Naar de inhoud
Rekenhulpen

Ingreep in de hypotheekrenteaftrek: wat er veranderde en wat het kost

7 minuten lezen Hypotheekrenteaftrek Bijgewerkt 21 augustus 2026
dehuisgids.nl BELASTINGEN & WOZ Ingreep hypotheekrenteaftrek

De hypotheekrenteaftrek is sinds 2001 in stappen ingeperkt, nooit in één klap afgeschaft. De vier ingrepen die er echt toe doen: de dertigjaarstermijn uit 2001, de aflossingseis van 2013, de afbouw van het aftrektarief van 52 procent naar 37,56 procent in 2026 en de afbouw van de Hillen-aftrek die in 2041 op nul staat. Elke ingreep tot nu toe kende overgangsrecht voor bestaande hypotheken, en je raakt dat overgangsrecht vooral kwijt door zelf iets aan je lening te veranderen.

7 minuten
  • 37,56% 2026 maximale tarief waartegen je hypotheekrente aftrekt
  • 52% 2013 het aftrektarief voordat de afbouw begon
  • 31 dec 2012 2013 peildatum van het overgangsrecht bij de aflossingseis
  • 4,8 procentpunt 2026 jaarlijkse afbouw van de Hillen-aftrek
  • 1 jan 2031 2031 einde van de aftrek voor hypotheken van vóór 2001

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat een ingreep in de hypotheekrenteaftrek is

Een ingreep is een wetswijziging die de aftrek beperkt zonder hem weg te halen. De wetgever heeft daarvoor vier knoppen: het tarief waartegen je aftrekt, de duur van de aftrek, de eisen die aan de lening worden gesteld en de bijtelling die van je aftrek af gaat. Hoe die vier samen je teruggaaf bepalen staat op de pagina over de hypotheekrenteaftrek zelf.

Aan alle vier is sinds 2001 gedraaid. Het tarief zakte van 52 naar 37,56 procent in 2026, de duur werd begrensd op dertig jaar per leningdeel, nieuwe leningen moeten sinds 2013 annuïtair of lineair worden afgelost en de aftrek voor wie bijna geen schuld meer heeft wordt tot 2041 afgebouwd.

Het woord ingreep suggereert één moment, maar zo werkt het in de praktijk niet. Vrijwel elke wijziging kreeg een lange invoeringstermijn en overgangsrecht voor bestaande gevallen. Wie in de krant leest dat de aftrek op de schop gaat, heeft daarom bijna altijd jaren de tijd om te reageren. Over de vraag of de aftrek ooit helemaal verdwijnt gaat de pagina over de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.

Elke ingreep sinds 2001 op een rij

De regeling zoals we die nu kennen is het resultaat van een reeks losse besluiten. Sommige raakten iedereen, andere alleen een specifieke groep. In de tabel staat per ingreep wat er veranderde en wie het in zijn portemonnee merkte.

Twee ingrepen zijn nooit als bezuiniging aangekondigd maar werken wel zo uit. De bijleenregeling uit 2004 zorgt ervoor dat overwaarde uit een verkoop in de volgende woning moet worden gestopt; wie dat niet doet, heeft over dat deel van de nieuwe lening geen aftrek. En het eigenwoningforfait blijft gewoon bijgeteld, ook als je aftrek krimpt, waardoor het netto voordeel sneller daalt dan het tarief alleen doet vermoeden.

Er zat ook een verruiming tussen. Voor restschulden die ontstonden tussen 29 oktober 2012 en 31 december 2017 mocht je de rente vijftien jaar lang aftrekken, ook al hoorde er geen woning meer bij. Die regeling is voor nieuwe restschulden vervallen.

JaarWat er veranderdeWie het merkte
2001Aftrek beperkt tot dertig jaar en tot de eigen woning, consumptief lenen eruitIedereen; voor oude leningen begon de termijn op 1 januari 2001
2004Bijleenregeling: overwaarde uit een verkoop telt mee bij de volgende woningDoorstromers met overwaarde
2013Aflossingseis: aftrek alleen bij annuïtair of lineair aflossen in dertig jaarKopers en oversluiters vanaf 1 januari 2013
2014Start van de tariefafbouw met 0,5 procentpunt per jaar vanaf 52 procentInkomens in de hoogste schijf
2019Afbouw van de Hillen-aftrek in dertig jaarlijkse stappenHuiseigenaren met geen of een kleine hypotheek
2020Versnelde tariefafbouw met 3 procentpunt per jaarInkomens in de hoogste schijf
2023Aftrektarief gelijkgetrokken met het basistarief in box 1Inkomens in de hoogste schijf; het eindpunt van de afbouw
2026Afbouw van de Hillen-aftrek versneld naar 4,8 procentpunt per jaarHuiseigenaren die hun hypotheek bijna hebben afgelost

Gecontroleerd op augustus 2026

De ingreep van 2013: de aflossingseis

Dit is de zwaarste ingreep van de afgelopen twintig jaar. Sinds 1 januari 2013 is rente alleen aftrekbaar op een lening die je in maximaal dertig jaar volledig annuïtair of lineair aflost, en dat moet ook echt volgens schema gebeuren. Sluit je een nieuwe lening af zonder aflosverplichting, dan is de rente niet aftrekbaar en verhuist de schuld naar box 3.

Wie op 31 december 2012 al een eigenwoningschuld had, valt onder het overgangsrecht. Die lening mag aflossingsvrij blijven en de rente blijft aftrekbaar tot de dertigjaarstermijn afloopt. Wat dat betekent voor een aflossingsvrije lening van vóór 2013 staat in de gids over de aftrekbaarheid van een aflossingsvrije hypotheek.

Het overgangsrecht hangt aan het bedrag, niet aan de woning. Verhuis je, dan neem je het mee tot het bedrag van je oude eigenwoningschuld; leen je meer bij, dan valt dat extra deel onder de regels van nu. Hoe die twee regimes naast elkaar in één hypotheek werken, lees je bij hoe de hypotheekrenteaftrek werkt.

Los je op een annuïtaire lening minder af dan het schema voorschrijft, dan vervalt de aftrek over dat leningdeel. Je krijgt daarvoor eenmalig de kans om de achterstand in het volgende jaar in te halen; daarna is het definitief.

De tariefafbouw van 52 naar 37,56 procent

De tweede grote ingreep verliep sluipend. Vanaf 2014 daalde het maximale tarief waartegen je rente mag aftrekken met een halve procentpunt per jaar, vanaf 2020 met drie procentpunt per jaar. In 2023 kwam het uit op het basistarief in box 1 en sindsdien beweegt het daarmee mee: 37,56 procent in 2026.

Deze ingreep raakt lang niet iedereen. Het maximum bijt alleen als je inkomen in de hoogste schijf valt; verdien je minder, dan trek je gewoon af tegen je eigen tarief en is er voor jou feitelijk niets veranderd. Voor wie wel boven de hoogste schijfgrens uitkomt, is het verschil tussen aftrekken tegen 49,5 procent en aftrekken tegen 37,56 procent bijna twaalf procentpunt van de betaalde rente.

Wat dat per jaar scheelt, hangt af van je rente en je schuld. Het rekenwerk zelf verandert niet: rente min eigenwoningforfait, maal het tarief. De uitleg van die som staat bij de aftrek van hypotheekrente.

JaarMaximaal aftrektariefHoogste tarief inkomstenbelasting
201352%52%
201650,5%52%
201949%51,75%
202046%49,5%
202143%49,5%
202240%49,5%
202336,93%49,5%
202436,97%49,5%
202537,48%49,5%
202637,56%49,5%

Gecontroleerd op augustus 2026

De ingrepen die nu nog doorlopen

Twee eerder genomen besluiten werken de komende jaren nog door, zonder dat er een nieuwe wet voor nodig is. De eerste is de afbouw van de wet Hillen. Die wet zorgt ervoor dat je geen belasting betaalt over het eigenwoningforfait als je rente lager is dan dat forfait, en precies die aftrek verdwijnt in stappen. In 2026 krijg je nog 71,87 procent van het verschil, en de afbouw gaat sinds dat jaar met 4,8 procentpunt per jaar naar nul in 2041.

De tweede is de dertigjaarstermijn uit 2001. Voor iedereen die zijn hypotheek vóór 2001 afsloot, begon de teller op 1 januari 2001 te lopen. Op 31 december 2030 is die termijn vol en stopt de aftrek, ongeacht of er nog rente wordt betaald. Wat dat concreet betekent voor die groep staat op de pagina over de hypotheekrenteaftrek die verdwijnt.

De twee versterken elkaar bij wie bijna klaar is met aflossen. Je aftrek daalt doordat je rente daalt, en tegelijk krimpt de vangnetregeling die voorkwam dat je over het forfait belasting ging betalen.

JaarPercentage van het verschil dat je nog aftrektAfbouw per jaar
202480%3,33 procentpunt
202576,67%3,33 procentpunt
202671,87%4,8 procentpunt
202767,07%4,8 procentpunt
203147,87%4,8 procentpunt
203623,87%4,8 procentpunt
20410%afbouw voltooid

Gecontroleerd op augustus 2026

Overgangsrecht: hoe je het houdt en hoe je het verspeelt

Bij elke ingreep tot nu toe gold hetzelfde patroon: bestaande hypotheken werden ontzien, nieuwe leningen vielen meteen onder de nieuwe regels. Dat overgangsrecht is geen persoonlijk recht en ook geen eigenschap van je woning, maar hangt aan het bedrag van je eigenwoningschuld op de peildatum.

Je raakt het zelden kwijt door de wet en meestal door je eigen handelen. Verhoog je je lening voor een verbouwing, dan valt het extra deel onder de aflossingseis van 2013. Los je een oud aflossingsvrij deel volledig af en leen je later opnieuw, dan komt dat nieuwe deel er niet meer onder. Bij verhuizen neem je het mee tot je oude schuldbedrag, mits je binnen de wettelijke termijn een nieuwe eigen woning hebt.

Ook bij een scheiding of het overlijden van een partner kan een deel van het overgangsrecht verschuiven. De regels daarvoor zijn per situatie anders en staan niet in een tabel te vangen; de Belastingdienst kijkt naar wie welk deel van de schuld overneemt en wanneer. Laat dat narekenen voordat je de akte tekent, want achteraf terugdraaien kan niet.

Wil je verbouwen en heb je een oude aflossingsvrije lening, vraag dan een apart nieuw leningdeel aan in plaats van een verhoging van het bestaande deel. Je oude deel houdt dan zijn overgangsrecht en op het nieuwe deel krijg je aftrek zolang je het annuïtair of lineair aflost.

Wat een ingreep jou per maand kost

Het effect van een lager aftrektarief is met één som te schatten. Neem de rente die je per jaar betaalt, haal daar het eigenwoningforfait vanaf en vermenigvuldig het verschil met het tarief. In 2026 is het forfait 0,35 procent van de WOZ-waarde voor woningen tot 1.350.000 euro; daarboven geldt 4.725 euro plus 2,35 procent over het meerdere.

Stel dat je 12.000 euro rente per jaar betaalt en dat je woning voor de WOZ 400.000 euro waard is. Het forfait is dan 1.400 euro en je aftrekpost 10.600 euro. In de tabel zie je wat elk tarief daarmee doet. Je eigen forfait bereken je met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait, en de WOZ-waarde die daarin gaat controleer je met de WOZ-check.

Krijg je de aftrek maandelijks via een voorlopige aanslag, dan werkt een tariefwijziging direct door in je maandbedrag. De Belastingdienst past de beschikking bij de jaarwisseling aan, maar rekent met de gegevens die jij hebt doorgegeven. Hoe je dat bedrag zelf bijstelt, lees je bij de maandelijkse hypotheekrenteaftrek.

AftrektariefTeruggaaf per jaarPer maandVerschil met 2026
37,56% (2026)€ 3.981€ 3320
30%€ 3.180€ 265€ 67 minder
25%€ 2.650€ 221€ 111 minder
20%€ 2.120€ 177€ 155 minder
0%€ 0€ 0€ 332 minder

Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij 12.000 euro rente per jaar en een eigenwoningforfait van 1.400 euro, augustus 2026

Wat je zelf kunt doen tegen het risico van een volgende ingreep

Je kunt de wetgever niet sturen, wel je gevoeligheid voor een ingreep verkleinen. De vuistregel is eenvoudig: hoe kleiner het aandeel van je netto maandlast dat uit de teruggaaf komt, hoe minder een tariefverlaging je raakt. Extra aflossen verlaagt je rente en daarmee je afhankelijkheid, al levert het alleen rendement op als je hypotheekrente hoger is dan wat je spaargeld opbrengt.

Reken daarnaast eens door wat je maandlast wordt zonder aftrek. Blijft die betaalbaar, dan is een ingreep vervelend maar niet bedreigend. Kom je dan in de knel, dan is dat een reden om je begroting nu al aan te passen in plaats van te wachten op een wetsvoorstel.

Zorg verder dat je de aftrek krijgt waar je recht op hebt. Veel huiseigenaren laten geld liggen bij de eenmalige kosten rond de aankoop; welke dat zijn staat bij de aftrekbare kosten bij de aankoop van een woning. De overdrachtsbelasting hoort daar niet bij, maar wat die kost reken je uit met de rekenhulp voor de overdrachtsbelasting. En de aftrek zelf regel je via de aangifte of een voorlopige aanslag, zoals beschreven bij hypotheekrenteaftrek aanvragen.

Zo breng je in kaart hoe gevoelig jij bent voor een ingreep

Een middag werk met je jaaroverzicht en je laatste aanslag levert een helder beeld op.

  1. Zoek per leningdeel de afsluitdatum op

    Pak je hypotheekakte of jaaroverzicht en noteer per leningdeel wanneer het is afgesloten en welke vorm het heeft. Alles wat op 31 december 2012 al liep valt onder het overgangsrecht van de aflossingseis; alles daarna niet.

  2. Bereken wanneer de dertig jaar per deel vol is

    Tel dertig jaar op bij de datum van het leningdeel. Voor een hypotheek van vóór 2001 telt 1 januari 2001 als startdatum, dus eindigt de aftrek op 31 december 2030. Zet die datums in je agenda, want ze bepalen wanneer je netto last stijgt.

  3. Kijk tegen welk tarief je feitelijk aftrekt

    Op je aanslag zie je in welke schijf je inkomen valt. Zit je onder de hoogste schijf, dan raakt het maximum van 37,56 procent in 2026 je niet en heeft de tariefafbouw geen effect op jouw teruggaaf gehad.

  4. Zet je rente naast je eigenwoningforfait

    Neem de betaalde rente van vorig jaar en trek het forfait ervan af. Nadert je rente het forfait, dan is de Hillen-afbouw voor jou de ingreep die het meest gaat kosten. Hoe die aftrekpost is opgebouwd, lees je bij hoe de hypotheekrenteaftrek werkt.

  5. Reken je maandlast zonder aftrek door

    Haal de teruggaaf uit je maandbegroting en kijk wat er overblijft. Dit is het scenario waarin een ingreep het hardst uitpakt, en het geeft meteen antwoord op de vraag of je iets moet veranderen.

  6. Controleer je voorlopige aanslag na elke wijziging

    Wijzigt het tarief, je rente of je WOZ-waarde, pas dan je voorlopige aanslag aan. Wie te veel ontvangt, betaalt na de aangifte terug, met belastingrente als de aangifte laat binnenkomt. De pagina over belastingen rond je woning zet de aanslagen op een rij.

Overdrachtsbelasting

Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting

Check dit als je wilt weten waar je staat

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Wat de tariefafbouw sinds 2013 kost bij een schuld van 300.000 euro

Stel, je hebt een hypotheek van 300.000 euro tegen 4 procent rente en je woning heeft een WOZ-waarde van 400.000 euro. Je betaalt dan 12.000 euro rente per jaar. Het eigenwoningforfait is 0,35 procent van 400.000 euro, dus 1.400 euro, en dat gaat van je aftrek af. Je aftrekpost is 10.600 euro.

Tegen het tarief van 2013, 52 procent, was die aftrekpost 5.512 euro per jaar waard: 459 euro per maand. Tegen het tarief van 2026, 37,56 procent, is dat 3.981 euro per jaar, ofwel 332 euro per maand.

Het verschil is 1.531 euro per jaar, zo'n 128 euro per maand. Die daling verliep over dertien jaar in kleine stappen, waardoor bijna niemand hem als losse ingreep heeft gevoeld. Deze som geldt alleen als je inkomen in de hoogste schijf valt. Zit je daaronder, dan trok je in 2013 en in 2026 af tegen je eigen tarief en is er voor jou niets veranderd.

Rekenvoorbeeld

Een verbouwing bijlenen op een aflossingsvrije hypotheek uit 2010

Stel, je hebt 200.000 euro aflossingsvrij uit 2010 en je woning is voor de WOZ 350.000 euro waard. Bij 4 procent rente betaal je 8.000 euro rente per jaar, het forfait is 1.225 euro en je aftrekpost 6.775 euro. Tegen 37,56 procent levert dat 2.544 euro per jaar op, ongeveer 212 euro per maand.

Je wilt 60.000 euro bijlenen voor een verbouwing. Neem je dat bedrag aflossingsvrij mee, dan valt het buiten het overgangsrecht: de 2.400 euro rente die je erover betaalt is niet aftrekbaar en de schuld verhuist naar box 3. Neem je hetzelfde bedrag als apart annuïtair leningdeel, dan betaal je in het eerste jaar ongeveer 2.388 euro rente en die is wel aftrekbaar.

Tegen 37,56 procent scheelt dat 897 euro per jaar, ruim 74 euro per maand in het eerste jaar. Dat voordeel loopt terug naarmate je aflost en de rente daalt, maar over de looptijd blijft de annuïtaire route de fiscaal gunstigste. Je oude deel van 200.000 euro houdt in beide gevallen zijn overgangsrecht, zolang je het niet verhoogt.

Rekenvoorbeeld

De Hillen-afbouw bij een bijna afgeloste hypotheek

Stel, je hebt je hypotheek afgelost en je woning is voor de WOZ 400.000 euro waard. Je telt dan 1.400 euro eigenwoningforfait bij je inkomen op, zonder rente om ertegenover te zetten. In 2026 vangt de Hillen-aftrek 71,867 procent van dat verschil op: 1.006 euro. Er blijft 394 euro bijtelling over.

Val je met je inkomen in de schijf van 37,56 procent, dan betaal je daarover 148 euro belasting per jaar, ongeveer 12 euro per maand. Dat is de rekening die er tien jaar geleden nog helemaal niet was.

In 2031 is de aftrek gezakt naar 47,87 procent: dan blijft 730 euro bijtelling over en betaal je 274 euro per jaar. In 2041 is de aftrek nul en tel je de volle 1.400 euro bij, wat 526 euro belasting per jaar kost, ruim 43 euro per maand. Van 12 euro naar 43 euro per maand, alleen door een besluit dat al in de wet staat.

Veelgemaakte fouten

Denken dat een ingreep meteen ingaat

Elke wijziging tot nu toe kende overgangsrecht of een invoertermijn van jaren. Wie na een krantenkop halsoverkop oversluit of extra aflost, neemt een beslissing van tienduizenden euro's op basis van een plan dat nog niet eens een wetsvoorstel is.

Een oude aflossingsvrije lening verhogen in plaats van een nieuw deel afsluiten

Bij een verhoging van hetzelfde leningdeel kan de hele constructie onder de huidige regels komen te vallen. Vraag een apart leningdeel aan, dan blijft het overgangsrecht op het oude bedrag in stand.

Het eigenwoningforfait vergeten in de berekening

Je trekt niet je rente af maar je rente min het forfait. Wie dat overslaat, overschat zijn teruggaaf. Bij 12.000 euro rente en een WOZ-waarde van 400.000 euro scheelt dat 1.400 euro aftrekpost, ongeveer 526 euro per jaar.

Aannemen dat de tariefafbouw iedereen heeft geraakt

Het maximum van 37,56 procent in 2026 bijt alleen bij inkomens in de hoogste schijf. Wie daaronder zit trekt af tegen zijn eigen tarief en heeft van de hele afbouw sinds 2014 niets gemerkt.

De aflossingsverplichting laten versloffen

Op een lening onder de aflossingseis moet je volgens schema aflossen. Blijf je achter en herstel je dat niet binnen de gestelde termijn, dan verliest dat leningdeel zijn aftrek definitief en verhuist het naar box 3.

De voorlopige aanslag laten staan na een wijziging

Verandert je rente, je WOZ-waarde of het tarief, dan klopt je maandelijkse teruggaaf niet meer. Te veel ontvangen betaal je na de aangifte terug, en bij een late aangifte komt daar belastingrente overheen.

Veelgestelde vragen

Wat wordt bedoeld met een ingreep in de hypotheekrenteaftrek?

Een ingreep is een wetswijziging die de aftrek beperkt zonder hem af te schaffen. Dat kan via het tarief waartegen je aftrekt, via de duur van de aftrek, via eisen aan de lening zoals de verplichte aflossing sinds 2013, of via een hogere bijtelling. Alle vier zijn sinds 2001 gebruikt, meestal in kleine stappen over meerdere jaren.

Welke ingreep heeft het meeste gekost?

Voor wie na 2012 een huis kocht is de aflossingseis van 2013 de zwaarste: zonder annuïtair of lineair aflossen is er helemaal geen aftrek meer. Voor bestaande eigenaren met een hoog inkomen weegt de tariefafbouw het zwaarst, want die haalde het maximum van 52 procent in 2013 naar 37,56 procent in 2026. Bij 10.600 euro aftrekpost is dat 1.531 euro per jaar.

Komt er een nieuwe ingreep in de hypotheekrenteaftrek?

Er ligt in 2026 geen wetsvoorstel dat de aftrek verder beperkt, en het regeerakkoord laat de fiscale behandeling van de eigen woning ongemoeid. Twee eerder genomen besluiten lopen wel door: de afbouw van de Hillen-aftrek tot nul in 2041 en het einde van de dertigjaarstermijn voor hypotheken van vóór 2001 op 1 januari 2031. Wat er verder over tafel gaat, staat op de pagina over de afschaffing van de aftrek.

Blijft mijn oude hypotheek buiten schot bij een ingreep?

Tot nu toe was dat bij elke ingreep zo, maar het is geen garantie. Het overgangsrecht hangt aan het bedrag van je eigenwoningschuld op de peildatum van de wet, niet aan jou of aan je woning. Je raakt het meestal kwijt door zelf iets te veranderen: bijlenen, een leningdeel volledig aflossen en later opnieuw lenen, of verhuizen naar een duurdere woning.

Wat gebeurt er met mijn aftrek na dertig jaar?

Die stopt, ook als je nog rente betaalt. De termijn loopt per leningdeel vanaf de datum waarop je dat deel afsloot. Voor hypotheken van vóór 2001 begon de teller op 1 januari 2001, dus stopt de aftrek voor die groep op 31 december 2030. De schuld verhuist daarna naar box 3, waar hij je vermogensgrondslag verlaagt boven de schuldendrempel.

Waarom is mijn teruggaaf gedaald terwijl mijn rente gelijk bleef?

Daar zijn drie verklaringen voor. Je WOZ-waarde is gestegen, waardoor het eigenwoningforfait dat van je aftrek af gaat hoger uitvalt. Je inkomen is in de hoogste schijf gekomen, waardoor het aftrekmaximum van 37,56 procent in 2026 gaat bijten. Of je bent bijna klaar met aflossen en merkt de afbouw van de Hillen-aftrek. Controleer je WOZ-waarde als eerste, want daar zit de meeste beweging in.

Is de hypotheekrenteaftrek voor een aflossingsvrije hypotheek nog ingeperkt?

Voor bestaande aflossingsvrije leningen van vóór 2013 niet: die vallen onder het overgangsrecht en houden hun aftrek tot de dertigjaarstermijn afloopt. Op een nieuwe aflossingsvrije lening is er geen aftrek, want de aflossingseis van 2013 vraagt dat je annuïtair of lineair aflost in maximaal dertig jaar.

Wat is de wet Hillen en waarom verdwijnt die?

De wet Hillen uit 2005 zorgde ervoor dat je niets over het eigenwoningforfait betaalde als je rente lager was dan dat forfait, wat aflossen aantrekkelijk maakte. Sinds 2019 wordt die aftrek afgebouwd omdat het kabinet aflossen niet langer fiscaal wil belonen. In 2026 is er nog 71,87 procent van over en de afbouw gaat met 4,8 procentpunt per jaar naar nul in 2041.

Kan de overheid de aftrek met terugwerkende kracht schrappen?

Juridisch is dat mogelijk, maar het is bij deze regeling nooit gebeurd en het zou vrijwel zeker sneuvelen op het vertrouwensbeginsel. Alle ingrepen sinds 2001 werkten vooruit, met overgangsrecht voor bestaande leningen en invoertermijnen van jaren. Reken daar niet blind op, maar er is geen aanleiding om vandaag beslissingen te nemen op basis van een scenario dat zich nooit heeft voorgedaan.

Moet ik extra aflossen vanwege een mogelijke ingreep?

Dat hangt af van je rente en van wat je geld elders opbrengt, niet van de politiek. Aflossen loont als je hypotheekrente hoger is dan je spaarrente na belasting, en het maakt je minder afhankelijk van de teruggaaf. Zakt je rente onder je eigenwoningforfait, dan haal je de krimpende Hillen-aftrek naar voren en betaal je juist belasting over de bijtelling. Reken beide kanten door voordat je een groot bedrag inlegt.

Verandert een ingreep mijn maandelijkse teruggaaf meteen?

Bij een tariefwijziging past de Belastingdienst je voorlopige aanslag rond de jaarwisseling aan met de gegevens die bekend zijn. Klopt je rente of WOZ-waarde niet meer, dan blijft het maandbedrag verkeerd staan en betaal je na de aangifte bij. Wijzigen kan het hele jaar door via Mijn Belastingdienst.

Geldt een ingreep ook voor een tweede woning of een verhuurd huis?

Nee, want daar was al geen aftrek. Hypotheekrenteaftrek geldt alleen voor de woning waarin je zelf woont. Een vakantiehuis of een verhuurd pand valt met de waarde en de schuld in box 3, en daar speelt de discussie over de aftrek niet.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Voor de vraag of jouw leningdelen onder het overgangsrecht vallen kun je meestal zelf uit de voeten met je hypotheekakte en de tabellen op deze pagina. Een hypotheekadviseur verdient zijn kosten, doorgaans tussen de 1.500 en 3.000 euro, op het moment dat je gaat bijlenen, oversluiten of verhuizen met een oude hypotheek: precies daar wordt overgangsrecht verspeeld, en dat is achteraf niet te repareren. Bij een scheiding, een overlijden of een woning die deels wordt verhuurd loopt de fiscale kant snel op tot een puzzel waar een belastingadviseur of fiscalist voor nodig is; reken op een uurtarief vanaf ongeveer 150 euro. Wil je alleen zeker weten hoe de aftrek in je aangifte terechtkomt, dan helpt de gids over hypotheekrenteaftrek aanvragen, en voor de bijtelling zelf de rekenhulp voor het eigenwoningforfait. Voor een oordeel over jouw persoonlijke situatie blijft de Belastingdienst het loket dat bindend antwoord geeft.

Verder lezen over dit onderwerp