Naar de inhoud
Rekenhulpen

Overlijdensrisicoverzekering: bij je hypotheek en daarbuiten

3 gidsen 12 minuten lezen
dehuisgids.nl VERZEKERINGEN Overlijdensrisicoverzekering: bij je hypotheek en daarbuiten

Een overlijdensrisicoverzekering keert één vast bedrag uit als de verzekerde binnen de looptijd overlijdt, en niets als hij die datum haalt. Wettelijk is de polis nergens verplicht en ook NHG eist hem sinds 2018 niet meer, maar een geldverstrekker mag hem wel als voorwaarde stellen bij een hoge hypotheek ten opzichte van de woningwaarde. De premie is laag omdat je alleen voor het risico betaalt: er zit geen spaarpot in en over de premie betaal je geen assurantiebelasting. De grootste valkuil zit niet in de dekking maar in de tenaamstelling, want een verkeerd opgezette polis kost de nabestaande erfbelasting over de hele uitkering.

  • 2018 NHG sinds dat jaar is de verzekering niet meer verplicht bij een nieuwe NHG-hypotheek
  • 0% 2026 assurantiebelasting op de premie van een levensverzekering
  • € 828.035 2026 vrijstelling erfbelasting voor een partner
  • € 2.769 2026 vrijstelling erfbelasting voor een samenwoner die geen fiscaal partner is
  • € 352.200 2026 vragengrens: daaronder mag een verzekeraar niet vragen naar erfelijkheidsonderzoek

Gecontroleerd op augustus 2026

Alle gidsen over overlijdensrisicoverzekering

Levensverzekering afsluiten

Een levensverzekering afsluiten is in Nederland vrijwel altijd een overlijdensrisicoverzekering afsluiten: één vast bedrag dat wordt uitgekeerd als de verzekerde…

Wat een overlijdensrisicoverzekering is en hoe hij werkt

Een overlijdensrisicoverzekering keert één vast bedrag uit als de verzekerde overlijdt binnen de looptijd van de polis. Haalt de verzekerde de einddatum, dan stopt de dekking en krijg je niets terug. Die betekenis verklaart meteen de lage premie: je betaalt alleen voor het risico en niet voor een spaarpot. Van alle verzekeringen rond je huis is dit de enige die geen bezit dekt maar het wegvallen van een inkomen.

Vier afspraken vormen de polis: het verzekerd bedrag, de looptijd, wie de verzekerde is en wie het geld krijgt. De verzekeringnemer sluit het contract en betaalt de premie, en dat is niet altijd dezelfde persoon als de verzekerde. Dat onderscheid oogt formeel, maar het bepaalt of de nabestaande later erfbelasting betaalt over de uitkering.

De uitkering gaat rechtstreeks naar de begunstigde en valt buiten de verdeling van de nalatenschap. Verzekeraars betalen doorgaans binnen enkele weken nadat ze de akte van overlijden hebben gekregen. Wat de nabestaande met het geld doet is vrij, tenzij de polis aan de geldverstrekker is verpand en de uitkering dus eerst de hypotheek aflost. Hoe de aanvraag verloopt en welke gezondheidsvragen erbij horen staat in de gids over een levensverzekering afsluiten.

Het verschil tussen een overlijdensrisicoverzekering en een levensverzekering

Levensverzekering is de verzamelnaam voor elke verzekering die aan een mensenleven hangt. De overlijdensrisicoverzekering is daarvan de kaalste vorm: puur dekking, geen opbouw, geen waarde als je hem opzegt. Wie in een gesprek of een offerte het woord levensverzekering hoort, doet er goed aan te vragen of er ook kapitaal wordt opgebouwd, want dat scheelt tientallen euro's per maand aan premie.

De verwarring komt vooral doordat oudere hypotheken vaak een gemengde levensverzekering hadden: een polis die uitkeert bij overlijden én op de einddatum. Zulke spaar- en beleggingspolissen worden sinds 1 januari 2013 niet meer als nieuwe hypotheekconstructie gesloten. Wat er tegenwoordig naast een lening hangt, is vrijwel altijd een kale risicodekking. Ook een uitvaartverzekering is een levensverzekering, alleen met een klein verzekerd bedrag dat op de kosten van een uitvaart is gericht.

Naast de losse polis loopt er meestal ook dekking via het werk. Onder de Wet toekomst pensioenen is het nabestaandenpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum altijd een risicodekking, die eindigt zodra je uit dienst gaat. De Pensioenwet schrijft daarna een uitloop voor van drie maanden, of zes als de pensioenregeling dat afspreekt, en houdt de dekking bovendien in stand zolang je aansluitend WW of ziektewetuitkering ontvangt. Wie van baan wisselt of voor zichzelf begint, verliest die dekking dus zonder dat er een brief van de verzekeraar aan te pas komt. Dat is precies het moment waarop een eigen polis in beeld komt, net als bij de andere keuzes rond het verzekeren van je huis en je huishouden.

Soort levensverzekeringKeert uit bijWaarde als je blijft levenWaar je hem regelt
OverlijdensrisicoverzekeringOverlijden binnen de looptijdGeenZelf bij een verzekeraar of via een adviseur
Gemengde levensverzekering of spaarpolisOverlijden én op de einddatumOpgebouwd kapitaalBestaande polissen, niet meer nieuw af te sluiten bij een hypotheek
UitvaartverzekeringOverlijden, zonder einddatumBeperkte afkoopwaardeZelf bij een uitvaartverzekeraar
Partner- en wezenpensioenOverlijden zolang je in de regeling zitGeen bij een risicodekkingVia je werkgever of pensioenfonds

Is een overlijdensrisicoverzekering verplicht?

Er bestaat geen wet die een overlijdensrisicoverzekering voorschrijft. Op de vraag of een levensverzekering verplicht is, luidt het antwoord dus nee: niet bij een huurhuis, niet bij een koophuis en niet bij een gezin met kinderen. De verplichting die mensen zich herinneren komt van de geldverstrekker, niet van de overheid.

Ook Nationale Hypotheek Garantie eist de polis niet meer. Tot en met de Voorwaarden & Normen 2017-4 moest er een polis zijn zolang de lening boven 80 procent van de woningwaarde uitkwam; in de Voorwaarden & Normen 2018-1, geldig vanaf 1 januari 2018, is dat artikel geschrapt. De reden was praktisch: mensen met een ziekteverleden kregen moeilijk een betaalbare polis en daarmee moeilijk een hypotheek. Voor hypotheken die vóór 2018 met NHG zijn afgesloten verdween de eis niet vanzelf: sinds de Voorwaarden & Normen 2020-1, geldig vanaf 1 januari 2020, mág de geldverstrekker de bestaande verplichte verpanding van de polis laten vervallen, en beslist hij dus zelf of dat gebeurt. Wie nu een bestaande polis wil beëindigen omdat NHG hem niet vraagt, kijkt dus eerst of de eigen geldverstrekker er nog aan hecht.

Want dat mag die. Geldverstrekkers stellen de verzekering geregeld als voorwaarde wanneer de lening hoog is ten opzichte van de woningwaarde, of wanneer het gezamenlijke inkomen zonder de ene partner de lasten niet draagt. Ze vragen dan vaak ook om verpanding, zodat de uitkering rechtstreeks naar de aflossing gaat. Welke eisen per situatie gelden en hoe je de polis aan de lening koppelt, staat in de gids over de overlijdensrisicoverzekering bij je hypotheek.

Wel of geen overlijdensrisicoverzekering: wanneer hij iets oplevert

De vraag waarom je zo'n verzekering zou nemen, valt terug te brengen tot één rekensom. Kan degene die achterblijft de woonlasten dragen op het inkomen dat overblijft, en wil die persoon in het huis blijven wonen? Is het antwoord op allebei ja, dan is de polis luxe. Is het antwoord op een van beide nee, dan koop je met een paar tientjes per maand het recht om te blijven zitten.

Het gat dat je dicht bestaat uit twee delen. Het eerste is de hypotheeklast die doorloopt terwijl er een salaris wegvalt. Het tweede is het inkomen zelf: de Anw-uitkering van de overheid geldt alleen als de nabestaande een kind onder de achttien heeft of zelf voor ten minste 45 procent arbeidsongeschikt is, en het partnerpensioen via het werk stopt vaak bij uitdiensttreding. Wie zelfstandig is, heeft dat tweede vangnet meestal helemaal niet.

Deze polis staat los van de dekkingen die je bezit beschermen. Schade aan de woning zelf zit in je opstalverzekering, je spullen in de inboedelverzekering en schade die jij bij een ander veroorzaakt in de aansprakelijkheidsverzekering. Deze dekt het enige risico dat de andere drie niet raken: het wegvallen van het inkomen waarmee alles betaald wordt.

SituatieWat er gebeurt zonder polisNut van een overlijdensrisicoverzekering
Twee inkomens, hypotheek past ruim op één inkomenDe achterblijver kan blijven wonenKlein, hooguit als buffer voor rustig kunnen kiezen
Twee inkomens, hypotheek past niet op één inkomenVerkoop binnen een tot twee jaar is het meest waarschijnlijkGroot, verzeker het verschil tussen schuld en draagbare schuld
Eén kostwinner met kinderenNaast de woonlast valt ook het gezinsinkomen wegGroot, verzeker hypotheekgat plus een aantal jaren inkomen
Samenwonend zonder huwelijk of geregistreerd partnerschapDe achterblijver erft niets automatischGroot, en let extra op de tenaamstelling van de polis
Alleenstaand zonder hypotheek en zonder nabestaandenDe nalatenschap dekt de kostenKlein, een uitvaartdekking volstaat meestal
Gepensioneerd met een afgeloste woningEr valt geen woonlast om te dragenKlein, tenzij er nog een lening op de woning rust

Welke overlijdensrisicoverzekering past bij je situatie

Overlijdensrisicoverzekeringen verschillen vooral in de manier waarop het verzekerd bedrag zich over de looptijd gedraagt. Een gelijkblijvende dekking keert de eerste dag hetzelfde uit als de laatste. Een dalende dekking zakt elk jaar, omdat de gedachte is dat je hypotheekschuld ook zakt. Dalend is fors goedkoper, gelijkblijvend geeft de nabestaande meer ruimte dan alleen aflossen.

Bij een dalende dekking bestaat er nog een keuze tussen lineair en annuïtair dalend. Lineair zakt met een vast bedrag per jaar en loopt daardoor vooral in de eerste jaren sneller omlaag dan een annuïteitenhypotheek aflost. Annuïtair dalend volgt de aflossing van een annuïteitenhypotheek en houdt de dekking in het begin hoger. De annuïtaire variant wordt aangeboden met een rekenrente; ligt jouw hypotheekrente hoger, dan daalt de dekking sneller dan je schuld.

Sluiten twee mensen samen af, dan kan dat op één polis met twee verzekerden die bij het eerste overlijden uitkeert, of op twee losse polissen. Twee polissen kosten meestal iets meer, maar ze geven twee losse bedragen en ze maken kruislings afsluiten mogelijk. Welke overlijdensrisicoverzekering het beste past, hangt dus samen met de vraag wie er precies moet worden beschermd en tegen welk bedrag.

VormVerloop van het verzekerd bedragPremiePast bij
GelijkblijvendHet hele bedrag blijft de looptijd staanHoogstInkomensgat, kinderen, een aflossingsvrij hypotheekdeel
Lineair dalendZakt met een vast bedrag per jaar naar nulLaagstEen lineaire hypotheek of een bewuste minimumdekking
Annuïtair dalendVolgt de aflossing van een annuïteitenhypotheekTussen beide inEen annuïteitenhypotheek, mits de rekenrente klopt
Eén polis op twee levensKeert uit bij het eerste overlijdenIets lager dan twee polissenPartners die één gezamenlijk bedrag willen
Twee losse polissen, kruislingsElk een eigen bedrag en looptijdIets hogerPartners die erfbelasting over de uitkering willen voorkomen

Hoe hoog en tot welke leeftijd je verzekert

Voor het verzekerd bedrag zijn er twee gangbare maatstaven. De eerste is de hypotheekschuld, of het deel daarvan dat de achterblijver niet kan dragen. De tweede is het inkomensgat: het bedrag dat nodig is om een aantal jaren het verschil tussen de oude en de nieuwe situatie te overbruggen. Wie beide optelt, komt vaak op een hoger bedrag uit dan de geldverstrekker vraagt, en dat is geen fout maar een keuze.

De looptijd hangt aan het moment waarop het risico verdwijnt. Bij een hypotheek is dat de resterende looptijd van de lening, bij kinderen het moment waarop de jongste zelfstandig is, en bij een inkomensgat de pensioendatum. Verzekeraars werken met een maximale eindleeftijd, en de vraag tot welke leeftijd een overlijdensrisicoverzekering loopt, kent daardoor geen één antwoord. Zeventig, vijfenzeventig en tachtig jaar komen het meest voor; een enkele verzekeraar gaat tot vijfentachtig. Een overlijdensrisicoverzekering tot 80 jaar is dus gewoon te krijgen, alleen wordt de premie in dat laatste stuk van de looptijd het duurst.

Ook het instapmoment is begrensd. De maximale leeftijd om een polis af te sluiten ligt bij de meeste verzekeraars tussen de zestig en zeventig jaar, waarbij de eindleeftijd tegelijk het aantal jaren dekking bepaalt. Wie op zijn achtenzestigste nog dekking zoekt, houdt in de praktijk een korte looptijd tegen een hoge premie over.

Wat je vastlegtGebruikelijke bandbreedteWaar de grens vandaan komt
Ingangsleeftijd18 tot ongeveer 65 of 70 jaarAcceptatiebeleid van de verzekeraar
Eindleeftijd70, 75 of 80 jaar, soms 85Acceptatiebeleid van de verzekeraar
Looptijd5 tot 30 jaarMeestal gekoppeld aan de resterende hypotheekduur
Verzekerd bedragVanaf enkele tienduizenden euro'sBoven € 352.200 mag naar erfelijkheidsonderzoek worden gevraagd (vragengrens sinds 1 januari 2025)
Medische beoordelingGezondheidsverklaring, bij hoge bedragen een keuringProtocol Verzekeringskeuringen en de Wet op de medische keuringen

Wat een overlijdensrisicoverzekering kost

De premie hangt aan zes dingen: je leeftijd bij aanvang, het verzekerd bedrag, de looptijd, de vorm van de dekking, je gezondheid en of je rookt. Roken verdubbelt de premie ongeveer, en die vraag komt bij elke aanvraag terug. Hoe lang je rookvrij moet zijn om weer als niet-roker te gelden, verschilt per verzekeraar en staat in de polisvoorwaarden; twee jaar en vijf jaar komen allebei voor. Ben je die termijn voorbij, dan kun je de polis opnieuw laten beoordelen.

Op de premie van een levensverzekering zit geen assurantiebelasting, terwijl schadeverzekeringen in 2026 met 21 procent worden belast. Daar staat tegenover dat de premie niet aftrekbaar is in box 1. Hoe duur een levensverzekering uitpakt, verschilt verder sterk per aanbieder: voor exact dezelfde dekking lopen de premies makkelijk enkele tientallen procenten uiteen, wat vergelijken hier net zo nuttig maakt als bij het vergelijken van je woonverzekeringen.

Naast de premie kunnen er afsluitkosten zijn. Een overlijdensrisicoverzekering zonder afsluitkosten bestaat: sluit je zelf af zonder advies, dan rekenen veel aanbieders alleen premie. Neem je advies, dan betaal je een advies- en bemiddelingsvergoeding, in de markt meestal enkele honderden euro's. Die kosten staan los van de polis en moeten vooraf op papier staan. Wat elk van deze keuzes met het maandbedrag doet, is doorgerekend in de gids over wat een overlijdensrisicoverzekering kost.

Leeftijd bij aanvangPremie per maand, niet-rokerPremie per maand, roker
30 jaar€ 6 tot € 10€ 12 tot € 20
40 jaar€ 13 tot € 20€ 25 tot € 40
50 jaar€ 35 tot € 55€ 70 tot € 115
60 jaar€ 100 tot € 160€ 200 tot € 330

Wanneer een overlijdensrisicoverzekering niet uitkeert

In verreweg de meeste gevallen keert de polis gewoon uit, ook bij ziekte, ongeval of een overlijden in het buitenland. De uitzonderingen staan in de voorwaarden van de levensverzekering en zijn beperkt in aantal, maar ze wegen zwaar omdat ze pas op het slechtste moment blijken.

De belangrijkste is de mededelingsplicht bij de aanvraag. Wie een aandoening, een medicijn of een risicovolle hobby verzwijgt op de gezondheidsverklaring, geeft de verzekeraar een grond om de uitkering te verlagen of te weigeren, en bij opzet tot misleiding vervalt het recht op uitkering helemaal. De wet zet daar geen einddatum op: artikel 7:929 van het Burgerlijk Wetboek geeft de verzekeraar twee maanden na ontdekking om zich erop te beroepen, maar bepaalt niet wanneer die ontdekking te laat is. Sommige polissen kennen wel een onbetwistbaarheidsclausule van twee jaar, waarna de verzekeraar zich niet meer op verzwijging kan beroepen behalve bij opzet tot misleiding; dat is een afspraak in de voorwaarden en geen wettelijk recht. Diezelfde plicht om eerlijk te melden speelt bij elke polis, ook bij het melden van schade aan je woning.

Verder komen deze situaties voor: overlijden na de einddatum van de polis, een premieachterstand waarbij de verzekeraar je eerst schriftelijk heeft aangemaand met een betalingstermijn van veertien dagen en de gevolgen erbij heeft gezet, en een begunstigde die onherroepelijk is veroordeeld voor het opzettelijk veroorzaken van het overlijden of het opzettelijk meewerken daaraan. Dat laatste staat in de wet en kan niet in de voorwaarden worden weggeschreven. Blijft er twijfel over een afwijzing, dan kun je terecht bij het klachteninstituut voor financiële dienstverlening.

Erfbelasting over de uitkering en kruislings afsluiten

Over de uitkering betaal je geen inkomstenbelasting. Erfbelasting kan er wel komen, en dat hangt aan één regel uit de Successiewet: is er voor de premie iets onttrokken aan het vermogen van de overledene, dan telt de uitkering mee als erfrechtelijke verkrijging. Betaalde de overledene zijn eigen premie, dan is het volle bedrag belast bij de ontvanger.

Kruislings afsluiten haalt die grond weg. Jij wordt verzekeringnemer op het leven van je partner en betaalt die premie van je eigen rekening; je partner doet hetzelfde op jouw leven. Overlijdt een van beiden, dan is de uitkering afkomstig uit een contract dat de ander betaalde, en blijft er niets van de overledene onttrokken. De uitkering is dan onbelast. Voorwaarde is wel dat het echt zo loopt: aparte rekeningen, geen automatische verrekening, en bij gehuwden in gemeenschap van goederen een aanvullende regeling zodat de premie niet uit gemeenschappelijk geld komt. Leg die opzet vast op het moment dat je de polis aanvraagt, want achteraf wijzigen van de verzekeringnemer werkt niet met terugwerkende kracht.

Wie getrouwd of geregistreerd partner is, merkt van dit alles vaak weinig, want de partnervrijstelling van 828.035 euro in 2026 slokt een gebruikelijke uitkering op. Voor samenwoners ligt het anders: zonder notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgplicht en zonder vijf jaar samenwonen ben je voor de erfbelasting geen partner maar derde, met een vrijstelling van 2.769 euro in 2026 en tarieven van 30 en 40 procent. Een overlijdensrisicoverzekering en een samenlevingscontract horen daarom bij elkaar.

Ontvanger van de uitkeringVrijstelling erfbelasting 2026Tarief tot € 158.669Tarief daarboven
Echtgenoot, geregistreerd partner of samenwoner die fiscaal partner is€ 828.03510%20%
Kind€ 26.23010%20%
Kleinkind€ 26.23018%36%
Samenwoner zonder partnerschap, broer, zus of vriend€ 2.76930%40%

De polis onderhouden: verlagen, oversluiten, verlengen en opzeggen

Een overlijdensrisicoverzekering is geen product dat je afsluit en vergeet. Los je extra af op je hypotheek, dan mag het verzekerd bedrag mee omlaag, en de premie zakt vrijwel evenredig mee. Verlagen kan altijd en zonder nieuwe gezondheidsvragen, want het risico voor de verzekeraar wordt kleiner.

Omhoog gaat moeilijker. Verhogen of verlengen betekent in de praktijk een nieuwe aanvraag met een nieuwe gezondheidsverklaring en een premie die past bij je huidige leeftijd. Sommige polissen kennen een clausule waarmee je bij een verhuizing of de geboorte van een kind zonder medische vragen mag verhogen tot een bepaald bedrag; dat staat in je voorwaarden en het is een reden om die na te lezen voordat je opzegt. Een polis die afloopt kun je zelden verlengen: de meeste verzekeraars laten de bestaande dekking eindigen en vragen om een nieuw contract.

Oversluiten naar een goedkopere aanbieder mag, en de premies verschillen genoeg om het te overwegen. Zeg de oude polis pas op nadat de nieuwe definitief is geaccepteerd, want tussen aanvraag en acceptatie zit een medische beoordeling die verkeerd kan uitpakken. Loopt de polis mee met de hypotheek en is hij verpand, dan moet de geldverstrekker meetekenen; hoe die koppeling werkt staat in de gids over de verzekering naast je hypotheek.

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Hoeveel verzekeren bij een hypotheek van 320.000 euro

Stel, je hebt samen een annuïteitenhypotheek van 320.000 euro tegen 4 procent rente met dertig jaar looptijd. De bruto maandlast is dan ongeveer 1.528 euro. Jullie verdienen samen 80.000 euro, waarvan de ene partner 45.000 euro en de andere 35.000 euro.

Valt de partner met 45.000 euro weg, dan blijft er een inkomen van 35.000 euro over. Volgens de financieringslastnormen van 2026 mag bij dat inkomen en die rente ongeveer 22,6 procent van het bruto jaarinkomen naar de woonlasten: 7.910 euro per jaar, oftewel 659 euro per maand. Bij 4 procent rente en dertig jaar hoort daar een lening van ongeveer 138.000 euro bij.

Het verschil tussen 320.000 en 138.000 euro is 182.000 euro. Rond je dat af op 185.000 euro verzekerd kapitaal, dan kan de achterblijver blijven wonen zonder te verkopen. Bij een gelijkblijvende dekking en een aanvangsleeftijd van 40 jaar kost dat volgens de marktindicaties van 2026 zo'n 12 tot 19 euro per maand voor een niet-roker.

Rekenvoorbeeld

Wat een verkeerd opgezette polis kost bij samenwonen

Stel, jullie wonen drie jaar samen zonder notarieel samenlevingscontract. Er is één polis van 250.000 euro: jij bent verzekeringnemer én verzekerde, je partner is begunstigde, en jij betaalt de premie. Bij jouw overlijden is de premie onttrokken aan jouw vermogen, dus de hele uitkering telt mee als verkrijging.

Zonder contract en zonder vijf jaar samenwonen is je partner voor de erfbelasting geen partner maar derde. De vrijstelling is dan 2.769 euro in 2026, dus 247.231 euro is belast. Over de eerste 158.669 euro geldt 30 procent: 47.601 euro. Over de resterende 88.562 euro geldt 40 procent: 35.425 euro. De aanslag komt uit op ongeveer 83.026 euro, waardoor er van de 250.000 euro nog 166.974 euro overblijft.

Twee wijzigingen halen dat bedrag naar nul. Met een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgplicht en minstens zes maanden samenwonen geldt de partnervrijstelling van 828.035 euro in 2026. En met kruislings afsluiten, waarbij je partner de polis op jouw leven neemt en de premie van de eigen rekening betaalt, is er niets aan jouw vermogen onttrokken en is de uitkering sowieso onbelast. Het notariële contract kost eenmalig een paar honderd euro, het kruislings opzetten kost niets.

Rekenvoorbeeld

Wat verlagen na tien jaar aflossen oplevert

Stel, je verzekerde bij het afsluiten 250.000 euro gelijkblijvend en je betaalt daarvoor 30 euro per maand. Na tien jaar annuïtair aflossen op een hypotheek van 4 procent staat er nog ongeveer 200.000 euro open van de oorspronkelijke 250.000 euro.

Verlaag je de dekking naar 150.000 euro, dan houd je nog steeds een marge boven de schuld die niet te dragen is, en betaal je 40 procent minder verzekerd kapitaal. De premie zakt vrijwel evenredig mee, naar ongeveer 18 euro per maand. Dat is 12 euro per maand, 144 euro per jaar en over de resterende twintig jaar looptijd bijna 2.900 euro.

Verlagen kan zonder nieuwe gezondheidsvragen. Weeg wel mee wat je opgeeft: dekking die je later terug wilt, koop je tegen de premie van je dan geldende leeftijd en met een nieuwe medische beoordeling. Wie nog kinderen thuis heeft of een aflossingsvrij deel in de hypotheek, laat de dekking vaak bewust hoger staan dan de schuld.

Veelgemaakte fouten

De polis op de verkeerde naam zetten

Verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde op dezelfde persoon zetten is de duurste administratieve fout die er in dit product bestaat. Bij samenwoners zonder fiscaal partnerschap kan dat tienduizenden euro's erfbelasting kosten over een uitkering die met kruislings afsluiten volledig onbelast was gebleven.

Het verzekerd bedrag gelijkstellen aan de hypotheekschuld

De schuld is niet het probleem; de last die na het overlijden overblijft is dat wel. Wie alleen de schuld verzekert, dekt de woonlasten maar niet het weggevallen inkomen voor boodschappen, kinderopvang en verzekeringen.

Vertrouwen op de dekking via het werk

Het nabestaandenpensioen bij overlijden vóór de pensioendatum is onder de Wet toekomst pensioenen een risicodekking die eindigt bij uitdiensttreding. De Pensioenwet houdt de dekking daarna nog drie maanden in stand, zes als de regeling dat afspreekt, en langer zolang je aansluitend WW ontvangt. Wie zonder die vangnetten van baan wisselt of zelfstandig wordt, staat onverzekerd zonder dat iemand daarover een brief stuurt.

De oude polis opzeggen voordat de nieuwe rond is

Tussen aanvraag en acceptatie zit een medische beoordeling. Een afwijzing of een fikse premieopslag laat je dan zonder dekking achter, terwijl de oude polis niet terug te draaien is.

Een dalende dekking kiezen die sneller zakt dan de schuld

Een annuïtair dalende dekking rekent met een vaste rekenrente. Ligt je hypotheekrente hoger, dan loopt de dekking achter op de werkelijke restschuld en ontstaat er in het midden van de looptijd een gat van soms tienduizenden euro's.

Verzwijgen op de gezondheidsverklaring

Een niet gemelde aandoening levert meestal alleen een premieopslag op, maar verzwijgen geeft de verzekeraar een grond om de uitkering te korten of te weigeren. Het risico ligt volledig bij de nabestaande, die de aanvraag niet zelf heeft ingevuld.

Veelgestelde vragen

Wat is een overlijdensrisicoverzekering?

Een overlijdensrisicoverzekering is een levensverzekering die één afgesproken bedrag uitkeert als de verzekerde binnen de looptijd overlijdt. Er wordt geen kapitaal opgebouwd, dus haalt de verzekerde de einddatum, dan stopt de polis zonder uitkering en zonder terugbetaling van premie. Juist daardoor is de premie laag in verhouding tot het verzekerde bedrag.

Hoe werkt een overlijdensrisicoverzekering in de praktijk?

Je spreekt met de verzekeraar een verzekerd bedrag en een looptijd af en vult een gezondheidsverklaring in. Op basis daarvan stelt de verzekeraar de premie vast, die je maandelijks betaalt. Overlijdt de verzekerde binnen de looptijd, dan meldt de begunstigde dat bij de verzekeraar en volgt de uitkering na ontvangst van de akte van overlijden, meestal binnen enkele weken en rechtstreeks aan de begunstigde.

Wat is het verschil tussen een overlijdensrisicoverzekering en een levensverzekering?

Levensverzekering is de overkoepelende term voor elke verzekering die aan een mensenleven hangt. Een overlijdensrisicoverzekering is daarvan de variant zonder opbouw: hij keert alleen uit bij overlijden en heeft geen waarde bij leven. Andere levensverzekeringen, zoals de oude gemengde polissen bij een spaarhypotheek, bouwen wel kapitaal op en keren ook op de einddatum uit. Dat verschil verklaart het grote premieverschil.

Is een overlijdensrisicoverzekering verplicht bij een hypotheek?

Niet wettelijk, en ook Nationale Hypotheek Garantie eist hem niet meer: in de Voorwaarden & Normen 2018-1, geldig vanaf 1 januari 2018, is het artikel over de overlijdensrisicoverzekering geschrapt. Bij hypotheken van vóór die datum vervalt de eis niet automatisch, maar mag de geldverstrekker de verplichte verpanding sinds 1 januari 2020 laten vervallen. Een geldverstrekker mag de verzekering wel als eigen voorwaarde stellen, meestal wanneer de lening hoog is ten opzichte van de woningwaarde of wanneer één inkomen de lasten niet draagt.

Is een levensverzekering verplicht als je een huis koopt?

Nee. Voor een koopwoning is alleen de opstalverzekering in de praktijk onvermijdelijk: vrijwel elke geldverstrekker eist hem, en bij een hypotheek met NHG is een verzekering tegen brand- en stormschade zelfs een harde voorwaarde in de Voorwaarden & Normen. Een levensverzekering of overlijdensrisicoverzekering bij je huis is een keuze, tenzij je geldverstrekker hem in de offerte als voorwaarde heeft opgenomen. Controleer die offerte voordat je aanneemt dat het moet.

Waarom zou je een overlijdensrisicoverzekering afsluiten?

Om te voorkomen dat de achterblijver het huis moet verkopen op het slechtste moment. Valt een inkomen weg, dan blijft de hypotheeklast staan terwijl de Anw-uitkering maar in beperkte gevallen geldt en het partnerpensioen via het werk vaak al is gestopt. Voor een paar tientjes per maand koop je de tijd om rustig te beslissen in plaats van gedwongen te verhuizen.

Wanneer sluit je een overlijdensrisicoverzekering af?

De gebruikelijke momenten zijn het kopen van een huis, het krijgen van een kind, het starten als zelfstandige en het wisselen van baan waarbij het partnerpensioen vervalt. Hoe jonger en gezonder je bent, hoe lager de premie voor de hele looptijd wordt vastgezet, dus uitstellen kost geld. Bij een hypotheek regel je hem meestal tegelijk met de lening, zodat de dekking ingaat op de dag van overdracht.

Tot welke leeftijd loopt een overlijdensrisicoverzekering?

Dat spreek je zelf af binnen de grenzen van de verzekeraar. Eindleeftijden van 70, 75 en 80 jaar zijn het meest gangbaar, en een enkele aanbieder gaat tot 85 jaar. Een overlijdensrisicoverzekering tot 80 jaar is dus goed te krijgen, alleen loopt de premie in de laatste jaren van de looptijd flink op omdat het risico dan het grootst is.

Wat is de maximale leeftijd voor een overlijdensrisicoverzekering?

Bij de meeste verzekeraars ligt de maximale ingangsleeftijd tussen de zestig en zeventig jaar, en de eindleeftijd begrenst daarnaast de looptijd. In de praktijk betekent dat een korte dekking tegen een hoge premie. Wie op die leeftijd nog iets wil regelen voor een nabestaande, vergelijkt de premie daarom met de optie om het bedrag opzij te zetten of extra af te lossen.

Hoe duur is een levensverzekering per maand?

Voor een gelijkblijvende dekking van 200.000 euro met twintig jaar looptijd betaalt een niet-rokende dertiger in 2026 ongeveer 6 tot 10 euro per maand, een veertiger 13 tot 20 euro en een vijftiger 35 tot 55 euro. Roken verdubbelt die bedragen ongeveer. Een dalende dekking is fors goedkoper dan een gelijkblijvende, en tussen aanbieders lopen de premies voor dezelfde dekking makkelijk tientallen procenten uiteen.

Bestaat er een overlijdensrisicoverzekering zonder afsluitkosten?

Ja. Sluit je zelf af zonder advies, dan rekenen veel aanbieders alleen premie en geen afsluitkosten. Zodra er advies of bemiddeling bij komt, betaal je een vergoeding die in de markt meestal enkele honderden euro's bedraagt en die vooraf op papier moet staan. Reken die kosten mee wanneer je aanbieders vergelijkt, want een lagere premie met hoge afsluitkosten kan bij een korte looptijd duurder uitpakken.

Wanneer keert een overlijdensrisicoverzekering niet uit?

Bij overlijden na de einddatum, bij een premieachterstand waarover de verzekeraar schriftelijk heeft aangemaand, bij verzwijging op de gezondheidsverklaring en wanneer de begunstigde onherroepelijk is veroordeeld voor het opzettelijk veroorzaken van het overlijden. Dat laatste staat in de wet en kan niet in de polisvoorwaarden worden weggeschreven. Buiten deze gevallen keert de polis gewoon uit, ook bij ziekte, ongeval of overlijden in het buitenland.

Keert een overlijdensrisicoverzekering uit bij zelfdoding?

Meestal wel, maar veel polissen kennen een wachttijd. Traditioneel is dat twee jaar na het ingaan van de verzekering, waarbinnen de verzekeraar alleen de betaalde premie terugbetaalt. Die termijn staat in de polisvoorwaarden en niet in de wet, en verschillende verzekeraars hebben hem inmiddels verkort of laten vervallen. Kijk in je eigen voorwaarden wat er precies is afgesproken.

Heeft een overlijdensrisicoverzekering waarde in box 3?

Een kale risicopolis heeft geen afkoopwaarde, dus er valt praktisch niets te belasten. Artikel 5.10 van de Wet inkomstenbelasting 2001 stelt verzekeringen die alleen bij overlijden uitkeren vrij langs twee wegen: blijft het verzekerd kapitaal van al die polissen samen per verzekerde onder 8.904 euro in 2026, dan zijn ze vrijgesteld, en komt het daarboven, dan geldt de vrijstelling alsnog zolang de wáárde van die rechten per persoon onder datzelfde bedrag blijft. Een overlijdensrisicoverzekering van twee ton zonder afkoopwaarde valt dus onder de tweede toets en hoef je niet aan te geven. Bij een polis die wel waarde opbouwt, ligt dat anders.

Wat gebeurt er als je geen overlijdensrisicoverzekering hebt?

Dan valt de nabestaande terug op wat er is: spaargeld, de overwaarde van de woning, een eventueel partnerpensioen en in beperkte gevallen de Anw. Draagt het overgebleven inkomen de hypotheeklast niet, dan is verkoop meestal de uitkomst, vaak binnen een tot twee jaar. Geldverstrekkers zijn niet verplicht om de lening op één inkomen door te laten lopen, al kijken ze in de praktijk wel mee naar een oplossing. Wat jouw geldverstrekker hierover heeft vastgelegd, lees je terug in de gids over de verzekering naast de hypotheek.

Betaal je erfbelasting over de uitkering?

Alleen als er voor de premie iets is onttrokken aan het vermogen van de overledene. Betaalde de overledene de premie voor zijn eigen polis, dan telt de uitkering mee als erfrechtelijke verkrijging. Bij een partner valt dat meestal binnen de vrijstelling van 828.035 euro in 2026; bij een samenwoner die geen fiscaal partner is, geldt slechts 2.769 euro vrijstelling en tarieven van 30 en 40 procent. Kruislings afsluiten voorkomt de heffing volledig.

Heb je met een samenlevingscontract een overlijdensrisicoverzekering nodig?

Het contract regelt iets anders dan de verzekering. Een notarieel samenlevingscontract met wederzijdse zorgplicht maakt je partner fiscaal partner voor de erfbelasting, waardoor de hoge partnervrijstelling geldt, maar het levert geen euro extra op. De verzekering zorgt voor het geld, het contract en een testament zorgen dat het geld op de goede plek terechtkomt. Bij samenwonen zijn ze alle drie de moeite waard om samen te regelen.

Kun je een overlijdensrisicoverzekering verlengen?

Zelden zonder nieuwe beoordeling. De meeste verzekeraars laten een aflopende polis eindigen en vragen om een nieuwe aanvraag, met een gezondheidsverklaring en een premie die past bij je huidige leeftijd. Sommige polissen hebben een clausule waarmee je bij een verhuizing of de geboorte van een kind zonder medische vragen mag verhogen. Kijk in je voorwaarden voordat de einddatum in zicht komt.

Welke overlijdensrisicoverzekering moet je kiezen?

Dat volgt uit wat je wilt dekken. Gaat het alleen om een aflopende hypotheekschuld, dan past een dalende dekking en is de premie het laagst. Wil je ook inkomen overbruggen of heb je een aflossingsvrij hypotheekdeel, dan past een gelijkblijvende dekking beter. Sluit je met z'n tweeën af, dan is de keuze tussen één polis op twee levens en twee kruislingse polissen vooral een fiscale afweging.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Een kale overlijdensrisicoverzekering regel je prima zelf: je kiest een bedrag, een looptijd en een vorm, vergelijkt premies en vult de gezondheidsverklaring eerlijk in. Advies over een overlijdensrisicoverzekering verdient zich terug zodra de situatie afwijkt van het standaardgeval. Denk aan een medisch verleden waardoor je een opslag of afwijzing verwacht, een bedrijf of een lening in de familie, kinderen uit een eerdere relatie, of een hypotheek waarbij de geldverstrekker de polis wil verpanden. Een hypotheekadviseur rekent voor de losse verzekeringsmodule doorgaans enkele honderden euro's, en die vergoeding staat vooraf op papier. Voor de tenaamstelling, het kruislings opzetten en de samenhang met een samenlevingscontract of testament is de notaris het juiste adres; een notarieel samenlevingscontract kost meestal een paar honderd euro en bepaalt of de partnervrijstelling van 828.035 euro in 2026 geldt. Wil je eerst zelf de bedragen op een rij hebben, begin dan bij de gids over de kosten van een overlijdensrisicoverzekering en zet die naast de rest van je verzekeringen als huiseigenaar.

Bronnen en controle

  1. Voorwaarden & Normen (huidige versie en archief, waaronder 2017-4, 2018-1 en 2020-1) Nationale Hypotheek Garantie geraadpleegd 22 augustus 2026
  2. Hoeveel vrijstelling heb ik in 2026 voor de erfbelasting? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  3. Tarieven erfbelasting 2026 Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  4. Successiewet 1956: artikel 1a (wanneer samenwoners partner zijn) en artikel 13 (uitkering uit levensverzekering) Overheid.nl, wetten.overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  5. Burgerlijk Wetboek Boek 7, titel 17: artikelen 928 tot en met 934 en 973 Overheid.nl, wetten.overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  6. Wet op de medische keuringen, artikel 5: de vragengrens voor levensverzekeringen Overheid.nl, wetten.overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  7. Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 5.10: vrijstelling in box 3 voor verzekeringen die alleen bij overlijden uitkeren Overheid.nl, wetten.overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  8. Wet op belastingen van rechtsverkeer, artikelen 23 en 24: tarief en vrijstellingen assurantiebelasting Overheid.nl, wetten.overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026

Juridisch gecontroleerd 22 augustus 2026

  • NHG-verplichting getoetst aan de Voorwaarden & Normen zelf: artikel 5.5 van 2017-4 eiste een polis boven 80 procent van de woningwaarde, in 2018-1 is dat artikel geschrapt en artikel B2 van 2020-1 laat de geldverstrekker de bestaande verpanding sinds 1 januari 2020 vervallen verklaren
  • Vrijstellingen en tarieven erfbelasting 2026 (828.035, 26.230 en 2.769 euro, schijfgrens 158.669 euro, 10/20, 18/36 en 30/40 procent) nagerekend bij de Belastingdienst en naast de dataset belastingtarieven.json gelegd
  • Partnerbegrip voor de erfbelasting (zes maanden met notarieel samenlevingscontract, vijf jaar zonder) en de heffingsgrond voor de uitkering getoetst aan de artikelen 1a en 13 van de Successiewet 1956
  • Uitsluitingsgronden getoetst aan Boek 7 BW: mededelingsplicht en gevolgen (artikelen 928 tot en met 930), de aanmaning met veertiendagentermijn bij premieachterstand (artikel 934) en de onherroepelijke veroordeling van de begunstigde (artikel 973, dwingend recht)
  • Drempelbedragen gecontroleerd in de wettekst: vragengrens van 352.200 euro met de uitzondering voor een manifeste erfelijke ziekte (artikel 5 Wet op de medische keuringen), box 3-vrijstelling van 8.904 euro in 2026 (artikel 5.10 Wet IB 2001) en de vrijstelling van assurantiebelasting voor levensverzekeringen (artikel 24 Wet op belastingen van rechtsverkeer)

Uitgevoerd door de redactie van dehuisgids.nl aan de hand van de bronnen hierboven. Wij geven algemene informatie en geen persoonlijk advies.

Ons redactionele beleid: hoe we schrijven, controleren en bijwerken