Erfbelasting voor kinderen: vrijstelling, tarief en het kindsdeel
Een kind mag in 2026 26.230 euro belastingvrij erven. Over het deel daarboven betaalt het 10 procent tot 158.669 euro en 20 procent over alles daarna. Bij de wettelijke verdeling krijgt een kind zijn erfdeel als vordering op de langstlevende ouder, maar de erfbelasting wordt meteen afgerekend. Bij een overlijden vanaf 1 januari 2026 heb je twintig maanden voor de aangifte.
- € 26.230 2026 vrijstelling per kind
- 10% 2026 tarief over de eerste € 158.669 boven de vrijstelling
- 20% 2026 tarief over het erfdeel daarboven
- € 78.671 2026 vrijstelling voor een kind met een beperking dat op kosten van de overledene leefde
- 20 maanden 2026 aangiftetermijn bij een overlijden vanaf 1 januari 2026
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat een kind aan erfbelasting betaalt
Een kind erft in Nederland tegen het gunstigste tarief dat er is. Voor de erfbelasting zitten kinderen samen met de partner in tariefgroep 1: over de eerste 158.669 euro boven de vrijstelling betalen zij 10 procent, over alles daarboven 20 procent. De vrijstelling bedraagt 26.230 euro per kind in 2026.
Die vrijstelling is een drempel, geen alles-of-niets-grens. Erft een kind 30.000 euro, dan is alleen de 3.770 euro boven de vrijstelling belast en kost dat 377 euro. Het volledige erfdeel wordt dus nooit ineens belast omdat je net over de grens komt.
Elk kind rekent voor zichzelf af. Zijn er drie kinderen en is de nalatenschap 90.000 euro, dan erft ieder 30.000 euro en blijft ieder ruim onder de tienprocentsschijf. De belasting hangt aan het individuele erfdeel, niet aan de omvang van de hele nalatenschap. Wil je de som voor jouw bedrag zien, gebruik dan de rekenhulp voor de erfbelasting.
De aanslag komt op naam van het kind zelf, ook als iemand anders hem feitelijk betaalt. Dat onderscheid speelt een grote rol bij de wettelijke verdeling, waarbij de langstlevende ouder de aanslagen van de kinderen voorschiet.
euro erfbelasting bron: Belastingdienst, vrijstellingen en tarieven 2026 augustus 2026
| Erfdeel per kind | Belast deel na vrijstelling | Erfbelasting 2026 |
|---|---|---|
| € 25.000 | € 0 | € 0 |
| € 50.000 | € 23.770 | € 2.377 |
| € 100.000 | € 73.770 | € 7.377 |
| € 150.000 | € 123.770 | € 12.377 |
| € 200.000 | € 173.770 | € 18.887 |
| € 300.000 | € 273.770 | € 38.887 |
| € 500.000 | € 473.770 | € 78.887 |
Gecontroleerd op vrijstelling € 26.230 en schijfgrens € 158.669, 2026
Wie er voor de erfbelasting als kind telt
De Belastingdienst kijkt niet alleen naar biologische kinderen. Een geadopteerd kind, een stiefkind en een pleegkind vallen onder dezelfde tariefgroep en krijgen dezelfde vrijstelling van 26.230 euro in 2026. Voor een stiefkind geldt dat de overledene getrouwd was of geregistreerd partner was met de ouder van dat kind, of daarmee samenwoonde als fiscaal partner. Bij een pleegkind is de eis dat het vóór zijn 21e minstens vijf jaar door de overledene is opgevoed en onderhouden alsof het een eigen kind was.
De leeftijd van een kind verandert niets aan de belasting. Ook een minderjarig kind betaalt over zijn erfdeel; de ouder of voogd doet dan de aangifte en de kantonrechter houdt toezicht op het beheer van het geld. Een volwassen kind dat al jaren het huis uit is, betaalt precies hetzelfde als een kind dat nog thuis woont.
Voor een kind met een beperking bestaat een verhoogde vrijstelling van 78.671 euro in 2026. De voorwaarde is streng: het kind moet grotendeels op kosten van de overledene hebben geleefd en voor meer dan de helft duurzaam arbeidsongeschikt zijn. Wanneer die drempel wordt gehaald en welk bewijs de Belastingdienst vraagt, staat bij de vrijstellingen van de erfbelasting.
Een schoonzoon of schoondochter valt niet in tariefgroep 1. De partner van je kind is voor de erfbelasting een willekeurige derde met een vrijstelling van 2.769 euro (2026) en een tarief van 30 of 40 procent. Wie het gezin van zijn kind wil bevoordelen, laat dat dus aan het kind zelf na en niet aan het stel samen.
| Relatie tot de overledene | Tariefgroep | Vrijstelling 2026 | Tarief |
|---|---|---|---|
| Eigen kind, adoptiekind, stiefkind of pleegkind | 1 | € 26.230 | 10% en 20% |
| Kind met een beperking dat op kosten van de overledene leefde | 1 | € 78.671 | 10% en 20% |
| Kleinkind of achterkleinkind | 1A | € 26.230 | 18% en 36% |
| Partner van je kind | 2 | € 2.769 | 30% en 40% |
Gecontroleerd op augustus 2026
Een samenwoner zonder notarieel samenlevingscontract is geen fiscaal partner, en zijn kinderen zijn dan geen stiefkinderen. Die kinderen erven in tariefgroep 2 tegen 30 of 40 procent, met een vrijstelling van 2.769 euro in 2026. Dat verschil loopt op een erfdeel van 100.000 euro op tot ruim 22.000 euro.
De vrijstelling en de schijfgrens per jaar
Het jaar van overlijden bepaalt met welke bedragen je rekent, ook als de aangifte pas veel later wordt ingediend. Overlijdt een ouder in december 2025 en dien je de aangifte in 2026 in, dan gelden de cijfers van 2025. De percentages van 10 en 20 procent staan al jaren stil; alleen de vrijstelling en de schijfgrens schuiven met de inflatie mee.
Dat verschil is kleiner dan mensen vaak denken. Tussen 2024 en 2026 steeg de vrijstelling voor een kind met iets meer dan duizend euro, wat op een erfdeel van 100.000 euro ongeveer honderd euro belasting scheelt. Wachten met de afwikkeling levert dus niets op, en de belastingrente die intussen loopt kost meer dan die inflatiecorrectie oplevert.
Ook de schijfgrens verschuift. In 2026 gaat het tarief van 20 procent pas in boven 158.669 euro belast erfdeel, oftewel boven een erfdeel van 184.899 euro. In 2024 lag die omslag bij een erfdeel van 177.555 euro. Voor de meeste kinderen blijft de hele aanslag daardoor in de tienprocentsschijf hangen.
Erf je van een grootouder in plaats van een ouder, dan gelden andere percentages: kleinkinderen zitten in tariefgroep 1A en betalen 18 en 36 procent bij dezelfde vrijstelling. Hoe die rekensom uitpakt en waarom sommige testamenten toch een kleinkindlegaat opnemen, staat bij de erfbelasting voor een kleinkind.
| Jaar van overlijden | Vrijstelling per kind | Eerste schijf tot | Tarief eerste schijf | Tarief daarboven |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | € 26.230 | € 158.669 | 10% | 20% |
| 2025 | € 25.490 | € 154.197 | 10% | 20% |
| 2024 | € 25.187 | € 152.368 | 10% | 20% |
| 2023 | € 22.918 | € 138.642 | 10% | 20% |
| 2022 | € 21.559 | € 130.424 | 10% | 20% |
Gecontroleerd op augustus 2026
Het kindsdeel: wel een aanslag, nog geen geld
Overlijdt de eerste ouder van een getrouwd stel zonder dat er een testament is, dan geldt de wettelijke verdeling. De langstlevende ouder krijgt alle bezittingen en schulden en kan gewoon in het huis blijven wonen. De kinderen krijgen hun erfdeel niet in handen maar als vordering in geld op die ouder, het kindsdeel, dat pas opeisbaar wordt als ook de tweede ouder overlijdt.
Voor de belasting maakt dat uitstel niets uit. Elk kind wordt meteen aangeslagen over de volle waarde van zijn kindsdeel, ook al kan het dat geld nog twintig jaar niet aanraken. In de praktijk betaalt de langstlevende die aanslagen voor, want het kind heeft het geld niet en de ouder heeft het vermogen wel.
Dat voorschot verdwijnt niet. Het bedrag dat de langstlevende voor een kind betaalt, gaat af van de vordering van dat kind. Bij het tweede overlijden staat er dus een lager kindsdeel open, waardoor er meer in de nalatenschap zit en de tweede aanslag hoger uitvalt. De totale belasting over beide overlijdens verandert er nauwelijks door.
Een testament kan aan die vordering een rente koppelen, vaak tussen nul en zes procent samengesteld. Een hoge rente laat het kindsdeel groeien, waardoor er bij het tweede overlijden minder te verdelen valt en er minder belasting overblijft. Een rente van nul doet het omgekeerde. Wat er verder speelt als de eerste ouder wegvalt, staat bij erfbelasting bij het overlijden van je echtgenoot.
Erfgenamen mogen de rente over het kindsdeel binnen de aangiftetermijn samen alsnog vaststellen, tenzij het testament die keuze uitsluit. Reken beide varianten door voordat je tekent: bij een grote nalatenschap en een langstlevende die nog lang te gaan heeft, scheelt een hoge rente al snel duizenden euro's bij het tweede overlijden.
Erfbelasting over het huis van je ouders
Bij de meeste nalatenschappen zit het vermogen in de stenen. Voor de erfbelasting telt een woning mee tegen de WOZ-waarde, en je mag kiezen uit de WOZ-beschikking van het jaar van overlijden of die van het jaar erna. Bij dalende waarden pakt de eerste beter uit, bij stijgende waarden de tweede. De verkoopprijs die het huis later opbrengt doet niet ter zake.
De hypotheek die nog op het huis rust, gaat als schuld van de nalatenschap af. Ook de uitvaartkosten mag je aftrekken, voor zover een uitvaartverzekering ze niet dekt. Kosten die je maakt om de erfenis te verdelen of om aangifte te doen, zijn niet aftrekbaar. Wat er precies wel en niet vanaf gaat, staat uitgewerkt bij de belasting over een erfenis.
Was het huis verhuurd of stond het leeg? Dan gelden er afwijkende regels: voor verhuurde woningen met huurbescherming rekent de Belastingdienst met de leegwaarderatio, een percentage van de WOZ-waarde dat afhangt van de verhouding tussen de jaarhuur en de WOZ-waarde. Een vakantiewoning of een tweede woning zonder huurders telt gewoon voor de volle WOZ-waarde mee.
Over het erven van een huis betaal je geen overdrachtsbelasting. De verkrijging gebeurt van rechtswege bij het overlijden, en dat is geen levering waarover overdrachtsbelasting verschuldigd is. Koop je later het aandeel van je broer of zus uit, dan is dat wel een gewone verkrijging en betaal je over dat aandeel het geldende tarief.
De aanslag erfbelasting komt terwijl het geld nog in het huis zit. Verkoop van een woning duurt vaak langer dan de betaaltermijn van zes weken op het aanslagbiljet. Vraag daarom uitstel aan vóór de vervaldatum: over de periode dat je later betaalt rekent de ontvanger invorderingsrente, 4,3 procent per jaar vanaf 1 januari 2026, en dat is nog altijd goedkoper dan een aanmaning of een gedwongen verkoop.
Meerdere kinderen, ongelijke delen en verwerpen
Zonder testament erven alle kinderen een gelijk deel, samen met de langstlevende ouder. Zijn er twee kinderen en leeft de andere ouder nog, dan is de nalatenschap in drieën: ieder een derde. Is de tweede ouder al overleden, dan delen de kinderen samen de hele nalatenschap.
Een testament mag daarvan afwijken, maar niet onbeperkt. Elk kind heeft recht op de legitieme portie: de helft van wat het zonder testament had geërfd, uitsluitend in geld. Een onterfd kind moet daar zelf binnen vijf jaar na het overlijden een beroep op doen. Doet het dat, dan is die legitieme portie ook gewoon belast, met dezelfde vrijstelling van 26.230 euro in 2026.
Overlijdt een kind eerder dan zijn ouder, dan komen de kleinkinderen in zijn plaats. Zij verdelen samen het erfdeel dat hun ouder zou hebben gekregen, maar rekenen af tegen het tarief van tariefgroep 1A. Elk kleinkind heeft daarbij wel een eigen vrijstelling van 26.230 euro (2026), wat bij meerdere kleinkinderen een deel van dat hogere tarief compenseert.
Een kind kan de erfenis ook verwerpen. Dat gebeurt meestal bij schulden, maar soms om het erfdeel bij de volgende generatie te laten landen. Let op wat er dan gebeurt: verwerpen betekent dat je nooit erfgenaam bent geweest, en jouw deel gaat naar jouw kinderen. Zijn die er niet, dan valt het toe aan je broers en zussen. Verwerpen is bovendien definitief en kan alleen bij de rechtbank worden vastgelegd.
| Situatie | Wat het kind krijgt | Gevolg voor de erfbelasting |
|---|---|---|
| Wettelijke verdeling, langstlevende ouder | Vordering in geld op de ouder | Meteen belast, langstlevende schiet de aanslag voor |
| Beide ouders overleden | Aandeel in de gehele nalatenschap | Belast over het volledige erfdeel |
| Onterfd, beroep op de legitieme portie | Helft van het wettelijke erfdeel, in geld | Belast met de gewone vrijstelling en tarieven |
| Legaat van een vast bedrag of voorwerp | Het gelegateerde | Belast bij de legataris, tenzij het legaat vrij van recht is |
| Erfenis verworpen | Niets | Geen aanslag; het deel gaat naar de eigen kinderen |
De aangifte doen en de aanslag betalen
Bij een overlijden vanaf 1 januari 2026 hebben erfgenamen twintig maanden de tijd om aangifte erfbelasting te doen. Voor een overlijden in 2025 of eerder is die termijn acht maanden. De Belastingdienst stuurt een aangiftebrief naar het laatst bekende adres van de overledene; blijft die brief uit terwijl er wel belasting verschuldigd is, dan vraag je zelf om een formulier.
Er wordt één aangifte voor de hele nalatenschap gedaan, niet een per kind. Meestal doet de executeur of een van de erfgenamen dat namens iedereen. De aanslagen komen daarna wel per persoon binnen, elk met een eigen bedrag en een eigen betaaltermijn van doorgaans zes weken.
Blijft ieders erfdeel onder de eigen vrijstelling, dan hoeft er in de regel geen aangifte. Twijfel je, bijvoorbeeld doordat een woning en een spaarrekening samen net boven de grens komen, reken het dan eerst uit voordat je de brief opzij legt. Een te late of te lage aangifte kost belastingrente, 5 procent per jaar vanaf 1 januari 2026, en kan een boete opleveren.
Wat je erft telt vanaf de eerstvolgende 1 januari mee in box 3, tenzij je zelf in de geërfde woning gaat wonen. Erfbelasting zelf is niet aftrekbaar voor de inkomstenbelasting. Hoe die verschuiving doorwerkt in je eigen aangifte, staat bij de aangifte inkomstenbelasting voor huiseigenaren.
De erfbelasting voor je kinderen verlagen tijdens leven
Wie de aanslag van zijn kinderen wil drukken, moet dat bij leven regelen. Het eenvoudigste instrument is jaarlijks schenken: in 2026 mag een ouder 6.908 euro per kind belastingvrij schenken, en dat bedrag mag elk jaar opnieuw. Tien jaar schenken aan twee kinderen haalt zo ongeveer 138.000 euro uit de nalatenschap, wat bij een tarief van 20 procent ruim 27.000 euro erfbelasting scheelt.
Daarnaast bestaat de eenmalig verhoogde vrijstelling van 33.129 euro (2026) voor een kind tussen 18 en 40 jaar, of 69.009 euro (2026) als het geld naar een dure studie gaat. Die keuze maak je één keer per kind en je moet er aangifte van doen, ook als er niets te betalen valt. De regels en de aangifteplicht staan bij de schenkbelasting.
Reken wel na wat een schenking netto oplevert. Boven de vrijstelling betaalt een kind 10 procent schenkbelasting tot 158.669 euro (2026), hetzelfde percentage als bij erven. Het voordeel zit dan niet in het tarief maar in het herhalen van de jaarlijkse vrijstelling en in het feit dat het rendement over het geschonken bedrag bij het kind aangroeit. Vergelijk de twee routes met de rekenhulp voor de schenkbelasting.
Schenken op het laatste moment werkt niet. Schenkingen die binnen 180 dagen vóór het overlijden zijn gedaan, worden voor de erfbelasting behandeld alsof ze in de nalatenschap zaten. Ook een schenking op papier, waarbij het geld nooit is overgemaakt, telt altijd mee in de nalatenschap. Hoe die verrekening loopt, staat bij de schenkingsbelasting.
Een testament kan een kleinkindlegaat opnemen van ongeveer 26.000 euro per kleinkind. Dat bedrag valt binnen de vrijstelling van het kleinkind en gaat af van de nalatenschap, waardoor het kind erboven minder belast erft. Bij drie kleinkinderen scheelt dat op een grote nalatenschap al gauw vijftienduizend euro belasting.
Zo regel je de erfbelasting na het overlijden van een ouder
Bij een overlijden vanaf 1 januari 2026 heb je twintig maanden voor de aangifte, maar de eerste stappen zet je het beste meteen.
-
Vraag een verklaring van erfrecht aan of controleer het testament
De notaris kijkt in het Centraal Testamentenregister of er een testament is en stelt vast wie erfgenaam is. Zonder verklaring van erfrecht deblokkeren banken de rekeningen van de overledene meestal niet. Reken op enkele weken en op kosten tussen de vier- en negenhonderd euro, afhankelijk van het aantal erfgenamen.
-
Kies binnen redelijke termijn of je aanvaardt, beneficiair aanvaardt of verwerpt
Zuiver aanvaarden betekent dat je ook voor de schulden opdraait. Weet je niet zeker of de nalatenschap positief is, aanvaard dan beneficiair bij de rechtbank. Gedraag je je intussen als erfgenaam, bijvoorbeeld door spullen mee te nemen of rekeningen te betalen uit de boedel, dan heb je feitelijk al zuiver aanvaard.
-
Zet alle bezittingen en schulden op de peildatum op een rij
Neem de WOZ-waarde van de woning, de saldi van de rekeningen op de dag van overlijden, beleggingen, een eventuele uitkering en daarnaast de hypotheek, openstaande rekeningen en de uitvaartkosten. Vraag banken om een saldoverklaring per overlijdensdatum; die heb je later voor de aangifte nodig.
-
Bereken per erfgenaam wat er te betalen valt
Verdeel de nalatenschap over de erfgenamen volgens het testament of de wettelijke verdeling en trek per persoon de eigen vrijstelling af. Reken de uitkomst na met de rekenhulp voor de erfbelasting, zodat je weet welk bedrag er straks binnenkomt en wie het moet ophoesten.
-
Bepaal samen de rente over het kindsdeel
Laat het testament de rente vrij, dan mogen de erfgenamen die binnen de aangiftetermijn zelf vaststellen. Reken door wat nul procent en wat een hogere rente doet met de belasting bij het tweede overlijden, en leg de keuze schriftelijk vast voordat je de aangifte indient.
-
Doe de aangifte en bewaak de betaaldata
Dien één aangifte in voor de hele nalatenschap, digitaal of op papier. Lukt het niet binnen de termijn, vraag dan uitstel aan; dat stopt de belastingrente van 5 procent per jaar niet, maar voorkomt wel een verzuimboete. Een voorlopige aanslag aanvragen en betalen stopt de rente over het betaalde deel wel.
-
Regel de betaling als het geld nog vastzit
Staat het huis nog te koop, vraag dan schriftelijk uitstel van betaling vóór de vervaldatum op het aanslagbiljet. Vanaf het tweede jaar vraagt de ontvanger doorgaans zekerheid, bijvoorbeeld een hypotheekrecht. Over de uitstelperiode loopt invorderingsrente van 4,3 procent per jaar vanaf 1 januari 2026.
Schenkbelasting
Kies de relatie en het bedrag en zie de vrijstelling van dit jaar, het tarief en wat er netto overblijft. Open de volledige schenkbelasting
Loop dit na voordat je de aangifte indient
Doorgerekend: zo pakt het uit
Eerste ouder overlijdt: twee kinderen met een kindsdeel
Stel, de eerste ouder overlijdt in 2026 en laat een nalatenschap van 480.000 euro na: een huis met een WOZ-waarde van 400.000 euro, een hypotheekvrije situatie en 80.000 euro spaargeld. Er is geen testament, de andere ouder leeft nog en er zijn twee kinderen. De nalatenschap wordt in drieën gedeeld: ieder 160.000 euro.
De langstlevende ouder blijft met 160.000 euro ver onder de partnervrijstelling van 828.035 euro (2026) en betaalt niets. Elk kind heeft een belast erfdeel van 160.000 min 26.230 is 133.770 euro. Dat blijft binnen de eerste schijf van 158.669 euro, dus het tarief is 10 procent: 13.377 euro per kind.
Samen betalen de kinderen 26.754 euro, terwijl zij geen cent in handen krijgen: hun erfdeel is een vordering op de langstlevende. Die ouder schiet de twee aanslagen voor uit het spaargeld. De vordering van elk kind daalt daardoor van 160.000 naar 146.623 euro.
Tweede ouder overlijdt: wat er dan nog te betalen valt
Stel, dezelfde langstlevende ouder overlijdt twaalf jaar later en laat een vermogen van 520.000 euro na, met dezelfde twee kinderen als erfgenamen. De kindsdelen van 146.623 euro per kind zijn een schuld van deze nalatenschap. Bij een rente van nul procent gaat er 293.246 euro af.
Wat overblijft is 520.000 min 293.246 is 226.754 euro, te verdelen over twee kinderen: 113.377 euro ieder. Per kind is 113.377 min 26.230 is 87.147 euro belast, tegen 10 procent: 8.715 euro. Over het opeisbaar geworden kindsdeel betalen zij niets meer, want daarover is bij het eerste overlijden al afgerekend.
Over beide overlijdens samen kost het elk kind 13.377 plus 8.715 is 22.092 euro aan erfbelasting op een totale verkrijging van 260.000 euro, ongeveer 8,5 procent. Had het testament een rente van 6 procent samengesteld op de vordering gezet, dan waren de kindsdelen na twaalf jaar aangegroeid tot ongeveer 295.000 euro per kind. De nalatenschap bij het tweede overlijden was dan volledig opgegaan aan die schuld en er was bij het tweede overlijden geen erfbelasting meer verschuldigd.
Enig kind erft het huis van de laatste ouder
Stel, de laatste ouder overlijdt in 2026 en er is één kind. Het huis heeft een WOZ-waarde van 350.000 euro en er staat nog 50.000 euro hypotheek op. Op de rekeningen staat 40.000 euro en de uitvaart kost 8.000 euro, waarvan niets verzekerd is. De nalatenschap komt uit op 350.000 min 50.000 plus 40.000 min 8.000 is 332.000 euro.
Na de vrijstelling van 26.230 euro blijft 305.770 euro belast. Over de eerste 158.669 euro is dat 10 procent: 15.867 euro. Over de resterende 147.101 euro geldt 20 procent: 29.420 euro. De totale aanslag komt daarmee op 45.287 euro, ruim 13 procent van de nalatenschap.
Dat bedrag moet binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag betaald zijn, terwijl er maar 40.000 euro liquide is en het huis nog te koop staat. Verkoop het huis of vraag tijdig uitstel aan. Bij een jaar uitstel over het onbetaalde deel van 5.287 euro kost de invorderingsrente van 4,3 procent ongeveer 227 euro, wat te overzien is; bij uitstel over de volledige 45.287 euro loopt dat op tot bijna 1.950 euro per jaar.
Veelgemaakte fouten
Denken dat de vrijstelling vervalt zodra je erboven komt
De 26.230 euro (2026) is een drempel, geen grens die je kwijtraakt. Alleen het deel boven de vrijstelling wordt belast. Wie de hele erfenis belast rekent, schat de aanslag op een erfdeel van 40.000 euro al 2.623 euro te hoog in en gaat onnodig geld lenen of spullen verkopen.
De vrijstelling één keer voor alle kinderen samen rekenen
Elk kind heeft een eigen vrijstelling. Bij drie kinderen gaat er in 2026 dus 78.690 euro onbelast uit de nalatenschap, niet 26.230 euro. Andersom komt ook voor: wie één vrijstelling per ouder verwacht in plaats van per kind, doet aangifte met een te laag bedrag en krijgt een naheffing met rente.
Vergeten dat het kindsdeel meteen belast is
Bij de wettelijke verdeling krijgen kinderen geen geld maar een vordering, terwijl de aanslag wel binnen de gewone termijn betaald moet zijn. Wie daar niet op rekent, laat de betaaltermijn verlopen en betaalt invorderingsrente over een bedrag waar hij zelf niets voor terugkreeg.
De woning waarderen op de verkoopprijs of een taxatie
Voor de erfbelasting geldt de WOZ-waarde van het jaar van overlijden of van het jaar erna, en niets anders. Bij een huis dat boven de WOZ-waarde wordt verkocht, betekent dat een lagere aanslag dan mensen verwachten. Wie de verkoopprijs invult, betaalt te veel en krijgt dat alleen terug door bezwaar te maken.
Op het sterfbed schenken om de aanslag te drukken
Schenkingen binnen 180 dagen vóór het overlijden tellen voor de erfbelasting mee alsof ze nooit zijn gedaan. Het beoogde voordeel verdampt volledig en de aangifte wordt alleen ingewikkelder. Jaarlijks schenken werkt wel, maar alleen als je er ruim op tijd mee begint.
Verwerpen zonder te weten waar het erfdeel heen gaat
Wie verwerpt om zijn kinderen te bevoordelen, ziet zijn deel inderdaad naar die kinderen gaan, maar zij betalen dan het tarief van tariefgroep 1A: 18 in plaats van 10 procent. Op een erfdeel van 100.000 euro verdeeld over twee kleinkinderen kost dat ruim 1.500 euro extra, en verwerpen is niet terug te draaien.
Kosten aftrekken die niet aftrekbaar zijn
De hypotheek en de niet-verzekerde uitvaartkosten mogen van de nalatenschap af. De kosten van de notaris voor de verklaring van erfrecht, de boedelverdeling en het opstellen van de aangifte niet. Wie die toch aftrekt, krijgt een correctie met belastingrente over het verschil.
Veelgestelde vragen
Hoeveel erfbelasting betalen kinderen in 2026?
Een kind heeft in 2026 een vrijstelling van 26.230 euro. Over de eerste 158.669 euro daarboven betaalt het 10 procent en over alles daarna 20 procent. Op een erfdeel van 100.000 euro komt dat neer op 7.377 euro, op 200.000 euro op 18.887 euro. Elk kind rekent apart af met zijn eigen vrijstelling.
Hoeveel mag een kind belastingvrij erven?
In 2026 is dat 26.230 euro per kind, in 2025 was het 25.490 euro. Voor een kind met een beperking dat grotendeels op kosten van de overledene leefde en voor meer dan de helft duurzaam arbeidsongeschikt is, geldt in 2026 een verhoogde vrijstelling van 78.671 euro. Blijft het erfdeel onder de vrijstelling, dan hoef je meestal ook geen aangifte te doen.
Hoeveel erfbelasting betaal je over het huis van je ouders?
Het huis telt mee tegen de WOZ-waarde van het jaar van overlijden of van het jaar daarna, verminderd met de hypotheek die er nog op rust. Erft één kind een huis met een WOZ-waarde van 300.000 euro zonder hypotheek, dan is 273.770 euro belast: 15.867 euro tegen 10 procent en 23.020 euro tegen 20 procent, samen 38.887 euro. Overdrachtsbelasting betaal je over een geërfd huis niet.
Moet een kind erfbelasting betalen over een kindsdeel dat het nog niet krijgt?
Ja. Bij de wettelijke verdeling wordt elk kind meteen aangeslagen over de volle waarde van zijn vordering op de langstlevende ouder, ook al is die pas opeisbaar bij het tweede overlijden. In de praktijk betaalt de langstlevende die aanslagen voor. Dat voorschot gaat af van de vordering van het kind, waardoor er bij het tweede overlijden minder open blijft staan.
Betalen minderjarige kinderen ook erfbelasting?
Ook een minderjarig kind is gewoon erfgenaam en betaalt erfbelasting met de normale vrijstelling en tarieven. De ouder of voogd doet de aangifte namens het kind en beheert het geld tot het achttien wordt; de kantonrechter houdt daarop toezicht. Er bestaat geen extra vrijstelling en geen lager tarief voor kinderen onder de achttien.
Betaalt een stiefkind of pleegkind hetzelfde tarief als een eigen kind?
Ja, mits aan de voorwaarden is voldaan. Een stiefkind telt mee als de overledene getrouwd was, geregistreerd partner was of als fiscaal partner samenwoonde met de ouder van dat kind. Een pleegkind telt mee als het vóór zijn 21e minstens vijf jaar door de overledene is opgevoed en onderhouden. Beide krijgen dan dezelfde vrijstelling van 26.230 euro (2026) en het tarief van 10 en 20 procent.
Wanneer moet de aangifte erfbelasting binnen zijn?
Bij een overlijden op of na 1 januari 2026 hebben erfgenamen twintig maanden de tijd. Overleed iemand in 2025 of eerder, dan geldt de oude termijn van acht maanden. De exacte datum staat in de aangiftebrief. Loopt de termijn af zonder volledige aangifte, dan begint de belastingrente te lopen, 5 procent per jaar vanaf 1 januari 2026, en kan er een verzuimboete volgen.
Wat als je de erfbelasting niet kunt betalen omdat het geld in het huis zit?
Vraag uitstel van betaling aan vóór de vervaldatum op het aanslagbiljet. Bij een schuld onder de 20.000 euro krijg je vaak telefonisch kort uitstel van maximaal vier maanden. Staat de woning te koop, dan kun je schriftelijk om langer uitstel vragen; vanaf het tweede jaar verlangt de ontvanger doorgaans zekerheid, bijvoorbeeld een hypotheekrecht. Over de uitstelperiode betaal je invorderingsrente, 4,3 procent per jaar vanaf 1 januari 2026.
Kun je de erfbelasting voor je kinderen verlagen door te schenken?
Dat is het meest gebruikte middel. In 2026 mag een ouder per kind 6.908 euro per jaar belastingvrij schenken, en daarnaast eenmalig 33.129 euro aan een kind tussen 18 en 40 jaar of 69.009 euro voor een dure studie. Elke euro die uit het vermogen verdwijnt, verlaagt straks de nalatenschap. Reken de uitkomst na met de rekenhulp voor de schenkbelasting en begin ruim op tijd, want schenkingen binnen 180 dagen vóór het overlijden tellen alsnog mee.
Betalen kinderen minder erfbelasting dan kleinkinderen?
Ja. Kinderen zitten in tariefgroep 1 en betalen 10 en 20 procent, kleinkinderen zitten in groep 1A en betalen 18 en 36 procent. De vrijstelling is voor beide 26.230 euro in 2026. Op een erfdeel van 100.000 euro betaalt een kind 7.377 euro en een kleinkind 13.279 euro. Een generatie overslaan is daardoor per euro duurder, al kan het over twee overlijdens heen gunstiger uitpakken doordat er één heffing wegvalt.
Moet je aangifte doen als het erfdeel onder de vrijstelling blijft?
Meestal niet. Blijft elk erfdeel onder de eigen vrijstelling, dan hoeft er geen aangifte. Krijg je toch een aangiftebrief van de Belastingdienst, dan moet je die wel beantwoorden, ook als er nul te betalen valt. Twijfel je over de waarde van de woning of van een polis, reken het dan eerst uit voordat je de brief laat liggen.
Betaal je inkomstenbelasting over een erfenis?
Nee, over de verkrijging zelf betaal je alleen erfbelasting. Wat je erft telt daarna wel mee in box 3, vanaf de eerstvolgende 1 januari, tenzij je zelf in de geërfde woning gaat wonen; dan valt die woning in box 1. De betaalde erfbelasting is niet aftrekbaar. Hoe dit in je eigen aangifte terechtkomt, staat bij de aangifte inkomstenbelasting voor huiseigenaren.
Wat gebeurt er met de erfbelasting als een kind onterfd is?
Een onterfd kind kan binnen vijf jaar na het overlijden een beroep doen op zijn legitieme portie: de helft van wat het zonder testament had geërfd, uitsluitend in geld. Doet het dat, dan is die vordering belast met dezelfde vrijstelling van 26.230 euro (2026) en hetzelfde tarief van 10 en 20 procent. Doet het kind geen beroep, dan krijgt het niets en betaalt het ook niets.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
De gewone situatie kun je prima zelf afhandelen: twee kinderen, een woning met een WOZ-waarde en een spaarrekening, aangifte via de site van de Belastingdienst. Een notaris heb je hoe dan ook nodig voor de verklaring van erfrecht, meestal tussen de vier- en negenhonderd euro afhankelijk van het aantal erfgenamen, en die kan de aangifte er vaak tegen een paar honderd euro extra bij doen.
Naar een estateplanner of fiscalist ga je als er meer speelt. Denk aan een testament met een vruchtgebruik of een tweetrapsmaking, een onderneming of een verhuurde woning in de nalatenschap, een erfgenaam in het buitenland, een onterfd kind dat zich meldt, of een kindsdeel waarvan de rente nog moet worden vastgesteld terwijl het om grote bedragen gaat. Reken op 150 tot 300 euro per uur; bij een nalatenschap van enkele tonnen verdient een enkel gesprek zich meestal terug.
Wil je bij leven regelen dat je kinderen straks minder betalen, dan is een gesprek over schenken en over je testament de logische eerste stap. Verken zelf alvast de mogelijkheden bij schenken en erven en reken de uitkomsten na met de rekenhulp voor de erfbelasting, dan weet je bij welke bedragen het gesprek over gaat. Wat hier staat is algemene informatie; wat in jouw situatie verstandig is, hangt af van je vermogen, je gezinssituatie en het testament dat er ligt.
Bronnen en controle
- Erfbelasting: aangiftetermijn van 20 maanden vanaf 2026 Rijksoverheid geraadpleegd 22 augustus 2026
- Erfbelasting: vrijstellingen, tarieven en aangifte Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Schenken: vrijstellingen en aangifte schenkbelasting Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026