Overbruggingshypotheek: hoe je het gat tussen twee huizen financiert
Een overbruggingshypotheek is een tijdelijke lening op de overwaarde van je huidige woning, zodat je het nieuwe huis kunt betalen voordat het oude is geleverd. Je betaalt alleen rente en lost de hele lening in één keer af zodra je oude woning bij de notaris passeert. Is je huis nog niet verkocht, dan rekenen geldverstrekkers meestal met ongeveer 90 procent van de getaxeerde waarde min je restschuld. De looptijd is doorgaans één tot twee jaar en de rente ligt hoger dan op een gewone hypotheek.
- 90% richtlijn deel van de getaxeerde waarde waarmee wordt gerekend bij een onverkocht huis
- 1 tot 2 jaar gebruikelijk looptijd van een overbruggingshypotheek
- 37,56% 2026 maximale tarief waartegen de overbruggingsrente aftrekbaar is
- 3 jaar wettelijk extra aftrek voor je leegstaande woning na het jaar van verhuizing
Gecontroleerd op augustus 2026
Hoe een overbruggingshypotheek werkt
Een overbruggingshypotheek is een tijdelijke lening op de overwaarde van je huidige woning. Je gebruikt dat geld om je nieuwe huis te betalen in de periode dat je oude huis nog niet bij de notaris is geleverd. Zonder zo'n lening zit je overwaarde vast in stenen tot de dag van de overdracht, en dat is precies het moment waarop je het geld nodig hebt. De overbrugging hoort daarom bij vrijwel elke hypotheek die je afsluit terwijl je vorige woning nog niet is overgedragen.
De lening is aflossingsvrij van opzet: zolang hij loopt betaal je alleen rente, en het hele bedrag wordt in één keer terugbetaald op de dag dat je oude woning passeert. De notaris regelt dat automatisch. Uit de verkoopopbrengst lost hij eerst je oude hypotheek af, daarna de overbrugging, en wat overblijft komt op je rekening.
Hoeveel je kunt overbruggen hangt af van je overwaarde: de waarde van je woning min de hypotheek die er nog op staat. Met de rekenhulp voor je overwaarde zie je hoeveel ruimte er in jouw huis zit. Dat bedrag is het plafond; wat de geldverstrekker er werkelijk van uitleent, hangt af van de vraag of je huis al verkocht is.
Hoeveel je kunt overbruggen bij een verkocht en een onverkocht huis
De status van je oude woning bepaalt met welk bedrag de geldverstrekker rekent. Is het huis verkocht en zijn de ontbindende voorwaarden verstreken, dan staat de opbrengst zo goed als vast. De overbrugging is dan de verkoopprijs min de restschuld van je hypotheek min de verkoopkosten, en veel verstrekkers gaan daar volledig in mee.
Staat het huis nog te koop, dan houden ze een veiligheidsmarge aan. De gangbare rekenregel is ongeveer 90 procent van de getaxeerde marktwaarde min je restschuld. Die tien procent is de buffer voor het geval de woning minder opbrengt dan de taxateur dacht. Sommige verstrekkers rekenen met 85 procent, andere financieren een onverkochte woning helemaal niet. Dat is acceptatiebeleid en geen wet, dus het verschilt per partij en per dossier.
Wat je overbrugt, telt bij de nieuwe woning mee als eigen geld. Je nieuwe hypotheek wordt daardoor lager, wat scheelt in de toets op je inkomen. Hoeveel je met en zonder overbrugging kunt lenen, reken je door bij hypotheek berekenen. De overbruggingsrente telt in de meeste toetsen wel mee als extra last zolang de lening loopt.
| Status van je oude woning | Waarmee de geldverstrekker rekent | Overbrugging bij een woning van € 450.000 met € 250.000 restschuld |
|---|---|---|
| Verkocht, ontbindende voorwaarden verstreken | Verkoopprijs min restschuld min verkoopkosten | Bij een verkoopprijs van € 450.000 en € 5.000 verkoopkosten: € 195.000 |
| Verkocht, ontbindende voorwaarden lopen nog | Meestal hetzelfde bedrag, soms met een extra marge of pas na afloop van de termijn | € 195.000, of tijdelijk minder |
| Nog te koop en recent getaxeerd | Ongeveer 90 procent van de getaxeerde waarde min de restschuld | € 405.000 min € 250.000 is € 155.000 |
| Nog niet in de verkoop | Veel verstrekkers doen dit niet of rekenen met een lager percentage | Vaak geen overbrugging |
Gecontroleerd op rekenvoorbeeld, augustus 2026
Reken niet met je vraagprijs. De geldverstrekker kijkt naar de getaxeerde waarde, en bij een onverkochte woning naar ongeveer 90 procent daarvan. Een verschil van 20.000 euro tussen vraagprijs en taxatie kost je meteen 18.000 euro aan overbruggingsruimte.
De rente en de kosten van een overbrugging
Over een overbruggingshypotheek betaal je alleen rente, en die ligt hoger dan op een gewone hypotheek. De geldverstrekker leent uit op geld dat nog in een onverkocht huis zit en de looptijd is kort, dus het risico is groter. Vaak is het tarief variabel of gekoppeld aan een korte rentevaste periode, zodat het meebeweegt met de markt. Wat de tarieven op dit moment doen, zie je bij hypotheekrente.
Naast rente betaal je eenmalige kosten. Een taxatie van je oude woning is nodig zodra er geen recent rapport ligt, en soms is een aparte hypotheekakte vereist omdat de overbrugging op de oude woning wordt ingeschreven. Loopt de overbrugging via dezelfde geldverstrekker als je nieuwe hypotheek, dan zit hij meestal in hetzelfde dossier en scheelt dat notaris- en advieskosten. Welke posten er verder bij een financiering horen, staat in de gids over de kosten van een hypotheek.
Waaraan je de goedkoopste overbruggingshypotheek herkent
De goedkoopste overbruggingshypotheek is zelden de lening met het laagste rentepercentage. Doorslaggevend is de combinatie van het tarief, de vrijheid om tussentijds boetevrij af te lossen en de kosten van verlenging. Een tarief dat een half procent lager ligt scheelt op 155.000 euro ongeveer 65 euro per maand, terwijl een verlenging waarvoor je opnieuw moet laten taxeren dat voordeel in acht maanden weer opeet.
Vergelijk bovendien het pakket en niet het losse onderdeel. Veel geldverstrekkers geven een scherpere overbruggingsrente aan klanten die ook de nieuwe hypotheek bij hen onderbrengen, en een iets hogere hypotheekrente maakt dat voordeel ongemerkt ongedaan. Zet de totale kosten over de verwachte looptijd naast elkaar; hoe je tarieven onderling weegt lees je bij hypotheekrente vergelijken.
| Post | Orde van grootte in 2026 | Wanneer je het betaalt |
|---|---|---|
| Overbruggingsrente | Bij € 155.000 en 4,5 procent rente: € 581 per maand | Elke maand zolang de lening loopt |
| Taxatie van je huidige woning | Ongeveer € 500 | Bij de aanvraag, als er geen recent rapport is |
| Notariskosten voor een extra hypotheekakte | Ongeveer € 600 | Bij het passeren, alleen bij een aparte inschrijving |
| Inschrijving bij het Kadaster | € 103,50 | Bij het passeren van de akte |
| Advies en bemiddeling voor de hele financiering | Ongeveer € 2.500 | Bij het afsluiten van de hypotheek |
| Bereidstellingsprovisie | Een percentage per maand dat de offerte langer geldig blijft | Als het traject uitloopt over de geldigheidsduur |
Gecontroleerd op augustus 2026
Wanneer je een overbrugging nodig hebt en wanneer niet
Je hebt een overbrugging nodig zodra je het nieuwe huis moet betalen voordat het geld van het oude binnen is. Dat speelt bij iedereen die eerst koopt en daarna verkoopt, en ook bij wie al verkocht heeft maar voor de oude woning een latere leverdatum heeft afgesproken. Het gat kan een paar dagen duren of anderhalf jaar; de lening werkt hetzelfde, alleen de kosten lopen uiteen.
Verkoop je eerst en koop je daarna, dan is een overbrugging in de regel overbodig. Je weet precies hoeveel overwaarde je hebt en je onderhandelt zonder tijdsdruk, met als prijs dat je mogelijk tijdelijk moet huren. Wie eerst koopt, kan proberen een voorbehoud van verkoop van de eigen woning in de koopovereenkomst te krijgen. Verkopers accepteren dat op een krappe markt zelden, en het staat los van het gebruikelijke voorbehoud van financiering.
Bij nieuwbouw ligt het anders, omdat je in bouwtermijnen betaalt en de grond meestal als eerste. De overbrugging loopt dan langer door terwijl de termijnen zich opstapelen. Reken die periode ruim: een bouwtijd van achttien maanden met een oude woning die pas aan het eind verkoopt, kost fors meer rente dan de standaardlooptijd van een jaar.
| Situatie | Overbrugging nodig? |
|---|---|
| Je koopt eerst en levert je oude woning maanden later | Ja, tenzij je genoeg spaargeld hebt om het gat zelf te dichten |
| Beide leveringen vallen op dezelfde dag bij dezelfde notaris | Nee, de opbrengst stroomt direct door; houd wel een buffer voor uitloop |
| Je verkoopt eerst en huurt tijdelijk iets | Nee, de overwaarde staat op je rekening voordat je koopt |
| Je huidige woning heeft geen of nauwelijks overwaarde | Nee, er valt niets te overbruggen; je hebt eigen geld nodig |
| Nieuwbouw met bouwtermijnen terwijl je oude huis nog te koop staat | Meestal wel, en vaak voor een langere periode dan een jaar |
Renteaftrek, de verhuisregeling en de bijleenregeling
Zolang de overbrugging dient om je eigen woning te financieren, is de rente onder de gebruikelijke voorwaarden aftrekbaar, in 2026 tegen maximaal 37,56 procent. Dat de lening aflossingsvrij loopt is hier geen bezwaar: je betaalt hem in één keer terug bij de levering, en daarmee sneller dan het annuïtaire schema dat de wet als minimum vraagt. Bij een echte aflossingsvrije hypotheek pakt dat anders uit, want daar blijft de schuld dertig jaar staan. Sleept de overbrugging jaren aan, laat dan controleren of de aftrek nog van toepassing is.
Voor je oude woning geldt de verhuisregeling. Staat die leeg en te koop, dan blijft de rente aftrekbaar in het jaar van de verhuizing en de drie kalenderjaren daarna. Over die leegstaande woning geef je geen eigenwoningforfait op. Verhuur je haar in de tussentijd om de lasten te dragen, dan vervalt de aftrek en verhuist de woning naar box 3, ook als je haar later weer te koop zet.
Na de verkoop komt de bijleenregeling in beeld. De winst op je oude woning wordt je eigenwoningreserve, en over het deel van je nieuwe hypotheek dat daarboven uitkomt krijg je geen renteaftrek. Wie de hele overwaarde in het nieuwe huis stopt, merkt daar niets van. Wie na het aflossen van de overbrugging geld overhoudt, wel; extra aflossen op de nieuwe hypotheek is dan meestal de nette oplossing.
Los het bedrag dat na de verkoop overblijft af op je nieuwe hypotheek. Je verkleint daarmee precies het deel van je schuld waarover je geen rente mag aftrekken, en je maandlast daalt mee.
Als je oude huis niet verkocht raakt
Een overbrugging heeft een einddatum, meestal na twaalf of vierentwintig maanden. Is je huis dan nog niet verkocht, dan moet de lening worden verlengd of afgelost, en aflossen kan op dat moment alleen uit eigen geld. Verlengen kan bij de meeste geldverstrekkers wel, maar zelden automatisch: ze vragen een actuele taxatie, kijken opnieuw naar je inkomen en rekenen soms een renteopslag.
De echte rekensom is die tussen wachten en de vraagprijs verlagen. Elke maand extra kost je de overbruggingsrente plus de dubbele woonlasten van twee huizen. Bij een overbrugging van 155.000 euro tegen 4,5 procent is dat alleen al 581 euro rente per maand, dus zes maanden langer wachten kost ruim 3.400 euro, nog zonder de gemeentelijke lasten, de verzekering en de energie voor het lege huis. Een prijsverlaging van 10.000 euro die het huis binnen een maand verkoopt, kan daarmee goedkoper uitvallen dan een half jaar doorbetalen.
Zakt de opbrengst onder het bedrag van je restschuld plus de overbrugging, dan moet je het verschil bij de notaris bijleggen. Daar is de marge van 90 procent voor bedoeld, en het is de reden om een buffer aan te houden zolang de lening loopt. Hoe zo'n tijdelijke financiering is opgebouwd en welke voorwaarden er in de offerte staan, lees je bij overbruggingskrediet.
Zet de einddatum van de overbrugging in je agenda met drie maanden marge. Wie pas in de laatste weken om verlenging vraagt, onderhandelt vanuit een zwakke positie en betaalt de opslag die de geldverstrekker noemt.
Een losse overbrugging en een overbrugging zonder hypotheek
Een losse overbruggingshypotheek is een overbrugging bij een andere partij dan de geldverstrekker van je nieuwe hypotheek. Dat kan, al is het aanbod klein: de meeste verstrekkers geven een overbrugging alleen aan klanten die ook de nieuwe hypotheek bij hen afsluiten, omdat zij dan het hele plaatje zien. Wie toch losse financiering zoekt, komt vaak uit bij een consumptief krediet met een hogere rente en een kortere looptijd.
Alleen een overbrugging afsluiten zonder nieuwe hypotheek komt ook voor: je koopt het volgende huis volledig met de overwaarde van het oude en hebt verder niets nodig. Ook dan gelden de rekenregels van de geldverstrekker en wordt de lening bij de levering van je oude woning afgelost. Niet elke partij doet zo'n op zichzelf staande lening, dus vraag dat na voordat je een bod uitbrengt.
De term overbruggingshypotheek zonder hypotheek betekent meestal iets anders: je huidige huis is al afbetaald. Er gaat dan geen restschuld van de waarde af, dus kun je bij een onverkocht huis tot ongeveer 90 procent van de getaxeerde waarde overbruggen. Op een woning van 400.000 euro is dat 360.000 euro, in veel gevallen genoeg om het nieuwe huis zonder blijvende hypotheek te kopen.
Een overbruggingshypotheek voor ouderen
Voor ouderen verloopt een overbrugging vaak soepel, juist omdat de huidige woning weinig of geen hypotheek meer draagt en de overwaarde groot is. De toets gaat wel over je inkomen na pensionering, en dat ligt doorgaans lager dan je laatste salaris. De geldverstrekker kijkt daarbij of je de dubbele lasten kunt dragen wanneer de verkoop tegenzit, want een vast pensioeninkomen heeft minder rek.
Een wettelijke leeftijdsgrens bestaat niet, maar sommige partijen hanteren een maximumleeftijd op de einddatum of geven alleen een kortere looptijd. Wie van een eengezinswoning naar een gelijkvloerse woning verhuist, doet er verstandig aan die voorwaarden al voor het bod op tafel te hebben. Met een korte looptijd en een woning die traag verkoopt loop je anders klem.
Alternatieven voor een overbruggingshypotheek
De goedkoopste route is er geen nodig hebben. Dat lukt wanneer de levering van je oude en je nieuwe woning op dezelfde dag plaatsvindt bij dezelfde notaris: de opbrengst van het ene huis betaalt dan direct het andere. Er zit geen speling in, dus houd rekening met een paar dagen rente als een van beide overdrachten uitloopt.
Eigen geld is de tweede route. Wie genoeg spaargeld heeft om het gat te dichten, betaalt geen rente en heeft geen extra toets nodig; het geld komt terug zodra de oude woning is geleverd. Een familiehypotheek of een tijdelijke lening van familie werkt vergelijkbaar, mits je rente, looptijd en het moment van terugbetalen schriftelijk vastlegt.
Blijft er een gat, dan gaat het om de vorm van de financiering. Een verhoging van de hypotheek op je oude woning kan soms voordeliger zijn dan een aparte overbrugging, en een ruimere annuïteitenhypotheek op het nieuwe huis met later extra aflossen is eveneens een route, zolang je inkomen die hogere lening draagt. Welke variant het gunstigst uitpakt, hangt af van de tarieven op het moment van je aanvraag en van hoelang je verwacht met twee huizen te zitten.
Zo regel je een overbruggingshypotheek
Begin voordat je een bod uitbrengt, want het bedrag dat je kunt overbruggen bepaalt hoe ver je kunt gaan.
-
Laat je huidige woning taxeren
De geldverstrekker rekent met de getaxeerde marktwaarde, niet met je vraagprijs en niet met de WOZ-waarde. Ligt er geen rapport van de laatste maanden, dan is een nieuwe taxatie nodig: reken op ongeveer 500 euro in 2026 en op een week of twee doorlooptijd.
-
Reken uit hoeveel overwaarde je vrij kunt maken
Trek je restschuld van de waarde af en houd bij een onverkocht huis 90 procent van die waarde aan. Zoek je restschuld op je laatste jaaroverzicht op, want die ligt na jaren aflossen lager dan het bedrag in je akte. De uitkomst bepaalt hoeveel je op het nieuwe huis kunt bieden.
-
Vraag de overbrugging en de nieuwe hypotheek in één keer aan
Bij dezelfde geldverstrekker gaan beide leningen in één dossier, vaak in één akte en met één adviestraject. Dat scheelt notaris- en advieskosten en voorkomt dat twee partijen op elkaar wachten. De acceptatie duurt doorgaans twee tot zes weken.
-
Zet de dubbele lasten voor de hele periode op papier
Tel de nieuwe maandlast, je oude hypotheek en de overbruggingsrente bij elkaar op en kijk of je dat twaalf maanden volhoudt. De maandlasten-rekenhulp rekent de nieuwe hypotheek voor je door; de overbruggingsrente is het geleende bedrag maal het rentepercentage, gedeeld door twaalf.
-
Leg looptijd, verlenging en boetevrij aflossen vast
Vraag voor het tekenen wat er gebeurt als je woning na twaalf maanden nog te koop staat, wat verlengen kost en of je tussentijds boetevrij mag aflossen. Een hypotheekadviseur haalt die voorwaarden bij meerdere verstrekkers op, want ze staan zelden op een website.
-
Los af bij de levering van je oude woning
De notaris lost uit de verkoopopbrengst eerst je oude hypotheek af en daarna de overbrugging. Controleer op de nota van afrekening de renteberekening tot de leveringsdatum en de royementskosten voor het doorhalen van de oude hypotheekinschrijving.
Maximale hypotheek
Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek
Check dit voordat je een overbrugging afsluit
Doorgerekend: zo pakt het uit
Kopen terwijl je huis nog te koop staat
Stel, je huidige woning is getaxeerd op 450.000 euro en er staat nog 250.000 euro hypotheek op. Het huis staat te koop maar is niet verkocht, dus rekent de geldverstrekker met 90 procent van de waarde: 405.000 euro min 250.000 euro geeft een overbrugging van 155.000 euro. Je koopt een woning van 550.000 euro en brengt die 155.000 euro in als eigen geld, waardoor je 395.000 euro hypotheek nodig hebt.
Zolang beide huizen van jou zijn, lopen drie lasten door. De nieuwe hypotheek van 395.000 euro kost annuïtair bij 4 procent rente 1.886 euro per maand. De overbrugging kost tegen 4,5 procent 581 euro rente. Je oude annuïteitenhypotheek met nog achttien jaar te gaan kost 1.626 euro, waarvan 833 euro rente. Samen is dat 4.093 euro bruto per maand.
Van dat bedrag is 2.731 euro rente, die je tegen maximaal 37,56 procent (2026) mag aftrekken: ongeveer 1.026 euro terug per maand. Netto kost de tussenperiode je dus ongeveer 3.067 euro per maand, plus de gemeentelijke lasten en de energie van twee woningen.
De verkoop rond na zeven maanden
Stel, hetzelfde huis verkoopt na zeven maanden voor 440.000 euro. Aan overbruggingsrente ben je dan 7 maal 581 euro kwijt, dus 4.069 euro. Na 4.400 euro courtage (1 procent) blijft er 435.600 euro over. Je restschuld is inmiddels gezakt tot ongeveer 244.400 euro, zodat de notaris na aflossing 191.200 euro overhoudt. Daarvan gaat 155.000 euro naar de overbrugging en houd je 36.200 euro over.
Die 36.200 euro is niet zomaar vrij besteedbaar. Je eigenwoningreserve is 191.200 euro, dus met alleen de koopsom van 550.000 euro als grondslag mag je eigenwoningschuld hooguit 358.800 euro zijn, terwijl je hypotheek 395.000 euro is. Over het verschil van 36.200 euro krijg je geen renteaftrek, wat bij 4 procent rente neerkomt op 1.448 euro per jaar die je volledig zelf betaalt. Los je precies dat bedrag af, dan is het probleem weg en daalt je maandlast met ongeveer 173 euro.
Verlengen omdat het huis blijft staan
Stel, dezelfde overbrugging van 155.000 euro loopt na twaalf maanden af en het huis is nog niet verkocht. Je vraagt zes maanden verlenging aan. Dat kost 6 maal 581 euro aan rente, dus 3.488 euro, plus ongeveer 500 euro voor de hertaxatie die de geldverstrekker vraagt (2026), en soms een renteopslag daarbovenop.
Verkoopt het huis na achttien maanden voor 390.000 euro, dan blijft na 3.900 euro courtage 386.100 euro over. Je restschuld is dan gezakt tot ongeveer 235.400 euro, zodat er 150.700 euro overblijft voor een overbrugging van 155.000 euro. Je legt dus 4.300 euro uit eigen geld bij, boven op de 10.463 euro aan overbruggingsrente over die achttien maanden. Dat is het scenario waarvoor je een buffer aanhoudt.
Veelgemaakte fouten
Rekenen met de vraagprijs in plaats van de taxatiewaarde
Je bod op het nieuwe huis baseer je op de overbrugging die je krijgt, en die volgt uit de taxatie. Wie zijn vraagprijs als uitgangspunt neemt, overschat zijn ruimte al snel met tienduizenden euro's en moet het verschil op het laatste moment uit eigen geld halen.
De restschuld en de verkoopkosten uit de som laten
Overwaarde is de waarde min de hypotheek die er nog op staat, en bij een verkocht huis gaan ook de courtage van de makelaar en de kosten voor foto's en energielabel er nog af. Reken je bruto, dan valt de overbrugging duizenden euro's lager uit dan je dacht.
De dubbele lasten alleen bruto bekijken
Twee hypotheken en een overbrugging naast elkaar zien er bruto dramatisch uit, en netto valt het door de renteaftrek een stuk lager uit. Andersom werkt het ook: wie alleen op de netto last let, vergeet dat het geld eerst van je rekening af moet en pas via de aangifte of een voorlopige aanslag terugkomt.
Het lege huis verhuren om de lasten te dragen
Zodra je de leegstaande woning verhuurt, vervalt de verhuisregeling. De rente is dan niet meer aftrekbaar en de woning verhuist naar box 3, ook als de huurder er maar een paar maanden zit. Bij een hypotheekrente van enkele honderden euro's per maand kost dat meer dan de huur oplevert.
Aannemen dat de overbrugging onder de Nationale Hypotheek Garantie valt
De borgstelling hoort bij de hypotheek op je nieuwe woning en niet bij een tijdelijke lening op je oude. Wie ervan uitgaat dat een tegenvallende verkoop wordt opgevangen, komt bedrogen uit: een tekort bij de notaris betaal je zelf.
De einddatum laten naderen zonder verlenging te regelen
Een overbrugging is niet stilzwijgend eeuwig. Loopt de termijn af zonder afspraak, dan kan de geldverstrekker de lening opeisen op een moment dat je huis nog te koop staat. Vraag verlenging drie maanden van tevoren aan, dan is er nog tijd om alternatieven te bekijken.
Veelgestelde vragen
Wat is een overbruggingshypotheek?
Een overbruggingshypotheek is een tijdelijke lening op de overwaarde van je huidige woning, bedoeld om de periode te overbruggen tussen de aankoop van je nieuwe huis en de levering van je oude. Je betaalt alleen rente en lost het hele bedrag in één keer af zodra de oude woning bij de notaris passeert.
Hoe werkt een overbruggingshypotheek in de praktijk?
De geldverstrekker bepaalt op basis van de taxatie en je restschuld hoeveel overwaarde je vrij mag maken. Dat bedrag komt bij de aankoop van je nieuwe woning op de rekening van de notaris en telt daar als eigen geld. Zolang de lening loopt betaal je maandelijks rente. Bij de levering van je oude huis lost de notaris eerst de oude hypotheek af en daarna de overbrugging, en het restant komt op je eigen rekening.
Wanneer heb je een overbruggingshypotheek nodig?
Zodra je het nieuwe huis moet betalen voordat het geld van het oude beschikbaar is. Dat is bijna altijd zo wanneer je eerst koopt en daarna verkoopt, en ook wanneer je woning wel verkocht is maar later wordt geleverd dan je nieuwe huis. Vallen beide leveringen op dezelfde dag, dan heb je hem niet nodig: de opbrengst stroomt dan direct door bij de notaris.
Hoeveel kun je overbruggen als je huis nog niet verkocht is?
De meeste geldverstrekkers rekenen met ongeveer 90 procent van de getaxeerde marktwaarde min je restschuld. Bij een woning van 450.000 euro met 250.000 euro hypotheek komt dat neer op 155.000 euro. Sommige partijen houden 85 procent aan en enkele financieren een onverkochte woning helemaal niet, dus het loont om meerdere aanbieders te laten vergelijken voordat je een bod uitbrengt.
Wat kost een overbruggingshypotheek per maand?
Je betaalt alleen rente, en die reken je uit door het geleende bedrag te vermenigvuldigen met het rentepercentage en te delen door twaalf. Bij 155.000 euro en 4,5 procent is dat 581 euro per maand. Daar komen eenmalige kosten bij, zoals een taxatie van ongeveer 500 euro in 2026 en soms notariskosten voor een extra hypotheekakte.
Waaraan herken je de goedkoopste overbruggingshypotheek?
Niet aan het laagste rentepercentage alleen. Kijk naar het tarief, de kosten van verlenging, de mogelijkheid om tussentijds boetevrij af te lossen en naar het tarief van de nieuwe hypotheek bij dezelfde partij. Een half procent lagere rente scheelt op 155.000 euro ongeveer 65 euro per maand, terwijl een dure verlenging of een hogere hypotheekrente dat voordeel zo wegneemt.
Is de rente van een overbruggingshypotheek aftrekbaar?
Zolang de lening dient om je eigen woning te financieren, is de rente onder de gebruikelijke voorwaarden aftrekbaar, in 2026 tegen maximaal 37,56 procent. Dat de lening aflossingsvrij is vormt geen belemmering, omdat je hem in één keer terugbetaalt bij de verkoop. Voor je oude, leegstaande woning geldt de verhuisregeling: de rente daarover blijft aftrekbaar in het jaar van verhuizing en de drie kalenderjaren daarna.
Kun je een overbruggingshypotheek verlengen?
Meestal wel, maar het gaat niet vanzelf. De geldverstrekker vraagt vaak een actuele taxatie, beoordeelt opnieuw of je de lasten draagt en rekent soms een renteopslag. Vraag verlenging drie maanden voor de einddatum aan; wie wacht tot de laatste weken heeft geen tijd meer om naar een andere oplossing te kijken en accepteert daardoor slechtere voorwaarden.
Wat als je oude huis niet verkocht raakt voordat de overbrugging afloopt?
Dan verleng je de lening, los je hem af uit eigen geld, of je verlaagt de vraagprijs zodat het huis alsnog verkoopt. Reken die keuze door: zes maanden langer wachten kost bij een overbrugging van 155.000 euro ruim 3.400 euro aan rente, plus de doorlopende lasten van twee woningen. Een prijsverlaging kan dan goedkoper uitpakken dan doorbetalen.
Kun je een losse overbruggingshypotheek bij een andere geldverstrekker afsluiten?
Dat kan, maar het aanbod is beperkt. De meeste geldverstrekkers verstrekken een overbrugging alleen in combinatie met de nieuwe hypotheek, omdat ze dan het hele dossier beoordelen. Wie een losse overbrugging zoekt, komt vaak uit bij een consumptief krediet met een hogere rente, een kortere looptijd en strengere voorwaarden voor de aflossing.
Kun je alleen een overbrugging afsluiten, zonder hypotheek op het nieuwe huis?
Ja, dat komt voor bij mensen die het volgende huis volledig uit de overwaarde van het oude betalen. Je sluit dan alleen de tijdelijke lening af, die bij de levering van je oude woning wordt afgelost. Niet iedere partij biedt zo'n op zichzelf staande lening aan, dus vraag dit na voordat je een bod uitbrengt op een woning.
Kunnen ouderen een overbruggingshypotheek krijgen?
Ja, en vaak eenvoudiger dan gedacht, omdat de huidige woning van ouderen meestal weinig hypotheek meer draagt en de overwaarde groot is. De geldverstrekker toetst wel je inkomen na pensionering en kijkt of je de dubbele lasten aankunt bij een trage verkoop. Een wettelijke leeftijdsgrens bestaat niet, maar sommige partijen hanteren een maximumleeftijd op de einddatum of geven alleen een kortere looptijd.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Een financiering rond twee woningen is precies het geval waarin een adviseur zijn geld opbrengt. Geldverstrekkers verschillen sterk in het percentage waarmee ze een onverkochte woning waarderen, in de vraag of ze een losse overbrugging doen en in wat verlengen kost, en die verschillen staan nergens op hun websites. Reken op ongeveer 2.500 euro voor advies en bemiddeling over de hele financiering in 2026, en op meer wanneer er twee inkomens, een onderneming of een naderende pensioendatum in het spel zijn. Wat je van zo'n gesprek mag verwachten staat bij hypotheekadvies, en waar je op let bij het kiezen van een partij bij het kiezen van een hypotheekadviseur. Voor de fiscale kant, met name de bijleenregeling en de verhuisregeling, is een belastingadviseur of de Belastingdienst het juiste loket: de rekenregels liggen vast, maar de volgorde van je verkoop en aankoop bepaalt hoe ze uitpakken.