Hypotheek meenemen naar een nieuw huis: zo werkt de verhuisregeling
Je hypotheek meenemen betekent dat je bij een verhuizing de rente en de resterende rentevaste periode van je huidige lening houdt, op het onderpand van je nieuwe woning. Vrijwel elke geldverstrekker kent zo'n verhuisregeling, meestal met een termijn van zes maanden tussen het aflossen van de oude lening en het passeren van de nieuwe akte. Meenemen loont zodra je oude rente onder de rente van vandaag ligt; ligt hij erboven, dan sluit je bij verkoop gewoon boetevrij een nieuwe hypotheek af. Je betaalt hoe dan ook notaris- en kadasterkosten, want er komt een nieuwe hypotheekakte.
- 6 maanden gebruikelijk termijn tussen het aflossen van de oude lening en het passeren van de nieuwe akte
- € 0 bij verkoop boeterente die je betaalt als je bij een verhuizing aflost
- € 704 2026 notaris en Kadaster voor de nieuwe hypotheekakte
- 30 jaar wettelijk renteaftrektermijn, die bij meenemen gewoon doorloopt
- € 470.000 2026 NHG-grens voor het nieuwe of verhoogde leningdeel
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat hypotheek meenemen betekent
Je hypotheek meenemen naar een nieuw huis komt erop neer dat je de rente en de resterende rentevaste periode van je huidige lening houdt, maar dan met je nieuwe woning als onderpand. Vrijwel elke geldverstrekker kent zo'n meeneemregeling, in de voorwaarden meestal verhuisregeling genoemd. Het is de tegenhanger van je hypotheek oversluiten, waarbij je juist naar de rente van vandaag gaat en vaak ook naar een andere geldverstrekker.
Wat er juridisch gebeurt, is iets anders dan de naam suggereert. Bij de overdracht van je oude woning wordt de lening afgelost en vervalt het hypotheekrecht op dat huis. Op de nieuwe woning passeert een nieuwe hypotheekakte. Je neemt dus niet de lening mee maar de rentecondities: het percentage, de resterende rentevaste periode en doorgaans ook de aflosvorm en de einddatum van elk leningdeel.
Dat verschil merk je in je portemonnee. Omdat er een nieuwe akte komt, betaal je gewoon notaris- en kadasterkosten en beoordeelt de geldverstrekker je opnieuw op inkomen en onderpand. Wat je bespaart is het renteverschil, niet de gang naar de notaris.
De regeling heet niet voor niets verhuisregeling: hij bestaat alleen als je zelf in de nieuwe woning gaat wonen. Koop je een tweede huis of een beleggingspand, dan valt dat er niet onder en geldt het normale beleid voor een nieuwe lening.
Kun je je hypotheek meenemen? De voorwaarden op een rij
Mag je je hypotheek meenemen naar een nieuwe woning? Bij de meeste geldverstrekkers wel, maar niet onvoorwaardelijk. De regeling staat in je hypotheekvoorwaarden onder het kopje verhuisregeling of meeneemregeling, en de details verschillen per partij. Lees dat stuk voordat je een bod uitbrengt, want een verkeerde volgorde kost je de regeling.
De hardste beperking is dat meenemen alleen kan bij je eigen geldverstrekker. Wil je naar een andere partij omdat die goedkoper is, dan sluit je een nieuwe hypotheek af en is je oude rente weg. Je huidige hypotheek meenemen naar een andere bank bestaat niet.
De tweede beperking is de termijn. Bij de meeste geldverstrekkers mag er zes maanden zitten tussen het aflossen van je oude lening en het passeren van de nieuwe hypotheekakte; sommige rekenen drie maanden, andere twaalf. Wie langer huurt tussen twee woningen in, verliest de oude rente.
De derde is de inkomenstoets. Meenemen geeft je geen recht op hetzelfde bedrag: de geldverstrekker toetst je opnieuw op de leennormen van dat moment. Reken daarom vooraf uit wat je nu kunt lenen met de rekenhulp voor je maximale hypotheek, zeker als je inkomen of je gezinssituatie sinds de vorige aanvraag is veranderd.
| Voorwaarde | Wat er gebruikelijk geldt |
|---|---|
| Bij welke geldverstrekker | Alleen bij je huidige partij; naar een andere geldverstrekker is het gewoon een nieuwe hypotheek |
| Termijn tussen de twee aktes | Meestal zes maanden, bij sommige partijen drie en bij andere twaalf |
| Wie de lening op naam heeft | Minimaal een van de oorspronkelijke geldnemers verhuist mee naar de nieuwe woning |
| Hoeveel je meeneemt | Hooguit het restant van je huidige lening; alles daarboven is een nieuw leningdeel |
| Welke rente | Het percentage en de resterende rentevaste periode van elk meegenomen leningdeel |
| Aflosvorm en einddatum | Blijven staan, dus je krijgt geen nieuwe looptijd van dertig jaar |
| Soort woning | De nieuwe woning wordt je eigen woning en moet aan het onderpandbeleid voldoen |
| Toets | Volledige nieuwe inkomens- en onderpandtoets op de normen van dat moment |
Gecontroleerd op gebruikelijke voorwaarden, augustus 2026
Meld je verhuisplan bij je geldverstrekker voordat je oude woning passeert. Een aantal partijen eist dat de verhuisaanvraag vooraf is ingediend; wie pas na de overdracht belt, kan de regeling kwijt zijn ook al zit hij ruim binnen de zes maanden.
Wat je precies meeneemt: rente, looptijd en aflosvorm
Een hypotheek bestaat vaak uit meerdere leningdelen met elk een eigen rente, rentevaste periode en einddatum. Bij het meenemen gaat dat per deel. Heb je een annuïtair deel van 180.000 euro tegen 2,1 procent vast tot 2031 en een aflossingsvrij deel van 60.000 euro tegen 2,6 procent vast tot 2029, dan verhuizen die twee met hun eigen condities mee. Je kunt ook kiezen om er maar een mee te nemen.
De resterende looptijd loopt door. Een lening die nog 22 jaar te gaan heeft, heeft na de verhuizing nog 22 jaar te gaan, niet opnieuw dertig. Dat houdt je maandlast hoger dan bij een verse lening van hetzelfde bedrag, maar je bent ook eerder van de schuld af. Wat dat voor jouw bedragen betekent, zie je in de maandlasten-rekenhulp.
Ook de aflosvorm reist mee. Een aflossingsvrij leningdeel dat op 31 december 2012 al bestond, houdt bij een verhuizing zijn overgangsrecht voor de renteaftrek zolang het bedrag niet stijgt. Dat is voor veel huiseigenaren de echte waarde van de regeling, want een nieuw aflossingsvrij leningdeel geeft geen recht meer op aftrek.
Wat niet meeverhuist, is de garantie op een lage rente na afloop van de rentevaste periode. Loopt jouw 2,1 procent over vijf jaar af, dan krijg je op dat moment gewoon het dan geldende tarief, net als iedereen. Hoe die hypotheekrente tot stand komt en waarom een langere rentevaste periode duurder is, staat in de gids daarover.
Neem het leningdeel met de laagste rente en de langste resterende rentevaste periode als eerste mee. Heb je minder hypotheek nodig dan nu, dan kies je zelf welke delen blijven staan en welke je aflost uit de verkoopopbrengst.
Meenemen of toch een nieuwe hypotheek afsluiten
De rekensom is in de kern eenvoudig: ligt de rente van je oude hypotheek onder wat geldverstrekkers vandaag vragen voor dezelfde rentevaste periode, dan levert meenemen geld op. Ligt hij erboven, dan is een nieuwe hypotheek voordeliger en laat je de oude rente met plezier achter.
Er is een misverstand dat die keuze vertroebelt. Veel mensen die hun huis verkopen, nemen hun hypotheek mee omdat ze denken anders boeterente te betalen. Bij vrijwel alle geldverstrekkers is aflossen bij verkoop van de woning boetevrij, ook midden in een rentevaste periode. Dat staat in de voorwaarden, niet in de wet, dus controleer het bij jouw partij. Wat de verhuisregeling je oplevert is dus niet het ontlopen van een boete, maar het behouden van een lage rente.
Hoe groot dat voordeel is, hangt aan drie getallen: het renteverschil, het bedrag dat je meeneemt en het aantal jaren dat je rente nog vaststaat. Bij 1,5 procentpunt verschil op twee ton en nog zes jaar vast praat je al gauw over twintigduizend euro. Zet die som naast de rest van je plannen met de rekenmethode voor oversluiten, want de logica is dezelfde.
Twijfel je, vraag dan bij je geldverstrekker allebei de offertes op: een verhuisofferte met de meegenomen condities en een offerte voor een volledig nieuwe hypotheek. Die twee naast elkaar leggen kost je niets en maakt het verschil zichtbaar in euro's per maand.
| Situatie | Meestal de gunstigste route |
|---|---|
| Je oude rente ligt onder de rente van vandaag | Meenemen: je houdt de lage rente tot het einde van de rentevaste periode |
| Je oude rente ligt boven de rente van vandaag | Nieuwe hypotheek afsluiten; bij verkoop los je de oude boetevrij af |
| Je rente staat nog maar een of twee jaar vast | Het verschil is klein; let vooral op de rente die je daarna krijgt |
| Je gaat fors meer lenen voor een duurder huis | Combineren: het oude deel meenemen, het extra deel tegen de rente van nu |
| Je verhuist naar een goedkopere woning | Een deel meenemen en de rest aflossen uit de verkoopopbrengst |
| Je wilt naar een andere geldverstrekker | Meenemen kan niet; het wordt een nieuwe hypotheek |
| Er zit meer dan een halfjaar tussen verkoop en aankoop | Meenemen valt af bij de meeste partijen; reken met de rente van dat moment |
Meer lenen voor een duurder huis
Een nieuw huis kopen en je hypotheek meenemen gaat bij de meeste verhuizingen samen met bijlenen, want de volgende woning is doorgaans duurder. De geldverstrekker splitst je nieuwe hypotheek dan in twee stukken: het meegenomen deel tegen je oude rente, en een nieuw leningdeel tegen de rente die op dat moment geldt. Je hebt daarna dus twee rentepercentages op een akte.
Op dat nieuwe deel gelden de huidige regels. De rente is alleen aftrekbaar als je het in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair aflost, en er begint voor dat deel een eigen aftrektermijn van dertig jaar te lopen. Voor de rentevaste periode ben je vrij: je mag het nieuwe deel korter of langer vastzetten dan het meegenomen deel.
Hoeveel je in totaal kunt lenen, bepaalt de leennorm op basis van je inkomen, en die staat los van wat je nu aan hypotheek hebt. De gids over hypotheek berekenen legt uit hoe de woonquote en de waarde van de woning die grens bepalen. Blijft het totaal onder de NHG-grens van 470.000 euro in 2026, dan kun je het geheel met Nationale Hypotheek Garantie afsluiten en betaal je 0,4 procent provisie over de lening.
Een detail dat mensen verrast: het meegenomen deel telt gewoon mee in die toets. Je kunt dus in theorie je oude hypotheek niet meer krijgen, bijvoorbeeld na een inkomensdaling of het wegvallen van een tweede inkomen. Vraag in dat geval vroeg bij je geldverstrekker na wat er nog kan.
Verhuizen naar een goedkopere woning
Je hypotheek meenemen naar een goedkopere woning kan gewoon, alleen neem je dan minder mee dan je nu hebt. Je kiest zelf welk deel van je lening blijft staan en welk deel je aflost uit de verkoopopbrengst. Omdat je de woning verkoopt, is die aflossing bij vrijwel alle geldverstrekkers boetevrij, hoeveel er ook nog vaststond.
Bij die keuze houd je het leningdeel met de laagste rente en de langste resterende rentevaste periode aan, en los je de duurdere delen af. Heb je een oud aflossingsvrij deel met overgangsrecht, dan is dat vaak juist het deel dat je wilt behouden, want zo'n recht komt niet terug.
Wat er overblijft na de verkoop is je overwaarde: de opbrengst min de verkoopkosten min je restschuld. Die bepaalt hoeveel hypotheek je op het nieuwe huis nog nodig hebt, en fiscaal hoeveel je maximaal mag lenen met renteaftrek. Reken met de overwaarde-rekenhulp vooraf uit waar je op uitkomt, dan weet je meteen of je nog een tweede leningdeel nodig hebt.
Verhuizen naar iets kleiners betekent vaak dat je hypotheek fors daalt en je maandlast dus ook. Vergeet daarbij niet dat de aftrek meedaalt: minder rente betekent minder teruggaaf, en dat kan je voorlopige aanslag flink veranderen. Laat die aanpassen in de maand van de overdracht, niet pas bij de aangifte.
Wat het kost en wat je bespaart
Meenemen is geen gratis handeling. Er komt een nieuwe hypotheekakte op de nieuwe woning, dus je betaalt de notaris en het Kadaster, en meestal ook een taxatie en advies- of bemiddelingskosten. Wat je niet betaalt is boeterente, maar die zou je bij verkoop toch niet betalen.
Het scheelt wel in de advieskosten. Een verhuisaanvraag bij je eigen geldverstrekker is administratief eenvoudiger dan een volledige aanvraag bij een nieuwe partij, en veel adviseurs rekenen daar een lager tarief voor. Vraag het tarief vooraf schriftelijk op, want de verschillen tussen adviseurs zijn groot. De opbouw van die posten staat in detail bij de kosten van oversluiten, die bij een verhuizing bijna hetzelfde zijn.
Deze financieringskosten zijn in het jaar van betaling aftrekbaar, in 2026 tegen een tarief van maximaal 37,56 procent. Dat geldt voor de advieskosten, de taxatie, de notaris- en kadasterkosten van de hypotheekakte en de NHG-provisie. De overdrachtsbelasting en de notariskosten van de leveringsakte horen bij de woning en zijn niet aftrekbaar.
| Post | Bedrag in 2026 | Betaal je die bij meenemen? |
|---|---|---|
| Notaris, hypotheekakte | ongeveer € 600 | Ja, er komt een nieuwe akte |
| Kadaster, inschrijving hypotheekakte | € 103,50 | Ja |
| Taxatie van de nieuwe woning | ongeveer € 500 | Meestal wel |
| Advies en bemiddeling | ongeveer € 2.500 bij volledig advies, minder bij een verhuisaanvraag | Meestal wel |
| NHG-provisie | 0,4% van de lening | Alleen als je met NHG afsluit |
| Boeterente | € 0 bij verkoop van de woning | Nee |
Gecontroleerd op augustus 2026
Vraag of je geldverstrekker de taxatie kan overslaan als de koopsom en de lening ruim binnen het beleid vallen. Bij een lage verhouding tussen lening en woningwaarde gebeurt dat geregeld, en dat scheelt direct ongeveer 500 euro in 2026.
De fiscale kant: renteaftrek en de bijleenregeling
Meenemen zet je renteaftrek niet op nul en ook niet opnieuw op dertig jaar. De aftrektermijn hoort bij je eigenwoningschuld en telt door, ongeacht op welk huis de hypotheek staat. Had je in 2012 een hypotheek, dan stopt de aftrek over dat deel in 2042, hoe vaak je ook verhuist. Alleen over een echte verhoging begint een nieuwe termijn van dertig jaar te lopen.
De regeling die bij een verhuizing het meeste geld kost, is de bijleenregeling. Verkoop je met overwaarde, dan ontstaat een eigenwoningreserve ter grootte van de opbrengst min de verkoopkosten min je oude eigenwoningschuld. Die reserve verlaagt de hypotheek waarover je in het nieuwe huis renteaftrek krijgt. Steek je de overwaarde er niet in maar zet je hem op de spaarrekening, dan is de rente over dat deel van je nieuwe lening niet aftrekbaar en verhuist die schuld naar box 3.
De eigenwoningreserve vervalt drie jaar na de verkoop. Wie langer huurt voordat hij weer koopt, ontloopt de regeling, maar verliest ondertussen wel zijn meeneemregeling, die vaak al na zes maanden sluit. Die twee termijnen wijzen dus tegengesteld en dat maakt de keuze soms lastig.
Tijdens de overgang bestaat er nog een verhuisregeling, deze keer in de belastingwet. Staat je oude woning leeg en te koop, dan mag je de rente over beide hypotheken aftrekken in het jaar van vertrek plus de drie kalenderjaren daarna. Verhuur je de oude woning in die periode, dan vervalt dat recht direct en gaat het huis naar box 3.
De bijleenregeling ziet je overwaarde ook als je die helemaal niet in beeld hebt. Los je met de opbrengst eerst een persoonlijke lening af of houd je er een verbouwingspot van over, dan is de rente over dat bedrag in je nieuwe hypotheek niet aftrekbaar. Reken dat vooraf door, want de aanslag komt pas twee jaar later.
De timing: verkopen, kopen en overbruggen
Bij een verhuizing passeren twee aktes op verschillende dagen, en de volgorde bepaalt hoeveel gedoe je hebt. Verkoop je eerst en koop je daarna, dan weet je precies hoeveel overwaarde je hebt en past het meenemen eenvoudig binnen de termijn. Koop je eerst, dan zit je tijdelijk met twee woningen en twee hypotheken.
Voor die tussenperiode bestaat de overbruggingshypotheek: een tijdelijke lening waarmee je de overwaarde uit je oude huis alvast gebruikt voor de aankoop. Die wordt afgelost zodra je oude woning is overgedragen. Geldverstrekkers rekenen daarvoor meestal een hogere rente dan voor een gewone hypotheek en gaan bij een nog niet verkochte woning uit van een lagere waarde dan de vraagprijs.
Passeert de nieuwe woning eerder dan de oude, dan is de meeneemregeling ook aan de orde. De meeste geldverstrekkers laten toe dat de nieuwe akte voor de verkoop passeert en verrekenen de rente achteraf, maar de termijn telt dan de andere kant op. Vraag bij de aanvraag expliciet hoe jouw partij daarmee omgaat.
Reken op zes tot tien weken tussen de aanvraag en het bindend aanbod, langer in drukke perioden. Houd bij het tekenen van de koopakte een financieringsvoorbehoud aan dat daarbij past. Hoe de route van offerte tot notaris verloopt, staat in de gids over het afsluiten van een hypotheek, en het bredere overzicht van alle keuzes vind je op de hypotheekpagina.
Zo neem je je hypotheek mee naar je nieuwe huis
Begin voordat je een bod uitbrengt, want een deel van de voorwaarden gaat over volgorde en termijnen.
-
Zoek je leningdelen, rentes en einddata op
Pak je laatste jaaroverzicht en noteer per leningdeel het restant, de rente, de einddatum van de rentevaste periode en de aflosvorm. Dat lijstje bepaalt wat er te winnen valt en welk deel je bij een kleiner huis wilt behouden.
-
Lees de verhuisregeling in je hypotheekvoorwaarden
Kijk naar de termijn tussen de twee aktes, of je de aanvraag vooraf moet indienen en of alle geldnemers mee moeten verhuizen. Deze drie punten laten de regeling in de praktijk het vaakst misgaan.
-
Vergelijk je oude rente met de rente van vandaag
Zet je huidige percentage naast wat geldverstrekkers nu vragen voor een vergelijkbare rentevaste periode en verhouding tussen lening en woningwaarde. Ligt je oude rente lager, dan is meenemen het uitgangspunt. Ligt hij hoger, dan sluit je bij verkoop gewoon boetevrij een nieuwe lening af.
-
Reken je overwaarde en je maximale hypotheek door
Bepaal wat er na verkoop overblijft en hoeveel je met je huidige inkomen kunt lenen. Doe dat met de overwaarde-rekenhulp en de rekenhulp voor je maximale hypotheek, zodat je weet welke koopsom realistisch is voordat je gaat bezichtigen.
-
Vraag een verhuisofferte aan bij je geldverstrekker
Meld je verhuisplan zodra je koopakte er ligt en vraag om een offerte met de meegenomen condities plus een eventueel nieuw leningdeel. Vraag er meteen een offerte voor een volledig nieuwe hypotheek naast, dan zie je het verschil in maandlast zwart-op-wit.
-
Regel de overbrugging als je koopt voor je verkoopt
Zit er tijd tussen de aankoop en de verkoop, dan neem je een overbruggingskrediet mee in de aanvraag. Reken de dubbele lasten voor die maanden door met de maandlasten-rekenhulp, zodat je weet hoeveel buffer je nodig hebt.
-
Bewaak de termijn tussen de twee passeerdata
Laat de notaris de data van beide overdrachten op elkaar afstemmen en houd de termijn uit je voorwaarden aan, meestal zes maanden. Loopt de verkoop uit, meld dat dan direct bij je geldverstrekker in plaats van te hopen dat het net past.
-
Controleer de akte en het eerste jaaroverzicht
Kijk in de conceptakte of de meegenomen leningdelen met de juiste rente, rentevaste periode en einddatum zijn overgenomen. Controleer het jaar erna op je jaaroverzicht of dat zo is gebleven; correcties achteraf kosten veel meer moeite dan een blik vooraf.
Maximale hypotheek
Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek
Check dit voordat je je hypotheek meeneemt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Meenemen naar een duurder huis: 240.000 euro tegen 2,5 procent
Stel, je hebt een annuïteitenhypotheek met nog 240.000 euro schuld, een rente van 2,5 procent die nog zes jaar vaststaat en een resterende looptijd van 24 jaar. Je verkoopt je woning voor 400.000 euro; na 6.000 euro verkoopkosten en aflossing van de 240.000 euro houd je 154.000 euro over. De nieuwe woning kost 500.000 euro en je steekt de hele 154.000 euro erin, dus je hebt 346.000 euro hypotheek nodig.
Je neemt de 240.000 euro mee tegen 2,5 procent en leent 106.000 euro bij tegen de rente van dat moment, in dit voorbeeld 4 procent en dertig jaar annuïtair. Het meegenomen deel kost 1.109 euro per maand, het nieuwe deel 506 euro. Samen betaal je 1.615 euro bruto per maand.
Had je alles nieuw afgesloten tegen 4 procent, dan kostte het meegenomen bedrag over dezelfde 24 jaar 1.298 euro per maand en betaalde je in totaal 1.804 euro. Het verschil in maandlast is 189 euro. Aan rente scheelt het meer: in het eerste jaar betaal je 6.000 euro rente in plaats van 9.600 euro, en over de zes jaar dat je rente nog vaststaat loopt het verschil op tot ruim 20.000 euro bruto. Tegen het maximale aftrektarief van 37,56 procent in 2026 houd je daar ongeveer 12.700 euro netto van over.
Dat de maandlast minder verschilt dan de rente komt doordat je bij de lage rente een groter deel van je maandbedrag aflost. Na zes jaar staat er op het meegenomen deel nog ongeveer 192.700 euro open, tegen 199.600 euro als je alles tegen 4 procent had geleend.
Naar een goedkopere woning: een deel meenemen, de rest aflossen
Stel, je hebt 300.000 euro hypotheek tegen 2,8 procent, nog acht jaar vast en een resterende looptijd van 22 jaar. Je verkoopt voor 450.000 euro en betaalt 6.000 euro aan verkoopkosten. Na aflossing van de 300.000 euro blijft er 144.000 euro over.
De nieuwe woning kost 300.000 euro. Daar komt 2 procent overdrachtsbelasting bij, 6.000 euro, plus ongeveer 800 euro voor de notaris en het Kadaster van de leveringsakte in 2026: samen 306.800 euro. Je steekt je 144.000 euro erin en hebt dus 162.800 euro hypotheek nodig, afgerond 163.000 euro.
Van de 300.000 euro die je aflost, neem je 163.000 euro aan rentecondities mee. Over de resterende 137.000 euro betaal je geen boete, omdat je de woning verkoopt. Het meegenomen deel kost bij 2,8 procent over de resterende 22 jaar 828 euro per maand; tegen 4 procent zou datzelfde bedrag 929 euro kosten. Dat is 101 euro per maand, en over de acht jaar dat je rente vaststaat ongeveer 13.000 euro bruto aan rente.
De bijleenregeling kost hier niets: je eigenwoningreserve is 144.000 euro en die gaat volledig in de nieuwe woning, dus over de hele 163.000 euro houd je renteaftrek zolang de aflosvorm klopt.
Wat het kost om een deel van de overwaarde apart te houden
Stel, dezelfde verkoop van 400.000 euro met 6.000 euro kosten en 240.000 euro schuld: je eigenwoningreserve is 154.000 euro. De nieuwe woning kost 500.000 euro en de kosten die tot de woning horen, 2 procent overdrachtsbelasting plus notaris en Kadaster voor de leveringsakte, bedragen ongeveer 10.800 euro in 2026. Samen 510.800 euro.
Je maximale eigenwoningschuld is dan 510.800 min 154.000 is 356.800 euro. Je besluit maar 120.000 euro van de overwaarde in het huis te steken en 34.000 euro achter de hand te houden. Je leent daardoor 390.800 euro, dus 34.000 euro meer dan de fiscus als eigenwoningschuld ziet.
Over die 34.000 euro krijg je geen renteaftrek; die schuld valt in box 3. Bij 4 procent rente is dat 1.360 euro rente per jaar waarover je niets terugkrijgt. Tegen het maximale tarief van 37,56 procent in 2026 loop je daarmee ongeveer 511 euro per jaar mis, ruim 40 euro per maand, en dat blijft doorlopen zolang de verhouding tussen beide delen gelijk blijft.
De 34.000 euro op je spaarrekening telt bovendien mee in je vermogen in box 3. Wie het geld toch niet nodig heeft, is meestal beter af door het volledig in de woning te steken en later te kijken of hij het via een verhoging weer nodig heeft.
Veelgemaakte fouten
Denken dat je boeterente bespaart met meenemen
Bij verkoop van de woning laten vrijwel alle geldverstrekkers je boetevrij aflossen, ook midden in een rentevaste periode. Wie op dat verkeerde argument een hoge oude rente meeneemt, betaalt jaren te veel rente terwijl er niets te ontlopen viel.
De termijn tussen de twee overdrachten laten verlopen
De regeling sluit bij de meeste partijen na zes maanden. Wie tussendoor gaat huren of wacht op een nieuwbouwoplevering, is zijn oude rente kwijt en betaalt op een lening van twee ton al gauw duizenden euro's per jaar meer.
Ervan uitgaan dat je hetzelfde bedrag weer krijgt
Bij een verhuisaanvraag toetst de geldverstrekker je opnieuw op de leennormen van dat moment. Na een inkomensdaling, een scheiding of het wegvallen van een tweede inkomen kan je huidige hypotheek te hoog blijken, ook al betaal je hem al jaren keurig.
De overwaarde niet in de nieuwe woning steken
De bijleenregeling verlaagt je aftrekbare hypotheek met de volledige eigenwoningreserve. Wie een deel op de spaarrekening laat staan, betaalt over dat stuk lening rente zonder aftrek, jaar na jaar, en merkt het pas bij de definitieve aanslag.
Het oude aflossingsvrije deel per ongeluk opgeven
Een aflossingsvrij leningdeel van voor 2013 houdt zijn overgangsrecht bij een verhuizing, maar alleen als je het echt meeneemt en niet verhoogt. Wie het aflost of omzet, krijgt dat recht nooit terug en gaat over dat bedrag voortaan de volle rente betalen.
Pas na de overdracht van de oude woning bellen
Een aantal geldverstrekkers eist dat de verhuisaanvraag binnen is voordat de oude lening wordt afgelost. Wie de volgorde omdraait, kan de regeling kwijt zijn ook al zit hij ruim binnen de termijn.
Vergeten de voorlopige aanslag aan te passen
Na een verhuizing verandert je rente, je schuld en je eigenwoningforfait. Loopt de maandelijkse teruggaaf op de oude cijfers door, dan volgt bij de aanslag een naheffing die soms twee jaar tegelijk beslaat.
Veelgestelde vragen
Kan ik mijn hypotheek meenemen naar een nieuw huis?
Bij vrijwel elke geldverstrekker kan dat, via de verhuisregeling in je hypotheekvoorwaarden. Je houdt dan de rente en de resterende rentevaste periode van je huidige lening, maar dan op je nieuwe woning. Voorwaarde is dat je bij dezelfde geldverstrekker blijft, dat je binnen de termijn blijft die in je voorwaarden staat en dat je de nieuwe inkomenstoets doorstaat.
Hoe werkt hypotheek meenemen in de praktijk?
Bij de overdracht van je oude woning wordt de lening afgelost en vervalt het hypotheekrecht op dat huis. Op de nieuwe woning passeert een nieuwe hypotheekakte, waarin je oude leningdelen terugkomen met hun eigen rente, rentevaste periode, aflosvorm en einddatum. Je neemt dus de condities mee en niet de lening zelf, en daarom betaal je gewoon notaris- en kadasterkosten voor de nieuwe akte.
Mag je je hypotheek meenemen naar een andere bank?
Nee. De verhuisregeling is een afspraak met je eigen geldverstrekker en geldt alleen bij die partij. Stap je over naar een andere aanbieder, dan sluit je een volledig nieuwe hypotheek af tegen de rente van dat moment en is je oude percentage weg. Bij verkoop van je woning kost dat overstappen je overigens geen boeterente.
Betaal je boeterente als je je hypotheek niet meeneemt?
Bij verkoop van de woning niet. In de voorwaarden van vrijwel alle geldverstrekkers staat dat aflossen bij verkoop boetevrij is, ook als je rentevaste periode nog jaren loopt. Dat is geen wet maar contract, dus controleer het in jouw voorwaarden. Wat de verhuisregeling je oplevert is dus het behouden van een lage rente, niet het ontlopen van een boete.
Neem je bij verhuizen ook de rente van je oude hypotheek mee?
Ja, dat is precies de kern van de regeling: het rentepercentage en de resterende rentevaste periode verhuizen mee per leningdeel. Wat niet meeverhuist is enige zekerheid over de rente daarna. Loopt je rentevaste periode twee jaar na de verhuizing af, dan krijg je op dat moment gewoon het dan geldende tarief aangeboden.
Kun je je hypotheek meenemen naar een goedkopere woning?
Dat kan, alleen neem je minder mee dan je nu hebt. Je kiest zelf welke leningdelen blijven staan en welke je aflost uit de verkoopopbrengst; die aflossing is bij verkoop boetevrij. Houd het deel met de laagste rente en de langste resterende rentevaste periode aan, en let extra op een oud aflossingsvrij deel met overgangsrecht, want dat recht komt niet terug.
Kun je je bestaande hypotheek meenemen en tegelijk meer lenen?
Ja, en dat is bij de meeste verhuizingen het gewone beeld. De geldverstrekker splitst je nieuwe hypotheek in het meegenomen deel tegen je oude rente en een nieuw leningdeel tegen de rente van dat moment. Op dat nieuwe deel gelden de huidige regels: renteaftrek alleen bij annuïtair of lineair aflossen in maximaal dertig jaar, met een eigen aftrektermijn.
Hoe lang mag er tussen de verkoop en de aankoop zitten?
Bij de meeste geldverstrekkers zes maanden tussen het aflossen van de oude lening en het passeren van de nieuwe hypotheekakte. Sommige partijen hanteren drie maanden, andere twaalf. Het staat in je hypotheekvoorwaarden onder verhuisregeling of meeneemregeling. Loopt de verkoop uit, meld dat dan direct, want een enkele geldverstrekker rekt de termijn op verzoek op.
Kun je een aflossingsvrij deel meenemen naar een nieuwe woning?
Ja. Een aflossingsvrij leningdeel dat op 31 december 2012 al bestond, houdt bij een verhuizing zijn overgangsrecht voor de hypotheekrenteaftrek zolang het bedrag niet stijgt. Verhoog je het wel, dan valt het meerdere onder de huidige regels en is de rente daarover alleen aftrekbaar bij annuïtair of lineair aflossen. Geldverstrekkers houden daarnaast vaak vast aan hun grens van 50 procent van de woningwaarde voor het aflossingsvrije deel.
Word je opnieuw op je inkomen getoetst als je je hypotheek meeneemt?
Ja, een verhuisaanvraag is een volledige nieuwe aanvraag. De geldverstrekker beoordeelt je inkomen, je verplichtingen en de nieuwe woning op de normen van dat moment. Meenemen is dus geen garantie dat je hetzelfde bedrag weer krijgt. Reken vooraf door wat je nu kunt lenen, zeker als je inkomen of gezinssituatie is veranderd sinds de vorige aanvraag.
Krijg je opnieuw dertig jaar hypotheekrenteaftrek als je verhuist?
Nee. De aftrektermijn hoort bij je eigenwoningschuld en loopt door, ook als de lening op een ander huis komt te staan. Alleen over het bedrag dat je echt bijleent begint een nieuwe termijn van dertig jaar. Verkoop je met overwaarde, dan verlaagt de eigenwoningreserve bovendien de hypotheek waarover je in het nieuwe huis nog aftrek krijgt.
Kun je een familiehypotheek meenemen naar een ander huis?
Binnen de familie bepaal je de voorwaarden zelf, dus in principe wel: je legt vast dat dezelfde lening blijft doorlopen op het nieuwe onderpand. Er komt wel een nieuwe hypotheekakte bij de notaris als de lening hypothecair is ingeschreven. Hoe je zo'n familiehypotheek zakelijk en fiscaal netjes vastlegt, staat in de gids daarover. Loopt er ook een bancaire hypotheek naast, dan moet de bank instemmen met de rangorde.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Bij een eenvoudige verhuizing met een gelijk inkomen en een woning in dezelfde prijsklasse kun je de verhuisaanvraag prima zelf bij je geldverstrekker indienen. Zodra er meer speelt, verdient een hypotheekadviseur zijn nota van gemiddeld 2.500 euro in 2026 meestal terug: bij een oud aflossingsvrij deel met overgangsrecht, bij een spaar- of beleggingspolis die meeloopt, bij een overbrugging of bij een inkomen dat is veranderd. Hij ziet ook of het per saldo slimmer is om de oude rente te laten gaan en helemaal opnieuw te beginnen.
Voor de fiscale kant is een adviseur niet altijd voldoende. Speelt de bijleenregeling omdat je de overwaarde niet volledig in het nieuwe huis steekt, of heb je in de overgangsperiode twee woningen, dan is een fiscalist of belastingadviseur de juiste persoon, meestal tegen een uurtarief. Bij een scheiding of een woning met meerdere eigenaren loopt de route via de notaris, omdat de eigendomsverhouding en de akte dan ook veranderen.
Voorbereiden kun je altijd zelf. Je jaaroverzicht, de maandlasten-rekenhulp en een blik op de kosten die bij een nieuwe akte horen geven je binnen een uur een eerlijk beeld van wat meenemen jou oplevert. Met dat beeld voer je een veel scherper gesprek, zowel bij een aanvraag die je zelf doet als bij een adviseur.