Kosten zonnepanelen: de prijs per set, per paneel en per wattpiek
Een complete set van tien zonnepanelen kost in 2026 ongeveer 3.800 euro inclusief omvormer, montagemateriaal en installatie. Dat is 0,86 euro per wattpiek en zo'n 380 euro per paneel. Over de aanschaf en installatie op een woning betaal je sinds 2023 geen btw, en een landelijke subsidie op zonnepanelen bestaat er niet. Reken naast de aanschaf op een omvormer die na tien tot vijftien jaar 700 tot 1.400 euro vervanging kost; over vijfentwintig jaar komt je eigen stroom daarmee uit op ongeveer 5 cent per kilowattuur.
- € 3.800 2026 complete set van tien panelen inclusief montage
- € 0,86 2026 prijs per wattpiek bij een set van tien
- 0% sinds 2023 btw op panelen en installatie bij een woning
- € 700 tot € 1.400 2026 omvormer vervangen na tien tot vijftien jaar
- ± 5 cent 2026 kostprijs van je eigen stroom per kWh over 25 jaar
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat zonnepanelen kosten in 2026
Een set van tien zonnepanelen kost in 2026 ongeveer 3.800 euro, inclusief omvormer, montagemateriaal, arbeid en aansluiting in de meterkast. Dat is zo'n 380 euro per paneel en 0,86 euro per wattpiek. Wie kleiner begint betaalt per paneel meer, want de vaste posten van een installatie komen altijd terug: de omvormer, het voorrijden, het aansluitwerk en de aanmelding. De rest van de aanschaf staat bij zonnepanelen kopen; hier gaan we door op de bedragen.
De prijs per wattpiek is de enige eerlijke vergelijkmaat tussen offertes. Deel de totaalprijs door het opgetelde vermogen van de panelen en je ziet meteen of een aanbieder in de markt zit. In 2026 ligt die prijs bij woninginstallaties tussen ruwweg 0,80 en 1,20 euro per wattpiek inclusief montage; bij vier of vijf panelen loopt hij op tot boven de euro, bij twintig panelen zakt hij richting 0,80. Het is ook de handigste maat om de actuele prijs van zonnepanelen te volgen, want die verandert per jaar terwijl de setgroottes hetzelfde blijven.
De tabel hieronder rekent met panelen van 440 wattpiek, het formaat dat installateurs in 2026 het meest leggen, en met een schuin pannendak zonder bijzonderheden. De opbrengst is gerekend met 0,87 kWh per wattpiek per jaar, wat een gunstig gelegen dak in Nederland haalt. Op een oost-westdak of met schaduw ligt de opbrengst lager, terwijl de prijs hetzelfde blijft. Bij zes, acht, tien of twaalf stuks geldt hetzelfde: de prijs per paneel zakt naarmate de set groter wordt.
| Aantal panelen | Vermogen | Prijs inclusief montage | Prijs per wattpiek | Opbrengst per jaar |
|---|---|---|---|---|
| 4 zonnepanelen | 1.760 Wp | ± € 2.000 | € 1,14 | ± 1.500 kWh |
| 5 zonnepanelen | 2.200 Wp | ± € 2.300 | € 1,05 | ± 1.900 kWh |
| 6 zonnepanelen | 2.640 Wp | ± € 2.600 | € 0,98 | ± 2.300 kWh |
| 7 zonnepanelen | 3.080 Wp | ± € 2.900 | € 0,94 | ± 2.700 kWh |
| 8 zonnepanelen | 3.520 Wp | ± € 3.200 | € 0,91 | ± 3.100 kWh |
| 9 zonnepanelen | 3.960 Wp | ± € 3.500 | € 0,88 | ± 3.400 kWh |
| 10 zonnepanelen | 4.400 Wp | ± € 3.800 | € 0,86 | ± 3.800 kWh |
| 11 zonnepanelen | 4.840 Wp | ± € 4.100 | € 0,85 | ± 4.200 kWh |
| 12 zonnepanelen | 5.280 Wp | ± € 4.400 | € 0,83 | ± 4.600 kWh |
| 15 zonnepanelen | 6.600 Wp | ± € 5.400 | € 0,82 | ± 5.700 kWh |
| 16 zonnepanelen | 7.040 Wp | ± € 5.700 | € 0,81 | ± 6.100 kWh |
| 17 zonnepanelen | 7.480 Wp | ± € 6.100 | € 0,82 | ± 6.500 kWh |
| 18 zonnepanelen | 7.920 Wp | ± € 6.400 | € 0,81 | ± 6.900 kWh |
| 20 zonnepanelen | 8.800 Wp | ± € 7.000 | € 0,80 | ± 7.700 kWh |
| 24 zonnepanelen | 10.560 Wp | ± € 8.200 | € 0,78 | ± 9.200 kWh |
| 30 zonnepanelen | 13.200 Wp | ± € 10.000 | € 0,76 | ± 11.500 kWh |
| 40 zonnepanelen | 17.600 Wp | ± € 13.000 | € 0,74 | ± 15.300 kWh |
| 50 zonnepanelen | 22.000 Wp | ± € 16.000 | € 0,73 | ± 19.100 kWh |
Gecontroleerd op augustus 2026, panelen van 440 wattpiek, opbrengst 0,87 kWh per wattpiek
Rond de twintig panelen loopt een gewone eenfase-aansluiting vast. Liander rekent voor een aansluiting van 1x35 ampère met 8 kW en voor 1x40 ampère met 9 kW, en de omvormer mag die hoofdzekering maar voor een deel belasten; in de praktijk past er zo'n 8 kW omvormer op, oftewel ruwweg 8.800 wattpiek aan panelen. Daarboven moet de omvormer naar drie fasen en soms moet de aansluiting worden verzwaard. Dat is werk van de netbeheerder, met eigen tarieven en wachttijden, en het staat zelden in de offerte van de installateur.
Waar de prijs van een offerte uit bestaat
Het paneel zelf is de kleinste post in een offerte van 2026. Bij een set van tien gaat ongeveer een derde van het bedrag naar de panelen, een kwart naar de omvormer en de rest naar montagemateriaal, arbeid en elektra. Wie alleen op de merknaam van het paneel let, vergelijkt dus op een minderheid van de rekening.
De omvormer verdient de meeste aandacht, want daar zitten de grootste prijsverschillen en de kortste levensduur. Een string-omvormer is het goedkoopst, optimizers of micro-omvormers kosten 60 tot 160 euro per paneel extra in 2026 en zijn alleen hun geld waard bij schaduw of bij panelen op verschillende dakvlakken. Wat de verschillende types kosten en hoe lang ze meegaan, staat bij wat een omvormer voor zonnepanelen kost.
Vraag elke offerte met dezelfde posten op papier: merk en vermogen van de panelen, merk en vermogen van de omvormer, het montagesysteem, het arbeidsloon, de bekabeling en de aansluiting. Een offerte die alleen een totaalbedrag noemt, kun je nergens mee vergelijken.
| Post in de offerte | Bedrag bij tien panelen | Waar het verschil in zit |
|---|---|---|
| Panelen (10 × 440 Wp) | € 1.100 tot € 1.500 | Merk, rendement en garantietermijn; glas-glas panelen liggen hoger |
| Omvormer | € 700 tot € 1.100 | Een string-omvormer is het goedkoopst, micro-omvormers het duurst |
| Montagemateriaal | € 300 tot € 500 | Dakhaken, rails en klemmen; op een plat dak komen frames en ballast erbij |
| Installatie en arbeid | € 800 tot € 1.200 | Twee monteurs, doorgaans één werkdag |
| Bekabeling en aansluiting in de meterkast | € 150 tot € 300 | Meer bij een lange kabelweg of een extra groep |
| Totaal | ± € 3.800 | Schuin pannendak, geen steiger nodig |
Gecontroleerd op augustus 2026, marktindicaties voor een woninginstallatie
Laat elke offerte de prijs per wattpiek noemen, of reken hem zelf uit. Zo vergelijk je acht panelen van 400 wattpiek eerlijk met zes panelen van 550 wattpiek, en zie je binnen een minuut welke aanbieder er bovenuit steekt.
Wat één zonnepaneel kost en wat je per vierkante meter betaalt
Een los paneel van 440 wattpiek kost in 2026 grofweg 110 tot 150 euro aan materiaal. In een complete installatie betaal je er ongeveer 380 euro voor, want daar zit de omvormer, het montagemateriaal en het werk in. Dat verschil verklaart waarom een prijs per stuk zonder context weinig zegt: een paneel op een webshop en een paneel op je dak zijn twee verschillende producten. Losse panelen bijkopen kan, maar dan regel je de omvormer, de montage en de aanmelding bij de netbeheerder zelf.
Per vierkante meter paneel komt dat neer op ongeveer 190 euro inclusief montage, want een paneel van 440 wattpiek meet ongeveer 1,72 bij 1,13 meter en beslaat dus bijna 2 m². Zwaardere panelen van 500 of 550 wattpiek zijn iets groter, maar leveren per vierkante meter meer op, waardoor de prijs per wattpiek nauwelijks verschilt. Oudere formaten van 375 of 400 Wp duiken nog op in restpartijen; het montagewerk eraan is even duur, dus per wattpiek betaal je meer.
Panelen bijplaatsen op een bestaande installatie kost 250 tot 400 euro per paneel, zolang de omvormer nog ruimte heeft. Zit die al aan zijn maximum, dan komt er een tweede omvormer bij of moet de bestaande eruit, en loopt de rekening met 700 tot 1.400 euro op. Wie maar één of twee panelen wil, en liever niemand op het dak heeft, komt eerder uit bij een zonnepaneel met stekker dat je zelf in het stopcontact steekt.
| Wat je koopt | Prijs in 2026 | Wat er inbegrepen is |
|---|---|---|
| Los paneel van 440 wattpiek | € 110 tot € 150 | Alleen het paneel, geen omvormer en geen montage |
| Paneel binnen een set van tien | ± € 380 | Aandeel in omvormer, montagemateriaal, arbeid en aansluiting |
| Paneel binnen een set van vier | ± € 500 | Dezelfde vaste kosten verdeeld over minder panelen |
| Paneel binnen een set van twintig | ± € 350 | Schaalvoordeel op arbeid en omvormer |
| Per m² paneel | ± € 190 | Inclusief montage, bij een set van tien panelen |
| Bijplaatsen op een bestaande omvormer | € 250 tot € 400 per paneel | Alleen als de omvormer nog ruimte heeft |
Gecontroleerd op augustus 2026
Meerkosten die pas in de tweede offerte opduiken
Wat het aanleggen van zonnepanelen kost, hangt na de setgrootte vooral van je dak af. De richtprijzen hierboven gelden voor een schuin pannendak dat vanaf een ladder bereikbaar is. Wijkt jouw dak daarvan af, dan komen er posten bij die in 2026 tien tot dertig procent op de rekening kunnen zetten. Ze zijn geen verrassing voor de installateur, alleen wel voor de klant die op een richtprijs uit een advertentie afging.
Op een plat dak liggen de panelen in opstelframes met ballast, en die ballast moet het dak dragen. Soms is een constructieberekening nodig voordat er iets op mag; hoe dat werkt en wat het aan opbrengst scheelt, staat bij zonnepanelen op een plat dak. Een sedumdak vraagt een verhoogde opstelling, zodat de beplanting eronder door kan blijven groeien en de panelen niet in de schaduw van hun eigen begroeiing komen.
De meeste discussie ontstaat over het dak zelf. Panelen gaan vijfentwintig jaar mee, dus een dakbedekking die over vijf jaar toe is aan vervanging leg je beter eerst opnieuw. Twijfel je aan de staat van het dak, dan geeft een bouwkundige keuring voor een paar honderd euro uitsluitsel (2026), en dat is goedkoper dan panelen die er over vijf jaar weer af moeten.
| Situatie | Meerkosten in 2026 | Waarom |
|---|---|---|
| Steiger of hoogwerker nodig | € 200 tot € 600 | Hoog dak, slecht bereikbaar of werk boven de openbare weg |
| Leien, riet of een oud pannendak | € 20 tot € 60 per paneel | Andere dakhaken en voorzichtiger werken |
| Plat dak met frames en ballast | € 30 tot € 80 per paneel | Opstelframes en tegels tegen windbelasting |
| Sedumdak of ander groendak | € 30 tot € 90 per paneel | Verhoogde opstelling boven de beplanting |
| Extra groep in de meterkast | € 150 tot € 300 | Nodig als er geen vrije groep is voor de omvormer |
| Lange kabelweg naar de meterkast | € 100 tot € 250 | Kabel, dakdoorvoer en soms een dikkere aderdoorsnede |
| Optimizers bij schaduw | € 60 tot € 100 per paneel | Eén schaduwplek trekt anders de hele reeks omlaag |
| Verzwaring van de aansluiting | Tarief van de netbeheerder | Boven ongeveer twintig panelen of bij overstap naar drie fasen |
Gecontroleerd op augustus 2026, marktindicaties
Vraag bij elke offerte schriftelijk of steiger, extra groep, dakdoorvoer en de aanmelding bij de netbeheerder in de prijs zitten. Deze vier posten samen zijn goed voor 500 tot 1.000 euro, en ze zijn de meest voorkomende reden dat een eindfactuur hoger uitvalt dan de offerte.
Kosten na de installatie: onderhoud, schoonmaken en de omvormer
Zonnepanelen vragen weinig onderhoud, en de kosten daarvan vallen in het niet bij de aanschaf. Regen spoelt het meeste vuil weg, en op een schuin dak scheelt vervuiling doorgaans maar twee tot vijf procent opbrengst. Laat je ze toch schoonmaken, dan rekenen bedrijven in 2026 4 tot 10 euro per paneel, met een minimumbedrag per beurt. Zelf wassen met een telescoopsteel, een zachte borstel en gewoon leidingwater kost eenmalig 40 tot 90 euro aan gereedschap.
De echte kostenpost in de tweede helft van de looptijd is de omvormer. Die gaat tien tot vijftien jaar mee tegenover vijfentwintig jaar of langer voor de panelen, en vervangen kost in 2026 700 tot 1.400 euro inclusief plaatsen. Wie dat bedrag in de som meeneemt, komt op een eerlijker beeld van wat de installatie over haar hele leven kost. Andere pagina's in het dossier zonnepanelen gaan dieper in op storingen, garantie en schoonmaken.
Verzekeren kost meestal niets extra: panelen op het dak vallen bij de meeste maatschappijen onder de opstalverzekering, omdat ze onderdeel van het gebouw worden. Meld ze wel aan, want een verzekeraar mag een schade afwijzen als de installatie niet bekend is. Bij hagel- of stormschade valt de eigen risico-drempel vaak hoger uit dan de kosten van één vervangen paneel.
| Kostenpost | Bedrag in 2026 | Wanneer |
|---|---|---|
| Schoonmaken door een bedrijf | € 4 tot € 10 per paneel | Hooguit eens per twee tot vijf jaar, vaak niet nodig |
| Zelf schoonmaken | € 40 tot € 90 eenmalig | Telescoopsteel en borstel die je jaren gebruikt |
| Storingsbezoek met diagnose | € 100 tot € 175 | Bij uitval of een omvormer die blijft afschakelen |
| Omvormer vervangen | € 700 tot € 1.400 | Na tien tot vijftien jaar |
| Eén paneel vervangen | € 150 tot € 250 | Bij schade of een defect buiten de garantie |
| Panelen tijdelijk van het dak | € 40 tot € 90 per paneel | Bij dakvervanging of werk aan de dakbedekking |
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat de panelen opleveren en wat je eigen stroom per kilowattuur kost
Een set van tien panelen levert op een gunstig dak ongeveer 3.800 kWh per jaar. Wat die kilowatturen waard zijn, hangt af van het moment waarop je ze gebruikt. Tot en met 31 december 2026 mag je salderen: alles wat je teruglevert tot je eigen jaarverbruik wordt weggestreept tegen wat je afneemt, inclusief de energiebelasting, die in 2026 0,11085 euro per kWh inclusief btw bedraagt. Per 1 januari 2027 stopt die regeling in één keer.
Vanaf 2027 telt alleen nog wat je direct zelf verbruikt vol mee. Voor de rest krijg je een terugleververgoeding, die tot 2030 wettelijk minstens vijftig procent van het kale leveringstarief moet zijn; in 2026 komt dat bij veel contracten neer op ongeveer 6 cent per kWh, en na aftrek van terugleverkosten houden veel huishoudens er netto zo'n 2 cent aan over. Welk contract in jouw situatie het beste uitpakt, staat bij het beste energiecontract met zonnepanelen.
Reken je de aanschaf van 3.800 euro plus één omvormervervanging van 900 euro om over vijfentwintig jaar, dan kost je eigen zonnestroom ongeveer 5 cent per kilowattuur. De installatie produceert in die periode zo'n 89.000 kWh, waarbij de panelen jaarlijks een halve procent aan vermogen inleveren. Tegenover een aangenomen inkoopprijs van 30 cent per kWh is dat het hele verhaal achter het rendement. Wat jouw dak, jouw eigen verbruik en jouw contract opleveren, reken je door met de rekenhulp voor de terugverdientijd van zonnepanelen. Daarmee zet je de kosten en de opbrengsten van je eigen installatie online naast elkaar.
| Jaarverbruik van het huishouden | Passende set | Prijs inclusief montage | Opbrengst per jaar |
|---|---|---|---|
| 2.000 kWh | 6 panelen | ± € 2.600 | ± 2.300 kWh |
| 3.000 kWh | 8 panelen | ± € 3.200 | ± 3.100 kWh |
| 4.000 kWh | 11 panelen | ± € 4.100 | ± 4.200 kWh |
| 5.000 kWh | 13 panelen | ± € 4.700 | ± 4.900 kWh |
| 6.000 kWh | 16 panelen | ± € 5.700 | ± 6.100 kWh |
Gecontroleerd op augustus 2026, panelen van 440 wattpiek, opbrengst 0,87 kWh per wattpiek
Meer panelen leggen dan je zelf verbruikt levert vanaf 2027 nog maar een paar cent per kilowattuur op. Verbruik verschuiven naar de zonne-uren, met de wasmachine en de vaatwasser op een timer, doet meer voor je rendement dan twee extra panelen.
Hoe de prijs zich ontwikkelde en of wachten nog iets oplevert
De prijs van zonnepanelen is de afgelopen jaren fors gedaald, met één onderbreking. In 2020 en 2021 betaalde je 1,20 tot 1,50 euro per wattpiek inclusief montage, in 2022 liep dat door schaarste in de toelevering en dure grondstoffen zelfs op tot 1,60 euro. Daarna zakte de prijs snel: 1,24 euro per wattpiek in 2023, 0,90 euro in 2024 en 0,87 euro in 2025.
Twee dingen maakten het verschil. Het wereldwijde aanbod van panelen groeide harder dan de vraag, waardoor de fabrieksprijzen kelderden. En op 1 januari 2023 ging het btw-tarief op panelen bij een woning naar nul, waardoor je geen 21 procent meer hoefde voor te schieten en terug te vragen. Die twee samen halveerden de prijs in vijf jaar.
Verder wachten levert nu weinig op. Het paneel is nog maar een derde van de rekening, en arbeid en montagemateriaal worden niet goedkoper. Wat wél verandert is de opbrengstkant: met het einde van de saldering op 31 december 2026 wordt elke maand dat je nog kunt salderen meer waard dan de prijsdaling die je misschien misloopt. Hoe stroom uit zonne-energie zich verhoudt tot stroom van het net, blijft daarbij de kern van de rekensom.
| Jaar | Gangbare prijs per wattpiek inclusief montage | Wat er speelde |
|---|---|---|
| 2020 en 2021 | € 1,20 tot € 1,50 | 21 procent btw, die je als particulier kon terugvragen |
| 2022 | € 1,40 tot € 1,60 | Schaarste in de toelevering en dure grondstoffen |
| 2023 | ± € 1,24 | Nultarief btw ingevoerd op 1 januari |
| 2024 | ± € 0,90 | Overaanbod van panelen drukt de fabrieksprijs |
| 2025 | ± € 0,87 | Prijsdaling vlakt af; arbeid wordt juist duurder |
| 2026 | € 0,80 tot € 1,20 | Set van tien voor ± € 3.800; laatste jaar met saldering |
Gecontroleerd op augustus 2026, marktgemiddelden inclusief omvormer en montage
Kopen, huren of via je energieleverancier
Naast kopen bieden aanbieders zonnepanelen aan in huur of lease. Voor tien panelen betaal je in 2026 doorgaans 30 tot 60 euro per maand, bij een contract van tien tot vijftien jaar, met onderhoud en vervanging van de omvormer inbegrepen. Je legt geen bedrag ineens neer, maar over vijftien jaar betaal je bij 45 euro per maand 8.100 euro, tegenover 4.700 euro als je koopt en de omvormer één keer vervangt.
Huren kan alsnog uitkomen als je het geld niet hebt of niet wilt vastleggen. Let dan op drie punten: van wie de panelen aan het einde van het contract zijn, wat er gebeurt als je het huis verkoopt, en of het contract tussentijds afkoopbaar is. Een huurcontract dat de koper van je huis moet overnemen, drukt in de praktijk de onderhandelingsruimte bij verkoop.
Ook energieleveranciers verkopen complete pakketten. De prijs ligt vaak wat hoger dan bij een lokale installateur, waar één aanspreekpunt en een langere garantie tegenover staan. Wat een leverancier na de installatie voor je zonnestroom betaalt, weegt zwaarder dan de paar honderd euro verschil bij aanschaf; het overzicht daarvan staat bij de beste energieleverancier met zonnepanelen.
Koop je een huis en wil je meteen verduurzamen, dan kun je de installatie meefinancieren in de hypotheek. Dat bedrag telt niet mee in de kosten koper, maar wel in je maandlast. Voor energiebesparende voorzieningen mag je hypotheek volgens de Tijdelijke regeling hypothecair krediet oplopen tot 106 procent van de woningwaarde, tegenover 100 procent normaal; hoeveel je op je inkomen kunt lenen hangt daarnaast af van het energielabel van de woning.
| Vorm | Wat je betaalt | Over vijftien jaar | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Kopen bij een installateur | ± € 3.800 ineens | ± € 4.700 met één omvormervervanging | Je draagt zelf het risico op storingen na de garantie |
| Huren of leasen | € 30 tot € 60 per maand | € 5.400 tot € 10.800 | Eigendom, verkoop van het huis en afkoop vooraf uitzoeken |
| Pakket via je energieleverancier | Vaak enkele honderden euro's meer | Vergelijkbaar met kopen | Vaak gekoppeld aan een energiecontract voor meerdere jaren |
| Meefinancieren in de hypotheek | Opgeteld bij je hypotheek | Rente over de looptijd erbij | Tot 106 procent van de woningwaarde bij energiebesparende voorzieningen |
Gecontroleerd op augustus 2026
Zonnepanelen combineren met een warmtepomp, accu of boiler
Wie van het gas af wil, koopt zonnepanelen zelden alleen. De combinatie met een warmtepomp is de meest gestelde vraag, en de rekensom valt anders uit dan bij panelen los. Een hybride warmtepomp kost in 2026 4.000 tot 7.000 euro vóór subsidie, een volledige lucht-waterwarmtepomp 9.000 tot 18.000 euro. Op beide krijg je ISDE-subsidie, tot ongeveer 4.500 euro voor een volledige pomp; wat de installatie zelf kost en waar dat van afhangt, staat bij de kosten van een warmtepomp.
Een warmtepomp maakt je zonnepanelen waardevoller. Hij verbruikt zo'n 1.400 tot 3.000 kWh stroom per jaar, een groot deel daarvan overdag, waardoor je meer van je eigen opwek direct gebruikt. Juist dat aandeel bepaalt vanaf 2027 het rendement, want teruggeleverde stroom levert nog maar een paar cent op.
Een thuisbatterij doet hetzelfde, maar dan met een prijskaartje: 5.500 tot 8.500 euro voor 10 kWh opslag, inclusief installatie en met 21 procent btw, want het nultarief geldt alleen voor panelen. Of dat uitkomt hangt af van je contract en je verbruikspatroon; die afweging staat uitgewerkt bij een batterij bij je zonnepanelen. Goedkoper is een elektrische boiler die op je overschot draait, of een zonneboiler van 2.000 tot 5.800 euro waarop je 300 tot 1.750 euro ISDE krijgt.
| Erbij | Kosten in 2026 | Subsidie in 2026 | Wat het met je zonnestroom doet |
|---|---|---|---|
| Hybride warmtepomp | € 4.000 tot € 7.000 | ISDE ± € 1.500 tot € 3.000 | Verbruikt ± 1.400 kWh per jaar, grotendeels overdag |
| Volledige lucht-waterwarmtepomp | € 9.000 tot € 18.000 | ISDE tot ± € 4.500 | Verbruikt 2.000 tot 3.000 kWh per jaar |
| Thuisbatterij van 10 kWh | € 5.500 tot € 8.500 | Geen landelijke subsidie | Schuift opwek van de middag naar de avond |
| Zonneboiler | € 2.000 tot € 5.800 | ISDE € 300 tot € 1.750 | Bespaart gas, gebruikt geen zonnestroom |
| Elektrische boiler op je overschot | Prijs hangt af van vat en sturing | Geen subsidie | Zet middagoverschot om in warm water |
| PVT-panelen | Fors duurder per paneel | Geen nultarief btw | Stroom en warmte uit één paneel; 21 procent btw omdat ze multifunctioneel zijn |
Gecontroleerd op augustus 2026, bedragen vóór subsidie tenzij anders vermeld
Btw, subsidie en de aanschaf betalen
Wie zonnepanelen aanschaft en op of bij een woning laat installeren, betaalt sinds 1 januari 2023 het nultarief btw, op de panelen zelf en op het werk. Je betaalt dus geen btw, en je kunt er ook niets meer van terugvragen; aanmelden als btw-ondernemer hoeft daardoor niet meer, zolang je opwekvermogen onder de 15.000 wattpiek blijft en je omzet uit teruglevering onder de 2.200 euro per jaar. Zit je daarboven, dan kan inschrijving als zonnepaneelhouder alsnog nodig zijn. Voor wie panelen kocht met een factuur van vóór 2023 kan teruggaaf nog spelen, en hoe dat werkt staat bij de btw-teruggave op zonnepanelen.
Er zijn uitzonderingen waarin je wél 21 procent btw betaalt: geïntegreerde panelen die de dakbedekking vervangen bij nieuwbouw, multifunctionele panelen zoals PVT, panelen die niet op of bij een woning komen, en een thuisbatterij. Vraag je installateur vooraf welk tarief hij hanteert en waarom, want op een post van duizenden euro's is dat verschil aanzienlijk.
Een landelijke subsidie op zonnepanelen bestaat in 2026 niet. De ISDE geldt voor isolatie, warmtepompen, zonneboilers, een aansluiting op een warmtenet en sinds 2026 ook voor ventilatie in combinatie met isolatie, maar niet voor pv-panelen; het nultarief btw is voor panelen in de plaats gekomen. Sommige gemeenten en provincies hebben nog een eigen regeling of een lening tegen een lage rente, en via het Warmtefonds kun je een energiebespaarlening afsluiten. Financier je de installatie bij aankoop van een huis mee in de hypotheek, kijk dan naar je totale budget inclusief de kosten koper voordat je de installatie erbij neemt.
Van offerte tot werkende installatie
Reken op vier tot twaalf weken tussen de eerste offerte en de eerste opgewekte kilowattuur.
-
Bepaal welk vermogen bij je verbruik past
Deel je jaarverbruik in kWh door 0,87 en je hebt het benodigde vermogen in wattpiek; deel dat door het vermogen per paneel en je weet hoeveel panelen je nodig hebt. Bij 3.500 kWh kom je zo op negen panelen van 440 wattpiek. Meer leggen dan je zelf verbruikt heeft vanaf 2027 weinig zin.
-
Vraag drie offertes op met dezelfde uitgangspunten
Geef alle installateurs hetzelfde aantal panelen, hetzelfde daktype en dezelfde wens voor optimizers door. Laat merk en vermogen van paneel en omvormer, het montagesysteem en het arbeidsloon apart vermelden. Een offerte met alleen een totaalbedrag valt af.
-
Reken elke offerte om naar een prijs per wattpiek
Deel het totaalbedrag door het opgetelde vermogen. Zit een aanbieder ver boven 1,20 euro per wattpiek, vraag dan waar dat in zit: soms is het een dure omvormer of een lastige dakconstructie, soms is het gewoon marge.
-
Vraag de meerkosten uit voordat je tekent
Steiger, extra groep, dakdoorvoer, langere kabel en de aanmelding bij de netbeheerder: laat op papier zetten of die in de prijs zitten. Vraag ook naar de drie garantietermijnen apart, op het paneel, op de omvormer en op het werk.
-
Spreek betaling en opleverdatum af
Een aanbetaling van twintig tot dertig procent is gebruikelijk, de rest na oplevering. Betaal nooit het volledige bedrag vooruit, want dan sta je met lege handen als de installateur failliet gaat of het werk niet afmaakt.
-
Laat de installatie aanmelden en controleer je contract
Aanmelden bij de netbeheerder is wettelijk verplicht en loopt via energieleveren.nl; die plicht volgt uit de Europese netcodes en ligt bij jou als eigenaar, ook als je installateur de melding voor je doet. Controleer daarna wat je leverancier voor teruglevering betaalt en of er terugleverkosten in je contract staan; dat weegt de jaren erna zwaarder dan de laatste honderd euro korting op de offerte.
Terugverdientijd zonnepanelen
Vul je dak, verbruik en stroomprijs in en zie de opbrengst per jaar en het jaar waarin je installatie zichzelf heeft terugbetaald. Open de volledige terugverdientijd zonnepanelen
Loop dit langs voordat je een offerte tekent
Doorgerekend: zo pakt het uit
Tien panelen op een rijtjeshuis: van 3.800 euro naar terugverdiend
Stel, je koopt in 2026 tien panelen van 440 wattpiek voor 3.800 euro inclusief montage. Samen 4.400 wattpiek, bij 0,87 kWh per wattpiek goed voor ongeveer 3.800 kWh per jaar. Je huishouden verbruikt 3.500 kWh, en we rekenen met een aangenomen stroomprijs van 0,30 euro per kWh.
In 2026 saldeer je nog. Je streept 3.500 kWh weg tegen je afname en bespaart 3.500 × 0,30 = 1.050 euro. De 300 kWh die je meer opwekt dan je verbruikt, levert de terugleververgoeding op van ongeveer 6 cent: 18 euro. Dat eerste jaar brengt dus 1.068 euro op.
Vanaf 1 januari 2027 vervalt de saldering. Gebruik je 35 procent van je opwek direct, dus 1.330 kWh, dan bespaar je 1.330 × 0,30 = 399 euro. De overige 2.470 kWh gaat het net op tegen 6 cent en levert 148 euro op. Samen 547 euro per jaar.
Na het eerste jaar staat er nog 3.800 - 1.068 = 2.732 euro open. Bij 547 euro per jaar duurt dat vijf jaar: de set is in het zesde jaar terugverdiend. Tel je de omvormervervanging van 900 euro in jaar dertien mee, dan komt daar ongeveer anderhalf jaar bij en kom je uit op ruim zeven jaar, bij een levensduur van vijfentwintig jaar.
Zes panelen op een leien dak: wat de meerkosten met de terugverdientijd doen
Stel, zes panelen van 440 wattpiek op een klein leien dak. De basisprijs is 2.600 euro. De installateur rekent 350 euro voor de steiger, 40 euro per paneel extra voor de haken die bij leien horen, dus 240 euro, en 200 euro voor een extra groep in de meterkast. Het totaal komt op 3.390 euro, afgerond 3.400 euro: dertig procent boven de basisprijs.
De set is 2.640 wattpiek en levert ongeveer 2.300 kWh per jaar. In de situatie vanaf 2027, met 40 procent direct eigen verbruik, bespaar je 920 × 0,30 = 276 euro en levert de teruggeleverde 1.380 kWh bij 6 cent nog 83 euro op. Samen 359 euro per jaar.
Op de basisprijs van 2.600 euro zou dat een terugverdientijd van 7,2 jaar geven. Met de meerkosten erbij wordt het 9,5 jaar. De 790 euro aan steiger, haken en groep kost je dus ruim twee jaar rendement, en dat is precies waarom die posten in de offerte thuishoren en niet in de eindafrekening.
Zestien panelen plus een hybride warmtepomp
Stel, je legt zestien panelen van 440 wattpiek voor 5.700 euro en laat tegelijk een hybride warmtepomp plaatsen voor 5.500 euro. Op de panelen krijg je geen subsidie, wel het nultarief btw. Op de warmtepomp krijg je ISDE, in 2026 ongeveer 1.500 tot 3.000 euro per apparaat; we rekenen met 2.000 euro. Je betaalt dan 5.700 + 5.500 - 2.000 = 9.200 euro.
De panelen leveren zo'n 6.100 kWh per jaar. De warmtepomp neemt ongeveer zestig procent van de warmtevraag over, vraagt daarvoor 1.400 kWh stroom en laat ongeveer 530 m³ gas vervallen. Bij een aangenomen gasprijs van 1,40 euro per m³ is dat 742 euro minder gas per jaar.
Je stroomverbruik gaat van 3.500 naar 4.900 kWh. Omdat de warmtepomp veel overdag draait, gebruik je zo'n 45 procent van je opwek direct, dus 2.745 kWh. Je koopt dan nog 4.900 - 2.745 = 2.155 kWh in, wat bij 0,30 euro per kWh 647 euro kost, en de 3.355 kWh die je teruglevert brengt bij 6 cent 201 euro op. Netto betaal je 446 euro voor stroom, tegenover 1.050 euro in de oude situatie.
Het totale voordeel komt daarmee op 604 euro aan stroom plus 742 euro aan gas is 1.346 euro per jaar, in de situatie vanaf 2027. De 9.200 euro is dan in bijna zeven jaar terug, terwijl de warmtepomp vijftien tot twintig jaar meegaat en de panelen vijfentwintig.
Veelgemaakte fouten
Offertes vergelijken op de totaalprijs in plaats van op de prijs per wattpiek
Twee offertes van 3.600 euro kunnen 3.520 en 4.400 wattpiek bevatten. Dat is 1,02 tegenover 0,82 euro per wattpiek, een verschil van 0,20 euro, en ruim 750 kWh opbrengst per jaar. Wie op het totaalbedrag kiest, betaalt in dit voorbeeld een kwart meer per opgewekte kilowattuur.
De omvormer vergeten in de som over vijfentwintig jaar
De panelen gaan vijfentwintig jaar mee, de omvormer tien tot vijftien. Wie die vervanging van 700 tot 1.400 euro niet meerekent, onderschat de kosten met bijna een kwart en komt halverwege de looptijd voor een onverwachte rekening te staan.
Rekenen met de besparing van 2026 terwijl de saldering stopt
Verkooppraatjes gebruiken graag het voordeel bij volledige saldering. Per 1 januari 2027 vervalt die regeling en zakt het jaarvoordeel bij tien panelen van ruim duizend euro naar ongeveer de helft. Reken met de situatie na 2026, dan valt het resultaat je later mee in plaats van tegen.
Meer panelen leggen dan je zelf kunt verbruiken
Een extra paneel kost 250 tot 400 euro en levert vanaf 2027 nog een paar cent per kilowattuur op als de stroom het net op gaat. Bij een terugleververgoeding van 6 cent brengt zo'n paneel ongeveer 23 euro per jaar op en duurt het terugverdienen elf tot zeventien jaar; houd je na terugleverkosten netto 2 cent over, dan haal je het binnen de levensduur van vijfentwintig jaar niet.
Meerkosten pas ontdekken op de dag van de installatie
Steiger, een extra groep, een dakdoorvoer en werk aan leien of riet lopen samen op tot 500 tot 1.000 euro. Wie die posten niet vooraf laat benoemen, staat op de installatiedag voor de keuze tussen bijbetalen of afblazen, en heeft dan geen onderhandelingspositie meer.
Huren vergelijken op de maandprijs in plaats van op het totaal
Vijfenveertig euro per maand klinkt overzichtelijk, maar over vijftien jaar is dat 8.100 euro voor een installatie die 3.800 euro kost. Reken het contract altijd door tot het einde en kijk wie er daarna eigenaar van de panelen is.
Het hele bedrag vooruit betalen
Een aanbetaling van twintig tot dertig procent is gebruikelijk. Betaal je alles vooraf, dan heb je geen drukmiddel bij een slechte oplevering en ben je je geld kwijt als het bedrijf failliet gaat, wat in deze branche geregeld gebeurt.
Veelgestelde vragen
Wat kosten zonnepanelen gemiddeld in 2026?
Een gemiddelde woninginstallatie van tien panelen van 440 wattpiek kost in 2026 ongeveer 3.800 euro inclusief omvormer, montagemateriaal, arbeid en aansluiting. Dat komt neer op 0,86 euro per wattpiek en zo'n 380 euro per paneel. Kleine sets liggen per paneel hoger, grote sets lager, omdat de vaste kosten van een installatie over minder of meer panelen worden verdeeld.
Wat kosten 6 zonnepanelen inclusief montage?
Zes panelen van 440 wattpiek kosten in 2026 ongeveer 2.600 euro inclusief montage, dus 0,98 euro per wattpiek. Ze leveren op een gunstig dak zo'n 2.300 kWh per jaar. Op een leien of rieten dak, of als er een steiger nodig is, komt daar 300 tot 900 euro bij; vraag die posten uit voordat je tekent.
Wat kosten 10 zonnepanelen inclusief installatie?
Tien panelen kosten in 2026 ongeveer 3.800 euro inclusief installatie, wat neerkomt op 0,86 euro per wattpiek. De set is 4.400 wattpiek groot en levert op een gunstig gelegen dak ongeveer 3.800 kWh per jaar, genoeg voor een huishouden van vier personen. Rond het dertiende jaar komt daar een omvormervervanging van 700 tot 1.400 euro bij.
Wat kost een zonnepaneel per stuk?
Het paneel zelf kost in 2026 ongeveer 110 tot 150 euro bij 440 wattpiek. Binnen een complete installatie van tien panelen betaal je er ongeveer 380 euro voor, omdat het aandeel in de omvormer, het montagemateriaal en het arbeidsloon meetelt. Bijplaatsen op een bestaande installatie kost 250 tot 400 euro per paneel, mits de omvormer nog ruimte heeft.
Wat kosten zonnepanelen per m2?
Reken op ongeveer 190 euro per vierkante meter paneel, inclusief montage. Een paneel van 440 wattpiek meet ongeveer 1,72 bij 1,13 meter, bijna 2 m², en kost binnen een set van tien ongeveer 380 euro. Per vierkante meter paneel levert dat ongeveer 190 kWh per jaar op; voor het dak zelf heb je meer ruimte nodig, want tussen en rond de rijen blijft plek onbenut. Grotere panelen van 550 wattpiek zijn iets ruimer in oppervlak, maar hun prijs per wattpiek verschilt nauwelijks.
Hoeveel kosten zonnepanelen voor 6.000 kWh?
Voor 6.000 kWh per jaar heb je ongeveer 6.900 wattpiek nodig, oftewel zestien panelen van 440 wattpiek. Die set kost in 2026 ongeveer 5.700 euro inclusief montage. Bij 4.000 kWh kom je uit op elf panelen en ongeveer 4.100 euro, bij 5.000 kWh op dertien panelen en ongeveer 4.700 euro. Controleer wel of je dak zoveel panelen aankan.
Wat kost 10 zonnepanelen huren per maand?
Huren van tien panelen kost in 2026 doorgaans 30 tot 60 euro per maand, bij een contract van tien tot vijftien jaar met onderhoud en omvormervervanging inbegrepen. Over vijftien jaar betaal je bij 45 euro per maand 8.100 euro, tegenover ongeveer 4.700 euro bij kopen. Kijk in het contract wie er na afloop eigenaar is en wat er gebeurt als je het huis verkoopt.
Wat kosten accu's voor zonnepanelen?
Een thuisbatterij van 10 kWh kost in 2026 tussen de 5.500 en 8.500 euro inclusief installatie, met 21 procent btw, want het nultarief geldt alleen voor de panelen zelf. Een landelijke subsidie is er in 2026 niet. Of een accu uitkomt hangt af van je contract, je verbruikspatroon en de vraag hoeveel van je opwek je nu al direct gebruikt.
Wat kost onderhoud van zonnepanelen per jaar?
Jaarlijks onderhoud is niet verplicht en meestal niet nodig. Laat je de panelen schoonmaken, dan rekenen bedrijven 4 tot 10 euro per paneel, en dat is hooguit eens per twee tot vijf jaar zinvol. De echte kostenpost is de omvormer, die na tien tot vijftien jaar 700 tot 1.400 euro kost om te vervangen. Een storingsbezoek met diagnose kost 100 tot 175 euro.
Wat kost een warmtepomp met zonnepanelen samen?
Zestien panelen plus een hybride warmtepomp komen in 2026 op ongeveer 11.200 euro vóór subsidie, waarvan de warmtepomp 4.000 tot 7.000 euro is. Na een ISDE-subsidie van grofweg 2.000 euro blijft er zo'n 9.200 euro over. Bij een volledige lucht-waterwarmtepomp van 9.000 tot 18.000 euro loopt het totaal hoger op, met een ISDE tot ongeveer 4.500 euro.
Wat kost het om zonnepanelen te vervangen?
Eén paneel vervangen kost 150 tot 250 euro inclusief plaatsen. Panelen tijdelijk van het dak halen voor dakwerk kost 40 tot 90 euro per paneel. Een hele installatie vervangen na vijfentwintig jaar is in feite een nieuwe aanschaf, en die zal dan tegen de dan geldende prijzen gaan; de bestaande dakhaken en bekabeling schelen daarbij wel een deel van het werk.
Krijg je subsidie op zonnepanelen in 2026?
Nee, een landelijke subsidie op zonnepanelen bestaat in 2026 niet. De ISDE geldt voor isolatie, warmtepompen, zonneboilers en een aansluiting op een warmtenet, niet voor pv-panelen. Het financiële voordeel zit in het nultarief btw dat sinds 1 januari 2023 geldt voor levering en installatie op of bij een woning. Sommige gemeenten en provincies hebben nog wel een eigen regeling of een lening tegen lage rente.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor de aanschaf zelf heb je geen adviseur nodig: drie offertes naast elkaar en de prijs per wattpiek erbij geven je een scherp beeld. Een erkend installateur wordt wel het aangewezen aanspreekpunt zodra het dak bijzonder is, bij leien, riet, een monument of een gedeeld dak van een vereniging van eigenaars, en bij alles wat achter de meterkast gebeurt. Een elektrische installatie in een woning moet voldoen aan NEN 1010, de norm waarnaar het Besluit bouwwerken leefomgeving verwijst. Die norm stelt eisen aan de installatie zelf, niet aan wie hem aanlegt: een erkend installateur is niet wettelijk voorgeschreven, maar werk aan de groepenkast en aan de aansluiting achter de hoofdzekering laten wij liever door een vakman doen, en dat is ook wat je verzekeraar bij schade wil zien. Twijfel je aan de staat van je dak, dan is een bouwkundige keuring van een paar honderd euro goedkoper dan panelen die er over vijf jaar weer af moeten. Koop je een huis met panelen erop, dan is de vraag of ze gekocht of gehuurd zijn iets voor je aankoopmakelaar; wat die kost, staat bij de kosten van een aankoopmakelaar. Voor het meefinancieren van de installatie in je hypotheek is een hypotheekadviseur het juiste loket, omdat de extra leenruimte voor verduurzaming uit de wettelijke leennormen volgt en samenhangt met het energielabel van de woning. De keuze tussen kopen en huren kun je prima zelf maken zodra je beide routes hebt doorgerekend met de rekenhulp voor de terugverdientijd.
Bronnen en controle
- Salderingsregeling stopt in 2027 Rijksoverheid geraadpleegd 22 augustus 2026
- Btw-tarief zonnepanelen Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Ik koop zonnepanelen met 0% btw Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Kosten en opbrengst zonnepanelen Milieu Centraal geraadpleegd 22 augustus 2026
- Energiebelasting 2026: zo zit het Milieu Centraal geraadpleegd 22 augustus 2026
- Soorten aansluitingen en het maximale vermogen per aansluiting Liander geraadpleegd 22 augustus 2026
- ISDE: Warmtepomp woningeigenaren aanvragen Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geraadpleegd 22 augustus 2026
- Maximale hypotheek op basis van woningwaarde (LTV) Volkshuisvesting Nederland, Tijdelijke regeling hypothecair krediet geraadpleegd 22 augustus 2026
Installatietechnisch gecontroleerd 22 augustus 2026
- Setprijzen, prijs per wattpiek en jaaropbrengst per setgrootte nagerekend tegen de dataset zonnepanelen (3.800 euro voor tien panelen, 0,87 kWh per wattpiek) en de setprijzen van Milieu Centraal
- Grens van een eenfase-aansluiting gecorrigeerd naar de aansluitwaarden van Liander: 8 kW bij 1x35 ampère en 9 kW bij 1x40 ampère, oftewel ongeveer twintig panelen voordat een driefasenomvormer nodig is
- Nultarief btw en de uitzonderingen (geïntegreerde panelen op nieuwbouw, multifunctionele PVT-panelen, thuisbatterij) getoetst bij de Belastingdienst, inclusief de grens van 15.000 wattpiek waarboven aanmelden als zonnepaneelhouder alsnog kan spelen
- Einddatum van de salderingsregeling, de energiebelasting van 0,11085 euro per kWh inclusief btw en de wettelijke ondergrens van 50 procent van het kale leveringstarief tot 2030 gecontroleerd
- Alle drie de rekenvoorbeelden en het paneeloppervlak per m² nagerekend tot het eindbedrag, met de ISDE-bedragen 2026 uit de dataset subsidies en een gasprijs van 1,40 euro per m³
Uitgevoerd door de redactie van dehuisgids.nl aan de hand van de bronnen hierboven. Wij geven algemene informatie en geen persoonlijk advies.
Ons redactionele beleid: hoe we schrijven, controleren en bijwerken