Naar de inhoud
Rekenhulpen

CLV-systeem: de collectieve rookgasafvoer van een appartementengebouw

10 minuten lezen Onderhoud & MJOP Bijgewerkt 22 augustus 2026
dehuisgids.nl VVE Clv systeem

CLV staat voor combinatie luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer: één gedeeld leidingsysteem waarop meerdere cv-ketels in een appartementengebouw zijn aangesloten, dat tegelijk rookgas afvoert en verse lucht aanvoert. Het systeem is gemeenschappelijk, dus de VvE betaalt inspectie, onderhoud en vervanging, terwijl elke eigenaar zelf verantwoordelijk blijft voor zijn ketel en de aansluiting daarop. Sinds 1 april 2023 mag alleen een bedrijf met een CO-vrijcertificaat aan het toestel, de luchttoevoer en de rookgasafvoer werken, en mag een ketel pas weer in bedrijf als ook het collectieve kanaal is gecontroleerd en veilig bevonden. Een camera-inspectie kost in 2026 in de markt ongeveer 200 tot 400 euro per aangesloten woning, het vervangen van een compleet systeem 10.000 tot 50.000 euro per gebouw.

10 minuten
  • 1 april 2023 2023 sindsdien mag alleen een gecertificeerd bedrijf aan het CLV en de ketels werken
  • 1 x per 2 jaar 2026 controle van de gasverbrandingsinstallatie die de Rijksoverheid minimaal adviseert
  • ± 15 jaar vuistregel levensduur van een cv-ketel en van de rookgasafvoerbuis eraan
  • 0,5% wettelijk minimale jaarlijkse reservering van de herbouwwaarde zonder MJOP
  • € 10.000 tot € 50.000 2026 marktprijs voor het vervangen van een collectief rookgasafvoersysteem

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat een CLV-systeem is

CLV is de afkorting van combinatie luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer. Het is één leidingsysteem in een appartementengebouw waarop meerdere cv-ketels tegelijk zijn aangesloten: het voert de rookgassen van al die ketels naar het dak af en haalt tegelijk de verbrandingslucht van buiten naar binnen. Omdat de leiding door alle verdiepingen loopt, is hij gemeenschappelijk en valt hij onder het onderhoud en de planning van de VvE.

De betekenis van CLV zit in die twee stromen door dezelfde schacht. Bij de meest voorkomende, concentrische uitvoering ligt een rookgasbuis in een ruimere buitenbuis. Door de binnenbuis gaat het rookgas omhoog, door de ruimte eromheen zakt de buitenlucht naar de ketels toe. Je ketel is daarmee een gesloten toestel dat geen lucht uit je woonkamer haalt.

Een collectief systeem is gekozen om ruimte te sparen. Bij individuele afvoeren krijgt elke woning een eigen kanaal naar het dak en wordt de schacht op elke hogere verdieping breder. Vanaf ongeveer vijf bouwlagen kost dat te veel vloeroppervlak, dus staat er in hoogbouw meestal één gedeelde leiding. Dat ene gedeelde onderdeel verklaart waarom de taakverdeling binnen de vereniging van eigenaars hier zo nauw luistert.

Hoe je herkent of jouw appartement op een CLV zit

Op het dak zie je bij een collectief systeem maar één uitmonding voor alle woningen in de streng, terwijl individuele kanalen elk hun eigen pijp hebben. Binnen is het kanaal op elke verdieping ongeveer even breed, terwijl individuele kanalen naar boven toe in aantal en breedte toenemen.

Aan de ketel zie je het ook. Op een CLV hangt een gesloten toestel met een concentrische aansluiting of twee aparte buizen, zonder open verbrandingsruimte. Een open toestel met een trekonderbreker hoort bij een gemetseld kanaal op thermische trek. Weet je het niet zeker, kijk dan in de bouwtekening bij de splitsingsakte of vraag het aan de beheerder.

De drie uitvoeringen van een CLV-systeem

Een CLV komt in drie vormen voor, en welke er in jouw gebouw zit bepaalt wat er technisch mogelijk is. Bij een concentrisch CLV liggen de rookgasafvoer en de luchttoevoer in elkaar. Dat werkt goed, maar de buitendiameter is groot en dat maakt inbouwen in een bestaande schacht lastig.

Een parallel CLV bestaat uit twee losse kanalen naast elkaar, één voor rookgas en één voor lucht. De werking is dezelfde, alleen past de vorm makkelijker in een bestaande schacht. Voorwaarde is dat de uitmonding van de afvoer en de inlaat van de toevoer in hetzelfde drukgebied liggen, zodat wind niet de ene kant harder aanjaagt dan de andere.

Bij een half CLV, ook wel vereenvoudigd CLV genoemd, is alleen de rookgasafvoer collectief. Elke woning haalt de verbrandingslucht apart uit de gevel. Die variant vraagt weinig ruimte en wordt daarom veel toegepast bij renovatie. Een shuntkanaal staat naast deze drie: dat is een gemetseld of geprefabriceerd kanaal op thermische trek waar open toestellen op horen, en dat is geen CLV.

UitvoeringHoe lucht en rookgas lopenWaar je hem tegenkomtAandachtspunt
Concentrisch CLVRookgas door de binnenbuis, verbrandingslucht door de ruimte daaromheenNieuwbouw en schachten met voldoende ruimteGrote buitendiameter, lastig in te passen in een bestaand kanaal
Parallel CLVTwee losse kanalen naast elkaar, één voor rookgas en één voor luchtBestaande bouw en schachten met een afwijkende vormUitmonding en inlaat moeten in hetzelfde drukgebied liggen
Half CLVCollectieve rookgasafvoer, verbrandingslucht per woning vanaf de gevelVeel toegepast bij renovatie van bestaande bouwVraagt een aparte geveldoorvoer per woning
Shuntkanaal, geen CLVGemetseld kanaal op thermische trek, per verdieping een invoerNaoorlogse gestapelde bouwNiet geschikt voor HR-ketels en niet voor overdruk

Onderdruk of overdruk: het verschil dat alles bepaalt

Een traditioneel CLV werkt op onderdruk. Warme rookgassen stijgen, waardoor er in de afvoerbuis een lagere druk ontstaat dan in het luchttoevoerkanaal. Zolang die onderdruk er is, kan er nooit rookgas terugstromen naar een ketel die uit staat. Sommige systemen houden die onderdruk in stand met een ventilator op het dak, waardoor de afvoerbuis dunner mag zijn en het systeem minder ruimte vraagt.

Een CLV kan ook op overdruk werken. Dan drukt de ventilator in elke individuele ketel de rookgassen het systeem in. Dat vraagt om een terugslagklep per ketel, want zonder die klep gaan de rookgassen van een draaiende ketel via een stilstaand toestel de woning van de buren in. Sommige ketels zijn standaard geschikt voor overdruk, andere kun je geschikt laten maken met een voor dat toestel goedgekeurde klep.

Het misgaan begint bijna altijd bij een verkeerde combinatie. Hangt er een toestel met een transportventilator aan een kanaal dat daar niet op berekend is, dan ontstaat er overdruk waar onderdruk hoort. Buren merken dat doordat hun ketel op de atmosfeerbeveiliging afslaat, en in het ergste geval merken ze het pas aan hoofdpijn en misselijkheid. Een woning die op onderdruk is gebouwd, kun je dus niet zomaar op een moderne HR-ketel overzetten.

Slaat de ketel van meerdere bewoners in dezelfde streng regelmatig af zonder duidelijke storing, behandel dat dan als een signaal over het hele systeem en niet als een defect per woning. Laat een gecertificeerd bedrijf de druk in het kanaal meten voordat er nog een ketel wordt vervangen.

De eisen aan een CLV-systeem en aan de ketels eraan

De eisen komen uit twee richtingen. Het Besluit bouwwerken leefomgeving stelt sinds 1 januari 2024 de bouwregels die voorheen in het Bouwbesluit stonden, met NEN 2757-1 voor nieuwbouw en NEN 8757 voor bestaande bouw als de normen waarmee je aantoont dat een afvoervoorziening geschikt is. Daarnaast schrijft de fabrikant van het CLV-systeem voor welke toestellen erop mogen en hoeveel.

Die tweede eis wordt in de praktijk het vaakst overtreden. Een CLV is doorgerekend op een bepaald aantal ketels met een bepaald vermogen; hangt er een zwaardere ketel aan of komen er woningen bij, dan klopt de berekening niet meer. Bij een collectief systeem raakt dat niet één woning maar de hele streng.

Sinds 1 april 2023 geldt bovendien het wettelijke stelsel voor werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties. Alleen bedrijven met een CO-vrijcertificaat mogen aan het toestel, de luchttoevoer en de rookgasafvoer werken, en zij mogen de installatie pas weer in bedrijf stellen als het geheel is gecontroleerd en veilig bevonden. Of een bedrijf gecertificeerd is, check je in het register gasverbrandingsinstallaties dat de Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw bijhoudt.

EisWat het inhoudtWie het regelt
Geschikt toestelAlleen ketels die de fabrikant heeft vrijgegeven voor dit type CLV mogen worden aangeslotenDe eigenaar, gecontroleerd door het installatiebedrijf
TerugslagbeveiligingBij overdruk een goedgekeurde terugslagklep per ketel, zodat rookgas niet terugstroomt in een toestel dat uit staatDe eigenaar bij plaatsing van de ketel
DimensioneringAantal aangesloten toestellen en totaal vermogen blijven binnen de berekening van het systeemDe VvE, op basis van een berekening van het installatiebedrijf
CondensafvoerHet systeem heeft een condensafvoer die bereikbaar is en niet verstopt zitDe VvE
StoringsbeveiligingValt een dakventilator uit, dan schakelen alle aangesloten ketels uitDe VvE en de eigenaren samen
Gecertificeerd werkWerk aan toestel, luchttoevoer en rookgasafvoer alleen door een bedrijf met CO-vrijcertificaatIedereen die opdracht geeft
Vrijgave na werkzaamhedenDe installatie mag pas weer aan als toestel en collectieve afvoer zijn gecontroleerd en veilig bevondenHet installatiebedrijf

Gecontroleerd op augustus 2026

Wie waarvoor verantwoordelijk is

De grens ligt bij de aansluiting. Het rookgasafvoersysteem zelf is gemeenschappelijk, dus de VvE laat het inspecteren, onderhouden en op termijn vervangen. De cv-ketel, de aansluitbuis van de ketel naar het collectieve kanaal en het onderhoud daarvan zijn van de individuele eigenaar. Wat in jouw complex precies gemeenschappelijk is, staat in de splitsingsakte en het modelreglement dat daarbij hoort.

Die verdeling wringt, want het onderdeel van de één bepaalt de veiligheid van de ander. Laat één bewoner het ketelonderhoud jaren zitten, dan komt er meer koolmonoxide in het rookgas van het gedeelde kanaal. Blijft de VvE achter met inspectie, dan kan een installateur bij een buurman de nieuwe ketel niet vrijgeven. Een meerjarenonderhoudsplan waarin het kanaal echt staat is daarom geen papieren exercitie.

Voor inspectie en onderhoud moet de monteur bij de ketels in de woningen kunnen. Artikel 5:132 van het Burgerlijk Wetboek verplicht bewoners om het bestuur en de door het bestuur aangewezen personen toegang te geven als dat voor de taak van het bestuur nodig is, en de modelreglementen bevatten een vergelijkbare bepaling. Moet een eigenaar door een ingreep van de VvE zijn ketel vervroegd afschrijven, dan hoort daar een vergoeding van de vereniging tegenover te staan.

Koop het jaarlijkse ketelonderhoud collectief in bij één gecertificeerd bedrijf. Dat levert korting op, de VvE weet dat alle toestellen daadwerkelijk zijn nagekeken en de monteur ziet het hele systeem in één ronde.

Inspectie van het CLV-systeem: wat er gebeurt en wat het kost

Een inspectie van een CLV begint met een camera door de leiding, vanaf de uitmonding op het dak. De inspecteur kijkt naar corrosie, scheuren, losgeschoten koppelingen, uitgedroogde afdichtingsringen en vuil, en noteert het merk en type van het systeem. Daarnaast wordt per woning gecontroleerd welk toestel eraan hangt, of de aansluiting klopt en of er een terugslagklep zit waar die hoort.

Over de frequentie bestaat geen wettelijke termijn. De Rijksoverheid adviseert de gasverbrandingsinstallatie minstens eens per twee jaar te laten controleren door een CO-vrij gecertificeerd bedrijf, en de handreiking voor VvE-besturen uit 2023 raadt jaarlijks onderhoud van de toestellen aan. Voor het collectieve kanaal is een inspectiecyclus van eens per twee jaar gangbaar, met een volledige camera-inspectie bij de eerste keer en na elke ingrijpende wijziging.

Het rapport is meer dan een papieren verplichting. Een installateur die bij één woning een ketel vervangt, mag de installatie pas in bedrijf stellen als ook het gedeelde deel veilig is bevonden, en kan daarvoor het inspectiebewijs van de VvE opvragen. Ligt dat klaar met een datum erop, dan hoeft hij het kanaal niet zelf te onderzoeken en blijft de rekening voor die bewoner lager.

WerkzaamheidWat je ervoor krijgtMarktprijs 2026
Camera-inspectie collectief kanaalBeeldopname van de streng en een rapport met bevindingen per woning± € 200 tot € 400 per aangesloten woning
Jaarlijks onderhoud cv-ketelControle en afstelling van het toestel, inclusief rookgasanalyse± € 100 tot € 150 per woning, lager bij collectieve inkoop
Afdichtingsring van een aansluiting vervangenNieuwe ring van hetzelfde type en fabricaat± € 100 tot € 200 per aansluiting
Individuele rookgasafvoerbuis vervangenNieuwe buis van de ketel tot het collectieve kanaal± € 1.500 tot € 2.500 los, minder als de ketel tegelijk wordt vervangen
Collectief systeem renoveren of vervangenVoering aanbrengen of de hele leiding vernieuwen± € 10.000 tot € 50.000 per gebouw
KoolmonoxidemelderMelder voor de ruimte waar het toestel staat€ 25 tot € 60 per stuk

Gecontroleerd op augustus 2026, marktprijzen exclusief onvoorzien herstelwerk

Onderhoud van het CLV-systeem en de plek in het MJOP

Onderhoud aan een CLV is grotendeels controleren en kleine dingen vervangen: afdichtingsringen die zijn uitgedroogd, een condensafvoer die dichtslibt, een dakventilator die aan een beurt toe is en de uitmonding op het dak die vrij moet blijven. Het echte werk zit in het tijdig zien aankomen van corrosie, want doorgeroeste dunwandige buizen laten rookgas los in de schacht.

De Rijksoverheid houdt aan dat een rookgasafvoer ongeveer even lang meegaat als een cv-ketel, zo'n vijftien jaar, en adviseert de individuele afvoerbuis mee te vervangen met de ketel. Voor de collectieve leiding is de praktijkhorizon langer, maar zonder inspectie weet niemand waar hij staat. In veel plannen ontbreekt het kanaal nog helemaal, terwijl de post makkelijk in de tienduizenden euro's loopt.

Daar komt de financiering bij kijken. Een VvE is verplicht te reserveren voor onderhoud en vervanging: op basis van een goedgekeurd meerjarenonderhoudsplan, of anders minimaal 0,5 procent van de herbouwwaarde per jaar. Wat die verplichting precies inhoudt, staat in de uitleg over de betekenis van het MJOP. Voeg het rookgasafvoersysteem toe als eigen element, met een cyclus voor inspectie en een jaar en bedrag voor vervanging.

Renoveren, vervangen of van het gas af

Is het systeem aangetast, dan zijn er drie routes. De leiding kan van binnen worden voorzien van een voering die vanaf het dak wordt ingebracht, waarbij per woning wel een nieuwe aansluiting nodig is. De collectieve leiding kan worden vervangen door een nieuwe starre of flexibele leiding. Of er komen individuele afvoeren in de bestaande schacht, met een eigen uitmonding op dak of gevel per woning.

Is er binnen geen ruimte, dan kan een CLV ook buiten aan de gevel worden gezet. Dat maakt gefaseerd overstappen mogelijk: nieuwe HR-ketels gaan op het nieuwe systeem, bestaande toestellen blijven zolang op het oude. Bij zo'n ingreep hoort een vergadering vooraf, want de kosten drukken op alle leden en sommige bewoners moeten hun ketel eerder vervangen dan gepland.

Verandert er iets aan het gebouw, reken het kanaal dan opnieuw door. Bij het optoppen van een complex met een extra bouwlaag verandert de hoogte van de leiding en meestal ook het aantal aangesloten toestellen, en dan klopt de oorspronkelijke dimensionering niet meer. Gaat het complex juist van het gas af, dan vervalt de rookgasafvoer en komt de schacht vrij voor de leidingen van een collectief warmtesysteem. Bewoners houden dan wel ventilatie nodig, en dat is een apart systeem: hoe dat zit lees je bij ventilatie met warmteterugwinning. Verschuift het gebouw naar elektrische verwarming, dan komt er ook sturing van piekbelasting bij kijken, waarvoor een energiemanagementsysteem in beeld komt.

Koolmonoxide: waar je op let en wat je doet

De reden dat een CLV zoveel aandacht krijgt, is koolmonoxide. Het gas is kleurloos en reukloos en blokkeert de opname van zuurstof in het bloed. De klachten lijken op griep: hoofdpijn, misselijkheid, duizeligheid en vermoeidheid, en juist daardoor wordt de oorzaak laat herkend. In de handreiking van de Rijksoverheid uit 2023 staat dat in Nederland jaarlijks ongeveer 200 gewonden en ongeveer 10 sterfgevallen worden geregistreerd door koolmonoxidevergiftiging.

Bij een collectief systeem is het risico gedeeld. Lekt de binnenbuis, dan komt rookgas in de luchttoevoer terecht en zuigen alle aangesloten ketels dat weer aan. Een aanwijzing daarvoor is een toestel dat lijkt te verstikken en afslaat, of een rookgasanalyse tijdens onderhoud die een verhoogde waarde laat zien. Klachten die verdwijnen zodra je het huis uit bent en terugkomen als je thuis bent, horen ook in die categorie.

Een koolmonoxidemelder is in een bestaande woning niet wettelijk verplicht, anders dan de rookmelder die sinds 1 juli 2022 in elke woonlaag moet hangen. De Rijksoverheid adviseert een CO-melder wel, en in een appartement met een gedeelde rookgasafvoer is dat een kleine uitgave naast een gedeeld risico. Gaat de melder af, zet dan ramen en deuren open, schakel het toestel uit, ga naar buiten en bel bij klachten 112.

Hang de melder op ademhoogte in de ruimte waar de ketel staat, niet tegen het plafond. Meld een afgegane melder ook bij het bestuur van je VvE: bij een collectief kanaal is de kans groot dat de buren hetzelfde probleem hebben zonder het te merken.

Zo brengt een VvE het CLV-systeem op orde

Van niet weten wat er in de schacht zit naar een systeem met een rapport, een cyclus en geld in het fonds.

  1. Zoek uit welk systeem er hangt

    Haal de bouwtekeningen bij de splitsingsakte erbij en kijk of er sprake is van een collectief kanaal, een CLV of individuele afvoeren. Noteer het bouwjaar, het materiaal en welke toestellen er nu aan hangen. Zonder dat beeld is elke offerte een gok. Reken op enkele weken als de stukken bij de beheerder of het kadaster opgevraagd moeten worden.

  2. Laat een gecertificeerd bedrijf inspecteren

    Vraag twee of drie offertes voor een camera-inspectie met rapport bij bedrijven die in het register gasverbrandingsinstallaties staan. Vraag om een rapport dat per woning aangeeft wat er is aangetroffen en welke toestellen op dit systeem zijn toegestaan. Zo'n ronde kost in 2026 in de markt ongeveer 200 tot 400 euro per aangesloten woning en levert het bewijs op dat individuele installateurs later opvragen.

  3. Verhelp de acute punten eerst

    Komt er een toestel uit dat niet op het systeem hoort, een doorgeroeste buis of een ontbrekende terugslagklep, laat dat dan direct herstellen. Dit is geen post voor over drie vergaderingen: bij een collectief kanaal loopt de rest van de streng hetzelfde risico. Tijdelijk afkoppelen van een toestel mag als de veiligheid dat vraagt, en het bestuur kan zich daarbij beroepen op de toegangsplicht uit artikel 5:132 van het Burgerlijk Wetboek.

  4. Bespreek de uitkomst op de ledenvergadering

    Zet het rapport op de agenda van de eerstvolgende algemene ledenvergadering, met de bevindingen, de acute maatregelen en de kostenraming. Leg uit welke ketels er op dit systeem zijn toegestaan, zodat niemand straks los een toestel bestelt dat er niet op mag. Besluiten over grotere ingrepen vragen een meerderheid volgens het reglement, dus de voorbereiding bepaalt hier de snelheid.

  5. Kies een route voor de lange termijn

    Laat een adviseur of gecertificeerd bedrijf twee of drie varianten uitwerken: voering aanbrengen, de leiding vervangen, of overstappen naar individuele afvoeren of een collectieve warmtebron. Weeg per variant de investering af tegen de jaren die hij oplevert, en houd rekening met de resterende exploitatieduur van het complex. Reken ook door wat het betekent voor eigenaren die hun ketel eerder moeten vervangen.

  6. Zet het kanaal in het MJOP en reserveer

    Voeg het rookgasafvoersysteem toe als eigen element in het meerjarenonderhoudsplan, met de inspectiecyclus, het verwachte vervangingsjaar en het bedrag. Daarmee stijgt de vereiste jaarreservering en dus meestal ook de maandbijdrage. Dat is beter dan de eenmalige bijdrage die anders na de eerste tegenvaller op tafel moet komen.

  7. Leg de onderhoudscyclus vast en houd hem aan

    Spreek af hoe vaak het kanaal wordt geïnspecteerd, wie het rapport bewaart en hoe eigenaren dat opvragen bij ketelvervanging. Overweeg het jaarlijkse ketelonderhoud collectief in te kopen, zodat de VvE weet dat alle toestellen zijn nagekeken. Herhaal de camera-inspectie na elke ingrijpende wijziging aan het gebouw of aan het aantal aangesloten woningen.

Checklist voor bestuur en eigenaar

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Twintig appartementen: wat een inspectieronde kost

Stel, een VvE met 20 appartementen op één streng laat het CLV in 2026 inspecteren. Het bedrijf rekent 250 euro per aangesloten woning voor een camera-inspectie met rapport: 20 keer 250 euro is 5.000 euro. Uit de opname komen vier aansluitingen met een uitgedroogde afdichtingsring, herstel 150 euro per stuk, samen 600 euro.

De ronde kost dan 5.600 euro. Bij gelijke breukdelen is dat 280 euro per appartement, betaald uit het onderhoudsfonds. Herhaalt de VvE dit elke twee jaar, dan is de structurele post in het plan 2.800 euro per jaar: 140 euro per appartement per jaar, ongeveer 12 euro per maand.

Daar staat tegenover dat elke eigenaar bij een ketelvervanging het inspectiebewijs kan overleggen. Zonder dat bewijs onderzoekt de installateur het gedeelde kanaal zelf, en die kosten komen dan voor rekening van één woning in plaats van uit het gezamenlijke fonds.

Rekenvoorbeeld

Vierentwintig woningen: renoveren tegenover vervangen

Stel, een complex van 24 appartementen heeft twee strengen van elk 12 woningen en de inspectie laat corrosie zien. Variant één is een voering aanbrengen vanaf het dak, met een nieuwe aansluiting per woning: op prijspeil 2026 1.200 euro per woning, samen 28.800 euro. Variant twee is de complete leiding vervangen voor 45.000 euro, oftewel 1.875 euro per appartement.

De voering is 16.200 euro goedkoper, maar geeft het systeem stel 15 jaar extra en de vervanging 30 jaar. Per jaar levensduur kost de voering 1.920 euro en de vervanging 1.500 euro. Over dertig jaar gerekend komt de voering twee keer terug en eindig je op 57.600 euro tegenover 45.000 euro.

Voor de reservering betekent de vervanging 1.500 euro per jaar voor de hele VvE: 62,50 euro per appartement per jaar, ruim 5 euro per maand. Staat er echter een sloop- of transformatiebesluit aan te komen, dan draait de rekensom om en is de goedkopere ingreep die het gebouw uitzit de verstandigere.

Rekenvoorbeeld

Eén eigenaar vervangt zijn ketel zonder inspectiebewijs

Stel, je ketel begeeft het in 2026. Het gecertificeerde bedrijf plaatst een nieuwe HR-ketel voor 2.200 euro en vervangt de individuele afvoerbuis naar het collectieve kanaal voor 350 euro. Voordat de installatie in bedrijf mag, moet ook de gedeelde luchttoevoer en rookgasafvoer gecontroleerd en veilig bevonden zijn.

Heeft de VvE geen geldig rapport, dan volgt een losse inspectie van de streng voor 400 euro, en het bedrijf plant die pas in de week erna. Totale rekening 2.950 euro, plus een week zonder verwarming en warm water. Met een actueel inspectiebewijs van de VvE was het 2.550 euro geweest en had de ketel dezelfde dag gedraaid.

Blijkt uit die inspectie dat het systeem geen toestel met transportventilator verdraagt, dan mag de nieuwe ketel er niet op. Dan wacht je op een besluit van de vergadering over aanpassing van het kanaal, en dat kost al snel maanden in plaats van dagen.

Veelgemaakte fouten

Denken dat het kanaal van de installateur of van de ketelfabrikant is

Het collectieve rookgasafvoersysteem is gemeenschappelijk eigendom, dus de VvE is aan zet voor inspectie, onderhoud en vervanging. Verenigingen die dat bij de individuele installateurs laten liggen, komen erachter op het moment dat een bewoner zijn ketel niet in bedrijf gesteld krijgt. Het herstel dat dan met spoed moet gebeuren, is duurder dan dezelfde ingreep in een gepland traject.

Een HR-ketel hangen aan een systeem dat daar niet op is berekend

Een HR-ketel heeft een ventilator die de rookgassen wegdrukt en levert condens. Op een gemetseld kanaal op thermische trek hoort zo'n toestel niet, en op een onderdruk-CLV alleen met een goedgekeurde terugslagklep. Gaat het toch mis, dan blaast de ketel rookgas de woning van de buren in en moet het toestel worden afgekoppeld, met de kosten van een tweede vervanging tot gevolg.

Het rookgasafvoersysteem ontbreekt in het meerjarenonderhoudsplan

In veel plannen staan dak, gevel en kozijnen wel en het kanaal niet. Daardoor is er geen reservering voor een post die bij vervanging in 2026 tussen de 10.000 en 50.000 euro per gebouw ligt, met uitschieters daarboven bij grote complexen. De vereniging moet dat bedrag dan alsnog ophalen via een eenmalige bijdrage of een lening, precies op het moment dat het niet uitkomt.

De ketel vervangen en de oude afvoerbuis laten zitten

Een afvoerbuis gaat ongeveer even lang mee als de ketel, zo'n vijftien jaar, en corrosie begint aan de binnenkant waar je niets ziet. Wie bij vervanging de oude buis handhaaft, betaalt vaak binnen een paar jaar alsnog voor het vervangen ervan, inclusief een tweede keer voorrijden en demonteren. Bij een concentrisch systeem is een lekkage bovendien pas zichtbaar in een rookgasanalyse.

De koolmonoxidemelder zien als vervanging van inspectie

Een melder van 25 tot 60 euro in 2026 is een goede laatste waarschuwing, maar hij meet pas als er al koolmonoxide in de woning hangt. Hij zegt niets over de staat van de leiding, de dimensionering of de aansluiting van je buren. De melder is een aanvulling op periodieke controle door een gecertificeerd bedrijf, niet het alternatief ervoor.

Een bewoner die de monteur niet binnenlaat

Bij een collectief systeem kan één gesloten deur de vrijgave van de hele streng blokkeren, want de installatie wordt als geheel beoordeeld. Artikel 5:132 van het Burgerlijk Wetboek verplicht bewoners toegang te geven als dat voor de taak van het bestuur nodig is. Toch loopt zo'n traject vaak maanden vertraging op, en in die maanden zitten alle aangesloten woningen zonder actueel bewijs dat het kanaal veilig is.

Veelgestelde vragen

Wat is een CLV-systeem?

Een CLV-systeem is een gecombineerd leidingsysteem voor luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer waarop meerdere cv-ketels tegelijk zijn aangesloten. Het voert de rookgassen van al die toestellen naar het dak af en haalt tegelijk verse verbrandingslucht van buiten naar de ketels. Je vindt het vooral in gestapelde bouw, omdat één gedeelde leiding veel minder schachtruimte kost dan een eigen kanaal per woning.

Wat betekent de afkorting CLV precies?

CLV staat voor combinatie luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer. De naam beschrijft dus letterlijk wat het systeem doet: twee stromen door één voorziening. In de praktijk hoor je ook de omschrijving collectieve rookgasafvoer, maar dat is ruimer, want daaronder valt bijvoorbeeld ook een gemetseld shuntkanaal waar open toestellen op zijn aangesloten en dat geen luchttoevoer verzorgt.

Hoe weet ik of mijn appartement op een CLV-systeem zit?

Kijk eerst naar het dak: bij een collectief systeem zie je één uitmonding voor alle woningen in de streng, bij individuele afvoeren heeft elke woning een eigen pijp. Binnen is een collectief kanaal op elke verdieping ongeveer even breed. Aan de ketel herken je het aan een gesloten toestel met een concentrische aansluiting of twee buizen. De bouwtekening bij de splitsingsakte geeft uitsluitsel, en anders het inspectierapport van de VvE.

Hoe vaak is inspectie van een CLV-systeem nodig?

Er staat geen vaste termijn in de wet. De Rijksoverheid adviseert de gasverbrandingsinstallatie minstens eens per twee jaar te laten controleren door een CO-vrij gecertificeerd bedrijf, en voor de toestellen zelf is jaarlijks onderhoud gebruikelijk. Voor het collectieve kanaal is een cyclus van eens per twee jaar gangbaar, met een volledige camera-inspectie bij de eerste ronde en na elke wijziging aan het gebouw of het aantal aansluitingen.

Wie betaalt de inspectie en het onderhoud van het CLV-systeem?

De VvE betaalt alles wat gemeenschappelijk is: het kanaal zelf, de dakventilator, de uitmonding en de condensafvoer. De individuele eigenaar betaalt zijn cv-ketel, het onderhoud daarvan en de aansluitbuis van de ketel naar het gedeelde kanaal. Waar de grens exact ligt, staat in de splitsingsakte en het bijbehorende modelreglement; die tekst gaat voor op wat gebruikelijk is.

Welke eisen gelden er voor een CLV-systeem?

Het systeem moet voldoen aan de bouwregels uit het Besluit bouwwerken leefomgeving, met NEN 2757-1 voor nieuwbouw en NEN 8757 voor bestaande bouw als bepalingsmethode. Daarnaast gelden de voorschriften van de fabrikant: welke toestellen zijn vrijgegeven, hoeveel er maximaal op mogen en welk vermogen het systeem aankan. Bij overdruk hoort per ketel een goedgekeurde terugslagklep, en het systeem heeft een bereikbare condensafvoer nodig.

Mag ik zelf kiezen welke cv-ketel ik op het CLV aansluit?

Alleen binnen de lijst die bij het systeem hoort. De fabrikant van het CLV geeft aan welke toestellen erop mogen, en die keuze is bindend voor alle woningen in de streng. Een gecertificeerd installatiebedrijf mag jouw nieuwe ketel pas in bedrijf stellen als het geheel, inclusief de gedeelde luchttoevoer en rookgasafvoer, is gecontroleerd en veilig bevonden. Vraag daarom eerst bij het bestuur op wat er is toegestaan.

Wat kost het onderhoud van een CLV-systeem per jaar?

Reken in 2026 op ongeveer 200 tot 400 euro per aangesloten woning voor een camera-inspectie met rapport. Bij een cyclus van eens per twee jaar komt dat neer op grofweg 100 tot 200 euro per woning per jaar uit het onderhoudsfonds. Daarnaast betaalt elke eigenaar zelf het jaarlijkse ketelonderhoud, in de markt zo'n 100 tot 150 euro, waarop collectieve inkoop meestal korting oplevert.

Kan een warmtepomp op een CLV-systeem worden aangesloten?

Nee. Een warmtepomp verbrandt niets en heeft dus geen rookgasafvoer nodig. Stapt een woning over op een warmtepomp, dan vervalt de aansluiting op het CLV, terwijl de rest van de streng het systeem blijft gebruiken. Dat heeft gevolgen voor de berekening van het kanaal: minder aangesloten toestellen betekent minder trek, dus laat een gecertificeerd bedrijf doorrekenen wat er overblijft voordat de eerste ketel verdwijnt.

Wat gebeurt er met het CLV als het complex van het gas af gaat?

De rookgasafvoer vervalt en de schacht komt vrij. Die ruimte is vaak goed te gebruiken voor de aanvoer- en afvoerleidingen van een collectief warmtesysteem, omdat de schacht meestal grenst aan de ruimte waar nu de ketels staan. De ventilatie van de woningen blijft daarnaast gewoon nodig, want die staat los van de verbrandingslucht die het CLV aanvoerde.

Is een koolmonoxidemelder verplicht in een appartement?

Nee, voor bestaande woningen bestaat geen wettelijke plicht voor een koolmonoxidemelder. Rookmelders zijn dat sinds 1 juli 2022 wel, op elke woonlaag. De Rijksoverheid adviseert wel om een CO-melder op te hangen in de ruimte waar een gastoestel staat, op ademhoogte in plaats van tegen het plafond. Bij een gedeelde rookgasafvoer betaal je daar 25 tot 60 euro voor tegen een risico dat je met de buren deelt.

Kan de VvE subsidie krijgen voor werk aan de rookgasafvoer?

Voor een veiligheidsinspectie of het vervangen van een rookgasafvoer bestaat geen aparte rijkssubsidie. De SVVE vergoedt in 2026 wel 75 procent van de factuur voor verduurzamingsonderzoek en -advies, met maxima per gebouw, en die regeling loopt tot en met 31 december 2030. Gaat de vereniging van het gas af of komt er een collectieve warmtebron, dan kan het traject rond het kanaal daar onderdeel van zijn. Voor de financiering zelf zijn er leningen voor VvE's bij onder meer het Nationaal Warmtefonds.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Voor de techniek is er geen keuze: werk aan het toestel, de luchttoevoer en de rookgasafvoer mag sinds 1 april 2023 alleen door een bedrijf met een CO-vrijcertificaat, te controleren in het register gasverbrandingsinstallaties. Een camera-inspectie met rapport ligt in 2026 rond de 200 tot 400 euro per aangesloten woning. Gaat het om een vervangingsplan met varianten en kostenramingen, dan kost een onafhankelijk adviesrapport in de markt al snel enkele duizenden euro's, afhankelijk van de omvang van het complex.

Een VvE-beheerder of bouwkundig adviseur is zijn geld waard zodra de uitkomst raakt aan het meerjarenonderhoudsplan en de hoogte van de maandbijdrage, want daar hangt de besluitvorming aan. Bij een conflict met een eigenaar die toegang weigert of een niet-toegestaan toestel liet plaatsen, is een jurist met kennis van appartementsrecht de aangewezen route; het bestuur staat dan sterker dan het vaak denkt. Wat er in jouw vereniging van eigenaars aan besluitvorming nodig is, hangt af van het reglement dat bij de splitsingsakte hoort. Bij twijfel over de veiligheid van de installatie is de volgorde omgekeerd: eerst het gecertificeerde bedrijf, daarna het overleg.

Bronnen en controle

  1. De veiligheid van collectieve rookgasafvoeren in woongebouwen, handreiking voor vve-besturen en beheerders Rijksoverheid, Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties geraadpleegd 22 augustus 2026
  2. Werkzaamheden aan gasverbrandingsinstallaties Toelatingsorganisatie Kwaliteitsborging Bouw geraadpleegd 22 augustus 2026
  3. Hoe voorkom ik koolmonoxidevergiftiging in mijn huis? Rijksoverheid geraadpleegd 22 augustus 2026
  4. Koolmonoxide: wetten en regels RIVM geraadpleegd 22 augustus 2026
  5. SVVE: subsidie voor verduurzamingsonderzoek en -advies Rijksdienst voor Ondernemend Nederland geraadpleegd 22 augustus 2026

Verder lezen over dit onderwerp

dehuisgids.nl VVE Optoppen
VvE

Optoppen