All-electric warmtepomp: wat hij kost en wanneer hij past
Een all-electric warmtepomp vervangt je cv-ketel helemaal: hij verwarmt het huis, maakt het douchewater warm en draait alleen op stroom, zodat de gasaansluiting eruit kan. Een volledige lucht-waterwarmtepomp kost in 2026 tussen de 9.000 en 18.000 euro inclusief installatie, waar de ISDE ongeveer 2.000 tot 4.500 euro van afhaalt. Hij past alleen in een huis dat warm blijft met cv-water van 35 tot 50 graden, dus isolatie en radiatoren gaan voor. In een gemiddelde tussenwoning levert de overstap zo'n 790 euro per jaar op en is de investering na ongeveer dertien jaar terugverdiend.
- € 9.000 tot € 18.000 2026 volledige lucht-waterwarmtepomp inclusief installatie
- € 3.025 2026 ISDE-subsidie bij 8 kW en energielabel A+++
- 3 tot 4 kWh vuistregel warmte uit 1 kWh stroom
- 880 m³ 2024 gasverbruik van een tussenwoning dat volledig vervalt
- 40 dB sinds 2021 maximaal geluid bij de buren in de avond en nacht
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat een all-electric warmtepomp is
Een all-electric warmtepomp verwarmt je huis en maakt je douchewater warm zonder dat er nog gas aan te pas komt. Hij vervangt de cv-ketel helemaal en draait alleen op stroom, dus je gasaansluiting kan eruit. Dat is de ene helft van de keuze die in de gids over warmtepompen centraal staat; de andere helft is de hybride opstelling, waarbij de ketel blijft hangen.
All electric betekent letterlijk dat alles in huis op elektriciteit draait: verwarming, warm tapwater en koken op inductie. De schrijfwijze wisselt van all-electric tot all electric, de techniek erachter is dezelfde. In verreweg de meeste woningen gaat het om een lucht-waterwarmtepomp die warmte uit de buitenlucht haalt en afgeeft aan het water in je radiatoren of vloerverwarming.
Uit 1 kWh stroom haalt zo'n toestel als vuistregel 3 tot 4 kWh warmte; de rest komt gratis uit de buitenlucht. Dat rendement staat of valt met de temperatuur van het water dat je huis nodig heeft: hoe lager, hoe meer warmte per kilowattuur. De uitleg achter die verhouding staat bij hoe een warmtepomp werkt.
Een all-electric warmtepomp is daarmee geen los apparaat maar een systeem: een buitenunit, een binnendeel, een vat voor warm tapwater en een afgiftesysteem dat met lauw water toe kan. Wie alleen naar de prijs van de buitenunit kijkt, mist het halve verhaal en meestal ook de helft van de rekening.
Monoblock of split, en waar het warme water vandaan komt
Een all-electric warmtepomp bestaat in twee bouwvormen. Bij een all electric warmtepomp als monoblock zit alle koeltechniek in de buitenunit en loopt er alleen cv-water naar binnen. Bij een split zit de verdamper buiten en de rest binnen, met koudemiddelleidingen door de gevel.
Voor de meeste huiseigenaren telt vooral het praktische verschil. Een monoblock is sneller geplaatst en vraagt binnen weinig ruimte, maar het waterdeel buiten moet vorstvrij blijven, meestal met glycol of een automatische aftapfunctie. Een split heeft binnen een kast nodig en mag alleen worden aangesloten door een monteur met een F-gassencertificaat.
Het warme water is een apart hoofdstuk. Een all-electric warmtepomp met boiler heeft een voorraadvat van grofweg 150 tot 300 liter dat de pomp opwarmt tot een graad of 50, met periodiek een hogere temperatuur tegen legionella. Douchen er drie mensen kort na elkaar, dan is de inhoud van dat vat belangrijker dan het vermogen van de pomp.
In een goed geïsoleerd appartement of een compacte nieuwbouwwoning kan een ventilatiewarmtepomp de hele warmtevraag aan. Zo'n toestel haalt zijn warmte uit de lucht die je toch al afzuigt en heeft geen buitenunit nodig. Het past daarom alleen bij een woning met gebalanceerde ventilatie, zoals een warmteterugwinsysteem, en bij een warmtevraag die klein genoeg is voor een vermogen van ongeveer 2 kW.
| Uitvoering | Hoe het eruitziet | Waar het bij past | Aandachtspunt |
|---|---|---|---|
| Monoblock lucht-water | Alle techniek in de buitenunit, alleen water naar binnen | Woningen met weinig ruimte binnen | Buitenleidingen vorstvrij houden met glycol |
| Split lucht-water | Buitenunit plus binnenunit, koudemiddel door de gevel | Woningen met een technische ruimte of zolderkast | Alleen door een monteur met F-gassencertificaat |
| Toestel met geïntegreerd boilervat | Binnenunit en tapwatervat in één kast | Rijtjeshuis zonder aparte technische ruimte | Een vat van 150 liter is krap bij vier douchebeurten |
| Losse warmtepompboiler ernaast | Twee apparaten, elk met een eigen taak | Huizen met een grote warmwatervraag | Twee toestellen betekent twee onderhoudsbeurten |
| Ventilatiewarmtepomp | Klein toestel op de ventilatieafvoer, geen buitenunit | Goed geïsoleerd appartement of compacte nieuwbouw | Vermogen rond 2 kW, alleen genoeg bij een lage warmtevraag |
Gecontroleerd op augustus 2026
Is je huis geschikt, en wat betekent all-electric ready?
Een all-electric warmtepomp werkt met water van 35 tot 50 graden, waar een cv-ketel er 70 tot 80 in stopt. Dat lukt alleen als je huis weinig warmte lekt en de radiatoren of vloerverwarming genoeg oppervlak hebben. De volgorde ligt daarmee vast: eerst isolatie en afgifte op orde, dan pas het toestel.
Er is een test die je één koude week kost en geen euro. Zet de aanvoertemperatuur van je huidige ketel op 50 graden en kijk of het huis op een dag rond het vriespunt nog warm wordt. Blijft de woonkamer steken op achttien graden, dan is er isolatie- of radiatorwerk nodig voordat volledig elektrisch verwarmen zin heeft.
All-electric ready is de term voor de tussenstap. Je laat nu een hybride warmtepomp plaatsen die all electric ready is, dus met een pomp die het huis in principe alleen aankan, een afgiftesysteem dat op lage temperatuur werkt en alvast ruimte, leidingwerk en een groep voor een boilervat. Begeeft de ketel het over een aantal jaren, dan haal je die eruit en staat de rest er al.
Die route is niet gratis. De meerprijs van een all-electric ready warmtepomp zit in het zwaardere toestel en het extra installatiewerk, in de praktijk enkele duizenden euro's boven een gewone hybride. Of dat loont hangt vooral aan de leeftijd van je ketel; wat er bij vervanging wel en niet moet, staat in de gids over wanneer een warmtepomp verplicht is.
| Jouw huis | Wat all-electric dan vraagt | Verstandige route |
|---|---|---|
| Nieuwbouw of label A met vloerverwarming | Niets extra's, het huis is erop gebouwd | Meteen all-electric, meestal 4 tot 6 kW |
| Label B, ruime radiatoren, dak en spouw geïsoleerd | Inregelen en soms één radiator vervangen | All-electric van 6 tot 8 kW |
| Label C of D met standaardradiatoren | Vier tot zes lage-temperatuurradiatoren of vloerverwarming | Eerst de afgifte aanpakken, daarna all-electric |
| Label E of lager, enkel glas, lege spouw | Een isolatiepakket van enkele duizenden euro's | Eerst isoleren; hybride of all-electric ready als tussenstap |
| Appartement met een vve | Toestemming en een plek voor de unit of het toestel | Overleg met de vve, vaak ventilatiewarmtepomp of collectief |
| Monument of beschermd stadsgezicht | Vaak een vergunning voor een zichtbare buitenunit | Eerst bij de gemeente informeren, dan offertes |
Een all-electric warmtepomp in een slecht geïsoleerd huis is de duurste misstap in dit onderwerp. Het toestel moet dan groter, valt vaker terug op zijn elektrische bijverwarming en jaagt je stroomrekening omhoog, terwijl je op datzelfde isolatiewerk ook nog subsidie had kunnen krijgen.
Hybride of all-electric: waar de keuze op vastloopt
De vraag hybride of all electric warmtepomp gaat in de kern over je huis en niet over je voorkeur. Houdt je afgiftesysteem het huis warm met water van 45 graden op de koudste dag, dan is all-electric haalbaar. Lukt dat niet, dan blijft de ketel voorlopig nodig en is een hybride warmtepomp de reële optie.
Geld speelt daarna pas mee. Een hybride opstelling kost ongeveer de helft en bespaart ook ongeveer de helft van het gas; all-electric kost meer en haalt je hele gasrekening weg, inclusief het vastrecht voor de aansluiting. Wie goed geïsoleerd woont en de ketel toch moet vervangen, komt bij volledig elektrisch meestal gunstiger uit.
Eén verschil telt pas na jaren. Bij hybride houd je twee toestellen, twee onderhoudsbeurten en twee storingsbronnen; bij all-electric is er één toestel, maar ben je ook volledig van je elektrische installatie afhankelijk. Wie zeker weet dat hij op termijn van het gas af wil, betaalt via de hybride route uiteindelijk twee keer installatiekosten. Maak de afweging all electric of hybride daarom op de eindsituatie die je voor ogen hebt, niet alleen op het bedrag van vandaag.
| Punt | Hybride warmtepomp | All-electric warmtepomp |
|---|---|---|
| Investering inclusief installatie (2026) | € 4.000 tot € 7.000 | € 9.000 tot € 18.000 |
| ISDE-subsidie (2026) | ± € 1.500 tot € 3.000 | ± € 2.000 tot € 4.500 |
| Gasverbruik na de ingreep | 60 tot 70 procent lager | Nul, de aansluiting kan eruit |
| Nodige aanvoertemperatuur | De ketel vangt de pieken op, dus 60 graden mag | 35 tot 50 graden, het hele jaar door |
| Warm tapwater | Van de bestaande cv-ketel | Van een boilervat of een aparte warmtepompboiler |
| Onderhoud | Twee toestellen, contract vaak € 150 tot € 300 per jaar | Eén toestel, beurt van € 150 tot € 300, meestal eens per twee jaar |
| Past bij | Label C of D met standaardradiatoren | Label B of beter, afgifte op lage temperatuur |
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat een all-electric warmtepomp kost inclusief montage
De kosten van een all electric warmtepomp liggen in 2026 tussen de 9.000 en 18.000 euro inclusief installatie. Die spreiding komt bijna helemaal door drie dingen: het vermogen, het boilervat en het werk aan je afgiftesysteem. De buitenunit zelf is zelden meer dan de helft van de rekening.
Een all-electric warmtepomp kopen zonder montage erbij levert minder op dan het lijkt. Voor de ISDE moet het toestel door een installatiebedrijf zijn geplaatst, dus een zelf gemonteerde pomp kost je de subsidie en meestal ook de fabrieksgarantie. De prijzen per soort warmtepomp staan naast elkaar in het overzicht van wat een warmtepomp kost.
Van het eindbedrag gaat de subsidie af. De ISDE is in 2026 opgebouwd uit 1.025 euro startbedrag, 225 euro per kilowatt vermogen en 200 euro bonus bij energielabel A+++, en je vraagt hem achteraf aan bij RVO. De voorwaarden, de meldcodelijst en de aanvraagroute staan in de gids over subsidie op een warmtepomp.
| Kostenpost | Wat het inhoudt | Richtprijs 2026 |
|---|---|---|
| Buitenunit en binnendeel | Het toestel zelf met de regeling | € 4.000 tot € 9.000 |
| Boilervat voor warm tapwater | 150 tot 300 liter, los of geïntegreerd | € 800 tot € 2.500 |
| Montage en inbedrijfstelling | Twee tot vier dagen werk van twee monteurs | € 1.500 tot € 3.500 |
| Leidingwerk, doorvoeren en fundatie | Waterleidingen, condensafvoer, beugels en een console of plaat | € 500 tot € 1.500 |
| Extra groep in de meterkast | Eigen groep met aardlekautomaat voor de warmtepomp | € 150 tot € 300 |
| Lage-temperatuurradiatoren | Alleen in de vertrekken waar de afgifte te krap is | € 400 tot € 900 per radiator |
| Vloerverwarming in de woonkamer | Infrezen in de bestaande vloer of nieuw aanleggen | € 40 tot € 100 per m² |
| Ketel en gasaansluiting eruit | Ketel demonteren en afvoeren, aansluiting laten verwijderen | € 100 tot € 300 plus het tarief van de netbeheerder |
Gecontroleerd op marktprijzen augustus 2026
Vraag drie offertes op en laat elke offerte het vermogen, het merk en type, de inhoud van het boilervat en het geluidsniveau op de perceelgrens noemen. Offertes die alleen een totaalbedrag geven, zijn niet met elkaar te vergelijken.
Het vermogen kiezen: waarom 8 kW zo vaak langskomt
Een warmtepomp van 8 kW all-electric is het meest verkochte formaat, en dat is geen toeval. Een gemiddelde tussenwoning of hoekwoning met redelijke isolatie vraagt op de koudste dag ergens tussen de 5 en 8 kilowatt, en fabrikanten leveren die stap standaard. Of 8 kW bij jouw huis past, hangt af van je werkelijke warmteverlies en niet van het woningtype op papier.
Te groot kiezen is de meest gemaakte inschattingsfout. Een toestel met te veel vermogen gaat pendelen: het start, warmt snel op en slaat weer af, wat het seizoensrendement verlaagt en de compressor sneller versleten maakt. Een goede installateur maakt daarom een warmteverliesberekening per vertrek en kiest een pomp die op de koudste dag nog kan moduleren in plaats van vol te draaien.
Het vermogen bepaalt ook je subsidie, want elke kilowatt is 225 euro waard in 2026. Twee kilowatt extra kiezen levert dus 450 euro subsidie op, maar kost je jaren rendement als het toestel te ruim staat. Wat jouw combinatie van maatregelen aan subsidie oplevert, zoek je op met de subsidiewijzer.
| Vermogen | Waar het ongeveer bij past | Toestel plus installatie (2026) | ISDE 2026 bij label A+++ |
|---|---|---|---|
| 4 kW | Klein appartement of nieuwbouw met vloerverwarming | € 8.000 tot € 10.000 | € 2.125 |
| 6 kW | Goed geïsoleerde tussenwoning | € 9.000 tot € 12.000 | € 2.575 |
| 8 kW | Hoekwoning, twee-onder-een-kap of matig geïsoleerde tussenwoning | € 11.000 tot € 15.000 | € 3.025 |
| 10 kW | Vrijstaand huis of woning met label C | € 13.000 tot € 16.000 | € 3.475 |
| 12 kW | Groot of matig geïsoleerd vrijstaand huis | € 15.000 tot € 18.000 | € 3.925 |
Gecontroleerd op augustus 2026; ISDE-opbouw van € 1.025 plus € 225 per kW plus € 200 labelbonus
Wat een all-electric warmtepomp per jaar verbruikt en oplevert
Bij een all electric lucht water warmtepomp verdwijnt je gasrekening en stijgt je stroomrekening. Een tussenwoning die nu 880 kubieke meter gas per jaar verstookt (CBS-gemiddelde 2024) vraagt ongeveer 7.700 kilowattuur warmte, want een kubieke meter gas levert na de verliezen van de ketel zo'n 8,8 kilowattuur nuttige warmte. Bij een seizoensrendement van 3,5 kost dat ruim 2.200 kilowattuur extra stroom.
Wat dat in euro's doet, hangt aan je tarieven en die veranderen per contract. In de tabel hieronder is gerekend met 1,40 euro per kubieke meter gas, 0,30 euro per kilowattuur stroom en ongeveer 200 euro vastrecht voor de gasaansluiting die vervalt. Vul je eigen tarieven in en de bedragen verschuiven, maar de onderlinge verhouding blijft staan.
De terugverdientijd van een all electric warmtepomp komt daarmee in de meeste woningen tussen de tien en vijftien jaar te liggen, terwijl een toestel vijftien tot twintig jaar meegaat. Twee dingen kantelen dat beeld: een hogere gasprijs maakt de periode korter, en veel elektrische bijverwarming in een matig geïsoleerd huis maakt hem langer. Hoe de andere routes zich verhouden, staat in de gids over verwarming.
| Woningtype | Gasverbruik nu | Extra stroom per jaar | Voordeel per jaar | Netto investering na ISDE | Terugverdientijd |
|---|---|---|---|---|---|
| Appartement | 630 m³ | 1.600 kWh | ± € 625 | ± € 6.900 | 11 jaar |
| Tussenwoning | 880 m³ | 2.200 kWh | ± € 790 | ± € 10.000 | 13 jaar |
| Hoekwoning | 1.010 m³ | 2.550 kWh | ± € 870 | ± € 10.500 | 12 jaar |
| Twee-onder-een-kapwoning | 1.150 m³ | 2.900 kWh | ± € 965 | ± € 11.000 | 11 jaar |
| Vrijstaande woning | 1.440 m³ | 3.600 kWh | ± € 1.150 | ± € 12.600 | 11 jaar |
Gecontroleerd op gasverbruik: CBS-gemiddelden 2024; gerekend met € 1,40 per m³ gas, € 0,30 per kWh stroom, een seizoensrendement van 3,5 en de ISDE-bedragen van 2026
De beste all-electric warmtepomp voor jouw huis kiezen
Er bestaat geen beste all-electric warmtepomp die voor iedereen geldt, en lijstjes met de beste all electric warmtepomp van 2023 of een ander jaar zeggen weinig over jouw woning. Wat telt is of het toestel bij je warmtevraag en je afgiftetemperatuur past. Vergelijk op vier punten: seizoensrendement, modulatiebereik, geluid en koudemiddel.
Kijk voor het rendement naar de SCOP bij 35 graden én bij 55 graden, niet naar de COP die fabrikanten bij zeven graden buitenlucht noemen. Een toestel met SCOP 4,5 bij 35 graden kan bij 55 graden op 3,0 uitkomen, en dat verschil betaal je elke winter in stroom. Vraag de installateur welke aanvoertemperatuur hij voor jouw huis heeft aangehouden en met welke SCOP hij dus rekent.
Geluid is het tweede punt en de meest voorkomende reden voor gedoe met de buren. Sinds 2021 mag een buitenunit op de perceelgrens niet meer dan 40 decibel maken in de avond en nacht en 45 decibel overdag. Fabrikanten publiceren het geluidsvermogen van het toestel; de installateur rekent dat met de opstelling om naar wat er bij de erfgrens overblijft.
Het koudemiddel bepaalt mede of je subsidie krijgt. Splitsystemen met minder dan 3 kilo vulling en een koudemiddel met een GWP boven 750 vallen sinds 2026 buiten de ISDE, dus controleer of het gekozen type op de meldcodelijst van RVO staat voordat je de offerte tekent. Toestellen op propaan halen daarnaast makkelijker een hogere aanvoertemperatuur, wat handig is in een huis met wat krappe radiatoren.
Wat eigenaren in de praktijk merken
De ervaringen met een all-electric warmtepomp gaan bijna nooit over het toestel en bijna altijd over het inregelen. Wie de stookcurve laat staan zoals de monteur hem achterliet, stookt vaak warmer water dan nodig en verbruikt tientallen procenten meer stroom. Het eerste stookseizoen is bijsturen: de curve stapje voor stapje omlaag tot het huis het net niet meer haalt, en dan één stap terug.
De tweede terugkerende ervaring is het warme water. Een vat van 150 liter is genoeg voor twee douchebeurten kort na elkaar en moet daarna opwarmen; met een groot gezin kies je 200 tot 300 liter. De derde is dat het huis anders aanvoelt: constant lauw stoken werkt beter dan opstoken en 's nachts terugzetten, en een vloerverwarming wordt niet warm onder je voeten.
Koelen kan bij veel toestellen erbij, al blijft het effect met vloerverwarming beperkt tot een paar graden. Wie echt wil koelen, kijkt naar een lucht-luchtwarmtepomp of airco als aanvulling. En reken op onderhoud aan de warmtepomp: een beurt kost 150 tot 300 euro in 2026 en is gangbaar eens per twee jaar.
Stroom, meterkast en de gasaansluiting die eruit gaat
Een all-electric warmtepomp vraagt een eigen groep in de meterkast met een aardlekautomaat, en soms meer dan dat. Draaien de pomp, een inductiekookplaat en een laadpaal tegelijk, dan is een aansluiting van 1x35 ampère snel te licht en verzwaar je naar 3x25 ampère. De netbeheerder rekent daarvoor eenmalige aansluitkosten en daarna een hoger vastrecht.
Je stroomverbruik stijgt met grofweg 1.600 tot 3.600 kilowattuur per jaar, bovenop de 2.610 kilowattuur die een tweepersoonshuishouden gemiddeld gebruikt (CBS, 2024). Zonnepanelen dekken daar een deel van, maar niet op het moment dat je het nodig hebt: de pomp draait in januari en de panelen leveren in juni. Salderen kan nog tot en met 31 december 2026; per 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling in één keer, waarmee de rekensom voor eigen opwek verandert.
Een variant die zon en warmte combineert is een systeem met pvt-panelen, waarbij panelen op het dak zowel stroom opwekken als warmte aan de pomp leveren. Het voordeel is dat er geen buitenunit nodig is, wat in een dichte straat of bij een warmtepomp in een appartement het verschil kan maken. De investering ligt wel hoger dan bij een gewone lucht-waterwarmtepomp.
De gasaansluiting laten verwijderen is de laatste stap en wettelijk niet verplicht. Laat je hem liggen, dan betaal je in 2026 jaarlijks ongeveer 200 euro vastrecht voor niets; laat je hem weghalen, dan betaal je eenmalig het tarief van de netbeheerder en komt hij later alleen tegen hoge kosten terug. Wacht daar in elk geval één winter mee, tot je zeker weet dat het systeem het huis warm krijgt.
Zo ga je van cv-ketel naar all-electric
Reken op drie tot zes maanden tussen het eerste gesprek en een systeem dat goed staat afgesteld.
-
Laat je warmteverlies berekenen
Een berekening per vertrek laat zien hoeveel kilowatt je huis op de koudste dag vraagt en welke aanvoertemperatuur daarbij hoort. Die twee getallen bepalen het toestel, de radiatoren en je stroomverbruik. Installateurs rekenen hier in 2026 zo'n 300 tot 600 euro voor en verrekenen dat vaak met de opdracht.
-
Breng isolatie en afgifte op orde
Isoleren gaat voor het toestel, want een kleiner warmteverlies betekent een kleinere pomp en minder stroom. Twee isolatiemaatregelen tegelijk verdubbelen bovendien het ISDE-bedrag per vierkante meter. Loop de mogelijkheden na met de subsidiewijzer voordat je een installateur belt.
-
Kies de uitvoering en de inhoud van het boilervat
Bepaal of het een monoblock of een split wordt en hoeveel liter warm water je huishouden nodig heeft. Deze keuze bepaalt de plek van de unit, het werk aan de gevel en de ruimte die je binnen kwijt bent. Zet hem vast voordat je offertes vraagt, anders vergelijk je appels met peren.
-
Vraag drie offertes met dezelfde uitgangspunten
Geef elke installateur hetzelfde warmteverlies, dezelfde gewenste aanvoertemperatuur en dezelfde vatinhoud mee. Vraag om merk, type, SCOP bij 35 en 55 graden en het geluidsniveau op de perceelgrens. Controleer of het type op de meldcodelijst van RVO staat, want anders vervalt je subsidie op de warmtepomp.
-
Check je aansluiting en je meterkast
Kijk of er ruimte is voor een extra groep en of je aansluiting het aankan naast koken, wassen en eventueel laden. Verzwaren naar 3x25 ampère vraagt een aanvraag bij de netbeheerder en heeft een wachttijd die per regio flink verschilt. Regel dit parallel aan de offertes, niet erna.
-
Laat plaatsen en meteen inregelen
De montage duurt twee tot vier dagen. Laat de monteur bij de oplevering de stookcurve, de warmwatertemperatuur en het legionellaprogramma uitleggen en noteer de instellingen. Vraag ook of het waterzijdig inregelen van de radiatoren erbij zit, want zonder dat werkt de laagste aanvoertemperatuur nooit.
-
Vraag de ISDE aan binnen 24 maanden
De aanvraag loopt achteraf via RVO en moet binnen 24 maanden na de installatiedatum binnen zijn. Je hebt de factuur, de meldcode van het toestel en je DigiD nodig. Het huis moet van vóór 2019 zijn en het toestel door een installatiebedrijf geplaatst.
-
Stuur het eerste stookseizoen bij en zeg pas dan het gas op
Verlaag de stookcurve stap voor stap en houd je stroomverbruik per maand bij. Pas als het huis een echte koudeperiode zonder klachten doorkomt, laat je de gasaansluiting verwijderen. Zo houd je een terugvaloptie zolang het systeem nog niet bewezen is.
Subsidiewijzer
Kies je maatregel en zie het actuele ISDE-bedrag, de voorwaarden en hoe je aanvraagt. Bekijk alle gegevens
| Categorie | Maatregel | Subsidie 2026 | Belangrijkste voorwaarde |
|---|---|---|---|
| Verwarming | Hybride warmtepomp (lucht-water) | ± € 1.500 tot € 3.000 | Bedrag per apparaat via de RVO-meldcodelijst; aanvragen binnen 24 maanden na installatie |
| Verwarming | Volledige lucht-waterwarmtepomp | ± € 2.000 tot € 4.500 | Afhankelijk van vermogen en efficiëntie; per 2026 lager bedrag voor een tweede lucht-waterwarmtepomp |
| Warm water | Zonneboiler | € 300 tot € 1.750 | Afhankelijk van collectoroppervlak en inhoud van het voorraadvat |
| Isolatie | Spouwmuurisolatie | € 5,25 per m² (1 maatregel), € 10,50 (2 of meer) | Minimaal 10 m², maximaal 170 m² |
| Isolatie | Dakisolatie | € 16,25 per m² (1 maatregel), € 32,50 (2 of meer) | Minimaal 20 m², maximaal 200 m² |
| Isolatie | Zolder- of vlieringvloerisolatie | € 4,00 per m² (1 maatregel), € 8,00 (2 of meer) | Minimaal 20 m²; niet samen met dakisolatie direct erboven |
| Isolatie | Gevelisolatie (buitenkant) | € 20,25 per m² (1 maatregel), € 40,50 (2 of meer) | Minimaal 10 m², maximaal 170 m² |
| Isolatie | Vloerisolatie | € 5,50 per m² (1 maatregel), € 11,00 (2 of meer) | Minimaal 20 m², maximaal 130 m² |
| Isolatie | Bodemisolatie | € 3,00 per m² (1 maatregel), € 6,00 (2 of meer) | Minimaal 20 m², maximaal 130 m²; vloer- óf bodemisolatie als ze boven elkaar liggen |
| Isolatie | HR++ glas (bestaande kozijnen) | € 25 per m² (1 maatregel), € 50 (2 of meer) | Minimaal 3 m², maximaal 45 m² glas |
| Isolatie | Triple glas in nieuwe isolerende kozijnen | € 111 per m² (1 maatregel), € 222 (2 of meer) | Minimaal 3 m², maximaal 45 m² glas |
| Isolatie | Bonus biobased isolatiemateriaal | € 1 tot € 6 per m² extra, per maatregel | Bovenop het reguliere bedrag; de bonus wordt niet verdubbeld |
| Opslag | Thuisbatterij | Geen landelijke subsidie in 2026 | Alleen enkele lokale en provinciale regelingen; check je eigen gemeente en provincie |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Check dit voordat je een all-electric warmtepomp laat plaatsen
Doorgerekend: zo pakt het uit
Tussenwoning met label B en een warmtepomp van 8 kW
Stel, je woont in een tussenwoning met energielabel B, je stookt 880 kubieke meter gas per jaar en je radiatoren zijn ruim genoeg voor water van 45 graden. Je laat een all-electric lucht-waterwarmtepomp van 8 kW plaatsen met een boilervat van 200 liter. De installateur rekent 13.000 euro inclusief montage, boilervat en een extra groep in de meterkast.
De ISDE bedraagt in 2026 het startbedrag van 1.025 euro plus 8 × 225 euro voor het vermogen plus 200 euro labelbonus, samen 3.025 euro. Je netto investering komt daarmee uit op 9.975 euro.
Aan de opbrengstkant valt je gasrekening weg: 880 m³ × 1,40 euro is 1.232 euro, plus ongeveer 200 euro vastrecht, en het ketelonderhoud van 120 euro per jaar vervalt ook. Daar gaat je nieuwe stroomverbruik vanaf: 7.700 kilowattuur warmte gedeeld door een seizoensrendement van 3,5 is 2.200 kilowattuur, tegen 0,30 euro per kilowattuur 660 euro, plus 100 euro per jaar onderhoud aan de pomp.
Het saldo is 1.232 + 200 + 120 − 660 − 100 = 792 euro per jaar in je voordeel, ongeveer 66 euro per maand. Op een netto investering van 9.975 euro is dat een terugverdientijd van dertien jaar. Loopt de gasprijs op naar 1,80 euro per kubieke meter, dan groeit het voordeel naar 1.144 euro per jaar en zakt de terugverdientijd naar negen jaar.
Vrijstaand huis: eerst isoleren, daarna een kleiner toestel
Stel, je hebt een vrijstaand huis uit 1985 met label C dat 1.440 kubieke meter gas per jaar vraagt. Een installateur adviseert 12 kW, maar je kiest ervoor eerst 80 vierkante meter dak en 60 vierkante meter vloer te isoleren. Dat kost ongeveer 8.000 euro; omdat het twee maatregelen tegelijk zijn geldt het dubbele ISDE-tarief van 2026, 32,50 euro per m² dak en 11,00 euro per m² vloer, samen 3.260 euro subsidie, dus netto 4.740 euro.
Je gasverbruik zakt daardoor naar ongeveer 1.000 kubieke meter en een pomp van 10 kW volstaat. Die kost 14.500 euro geïnstalleerd in 2026; de ISDE is dat jaar 1.025 + 10 × 225 + 200 = 3.475 euro, dus netto 11.025 euro. Samen investeer je 15.765 euro na subsidie.
Je oude jaarlast was 1.440 × 1,40 = 2.016 euro gas, 200 euro vastrecht en 120 euro ketelonderhoud: 2.336 euro. Nieuw betaal je voor 8.800 kilowattuur warmte gedeeld door 3,5 ruim 2.500 kilowattuur stroom, tegen 0,30 euro 755 euro, plus 100 euro onderhoud: 855 euro.
Het voordeel is 1.481 euro per jaar en de terugverdientijd elf jaar. Zonder de isolatiestap had je een toestel van 12 kW nodig gehad, meer stroom verbruikt en de subsidie op het isolatiewerk laten liggen. De isolatie verdient zichzelf hier dus twee keer terug: in het gas van vandaag en in de maat van de warmtepomp van morgen.
In één keer all-electric of eerst all-electric ready
Stel, je twijfelt in dezelfde tussenwoning tussen nu meteen volledig elektrisch en eerst een all-electric ready hybride. Route één is de warmtepomp van 8 kW: netto 9.975 euro, voordeel 792 euro per jaar. Route twee begint met een hybride warmtepomp van 4 kW op je bestaande ketel voor 6.200 euro in 2026, waar 2.125 euro ISDE van af gaat: netto 4.075 euro, met een voordeel van ongeveer 300 euro per jaar.
Ga je na acht jaar alsnog over, dan heb je in die periode ongeveer 2.400 euro bespaard. Je haalt de ketel eruit, plaatst een groter toestel met een boilervat en houdt hooguit een deel van het leidingwerk en de groep. Reken op zo'n 11.000 euro voor die tweede stap, en houd er rekening mee dat er dan misschien geen subsidie meer is: de ISDE-bedragen dalen al jaren en de regeling loopt niet oneindig door.
De tweetrapsroute komt daarmee op 4.075 + 11.000 − 2.400 = 12.675 euro, tegenover 9.975 euro in één keer. Voor dat verschil van 2.700 euro koop je een lagere drempel nu en acht jaar uitstel. Heb je een ketel van twaalf jaar oud en een huis dat al warm wordt op 45 graden, dan is één keer investeren de goedkopere route.
Veelgemaakte fouten
Een te groot toestel kiezen voor de zekerheid
Een pomp die te ruim bemeten is, start en stopt de hele dag door in plaats van rustig te moduleren. Dat kost rendement, verkort de levensduur van de compressor en levert een hogere stroomrekening op. De extra 450 euro subsidie voor twee kilowatt meer weegt daar niet tegenop.
Rekenen met de COP uit de folder
De COP die fabrikanten noemen geldt bij zeven graden buitenlucht en een lage aanvoertemperatuur, dus onder gunstige omstandigheden. Je jaarverbruik volgt uit de SCOP bij de temperatuur die jouw huis echt nodig heeft. Een verschil tussen 4,5 en 3,0 scheelt in een tussenwoning al snel 250 euro stroom per jaar.
De afgiftetemperatuur niet testen voor je tekent
Wie de proef met 50 graden op de ketel overslaat, ontdekt pas in januari dat de slaapkamers niet warm worden. Radiatoren bijplaatsen kost in 2026 400 tot 900 euro per stuk, boven op een installatie die al staat. Eén koude week testen kost niets.
Een toestel kopen dat niet op de meldcodelijst staat
Alleen apparaten met een meldcode van RVO komen in aanmerking voor de ISDE, en splitsystemen met minder dan 3 kilo koudemiddel met een GWP boven 750 vielen per 2026 af. Een verkeerde keuze kost je bij 8 kW ruim 3.000 euro subsidie in 2026. Zelf plaatsen kost je het hele bedrag.
De subsidieaanvraag laten liggen
De ISDE loopt achteraf en de aanvraag moet binnen 24 maanden na de installatie binnen zijn. Die termijn voelt ruim, en juist daardoor blijft de aanvraag liggen tot hij verlopen is. Zet de datum in je agenda op de dag dat de monteur vertrekt.
Een te klein boilervat nemen
Een vat van 150 liter is genoeg voor twee douchebeurten achter elkaar en moet daarna een uur bijkomen. In een gezin met opgroeiende kinderen is dat elke ochtend een discussie, en naderhand een groter vat plaatsen kost in 2026 800 tot 2.500 euro plus montage. De meerprijs vooraf is een fractie daarvan.
De buitenunit op de verkeerde plek hangen
Onder een slaapkamerraam of pal op de erfgrens haalt een unit de geluidsnorm van 40 decibel in de avond en nacht vaak niet. Verplaatsen achteraf betekent nieuw leidingwerk, een nieuwe fundatie en soms een gesprek met de gemeente. Laat de installateur de berekening op de perceelgrens vooraf op papier zetten.
Veelgestelde vragen
Wat is een all electric warmtepomp?
Een all-electric warmtepomp is een warmtepomp die de cv-ketel volledig vervangt. Hij verwarmt de woning, maakt het warme tapwater en draait alleen op stroom, dus er is geen aardgas meer nodig en de gasaansluiting kan eruit. In vrijwel alle gevallen gaat het om een lucht-waterwarmtepomp met een buitenunit, een binnendeel en een boilervat voor warm water.
Wat kost een all electric warmtepomp inclusief montage?
In 2026 ligt de prijs van een all-electric warmtepomp inclusief montage tussen de 9.000 en 18.000 euro. Het vermogen, het boilervat en het werk aan radiatoren of vloerverwarming bepalen waar je in die reeks uitkomt. Van dat bedrag gaat de ISDE af: bij 8 kW met energielabel A+++ is dat 3.025 euro in 2026, dus netto blijft er ongeveer 8.000 tot 15.000 euro over.
Hybride of all electric warmtepomp: waar kies je voor?
Dat hangt af van de temperatuur die je afgiftesysteem nodig heeft. Wordt je huis op de koudste dag warm met cv-water van 45 tot 50 graden, dan is all-electric haalbaar en verdwijnt je gasrekening helemaal. Lukt dat niet zonder ingrijpende aanpassingen, dan is een hybride opstelling de reële keuze: die kost ongeveer de helft en bespaart 60 tot 70 procent van je gas.
Wat is de beste all-electric warmtepomp?
Er is geen toestel dat overal het beste is. Vergelijk op de SCOP bij 35 én 55 graden, op het modulatiebereik, op het geluidsniveau bij de erfgrens en op het koudemiddel. Kies daarna het kleinste vermogen dat je warmteverliesberekening toelaat, en controleer of het type op de meldcodelijst van RVO staat, anders vervalt de subsidie.
Is een warmtepomp van 8 kW all-electric genoeg voor mijn huis?
Voor een gemiddelde tussenwoning of hoekwoning met redelijke isolatie is 8 kW meestal ruim voldoende; die woningen vragen op de koudste dag 5 tot 8 kilowatt. Een vrijstaand huis of een woning met label C zit eerder op 10 tot 12 kW. Het enige betrouwbare antwoord komt uit een warmteverliesberekening per vertrek, niet uit een vuistregel op woningtype.
Wat is de terugverdientijd van een all electric warmtepomp?
In de meeste woningen tussen de tien en vijftien jaar, terwijl een toestel vijftien tot twintig jaar meegaat. In een tussenwoning met 880 kubieke meter gasverbruik levert de overstap ongeveer 790 euro per jaar op bij 1,40 euro per kubieke meter gas en 0,30 euro per kilowattuur stroom, tegenover een netto investering van rond de 10.000 euro. Een hogere gasprijs verkort die periode fors, een matig geïsoleerd huis verlengt hem.
Wat is een all-electric ready warmtepomp en wat zijn de kosten?
Dat is een hybride opstelling die zo is uitgevoerd dat de cv-ketel er later zonder verbouwing uit kan: een pomp die het huis in principe alleen aankan, afgifte op lage temperatuur en alvast ruimte, leidingwerk en een groep voor een boilervat. De meerprijs boven een gewone hybride loopt in de praktijk op tot enkele duizenden euro's. Reken door of twee keer installeren op termijn niet duurder uitvalt dan in één keer overstappen.
Heb je bij een all-electric warmtepomp een boiler nodig?
Ja. Zonder gasketel moet het warme tapwater ergens vandaan komen, en een warmtepomp maakt dat langzaam, dus er is een voorraadvat nodig van grofweg 150 tot 300 liter. Dat vat zit soms in de binnenunit en staat soms los als aparte warmtepompboiler. Kies de inhoud op het aantal douchebeurten kort na elkaar, niet op het aantal bewoners.
Wat is het verschil tussen een monoblock en een split all-electric warmtepomp?
Bij een monoblock zit alle koeltechniek in de buitenunit en gaat er alleen cv-water naar binnen; bij een split lopen er koudemiddelleidingen van de buitenunit naar een binnenunit. Een monoblock is sneller geplaatst en vraagt binnen weinig ruimte, maar het waterdeel buiten moet vorstvrij blijven. Een split vraagt een monteur met F-gassencertificaat en sinds 2026 vallen kleine splitsystemen met een koudemiddel met hoge GWP buiten de ISDE.
Kan een ventilatiewarmtepomp all-electric verwarmen?
Alleen in een woning met een heel kleine warmtevraag, want zo'n toestel levert ongeveer 2 kilowatt. Dat is genoeg in goed geïsoleerde nieuwbouw of een compact appartement met gebalanceerde ventilatie, bijvoorbeeld met een warmteterugwininstallatie. In een bestaande rijwoning met label C haalt hij het niet en is een lucht-waterwarmtepomp de logische keuze.
Wat zijn de ervaringen met een all-electric warmtepomp in een bestaande woning?
Wie het systeem goed laat inregelen, merkt vooral een gelijkmatiger warmte en een lagere energierekening. De klachten die terugkomen gaan over drie dingen: een stookcurve die te hoog stond en dus onnodig stroom kostte, een boilervat dat te klein bleek, en geluidsoverlast van een buitenunit die te dicht bij een raam of erfgrens hing. Alle drie zijn ze vooraf te voorkomen.
Moet je je gasaansluiting laten verwijderen na de overstap?
Verplicht is het niet. Laat je de aansluiting liggen, dan betaal je in 2026 jaarlijks ongeveer 200 euro vastrecht zonder er gas doorheen te halen. Laat je hem weghalen, dan betaal je eenmalig het tarief van je netbeheerder en is terugkomen later een dure operatie. Draai daarom eerst één winter door en beslis daarna.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Het meeste werk bij een all-electric warmtepomp is technisch en niet financieel, dus de partij die je nodig hebt is een installateur die een echte warmteverliesberekening per vertrek maakt. Reken in 2026 op 300 tot 600 euro voor zo'n berekening, vaak verrekend met de opdracht, en vraag naar de aanvoertemperatuur waarmee hij rekent en of het waterzijdig inregelen erbij zit. Een installateur die zonder berekening meteen een vermogen noemt, geeft je een gok in plaats van een advies.
Twijfel je over de volgorde van isoleren, afgifte en toestel, dan is een energieadviseur met een maatwerkadvies een logische tussenstap; de kosten liggen in 2026 doorgaans tussen de 300 en 500 euro en gemeenten vergoeden dat soms deels. Bij een appartement loopt de route via de vereniging van eigenaars, en dan gelden de spelregels uit de gids over een warmtepomp in een appartement. Voor de vraag welke regelingen je in jouw situatie kunt stapelen, is de subsidiewijzer een snellere start dan een adviesgesprek.
Puur financieel advies is hier zelden nodig, met één uitzondering: wil je de investering meefinancieren in je hypotheek of via een energiebespaarlening, dan is een hypotheekadviseur op zijn plaats om je maandlast en je leenruimte door te rekenen. Voor het kiezen tussen merken en modellen bestaat geen onafhankelijke adviseur die je dat werk uit handen neemt; drie vergelijkbare offertes met dezelfde uitgangspunten brengen je verder dan welk lijstje ook.