Hypotheek berekenen: zo maak je zelf de sommen die de bank ook maakt
Een hypotheek berekenen bestaat uit drie sommen: hoeveel je mag lenen, wat die lening per maand kost en hoeveel eigen geld je er zelf bij legt. De eerste som draait om de woonquote uit de financieringslastnormen, in 2026 22,6 procent van je bruto jaarinkomen bij een toetsinkomen tot 70.000 euro en 4 procent rente. Die maandruimte vermenigvuldig je met de annuïteitenfactor, en dan heb je je maximale hypotheek. Met 50.000 euro inkomen kom je zo op ongeveer 197.000 euro, plus de extra ruimte die het energielabel van de woning geeft.
- 22,6% 2026 woonquote bij een toetsinkomen van 30.000 tot 70.000 euro en 4 procent rente
- 209,46 bij 4% rente annuïteitenfactor: het leenbedrag dat één euro maandlast in 30 jaar draagt
- 100% 2026 maximale lening ten opzichte van de marktwaarde van de woning
- 37,56% 2026 hoogste tarief waartegen je hypotheekrente aftrekt
- € 470.000 2026 kostengrens voor een hypotheek met NHG
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat je precies uitrekent als je een hypotheek berekent
Een hypotheek berekenen is niet één som maar drie. Eerst hoeveel je maximaal mag lenen, dan wat die lening per maand kost, en daarna hoeveel eigen geld je naast de lening meebrengt. Wie alleen de eerste som maakt, weet nog steeds niet of hij het huis kan betalen. Het overzicht van alle hypotheekberekeningen zet de drie naast elkaar; hier maak je ze zelf, met de cijfers van 2026.
De eerste som komt uit de financieringslastnormen: een vast percentage van je bruto jaarinkomen mag naar je woonlasten. De tweede is rekenkunde met de annuïteitenformule. De derde is een optelsom van kosten koper en van het bedrag dat je boven de taxatiewaarde biedt.
Zoek je op hypotheek berkenen, dan bedoel je vrijwel zeker hypotheek berekenen. De letters wisselen bij het typen makkelijk van plek en de uitkomst verandert er niet van; alle rekenhulpen en normtabellen die je zoekt, staan onder de gewone spelling.
Of het huis dat je op het oog hebt binnen die drie uitkomsten past, is een aparte vraag. Die beantwoord je pas als je de vraagprijs, je maximum en je spaargeld naast elkaar legt, en dat werkt de gids over de vraag of je dit huis kunt kopen stap voor stap uit.
De cijfers die je nodig hebt voordat je begint
Een berekening is zo betrouwbaar als de cijfers die erin gaan. De meeste uitkomsten die mensen tegenkomen wijken van elkaar af omdat ze met een ander inkomensbegrip of een andere rente rekenen dan de geldverstrekker gebruikt.
Je toetsinkomen is je bruto jaarsalaris inclusief vakantiegeld en een vaste dertiende maand. Onregelmatige bonussen, overwerk en toeslagen tellen alleen mee als ze structureel zijn en op je werkgeversverklaring staan. Bij een tijdelijk contract weegt het perspectief op verlenging mee, en dat perspectief moet uit een verklaring van je werkgever blijken.
De rente die je invult doet twee dingen tegelijk: ze bepaalt de kolom in de normtabel en ze bepaalt je maandlast. Kijk voor de stand per rentevaste periode bij de hypotheekrente en reken met de periode die je zelf wilt vastzetten, niet met de laagste rente die je ergens ziet staan.
De rest van de cijfers verzamel je in een half uur. Zet ze bij elkaar op één blad voordat je begint te rekenen, dan hoef je de som maar één keer te maken en zie je meteen welk getal je nog mist.
| Wat je nodig hebt | Waar je het vindt | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| Bruto jaarinkomen | Jaaropgave of werkgeversverklaring | Vakantiegeld en een vaste dertiende maand horen erbij, losse bonussen niet |
| Inkomen van je partner | Dezelfde stukken van je partner | Het tweede inkomen telt in 2026 volledig mee, ook bij een klein dienstverband |
| Hypotheekrente | Rentetarieven van geldverstrekkers, per rentevaste periode | Rekenen met een tienjaarsrente terwijl je vijf jaar vastzet |
| Lopende leningen en lease | Je BKR-overzicht en de contracten zelf | Een ongebruikte creditcardlimiet of roodstandruimte telt gewoon mee |
| Studieschuld | Mijn DUO | Staat niet bij het BKR, maar je moet hem wel opgeven |
| Energielabel van de woning | Het energielabel bij de verkoopinformatie | Bepaalt hoeveel extra leenruimte je bovenop de inkomensnorm krijgt |
| Marktwaarde van de woning | Taxatierapport | De lening mag maximaal 100 procent van die waarde zijn, niet van je bod |
Gecontroleerd op augustus 2026
Zo reken je je maximale hypotheek uit
De maximale hypotheek komt uit twee stappen. Eerst zoek je op hoeveel van je bruto jaarinkomen aan woonlasten mag opgaan: de woonquote uit de financieringslastnormen. Die tabel wordt jaarlijks vastgesteld op advies van het Nibud en staat in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet, dus elke geldverstrekker rekent met dezelfde percentages.
Bij een toetsinkomen tussen 30.000 en 70.000 euro en een rente van 4 procent is die quote in 2026 22,6 procent. Van een inkomen van 50.000 euro mag dus 11.300 euro per jaar naar de hypotheek, oftewel 941,67 euro per maand.
Stap twee zet die maandruimte om in een leenbedrag met de annuïteitenfactor: (1 - (1 + i) tot de macht -n) gedeeld door i, waarbij i de maandrente is en n het aantal maanden. Bij 4 procent en 360 maanden komt die factor uit op 209,46. Een maandruimte van 941,67 euro draagt dan 941,67 × 209,46 = 197.244 euro aan hypotheek.
Wil je het niet met de hand doen, dan loopt de rekenhulp voor je maximale hypotheek exact dezelfde twee stappen met dezelfde normtabel af. Welke knoppen er verder aan je plafond zitten, staat in de gids over je maximale hypotheek.
euro maximale hypotheek bron: Financieringslastnormen 2026 augustus 2026
| Bruto jaarinkomen | Woonquote 2026 | Bruto maandlast | Maximale hypotheek bij 4% rente |
|---|---|---|---|
| € 30.000 | 20,1% | € 501 | € 105.000 |
| € 40.000 | 22,6% | € 754 | € 158.000 |
| € 50.000 | 22,6% | € 941 | € 197.000 |
| € 60.000 | 22,6% | € 1.131 | € 237.000 |
| € 70.000 | 22,6% | € 1.318 | € 276.000 |
| € 80.000 | 25,3% | € 1.685 | € 353.000 |
| € 90.000 | 25,3% | € 1.895 | € 397.000 |
| € 100.000 | 26,7% | € 2.225 | € 466.000 |
Gecontroleerd op financieringslastnormen 2026, looptijd 30 jaar, zonder verplichtingen
Reken de annuïteitenfactor één keer uit voor jouw rente en schrijf hem op. Met dat ene getal spring je beide kanten op: maandlast maal de factor geeft het leenbedrag, leenbedrag gedeeld door de factor geeft de maandlast.
Van leenbedrag naar maandlast
De tweede som draait de eerste om. Deel je leenbedrag door dezelfde annuïteitenfactor en je hebt de bruto maandlast. Bij 250.000 euro en 4 procent rente is dat 250.000 gedeeld door 209,46, oftewel 1.194 euro per maand, dertig jaar lang gelijk zolang de rente vaststaat.
De vorm van de lening verschuift het beeld flink. Een annuïteitenhypotheek houdt de last gelijk en verschuift alleen de verhouding tussen rente en aflossing. Bij een lineaire hypotheek los je elke maand hetzelfde bedrag af, dus je begint hoog en eindigt laag, en je betaalt over de hele looptijd minder rente. Een aflossingsvrije hypotheek kost alleen rente en laat de schuld staan.
De rentestand doet meer met je maandlast dan de meeste mensen verwachten. Dezelfde 250.000 euro kost 1.054 euro per maand bij 3 procent en 1.342 euro bij 5 procent, bijna 300 euro verschil op precies dezelfde lening. Zet de vormen en rentestanden naast elkaar met de rekenhulp voor maandlasten voordat je een vorm kiest.
| Hypotheekvorm | Eerste maand | Laatste maand | Totaal betaald in 30 jaar | Schuld na 30 jaar |
|---|---|---|---|---|
| Annuïteiten | € 1.194 | € 1.194 | € 429.674 | € 0 |
| Lineair | € 1.528 | € 697 | € 400.417 | € 0 |
| Aflossingsvrij | € 833 | € 833 | € 300.000 aan rente | € 250.000 |
Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij 250.000 euro, 4 procent rente en 30 jaar, augustus 2026
Van bruto naar netto: de renteaftrek en het eigenwoningforfait
De uitkomst van de tweede som is bruto. Wat je werkelijk kwijt bent, hangt af van de hypotheekrenteaftrek en van het eigenwoningforfait, de bijtelling voor je eigen huis, en die twee reken je tegen elkaar weg.
Hypotheekrente is aftrekbaar zolang je de lening annuïtair of lineair aflost in maximaal dertig jaar. In 2026 gaat die aftrek tegen maximaal 37,56 procent, ongeacht in welke schijf je inkomen valt. Het forfait bedraagt in 2026 0,35 procent van de WOZ-waarde tot 1.350.000 euro; daarboven geldt 4.725 euro plus 2,35 procent over het meerdere.
De som loopt zo: betaalde rente min het eigenwoningforfait, en over dat saldo krijg je 37,56 procent terug. Bij 8.000 euro rente en een forfait van 875 euro is dat (8.000 - 875) × 37,56 procent = 2.676 euro per jaar, ongeveer 223 euro per maand. Alleen het rentedeel telt mee en niet de aflossing, dus bij een annuïteitenhypotheek krimpt je voordeel elk jaar terwijl je bruto maandlast gelijk blijft. Hoe dat verloop over dertig jaar uitpakt, rekent de gids over het berekenen van je hypotheeklasten voor.
Het eigen geld: kosten koper en het bedrag boven de taxatiewaarde
Je hypotheek mag in 2026 maximaal 100 procent van de marktwaarde van de woning zijn. Gaat het meerdere naar energiebesparende voorzieningen zoals isolatie, zonnepanelen of een warmtepomp, dan mag je tot 106 procent lenen. Alles wat je daarboven nodig hebt, komt uit eigen geld.
Dat begint bij de kosten koper. Die financier je niet mee, want ze verhogen de waarde van het huis niet. Bij een woning van 350.000 euro loopt de optelsom in 2026 op tot ongeveer 16.800 euro voor een doorstromer, en tot ongeveer 9.800 euro voor een koper onder de 35 die de startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting gebruikt.
Daarnaast telt wat je boven de taxatiewaarde biedt. Bied je 365.000 euro op een huis dat op 350.000 euro wordt getaxeerd, dan legt de geldverstrekker de grens bij 350.000 euro en betaal je die 15.000 euro zelf.
Verkoop je zelf een woning, dan is je overwaarde het eigen geld waarmee je dit dekt; hoeveel er in je huis zit, zie je met de overwaarde-rekenhulp. Ligt de aankoop vóór de verkoop, dan overbrug je het gat tijdelijk met een overbruggingshypotheek, waarvan de last in de tussenperiode bovenop je nieuwe maandlast komt.
| Post | Doorstromer bij € 350.000 | Starter onder 35 bij € 350.000 | Aftrekbaar? |
|---|---|---|---|
| Overdrachtsbelasting (2% of vrijstelling tot € 555.000) | € 7.000 | € 0 | Nee |
| Notaris leveringsakte | € 700 | € 700 | Nee |
| Notaris hypotheekakte | € 600 | € 600 | Ja, financieringskosten |
| Kadaster, beide aktes | € 207 | € 207 | Deels, alleen de hypotheekakte |
| Taxatie | € 500 | € 500 | Ja, financieringskosten |
| Hypotheekadvies en bemiddeling | € 2.500 | € 2.500 | Ja, financieringskosten |
| Bouwkundige keuring | € 350 | € 350 | Nee |
| Aankoopmakelaar (1%) | € 3.500 | € 3.500 | Nee |
| NHG-borgtochtprovisie (0,4%) | € 1.400 | € 1.400 | Ja, financieringskosten |
| Totaal | € 16.757 | € 9.757 | Circa € 1.917 terug via de aangifte |
Gecontroleerd op augustus 2026
De bijleenregeling verplicht je om de overwaarde uit je vorige woning in het nieuwe huis te stoppen. Stop je haar in iets anders en leen je dat bedrag toch, dan krijg je over dat deel geen renteaftrek. Bij 50.000 euro overwaarde en 4 procent rente scheelt dat ongeveer 750 euro aftrek per jaar.
Wat je uitkomst omlaag of omhoog duwt
Twee berekeningen met hetzelfde inkomen kunnen tienduizenden euro's uit elkaar liggen. Dat verschil zit in de posten die de normtabel zelf niet ziet.
Elke lopende verplichting gaat van je maandruimte af vóórdat je met de annuïteitenfactor vermenigvuldigt, en dat is precies waarom een kleine maandlast zo hard doorwerkt. Een persoonlijke lening telt met ongeveer 2 procent van de restschuld per maand, private lease met de volle maandtermijn, alimentatie voor een ex-partner volledig. Een studieschuld staat niet bij het BKR maar telt wel mee, met 0,35 procent van de oorspronkelijke schuld per maand onder het leenstelsel en 0,65 procent onder het oude stelsel.
Aan de andere kant staan de verhogers. Het energielabel van de woning geeft in 2026 extra ruimte bovenop de inkomensnorm, oplopend van 5.000 euro bij label C of D tot 25.000 euro bij het zuinigste label. Het inkomen van een partner telt volledig mee en tilt je bovendien vaak in een hogere quoteklasse; wat dat concreet oplevert, staat in de gids over wat je kunt lenen voor een hypotheek.
De rente werkt twee kanten op tegelijk. Een hogere rente verkleint het bedrag dat één euro maandlast draagt, maar de normtabel geeft bij een hogere rente ook een iets ruimere woonquote. In de buurt van 4 procent houden die twee effecten elkaar grotendeels in evenwicht.
| Hypotheekrente | Woonquote 2026 | Maximale bruto maandlast | Maximale hypotheek |
|---|---|---|---|
| 3,5% | 21,6% | € 900 | € 200.000 |
| 4,0% | 22,6% | € 942 | € 197.000 |
| 4,5% | 23,6% | € 983 | € 194.000 |
Gecontroleerd op bij een toetsinkomen van 50.000 euro, normen 2026
Waarom de geldverstrekker op een ander bedrag uitkomt dan jij
Een zelfgemaakte berekening is een indicatie, geen aanbod. Geldverstrekkers wijken op een paar vaste punten af van de kale normsom.
Ze rekenen met hun eigen toetsrente. Zet je de rente korter dan tien jaar vast, dan toetsen ze niet op je contractrente maar op een hogere toetsrente, en daalt je maximum. Een tijdelijk contract, ondernemersinkomen en een naderende pensioendatum weegt elke geldverstrekker daarnaast op zijn eigen manier, binnen dezelfde wettelijke normen.
Ook de acceptatie kan het bedrag drukken. Een BKR-registratie met een achterstandscodering, erfpacht met een korte resterende looptijd of een pand met een bedrijfsruimte erin verandert de uitkomst, terwijl geen enkele rekenhulp daarnaar vraagt.
De volgorde helpt om te weten wat je in handen hebt. Een rekenhulp geeft een getal in twee minuten, een adviseur maakt een berekening op maat met een echte rente en echte stukken, en pas een bindend aanbod van de geldverstrekker is hard. Voor een bod op een huis is die middelste vorm meestal genoeg; de route naar een echt aanbod loopt via de stappen in de gids over een hypotheek afsluiten, en wat een keten met zijn eigen rekenmodule anders doet lees je bij berekenen via de hypotheker.
Een berekening veroudert bovendien snel. De normen wijzigen per 1 januari, de rente beweegt per week en je eigen inkomen verandert bij elke salarisverhoging. Maak de som opnieuw zodra je serieus gaat bieden.
Zo maak je de berekening in zeven stappen
Met een rekenmachine en je jaaropgave ben je hier een half uur mee bezig.
-
Zet je toetsinkomen op papier
Tel je bruto jaarsalaris, vakantiegeld en een vaste dertiende maand bij elkaar op, en doe hetzelfde voor je partner. Dat totaal is het bedrag waarmee de normtabel werkt, niet het nettobedrag dat maandelijks op je rekening staat.
-
Zoek je woonquote op in de normtabel
Kies de rij bij jouw toetsinkomen en de kolom bij de rente die je wilt vastzetten. Bij een inkomen van 30.000 tot 70.000 euro en 4 procent rente is de quote in 2026 22,6 procent. Vermenigvuldig je inkomen daarmee en deel door twaalf: dat is je maandruimte.
-
Haal je verplichtingen van die maandruimte af
Trek de maandlast van leningen, private lease, alimentatie en je studieschuld eraf. Doe dit vóór de vermenigvuldiging in de volgende stap, anders overschat je het effect niet maar onderschat je het juist.
-
Vermenigvuldig met de annuïteitenfactor
Bereken (1 - (1 + i) tot de macht -360) gedeeld door i, met i de maandrente. Bij 4 procent is dat 209,46. Maandruimte maal die factor geeft je maximale hypotheek; tel er de extra ruimte van het energielabel bij op als je die woning koopt.
-
Draai de som om naar je maandlast
Deel het bedrag dat je echt wilt lenen door dezelfde factor. Dat is je bruto maandlast bij een annuïteitenhypotheek. Wil je vormen vergelijken, dan zet de maandlasten-rekenhulp annuïtair, lineair en aflossingsvrij naast elkaar.
-
Reken de netto last uit
Neem de rente van het eerste jaar, trek het eigenwoningforfait van 0,35 procent van de WOZ-waarde eraf en vermenigvuldig het saldo met 37,56 procent, het maximale aftrektarief in 2026. Deel door twaalf en haal dat van je bruto maandlast af.
-
Tel het eigen geld erbij op
Reken de kosten koper uit voor de prijsklasse waarin je zoekt en tel er het bedrag bij dat je eventueel boven de taxatiewaarde biedt. Dit bedrag staat los van je hypotheek en moet op je rekening staan voordat je bij de notaris tekent.
Maximale hypotheek
Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek
Loop dit na voordat je op je uitkomst vertrouwt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Een inkomen van 50.000 euro doorgerekend tot de netto maandlast
Stel, je verdient 50.000 euro bruto per jaar, je hebt geen leningen en de rente staat op 4 procent. De woonquote is dan 22,6 procent in 2026, dus 50.000 × 22,6% = 11.300 euro per jaar aan woonlasten, oftewel 941,67 euro per maand. Vermenigvuldigd met de annuïteitenfactor van 209,46 levert dat 197.244 euro op.
Koop je een woning met energielabel C, dan komt daar 5.000 euro bij: 202.244 euro, afgerond 202.000 euro. De bruto maandlast wordt 202.000 gedeeld door 209,46 = 964 euro per maand.
In het eerste jaar betaal je daarover ongeveer 202.000 × 4% = 8.080 euro rente. Bij een WOZ-waarde van 250.000 euro is het eigenwoningforfait 0,35 procent, dus 875 euro. Je aftrekpost is 8.080 - 875 = 7.205 euro, en tegen 37,56 procent krijg je daarvan 2.706 euro terug, ongeveer 226 euro per maand. Netto kost de hypotheek in dat eerste jaar dus zo'n 738 euro per maand, aflossing inbegrepen.
Twee inkomens en een huis van 350.000 euro, inclusief het eigen geld
Stel, jullie verdienen samen 45.000 en 35.000 euro, dus 80.000 euro toetsinkomen. In die klasse is de woonquote 25,3 procent in 2026: 20.240 euro per jaar, 1.686,67 euro per maand. Maal 209,46 geeft dat 353.293 euro, afgerond 353.000 euro maximale hypotheek bij 4 procent rente.
Het huis kost 350.000 euro en wordt ook op dat bedrag getaxeerd, dus je mag de volle koopsom lenen. De maandlast wordt 350.000 gedeeld door 209,46 = 1.671 euro bruto per maand.
Daarnaast breng je de kosten koper zelf mee: 7.000 euro overdrachtsbelasting, 1.300 euro notaris, 207 euro Kadaster, 500 euro taxatie, 2.500 euro advies en bemiddeling, 350 euro bouwkundige keuring, 3.500 euro aankoopmakelaar en 1.400 euro NHG-provisie, samen 16.757 euro. Van die posten zijn de financieringskosten aftrekbaar, ongeveer 5.104 euro, wat in het jaar van aankoop zo'n 1.917 euro teruggave oplevert. Bied je 365.000 euro op dit huis, dan komt er 15.000 euro eigen geld bij en heb je 31.757 euro nodig.
Wat een private lease en een studieschuld van je maximum afhalen
Stel, je verdient 60.000 euro en rekent met 4 procent rente. Zonder verplichtingen is je maandruimte 60.000 × 22,6% / 12 = 1.130 euro, wat maal 209,46 uitkomt op 236.691 euro.
Nu de posten die eraf gaan. Een private lease van 275 euro per maand telt volledig mee en kost je 275 × 209,46 = 57.602 euro aan leenruimte. Een studieschuld van 20.000 euro uit het leenstelsel telt met 0,35 procent per maand, dus 70 euro, en dat kost 70 × 209,46 = 14.662 euro.
Je maandruimte zakt naar 1.130 - 275 - 70 = 785 euro en je maximum naar 785 × 209,46 = 164.427 euro. Een leaseauto van 275 euro per maand kost je in leenruimte dus ruim vier keer wat je er in een jaar aan betaalt. De studieschuld afbetalen levert per euro veel minder op, want daar telt alleen de maandtermijn.
Veelgemaakte fouten
Rekenen met je nettosalaris in plaats van je toetsinkomen
De normtabel werkt met bruto jaarinkomen inclusief vakantiegeld. Wie zijn nettomaandsalaris maal twaalf invult, komt al snel dertig procent te laag uit en zoekt maandenlang in de verkeerde prijsklasse.
De kosten koper uit de berekening laten
Kosten koper financier je niet mee. Bij een woning van 350.000 euro gaat het in 2026 om ongeveer 16.800 euro voor een doorstromer. Wie dat pas na het tekenen van de koopakte ontdekt, moet alsnog aan geld zien te komen of van de koop af.
De bruto maandlast lezen alsof hij netto is
Rekenhulpen tonen bruto maandlasten. De renteaftrek scheelt in het eerste jaar al gauw twee tot drie honderd euro per maand, maar dat voordeel krimpt bij een annuïteitenhypotheek elk jaar mee met het rentedeel. Reken dus niet met het eerste jaar als vast gegeven.
Een leaseauto of ongebruikte creditcardlimiet vergeten
Deze posten gaan van je maandruimte af voordat je vermenigvuldigt, dus ze werken vermenigvuldigd door in je maximum. Een lease van 275 euro per maand kost bij 4 procent rente ruim 57.000 euro leenruimte, en een creditcardlimiet telt mee zolang de ruimte openstaat.
Rekenen met de laagste rente die je ergens ziet
De laagste tarieven horen bij een korte rentevaste periode of bij een lage verhouding tussen lening en woningwaarde. Bij een korte periode toetst de geldverstrekker bovendien op een hogere toetsrente, waardoor je maximum daalt terwijl je maandlast in je eigen som juist te laag stond.
Het maximum als doel nemen
De normen geven een grens, geen advies. Ze houden geen rekening met kinderopvang, een auto die vervangen moet worden of een inkomen dat halveert bij arbeidsongeschiktheid. Reken naast je maximum ook door wat je overhoudt bij een last die honderd euro lager ligt.
Veelgestelde vragen
Hoe bereken je zelf je maximale hypotheek?
Vermenigvuldig je bruto jaarinkomen met de woonquote uit de financieringslastnormen, deel door twaalf en trek je verplichtingen eraf. Vermenigvuldig die maandruimte daarna met de annuïteitenfactor voor jouw rente en dertig jaar looptijd. Bij 4 procent is die factor 209,46. Op 50.000 euro inkomen kom je in 2026 uit op ongeveer 197.000 euro.
Ik zoek op hypotheek berkenen, is dat hetzelfde als hypotheek berekenen?
Ja. Hypotheek berkenen is een veelvoorkomende typefout voor hypotheek berekenen, waarbij de e en de r van plek wisselen. De berekening zelf verandert er niet van: het gaat om je toetsinkomen, de woonquote van dat jaar, de rente en de looptijd. Alle officiële normtabellen en rekenhulpen vind je onder de gewone spelling.
Hoeveel hypotheek kan ik krijgen met een inkomen van 50.000 euro?
Met 50.000 euro toetsinkomen, 4 procent rente en geen lopende verplichtingen kom je in 2026 uit op ongeveer 197.000 euro. Koop je een woning met een gunstig energielabel, dan komt daar 5.000 tot 25.000 euro bij. Elke lopende lening of lease haalt er weer vanaf, en de geldverstrekker kan op grond van zijn eigen acceptatiebeleid lager uitkomen.
Wat is de annuïteitenfactor en waarom heb je hem nodig?
De annuïteitenfactor vertelt hoeveel hypotheek één euro maandlast draagt over de hele looptijd. De formule is (1 - (1 + i) tot de macht -n) gedeeld door i, met i de maandrente en n het aantal maanden. Bij 4 procent en 360 maanden is de factor 209,46. Maandlast maal de factor geeft het leenbedrag, leenbedrag gedeeld door de factor geeft de maandlast.
Telt het inkomen van mijn partner volledig mee?
Ja, sinds 2023 telt het tweede inkomen voor honderd procent mee bij de berekening van de maximale hypotheek. Jullie toetsinkomens worden opgeteld en op dat totaal wordt één woonquote toegepast, waardoor je vaak ook nog in een gunstiger inkomensklasse belandt. Sluiten jullie samen af, dan zijn jullie allebei aansprakelijk voor de hele lening. In de gids over de twee sommen achter elke hypotheekberekening staat wat dat met de maandlast doet.
Hoeveel eigen geld heb ik nodig naast mijn hypotheek?
Minimaal de kosten koper, want die financier je niet mee. Bij een woning van 350.000 euro is dat in 2026 ongeveer 16.800 euro voor een doorstromer en ongeveer 9.800 euro voor een koper onder de 35 met startersvrijstelling. Bied je boven de taxatiewaarde, dan komt dat verschil er volledig bovenop, want de lening is begrensd op 100 procent van de marktwaarde.
Waarom komt de bank op een lager bedrag uit dan de rekenhulp?
Een rekenhulp werkt met de kale normtabel, een geldverstrekker met zijn eigen acceptatiebeleid. Bij een korte rentevaste periode toetst hij op een hogere toetsrente. Een tijdelijk contract, ondernemersinkomen, erfpacht of een BKR-registratie kan het bedrag verder drukken. Ook de wijze waarop hij bonussen en toeslagen meetelt verschilt per aanbieder.
Hoe lang is een hypotheekberekening geldig?
Zolang de cijfers erin kloppen. De financieringslastnormen wijzigen per 1 januari, de rentetarieven bewegen doorlopend en je eigen inkomen verandert bij elke salarisverhoging. Een berekening van een half jaar oud kan er honderden euro's naast zitten. Maak hem opnieuw zodra je gaat bieden, en laat hem daarna door een adviseur of geldverstrekker bevestigen.
Wat doet een studieschuld met de berekening?
Een studieschuld verlaagt je maandruimte en werkt daardoor vermenigvuldigd door in je maximum. Geldverstrekkers rekenen met 0,35 procent van de oorspronkelijke schuld per maand onder het leenstelsel en 0,65 procent onder het oude stelsel. Bij 20.000 euro leenstelselschuld is dat 70 euro per maand, wat bij 4 procent rente ongeveer 14.700 euro leenruimte kost. De schuld staat niet bij het BKR, maar verzwijgen is fraude.
Kun je een hypotheek berekenen zonder vast contract?
Ja, maar met een ander inkomensbegrip. Bij een tijdelijk contract met perspectiefverklaring rekent de geldverstrekker met je huidige salaris; zonder dat perspectief valt de aanvraag terug op een lager bedrag. Als zelfstandige telt meestal het gemiddelde resultaat over de laatste drie jaar. Welke vormen bij welke situatie horen, staat in de gids over wat voor hypotheek je kunt krijgen.
Verandert NHG het bedrag dat ik kan lenen?
NHG verhoogt je maximum niet, want de inkomensnorm blijft dezelfde. Wel kun je in 2026 alleen een hypotheek met NHG afsluiten als de koopsom plus de kosten onder de kostengrens van 470.000 euro blijft, of onder 498.200 euro als het meerdere naar energiebesparende voorzieningen gaat. De eenmalige borgtochtprovisie is 0,4 procent van je leenbedrag en verlaagt in ruil daarvoor je rente.
Reken ik mijn hypotheek lasten met bruto of netto bedragen door?
Reken beide uit. De bruto maandlast is wat er van je rekening gaat en waarop de geldverstrekker toetst. De netto last laat zien wat je werkelijk kwijt bent na renteaftrek en eigenwoningforfait, maar die daalt bij een annuïteitenhypotheek elk jaar in voordeel. Hoe je beide bedragen naast elkaar zet, staat in de gids over het berekenen van je hypotheeklasten.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Zelf rekenen brengt je tot een betrouwbare bandbreedte, en voor het oriënteren op woningen is dat genoeg. Een hypotheekadviseur wordt interessant zodra je situatie afwijkt van de standaard: een tijdelijk contract, inkomen uit onderneming, een naderende pensioendatum, een erfpachtwoning, een studieschuld naast andere verplichtingen of een combinatie van leningdelen waarin ook een familiehypotheek meedraait. Advies en bemiddeling kosten in 2026 gemiddeld rond 2.500 euro, en die kosten zijn aftrekbaar als financieringskosten. De adviseur kent het acceptatiebeleid per geldverstrekker en weet welke aanbieder jouw inkomen het gunstigst meetelt, wat vaak meer scheelt dan het verschil in advieskosten. Wil je eerst zelf verder kijken, dan geeft het overzicht op de hub over hypotheken de route van berekening naar aanvraag, en de rekenhulp voor je maximale hypotheek een eerste bedrag om mee te beginnen. Wat hier staat is algemene informatie en geen persoonlijk advies.
Bronnen en controle
- NHG-grens stijgt naar € 470.000, afsluitpremie blijft 0,4% Rijksoverheid geraadpleegd 22 augustus 2026
- Regeling tot wijziging van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet (Staatscourant 2025, 36471) Officiële bekendmakingen geraadpleegd 22 augustus 2026
- Rapport Advies hypotheeknormen 2026 Nibud geraadpleegd 22 augustus 2026