Stadsverwarming: hoe het werkt en wat je per gigajoule betaalt
Typ minimaal 2 tekens. Je doorzoekt alleen deze gids.

Stadsverwarming is verwarming uit een warmtenet: warm water komt via een leidingnet je huis binnen bij een afleverset, en je hebt geen cv-ketel en geen gasaansluiting meer nodig. Je rekent niet af per kubieke meter maar per gigajoule, waarvoor de ACM in 2026 een maximum van 40,97 euro vaststelde, plus een vastrecht van maximaal 615,66 euro per jaar en nog wat kleinere vaste posten. Door die hoge vaste kosten valt een zuinig stokende woning op stadsverwarming vaak duurder uit dan dezelfde woning op gas, terwijl je niet naar een andere leverancier kunt overstappen.
- € 40,97 2026 maximumtarief warmte per gigajoule, inclusief btw
- € 615,66 2026 maximaal vastrecht per jaar bij verwarming en warm kraanwater
- € 33,73 2026 maximaal meettarief per jaar
- 277,8 kWh omrekening warmte in één gigajoule, ongeveer 33 kubieke meter aardgas
- 20 tot 30 GJ indicatie warmtevraag van een tussenwoning per jaar
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat stadsverwarming is en waar de warmte vandaan komt
De betekenis van stadsverwarming is eenvoudig: je woning haalt haar warmte uit een collectief warmtenet in plaats van uit een eigen ketel. Een centrale bron verwarmt water, dat via geïsoleerde leidingen door de wijk loopt en bij jou het huis binnenkomt. Daar geeft het zijn warmte af aan je radiatoren, je vloerverwarming en je kraan, waarna het afgekoelde water terugstroomt naar de bron. Wie hierop zit is al van het gas af, want koken op inductie is dan meestal het enige wat nog geregeld moet worden.
De bron verschilt per net en bepaalt hoe schoon je warmte is. Veel Nederlandse netten draaien op restwarmte van een afvalenergiecentrale of van industrie, andere op aardwarmte uit de diepe ondergrond, en er komen netten bij die grote elektrische warmtepompen gebruiken. Je leverancier is verplicht te melden welke bronnen jouw net voeden, dus vraag dat op als je wilt weten hoeveel CO2 je warmte kost.
Stadswarmte en stadsverwarming zijn hetzelfde. Aanbieders gebruiken daarnaast woorden als warmtenet, blokverwarming en warmtelevering, terwijl dat niet allemaal dezelfde dingen zijn: blokverwarming is een collectieve ketel voor één gebouw, een warmtenet bedient een hele wijk. Het verschil in tarieven en rechten tussen die twee lees je bij stadswarmte.
Grote netten liggen onder meer in de Rotterdamse regio, waaronder Capelle aan den IJssel, en in steden als Amsterdam, Utrecht, Almere en Purmerend. Of er in jouw straat een net ligt of gepland staat, weet de gemeente: die legt het vast in haar warmteprogramma en in het wijkuitvoeringsplan.
Hoe stadsverwarming in huis werkt
De installatie in je woning is klein. Op de plek waar anders een cv-ketel hangt, zit een afleverset: een kastje met een warmtewisselaar, een warmtemeter en afsluiters. Het water uit het net stroomt door de wisselaar en verwarmt daar het water van je eigen cv-systeem, zonder dat de twee kringen zich mengen. De rest van je huis verandert niet: dezelfde radiatoren, dezelfde thermostaat, dezelfde vloerverwarming.
Er komt geen verbranding aan te pas in jouw woning. Dat scheelt een rookgasafvoer door het dak, een gasleiding en het risico op koolmonoxide, en het scheelt ook de jaarlijkse onderhoudsbeurt. De afleverset is meestal eigendom van de warmteleverancier, die hem onderhoudt en na afloop van zijn levensduur vervangt. Je betaalt daar huur voor, en die huur staat los van het tarief per gigajoule. Is de afleverset jouw eigendom, dan mag de leverancier er geen huur voor rekenen.
De thermostaat werkt zoals je gewend bent, met één verschil: het net levert continu, dus er is geen opstartvertraging van een ketel. Sommige netten leveren op hoge temperatuur, andere op lagere temperatuur waarbij je grotere radiatoren of vloerverwarming nodig hebt. Vraag bij een verbouwing vooraf bij de leverancier op op welke aanvoer- en retourtemperatuur jouw net is ontworpen, want een te hoge retourtemperatuur is precies wat een warmtenet inefficiënt maakt.
Storingen los je niet zelf op. De afleverset is eigendom van de leverancier en zit verzegeld, dus bij een storing bel je het storingsnummer en niet je eigen installateur. Aan het cv-systeem achter de afleverset, zoals radiatoren ontluchten of bijvullen, mag je wel gewoon zelf werken.
Vraag bij je leverancier het ontwerpvermogen van je afleverset op, in kilowatt. Dat getal bepaalt zowel de huurprijs als hoeveel warm water je tegelijk kunt tappen, en het is de eerste plek om te kijken als je douche telkens koud wordt.
Hoe weet ik of ik stadsverwarming heb?
De meterkast geeft binnen een halve minuut uitsluitsel. Zie je geen gasmeter en ook geen cv-ketel in huis, maar wel een kastje met twee dikke geïsoleerde leidingen en een meter die telt in GJ of MWh, dan zit je op stadsverwarming. Die warmtemeter is de tegenhanger van de gasmeter: hij registreert hoeveel warmte je uit het net hebt gehaald, niet hoeveel brandstof je hebt verbrand.
Twijfel ontstaat vooral in appartementen. Daar kan een gebouw een eigen collectieve ketel hebben, waarbij je wel een warmtemeter of radiatormeters ziet maar de warmte gewoon uit gas komt dat de VvE inkoopt. Het onderscheid vind je op je jaarafrekening: staat er een warmteleverancier met een tarief per gigajoule op, dan is het een warmtenet; komt de afrekening van je VvE of verhuurder, dan is het blokverwarming.
Een tweede aanwijzing is je energierekening zelf. Wie op stadsverwarming zit, heeft een elektriciteitscontract bij een vrij te kiezen leverancier en daarnaast een aparte warmteovereenkomst bij één vaste partij. Staat er nog een gascontract op je naam terwijl je geen gas meer gebruikt, dan betaal je onnodig vastrecht en is het tijd om te kijken hoe het afsluiten van je gasaansluiting in zijn werk gaat.
| Wat je in de meterkast of bijkeuken ziet | Wat dat betekent |
|---|---|
| Kastje met twee dikke geïsoleerde leidingen en een meter in GJ | Individuele aansluiting op een warmtenet |
| Cv-ketel met rookgasafvoer en een gasmeter | Eigen ketel op aardgas, geen stadsverwarming |
| Warmtemeter maar geen leverancier op de nota, afrekening via de VvE | Blokverwarming: een collectieve ketel voor het gebouw |
| Radiatormeters of verdampingsmetertjes op elke radiator | Kostenverdeling binnen een collectief systeem, geen eigen aansluiting |
| Geen gasmeter en geen ketel, wel een elektrische boiler | Warmtenet dat alleen ruimteverwarming levert, warm water komt van stroom |
Wat stadsverwarming kost per gigajoule en per jaar
Op een warmtenet reken je af per gigajoule. Eén gigajoule is 277,8 kilowattuur warmte, ongeveer wat een HR-ketel uit drieëndertig kubieke meter aardgas haalt. Een tussenwoning gebruikt daar 20 tot 30 van per jaar, een goed geïsoleerd appartement komt vaak onder de 15 uit en een vrijstaand huis zit er ruim boven.

Controleer tariefperiode, meterstanden en alle vaste posten.
Lees de volledige uitleg bij deze afbeelding
Je betaalt voor verbruik én vaste kosten.
Verbruik: De geleverde warmte in gigajoules (GJ), vermenigvuldigd met jouw prijs per GJ.
Vaste posten: Bijvoorbeeld vastrecht, meterkosten en kosten voor de afleverset die warmte aan je woning doorgeeft.
Afrekening: Vergelijk totale kosten met de reeds betaalde voorschotten.
Controleer tariefperiode, meterstanden en alle vaste posten.
Een voorschot is een vooruitbetaling. Maximumtarieven, werkelijk contract en collectieve situaties kunnen verschillen.
Omdat je niet kunt overstappen, stelt de Autoriteit Consument en Markt elk jaar maximumtarieven vast. Je leverancier mag daaronder gaan zitten maar er nooit boven; in de praktijk zitten de meeste warmtebedrijven op of net onder dat maximum. Het maximum voor 2026 staat op 40,97 euro per gigajoule inclusief btw. De prijzen van stadsverwarming komen dus niet uit de markt maar uit een jaarlijks besluit, en dat besluit wordt per kalenderjaar opnieuw berekend. Tarieven en prijzen uit 2023 of 2024 zeggen daarom niets over wat je nu betaalt; de tarievenbesluiten per jaar staan op acm.nl.
Het tarief per gigajoule is maar een deel van het verhaal. Naast het verbruik betaal je vastrecht, een meettarief en huur voor de afleverset, en die posten lopen door, ook als je de thermostaat op 17 graden zet. Bij elkaar mogen die posten in 2026 hoogstens 827,90 euro per jaar zijn, voordat je één gigajoule hebt afgenomen. Wie zijn werkelijke prijs wil weten, moet die vaste posten dus meerekenen.
Neem je alleen ruimteverwarming af en verwarm je je tapwater elektrisch, dan geldt het lagere vastrecht van 307,84 euro per jaar in 2026. Dat scheelt op papier ruim driehonderd euro, al loopt de maximale huur van de afleverset dan op naar 184,10 euro. Je betaalt de warmte van je douche bovendien in stroom, en dat is per kilowattuur de duurdere route.
| Post bij een kleine aansluiting tot 100 kW | Maximum 2026, inclusief btw |
|---|---|
| Warmte per gigajoule | € 40,97 |
| Vastrecht bij verwarming en warm kraanwater | € 615,66 per jaar |
| Vastrecht bij alleen verwarming of alleen warm kraanwater | € 307,84 per jaar |
| Meettarief | € 33,73 per jaar |
| Huur individuele afleverset, 25 kW met CW-label 4 | € 178,51 tot € 184,10 per jaar |
Gecontroleerd op ACM-maximumtarieven 2026, gecontroleerd augustus 2026
Een maximumtarief is geen richtprijs en al helemaal geen korting. Controleer op je jaarnota welk tarief per gigajoule je leverancier werkelijk rekent, want zit die precies op het maximum, dan is er niets mis maar valt er ook niets te halen.
Hoe je warmterekening wordt berekend
De berekening is recht toe recht aan. De warmtemeter registreert je afname in gigajoules, dat aantal gaat maal het tarief per gigajoule, en daar komen het vastrecht, het meettarief en de huur van de afleverset bovenop. Net als bij gas en stroom betaal je maandelijks een voorschot en volgt er één keer per jaar een afrekening waarin het werkelijke verbruik wordt verrekend.
Wil je je kosten zelf berekenen, dan heb je twee getallen nodig: je jaarverbruik in gigajoules en het tarief van jouw leverancier. Het verbruik lees je af op de warmtemeter of vind je op de vorige jaarnota. Met de tabel hieronder zie je meteen wat een verbruik betekent op maandbasis, gerekend met de ACM-maxima van 2026, inclusief de maximale huur van 178,51 euro per jaar voor de afleverset.
De laatste kolom is het getal waar het om draait. Dat is je all-in prijs per gigajoule: de hele jaarrekening gedeeld door het aantal afgenomen gigajoules. Die prijs zakt naarmate je meer afneemt, omdat de vaste kosten over meer eenheden worden uitgesmeerd. Precies daarom voelt stadsverwarming voor een zuinige bewoner van een klein appartement zo duur, en voor een groot gezin in een tochtige woning nog redelijk.
| Verbruik per jaar | Warmte per gigajoule | Vaste kosten per jaar | Totaal per jaar | Per maand | All-in per GJ |
|---|---|---|---|---|---|
| 12 GJ, zuinig appartement | € 491,64 | € 827,90 | € 1.319,54 | € 110 | € 109,96 |
| 20 GJ, klein huishouden | € 819,40 | € 827,90 | € 1.647,30 | € 137 | € 82,37 |
| 28 GJ, tussenwoning | € 1.147,16 | € 827,90 | € 1.975,06 | € 165 | € 70,54 |
| 40 GJ, groot of slecht geïsoleerd huis | € 1.638,80 | € 827,90 | € 2.466,70 | € 206 | € 61,67 |
Gecontroleerd op gerekend met de ACM-maxima van 2026, inclusief € 178,51 huur afleverset per jaar
Is stadsverwarming duurder dan gas?
Voor de meeste huishoudens is stadsverwarming in 2026 iets duurder dan dezelfde woning op een eigen cv-ketel, en het verschil zit vrijwel helemaal in de vaste kosten. Het tarief per gigajoule is niet extreem: 40,97 euro voor de warmte uit ruim dertig kuub gas is vergelijkbaar met wat je op de gasmarkt betaalt. Het vastrecht van 615,66 euro per jaar is dat wel, zeker naast de ruim 265 euro netbeheerkosten die een gasaansluiting in 2026 kost.
Daar staat tegenover dat een cv-ketel ook geld kost buiten de gasrekening om. Een onderhoudscontract loopt al gauw richting de honderdvijftig euro per jaar, en een ketel gaat vijftien tot twintig jaar mee, dus je reserveert feitelijk elk jaar voor de vervanging. Wie die posten meetelt, ziet het verschil krimpen tot een paar honderd euro.
De vraag waarom stadsverwarming zo duur is, heeft daarmee een nuchter antwoord. Een warmtenet is een netwerk van leidingen dat is aangelegd en onderhouden moet worden voor een beperkt aantal aangeslotenen, en die kosten zitten in het vastrecht. Er is bovendien geen concurrentie: je zit vast aan één leverancier, en het enige wat de prijs begrenst is het besluit van de ACM. Hoe dat maximum tot stand komt en waar je terechtkunt als je het niet vertrouwt, legt de warmtewet uit.
Hoe hoger je warmtevraag, hoe kleiner het verschil, want per gigajoule is warmte uit het net in 2026 net iets goedkoper dan dezelfde warmte uit gas. Bij een gasprijs van 1,30 euro per kubieke meter blijft gas bij elk gewoon huishoudelijk verbruik toch voordeliger; stijgt die gasprijs naar 1,55 euro, dan is stadsverwarming vanaf ongeveer 26 gigajoule per jaar juist de goedkoopste route. Waar het omslagpunt ligt hangt dus vooral af van de gasprijs, en die staat niet vast.
| Post | Stadsverwarming, 28 GJ | Eigen cv-ketel, 920 m³ gas |
|---|---|---|
| Verbruik | 28 × € 40,97 = € 1.147 | 920 × € 1,30 = € 1.196 |
| Vastrecht en meettarief | € 649 | ± € 267 netbeheerkosten gas |
| Huur of onderhoud van de installatie | € 179 huur afleverset | ± € 150 onderhoudscontract |
| Reservering voor vervanging | € 0, de leverancier vervangt | ± € 150 per jaar voor een nieuwe ketel |
| Totaal per jaar | € 1.975 | € 1.763 |
Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij de ACM-maxima van 2026, netbeheerkosten gas van € 267 en een aangenomen gasprijs van € 1,30 per m³
De voordelen en nadelen op een rij
De voordelen van stadsverwarming zijn praktisch van aard. Je hebt geen ketel die op een vrieskoude zondag stukgaat, geen jaarlijkse onderhoudsbeurt, geen rookgasafvoer en geen gasleiding door je huis. De afleverset is klein, stil en veilig, en de leverancier vervangt hem als hij op is. Voor wie geen zin heeft in installatiegedoe is dat een echt voordeel, en het scheelt ruimte in de bijkeuken.
De nadelen zijn financieel en juridisch. Je kunt niet overstappen naar een andere leverancier, dus er is geen prijsconcurrentie en geen uitweg als de service tegenvalt. De vaste kosten van maximaal 827,90 euro per jaar blijven staan hoe zuinig je ook stookt, dus isoleren drukt alleen het variabele deel van je rekening. En van een warmtenet af stappen kan wel, maar kost geld en vraagt een compleet nieuw plan voor zowel je verwarming als je warm water.
Het milieuvoordeel is er meestal wel, maar niet automatisch. Draait jouw net op aardwarmte of op restwarmte die anders de lucht in zou gaan, dan is je warmte flink schoner dan aardgas. Draait het op een gasgestookte hulpketel die in de winter bijspringt, dan valt de winst tegen. De bronnenmix per net staat in de jaarlijkse informatie van je leverancier, en die verschilt sterk per stad.
| Onderwerp | Hoe het uitpakt op stadsverwarming |
|---|---|
| Onderhoud en storing | Geen eigen ketel; de leverancier onderhoudt en vervangt de afleverset |
| Ruimte en veiligheid | Geen gasleiding, geen rookgasafvoer en geen risico op koolmonoxide |
| Keuze van leverancier | Eén leverancier per net, overstappen is niet mogelijk |
| Prijs | Begrensd door het ACM-maximum, maar dat maximum is geen lage prijs |
| Zuinig stoken | Elke bespaarde gigajoule scheelt 40,97 euro in 2026, maar de vaste kosten blijven staan |
| Isoleren | Verlaagt alleen het variabele deel; het comfort gaat er wel op vooruit |
| CO2-uitstoot | Hangt af van de bron van jouw net, van aardwarmte tot een gasgestookte hulpketel |
| Afkoppelen | Kost in 2026 hoogstens € 3.904,26 aan afsluitkosten en vraagt een alternatief voor verwarming en warm water |
Warm water, temperatuur en de zomerstand
Warm water uit de stadsverwarming komt op twee manieren tot stand. Bij een doorstroomafleverset warmt het net je kraanwater direct op zodra je de kraan opendraait, zonder voorraadvat. Bij een variant met een boilervat staat er een hoeveelheid warm water klaar, wat handiger is bij een ligbad of twee douches tegelijk. Welke van de twee je hebt, staat op het typeplaatje van de afleverset, samen met het CW-label dat aangeeft hoeveel warm water je per minuut kunt tappen.
Sommige netten leveren alleen ruimteverwarming. Je warme water komt dan uit een elektrische boiler, en die stroom betaal je aan je gewone energieleverancier. Dat betekent een lager vastrecht voor de warmte, maar per liter warm water een hogere prijs, want stroom is per eenheid energie duurder dan warmte uit het net. Wie de keuze heeft, rekent beide varianten met zijn eigen tapgedrag door voordat hij kiest.
De temperatuur in de leidingen bepaal je niet zelf. Klassieke netten leveren op hoge temperatuur, moderne netten op lagere temperatuur, waarbij ruimere radiatoren of vloerverwarming nodig zijn om je huis warm te krijgen. Je thermostaat regelt daarbinnen gewoon de kamertemperatuur, net als op gas.
Dat de stadsverwarming ook in de zomer blijft verwarmen, is geen storing. Het net staat het hele jaar onder druk en op temperatuur, want je warme kraanwater komt eruit. Voelen je radiatoren in juli lauw aan, zet dan de radiatorkranen dicht en de thermostaat op de laagste stand; de leidingen zelf blijven warm en dat kost je niets extra, want de meter telt alleen de warmte die je daadwerkelijk afneemt.
Loopt je vloerverwarming in de zomer door terwijl je hem niet nodig hebt, sluit dan de groep af op de verdeler in plaats van alleen de thermostaat lager te zetten. Een vloer die restwarmte blijft opnemen kost gigajoules die je niet merkt.
Wat de Warmtewet voor je regelt
Omdat je gebonden bent aan één leverancier, staat er wetgeving tussen jou en die leverancier in. De Warmtewet regelt dat de ACM jaarlijks maximumtarieven vaststelt, dat je een schriftelijke overeenkomst krijgt met daarin de tarieven en de leveringsvoorwaarden, en dat er wordt gemeten en jaarlijks afgerekend op je werkelijke verbruik. Ook is vastgelegd dat je bij een langdurige onderbreking recht hebt op een vergoeding: 35 euro als je acht tot twaalf uur zonder warmte zit en 20 euro voor elke volgende vier uur, door je leverancier binnen zes maanden uit zichzelf overgemaakt.
Een vast contract zoals bij stroom en gas bestaat hier niet in dezelfde vorm. Je hebt één leveringsovereenkomst met de partij die het net in jouw wijk beheert, en de tarieven daarin worden jaarlijks aangepast binnen de ruimte die de ACM geeft. Opzeggen kan alleen als je ook echt van het net af gaat, en dat vraagt een compleet alternatief voor verwarming en warm water.
Klopt er iets niet aan je nota, dan is de volgorde vast. Eerst leg je de klacht schriftelijk bij je leverancier neer, en komt die er niet uit, dan breng je het geschil binnen twaalf maanden na die brief bij de geschillencommissie waarbij je leverancier is aangesloten. De ACM behandelt geen individuele klachten over jouw rekening, maar houdt wel toezicht op de tarieven en op de naleving. Welke rechten er precies in de wet staan en hoe de tariefstelling is opgebouwd, staat in de gids over de warmtewet.
De Warmtewet gaat op termijn op de schop. De Eerste Kamer nam op 9 december 2025 de Wet collectieve warmte aan, die de warmteprijs stap voor stap loskoppelt van de gasprijs en hem gaat baseren op de werkelijke kosten van het net. Volgens de ACM gaat die wet op 1 januari 2027 in en verloopt de overgang daarna nog een aantal jaren, dus tot en met 2026 gelden de maxima die je hierboven ziet.
| Waar je recht op hebt | Hoe dat is geregeld |
|---|---|
| Een tarief dat niet boven het maximum ligt | De ACM stelt de maxima per kalenderjaar vast en houdt daar toezicht op |
| Een schriftelijke overeenkomst | Met daarin de tarieven, de leveringsvoorwaarden en de duur |
| Meten en afrekenen op werkelijk verbruik | Een warmtemeter en één jaarafrekening per jaar |
| Vergoeding bij een langdurige storing | € 35 vanaf acht uur zonder warmte, plus € 20 per volgende vier uur |
| Een klachtenprocedure | Eerst de leverancier, daarna binnen twaalf maanden de geschillencommissie waarbij die is aangesloten |
| Inzicht in de bronnen van je warmte | De leverancier meldt jaarlijks waar de warmte vandaan komt |
Aansluiten op stadsverwarming, of er juist vanaf
Aansluiten begint bij de vraag of er een net in je straat ligt. Ligt dat er, dan vraag je een aansluiting aan bij de warmteleverancier en krijg je een offerte met een eenmalige aansluitbijdrage. Die bijdrage loopt bij een bestaande woning al gauw op tot enkele duizenden euro's, omdat er gegraven moet worden en er een afleverset geplaatst wordt. Bij nieuwbouw zit de aansluiting meestal in de koopsom en betaal je die dus via de hypotheek mee.
Binnenshuis komt er werk bij kijken. De cv-ketel gaat eruit, de afleverset komt op zijn plaats, en soms moeten radiatoren worden vergroot omdat het net op een lagere temperatuur levert. Pas als verwarming, warm water en de kookplaat allemaal zonder gas kunnen, is het zinnig om de gasaansluiting te laten weghalen; hoe dat gaat en wat het kost staat bij gas afsluiten. Zolang de aansluiting er ligt, blijf je de netbeheerkosten van ruim 265 euro per jaar betalen.
De omgekeerde beweging is lastiger dan mensen denken. Van stadsverwarming af stappen mag, maar je moet dan de hele warmtevraag zelf gaan invullen, inclusief warm water, en de leverancier mag afsluitkosten in rekening brengen: in 2026 hoogstens 3.904,26 euro voor definitief afsluiten en 620,44 euro als je hooguit twee jaar tijdelijk afsluit. In een appartement komt daar de VvE bij, want de aansluiting raakt vaak de gemeenschappelijke delen. Wie overweegt terug te gaan naar gas, loopt bovendien tegen de kosten van een nieuwe gasaansluiting aan, en die zijn hoger dan de kosten van het weghalen ervan. Weeg daarom eerst af wat de andere manieren om je huis te verwarmen in jouw situatie opleveren.
Teken geen aansluitovereenkomst zonder het tarief per gigajoule en alle vaste posten op papier te hebben. De aansluitbijdrage is eenmalig en zichtbaar, maar het vastrecht en de huur van de afleverset bepalen dertig jaar lang je rekening.
Zo controleer je of je te veel betaalt voor stadsverwarming
Doe dit één keer per jaar, zodra de jaarafrekening binnen is.
-
Lees je verbruik in gigajoules af
Noteer de stand van de warmtemeter, of pak het aantal gigajoules van je jaarafrekening. Dat getal is het startpunt van elke berekening; zonder je eigen verbruik zegt geen enkel tarief iets.
-
Zet alle posten van de nota naast elkaar
Splits je afrekening in het tarief per gigajoule, het vastrecht, het meettarief en de huur van de afleverset. Zit er een post bij die je niet herkent, vraag daar dan schriftelijk om uitleg.
-
Vergelijk elke post met het maximum van dat jaar
De ACM publiceert per kalenderjaar wat een leverancier maximaal mag rekenen. In 2026 is dat 40,97 euro per gigajoule en 615,66 euro vastrecht bij verwarming en warm kraanwater. Ligt een post daarboven, dan klopt er iets niet.
-
Reken je all-in prijs per gigajoule uit
Deel je totale jaarrekening door het aantal afgenomen gigajoules. Dat getal vergelijkt eerlijk met gas, en het laat zien hoe zwaar de vaste kosten in jouw situatie wegen.
-
Zet het naast wat gas zou kosten
Vermenigvuldig je gigajoules met drieëndertig om te zien hoeveel kuub gas dezelfde warmte zou kosten, en tel bij het gasalternatief ook het vastrecht, het onderhoud en de reservering voor een nieuwe ketel op. Zonder die posten valt de vergelijking altijd in het voordeel van gas uit, en dat is niet eerlijk.
-
Leg een klacht neer als er iets niet klopt
Stuur je bezwaar schriftelijk naar de leverancier en bewaar de datum. Komt er geen bevredigend antwoord, dan ga je naar de geschillencommissie waarbij die leverancier is aangesloten; welke procedure daarvoor geldt lees je bij de warmtewet.
-
Pas je voorschot aan
Klopt de rekening maar wijkt je verbruik af van het voorschot, laat het maandbedrag dan bijstellen. Een te laag voorschot levert een naheffing op in het voorjaar, een te hoog voorschot is een renteloze lening aan je leverancier.
Check dit als je op stadsverwarming zit of erop komt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Een tussenwoning die 28 gigajoule afneemt
Stel, je woont in een tussenwoning met een individuele aansluiting en je neemt 28 gigajoule per jaar af, inclusief warm kraanwater. Je leverancier zit op het maximum van 2026. De warmte kost dan 28 × 40,97 = 1.147,16 euro. Daar komt het vastrecht van 615,66 euro bij, het meettarief van 33,73 euro en 178,51 euro huur voor de afleverset.
Het totaal komt uit op 1.975,06 euro per jaar, oftewel 165 euro per maand. Je all-in prijs is 1.975,06 gedeeld door 28, dus 70,54 euro per gigajoule. Dat is bijna het dubbele van het kale tarief, en dat verschil is precies de reden waarom een vergelijking op het gigajoule-tarief alleen misleidt.
Dezelfde woning op een eigen cv-ketel
Dezelfde 28 gigajoule warmte haal je uit ongeveer 920 kubieke meter aardgas, gerekend met drieëndertig kuub per gigajoule bij een HR-ketel. Neem als aanname een all-in gasprijs van 1,30 euro per kubieke meter, dan kost het gas 1.196 euro. De netbeheerkosten van een gasaansluiting zijn in 2026 ongeveer 267 euro per jaar en een onderhoudscontract ongeveer 150 euro.
Een ketel van 2.700 euro die achttien jaar meegaat, kost je nog eens 150 euro per jaar aan reservering. Het totaal komt daarmee op 1.763 euro per jaar, oftewel 147 euro per maand. Stadsverwarming is in dit voorbeeld dus 212 euro per jaar duurder, ongeveer 18 euro per maand.
Het vastrecht dat je energieleverancier voor het gascontract zelf rekent, vaak 60 tot 100 euro per jaar, is hierin niet meegeteld. Stijgt de gasprijs naar 1,55 euro per kuub, dan draait het om: het gasalternatief kost dan 1.993 euro en is duurder dan stadsverwarming. Het omslagpunt ligt bij dit verbruik rond 1,53 euro per kubieke meter.
Een zuinig appartement van 12 gigajoule
Stel, je woont in een goed geïsoleerd appartement en neemt 12 gigajoule per jaar af. De warmte kost 12 × 40,97 = 491,64 euro, de vaste posten samen 827,90 euro. Je jaarrekening is 1.319,54 euro, oftewel 110 euro per maand.
Van dat bedrag is 827,90 euro vast, ruim 62 procent van de rekening. Je all-in prijs is 109,96 euro per gigajoule, bijna drie keer het kale tarief. Stook je een graad lager en zakt je verbruik naar 10 gigajoule, dan bespaar je 2 × 40,97 = 81,94 euro per jaar, ruim 6 procent van je rekening. Dat is de rekensom achter de klacht dat zuinig stoken op een warmtenet zo weinig oplevert.
Veelgemaakte fouten
Alleen het tarief per gigajoule vergelijken met de gasprijs
Het kale tarief van 40,97 euro per gigajoule in 2026 oogt redelijk, maar zegt niets zolang je vastrecht, meettarief en huur van de afleverset niet meetelt. Bij een verbruik van 12 gigajoule verdubbelt tot verdrievoudigt je werkelijke prijs per eenheid warmte daardoor.
Denken dat het ACM-maximum je tarief is
De ACM stelt een plafond vast, geen prijs. Leveranciers zitten er soms onder, en wie zonder te kijken aanneemt dat hij het maximum betaalt, controleert zijn nota nooit. Andersom geldt hetzelfde: een tarief boven het maximum is onrechtmatig en moet worden gecorrigeerd.
Zwaar investeren in isolatie zonder de terugverdientijd om te rekenen
Per bespaarde gigajoule houd je in 2026 het volle tarief van 40,97 euro over, ongeveer evenveel als de gaskosten die je op een cv-ketel zou uitsparen. Alleen staat in een zuinig appartement ruim zestig procent van de jaarrekening vast, dus je totale rekening daalt veel minder hard dan de standaard terugverdientabellen laten zien. Reken een isolatiemaatregel daarom door op je variabele kosten en niet op je hele jaarnota.
Het gascontract of de gasaansluiting laten staan
Wie op stadsverwarming overgaat maar de gasaansluiting laat liggen, betaalt jarenlang ruim 265 euro netbeheerkosten voor niets. De aansluiting vervalt pas als de netbeheerder hem daadwerkelijk saneert; de kraan dichtdraaien is niet genoeg.
De zomerse warmte in de leidingen aanzien voor een storing
Een warmtenet staat het hele jaar op temperatuur omdat het ook je kraanwater levert. Wie daarvoor de storingsdienst belt, verliest tijd; wie in juli zijn radiatorkranen open laat staan en de vloerverwarmingsgroep niet afsluit, verliest gigajoules.
Rekenen op een prijsplafond dat er niet meer is
Het prijsplafond gold alleen in 2023, met een maximum van 47,38 euro per gigajoule over de eerste 37 gigajoule. Sinds 1 januari 2024 bestaat het niet meer, en in 2026 is er geen compensatie of tegemoetkoming voor warmtekosten. Wie daarop rekent bij het opstellen van zijn budget, komt bedrogen uit.
Veelgestelde vragen
Wat is stadsverwarming en wat houdt het in?
Stadsverwarming is verwarming uit een collectief warmtenet. Een centrale bron verwarmt water, dat via een leidingnet door de wijk gaat en bij jou binnenkomt bij een afleverset. Die afleverset geeft de warmte af aan je eigen cv-systeem en aan je kraanwater. Je hebt dus geen cv-ketel, geen gasleiding en geen rookgasafvoer, en je rekent af per gigajoule warmte in plaats van per kubieke meter gas.
Hoe werkt stadsverwarming in huis?
Het net levert warm water aan een afleverset, meestal op de plek waar anders de ketel hangt. In dat kastje zit een warmtewisselaar die de warmte overdraagt op het water van je eigen radiatoren en vloerverwarming, zonder dat de twee kringen zich mengen. Een warmtemeter registreert hoeveel gigajoule je afneemt. Je thermostaat en radiatorkranen werken precies zoals je gewend bent; het enige verschil is dat er in jouw huis niets verbrandt.
Is stadsverwarming gas?
Nee, er komt geen gas je woning binnen en je hebt geen gasaansluiting nodig voor de verwarming. Wat wel kan is dat de centrale bron van het net deels op aardgas draait, bijvoorbeeld een hulpketel die op koude dagen bijspringt. Hoe schoon jouw warmte is, hangt daarom af van de bronnenmix van jouw net, en die moet je leverancier je jaarlijks melden.
Hoe weet ik of ik stadsverwarming heb?
Kijk in de meterkast of bijkeuken. Zie je geen gasmeter en geen cv-ketel, maar wel een kastje met twee dikke geïsoleerde leidingen en een meter die telt in GJ of MWh, dan zit je op een warmtenet. Op je jaarafrekening staat dan een warmteleverancier met een tarief per gigajoule. Komt de afrekening van je VvE of verhuurder, dan gaat het om blokverwarming en niet om stadsverwarming.
Wat kost 1 GJ stadsverwarming?
De ACM stelde het maximum voor 2026 vast op 40,97 euro per gigajoule inclusief btw. Je leverancier mag daaronder zitten maar niet erboven. Dat kale tarief is niet je werkelijke prijs: tel het vastrecht, het meettarief en de huur van de afleverset erbij op en deel het totaal door je verbruik. Bij 28 gigajoule per jaar kom je zo op ongeveer 70 euro per gigajoule uit.
Hoeveel kost stadsverwarming per maand?
Dat hangt vooral af van je verbruik. Gerekend met de maxima van 2026, inclusief de maximale huur van 178,51 euro per jaar voor de afleverset betaalt een zuinig appartement van 12 gigajoule ongeveer 110 euro per maand, een tussenwoning van 28 gigajoule ongeveer 165 euro en een groot of slecht geïsoleerd huis van 40 gigajoule ongeveer 206 euro. Je eigen elektriciteitsrekening komt daar nog bij.
Waarom is stadsverwarming zo duur, en is het duurder dan gas?
Het tarief per gigajoule is vergelijkbaar met gas; de vaste kosten zijn dat niet. Het vastrecht van 615,66 euro in 2026 staat tegenover ruim 265 euro netbeheerkosten voor een gasaansluiting, en dat verschil van bijna 350 euro betaal je ongeacht je verbruik. Tel bij het gasalternatief wel het onderhoud en de vervanging van de ketel op: dan blijft er in een tussenwoning ongeveer 210 euro per jaar verschil over in het nadeel van stadsverwarming.
Wat zijn de nadelen van stadsverwarming?
Je zit vast aan één leverancier en kunt niet overstappen, dus er is geen prijsconcurrentie. De vaste kosten van maximaal 827,90 euro per jaar blijven staan hoe zuinig je ook stookt, dus isoleren drukt alleen het variabele deel van je rekening. Je hebt geen invloed op de temperatuur van het net of op de bron van je warmte. En van het net af stappen kan wel, maar kost geld en vraagt een compleet alternatief voor verwarming en warm water.
Hoe wordt stadsverwarming berekend?
De warmtemeter registreert je afname in gigajoules. Dat aantal gaat maal het tarief per gigajoule van je leverancier, en daar komen het vastrecht, het meettarief en de huur van de afleverset bovenop. Je betaalt maandelijks een voorschot en krijgt één keer per jaar een afrekening waarin het werkelijke verbruik wordt verrekend. Wijkt je verbruik structureel af van het voorschot, laat het maandbedrag dan bijstellen.
Geldt er nog een prijsplafond voor stadsverwarming?
Nee. Het prijsplafond gold uitsluitend in 2023, met een maximumtarief van 47,38 euro per gigajoule over de eerste 37 gigajoule, en het stopte op 1 januari 2024. Wat er sindsdien overblijft is het jaarlijkse maximumtarief van de ACM, en dat is iets anders: het begrenst wat je leverancier mag rekenen, maar het is geen tegemoetkoming van de overheid. In 2026 bestaat er geen compensatie voor warmtekosten.
Waarom blijft de stadsverwarming ook in de zomer warmte leveren?
Omdat hetzelfde net je warme kraanwater levert, staan de leidingen het hele jaar onder druk en op temperatuur. Lauwe radiatoren in juli zijn dus normaal en geen storing. Zet de radiatorkranen dicht en de thermostaat op de laagste stand, en sluit de groep van je vloerverwarming af op de verdeler. De meter telt alleen wat je daadwerkelijk afneemt, dus warme leidingen op zich kosten je niets.
Kun je een vast contract afsluiten voor stadsverwarming of overstappen naar een andere leverancier?
Overstappen kan niet: per wijk is er één warmteleverancier en die ben je gebonden. Een vast contract zoals bij stroom en gas bestaat daarom ook niet in dezelfde vorm; je hebt één leveringsovereenkomst waarvan de tarieven jaarlijks worden aangepast binnen de ruimte die de ACM geeft. Opzeggen kan alleen als je echt van het net af gaat, met een compleet alternatief voor verwarming en warm water.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor het lezen van je jaarnota en het narekenen van je tarief heb je niemand nodig: de tabellen op deze pagina en het tarievenbesluit van de ACM brengen je er zelf uit. Wordt het een geschil over een onterecht tarief of een afrekening die niet klopt, dan gaat de route eerst via de klachtendienst van je leverancier en daarna via de geschillencommissie waarbij die is aangesloten. Bij de Geschillencommissie Energie kost dat 52,50 euro klachtengeld, dat je terugkrijgt als de commissie je gelijk geeft, en een advocaat heb je er niet voor nodig; wat de wet precies van je leverancier eist staat in de gids over de warmtewet.
Een erkend installateur haal je erbij zodra er aan de installatie zelf iets moet gebeuren: radiatoren vergroten voor een lagetemperatuurnet, vloerverwarming aanleggen of een elektrische boiler plaatsen. Reken op een uurtarief van zeventig tot honderd euro plus materiaal, en vraag altijd twee offertes. Aan de afleverset zelf werkt alleen de leverancier, want die is zijn eigendom en zit verzegeld.
Twijfel je tussen aansluiten op een net en een eigen installatie, laat dan beide routes doorrekenen op je eigen verbruik en niet op een gemiddelde. De uitkomst hangt af van hoeveel warmte je vraagt en van de gasprijs waarmee je rekent: bij 1,30 euro per kuub is gas nog voordeliger, bij 1,55 euro wint het warmtenet al vanaf ongeveer 26 gigajoule. Bij twijfel over het bredere plaatje van je woning helpen de gidsen over de route van het gas af en over verwarmen zonder eigen ketel, en voor het weghalen van je oude aansluiting de gids over gas afsluiten. In een appartement is de VvE altijd partij: een wijziging aan de aansluiting raakt de gemeenschappelijke delen en vraagt een besluit van de vergadering.
Bronnen en controle
- Maximale warmtetarieven ACM ConsuWijzer geraadpleegd 23 augustus 2026
- ACM stelt maximale warmtetarieven 2026 vast Autoriteit Consument en Markt geraadpleegd 23 augustus 2026
- Tarieven warmte en koude Autoriteit Consument en Markt geraadpleegd 23 augustus 2026
- Vergoeding warmtestoring Autoriteit Consument en Markt geraadpleegd 23 augustus 2026
- De ACM stelt de warmtetarieven vast ACM ConsuWijzer geraadpleegd 23 augustus 2026
- Jaarlijkse netwerkkosten gas 2026 Liander geraadpleegd 23 augustus 2026
- Wet collectieve warmte (36.576) Eerste Kamer der Staten-Generaal geraadpleegd 23 augustus 2026
- Reglement Geschillencommissie Energie per 1 januari 2026 De Geschillencommissie geraadpleegd 23 augustus 2026
Installatietechnisch gecontroleerd 23 augustus 2026
- Alle tarieven op deze pagina zijn naast het tarievenbesluit van de ACM voor 2026 gelegd. Een warmteleverancier mag dit jaar hoogstens 40,97 euro per gigajoule rekenen, plus 615,66 euro vastrecht, 33,73 euro meettarief en 178,51 euro huur voor een gewone afleverset. Samen is dat 827,90 euro aan vaste kosten, voordat je één gigajoule warmte hebt afgenomen.
- De rekenvoorbeelden zijn opnieuw uitgerekend tot het eindbedrag, met die maxima. Een tussenwoning die 28 gigajoule afneemt betaalt 1.975,06 euro per jaar, en dat is 70,54 euro per gigajoule zodra je de vaste kosten meetelt, tegenover 40,97 euro voor de warmte alleen.
- De vergelijking met een eigen cv-ketel klopte niet meer op de kosten van de gasaansluiting. Daar stond tweehonderd euro, terwijl een huishoudelijke gasaansluiting in 2026 ongeveer 267 euro per jaar aan netbeheerkosten kost volgens het tarievenblad van Liander. Stadsverwarming is in het voorbeeld daardoor geen 281 maar ongeveer 212 euro per jaar duurder.
- Nagekeken wat de Warmtewet je geeft als de warmte uitvalt. Zit je acht tot twaalf uur zonder warmte, dan krijg je 35 euro, en voor elke volgende vier uur nog eens 20 euro; je leverancier moet dat uit zichzelf overmaken, binnen zes maanden. Klagen doe je eerst bij de leverancier, en daarna heb je twaalf maanden om het geschil bij de Geschillencommissie Energie neer te leggen, wat 52,50 euro klachtengeld kost.
- Gecontroleerd dat er in 2026 geen prijsplafond en geen tegemoetkoming voor warmtekosten meer bestaat. Ook toegevoegd dat de Eerste Kamer op 9 december 2025 de Wet collectieve warmte aannam: die gaat volgens de ACM op 1 januari 2027 in en koppelt de warmteprijs daarna stap voor stap los van de gasprijs.
Uitgevoerd door de redactie van dehuisgids.nl aan de hand van de bronnen hierboven. Wij geven algemene informatie en geen persoonlijk advies.
Ons redactionele beleid: hoe we schrijven, controleren en bijwerken