Terugleververgoeding: wat je krijgt voor je zonnestroom
De terugleververgoeding is het bedrag per kilowattuur dat je energieleverancier betaalt voor zonnestroom die je het net op stuurt. Zolang je saldeert, in 2026 nog het hele jaar, geldt die vergoeding alleen voor het overschot boven je eigen jaarverbruik; in de praktijk gaat het dan om ongeveer 6 cent per kWh in 2026, tegenover ruim 27 cent voor stroom die je zelf gebruikt. Vanaf 1 januari 2027 krijg je een vergoeding over álle teruggeleverde stroom, en die moet van 2027 tot 2030 minstens 50 procent van je kale leveringstarief zijn. Trek er altijd de terugleverkosten van af, want die bepalen vaak meer dan de vergoeding zelf.
- € 0,06 2026 gangbare vergoeding per kWh boven je eigen jaarverbruik
- € 0,27 2026 waarde van een kWh die je zelf verbruikt, inclusief belasting en btw
- 50% 2027 tot 2030 wettelijk minimum voor de vergoeding, als deel van je kale leveringstarief
- 31 dec 2026 2026 laatste dag dat teruglevering nog wordt weggestreept tegen je verbruik
- 2031 2031 vanaf dit jaar ligt er geen minimumpercentage meer vast
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat de terugleververgoeding precies is
De terugleververgoeding is de prijs per kilowattuur die je energieleverancier je betaalt voor zonnestroom die je niet zelf gebruikt en die het net op gaat. Het is een tarief uit je leveringscontract, geen regeling van de overheid. Dat onderscheid verklaart waarom het bedrag per leverancier en per contractvorm verschilt, terwijl salderen en terugleveren voor iedereen op dezelfde wettelijke leest zijn geschoeid.
Zolang de salderingsregeling loopt, speelt de vergoeding een bijrol. Je leverancier streept eerst je teruggeleverde kilowatturen weg tegen de kilowatturen die je van het net hebt afgenomen. Pas over wat daarna overblijft, het overschot boven je eigen jaarverbruik, betaalt hij de terugleververgoeding. Wat wegstrepen inhoudt staat uitgelegd bij de betekenis van salderen.
Verwar de vergoeding niet met de terugleverkosten. De vergoeding is geld dat jij krijgt, de terugleverkosten van zonnepanelen zijn een bedrag dat je betaalt omdat je teruglevert. Beide staan los in je contract en beide bepalen wat je onder de streep overhoudt.
Wat teruglevering je in 2026 oplevert
In 2026 is de rekensom in twee delen geknipt. Alles wat je teruglevert tot aan je eigen jaarverbruik wordt gesaldeerd en is daarmee net zoveel waard als stroom die je koopt: Milieu Centraal rekent voor 2026 met 27 cent per kWh inclusief energiebelasting en btw. Alleen over het deel daarboven krijg je de terugleververgoeding, en die ligt bij de meeste leveranciers rond de 6 cent per kWh in 2026.
Het verschil tussen die twee bedragen is groter dan veel mensen denken. Van die 27 cent bestaat 11,085 cent uit energiebelasting inclusief btw in 2026, en juist dat deel betaal je door de saldering niet. Zodra de saldering wegvalt, verdwijnt dat voordeel en blijft de kale vergoeding over.
Sinds 2025 hebben veel leveranciers de vergoeding voor het overschot verlaagd en tegelijk terugleverkosten ingevoerd. Wie zijn contract sindsdien heeft verlengd, krijgt daardoor vaak minder per kWh dan bij het afsluiten van de panelen was berekend. Hoe lang deze situatie nog duurt lees je bij wanneer het salderen stopt.
| Situatie | Wat één kWh je oplevert | Waarom |
|---|---|---|
| Stroom die je direct zelf verbruikt | ± € 0,27 | Die kilowattuur hoef je niet in te kopen |
| Teruglevering binnen je jaarverbruik | ± € 0,27 | De kilowattuur wordt weggestreept tegen je afname |
| Teruglevering boven je jaarverbruik | ± € 0,06 | Er valt niets meer weg te strepen, je krijgt de terugleververgoeding |
| Teruglevering met terugleverkosten in je contract | € 0,06 min jouw kosten per kWh | De kosten drukken de vergoeding, soms tot onder nul |
Gecontroleerd op augustus 2026, gerekend met een all-in stroomprijs van 27 cent per kWh
De minimale terugleververgoeding vanaf 2027
Per 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling in één keer. Vanaf dat moment reken je je afname en je teruglevering apart af, en krijg je over élke teruggeleverde kilowattuur een vergoeding. Om te voorkomen dat leveranciers die vergoeding op vrijwel nul zetten, staat er een ondergrens in de wet: tot 2030 moet de vergoeding minstens 50 procent van het kale leveringstarief zijn, dus van de prijs per kWh zonder energiebelasting en zonder btw. De ACM houdt daar toezicht op.
Reken dat om naar centen. Ligt je kale leveringstarief rond de 13 cent per kWh, zoals in 2026 gebruikelijk was bij een all-in prijs van 27 cent, dan komt de wettelijke bodem uit op ongeveer 6,5 cent per kWh. Dat is een ondergrens, geen normbedrag: een leverancier mag meer betalen en concurreert daar ook op.
De ondergrens is gekoppeld aan jouw eigen tarief, niet aan een landelijk gemiddelde. Zakt je kale leveringstarief, dan zakt de minimale terugleververgoeding mee. Wat de afschaffing verder verandert aan je jaarnota staat in de gids over de salderingsregeling.
| Periode | Wat de wet regelt | Wat dat betekent bij een kaal tarief van 13 cent |
|---|---|---|
| Tot en met 2026 | Salderen tot aan je jaarverbruik, geen minimum voor het overschot | De leverancier bepaalt de vergoeding, in de praktijk rond 6 cent |
| 2027 tot 2030 | Vergoeding over alle teruglevering, minstens 50 procent van je kale leveringstarief | Minstens ongeveer 6,5 cent per kWh |
| Vanaf 2031 | Geen vastgelegd percentage meer | De leverancier bepaalt het tarief, de ACM toetst op redelijkheid |
Gecontroleerd op augustus 2026
Het wettelijke minimum van 50 procent loopt tot 2030. Voor de terugleververgoeding na 2031 ligt er geen percentage meer vast, dus reken de terugverdientijd van je panelen niet door met een bodem die er dan misschien niet meer is.
De vergoeding per contractvorm
Hoe je vergoeding tot stand komt, hangt af van het soort energiecontract. Bij een vast contract staat er een vaste terugleververgoeding per kWh in je overeenkomst, meestal voor de hele looptijd. Dat geeft rust: je weet wat je overschot opbrengt en je leverancier kan het tarief tussentijds niet verlagen. Controleer wel of het bedrag echt in het contract staat en niet alleen in een tarievenkaart die de leverancier mag aanpassen.
Bij een variabel contract past de leverancier de terugleververgoeding aan op dezelfde momenten waarop hij zijn leveringstarief aanpast, meestal een of twee keer per jaar. Bij een modelcontract, het gestandaardiseerde contract met vaste voorwaarden, publiceert de leverancier een eigen terugleververgoeding die je makkelijk naast die van andere leveranciers kunt leggen.
De grootste afwijking zit bij het dynamische contract, waar de uurprijs bepaalt wat je krijgt. Bij het vergelijken van contracten telt niet alleen de vergoeding: leg er meteen de terugleverkosten naast elkaar, want een hoge vergoeding met hoge kosten kan minder opleveren dan een lage vergoeding zonder kosten.
| Contractvorm | Hoe de vergoeding wordt bepaald | Waar je op let |
|---|---|---|
| Vast contract | Een vaste terugleververgoeding per kWh voor de hele looptijd | Staat het bedrag in het contract zelf of alleen op een tarievenkaart |
| Variabel contract | Een bedrag per kWh dat bij elke tariefwijziging verandert | De vergoeding kan omlaag terwijl je leveringstarief omhoog gaat |
| Dynamisch contract | De beurs- of uurprijs op het moment van terugleveren | Overdag in de zon is die prijs het laagst en soms negatief |
| Modelcontract | Het tarief dat de leverancier voor dit standaardcontract publiceert | Goed vergelijkbaar, want de voorwaarden zijn wettelijk gelijk |
Gecontroleerd op augustus 2026
Terugleververgoeding bij een dynamisch energiecontract
Bij een dynamisch energiecontract krijg je voor teruglevering de prijs van dat uur op de stroombeurs, meestal plus of min een opslag van je leverancier. Er is geen vast tarief, dus je vergoeding verschilt per uur en per seizoen. Op een zonnige middag in juni wekt heel Nederland tegelijk op en is de uurprijs laag; op een winteravond, wanneer jouw panelen niets doen, is diezelfde prijs hoog.
Dat maakt sturen belangrijker dan kiezen. Wie de wasmachine, de warmtepompboiler of het laden van de auto naar de goedkope uren verplaatst, verdient meer aan het vermijden van inkoop dan aan de vergoeding zelf. Een thuisbatterij versterkt dat effect, omdat je de stroom kunt bewaren tot het uurtarief hoger ligt.
De keerzijde is dat je vergoeding bij een dynamisch contract ook onder nul kan zakken. Dat gebeurt op uren met meer aanbod dan vraag, vooral in het voorjaar en de zomer rond het middaguur. Hoeveel uren dat per jaar zijn, verschilt sterk en is vooraf niet te voorspellen.
Negatieve terugleververgoeding: wanneer je moet bijbetalen
Een negatieve terugleververgoeding betekent dat je geld toelegt op stroom die je het net op stuurt. Bij een vast of variabel contract kan dat niet gebeuren, want daar ligt het tarief vast op nul of hoger. Bij een dynamisch contract kan het wel, namelijk op uren waarop de beursprijs negatief is.
Zolang je nog saldeert, ligt er een demper onder die uren. Teruglevering wordt in kilowatturen weggestreept tegen je afname, en over dat gesaldeerde deel betaal je geen energiebelasting, in 2026 goed voor 11,085 cent per kWh inclusief btw. Pas als de beursprijs verder onder nul zakt dan dat belastingvoordeel, kost terugleveren je in 2026 per saldo geld. Vanaf 2027 valt die demper weg en telt de negatieve uurprijs direct.
Je hebt twee knoppen. De eerste is verbruik verschuiven naar precies die uren, want stroom is dan spotgoedkoop of zelfs gratis. De tweede is je omvormer tijdelijk terugregelen; hoe dat werkt en wat het met je installatie doet, staat bij zonnepanelen uitzetten. Moderne omvormers kunnen dat automatisch doen op basis van de uurprijzen.
Ga bij een dynamisch contract na of je omvormer of energiemanagementsysteem kan sturen op de uurprijs. Automatisch terugregelen tijdens negatieve uren scheelt je precies de uren waarop handmatig ingrijpen nooit lukt.
De beste terugleververgoeding kiezen
Wie zoekt naar de beste terugleververgoeding voor zonnepanelen, vergelijkt vaak één getal terwijl er drie meetellen: het leveringstarief dat je voor je afname betaalt, de terugleververgoeding voor je overschot, en de terugleverkosten. Een leverancier die de hoogste vergoeding adverteert, kan dat betalen uit een hoger leveringstarief of uit een vast maandbedrag aan terugleverkosten.
Reken daarom altijd door naar euro's per jaar met jouw eigen aantallen: hoeveel kWh je afneemt en hoeveel je teruglevert. Bij een klein dak en een hoog verbruik is je overschot klein en weegt de vergoeding nauwelijks mee; bij een groot dak op een zuinig huishouden telt elke cent per kWh direct door. Leveranciers die geen terugleverkosten rekenen staan bij energieleveranciers zonder terugleverkosten.
Let ook op de looptijd. Een aantrekkelijke vaste terugleververgoeding in een contract van drie jaar loopt door tot in de periode zonder saldering, en dan gaat die vergoeding over al je teruglevering in plaats van alleen over je overschot. Dat maakt het bedrag per kWh vanaf 2027 een stuk zwaarder wegen dan nu.
| Jouw situatie | Waar de winst zit |
|---|---|
| Klein dak, verbruik hoger dan opwek | Het leveringstarief en de terugleverkosten, niet de vergoeding |
| Groot dak, veel overschot | Elke cent extra vergoeding per kWh, gerekend over je werkelijke overschot |
| Thuisbatterij of veel verbruik overdag | Zelf verbruiken, want dat is vier tot vijf keer zoveel waard |
| Dynamisch contract met sturing | De uren waarop je levert en verbruikt, meer dan de keuze van leverancier |
Zelf verbruiken levert meer op dan welke vergoeding ook
Een kilowattuur die je zelf gebruikt is in 2026 ongeveer 27 cent waard, een kilowattuur die je als overschot teruglevert ongeveer 6 cent. Dat verschil van ruim een factor vier is groter dan het verschil tussen de hoogste en de laagste terugleververgoeding op de markt. Je eigen verbruik verhogen levert dus meer op dan overstappen.
De goedkoopste stap is verschuiven: was- en vaatwasprogramma's overdag laten draaien, de auto laden als de zon schijnt, de boiler op een timer zetten. Daarmee til je het aandeel eigen verbruik vaak van een derde naar bijna de helft, zonder investering. Een thuisbatterij tilt het verder omhoog, maar kost duizenden euro's en heeft een eigen terugverdiensom.
Reken door wat jouw installatie oplevert bij verschillende vergoedingen met de rekenhulp voor de terugverdientijd van zonnepanelen. Vul daar naast je stroomprijs ook de terugleververgoeding en je aandeel eigen verbruik in, dan zie je meteen hoe zwaar dat aandeel weegt. Meer over de opbrengst van een installatie staat op de hub over zonnepanelen.
De vergoeding terugvinden en controleren op je jaarnota
Op je jaarafrekening staat de teruglevering als aparte post. Je vindt er het aantal teruggeleverde kilowatturen, het aantal gesaldeerde kilowatturen en het bedrag dat over het overschot is uitgekeerd. Deel dat bedrag door het aantal kilowatturen boven je verbruik en je hebt de vergoeding per kWh die je werkelijk kreeg, inclusief eventuele afrondingen.
Vergelijk die uitkomst met het tarief in je contract. Wijkt hij af, dan zit het meestal in een van drie dingen: de leverancier heeft het tarief tussentijds aangepast bij een variabel contract, de terugleverkosten zijn met de vergoeding verrekend, of de meterstanden kloppen niet. Dat laatste komt voor als je teruglevering nooit bij de netbeheerder is aangemeld en je meter alleen afname registreert.
Klopt er iets niet, dan meld je dat schriftelijk bij je leverancier en bewaar je je meterstanden. Over de vraag of de terugleverkosten zelf wel mogen, loopt een massaclaim over terugleverkosten. Die procedure gaat over de kosten, niet over de hoogte van de vergoeding zelf.
Zo controleer je wat je teruglevering echt oplevert
Met je contract en je laatste jaarnota erbij ben je er in een half uur uit.
-
Zoek je terugleververgoeding op
Kijk in je contract of op de tarievenkaart van je leverancier welk bedrag per kWh je krijgt voor teruglevering boven je verbruik. Noteer erbij of het een vast bedrag is of een tarief dat mag wijzigen.
-
Zoek je terugleverkosten erbij
Zoek in dezelfde documenten naar een vast maandbedrag, een staffel op teruggeleverde kilowatturen of een staffel op het vermogen van je installatie. Zonder die post is je vergelijking incompleet.
-
Haal je werkelijke teruglevering van je jaarnota
Noteer hoeveel kWh je hebt teruggeleverd, hoeveel je hebt afgenomen en hoeveel er is gesaldeerd. Het verschil tussen teruglevering en afname is het overschot waarover de vergoeding wordt betaald.
-
Reken de kosten om naar centen per kWh
Deel je terugleverkosten per jaar door het aantal teruggeleverde kilowatturen. Trek de uitkomst van je vergoeding af, dan houd je de netto vergoeding per kWh over waarmee je kunt vergelijken.
-
Zet er een alternatief contract naast
Reken hetzelfde sommetje voor een ander aanbod, inclusief het leveringstarief voor je afname. De vergelijking van terugleverkosten laat zien hoe groot die verschillen per jaar zijn.
-
Kijk vooruit naar 2027
Reken je overschot nog een keer door alsof er niet meer gesaldeerd wordt, dus met de vergoeding over al je teruglevering. Loopt je contract door tot na 1 januari 2027, dan is dat het bedrag waar je aan vastzit.
Terugverdientijd zonnepanelen
Vul je dak, verbruik en stroomprijs in en zie de opbrengst per jaar en het jaar waarin je installatie zichzelf heeft terugbetaald. Open de volledige terugverdientijd zonnepanelen
Check dit voordat je een contract kiest of verlengt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Tien panelen in 2026: wat de vergoeding daadwerkelijk oplevert
Stel, je hebt tien panelen van 440 wattpiek, samen 4.400 Wp. Bij 0,87 kWh per wattpiek per jaar wekken die ongeveer 3.800 kWh op. Je huishouden verbruikt 2.610 kWh per jaar en je gebruikt 30 procent van je opwek direct zelf, dus 1.140 kWh. Je levert 2.660 kWh terug en neemt 1.470 kWh van het net af.
De saldering streept die 1.470 kWh weg tegen je teruglevering. Tegen 27 cent per kWh in 2026 is dat 396,90 euro. Er blijft 2.660 min 1.470 is 1.190 kWh over als overschot; tegen 6 cent per kWh levert dat 71,40 euro op. Je directe eigen verbruik van 1.140 kWh bespaart nog eens 307,80 euro. Samen komt je opbrengst in 2026 uit op 776,10 euro.
Van dat totaal komt dus 71,40 euro uit de terugleververgoeding, minder dan een tiende. Zou je leverancier de vergoeding verdubbelen naar 12 cent, dan win je 71,40 euro per jaar. Zou hij 12 euro per maand aan terugleverkosten rekenen, dan verlies je 144 euro en houd je aan je overschot niets over.
Dezelfde installatie in 2027, zonder saldering
Stel, dezelfde installatie draait in 2027 en er wordt niet meer gesaldeerd. Je gebruikt nog steeds 1.140 kWh direct zelf, goed voor 307,80 euro aan vermeden inkoop bij 27 cent per kWh. Over de 2.660 kWh die je teruglevert krijg je nu wel de vergoeding, maar over álles.
Bij een kaal leveringstarief van 13 cent is het wettelijk minimum 6,5 cent per kWh. Dat levert 2.660 × 0,065 is 172,90 euro op. Je totale opbrengst wordt 480,70 euro, tegenover 776,10 euro in het jaar ervoor: een verschil van 295,40 euro per jaar bij precies dezelfde panelen.
Betaalt je leverancier 9 cent in plaats van het minimum, dan wordt de teruglevering 239,40 euro waard en scheelt dat 66,50 euro per jaar. Til je je eigen verbruik in plaats daarvan van 30 naar 45 procent, dan gebruik je 1.710 kWh zelf (461,70 euro) en lever je 2.090 kWh terug (135,85 euro bij 6,5 cent), samen 597,55 euro. Verschuiven levert in dit voorbeeld dus bijna twee keer zoveel op als de hoogste vergoeding vinden.
Hoge vergoeding met terugleverkosten naast lage vergoeding zonder
Stel, je kiest in 2026 tussen twee aanbiedingen bij hetzelfde leveringstarief. Aanbieding A betaalt 16 cent per kWh terugleververgoeding en rekent 15 euro per maand aan terugleverkosten. Aanbieding B betaalt 6 cent en rekent geen terugleverkosten.
Met het overschot uit het eerste voorbeeld, 1.190 kWh, levert A 190,40 euro op min 180 euro kosten, dus 10,40 euro. B levert 71,40 euro op zonder aftrek. De lage vergoeding wint met 61 euro verschil, puur door dat vaste maandbedrag.
Vanaf 2027 draait die uitkomst om, want dan geldt de vergoeding over al je teruglevering. A levert dan 2.660 × 0,16 is 425,60 euro min 180 euro is 245,60 euro; B levert 159,60 euro. Nu wint A met 86 euro. Hetzelfde contract, dezelfde panelen, een tegenovergestelde uitkomst: welke aanbieding beter is, hangt volledig af van hoeveel kilowattuur er onder de vergoeding valt.
Veelgemaakte fouten
De vergoeding vergelijken zonder de terugleverkosten ernaast
Een vergoeding van 16 cent met 15 euro terugleverkosten per maand is bij een gemiddeld overschot slechter dan 6 cent zonder kosten. Wie alleen op het geadverteerde tarief let, kan zich zo tientallen euro's per jaar uit de zak laten kloppen.
Denken dat je de vergoeding over alle teruglevering krijgt
Zolang je saldeert, geldt de vergoeding alleen voor het deel boven je jaarverbruik. Bij een huishouden dat evenveel verbruikt als het opwekt, is dat deel bijna nul, en dan maakt het tarief in 2026 nauwelijks verschil.
Overstappen voor een paar cent terwijl je overschot klein is
Twee cent meer op een overschot van 500 kWh is tien euro per jaar. Als de nieuwe leverancier tegelijk een hoger leveringstarief rekent voor de 1.500 kWh die je afneemt, ben je per saldo duurder uit.
Vergeten dat een variabele vergoeding mag dalen
Bij een variabel contract kan de leverancier de terugleververgoeding bij elke tariefwijziging aanpassen, ook naar beneden. Wie op het tarief van vorig jaar rekent, komt op de jaarnota bedrogen uit.
Bij een dynamisch contract blind doorleveren in de zomer
Op zonnige middagen kan de uurprijs negatief zijn. Zonder sturing lever je dan tegen een negatieve vergoeding, en vanaf 2027 kost dat direct geld omdat het belastingvoordeel van de saldering wegvalt.
De terugverdientijd doorrekenen met de vergoeding van vandaag
De vergoeding kent tot 2030 een wettelijke bodem van 50 procent van het kale leveringstarief, daarna niet meer. Een terugverdientijd die op het huidige tarief leunt en twintig jaar vooruit rekent, is daardoor optimistischer dan de regels rechtvaardigen.
Veelgestelde vragen
Wat is een terugleververgoeding?
De terugleververgoeding is het bedrag per kilowattuur dat je energieleverancier betaalt voor zonnestroom die je terug het net op stuurt. Het is een tarief uit je leveringscontract en verschilt daarom per leverancier en per contractvorm. Zolang je saldeert, geldt de vergoeding alleen over de kilowatturen die je boven je eigen jaarverbruik teruglevert.
Hoeveel is de terugleververgoeding in 2026?
Er is in 2026 geen vastgesteld bedrag; elke leverancier bepaalt het zelf. In de praktijk ligt de vergoeding voor het overschot boven je jaarverbruik bij de meeste leveranciers rond de 6 cent per kWh, terwijl enkele aanbieders in 2026 richting het volle kale leveringstarief gaan. Kijk voor jouw bedrag in je contract of op de tarievenkaart, en trek er de terugleverkosten van af voordat je vergelijkt.
Wat is de terugleververgoeding na salderen, dus vanaf 2027?
Vanaf 1 januari 2027 wordt er niet meer gesaldeerd en krijg je een vergoeding over alle stroom die je teruglevert. Die vergoeding moet tot 2030 minstens 50 procent van je kale leveringstarief zijn, dus van de prijs per kWh zonder energiebelasting en btw. Bij een kaal tarief van 13 cent komt dat neer op ongeveer 6,5 cent per kWh. Leveranciers mogen meer betalen, en de ACM houdt toezicht op de vergoedingen.
Is er een minimale terugleververgoeding?
Vanaf 2027 wel. De wet die de salderingsregeling beëindigt, legt vast dat de vergoeding tot 2030 minstens de helft van je kale leveringstarief bedraagt. Voor 2026 bestaat zo'n minimum niet: leveranciers zijn dan vrij in wat ze voor het overschot betalen, en sommige komen niet verder dan een paar cent per kilowattuur.
Wat gebeurt er met de terugleververgoeding na 2031?
Het wettelijke minimum van 50 procent geldt tot 2030. Voor de jaren daarna ligt er geen percentage vast en bepaalt je leverancier het tarief, binnen de algemene eis dat voorwaarden en tarieven redelijk moeten zijn waar de ACM op toeziet. Reken je installatie daarom niet twintig jaar vooruit door met de bodem van nu, maar kijk vooral naar wat je zelf kunt verbruiken.
Hoe werkt de terugleververgoeding bij een dynamisch energiecontract?
Bij een dynamisch energiecontract krijg je de beurs- of uurprijs van het moment waarop je teruglevert, meestal met een opslag van je leverancier erbij of eraf. Er is dus geen vast tarief. Zonnestroom komt overal tegelijk vrij, dus juist op de zonnige uren is die prijs laag. Wie verbruik naar die uren verschuift of een batterij inzet, haalt er meer uit dan wie op de vergoeding zelf let.
Wat is een negatieve terugleververgoeding en moet ik dan bijbetalen?
Een negatieve terugleververgoeding ontstaat bij een dynamisch contract op uren waarop de beursprijs onder nul staat, meestal in het voorjaar en de zomer rond het middaguur. Bij een vast of variabel contract kan dat niet gebeuren. Zolang je saldeert, weegt het belastingvoordeel van 11,085 cent per kWh in 2026 er nog tegenop; pas als de prijs verder onder nul zakt, kost terugleveren je geld. Vanaf 2027 telt de negatieve prijs direct door.
Wie heeft de beste terugleververgoeding voor zonnepanelen?
Dat hangt af van jouw verbruik en niet van één tarief. De beste terugleververgoeding voor zonnepanelen is de vergoeding die na aftrek van terugleverkosten en bij jouw leveringstarief het meeste overhoudt. Reken daarom altijd door in euro's per jaar: vergoeding maal je overschot in kilowatturen, min de terugleverkosten, plus wat je afname kost. Bij een klein overschot wint bijna altijd het contract zonder terugleverkosten.
Krijg je compensatie voor een lage terugleververgoeding?
Er is geen aparte overheidsregeling die je compenseert voor een lage terugleververgoeding of voor het wegvallen van de saldering. De compensatie zit in de wet zelf: de ondergrens van 50 procent van het kale leveringstarief tot 2030. Vind je de vergoeding of de terugleverkosten onredelijk, dan dien je een klacht in bij je leverancier en daarna bij de Geschillencommissie Energie.
Wat is het verschil tussen salderen en de terugleververgoeding?
Salderen is een wettelijke regeling die je teruggeleverde kilowatturen wegstreept tegen de kilowatturen die je afneemt, waardoor je over dat deel geen leveringstarief, energiebelasting en btw betaalt. De terugleververgoeding is een tarief van je leverancier voor de kilowatturen die overblijven als er niets meer weg te strepen valt. Salderen levert in 2026 ongeveer 27 cent per kWh op, de vergoeding ongeveer 6 cent.
Geldt de terugleververgoeding uit mijn vaste contract ook na 2026?
Ja, een vaste terugleververgoeding in een lopend vast contract blijft gelden tot het einde van de looptijd, ook na 1 januari 2027. Wat er verandert is de hoeveelheid stroom waarover je hem krijgt: zonder saldering geldt het tarief over al je teruglevering in plaats van alleen over je overschot. Een contract met een hoge vaste vergoeding wordt daardoor vanaf 2027 juist waardevoller.
Betaal je belasting over de terugleververgoeding?
Over de vergoeding zelf betaal je als particulier geen inkomstenbelasting: de opbrengst van zonnepanelen op je eigen woning telt niet als inkomen. Voor de btw hoef je je niet als ondernemer te melden zolang je omzet uit teruglevering onder de registratiedrempel voor kleine ondernemers blijft, 2.200 euro in 2026, en bij een installatie tot 15.000 wattpiek is dat altijd zo. In de praktijk merk je van de btw op je teruglevering dus niets.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor de meeste huiseigenaren is dit zelf uit te rekenen: je contract, je jaarnota en een half uur zijn genoeg om te zien wat je teruglevering opbrengt, zeker met de rekenhulp voor de terugverdientijd ernaast. Twijfel je of je installatie en je verbruik nog bij elkaar passen nu de saldering stopt, dan rekent een onafhankelijk energieadviseur je situatie door, inclusief het effect van verbruik verschuiven of een thuisbatterij; zo'n maatwerkadvies aan huis kost meestal tussen de 250 en 500 euro. Voor de techniek, bijvoorbeeld het terugregelen van je omvormer bij negatieve prijzen, is een erkend installateur de juiste partij; jouw omvormer bepaalt wat er mogelijk is. Gaat het om een geschil over je vergoeding of je terugleverkosten, dan leg je de klacht eerst schriftelijk bij je leverancier neer en daarna bij de Geschillencommissie Energie. De ACM legt op ConsuWijzer uit welke regels er precies gelden, en welke leveranciers geen terugleverkosten rekenen lees je op deze site.