Hypotheekrenteaftrek aanvragen: per maand of na afloop van het jaar
Je vraagt de hypotheekrenteaftrek aan bij de Belastingdienst, niet bij je bank of je adviseur. Er zijn twee routes: een voorlopige aanslag, waarmee je het voordeel elke maand rond de vijftiende op je rekening krijgt, of de gewone aangifte, waarna je het hele bedrag in één keer ontvangt. Aanvragen kan het hele jaar door via Mijn Belastingdienst met je DigiD, en je hebt er je geschatte inkomen, je hypotheekrente en je WOZ-waarde voor nodig. Je krijgt de rente terug tegen je belastingtarief, in 2026 maximaal 37,56 procent, en dan pas nadat het eigenwoningforfait van je aftrek af is gegaan.
- 37,56% 2026 maximaal tarief waartegen je de hypotheekrente aftrekt
- de 15e elke maand vaste betaaldag van de maandelijkse teruggaaf
- 8 weken 2026 tussen je aanvraag en de eerste uitbetaling
- 1 mei van het jaar erna uiterste datum om een voorlopige aanslag aan te vragen of te wijzigen
- 5 jaar wettelijk hoever je terug kunt om vergeten aftrek alsnog te claimen
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat de hypotheekrenteaftrek is en hoeveel je terugkrijgt
Hypotheekrenteaftrek betekent dat je de rente die je over je hypotheek betaalt mag aftrekken van je inkomen in box 1. Je betaalt daardoor belasting over een lager inkomen en het verschil krijg je terug. Wat je terugziet is dus niet de rente zelf maar je belastingtarief maal die rente, en dat tarief is in 2026 afgetopt op 37,56 procent.
Voordat dat tarief eroverheen gaat, gaat het eigenwoningforfait van je rente af. Dat forfait is de bijtelling voor het woongenot van je eigen huis: 0,35 procent van de WOZ-waarde in 2026 voor woningen tot 1.350.000 euro. Alleen het saldo van rente min forfait is je aftrekpost. Welke leningen recht op aftrek geven, hoe lang die aftrek loopt en welke kosten er nog meer onder vallen, staat op de pagina over de hypotheekrenteaftrek.
Hoeveel hypotheekrenteaftrek je krijgt, hangt daarmee aan drie getallen: de rente die je dit jaar betaalt, je WOZ-waarde en de schijf waarin je inkomen valt. Verdien je meer dan 78.426 euro, dan betaal je over dat deel 49,50 procent belasting maar krijg je over je rente toch niet meer dan 37,56 procent terug. Wie de AOW-leeftijd heeft bereikt en in de eerste schijf blijft, trekt af tegen 17,85 procent.
Aanvragen doe je bij de Belastingdienst zelf. Je bank stuurt jaarlijks een overzicht van de betaalde rente en levert die gegevens ook aan, maar het initiatief ligt bij jou: zonder aanvraag of aangifte komt er niets binnen.
| Belastbaar inkomen in box 1 | Tarief inkomstenbelasting | Tarief waartegen je de rente aftrekt |
|---|---|---|
| Tot € 38.883 | 35,75% | 35,75% |
| € 38.883 tot € 78.426 | 37,56% | 37,56% |
| Vanaf € 78.426 | 49,50% | 37,56% |
| AOW-leeftijd bereikt, tot € 38.883 | 17,85% | 17,85% |
Gecontroleerd op 2026
Maandelijks of na afloop van het jaar: twee routes
Wie de hypotheekrenteaftrek maandelijks wil aanvragen, kiest de eerste route: de voorlopige aanslag, in de wandelgangen de voorlopige teruggaaf. Je geeft vooraf op wat je dit jaar aan rente verwacht te betalen, en de Belastingdienst betaalt het geschatte voordeel in maandelijkse termijnen uit. Na afloop van het jaar doe je gewoon aangifte en wordt het geschatte bedrag verrekend met wat je werkelijk had moeten krijgen.
De tweede route is wachten op de aangifte. Je vult de rente en de WOZ-waarde in bij je aangifte over het afgelopen jaar en krijgt het hele bedrag in één keer. Dat is minder werk en er valt niets terug te betalen, maar je schiet je eigen belastingvoordeel gemiddeld een jaar voor.
Voor wie net gekocht heeft, weegt dat verschil zwaar. De maandlast begint direct en het voordeel komt pas veel later, terwijl juist in de eerste jaren het rentedeel van de maandlast het grootst is. Hoe die maandelijkse route in de praktijk uitpakt en wat je per maand overhoudt, staat bij de maandelijkse uitbetaling van de hypotheekrenteaftrek.
Je hoeft niet te kiezen voor de rest van je leven. Een voorlopige aanslag kun je elk jaar aanvragen, wijzigen of stopzetten, en de definitieve afrekening loopt altijd via de aangifte.
| Voorlopige aanslag | Alleen aangifte | |
|---|---|---|
| Wanneer je het geld krijgt | Elke maand rond de 15e | In één keer na de definitieve aanslag |
| Waarop het bedrag is gebaseerd | Jouw eigen schatting vooraf | De werkelijke cijfers achteraf |
| Wat je zelf moet bijhouden | Wijzigingen in rente, inkomen en WOZ | Niets tussentijds |
| Risico op terugbetalen | Ja, als je te hoog hebt geschat | Nee |
| Aangifte daarna nog nodig | Ja, altijd | Ja |
Gecontroleerd op 2026
Twijfel je over je schatting, geef dan bewust iets minder rente op dan je verwacht te betalen. Je krijgt dan per maand wat minder en de rest komt na de aangifte alsnog, in plaats van dat je moet terugbetalen.
Welke gegevens je bij de hand moet hebben
De aanvraag zelf kost een kwartier, mits je de vier getallen paraat hebt die het formulier vraagt. Je hebt je DigiD nodig om in te loggen en te ondertekenen, plus je burgerservicenummer en het rekeningnummer waarop de teruggaaf binnenkomt. Dat rekeningnummer moet op jouw naam staan.
Het eerste getal is je geschatte bruto jaarinkomen, inclusief vakantiegeld en een eventuele bonus. Het tweede is de hypotheekrente die je dit kalenderjaar betaalt. Bij een annuïteitenhypotheek staat op je jaaroverzicht alleen wat je vorig jaar betaalde; dit jaar is dat iets minder, omdat het rentedeel elk jaar daalt. Het derde getal is de WOZ-waarde uit de beschikking die je gemeente rond februari stuurt. Controleer die waarde met de WOZ-check voordat je hem invult, want een te hoge waarde verlaagt je aftrek en verhoogt tegelijk je gemeentelijke aanslagen. Wat de bijtelling bij jouw waarde precies wordt, reken je na met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait.
Heb je dit jaar gekocht of overgesloten, dan komen daar de eenmalige financieringskosten bij. Die mogen in één keer van je inkomen af en leveren in dat eerste jaar vaak meer op dan de rente zelf. Welke posten van de notarisnota en de adviesnota meetellen, staat bij de aftrekbare kosten bij de aankoop van een woning. De overdrachtsbelasting hoort daar niet bij; hoeveel je die kostte, zie je in de rekenhulp voor de overdrachtsbelasting.
Heb je een fiscale partner, dan vul je de woninggegevens één keer in en verdelen jullie het saldo. Elke verdeling mag, zolang de percentages samen op honderd uitkomen. Bij een groot verschil in inkomen levert het meestal het meeste op om de aftrek zoveel mogelijk toe te delen aan degene met het hoogste tarief.
Wanneer je de hypotheekrenteaftrek kunt aanvragen en tot wanneer dat kan
Het formulier voor een nieuw belastingjaar komt in december van het jaar ervoor beschikbaar, dus voor 2026 kon je al in december 2025 aanvragen. Reken daarna op ongeveer acht weken tot de eerste betaling op je rekening staat. Daarna kan het het hele jaar door: vraag je halverwege het jaar aan, dan wordt het jaarvoordeel over de resterende maanden verdeeld, zodat je maandbedrag hoger uitvalt.
De uiterste datum ligt op 1 mei van het jaar dat volgt op het belastingjaar. Heb je uitstel voor je aangifte, dan schuift die grens mee naar je uitsteldatum. Er is één harde beperking: zodra je aangifte over dat jaar hebt gedaan, kun je er geen voorlopige aanslag meer voor aanvragen of wijzigen. De aangifte is dan de plek waar je alles regelt.
Stopzetten is aan een eigen datum gebonden. Een lopende maandelijkse teruggaaf kun je tot 1 oktober van datzelfde jaar laten beëindigen, en alleen als je geld terugkrijgt; moet je juist betalen, dan wijzig je de aanslag in plaats van hem te stoppen. Het stopzetten werkt bij aftrekposten terug tot 1 januari, dus alles wat je dat jaar al hebt ontvangen betaal je terug. Dat gebeurt via een aparte brief, los van je aangifte.
Voor de aangifte zelf gelden andere data. De aangifte over 2025 moest binnen zijn vóór de datum in je aangiftebrief, meestal 1 mei 2026. Wie vóór 1 april aangifte doet, hoort meestal vóór 1 juli wat hij terugkrijgt.
| Wat je wilt doen | Vanaf wanneer | Tot wanneer |
|---|---|---|
| Voorlopige aanslag aanvragen voor het lopende jaar | December van het jaar ervoor | 1 mei van het jaar erna, of je uitsteldatum |
| Een lopende voorlopige aanslag wijzigen | Zodra er iets verandert | 1 mei van het jaar erna, en niet meer na je aangifte |
| De maandelijkse uitbetaling stopzetten | Zodra je de aanslag hebt ontvangen | 1 oktober van het lopende jaar |
| Aangifte doen over het afgelopen jaar | 1 maart | 1 mei, of je uitsteldatum |
| Een oude aangifte alsnog corrigeren | Altijd | Vijf jaar na afloop van dat belastingjaar |
Gecontroleerd op 2026
Wie eerst aangifte doet en daarna bedenkt dat hij ook een voorlopige aanslag wilde, is voor dat jaar te laat. De volgorde is niet terug te draaien, dus regel de voorlopige aanslag voordat je de aangifte verstuurt.
Wat er na je aanvraag gebeurt en wanneer het geld komt
Na het verzenden krijg je een ontvangstbevestiging in Mijn Belastingdienst. Het bericht met de vastgestelde aanslag volgt doorgaans binnen vier weken en in drukke periodes binnen acht. De eerste betaling staat ongeveer acht weken na je aanvraag op je rekening, dus reken er niet op dat het geld er de maand erna al is.
Daarna gaat het vast: elke maand rond de vijftiende. Valt de vijftiende in het weekend of op een feestdag, dan betaalt de Belastingdienst op de eerstvolgende werkdag. Het jaarbedrag wordt verdeeld over de maanden die op het moment van vaststelling nog resteren, dus wie in maart aanvraagt krijgt hogere termijnen dan wie in december aanvroeg.
Soms krijg je het bedrag niet in termijnen. Komt het maandbedrag onder de 50 euro uit, dan betaalt de Belastingdienst het hele bedrag in één keer, meestal binnen een week. Hetzelfde gebeurt als er nog minder dan twee termijnen in het kalenderjaar over zijn of als de aanslag pas na afloop van het jaar wordt vastgesteld. Heb je zelf nog een openstaande belastingschuld, dan wordt de teruggaaf daar eerst mee verrekend.
Loopt je aanslag eenmaal, dan hoef je hem niet elk jaar opnieuw aan te vragen. De Belastingdienst zet hem automatisch door naar het volgende jaar en laat in de tweede helft van december weten wat je maandbedrag wordt. Dat automatisch doorzetten is prettig en tegelijk de reden dat er fouten insluipen: het nieuwe bedrag is gebaseerd op je oude opgave.
Zet de brief van eind december apart en leg hem naast je jaaroverzicht van de hypotheek. Vijf minuten vergelijken voorkomt dat je een jaar lang een bedrag ontvangt dat op verouderde cijfers rust.
De aanvraag bijstellen als er iets verandert
Een voorlopige aanslag is een schatting van jouw hand, en die schatting veroudert. Verandert er iets aan je inkomen, je hypotheek of je woning, dan pas je de aanslag zelf aan in Mijn Belastingdienst. Het formulier is hetzelfde als bij de aanvraag; je overschrijft de oude bedragen en tekent opnieuw met DigiD.
De aanleidingen die de Belastingdienst zelf noemt, zijn goed te herkennen. Je koopt of verkoopt een huis, je hypotheekrente verandert door aflossen, oversluiten of het einde van een rentevaste periode, je gaat meer of minder verdienen, je krijgt pensioen of lijfrente, je trouwt of gaat uit elkaar, of je krijgt er andere aftrekposten bij. Ook een nieuwe WOZ-beschikking met een hogere waarde is reden om te kijken of het maandbedrag nog klopt, want een hoger forfait verlaagt je aftrek.
Financier je een verbouwing mee, dan is de rente over die lening aftrekbaar zolang je het depot voor de verbouwing gebruikt, maximaal twee jaar en alleen als je annuïtair of lineair aflost. De eerste zes maanden trek je de betaalde rente volledig af, daarna verreken je hem met de rente die je over het depot ontvangt. De subsidie die je als particulier aanvraagt voor isolatie of een warmtepomp staat daar los van en verlaagt alleen het bedrag dat je hoeft te lenen, net als de kosten voor een zwaardere 3 fase aansluiting die bij zo'n installatie hoort.
Verkoop je je huis, dan stopt het recht op aftrek op de dag van overdracht bij de notaris. De Belastingdienst krijgt dat niet vanzelf door, dus zet je de maandelijkse teruggaaf zelf stop of pas je hem aan naar het deel van het jaar dat je nog eigenaar was. Bij een verkoop hoort ook het aanvragen van een energielabel, maar dat is een verplichting richting de koper en heeft met je aftrek niets te maken.
Blijft de maandelijkse teruggaaf doorlopen terwijl je er geen recht meer op hebt, dan komt het te veel ontvangen bedrag na de definitieve aanslag in één keer terug. Wordt die aanslag pas laat vastgesteld, dan kan er belastingrente bovenop komen.
Hypotheekrenteaftrek aanvragen over eerdere jaren
Ben je de aftrek in een eerder jaar vergeten, of vulde je alleen de rente in en niet de eenmalige financieringskosten uit het aankoopjaar, dan is dat te herstellen. Je kunt tot vijf jaar na afloop van een belastingjaar alsnog aangifte doen of een ingediende aangifte wijzigen. In 2026 gaat dat over de jaren 2021 tot en met 2025.
Een voorlopige aanslag aanvragen over een afgesloten jaar kan niet meer. Wie de hypotheekrenteaftrek over 2023 of 2024 alsnog wil claimen, doet dat dus niet via een voorlopige aanslag maar via de aangifte over dat jaar. In Mijn Belastingdienst kies je het betreffende jaar, opent de eerder verzonden aangifte en verstuurt hem opnieuw met de correcte gegevens. De teruggaaf komt daarna in één keer binnen.
Reken wel met het tarief van dat jaar en niet met dat van nu. Het maximale aftrektarief is tussen 2019 en 2023 stapsgewijs afgebouwd, van 49 procent naar het niveau van de laagste schijf. Sinds 2023 volgt het maximum het basistarief van box 1: in 2023 en 2024 dat van de eerste schijf, sinds er in 2025 een derde schijf kwam dat van de tweede.
Wie in 2021 een adviesnota van 2.500 euro over het hoofd zag, kreeg daarover in het hoogste tarief 43 procent terug; over dezelfde nota in 2026 is dat maximaal 37,56 procent. Hoe die tarieven precies doorwerken in het bedrag dat je overhoudt, staat bij de rekenregels voor de renteaftrek.
Had je in die jaren een aflossingsvrije lening, let dan op of daar überhaupt recht op aftrek bestond. Alleen leningen die je op 31 december 2012 al had en daarna niet hebt verhoogd, houden hun aftrek zonder aflossingsverplichting; dat staat uitgewerkt bij de aftrekbaarheid van een aflossingsvrije hypotheek.
| Belastingjaar | Maximaal aftrektarief | Corrigeren kan tot en met |
|---|---|---|
| 2021 | 43% | 31 december 2026 |
| 2022 | 40% | 31 december 2027 |
| 2023 | 36,93% | 31 december 2028 |
| 2024 | 36,97% | 31 december 2029 |
| 2025 | 37,48% | 31 december 2030 |
| 2026 | 37,56% | 31 december 2031 |
Gecontroleerd op augustus 2026
Waar je op moet rekenen na 2026
Twee dingen bepalen wat je aanvraag over een paar jaar nog waard is, en ze staan los van elkaar. Het eerste is het aftrektarief. Dat is sinds 2025 gelijk aan het tarief van de tweede schijf en beweegt daar automatisch mee; zonder nieuw besluit gebeurt er weinig spannends. Het tweede is de termijn van dertig jaar per leningdeel, en die is al wet.
Die termijn loopt sinds 1 januari 2001. Wie toen al een hypotheek had, ziet de aftrek uiterlijk op 1 januari 2031 stoppen. In 2030 bestaat de hypotheekrenteaftrek dus gewoon nog, ook voor die oudste groep, maar het is voor hen het laatste volle jaar. Wat dat met de nettolast doet en hoe je je daar nu al op instelt, staat bij het moment waarop de aftrek voor de oudste hypotheken verdwijnt.
Volledige afschaffing wordt geregeld voorgesteld en is nooit ingevoerd. De scenario's die daarbij circuleren, van een langere afbouw tot verhuizing van de eigen woning naar box 3, staan naast elkaar bij de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Wat een tussentijdse maatregel voor bestaande hypotheken zou betekenen, is doorgerekend bij een mogelijke ingreep in de hypotheekrenteaftrek.
Voor je aanvraag betekent dat één praktische regel: kijk elk jaar in december opnieuw naar je maandbedrag. Loopt je aftrektermijn af, dan valt de teruggaaf weg terwijl je maandlast hetzelfde blijft, en dan wil je dat weten voordat het gebeurt. De einddatum per leningdeel staat op je jaaroverzicht en op je hypotheekakte. Hoe de aftrek verder samenhangt met de andere heffingen rond je huis, zie je op de overzichtspagina over belastingen en WOZ.
Zo vraag je de maandelijkse hypotheekrenteaftrek aan
Met de juiste gegevens erbij ben je in een kwartier klaar.
-
Verzamel je gegevens
Leg je DigiD, je burgerservicenummer en je rekeningnummer klaar, samen met je geschatte bruto jaarinkomen, de hypotheekrente die je dit jaar betaalt en je WOZ-beschikking. Kocht of sloot je dit jaar over, zoek dan ook de nota van de notaris en de adviesnota erbij.
-
Log in op Mijn Belastingdienst
Je logt in met DigiD en kiest het formulier voor de voorlopige aanslag van het juiste jaar. Dat formulier komt in december van het voorgaande jaar beschikbaar. Bestond er al een voorlopige aanslag, dan kies je wijzigen in plaats van aanvragen.
-
Vul je inkomen in en controleer wat er al staat
Een deel van de gegevens is vooraf ingevuld op basis van een eerder jaar. Loop die regels na en pas ze aan naar wat je dit jaar verwacht, inclusief vakantiegeld. Een te hoog opgegeven inkomen levert een te hoge teruggaaf op en die moet je later terugbetalen.
-
Vul de gegevens van je eigen woning in
Hier komen de WOZ-waarde en de hypotheekrente. De rente van dit jaar ligt bij een annuïteitenhypotheek iets lager dan die van vorig jaar. In het jaar van aankoop of oversluiten vul je bij dezelfde rubriek de eenmalige financieringskosten in, die volledig aftrekbaar zijn. Twijfel je over de bijtelling, reken hem dan eerst na met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait.
-
Onderteken met DigiD en verstuur
Na ondertekening krijg je een bevestiging in je berichtenbox. Je kunt de ingevulde gegevens daar altijd teruglezen, wat helpt als je later iets wilt wijzigen. Verzenden kan pas als alle verplichte velden zijn gevuld.
-
Controleer de aanslag en pas je maandbudget aan
Binnen vier tot acht weken volgt de vastgestelde aanslag met het maandbedrag en de betaaldata. Reken de uitkomst na tegen je eigen som: rente min eigenwoningforfait, maal je tarief, gedeeld door het aantal resterende maanden. Wijkt het af, dan zit er meestal een verkeerd ingevuld getal achter.
Overdrachtsbelasting
Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting
Check dit voordat je de aanvraag verstuurt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Een hypotheek van 380.000 euro bij een inkomen van 55.000 euro
Stel, je koopt een woning met een WOZ-waarde van 400.000 euro en sluit daarvoor een annuïteitenhypotheek van 380.000 euro af tegen 4 procent rente met een looptijd van dertig jaar. De bruto maandlast is dan 1.814 euro. In het eerste jaar bestaat daarvan ongeveer 15.080 euro uit rente; de aflossing die erin zit, is geen aftrekpost.
Het eigenwoningforfait gaat er eerst vanaf: 400.000 × 0,35% = 1.400 euro in 2026. Je aftrekpost wordt 15.080 min 1.400 is 13.680 euro. Met een inkomen van 55.000 euro val je in de tweede schijf, dus je trekt af tegen 37,56 procent: 13.680 × 37,56% = 5.138 euro over het hele jaar. Verdeeld over twaalf maanden is dat 428 euro, waarmee je nettolast op 1.386 euro uitkomt.
Vraag je de voorlopige aanslag pas in maart aan, dan wordt datzelfde jaarbedrag over minder maanden verdeeld. De aanslag is dan rond eind april vastgesteld en de 5.138 euro wordt over de acht resterende maanden uitgesmeerd: 642 euro per maand. Je loopt dus niets mis, je krijgt het alleen later en in grotere brokken.
Alsnog aanvragen over 2023 na vergeten financieringskosten
Stel, je kocht in 2023 een huis en vulde in je aangifte alleen de betaalde hypotheekrente in. De eenmalige financieringskosten bleven staan: 2.750 euro hypotheekadvies, 850 euro notariskosten voor de hypotheekakte, 150 euro kadastrale rechten voor het inschrijven daarvan, 600 euro taxatie en 1.800 euro borgtochtprovisie voor de Nationale Hypotheek Garantie. Samen 6.150 euro.
Je inkomen was dat jaar 55.000 euro, waarmee je in 2023 tegen 36,93 procent aftrok. De vergeten aftrekpost levert 6.150 × 36,93% = 2.271 euro op. Het eigenwoningforfait hoeft er niet nog een keer af, want dat was in de oorspronkelijke aangifte al verrekend met de rente.
Je opent de aangifte over 2023 opnieuw in Mijn Belastingdienst, vult de kosten alsnog in en verstuurt hem. Corrigeren kan tot en met 31 december 2028, dus daar is geen haast bij, maar het geld staat pas op je rekening als je het doet. Een voorlopige aanslag over 2023 aanvragen kan niet meer; die route sloot op 1 mei 2024.
Wat een grote aflossing met je maandbedrag doet
Stel, je hebt een aflossingsvrije lening van 375.000 euro uit 2010 die onder het overgangsrecht valt, tegen 4 procent rente. Je vroeg voor 2026 een voorlopige aanslag aan op basis van 15.000 euro rente en een WOZ-waarde van 400.000 euro. Je aftrekpost was daarmee 15.000 min 1.400 is 13.600 euro, tegen 37,56 procent goed voor 5.108 euro per jaar, oftewel 426 euro per maand.
In februari los je 75.000 euro af uit een erfenis. Over januari en februari betaalde je nog rente over 375.000 euro, samen 2.500 euro; over de tien maanden daarna betaal je 4 procent over 300.000 euro, samen 10.000 euro. Je werkelijke rente komt op 12.500 euro en je aftrekpost op 11.100 euro, goed voor 4.169 euro aftrek.
Wijzig je niets, dan ontvang je twaalf termijnen van 426 euro, dus 5.112 euro, terwijl je recht hebt op 4.169 euro. Na de definitieve aanslag betaal je 943 euro terug. Pas je de aanslag in maart aan, dan is er 1.278 euro uitbetaald en wordt het restant van 2.891 euro over negen maanden verdeeld: 321 euro per maand, en niets terug te betalen.
Veelgemaakte fouten
Wachten met aanvragen tot de aangifte
Wie pas na afloop van het jaar aangifte doet, financiert zijn eigen belastingvoordeel gemiddeld een jaar voor. Bij een teruggaaf van 5.000 euro per jaar loopt dat op tot ruim 400 euro per maand die je eerst zelf moet ophoesten, precies in de periode waarin de vaste lasten door een verhuizing toch al hoog zijn.
Rekenen met de rente zonder het eigenwoningforfait eraf
De bijtelling gaat van je aftrekpost af voordat het tarief eroverheen gaat. Bij een WOZ-waarde van 500.000 euro is dat 1.750 euro in 2026, wat je teruggaaf met ruim 650 euro verlaagt. Vul je alleen de rente in en niet de WOZ-waarde, dan corrigeert de Belastingdienst dat later alsnog.
Uitgaan van je hoogste belastingtarief
Boven een inkomen van 78.426 euro is het marginale tarief 49,50 procent, maar de aftrek is in 2026 afgetopt op 37,56 procent. Op 15.000 euro rente scheelt dat bijna 1.800 euro per jaar. Wie zijn maandbedrag op het hoge tarief baseert, vraagt structureel te veel aan en betaalt het verschil terug.
De voorlopige aanslag laten staan na een wijziging
Aflossen, oversluiten, een nieuwe rentevaste periode, een salarisverhoging of een hogere WOZ-beschikking veranderen allemaal het bedrag waar je recht op hebt. De aanslag rolt automatisch door naar het volgende jaar op basis van je oude opgave, dus zonder ingrijpen loopt het verschil op tot het na de definitieve aanslag in één keer wordt teruggevorderd.
De teruggaaf niet stopzetten bij verkoop
Het recht op aftrek eindigt op de dag van overdracht bij de notaris. De Belastingdienst hoort dat niet automatisch, dus loopt de maandelijkse betaling gewoon door. Bij een verkoop halverwege het jaar gaat het al snel om meer dan tweeduizend euro die je met terugwerkende kracht terugbetaalt.
Denken dat een voorlopige aanslag de aangifte vervangt
De voorlopige aanslag is een voorschot op basis van jouw schatting, geen eindafrekening. Je doet daarna nog gewoon aangifte, en pas dan staat vast wat je werkelijk terugkrijgt. Wie een aangiftebrief kreeg en de aangifte overslaat, krijgt een herinnering, daarna een aanmaning met een verzuimboete van 469 euro in 2026, en uiteindelijk een aanslag op basis van een schatting.
Eerst aangifte doen en daarna de voorlopige aanslag willen regelen
Zodra je aangifte over een jaar is verstuurd, kun je voor dat jaar geen voorlopige aanslag meer aanvragen of wijzigen. Dat gaat vooral mis bij mensen die in het voorjaar kopen: ze doen eerst hun aangifte over het vorige jaar en willen daarna pas het lopende jaar regelen. Die twee jaren staan gelukkig los van elkaar, maar binnen één jaar is de volgorde definitief.
De eenmalige kosten alleen in het eerste jaar noteren en dan vergeten
Advies-, notaris- en taxatiekosten zijn in het jaar van aankoop of oversluiten volledig aftrekbaar, maar alleen als je ze zelf invult. Ze staan niet in de vooraf ingevulde gegevens. Bij een pakket van 6.000 euro laat je zo ruim 2.200 euro liggen, en dat merk je pas als je je aangifte jaren later nog eens naleest.
Veelgestelde vragen
Wat is de hypotheekrenteaftrek?
De hypotheekrenteaftrek is een aftrekpost in box 1 van de inkomstenbelasting. Je haalt de betaalde hypotheekrente van je inkomen af en betaalt daardoor over een lager bedrag belasting. Wat je terugkrijgt is het belastingtarief maal die rente, niet de rente zelf, en het eigenwoningforfait gaat er eerst nog vanaf. De aftrek geldt alleen voor de lening waarmee je je eigen woning koopt, onderhoudt of verbetert.
Hoeveel is de hypotheekrenteaftrek in 2026?
Je krijgt de rente terug tegen het belastingtarief dat op jouw inkomen van toepassing is, met een maximum van 37,56 procent in 2026. In de eerste schijf is dat 35,75 procent en na het bereiken van de AOW-leeftijd 17,85 procent over het inkomen tot 38.883 euro. Betaal je 12.000 euro rente en is je eigenwoningforfait 1.400 euro, dan is je aftrekpost 10.600 euro en krijg je daarover maximaal 3.981 euro terug.
Hoe vraag ik de hypotheekrenteaftrek maandelijks aan?
Via Mijn Belastingdienst log je in met DigiD en kies je het formulier voor de voorlopige aanslag van het lopende jaar. Je vult je geschatte jaarinkomen in, de hypotheekrente die je dat jaar betaalt en de WOZ-waarde van je woning, en tekent daarna opnieuw met DigiD. De Belastingdienst rekent het voordeel om naar maandtermijnen en betaalt die rond de vijftiende van elke maand uit. Je hoeft er niemand voor in te schakelen.
Wanneer moet je de hypotheekrenteaftrek aanvragen?
Het formulier voor een nieuw jaar komt in december van het jaar ervoor beschikbaar, en na je aanvraag duurt het ongeveer acht weken tot de eerste betaling. Aanvragen kan daarna het hele jaar door, tot 1 mei van het jaar dat op het belastingjaar volgt. Vraag je halverwege aan, dan wordt het jaarvoordeel over de resterende maanden verdeeld en zijn de termijnen dus hoger. Na het versturen van je aangifte over dat jaar kan het niet meer.
Hoe lang duurt het voordat je het geld op je rekening hebt?
Je hoort meestal binnen vier weken iets over je aanvraag, met een uiterste termijn van acht weken. De eerste betaling volgt ongeveer acht weken na je aanvraag, waarna elke termijn rond de vijftiende van de maand binnenkomt. Valt de vijftiende in het weekend, dan betaalt de Belastingdienst op de eerstvolgende werkdag. Komt het maandbedrag onder de 50 euro uit, dan krijg je het jaarbedrag in één keer.
Kan ik de hypotheekrenteaftrek nog aanvragen over 2024 of 2023?
Ja, maar niet meer met een voorlopige aanslag. Voor een afgesloten jaar loopt de route via de aangifte: je doet alsnog aangifte over dat jaar of je opent de eerder verzonden aangifte en verstuurt hem gecorrigeerd. Dat kan tot vijf jaar na afloop van het belastingjaar, dus 2023 tot en met 31 december 2028 en 2024 tot en met 31 december 2029. Reken met het aftrektarief van dat jaar: 36,93 procent in 2023 en 36,97 procent in 2024.
Wat was de hypotheekrenteaftrek in 2021 en 2022?
Het maximale aftrektarief was 43 procent in 2021 en 40 procent in 2022. Die percentages hoorden bij de afbouw die in 2014 begon vanaf 52 procent en die vanaf 2020 met drie procentpunt per jaar ging. Wie over 2021 nog iets wil corrigeren, heeft daar tot en met 31 december 2026 de tijd voor; over 2022 loopt die termijn tot en met 31 december 2027.
Moet ik de hypotheekrenteaftrek elk jaar opnieuw aanvragen?
Nee. Een lopende voorlopige aanslag wordt automatisch doorgezet naar het volgende jaar, en in de tweede helft van december hoor je wat het nieuwe maandbedrag wordt. Dat bedrag rust wel op je oude opgave, dus loop het na naast je jaaroverzicht van de hypotheek en je nieuwste WOZ-beschikking. Klopt er iets niet, dan wijzig je de aanslag zelf in Mijn Belastingdienst.
Hoe zet ik de maandelijkse teruggaaf stop?
Met het formulier voor het stopzetten van de uitbetaling in Mijn Belastingdienst, dat beschikbaar is zodra je de voorlopige aanslag hebt ontvangen. Stopzetten kan tot 1 oktober van het lopende jaar en alleen als je maandelijks geld terugkrijgt. Alles wat je dat jaar al hebt ontvangen, moet je terugbetalen; daarover krijg je een aparte brief. Je hoort meestal binnen vier tot vijf weken of het verzoek is verwerkt, en uiterlijk binnen acht weken.
Moet ik nog aangifte doen als ik een voorlopige aanslag heb?
Ja, altijd. De voorlopige aanslag is een voorschot op basis van jouw eigen schatting; pas met de aangifte staat vast wat je werkelijk terugkrijgt. Het al ontvangen bedrag wordt daarmee verrekend, dus je krijgt bij een goede schatting een klein bedrag na of betaalt een klein bedrag terug. Sla je de aangifte over terwijl je een aangiftebrief kreeg, dan volgt een herinnering, daarna een aanmaning met een verzuimboete van 469 euro in 2026, en uiteindelijk een aanslag die de Belastingdienst zelf vaststelt.
Wat is er na 2023 veranderd aan de hypotheekrenteaftrek?
In 2023 eindigde de jaarlijkse afbouw van het aftrektarief. Sindsdien volgt het maximum het basistarief van box 1, eerst dat van de eerste schijf en sinds 2025 dat van de tweede, waardoor het weer licht meebeweegt: 36,93 procent in 2023, 36,97 procent in 2024, 37,48 procent in 2025 en 37,56 procent in 2026. Aan de voorwaarden zelf veranderde niets: nieuwe leningen geven alleen recht op aftrek als je ze in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair aflost.
Bestaat de hypotheekrenteaftrek in 2030 nog?
Ja. Er is geen wet die de aftrek in 2030 laat vervallen, en het aftrektarief beweegt zonder nieuw besluit gewoon mee met de tweede schijf. Wat wél vaststaat, is dat de dertigjaarstermijn per leningdeel doorloopt: voor hypotheken die op 1 januari 2001 al bestonden eindigt de aftrek uiterlijk op 1 januari 2031. Voor die groep is 2030 het laatste volle jaar met aftrek, ook als er verder niets aan het beleid verandert.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor de gewone situatie, één hypotheek op één woning waar je zelf woont, vraag je de aftrek prima zelf aan. Het formulier vraagt drie getallen die je alle drie op papier hebt staan, en de uitleg over hoe de aftrek in de aangifte doorwerkt volstaat om de uitkomst te controleren. Loop je vast bij een veld, dan is de BelastingTelefoon gratis en helpen gemeenten en vakbonden rond het aangifteseizoen met invulspreekuren.
Het wordt anders zodra er meerdere leningdelen met verschillende einddatums zijn, als een deel onder het overgangsrecht van vóór 2013 valt, als een verbouwing deels uit eigen geld en deels uit een lening is betaald, of als je een eigenwoningreserve uit een eerdere verkoop meeneemt. Een fiscalist of belastingadviseur rekent zo'n splitsing door en vraagt daarvoor meestal tussen de 150 en 400 euro per uur; voor een aangifte met een eigen woning en één complicatie kom je vaak uit op 250 tot 600 euro. Bij een echtscheiding, een woning met een bedrijfsdeel of een familiehypotheek is dat geld goed besteed, want een fout in de eigenwoningschuld werkt dertig jaar door.
Gaat je vraag niet over de aangifte maar over de hypotheek zelf, bijvoorbeeld hoeveel je kunt lenen of welke vorm bij je past, dan is een hypotheekadviseur de juiste plek. Die rekent de nettolast met en zonder aftrek voor je door, en houdt daarbij rekening met de datum waarop je aftrektermijn afloopt.
Bronnen en controle
- Tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Box 1: belastbaar inkomen uit werk en woning, tarieven 2026 Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Eigenwoningforfait: wat is het en hoe moet ik het berekenen? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Wanneer mag ik hypotheekrente aftrekken? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Tot wanneer kan ik een voorlopige aanslag aanvragen of wijzigen? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Voorlopige aanslag aangevraagd: hoe en wanneer krijg ik mijn geld? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Ik wil mijn voorlopige aanslag stopzetten: kan dat? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Hoeveel jaar terug kan ik nog belastingaangifte doen? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
Fiscaal gecontroleerd 22 augustus 2026
- Box 1-schijven en tarieven 2026 (35,75, 37,56 en 49,50 procent, grenzen 38.883 en 78.426 euro) nagerekend bij de Belastingdienst; het tarief voor AOW-gerechtigden in de eerste schijf gecorrigeerd naar 17,85 procent
- Maximaal aftrektarief van 37,56 procent in 2026 en het eigenwoningforfait van 0,35 procent tot een WOZ-waarde van 1.350.000 euro getoetst aan de tabellen van de Belastingdienst
- Termijnen rond de voorlopige aanslag gecontroleerd: aanvragen en wijzigen tot 1 mei van het jaar erna en niet meer na de aangifte, stopzetten tot 1 oktober met terugwerkende kracht tot 1 januari, uitbetaling rond de 15e en in één keer onder 50 euro per termijn
- Voorwaarden voor renteaftrek nagelopen: aflossingseis voor leningen vanaf 1 januari 2013, dertigjaarstermijn, overgangsrecht voor onverhoogde leningen van vóór 2013 en de rente over een verbouwingsdepot
- Vijfjaarstermijn voor aangifte over eerdere jaren en de drie rekenvoorbeelden doorgerekend tot het eindbedrag
Uitgevoerd door de redactie van dehuisgids.nl aan de hand van de bronnen hierboven. Wij geven algemene informatie en geen persoonlijk advies.
Ons redactionele beleid: hoe we schrijven, controleren en bijwerken