflossingsvrije hypotheek.
Bronnen en controle
- Aftrek hypotheekrente: voorwaarden en overgangsrecht Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Maximaal aftrektarief eigen woning 2026 Rijksoverheid geraadpleegd 22 augustus 2026
- Voorwaarden Nationale Hypotheek Garantie 2026 NHG geraadpleegd 22 augustus 2026
Hypotheektechnisch gecontroleerd 22 augustus 2026
- Overgangsrecht en de dertigjaarstermijn voor renteaftrek getoetst bij de Belastingdienst
- Maandlasten van annuïtair, lineair en aflossingsvrij nagerekend bij 4 procent rente
- De 50-procentrichtlijn benoemd als acceptatiebeleid, niet als wet
- Rekenvoorbeelden doorgerekend tot het eindbedrag
Uitgevoerd door de redactie van dehuisgids.nl aan de hand van de bronnen hierboven. Wij geven algemene informatie en geen persoonlijk advies.
Ons redactionele beleid: hoe we schrijven, controleren en bijwerken