Naar de inhoud
Rekenhulpen

Terugverdientijd zonnepanelen berekenen

Deze rekenhulp deelt de prijs van je installatie door wat de panelen per jaar opleveren, en splitst die opbrengst in het deel dat je zelf verbruikt en het deel dat je teruglevert. Met de standaardinvoer van tien panelen van 440 wattpiek voor 4.500 euro komt de terugverdientijd op negen jaar uit; verbruik je 80 procent zelf, dan wordt dat vijf jaar. Sinds salderen per 1 januari 2027 stopt, is dat percentage het veld dat de uitkomst het sterkst stuurt. De berekening rekent met 0,87 kilowattuur per wattpiek per jaar voor een gunstig gelegen dak, het cijfer voor 2026.

Rekenhulp

Vul je dak, verbruik en stroomprijs in en zie de opbrengst per jaar en het jaar waarin je installatie zichzelf heeft terugbetaald.

Zo rekent deze terugverdientijdberekening

De rekenhulp deelt de prijs van je installatie door wat de panelen per jaar opleveren. Kost een set 4.500 euro en levert die 500 euro per jaar op, dan staat er negen jaar. Net als de andere rekenhulpen voor wonen rekent deze hulp volledig in je browser, zonder dat er een adres of een meterstand naar een server gaat.

De jaaropbrengst komt in vier stappen tot stand. Eerst het vermogen: het aantal panelen keer het vermogen per paneel. Dat vermogen keer 0,87 geeft de productie in kilowattuur, want 0,87 kilowattuur per wattpiek per jaar is de opbrengst van een gunstig gelegen dak in 2026. Daarna splitst de rekenhulp die productie in het deel dat je direct zelf verbruikt en het deel dat naar het net gaat.

Die twee stromen zijn niet evenveel waard. Stroom die je zelf gebruikt hoef je niet in te kopen, dus die telt tegen je leveringstarief. Stroom die je teruglevert brengt alleen de terugleververgoeding op, en dat is een fractie daarvan. Het verschil tussen die twee bedragen is precies waarom deze som zo gevoelig is voor één veld.

Boven in de uitkomst staat de terugverdientijd in jaren, eronder het vermogen, de productie, beide stromen apart en de opbrengst per jaar. Die tussenregels zeggen meer dan het eindgetal, want daar zie je waar je afwijkt van wat een offerte belooft. De achtergrond bij die productiecijfers staat in de gids over de opbrengst van zonnepanelen.

Wat je in de zes velden invult

Twee velden halen mensen het vaakst door elkaar met iets anders: de stroomprijs en de terugleververgoeding. Bij de stroomprijs hoort het all-in tarief van je contract, dus inclusief energiebelasting en btw, want dat is het bedrag dat je daadwerkelijk bespaart met elke kilowattuur die je niet afneemt. Vul je het kale leveringstarief in, dan valt de opbrengst ongeveer een derde te laag uit.

De terugleververgoeding is wat je leverancier betaalt voor stroom die je aan het net levert. Tot 2030 moet die vergoeding wettelijk minstens de helft van je kale leveringstarief zijn, en in 2026 ligt de indicatie rond de 6 cent per kilowattuur. Je eigen contract kan hoger of lager uitpakken; wat er precies onder valt, staat bij de terugleververgoeding van je leverancier.

Bij de prijs vul je het totaalbedrag van de offerte in, dus inclusief omvormer, montage, bekabeling en eventuele steiger. Het aantal panelen en het vermogen per paneel staan allebei op de offerte of op het typeplaatje aan de achterkant van een paneel. Het percentage eigen verbruik is de enige schatting in het rijtje, en daar gaat verderop een hele tabel over.

VeldStandaardwaardeWaar je dit vindt
Aantal panelen10Op de offerte, of geteld op je dak
Vermogen per paneel440 WpOp de offerte of het typeplaatje van het paneel
Prijs van de installatie€ 4.500Het totaalbedrag van de offerte, inclusief montage en omvormer
Jouw stroomprijs€ 0,28 per kWhJe jaarafrekening: het all-in tarief inclusief energiebelasting en btw
Deel dat je direct zelf verbruikt35%Een schatting op basis van je leefpatroon
Terugleververgoeding€ 0,05 per kWhDe voorwaarden van je energiecontract

Waar de opbrengst per wattpiek vandaan komt

De rekenhulp gebruikt één vast kental: 0,87 kilowattuur per wattpiek per jaar, de waarde voor 2026 voor een dak dat er gunstig bij ligt. Dat betekent een schuin dak op het zuiden, zuidoosten of zuidwesten, met een hellingshoek van ruwweg 30 tot 40 graden en zonder schaduw. Een paneel van 440 wattpiek levert dan ongeveer 383 kilowattuur per jaar.

Wie zonnepanelen berekent voor een dak dat er minder gunstig bij ligt, corrigeert dat via het veld voor het vermogen per paneel. Een oost-westdak levert grofweg een tiende tot een vijfde minder op dan hetzelfde dak op het zuiden; vul in dat geval bijvoorbeeld 375 in plaats van 440 wattpiek in. Bij de standaardprijs van 4.500 euro loopt de terugverdientijd daarmee op van negen naar ruim tien jaar, en dat is een eerlijker beeld dan de rekenhulp op zijn standaardwaarde laten staan.

Een plat dak vraagt om dezelfde correctie. De panelen staan daar in bakken onder een hoek van tien tot vijftien graden, meestal in oost-westopstelling, en ze moeten onderling afstand houden om elkaar niet te beschaduwen. Er passen dus minder panelen per vierkante meter en elk paneel levert wat minder op; hoe dat op je eigen dak uitpakt, staat bij zonnepanelen op een plat dak.

Schaduw is de andere grote afwijking. Panelen in een string staan in serie, dus een schoorsteen of een boom die één paneel deels afdekt, trekt de hele reeks omlaag. Met optimizers of micro-omvormers blijft de schade beperkt tot het beschaduwde paneel, maar de installatie wordt er duurder van en dat hogere bedrag vul je gewoon in bij de prijs.

Hoeveel panelen passen er bij jouw verbruik

Het aantal zonnepanelen berekenen doe je met je eigen stroomverbruik, niet met de vraag hoeveel er op je dak passen. Deel je jaarverbruik in kilowattuur door de jaaropbrengst van één paneel, ongeveer 383 kilowattuur bij 440 wattpiek in 2026. Weet je je verbruik niet, vergelijk het dan eerst met het gemiddelde via de check op je energieverbruik.

Meer panelen leggen dan je verbruik rechtvaardigt was tot en met 2026 nog te verdedigen, omdat elke teruggeleverde kilowattuur via het salderen zijn volle waarde behield. Vanaf 2027 verdwijnt dat argument: het overschot brengt dan alleen nog de terugleververgoeding op en verlengt dus je terugverdientijd in plaats van hem te verkorten.

Een paneel van 440 wattpiek is ongeveer 1,75 bij 1,15 meter en beslaat dus rond de twee vierkante meter. Op een schuin dak van vijf bij vier meter passen er zo een tiental, mits er geen dakraam of schoorsteen in de weg zit. Welke dakvlakken je daarbij mee kunt tellen en welke niet, staat bij het aantal zonnepanelen dat je nodig hebt.

Heb je een warmtepomp of een elektrische auto, reken dan met je eigen hogere verbruik en niet met de tabel hieronder. Een warmtepomp verschuift bovendien verbruik naar de winter, terwijl de panelen in de zomer het meeste opwekken, dus je eigenverbruikspercentage stijgt minder hard dan het totale verbruik.

HuishoudenGemiddeld stroomverbruik per jaar (2024)Aantal panelen van 440 wattpiek
1 persoon1.650 kWh5
2 personen2.610 kWh7
3 personen3.170 kWh8 à 9
4 personen3.710 kWh10
5 personen4.070 kWh11

Je eigen verbruik weegt vanaf 2027 het zwaarst

Het percentage dat je direct zelf verbruikt is het veld waar deze berekening op draait. Een huishouden dat overdag leeg is haalt vaak niet meer dan 20 tot 30 procent, terwijl wie thuiswerkt, elektrisch kookt of een warmtepomp heeft richting de 50 procent gaat. De standaardwaarde van 35 procent is een middenwaarde en geen uitkomst van jouw situatie.

De tabel hieronder laat zien wat dat ene percentage doet bij verder ongewijzigde invoer. Tussen 20 en 80 procent eigen verbruik zit een verschil van ruim zeven jaar, terwijl de panelen, de prijs en de stroomprijs identiek blijven. Geen ander veld in de rekenhulp heeft die uitwerking.

Zolang je nog mag salderen, en dat kan tot en met 31 december 2026, werkt teruglevering alsof je alles zelf verbruikt: elke teruggeleverde kilowattuur wordt van je afname afgetrokken tegen het volle tarief. Wil je die situatie doorrekenen, zet het percentage dan op 100. Wat er per 1 januari 2027 verandert en waarom er geen afbouwperiode is, staat bij de salderingsregeling.

Je eigen verbruik omhoog krijgen kan op twee manieren. De gratis manier is verschuiven: de wasmachine, de vaatwasser en de auto opladen op het moment dat de zon schijnt, wat op een zonnige dag zo een paar kilowattuur scheelt. De dure manier is opslag, en of dat uit kan reken je apart door bij de vraag of een thuisbatterij rendabel is.

Deel dat je zelf verbruiktOpbrengst per jaarTerugverdientijd
20%± € 36712,2 jaar
35%± € 5009,0 jaar
50%± € 6327,1 jaar
65%± € 7645,9 jaar
80%± € 8965,0 jaar
100% (zoals bij salderen)± € 1.0724,2 jaar

De prijs van de installatie invullen

Op de levering en installatie van zonnepanelen bij een woning geldt sinds 2023 een btw-tarief van 0 procent, en dat tarief geldt ook in 2026. Het bedrag op de offerte is dus wat je betaalt, en er valt achteraf niets terug te vragen. Hoe dat afwijkt van de oude regeling voor wie vóór 2023 kocht, staat bij de btw-teruggave op zonnepanelen.

Een set van tien panelen kost in 2026 gemiddeld ongeveer 3.800 euro inclusief montage, oftewel rond de 86 cent per wattpiek. Kleinere sets zijn per paneel duurder, omdat de vaste kosten van monteur, steiger en aansluiting over minder panelen worden verdeeld. De standaardwaarde van 4.500 euro in de rekenhulp ligt daar bewust iets boven, omdat veel offertes posten bevatten die in een gemiddelde niet zitten.

Die extra posten zijn het vaakst een extra groep in de meterkast, optimizers bij schaduw, een langere kabelweg naar de meterkast, dakdoorvoeren of een steiger bij een hoog of slecht bereikbaar dak. Vul het volledige offertebedrag in, niet de kale paneelprijs. Waar prijsverschillen tussen aanbieders vandaan komen, leest de gids over de kosten van zonnepanelen uit.

Subsidie hoef je niet in mindering te brengen: er is in 2026 geen landelijke subsidieregeling voor zonnepanelen, want het nultarief op de btw is de landelijke steun. Voor een zonneboiler is er wel ISDE-subsidie, in 2026 tussen de 300 en 1.750 euro afhankelijk van collectoroppervlak en vat. De stand van zaken staat bij subsidie op zonnepanelen.

Set inclusief montagePrijsindicatie 2026Jaaropbrengst op een gunstig dak
4 zonnepanelen± € 2.000± 1.500 kWh
8 zonnepanelen± € 3.200± 3.100 kWh
10 zonnepanelen± € 3.800± 3.800 kWh
12 zonnepanelen± € 4.400± 4.600 kWh
16 zonnepanelen± € 5.700± 6.100 kWh
20 zonnepanelen± € 7.000± 7.700 kWh

Drie daken helemaal doorgerekend

De drie voorbeelden hieronder lopen stap voor stap door de rekenhulp heen, met ronde bedragen en dezelfde volgorde als de uitkomst op je scherm. Ze rekenen alle drie met een stroomprijs van 30 cent per kilowattuur en een terugleververgoeding van 6 cent, de indicatie voor 2026. Vervang die aannames door je eigen contractcijfers en de uitkomst schuift mee.

Wat deze berekening niet meeneemt

De grootste post die buiten de som valt zijn de terugleverkosten die veel leveranciers in rekening brengen. Bij een vast bedrag van 15 euro per maand als aanname gaat er 180 euro per jaar af van je opbrengst. In het eerste voorbeeld hierboven zakt de jaaropbrengst daarmee van 441 naar 261 euro en loopt de terugverdientijd op van 7,3 naar 12,3 jaar. Hoe die kosten zijn opgebouwd en waar ze wel en niet gelden, staat bij de terugleverkosten voor zonnepanelen.

Twee dingen die de rekenhulp weglaat werken tegen elkaar in. Panelen leveren elk jaar iets minder op, bij de meeste fabrieksgaranties minder dan een half procent per jaar, wat de terugverdientijd rekt. Stijgende stroomprijzen doen het omgekeerde: elke cent erbij maakt zelf verbruiken waardevoller. Beide effecten zijn onzeker, en daarom rekent de hulp met vaste bedragen van vandaag.

Onderhoudskosten zitten er evenmin in. De omvormer gaat gemiddeld tien tot vijftien jaar mee en is daarna aan vervanging toe; wat dat kost, staat bij de prijs van een omvormer. Wie op een dynamisch tarief zit, ziet zijn opbrengst bovendien per uur verschillen, wat een eigen rekensom vraagt bij een dynamisch energiecontract.

In kilo's CO2 rekent de hulp niet, alleen in euro's. Wil je de CO2-besparing van zonnepanelen berekenen, neem dan de productie in kilowattuur uit de uitkomst en vermenigvuldig die met de uitstoot per kilowattuur van de Nederlandse stroommix. Die factor wijzigt jaarlijks en staat actueel op milieucentraal.nl.

Veelgestelde vragen

Hoe bereken je de terugverdientijd van zonnepanelen?

Deel de totale prijs van de installatie door de opbrengst per jaar. Die opbrengst bereken je in drie stappen: vermenigvuldig het aantal panelen met het vermogen per paneel, vermenigvuldig dat vermogen met 0,87 kilowattuur per wattpiek voor de jaarproductie in 2026, en reken het deel dat je zelf verbruikt af tegen je stroomprijs en de rest tegen de terugleververgoeding. Tien panelen van 440 wattpiek voor 4.500 euro komen bij 35 procent eigen verbruik uit op ongeveer 500 euro per jaar, oftewel negen jaar.

Wat is de gemiddelde terugverdientijd van zonnepanelen in 2026?

Voor een gewone set op een gunstig dak ligt de gemiddelde terugverdientijd in 2026 op ruwweg zes tot acht jaar, gerekend zonder salderen en bij een eigen verbruik tussen 35 en 55 procent. Wie nog het hele jaar saldeert, zit eerder rond de vier jaar. Een gemiddelde zegt hier weinig, omdat het verschil tussen 20 en 80 procent eigen verbruik bij dezelfde installatie ruim zeven jaar bedraagt. Reken daarom met je eigen cijfers in plaats van met een landelijk kental.

Wat is de terugverdientijd van zonnepanelen zonder salderen?

Zonder salderen hangt alles op het deel dat je direct zelf verbruikt. Bij de standaardinvoer van tien panelen van 440 wattpiek voor 4.500 euro loopt de terugverdientijd van 12,2 jaar bij 20 procent eigen verbruik naar 5,0 jaar bij 80 procent. Bij het middengetal van 35 procent staat er negen jaar. Vanaf 1 januari 2027 is dat de situatie voor iedereen, want de salderingsregeling stopt dan zonder afbouwperiode.

Hoe kan ik mijn eigen verbruik van zonnepanelen berekenen?

Met een slimme meter of de app van je omvormer zie je per kwartier hoeveel je opwekt en hoeveel je afneemt; het deel van de opwek dat niet naar het net gaat, is je eigen verbruik. Heb je die gegevens nog niet, schat dan op je leefpatroon. Een huishouden dat overdag weg is haalt vaak 20 tot 30 procent, thuiswerken en elektrisch koken brengen dat richting 40 procent, en een warmtepomp of een auto die overdag laadt tilt het naar 50 procent of meer.

Hoe bereken ik het aantal zonnepanelen dat ik nodig heb?

Deel je stroomverbruik per jaar door ongeveer 383 kilowattuur, de jaaropbrengst van één paneel van 440 wattpiek bij 0,87 kilowattuur per wattpiek in 2026. Twee personen verbruikten in 2024 gemiddeld 2.610 kilowattuur en komen daarmee op zeven panelen, vier personen op tien. Nu salderen stopt, is meer opwekken dan je zelf kunt gebruiken minder aantrekkelijk geworden: het overschot brengt alleen nog de terugleververgoeding op.

Hoe bereken ik het aantal zonnepanelen op een plat dak?

Op een plat dak liggen de panelen in bakken onder tien tot vijftien graden, meestal in oost-westopstelling, met tussenruimte zodat de rijen elkaar niet beschaduwen. Reken daardoor met ongeveer drie tot vier vierkante meter dakoppervlak per paneel in plaats van de twee vierkante meter die een paneel zelf beslaat. Voor de opbrengst corrigeer je in deze zonnepanelencalculator het vermogen per paneel naar beneden, bijvoorbeeld van 440 naar 375 wattpiek, omdat de vlakke ligging minder oplevert dan een schuin zuiddak.

Waarom is de terugverdientijd van zonnepanelen fors gestegen ten opzichte van 2023?

In 2023 gold het salderen nog volledig, dus telde elke teruggeleverde kilowattuur mee tegen het volle leveringstarief en waren terugverdientijden van vier tot vijf jaar normaal. Sindsdien zijn er twee dingen veranderd: leveranciers gingen terugleverkosten rekenen, en per 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling helemaal. Wat je teruglevert brengt dan nog maar een fractie op van wat je zelf verbruikt. De panelen zijn intussen goedkoper geworden, maar dat weegt niet op tegen die twee wijzigingen.

Hoe bereken ik de kosten van zonnepanelen voordat ik offertes heb?

Reken met ongeveer 86 cent per wattpiek voor een set van tien panelen inclusief montage, het gemiddelde in 2026, en tel bij kleinere sets een opslag omdat de vaste kosten over minder panelen worden verdeeld. Tien panelen komen zo op rond de 3.800 euro, vier panelen op ongeveer 2.000 euro. Er staat geen btw op de levering en installatie bij een woning, dus het offertebedrag is het eindbedrag. Wat een aanbieding compleet maakt, staat bij het beoordelen van een offerte voor zonnepanelen.

Kan ik met deze rekenhulp de CO2-besparing van zonnepanelen berekenen?

Nee, de uitkomst staat in euro's en jaren. De productie in kilowattuur die je in de uitkomst ziet, is wel het startpunt: vermenigvuldig dat aantal met de CO2-uitstoot per kilowattuur van de Nederlandse stroommix en je hebt de vermeden uitstoot per jaar. Die emissiefactor daalt jaarlijks doordat er meer wind en zon in de mix zit, dus gebruik de actuele waarde van milieucentraal.nl in plaats van een cijfer uit een ouder artikel.

Moet ik nog een btw-forfait voor zonnepanelen berekenen?

Nee. Wie vóór 2023 panelen kocht, meldde zich aan als btw-ondernemer, vroeg de btw op de aanschaf terug en droeg jaarlijks een forfaitair bedrag af dat afhing van het vermogen van de installatie. Sinds 1 januari 2023 geldt een btw-tarief van 0 procent op levering en installatie bij een woning, dus er valt niets terug te vragen en er is geen forfait meer te berekenen. In deze rekenhulp vul je simpelweg het offertebedrag in.

Waarom komt de installateur op een kortere terugverdientijd uit dan deze berekening?

Meestal door drie aannames. Een offerte rekent vaak nog met salderen of met een hoog percentage eigen verbruik, gaat uit van een stijgende stroomprijs, en laat de terugleverkosten van je leverancier buiten beschouwing. Alle drie schuiven de uitkomst dezelfde kant op. Vraag daarom om de berekening zonder salderen, met jouw eigen percentage eigen verbruik en met de stroomprijs van vandaag, en vergelijk die met de uitkomst hierboven.

Wat doet een thuisbatterij met de terugverdientijd van mijn zonnepanelen?

Een batterij tilt het deel dat je zelf verbruikt omhoog, vaak van rond de 35 naar 60 tot 70 procent, en dat verkort de terugverdientijd van de panelen fors. De batterij kost zelf alleen ook duizenden euro's, en die investering moet uit hetzelfde voordeel komen. Reken daarom de panelen en de batterij niet los van elkaar door: tel de kosten bij elkaar op, vul het hogere percentage eigen verbruik in en kijk wat er dan uit komt. Of dat rond te krijgen is, staat bij een thuisbatterij bij zonnepanelen.

Gidsen waarbij je deze rekenhulp gebruikt

Thuisbatterij kopen

Een thuisbatterij slaat stroom op, meestal van je zonnepanelen, zodat je die later zelf gebruikt. Een systeem van 10 kWh…

Zonnepanelen kopen

Een complete set van tien zonnepanelen kost in 2026 ongeveer 3.800 euro inclusief montage en levert op een gunstig dak…

Salderingsregeling

De salderingsregeling laat je energieleverancier de stroom die je teruglevert wegstrepen tegen de stroom die je afneemt, zodat je over…

Thuisbatterij zonnepanelen

Een thuisbatterij bij zonnepanelen bewaart het overschot van overdag voor de avond, waardoor je eigen verbruik van zonnestroom stijgt van…

Kosten zonnepanelen

Een complete set van tien zonnepanelen kost in 2026 ongeveer 3.800 euro inclusief omvormer, montagemateriaal en installatie. Dat is 0,86…

Terugleverkosten zonnepanelen

Terugleverkosten zijn een tariefpost die je energieleverancier rekent omdat je zonnestroom teruglevert aan het net. Bij een huishouden dat 2.601…

Wat kost een thuisbatterij

Een compleet geplaatste thuisbatterij van 10 kWh kost in 2026 tussen de 5.500 en 8.500 euro, inclusief omvormer, installatie en…

Zonneboiler

Een zonneboiler verwarmt je douche- en kraanwater met warmte van het dak: een collector vangt de zon op, een voorraadvat…