Forfait: wat het betekent en wat het je als huiseigenaar kost
Een forfait is een vast bedrag of vast percentage dat de wet gebruikt in plaats van je werkelijke inkomsten of kosten. Voor huiseigenaren is het eigenwoningforfait het bekendste voorbeeld: in 2026 tel je 0,35 procent van je WOZ-waarde op bij je inkomen in box 1, dus 1.400 euro bij een WOZ-waarde van 400.000 euro. Heb je hypotheekrente, dan gaat die bijtelling eerst van je aftrek af; heb je nauwelijks schuld, dan haalt de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld er in 2026 nog 71,867 procent vanaf. Het forfait is dus geen aparte aanslag, maar een rekenpost binnen je aangifte inkomstenbelasting.
- 0,35% 2026 eigenwoningforfait bij een WOZ-waarde van € 75.000 tot € 1.350.000
- € 1.400 2026 forfait bij een WOZ-waarde van € 400.000
- € 526 2026 wat dat forfait kost bij een tarief van 37,56 procent
- 71,867% 2026 aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld
- 1,28% 2026 forfaitair rendement op banktegoeden in box 3
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat een forfait is
Een forfait is een vast bedrag of een vast percentage dat de wet gebruikt in plaats van je werkelijke cijfers. De Belastingdienst rekent dan niet uit wat jij echt aan iets verdiende of uitgaf, maar zet er een standaardbedrag voor in de plaats. Voor huiseigenaren is het bekendste voorbeeld het eigenwoningforfait, de bijtelling bij je inkomen omdat je in je eigen huis woont.
De betekenis van forfait gaat terug op het Frans, waar een prijs "à forfait" een vooraf afgesproken vast bedrag is. Forfaitair betekent daarom: volgens een vaste maatstaf, niet naar werkelijke omvang. Buiten de belastingen heeft het woord een andere betekenis, want in de sport betekent forfait geven dat iemand niet komt opdagen. Dat heeft niets met je woning te maken.
De wetgever kiest voor een forfait als het meten van de werkelijkheid te veel uitvoering kost. Wat het je oplevert dat je in je eigen huis woont in plaats van het te verhuren, valt niet per huishouden vast te stellen. In plaats daarvan koppelt de wet er één percentage aan een waarde die toch al jaarlijks wordt vastgesteld, en klaar is de heffing.
Een forfait in de belasting is geen aparte heffing die je apart betaalt. Het is een rekenmaatstaf binnen een bestaande belasting, in dit geval de inkomstenbelasting. Het gevolg is dat een forfait bijna nooit precies klopt: de een komt er gunstig uit, de ander betaalt over een voordeel dat hij zo niet ervaart.
Het woningforfait: het forfait van je eigen huis
Het forfait voor de eigen woning werkt volgens één som: je WOZ-waarde maal een percentage dat bij je waardeklasse hoort. Dat bedrag telt op bij je inkomen in box 1, net alsof je het had verdiend. Je krijgt er geen rekening voor en je hoeft niets over te maken, want het schuift binnen je aangifte gewoon je belastbaar inkomen omhoog.
Voor de meeste woningen geldt in 2026 een percentage van 0,35 procent. Woningen met een WOZ-waarde onder de 75.000 euro vallen in een lagere klasse en woningen boven de 1.350.000 euro krijgen een vast bedrag plus een fors hoger percentage over het meerdere. Onder de 12.500 euro is het forfait nul.
De WOZ-waarde die je gebruikt is die van de beschikking van het belastingjaar zelf, met waardepeildatum 1 januari van het jaar daarvoor. Voor je aangifte over 2026 pak je dus de WOZ-beschikking 2026, die gebaseerd is op de waarde per 1 januari 2025. Twijfel je of dat bedrag klopt, vergelijk je aanslag dan met je eigen inschatting via de WOZ-check, want een te hoge waarde tikt elk jaar door in je forfait.
Wie de som niet zelf wil maken, vult zijn WOZ-waarde in bij de rekenhulp voor het eigenwoningforfait. Die zoekt de waardeklasse erbij en laat meteen zien wat de bijtelling kost bij een tarief van 37 en van 49,5 procent.
| WOZ-waarde | Eigenwoningforfait in 2026 |
|---|---|
| Tot € 12.500 | 0% |
| € 12.500 tot € 25.000 | 0,10% van de WOZ-waarde |
| € 25.000 tot € 50.000 | 0,20% van de WOZ-waarde |
| € 50.000 tot € 75.000 | 0,25% van de WOZ-waarde |
| € 75.000 tot € 1.350.000 | 0,35% van de WOZ-waarde |
| Vanaf € 1.350.000 | € 4.725 plus 2,35% over het deel boven € 1.350.000 |
Gecontroleerd op augustus 2026
Eigen woning forfait berekenen: de som stap voor stap
Bij het berekenen van het eigen woning forfait gaat het vaak op één punt mis. De tabel ziet eruit als een schijventabel, maar zo werkt hij niet. Het percentage van jouw klasse geldt over de hele WOZ-waarde, niet alleen over het deel boven de klassegrens.
Bij een WOZ-waarde van 400.000 euro reken je dus 0,35 procent over die volle 400.000 euro. Dat is 1.400 euro per jaar, ongeveer 117 euro per maand aan extra inkomen op papier. Dezelfde som met 250.000 euro geeft 875 euro en met 650.000 euro kom je op 2.275 euro.
Alleen de hoogste klasse werkt wel getrapt. Bij een WOZ-waarde van 1.600.000 euro reken je 4.725 euro plus 2,35 procent over de 250.000 euro die boven de grens uitkomt, oftewel 4.725 plus 5.875 is 10.600 euro. Deze staffel heet in de volksmond de villataks.
Was je maar een deel van het jaar eigenaar, dan geldt het forfait naar rato van het aantal dagen. Koop je op 1 juli een huis met een WOZ-waarde van 350.000 euro, dan is het jaarbedrag 1.225 euro en tel je 184 van de 365 dagen mee: 618 euro. Reken hetzelfde na met de rekenhulp voor de bijtelling als je alleen het jaarbedrag zoekt.
| WOZ-waarde | Forfait per jaar in 2026 | Per maand |
|---|---|---|
| € 200.000 | € 700 | € 58 |
| € 300.000 | € 1.050 | € 88 |
| € 400.000 | € 1.400 | € 117 |
| € 500.000 | € 1.750 | € 146 |
| € 650.000 | € 2.275 | € 190 |
| € 1.000.000 | € 3.500 | € 292 |
Gecontroleerd op augustus 2026, tarief 0,35% voor woningen vanaf € 75.000
Deel het jaarbedrag door twaalf voordat je schrikt. Een forfait van 1.400 euro klinkt als een aanslag, maar het is extra inkomen op papier waarover je alleen belasting betaalt, in de praktijk enkele tientjes per maand.
Huurwaardeforfait: dezelfde bijtelling onder een oudere naam
Tot de belastingherziening van 2001 heette deze bijtelling het huurwaardeforfait. De gedachte zat in de naam: de wet schatte wat je huis aan huur zou opbrengen als je het zou verhuren, en belastte een deel daarvan. Sinds 2001 heet dezelfde post het eigenwoningforfait, maar de oude naam is in de spreektaal nooit helemaal verdwenen.
Voor je aangifte maakt het niets uit welke term je gebruikt. Er is één bijtelling voor je eigen woning en die staat in box 1 onder de noemer eigenwoningforfait. Wie op zoek is naar het huurwaarde forfait van dit jaar, zoekt in de praktijk naar het percentage dat hierboven staat. De achtergrond en de verschillen in bewoording staan in de gids over het huurwaardeforfait.
Er is nog een reden waarom de oude naam blijft rondzingen. De percentages zijn sinds die tijd flink gedaald, van driekwart procent halverwege de jaren tien naar 0,35 procent in 2026, terwijl de WOZ-waarden juist opliepen. Wie zijn aangifte van tien jaar geleden ernaast legt, ziet daardoor twee bedragen die weinig op elkaar lijken terwijl de regeling gelijk is gebleven.
Het forfaitpercentage per jaar: 2022, 2023, 2024 en verder
Het percentage wordt jaarlijks vastgesteld en is de afgelopen tien jaar stap voor stap verlaagd. Voor een gewone woning boven de 75.000 euro lag het in 2017 nog op 0,75 procent; in 2022 was het 0,45 procent en vanaf 2023 staat het op 0,35 procent. In 2024, 2025 en 2026 bleef dat percentage gelijk.
Reken je een oud belastingjaar na, bijvoorbeeld na een correctie of een navordering, gebruik dan het percentage van dat jaar én de WOZ-waarde van dat jaar. Beide veranderen mee, dus met alleen het juiste percentage ben je er nog niet. Een verschil van een tiende procentpunt scheelt bij een WOZ-waarde van 400.000 euro al 400 euro aan bijtelling.
De grens waarboven het hoge tarief van 2,35 procent begint schuift elk jaar mee omhoog met de gemiddelde waardeontwikkeling. In 2026 ligt die grens op 1.350.000 euro. Andere posten rond je woning kennen hun eigen jaarcijfers; welke dat zijn, staat verzameld bij de belastingen rond je huis.
| Belastingjaar | Percentage bij een gewone woning | Forfait bij een WOZ-waarde van € 400.000 |
|---|---|---|
| 2026 | 0,35% | € 1.400 |
| 2025 | 0,35% | € 1.400 |
| 2024 | 0,35% | € 1.400 |
| 2023 | 0,35% | € 1.400 |
| 2022 | 0,45% | € 1.800 |
| 2021 | 0,50% | € 2.000 |
| 2020 | 0,60% | € 2.400 |
| 2019 | 0,65% | € 2.600 |
| 2018 | 0,70% | € 2.800 |
| 2017 | 0,75% | € 3.000 |
Gecontroleerd op augustus 2026, percentages voor woningen in de standaardklasse vanaf € 75.000
Wat het forfait je netto kost
Het forfait zelf is geen belasting, het is inkomen op papier. Wat je betaalt hangt af van het tarief in box 1 waarin je top valt. In 2026 geldt tot 78.426 euro een tarief van 37,56 procent en daarboven 49,50 procent, met een lager tarief in de eerste schijf voor wie de AOW-leeftijd heeft bereikt.
Bij een forfait van 1.400 euro kost dat in 2026 dus 526 euro per jaar bij 37,56 procent en 693 euro bij 49,50 procent. Dat is de bruto rekensom, want de meeste huiseigenaren zien dit bedrag nooit los langskomen. Het forfait wordt eerst weggestreept tegen je aftrekbare kosten voor de eigen woning, vooral je hypotheekrente.
Zijn je aftrekbare kosten hoger dan het forfait, dan houd je een negatief saldo over en dat is aftrekbaar. De aftrek gaat in 2026 wel tegen maximaal 37,56 procent, ook als je top in de hoogste schijf valt. Wie in die hoogste schijf zit, betaalt over het forfait dus 49,50 procent maar trekt het negatieve saldo af tegen 37,56 procent.
Zijn je kosten juist lager dan het forfait, dan blijft er een positief bedrag over waarover je gewoon belasting betaalt. Precies voor die groep bestaat er nog een aftrek, en die staat in de volgende sectie.
| WOZ-waarde | Forfait 2026 | Bij 37,56% belasting | Bij 49,50% belasting |
|---|---|---|---|
| € 200.000 | € 700 | € 263 | € 347 |
| € 300.000 | € 1.050 | € 394 | € 520 |
| € 400.000 | € 1.400 | € 526 | € 693 |
| € 500.000 | € 1.750 | € 657 | € 866 |
| € 650.000 | € 2.275 | € 854 | € 1.126 |
| € 1.000.000 | € 3.500 | € 1.315 | € 1.733 |
Gecontroleerd op augustus 2026, bedragen zonder aftrekbare kosten voor de eigen woning
Deze bedragen gelden alleen als je geen aftrekbare hypotheekrente hebt. Met een lopende hypotheek verdwijnt het forfait meestal volledig in je renteaftrek en betaal je er per saldo niets over.
Weinig of geen hypotheekschuld: de aftrek die het forfait wegstreept
Wie zijn huis heeft afbetaald of nog een kleine hypotheek heeft, zou zonder aanvullende regeling belasting betalen over een bijtelling zonder tegenhanger. Daarvoor bestaat de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld, in de wandeling de wet Hillen genoemd. Die haalt een deel van het verschil tussen je forfait en je aftrekbare kosten er weer af.
In 2026 gaat het om 71,867 procent van dat verschil. Bij een afbetaald huis met een WOZ-waarde van 400.000 euro is het forfait 1.400 euro, de aftrek 1.006 euro en het belaste restant 394 euro. Tegen 37,56 procent kost dat 148 euro per jaar, ongeveer twaalf euro per maand.
De regeling wordt afgebouwd. Tot en met 2025 daalde het percentage met 3,33 punt per jaar, vanaf 2026 gaat er 4,8 procentpunt per jaar af en per 1 januari 2041 is de aftrek helemaal weg. Vanaf dat moment betaal je over het volle forfait, in het voorbeeld hierboven 526 euro per jaar in plaats van 148 euro.
Ook met een kleine hypotheek val je onder de regeling, namelijk zodra je aftrekbare rente lager is dan je forfait. Bij een forfait van 1.400 euro en 4 procent rente gebeurt dat onder een restschuld van ongeveer 35.000 euro. De aftrek gaat dan over het verschil, niet over het hele forfait.
Andere forfaits die je als huiseigenaar tegenkomt
Het eigenwoningforfait is niet het enige forfait rond een woning. In box 3 rekent de Belastingdienst met een forfaitair rendement per categorie in plaats van met je werkelijke opbrengst: voor 2026 gaat het om 1,28 procent op banktegoeden en 6,00 procent op overige bezittingen, belast tegen 36 procent. Een tweede woning of een vakantiehuis valt in die tweede categorie en kent daarom geen eigenwoningforfait.
Verhuur je je eigen woning tijdelijk, bijvoorbeeld in de vakantie, dan blijft het forfait gewoon staan en tel je daar 70 procent van de huurinkomsten bij op. Dat is geen forfait maar een vast belast deel van een echte opbrengst. Het verschil zit in de bron: een forfait vervangt de werkelijkheid, deze regel schaaft er een deel af.
Verwarrend is dat niet elke vaste heffing rond een woning een forfait is. De onroerendezaakbelasting van je gemeente is een tarief over je WOZ-waarde en dus wel een percentage over een vastgestelde waarde, maar geen bijtelling bij je inkomen. De overdrachtsbelasting bij de koop is een eenmalig percentage over de koopsom en heeft met forfaits niets te maken.
| Post | Waar het over gaat | Is het een forfait? |
|---|---|---|
| Eigenwoningforfait | Percentage van je WOZ-waarde bij je inkomen in box 1 | Ja, het vervangt het werkelijke woongenot |
| Huurwaardeforfait | De naam die tot 2001 voor dezelfde bijtelling werd gebruikt | Ja, het is dezelfde post |
| Forfaitair rendement in box 3 | Vast rendementspercentage per categorie vermogen | Ja, het vervangt je werkelijke rendement |
| 70% van de huur bij tijdelijke verhuur | Vast belast deel van je echte huurinkomsten | Nee, het gaat over werkelijke opbrengst |
| Onroerendezaakbelasting | Gemeentelijk tarief over je WOZ-waarde | Nee, het is een eigen heffing van de gemeente |
| Overdrachtsbelasting | Eenmalig percentage over de koopsom bij de overdracht | Nee, het gaat over een echte transactie |
Gecontroleerd op augustus 2026
Zo bereken je het forfait voor jouw aangifte
Vijf minuten werk als je je WOZ-beschikking en je jaaroverzicht bij de hand hebt.
-
Zoek de juiste WOZ-waarde erbij
Gebruik de WOZ-beschikking van het belastingjaar zelf, met waardepeildatum 1 januari van het jaar daarvoor. Voor de aangifte over 2026 is dat de beschikking 2026. Kun je hem niet vinden, dan staat je waarde ook in het landelijke WOZ-waardeloket.
-
Zoek het percentage van dat belastingjaar op
Voor 2026 is dat 0,35 procent bij een WOZ-waarde tussen 75.000 en 1.350.000 euro. Reken je een ouder jaar na, gebruik dan het percentage uit de jaartabel hierboven; in 2022 lag het bijvoorbeeld nog op 0,45 procent.
-
Vermenigvuldig de hele WOZ-waarde met dat percentage
Het percentage geldt over het volledige bedrag, niet alleen over het deel boven de klassegrens. Alleen boven de 1.350.000 euro reken je met een vast bedrag plus 2,35 procent over het meerdere. Controleer je uitkomst desgewenst met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait.
-
Corrigeer voor de periode dat je eigenaar was
Kocht of verkocht je in de loop van het jaar, deel het jaarbedrag dan door 365 en vermenigvuldig met het aantal dagen dat de woning je hoofdverblijf was. De notaris kan je de exacte overdrachtsdatum bevestigen als je die kwijt bent.
-
Trek je aftrekbare kosten van het forfait af
Haal je betaalde hypotheekrente en de aftrekbare financieringskosten van het forfait af. Blijft er een negatief bedrag over, dan is dat aftrekbaar tegen maximaal 37,56 procent in 2026. Blijft er een positief bedrag over, ga dan door naar de volgende stap.
-
Pas de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld toe
Is je forfait hoger dan je aftrekbare kosten, dan mag je in 2026 71,867 procent van het verschil aftrekken. Hoe die aftrek voor een afbetaald huis uitpakt en hoe snel hij verdwijnt, staat in de gids erover.
-
Controleer de vooraf ingevulde aangifte
De Belastingdienst vult WOZ-waarde en forfait meestal vooraf in, maar de vooraf ingevulde gegevens zijn niet altijd compleet bij verhuizing, scheiding of verbouwing. Je blijft zelf verantwoordelijk voor wat er in de aangifte staat, dus reken de post één keer na voordat je verstuurt.
Overdrachtsbelasting
Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting
Check dit voordat je het forfait invult
Doorgerekend: zo pakt het uit
Een huis van 400.000 euro met een hypotheek van 250.000 euro
Stel, je WOZ-waarde is 400.000 euro en je eigenwoningschuld is 250.000 euro tegen 4 procent rente. Het forfait is 0,35 procent van 400.000 euro, dus 1.400 euro in 2026. Je betaalde hypotheekrente is 250.000 maal 4 procent, oftewel 10.000 euro per jaar.
Het saldo van je eigen woning is dan 1.400 min 10.000 is 8.600 euro negatief. Dat bedrag is aftrekbaar tegen maximaal 37,56 procent in 2026, wat neerkomt op 3.230 euro belastingvoordeel per jaar, ongeveer 269 euro per maand.
Zonder het forfait zou je 10.000 maal 37,56 procent hebben teruggekregen, dus 3.756 euro. Het forfait kost je in deze situatie precies het verschil: 526 euro per jaar. Je betaalt dat niet los, het komt van je teruggaaf af.
Hetzelfde huis, maar afbetaald
Stel, dezelfde woning van 400.000 euro is volledig afbetaald. Het forfait blijft 1.400 euro in 2026, maar er staan geen aftrekbare kosten tegenover. Het verschil tussen forfait en kosten is dus 1.400 euro.
Daarvan mag je in 2026 71,867 procent aftrekken: 1.006 euro. Er blijft 394 euro belast inkomen over. Bij een tarief van 37,56 procent betaal je daar 148 euro per jaar over, iets meer dan twaalf euro per maand.
Die rekening groeit elk jaar mee met de afbouw. Gaat er vanaf 2026 jaarlijks 4,8 procentpunt van de aftrek af, dan is hij per 1 januari 2041 verdwenen en betaal je bij een gelijkblijvend forfait 1.400 maal 37,56 procent, dus 526 euro per jaar. Dat is bijna 380 euro per jaar meer dan nu.
Halverwege het jaar gekocht, met een WOZ-waarde van 350.000 euro
Stel, je koopt op 1 juli een woning met een WOZ-waarde van 350.000 euro. Het jaarbedrag is 0,35 procent van 350.000 euro, dus 1.225 euro in 2026. Je was 184 dagen eigenaar en bewoner, van 1 juli tot en met 31 december.
Het forfait voor dat jaar is dan 1.225 maal 184 gedeeld door 365, oftewel 618 euro. Vul je per ongeluk het volledige jaarbedrag in, dan geef je 607 euro te veel inkomen op en betaal je bij 37,56 procent zo'n 228 euro te veel belasting.
Let er in dit jaar ook op dat je alleen de rente aftrekt over de maanden dat de hypotheek liep. Beide posten lopen naar rato mee, dus een half jaar forfait hoort bij een half jaar renteaftrek.
Veelgemaakte fouten
De tabel lezen als een schijventabel
Het percentage van jouw klasse geldt over de hele WOZ-waarde, niet alleen over het deel boven de grens. Wie de klassen toch optelt bij een WOZ-waarde van 400.000 euro, komt uit op 1.262 euro in plaats van 1.400 euro en geeft 138 euro te weinig inkomen op.
De WOZ-waarde van het verkeerde jaar invullen
Voor de aangifte over 2026 gebruik je de beschikking van 2026, met waardepeildatum 1 januari 2025. Een jaar verschil scheelt bij stijgende huizenprijzen zomaar tienduizenden euro's waarde en daarmee tientallen euro's belasting.
Het volle jaarbedrag opgeven in het jaar van koop of verkoop
Het forfait geldt naar rato van de dagen dat de woning je hoofdverblijf was. Wie dat vergeet bij een aankoop in juli, geeft ongeveer de helft te veel inkomen op en betaalt daar direct belasting over.
Een tweede woning bij het eigenwoningforfait zetten
Alleen de woning waar je zelf hoofdzakelijk woont valt onder deze bijtelling. Een vakantiehuis of verhuurde woning hoort in box 3, waar met een forfaitair rendement wordt gerekend. Dubbel opgeven kost belasting die je niet verschuldigd bent.
De aftrek bij een afbetaald huis laten liggen
Is je forfait hoger dan je aftrekbare kosten, dan hoort daar in 2026 een aftrek van 71,867 procent van het verschil bij. Bij een forfait van 1.400 euro scheelt dat 1.006 euro aan belast inkomen, in geld ongeveer 378 euro per jaar.
Huurinkomsten uit tijdelijke verhuur weglaten
Verhuur je je eigen woning een periode, dan blijft het forfait staan en komt 70 procent van de huur er als extra inkomen bij. Wie dat niet aangeeft, loopt bij een controle tegen een navordering met belastingrente aan.
Veelgestelde vragen
Wat is een forfait?
Een forfait is een vast bedrag of vast percentage dat de wet gebruikt in plaats van je werkelijke inkomsten of kosten. De Belastingdienst hoeft daardoor niet per huishouden te meten wat iets echt heeft opgeleverd. Het woord komt uit het Frans en betekent daar een vooraf afgesproken vaste prijs. Een forfait is geen aparte belasting, maar een rekenmaatstaf binnen een bestaande heffing.
Wat betekent forfaitair?
Forfaitair betekent: volgens een vaste maatstaf, en niet naar de werkelijke omvang. Een forfaitair rendement in box 3 is bijvoorbeeld een percentage dat de wet aanneemt over je vermogen, ongeacht wat je er echt mee hebt verdiend. Datzelfde principe zit achter de bijtelling voor je eigen woning: één percentage over je WOZ-waarde, in plaats van een schatting per huis van wat wonen je oplevert.
Wat is het eigen woning forfait?
Het eigen woning forfait is de bijtelling bij je inkomen in box 1 omdat je in je eigen huis woont. Je telt een percentage van je WOZ-waarde op bij je inkomen, in 2026 voor de meeste woningen 0,35 procent. Daar staan je aftrekbare kosten voor de eigen woning tegenover, vooral je hypotheekrente. Meer over de regeling en de uitzonderingen staat in de gids over het eigenwoningforfait.
Hoeveel is het eigen woning forfait?
Dat hangt af van je WOZ-waarde. In 2026 geldt 0,35 procent voor woningen met een WOZ-waarde van 75.000 tot 1.350.000 euro, dus 1.400 euro bij een waarde van 400.000 euro en 2.275 euro bij 650.000 euro. Onder de 75.000 euro gelden lagere percentages en boven de 1.350.000 euro reken je 4.725 euro plus 2,35 procent over het meerdere.
Hoe kan ik het eigen woning forfait berekenen?
Vermenigvuldig je volledige WOZ-waarde met het percentage dat bij je waardeklasse hoort. Dat percentage geldt over de hele waarde, niet alleen over het deel boven de klassegrens, en alleen de hoogste klasse werkt getrapt. Was je maar een deel van het jaar eigenaar, deel het jaarbedrag dan door 365 en vermenigvuldig met het aantal dagen. De rekenhulp voor de bijtelling doet die eerste som voor je.
Wat was het eigen woning forfait in 2024, 2023 en 2022?
In 2024 en in 2023 was het percentage voor een gewone woning 0,35 procent, net als in 2025 en 2026. In 2022 lag het nog op 0,45 procent en in 2021 op 0,50 procent. Reken je een oud jaar na, gebruik dan behalve het juiste percentage ook de WOZ-waarde van dat belastingjaar, want die verschilt meestal fors van de huidige.
Wat is het verschil tussen huurwaardeforfait en eigenwoningforfait?
Er is geen inhoudelijk verschil, alleen een naamsverschil. Tot de belastingherziening van 2001 heette de bijtelling het huurwaardeforfait, daarna eigenwoningforfait. Wie het huurwaarde forfait van dit jaar zoekt, zoekt dus het percentage van het eigenwoningforfait. De achtergrond van beide namen staat in de gids over het huurwaardeforfait.
Betaal ik het forfait apart aan de Belastingdienst?
Nee, je krijgt er geen aparte rekening voor. Het forfait verhoogt je belastbaar inkomen in box 1 en het effect zie je terug in je aanslag of in je voorlopige teruggaaf. Heb je hypotheekrente die hoger is dan het forfait, dan verlaagt de bijtelling alleen je teruggaaf en betaal je per saldo niets extra.
Geldt het forfait ook voor een tweede woning of een vakantiehuis?
Nee. Het eigenwoningforfait geldt alleen voor de woning die je hoofdverblijf is. Een tweede woning, vakantiehuis of verhuurde woning valt in box 3, waar de Belastingdienst met een forfaitair rendement over de waarde rekent: voor 2026 6,00 procent voor overige bezittingen, belast tegen 36 procent. Je geeft die woning dus niet op bij de eigen woning in box 1.
Geldt het eigenwoningforfait ook als mijn huis is afbetaald?
Ja, de bijtelling blijft staan, maar er hoort dan een aftrek bij. In 2026 mag je 71,867 procent van het verschil tussen je forfait en je aftrekbare kosten aftrekken. Bij een forfait van 1.400 euro blijft daarna 394 euro belast, wat bij 37,56 procent neerkomt op 148 euro per jaar. Die aftrek wordt afgebouwd en verdwijnt per 1 januari 2041, zoals de gids over de wet Hillen uitrekent.
Kan ik het forfait verlagen?
Alleen via de WOZ-waarde, want die is de enige variabele in de som. Klopt de waarde in je aanslag niet, dan kun je binnen zes weken na dagtekening bezwaar maken bij je gemeente; dat is kosteloos. Vergelijk eerst je aanslag met je eigen inschatting via de WOZ-check en vraag het taxatieverslag op voordat je bezwaar indient.
Wat gebeurt er met het forfait als ik verhuis en mijn oude huis leeg te koop staat?
Over de leegstaande, te koop staande woning betaal je geen eigenwoningforfait meer, terwijl de hypotheekrente daarvan nog wel aftrekbaar blijft in het jaar van verhuizing plus de drie jaren daarna. Over je nieuwe woning geldt het forfait vanaf de dag dat die je hoofdverblijf is. In het overgangsjaar reken je beide woningen dus naar rato door.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
De som achter het forfait is eenvoudig genoeg om zelf te maken: WOZ-waarde maal percentage, verminderd met je aftrekbare kosten. Voor een gewone situatie met één woning en één hypotheek heb je geen adviseur nodig, zeker niet omdat de Belastingdienst het bedrag meestal vooraf invult. Reken het na met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait en klaar.
Ingewikkelder wordt het bij een scheiding, een woning in het buitenland, een woning die deels bedrijfspand is, een erfpachtconstructie of een verbouwing die deels met een andere lening is gefinancierd. In die gevallen bepaalt de verdeling tussen box 1 en box 3 het bedrag, en een fout daarin werkt jaren door. Een belastingadviseur of fiscalist rekent zo'n aangifte door voor grofweg 150 tot 400 euro, afhankelijk van de complexiteit.
Gaat het puur om een te hoge WOZ-waarde, dan is de gemeente je eerste loket en kost bezwaar maken je niets. Wil je breder kijken naar wat je woning fiscaal doet, begin dan bij het overzicht van de belastingen rond je huis en bij de gids over het eigenwoningforfait zelf. Bij twijfel over je persoonlijke situatie is de BelastingTelefoon kosteloos en geeft die uitsluitsel over de regel, al doet die geen advies over de beste route.