Wat de rekenhulp met je koopsom doet
De rekenhulp maakt één som: hij vermenigvuldigt de koopsom die je invult met het tarief dat hoort bij de situatie die je kiest. Meer zit er niet achter, want de overdrachtsbelasting kent geen schijven, geen vrije voet en geen aftrekposten. Wie het zelf wil narekenen doet 350.000 × 2 procent en komt op 7.000 euro, precies het bedrag dat je in beeld krijgt. Net als de andere rekenhulpen voor wonen rekent hij in je eigen browser, dus je koopsom gaat nergens heen.
De tarieven staan niet in de code maar in een aparte dataset met belastingtarieven, met peildatum augustus 2026. Dat is met opzet zo gebouwd: wijzigt de wetgever een percentage of de grens van de startersvrijstelling, dan verandert alleen die dataset en niet de rekenwijze. Onder de uitkomst zie je daarom altijd het gehanteerde jaartal terug.
Behalve het bedrag toont de uitkomst drie regels: het tarief, de reden waarom juist dat tarief geldt en de woningwaardegrens van de startersvrijstelling. Die tweede regel is de nuttigste, want daar lees je of je op de startersvrijstelling zit, op het verlaagde tarief voor de eigen woning of op het algemene tarief. De regels achter die keuze staan uitgebreider beschreven in de gids over overdrachtsbelasting.
De drie situaties en het percentage overdrachtsbelasting dat erbij hoort
Het keuzemenu heeft drie opties, en die dekken samen vrijwel elke koop van een woning. Kies je voor een koper van 18 tot 35 jaar, dan past de rekenhulp de startersvrijstelling toe zolang de koopsom onder de grens blijft; kom je erboven, dan schakelt hij automatisch terug naar 2 procent. De optie voor de eigen woning geeft altijd het lage tarief van 2 procent in 2026, in fiscale stukken het verlaagd tarief genoemd, en de derde optie geeft 8 procent.
Dat lage tarief hangt aan één voorwaarde: je gaat er zelf voor langere tijd wonen. Koop je een huis om te verhuren, om aan een studerend kind beschikbaar te stellen of om als vakantiewoning te gebruiken, dan geldt het algemene tarief. Een bv kan nooit zelf ergens wonen, dus een aankoop op naam van een vennootschap valt ook onder die derde optie, ook als de directeur-grootaandeelhouder er zelf intrekt.
Voor de leeftijdsgrens telt de dag waarop de leveringsakte passeert, niet de dag waarop je het bod deed. Wie op de dag van de overdracht 35 is geworden, betaalt gewoon 2 procent. Hoe die toets in de praktijk verloopt en welke verklaring je bij de notaris tekent, lees je in de gids over de overdrachtsbelasting voor starters.
| Keuze in de rekenhulp | Tarief 2026 | Wanneer die keuze klopt |
|---|---|---|
| Koper van 18 tot 35 jaar, startersvrijstelling | 0% tot € 555.000, daarboven 2% | Je bent meerderjarig en nog geen 35, gaat er zelf wonen en gebruikte de vrijstelling nog nooit |
| Eigen woning, geen startersvrijstelling | 2% | Je gaat zelf in de woning wonen maar valt buiten de leeftijd of gebruikte de vrijstelling al |
| Tweede woning, verhuur of bedrijfspand | 8% | Je gaat er niet zelf wonen; klopt voor woningen, niet voor bedrijfspanden en losse grond |
De startersvrijstelling en de harde grens eromheen
De vrijstelling voor jonge kopers is nul procent over de hele koopsom, en dat scheelt bij een huis van 400.000 euro precies 8.000 euro tegenover het tarief van 2 procent. De rekenhulp laat dat verschil zien zodra je van situatie wisselt. Er zitten wel vijf voorwaarden aan die allemaal tegelijk moeten gelden: je leeftijd op de dag van levering, hoofdverblijf, eenmalig gebruik, de woningwaardegrens en de ondertekende verklaring bij de notaris.
Die grens is geen schijf maar een drempel. Kost het huis 555.001 euro in 2026, dan verdampt de vrijstelling volledig en betaal je 2 procent over de volle koopsom, ruim 11.100 euro. De rekenhulp bootst dat na: één euro boven de grens en de uitkomst springt van nul naar het volle bedrag. Bij een vraagprijs die vlak boven de grens ligt, is onderhandelen over de laatste duizend euro dus veel meer waard dan het lijkt.
De grens verschuift elk jaar mee met de huizenprijzen. Wie in een eerder jaar heeft gekocht of een oude berekening naast een nieuwe legt, moet dus met het bedrag van dat jaar rekenen. Welke situaties nog meer vrijgesteld zijn, bijvoorbeeld bij erven of bij het verdelen van een gemeenschap, staat in de gids over de vrijstellingen van overdrachtsbelasting.
| Jaar | Woningwaardegrens startersvrijstelling | Bedrag bij één euro boven de grens, tegen 2% |
|---|---|---|
| 2023 | € 440.000 | € 8.800 |
| 2024 | € 510.000 | € 10.200 |
| 2025 | € 525.000 | € 10.500 |
| 2026 | € 555.000 | € 11.100 |
Terugrekenen naar een ouder jaar: de tarieven sinds 2020
De rekenhulp werkt met de tarieven van het lopende jaar. Wil je weten hoeveel overdrachtsbelasting er destijds over jouw huis is betaald, dan reken je met het percentage dat gold op de dag dat de akte passeerde. Het jaar van je bod doet er niet toe: de belasting hangt aan het moment van levering bij de notaris.
Tot en met 2020 was het simpel. Elke woning viel toen onder 2 procent, ook als je hem kocht om te verhuren, en alles wat geen woning was viel onder 6 procent. Een starter had in 2020 geen enkel voordeel, want de vrijstelling bestond nog niet. Per 1 januari 2021 kwam de startersvrijstelling erbij, werd het tarief van 2 procent beperkt tot kopers die er zelf gaan wonen en ging de rest naar 8 procent. De woningwaardegrens volgde op 1 april 2021 en stond toen op 400.000 euro.
Daarna schoof het snel. Vanaf 2023 betaalde je voor een woning die geen hoofdverblijf werd 10,4 procent, en dat bleef zo in 2024 en 2025. Voor de eigen woning veranderde er in die jaren niets: ook in 2023 en 2024 was het tarief 2 procent. Per 1 januari 2026 daalde het tarief voor woningen die je niet zelf bewoont naar 8 procent, terwijl bedrijfspanden en losse grond op 10,4 procent bleven staan.
| Jaar van de levering | Eigen woning | Starter 18 tot 35 jaar | Woning zonder hoofdverblijf | Bedrijfspand of los perceel |
|---|---|---|---|---|
| 2020 | 2% | vrijstelling bestond nog niet | 2% | 6% |
| 2021 | 2% | 0%, grens € 400.000 vanaf 1 april | 8% | 8% |
| 2022 | 2% | 0% tot € 400.000 | 8% | 8% |
| 2023 | 2% | 0% tot € 440.000 | 10,4% | 10,4% |
| 2024 | 2% | 0% tot € 510.000 | 10,4% | 10,4% |
| 2025 | 2% | 0% tot € 525.000 | 10,4% | 10,4% |
| 2026 | 2% | 0% tot € 555.000 | 8% | 10,4% |
Waarover je rekent: de koopsom is niet altijd de grondslag
De rekenhulp gaat ervan uit dat je koopsom gelijk is aan de waarde in het economische verkeer, en in een gewone koop tussen onbekenden klopt dat. De wet heft namelijk over die waarde, met de koopsom als ondergrens. Koop je van je ouders voor een vriendenprijs, dan rekent de Belastingdienst met de werkelijke waarde en valt het bedrag hoger uit dan wat de rekenhulp op basis van de akteprijs laat zien.
Roerende zaken tellen niet mee. Wat je apart op de lijst van zaken koopt, zoals gordijnen, een losse wasmachine of tuinmeubels, hoort niet bij de grondslag zolang het bedrag realistisch is. Vul in dat geval de koopsom van de onroerende zaak in en niet het totaal van de koopovereenkomst, anders reken je jezelf een paar tientjes tot een paar honderd euro te arm. Een vaste keuken, de cv-ketel en zonnepanelen op het dak horen wel bij het huis en zijn dus gewoon belast.
De WOZ-waarde speelt bij deze belasting geen enkele rol, hoe vaak hij ook in één adem met huizenprijzen wordt genoemd. Waar dat bedrag wél voor gebruikt wordt en hoe je het opzoekt, zie je met de WOZ-check. Koop je erfpachtgrond of een recht van opstal, dan komt de gekapitaliseerde canon bij de grondslag; de notaris rekent dat bedrag voor je uit en de rekenhulp kent het niet.
Wanneer de uitkomst niet klopt en je zelf verder moet rekenen
Bij nieuwbouw betaal je geen overdrachtsbelasting, want de levering van een nieuw gebouwde woning is belast met 21 procent btw en die zit al in de koop- en aanneemsom. Vul je toch een nieuwbouwprijs in, dan geeft de rekenhulp een bedrag dat je in werkelijkheid niet betaalt. Wat er bij zo'n koop wél op je nota belandt, staat in de gids over nieuwbouw kopen.
De derde keuze in het menu heet tweede woning, verhuur of bedrijfspand, maar de rekenhulp gebruikt daarvoor het woningtarief van 8 procent in 2026. Koop je een echt bedrijfspand, een los verkochte garagebox of een perceel grond zonder bouwbestemming, vermenigvuldig de koopsom dan zelf met 10,4 procent. Bij een pand met een bedrijfswoning splitst de notaris de waarde: het woondeel valt onder het woningtarief, de rest onder 10,4 procent.
Twee situaties leveren juist een lager bedrag op dan de rekenhulp toont. Wordt de woning binnen zes maanden na een vorige overdracht opnieuw geleverd, dan is alleen de meerprijs belast. En kopen jullie samen terwijl één van beiden nog geen 35 is en de ander wel, dan geldt de vrijstelling per koper: over de helft van de koopsom betaal je niets en over de andere helft 2 procent. Meld beide situaties bij de notaris, want zonder melding wordt de vermindering niet toegepast.
Van de uitkomst naar de nota van afrekening
Het bedrag dat hier verschijnt betaal je niet aan de Belastingdienst maar aan de notaris. Hij zet de overdrachtsbelasting als aparte post op de nota van afrekening, int het samen met de koopsom en de aktekosten, en draagt het na het passeren af. Die nota krijg je meestal twee werkdagen voor de overdracht; het volledige bedrag moet dan al op de derdenrekening van het kantoor staan. Wat de notaris die dag verder voor je regelt, lees je in de gids over de notaris en de overdracht.
Meefinancieren kan niet. Je mag maximaal 100 procent van de woningwaarde lenen, en de overdrachtsbelasting valt daarbuiten, net als de notaris-, taxatie- en advieskosten. Dit bedrag komt dus altijd uit eigen spaargeld, boven op de rest van de kosten koper. Voor een starter die net boven de woningwaardegrens uitkomt, betekent dat in één klap ruim elfduizend euro extra eigen inbreng in 2026.
Wil je het hele plaatje zien in plaats van deze ene post, gebruik dan de rekenhulp voor kosten koper: die telt de belasting, de twee aktes, het Kadaster, het advies en de taxatie bij elkaar op. Hoeveel je mag lenen zie je met de rekenhulp voor je maximale hypotheek, en wat er voor jonge kopers precies overblijft staat in de gids over kosten koper voor starters.
Is de overdrachtsbelasting aftrekbaar van de belasting?
Voor de woning waarin je zelf gaat wonen is het antwoord nee, en dat is al jaren zo. De overdrachtsbelasting hoort bij de aankoopkosten van het huis en niet bij de financieringskosten, en alleen die laatste groep is aftrekbaar. Ook over 2022 en 2023 was de overdrachtsbelasting dus niet aftrekbaar in de aangifte, hoe vaak die vraag ook wordt gesteld.
Aftrekbaar zijn wel de kosten die je maakt om de lening te krijgen: de advies- en bemiddelingskosten, de taxatie voor de hypotheek, de notariskosten voor de hypotheekakte, de inschrijving daarvan bij het Kadaster en de borgtochtprovisie voor NHG. Die trek je in één keer af in het jaar waarin je ze betaalt. Welke posten er precies onder vallen, staat in het overzicht van de aftrekbare kosten bij de aankoop van een woning.
Bij een pand dat je verhuurt of zakelijk gebruikt ligt het anders. De belasting is dan geen aftrekpost in de aangifte maar telt mee in de kostprijs van het pand, wat pas bij verkoop of via afschrijving in de winstsfeer een rol speelt. Waar de scheidslijn per situatie loopt, staat in de gids over de aftrekbaarheid van de overdrachtsbelasting.
Veelgestelde vragen
Hoeveel overdrachtsbelasting moet ik betalen?
Dat hangt af van wat je met de woning gaat doen. Ga je er zelf voor langere tijd wonen, dan betaal je 2 procent van de koopsom in 2026. Ben je nog geen 35 en kost het huis niet meer dan 555.000 euro, dan is het onder voorwaarden nul procent. Voor een woning die je verhuurt of als vakantiehuis gebruikt geldt in 2026 8 procent, en voor een bedrijfspand of los perceel grond 10,4 procent.
Hoeveel overdrachtsbelasting betaal je over een huis van 400.000 euro?
Bij het lage tarief van 2 procent in 2026 is dat 8.000 euro. Val je onder de startersvrijstelling, dan betaal je niets, want 400.000 euro blijft ruim onder de woningwaardegrens van 555.000 euro. Koop je hetzelfde huis om te verhuren, dan is het 8 procent en dus 32.000 euro. De rekenhulp bovenaan laat de drie uitkomsten naast elkaar zien zodra je van situatie wisselt.
Wat is het percentage overdrachtsbelasting in 2026?
Er zijn vier percentages. Nul procent voor kopers van 18 tot 35 jaar binnen de woningwaardegrens, 2 procent voor iedereen die zelf in de gekochte woning gaat wonen, 8 procent voor een woning die geen hoofdverblijf wordt en 10,4 procent voor alles wat geen woning is. Welk percentage geldt, wordt bepaald op de dag dat de leveringsakte bij de notaris wordt getekend.
Hoe hoog is de overdrachtsbelasting in 2024 en 2025?
De hoogte van de overdrachtsbelasting in 2024 en 2025 hing net als nu af van je plannen met het huis. In beide jaren was het tarief voor de eigen woning 2 procent en voor starters binnen de grens nul procent. Voor een woning die je niet zelf bewoonde gold in 2024 en 2025 het tarief van 10,4 procent, dus fors hoger dan de 8 procent van 2026. De woningwaardegrens van de vrijstelling lag in 2024 op 510.000 euro en in 2025 op 525.000 euro.
Hoe hoog is de overdrachtsbelasting 2023 en gold dat ook voor een huis dat je zelf bewoont?
Het tarief overdrachtsbelasting was in 2023 twee procent voor de eigen woning, precies zoals nu. Nieuw in dat jaar was de verhoging van het algemene tarief van 8 naar 10,4 procent, die gold voor elk huis dat geen hoofdverblijf werd en voor bedrijfspanden. De startersvrijstelling liep in 2023 tot een woningwaarde van 440.000 euro.
Wat was het tarief van de overdrachtsbelasting in 2020?
In 2020 betaalde elke koper van een woning 2 procent, ongeacht leeftijd en ongeacht of hij er zelf ging wonen. Beleggers vielen dus onder hetzelfde tarief als gezinnen. Voor alles wat geen woning was gold 6 procent. De startersvrijstelling en het verhoogde tarief voor verhuurwoningen kwamen pas per 1 januari 2021, waarna het algemene tarief in stappen naar 8 en later 10,4 procent ging.
Wat is de grens van de vrijstelling overdrachtsbelasting in 2024 en 2025?
Voor de vrijstelling overdrachtsbelasting 2024 lag de woningwaardegrens op 510.000 euro en in 2025 op 525.000 euro. In 2026 is het 555.000 euro. De grens werkt als een drempel en niet als een schijf: kom je er één euro overheen, dan vervalt de hele vrijstelling en betaal je 2 procent over de volledige koopsom.
Wanneer geldt het verlaagde tarief overdrachtsbelasting van 2 procent?
Het lage tarief geldt voor een woning waarin je zelf anders dan tijdelijk gaat wonen. Je legt dat bij de notaris schriftelijk vast in een verklaring hoofdverblijf. Verhuur je de woning, geef je hem aan een kind in gebruik of koop je hem als vakantiehuis, dan valt hij buiten het verlaagde tarief. Ook een aankoop op naam van een bv komt nooit voor 2 procent in aanmerking.
Hoe kun je het berekenen van de overdrachtsbelasting zelf narekenen?
Neem de koopsom van de onroerende zaak, haal de losse roerende zaken van de lijst van zaken eraf en vermenigvuldig het restant met het tarief dat bij jouw situatie hoort. Bij 350.000 euro en 2 procent komt daar 7.000 euro uit. De rekenhulp doet exact dezelfde som, met dit verschil dat hij de leeftijdsgrens en de woningwaardegrens van dit jaar er automatisch bij pakt.
Klopt de uitkomst ook voor een bedrijfspand of een garagebox?
Niet helemaal. De derde keuze in het menu rekent met 8 procent, en dat is het woningtarief van 2026 voor een huis dat geen hoofdverblijf wordt. Voor een bedrijfspand, een los verkochte garagebox of een perceel grond zonder bouwbestemming geldt 10,4 procent. Vermenigvuldig de koopsom in dat geval zelf met dat percentage, of laat de notaris de splitsing maken bij een pand met een bedrijfswoning.
Betaal je overdrachtsbelasting bij een nieuwbouwwoning?
Nee. De levering van een nieuw gebouwde woning en van de bijbehorende bouwgrond is belast met 21 procent btw, en om dubbele heffing te voorkomen blijft de overdrachtsbelasting dan buiten beeld. De btw zit al verwerkt in de koop- en aanneemsom van de ontwikkelaar. Verkoopt de eerste bewoner de woning binnen twee jaar na ingebruikname door, dan kan de levering nog steeds met btw belast zijn.
Is de overdrachtsbelasting van 2022 of 2023 alsnog aftrekbaar in de aangifte?
Nee, voor de eigen woning is de overdrachtsbelasting nooit aftrekbaar geweest, ook niet over 2022 of 2023. Zij hoort bij de aankoopkosten van het huis, en alleen financieringskosten zijn aftrekbaar. Advies- en bemiddelingskosten, de taxatie voor de hypotheek, de hypotheekakte, de inschrijving bij het Kadaster en de NHG-provisie kun je wel in één keer aftrekken in het jaar van betaling.
Gidsen waarbij je deze rekenhulp gebruikt
WOZ-waarde
De WOZ-waarde is de marktwaarde die de gemeente elk jaar aan je woning toekent. De OZB, het eigenwoningforfait, de waterschapsheffing…
Aangifte inkomstenbelasting
De aangifte inkomstenbelasting rekent je inkomen, je huis en je vermogen in één keer af. Voor huiseigenaren draait het om…
Hypotheekrenteaftrek aanvragen
Je vraagt de hypotheekrenteaftrek aan bij de Belastingdienst, niet bij je bank of je adviseur. Er zijn twee routes: een…
Kosten koper & budget
Kosten koper betekent dat jij als koper de kosten van de overdracht betaalt: de overdrachtsbelasting, de notaris, het Kadaster en…
Hypotheekrenteaftrek
Je trekt de betaalde hypotheekrente af van je inkomen in box 1, en over dat lagere inkomen betaal je belasting.…
Overdrachtsbelasting
Overdrachtsbelasting betaal je eenmalig als je eigenaar wordt van een huis, een bedrijfspand of een stuk grond. Ga je zelf…
Voorlopige aanslag
Een voorlopige aanslag is een tussentijdse afrekening van de inkomstenbelasting over het lopende jaar: je ontvangt je hypotheekrenteaftrek maandelijks vooruit,…
Kosten koper hoeveel procent
Kosten koper is geen vast percentage. Bij een bestaande woning waar je zelf gaat wonen kom je in 2026 meestal…