Warmtewet: wat de wet regelt en wat warmte maximaal mag kosten
De Warmtewet beschermt huishoudens die warmte afnemen van een warmtenet en niet naar een andere leverancier kunnen overstappen. De Autoriteit Consument en Markt stelt elk jaar maximumtarieven vast: in 2026 mag warmte maximaal 40,97 euro per gigajoule kosten en mogen de vaste kosten samen niet boven 827,91 euro per jaar uitkomen. Daarnaast regelt de wet je contract, de meting van je verbruik, een vergoeding bij storing en de maximale kosten voor aansluiten en afsluiten. Op 1 januari 2027 vervangt de Wet collectieve warmte de Warmtewet, waarna de tarieven stap voor stap op de werkelijke kosten van het warmtebedrijf worden gebaseerd.
- € 40,97 2026 maximaal variabel tarief per gigajoule warmte
- € 827,91 2026 maximale vaste kosten per jaar, inclusief afleverset en meting
- 100 kW wettelijk grens waaronder je een beschermde verbruiker bent
- € 35 2026 vergoeding bij een storing van 8 tot 12 uur
- 1 jan 2027 2027 de Wet collectieve warmte vervangt de Warmtewet
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat de Warmtewet regelt en voor wie
De Warmtewet beschermt je op het moment dat je je warmte niet zelf opwekt maar afneemt van een warmtenet. Overstappen naar een andere leverancier kan niet, want er ligt maar één leiding naar je woning. De wet legt daarom vast wat een leverancier maximaal mag rekenen, welke informatie op je rekening hoort en waar je terechtkunt als het misgaat. Voor iedereen die van het gas af gaat en op een warmtenet wordt aangesloten, is dit het vangnet onder de jaarrekening.
De wet geldt sinds 1 januari 2014 en is op 1 juli 2019 grondig herzien. Je bent beschermd als je aansluiting maximaal 100 kilowatt levert, en dat is vrijwel elke woning. Kantoren en bedrijven met een grotere aansluiting onderhandelen zelf over hun prijs en vallen buiten die bescherming.
De Autoriteit Consument en Markt voert de wet uit. Die stelt jaarlijks de maximumtarieven vast, houdt toezicht op de leveranciers en verleent de vergunningen. Een vergunning is verplicht zodra een leverancier aan meer dan tien verbruikers levert en daarbij meer dan 10.000 gigajoule per jaar; verhuurders en verenigingen van eigenaars die warmte doorleveren hebben er geen nodig.
De techniek achter de warmte doet er voor je rechten niet toe. Of het water wordt verwarmd door een afvalenergiecentrale, een geothermiebron of een grote warmtepomp: dezelfde regels gelden. Wat je betaalt voor stadsverwarming in een grote stad valt dus onder precies hetzelfde tariefbesluit als warmte uit een klein buurtnet van tweehonderd woningen.
Hoe de ACM je warmteprijs begrenst
Het rekenprincipe onder de Warmtewet heet niet-meer-dan-anders. De ACM kijkt wat een huishouden met een gasketel gemiddeld kwijt zou zijn en stelt het warmtemaximum daarop af. De gasprijs stuurt de warmteprijs dus, ook al komt er geen kubieke meter gas aan te pas. Dat verklaart waarom warmtetarieven in 2022 met tientallen procenten omhoog schoten en sinds 2023 weer dalen.
Het maximum bestaat uit twee delen. Je betaalt een variabel bedrag per verbruikte gigajoule en daarnaast een vast bedrag per jaar dat losstaat van je verbruik. In 2026 is het variabele maximum 40,97 euro per gigajoule inclusief btw, tegen 43,79 euro in 2025. Een gigajoule staat ruwweg gelijk aan de warmte uit 31 kubieke meter aardgas.
Een maximum is geen prijs. Leveranciers mogen eronder gaan zitten en doen dat vaak ook, en ze mogen hun tarief in principe één keer per jaar aanpassen. Vergelijk het bedrag op je jaarnota daarom altijd met de tabel hieronder voordat je concludeert dat je te veel betaalt. Wat het onder de streep betekent voor je jaarlijkse kosten staat in de gids over de kosten van stadswarmte.
euro per GJ, inclusief btw de verticale as begint niet bij nul bron: Autoriteit Consument en Markt, tarievenbesluiten warmte augustus 2026
| Jaar | Maximaal variabel tarief per GJ | Maximaal vastrecht warmtelevering |
|---|---|---|
| 2022 | € 53,95 in het eerste halfjaar, € 48,60 in het tweede | € 470,06 |
| 2023 | € 47,38 tot 37 GJ, € 90,91 daarboven | € 549,58 |
| 2024 | € 46,69 | € 582,82 |
| 2025 | € 43,79 | € 577,48 |
| 2026 | € 40,97 | € 615,66 |
Gecontroleerd op maximumtarieven van de ACM, inclusief btw, augustus 2026
Het variabele maximum daalde in 2026, maar de vaste kosten stegen harder. Wie weinig warmte verbruikt gaat er daardoor op achteruit, ook al staat er een lager tarief per gigajoule op de brief.
Vastrecht, meettarief en de huur van je afleverset
De vaste kosten zijn het deel van je rekening dat je betaalt of je nu de thermostaat op 15 of op 22 graden zet. De ACM stelt drie onderdelen apart vast: het vastrecht voor de levering, het meettarief en de huur van de afleverset. Die afleverset is het kastje in je woning dat de warmte uit het net overdraagt aan je radiatoren en je kraan, en het is de tegenhanger van de cv-ketel die je in een gaswoning zelf zou bezitten.
Samen mogen die drie in 2026 niet boven 827,91 euro per jaar uitkomen, tegen 760,77 euro in 2025. De stijging zit vooral in het vastrecht en in de huur van de afleverset, die de ACM sinds kort baseert op de werkelijke kosten die leveranciers maken in plaats van op een schatting.
Lever je alleen ruimteverwarming en geen warm tapwater, dan geldt de helft van het leveringsvastrecht: 307,84 euro in 2026. Heb je de afleverset zelf gekocht, dan mag de leverancier er geen huur voor rekenen. Controleer op je jaarnota dus eerst welke van deze posten er staan en of ze bij jouw situatie horen.
| Onderdeel van de vaste kosten | 2025 | 2026 |
|---|---|---|
| Vastrecht levering, verwarming en warm tapwater | € 577,48 | € 615,66 |
| Vastrecht levering, alleen verwarming of alleen tapwater | € 288,74 | € 307,84 |
| Meettarief | € 32,80 | € 33,73 |
| Huur individuele afleverset, basisuitvoering CW4 en 25 kW | € 150,49 | € 178,51 |
| Maximale vaste kosten samen | € 760,77 | € 827,91 |
Gecontroleerd op maximumtarieven van de ACM per 1 januari, inclusief btw, augustus 2026
Vraag je leverancier om een specificatie per post als je jaarnota alleen een totaalbedrag aan vaste kosten noemt. Pas met die uitsplitsing kun je zien of de huur van de afleverset en het meettarief binnen het maximum blijven.
Aansluiten en afsluiten: wat dat maximaal mag kosten
Voor de eenmalige bedragen geldt hetzelfde systeem als voor de jaarlijkse tarieven: de ACM stelt een plafond vast en de leverancier mag daaronder blijven. Een nieuwe individuele aansluiting met een leiding tot 25 meter kost in 2026 maximaal 5.296,30 euro inclusief btw. Ligt de hoofdleiding verder weg, dan mag de leverancier per extra meter maximaal 381,49 euro rekenen.
Weg van het warmtenet is duurder dan erop. Definitief afsluiten van een individuele aansluiting mag in 2026 maximaal 3.904,26 euro kosten, en bij een centrale aansluiting van een heel gebouw loopt dat op tot 12.786,30 euro. Tijdelijk afsluiten, bijvoorbeeld tijdens een grote verbouwing, is met maximaal 620,44 euro een stuk goedkoper. Die bedragen zijn de reden dat een overstap van warmtenet naar een eigen warmtepomp zelden binnen tien jaar terugverdiend is.
Let op het verschil met de gaskant van je woning. De kosten om je gasaansluiting te laten verwijderen staan los van deze bedragen en worden bepaald door je netbeheerder, niet door je warmteleverancier. Wat dat kost en welke stappen erbij horen lees je bij het afsluiten van je gasaansluiting.
| Eenmalige post | Maximum 2026, inclusief btw |
|---|---|
| Aansluiting tot en met 100 kW, leiding tot 25 meter | € 5.296,30 |
| Elke meter leiding boven de 25 meter | € 381,49 |
| Tijdelijk afsluiten, individuele aansluiting | € 620,44 |
| Definitief afsluiten, individuele aansluiting | € 3.904,26 |
| Definitief afsluiten, centrale aansluiting van een gebouw | € 12.786,30 |
Gecontroleerd op tarievenbesluit warmte 2026 van de ACM, augustus 2026
Een warmteleverancier mag de afsluitkosten pas rekenen als je zelf om afsluiting vraagt. Wordt het net vervangen of verplaatst op initiatief van de leverancier, dan zijn de kosten voor hem.
Je rechten bij storing, meting en de jaarafrekening
Valt de warmte uit, dan heb je recht op een vergoeding zonder dat je die hoeft aan te vragen. Voor een gemiddeld huishouden is dat 35 euro bij een storing van 8 tot 12 uur, plus 20 euro voor elke volgende vier uur. De leverancier moet het bedrag binnen zes maanden overmaken of verrekenen. Eén grote storing per twaalf maanden telt niet mee zolang die binnen 24 uur is verholpen, en gepland onderhoud evenmin, tenzij je het minder dan drie dagen van tevoren hoorde.
Je hebt ook recht op een deugdelijke meting van je verbruik. In een woning met een eigen aansluiting zit een warmtemeter die gigajoules registreert; in een gebouw met blokverwarming gebeurt dat vaak met warmtekostenverdelers op de radiatoren. De leverancier moet je minstens één keer per jaar een afrekening sturen waarop je verbruik, de tarieven en de vaste kosten los van elkaar staan.
Je contract legt vast bij welke onafhankelijke geschillencommissie je leverancier is aangesloten. Kom je er samen niet uit over een rekening of een storing, dan is dat de route, en die is goedkoper dan de rechter. Gaat het niet om jouw rekening maar om een leverancier die structureel boven het maximum gaat zitten, dan is de ACM het juiste loket. Meer achtergrond over hoe warmtelevering zich verhoudt tot andere manieren van je huis verwarmen helpt bij het inschatten of je klacht ergens over gaat.
Blokverwarming, huurwoningen en de VvE
Sinds de herziening van 1 juli 2019 vallen verhuurders en verenigingen van eigenaars die zelf warmte opwekken en doorleveren niet meer onder de Warmtewet als leverancier. De achtergrond is praktisch: zij verdienen niets aan de warmte en verdelen alleen de rekening van de ketel of de warmtepomp over de bewoners. De meetverplichting bleef wel gelden, dus je verbruik moet ook bij blokverwarming individueel worden bepaald.
Krijgt het gebouw zijn warmte van een extern warmtebedrijf, dan ligt het anders. De VvE of de verhuurder is dan zelf de verbruiker met een centrale aansluiting, en die aansluiting valt onder de maximumtarieven voor kleinverbruikers, ook als hij groter is dan 100 kilowatt. Zo betaalt een appartementencomplex niet meer per gigajoule dan een rijtjeshuis met een eigen aansluiting.
Als huurder met blokverwarming loopt je warmterekening via de servicekosten. Ben je het niet eens met de verdeling of de hoogte, dan is de Huurcommissie de plek voor dat geschil en niet de geschillencommissie van een warmtebedrijf. Woon je in een appartement dat op een warmtenet is aangesloten, dan zijn de vaste kosten per woning vaak lager dan bij een individuele aansluiting, omdat de afleverset gedeeld wordt.
De nieuwe warmtewet: de Wet collectieve warmte
De Eerste Kamer nam op 9 december 2025 de Wet collectieve warmte aan. Die wet vervangt de Warmtewet en treedt op 1 januari 2027 in werking, gefaseerd, omdat een deel van de regels nog in lagere regelgeving wordt uitgewerkt. Het bijbehorende Besluit collectieve warmte werd op 22 januari 2026 gepubliceerd.
Drie dingen veranderen wezenlijk. Gemeenten krijgen de regie: zij bakenen warmtekavels af en wijzen per kavel één warmtebedrijf aan met het exclusieve recht om daar warmte te transporteren en te leveren. Aangewezen warmtebedrijven moeten voor meer dan de helft in publieke handen zijn, met een overgangsperiode van zeven jaar waarin een privaat bedrijf nog kan worden aangewezen als er geen publiek alternatief is. Kleine systemen tot 1.500 aansluitingen kunnen ontheffing van de aanwijzing vragen.
Het derde punt raakt je portemonnee het hardst: de koppeling met de gasprijs verdwijnt. De ACM gaat de tarieven baseren op de werkelijke kosten van het warmtebedrijf plus een redelijk rendement. Dat gebeurt stapsgewijs. In 2027 blijven de tarieven deels aan de gasprijs gekoppeld, vanaf 2028 geldt volledige kostengebaseerde regulering voor de grote systemen met meer dan 1.500 verbruikers, en kleine netten krijgen referentietarieven.
De wet stelt ook eisen aan de duurzaamheid van de warmte zelf. Het Besluit collectieve warmte werkt dat uit met een norm per warmtenet van maximaal 25 kilogram CO2 per geleverde gigajoule in 2030 en 15,6 kilogram in 2035. Warmtebedrijven moeten daarover openbaar en op je rekening rapporteren, zodat je kunt zien hoe schoon jouw net werkelijk is. Wat dat betekent voor de keuze tussen een warmtenet en een eigen installatie staat in de gids over stadswarmte.
Kostengebaseerde tarieven betekenen niet automatisch lagere tarieven. Bij een net met dure bronnen en veel afschrijving kan het maximum juist stijgen zodra de gasprijs niet langer het plafond bepaalt.
Van 2014 naar 2027: wat er onderweg veranderde
De Warmtewet uit 2014 was een compromis. Hij regelde de prijsbescherming en de meting, maar liet de vraag wie warmtenetten mag aanleggen en bezitten grotendeels open. Die tekortkoming is de rode draad in alles wat er daarna gebeurde.
De herziening van 2019 haalde verhuurders en VvE's uit de wet, scherpte de meetregels aan en maakte de tariefopbouw transparanter. Daarna kwamen de prijsjaren: door de gasprijzen sprong het maximumtarief in 2022 omhoog, waarna het prijsplafond van 2023 de eerste 37 gigajoule afdekte. Wie zoekt op warmtewet 2024, zoekt meestal naar het jaar waarin dat plafond wegviel en het maximum uitkwam op 46,69 euro per gigajoule met 618,82 euro aan vaste kosten.
Vanaf 2025 reguleert de ACM de huur van de afleverset en het meettarief apart, op basis van de werkelijke kosten van leveranciers. Dat is de opmaat naar het systeem van 2027, waarin de gasprijs helemaal uit de formule verdwijnt. De tabel hieronder zet de mijlpalen op een rij.
| Moment | Wat er veranderde |
|---|---|
| 1 januari 2014 | Warmtewet treedt in werking met maximumtarieven, meetplicht en storingscompensatie |
| 1 juli 2019 | Herziene Warmtewet: verhuurders en VvE's als leverancier uitgezonderd, tariefopbouw aangepast |
| 2022 | Maximumtarief springt naar € 53,95 per GJ door de hoge gasprijs |
| 2023 | Prijsplafond dekt de eerste 37 GJ af tegen € 47,38 per GJ |
| 2024 | Prijsplafond vervalt, maximum € 46,69 per GJ en € 618,82 aan vaste kosten |
| 2025 | Huur afleverset en meettarief apart gereguleerd op werkelijke kosten |
| 9 december 2025 | Eerste Kamer neemt de Wet collectieve warmte aan |
| 22 januari 2026 | Besluit collectieve warmte gepubliceerd |
| 1 januari 2027 | Wet collectieve warmte vervangt de Warmtewet, gefaseerd ingevoerd |
Gecontroleerd op augustus 2026
Zo controleer je je warmterekening tegen de Warmtewet
Met je jaarnota en de tarieven van de ACM erbij weet je binnen een halfuur of je leverancier binnen de wet blijft.
-
Pak je jaarafrekening en zoek de vier posten
Op elke afrekening horen je verbruik in gigajoules, het tarief per gigajoule, het vastrecht voor de levering en het meettarief los van elkaar te staan. Huur je de afleverset, dan komt die post daarbij. Ontbreekt een van die posten, vraag dan om een specificatie: die moet je leverancier geven.
-
Vergelijk het tarief per gigajoule met het maximum van dat jaar
Voor 2026 is het maximum 40,97 euro per gigajoule inclusief btw, voor 2025 was dat 43,79 euro. Liep je contractjaar over twee kalenderjaren, dan hoort je nota beide periodes apart te berekenen met het maximum van elk jaar.
-
Tel de vaste kosten bij elkaar op
Vastrecht, meettarief en de huur van de afleverset samen mogen in 2026 niet boven 827,91 euro per jaar uitkomen. Krijg je alleen ruimteverwarming en geen warm tapwater, dan is het leveringsvastrecht gehalveerd tot 307,84 euro.
-
Controleer of er storingen zijn geweest
Zoek in je mail en op de storingspagina van je leverancier terug hoe lang de warmte eruit lag. Vanaf 8 uur hoort er 35 euro te zijn bijgeschreven en 20 euro voor elke volgende vier uur, binnen zes maanden na de storing.
-
Meld je bezwaar schriftelijk bij je leverancier
Zet in één mail welk bedrag je betwist, welk maximum je hanteert en welk jaar het betreft. Vraag om een reactie binnen een redelijke termijn en bewaar de correspondentie. De meeste fouten in de afrekening worden in deze stap opgelost.
-
Stap naar de geschillencommissie of de ACM
Komt je leverancier niet over de brug, dan ga je naar de geschillencommissie die in je contract staat. Gaat het niet om jouw nota maar om een tarief dat structureel boven het maximum ligt, dan meld je dat bij de ACM, die daar toezicht op houdt.
-
Zet je verbruik naast je opties voor de langere termijn
Verbruik je opvallend veel gigajoules, dan zit de winst in isolatie en in lagere aanvoertemperaturen, niet in een andere leverancier. Wat een overstap naar een eigen installatie zou kosten lees je bij stadsverwarming voordat je afsluiting overweegt.
Checklist voor wie warmte van een warmtenet afneemt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Appartement met 20 gigajoule verbruik: 2026 naast 2025
Stel, je woont in een appartement met een individuele warmteaansluiting en verbruikt 20 gigajoule per jaar voor verwarming en warm water. Je leverancier rekent precies het maximum.
In 2026 betaal je 20 keer 40,97 euro, dat is 819,40 euro aan verbruik. Daar komen de vaste kosten van 827,91 euro bij, waarmee je op 1.647,31 euro per jaar uitkomt.
In 2025 was dat 20 keer 43,79 euro, dus 875,80 euro aan verbruik, plus 760,77 euro vaste kosten: samen 1.636,57 euro. Je betaalt in 2026 dus 10,74 euro meer, ondanks het lagere tarief per gigajoule. De hogere vaste kosten eten de daling op.
Tussenwoning met 35 gigajoule verbruik
Stel, je hebt een tussenwoning met een verbruik van 35 gigajoule per jaar, ongeveer het niveau van een matig geïsoleerd rijtjeshuis. Ook hier rekent de leverancier het maximum.
Voor 2026 komt het verbruik uit op 35 keer 40,97 euro, oftewel 1.433,95 euro. Met 827,91 euro vaste kosten erbij betaal je 2.261,86 euro over het jaar.
Voor 2025 was het 35 keer 43,79 euro, dus 1.532,65 euro, plus 760,77 euro vaste kosten: 2.293,42 euro. Je gaat er in 2026 dus 31,56 euro op vooruit. Het omslagpunt ligt rond de 24 gigajoule: verbruik je meer, dan profiteer je van de tariefdaling.
Zuinig appartement met 5 gigajoule verbruik
Stel, je woont in een goed geïsoleerd appartement dat maar 5 gigajoule per jaar afneemt. Dat komt voor in nieuwbouw met een lage warmtevraag.
In 2026 betaal je 5 keer 40,97 euro, dus 204,85 euro aan warmte, plus 827,91 euro vaste kosten. Dat is 1.032,76 euro per jaar, waarvan 80 procent vast is en niets met je thermostaat te maken heeft.
In 2025 kwam dezelfde woning uit op 5 keer 43,79 euro, oftewel 218,95 euro, plus 760,77 euro: samen 979,72 euro. De rekening stijgt dus met 53,04 euro. Wie zuinig stookt op een warmtenet merkt daar in de tariefstructuur weinig van terug, en dat is precies het punt waarop de kritiek op de Warmtewet zich al jaren richt.
Veelgemaakte fouten
Het maximumtarief aanzien voor het normale tarief
De ACM stelt een plafond vast, geen prijs. Veel leveranciers zitten er structureel onder. Wie zonder te kijken aanneemt dat het maximum geldt, controleert zijn nota niet en mist een fout in zijn eigen nadeel.
Alleen naar het tarief per gigajoule kijken
De vaste kosten zijn bij een gemiddeld verbruik ongeveer de helft van je jaarrekening. Een leverancier die een laag tarief per gigajoule adverteert maar het volle vastrecht rekent, is per saldo duurder dan een die dat andersom doet.
De huur van de afleverset over het hoofd zien
Die post loopt in 2026 op tot 178,51 euro per jaar en wordt vaak automatisch doorberekend. Heb je de afleverset zelf gekocht of zit hij in de koopsom van je nieuwbouwwoning, dan is die huur onterecht en kun je hem terugvorderen.
Storingscompensatie laten liggen
De vergoeding hoort er ongevraagd te komen, maar in de praktijk gebeurt dat niet altijd. Bij drie storingen van twaalf uur in een jaar gaat het al gauw om meer dan honderd euro die anders op de plank blijft liggen.
Definitief afsluiten zonder de kosten na te rekenen
Definitief van het warmtenet af kost in 2026 tot 3.904,26 euro voor een individuele aansluiting, nog voordat je een eigen installatie hebt gekocht. Wie dat bedrag niet meeneemt in zijn terugverdientijd, rekent zich rijk.
Verwachten dat de nieuwe warmtewet je rekening verlaagt
De Wet collectieve warmte maakt de tarieven navolgbaar, niet per definitie lager. Bij een net met dure bronnen kan een kostengebaseerd tarief hoger uitvallen dan het huidige plafond dat aan de gasprijs hangt.
Veelgestelde vragen
Wat is de Warmtewet?
De Warmtewet is de Nederlandse wet die sinds 1 januari 2014 de levering van warmte via een warmtenet regelt. Omdat je als afnemer niet kunt overstappen naar een andere leverancier, legt de wet maximumtarieven op, verplicht ze een schriftelijk contract en een jaarlijkse afrekening, en geeft ze je recht op een vergoeding bij storing. De Autoriteit Consument en Markt houdt er toezicht op.
Voor wie geldt de Warmtewet?
De bescherming geldt voor verbruikers met een warmteaansluiting van maximaal 100 kilowatt, wat neerkomt op vrijwel alle woningen en kleine bedrijfspanden. Verhuurders en verenigingen van eigenaars met een grotere centrale aansluiting vallen voor de tarieven ook onder die bescherming, zodat bewoners van een appartementencomplex niet meer betalen dan iemand met een eigen aansluiting. Grote zakelijke afnemers onderhandelen zelf.
Wat is het maximumtarief voor warmte in 2026?
Voor 2026 stelde de ACM het variabele maximum vast op 40,97 euro per gigajoule inclusief btw, tegen 43,79 euro in 2025. De vaste kosten mogen samen niet boven 827,91 euro per jaar uitkomen: 615,66 euro vastrecht voor verwarming en warm tapwater, 33,73 euro meettarief en 178,51 euro huur voor een standaard afleverset.
Betaal ik altijd het maximumtarief?
Nee. Het bedrag dat de ACM vaststelt is een plafond en geen richtprijs, en leveranciers zitten er in de praktijk regelmatig onder. Wat jij betaalt staat in je eigen contract en op je jaarafrekening. Vergelijk die bedragen met het maximum van het betreffende kalenderjaar; ligt je tarief hoger, dan heb je een zaak.
Wat is de nieuwe warmtewet?
Dat is de Wet collectieve warmte, die de Eerste Kamer op 9 december 2025 aannam en die op 1 januari 2027 gefaseerd in werking treedt. De gemeente wijst voortaan per warmtekavel één warmtebedrijf aan, dat voor meer dan de helft in publieke handen moet zijn. De tarieven worden stap voor stap losgekoppeld van de gasprijs en op de werkelijke kosten van het warmtebedrijf gebaseerd.
Wat veranderde er in 2024 aan de Warmtewet?
De wet zelf bleef in 2024 ongewijzigd; wat opviel waren de tarieven. Het prijsplafond dat in 2023 de eerste 37 gigajoule afdekte verviel, en de ACM stelde het maximum vast op 46,69 euro per gigajoule met 618,82 euro aan vaste kosten. Het wetsvoorstel voor de opvolger lag dat jaar nog bij de Tweede Kamer.
Wat kost het om definitief van het warmtenet af te gaan?
In 2026 mag een leverancier voor het definitief afsluiten van een individuele aansluiting maximaal 3.904,26 euro inclusief btw rekenen. Bij een centrale aansluiting van een heel gebouw is het maximum 12.786,30 euro. Tijdelijk afsluiten kost hooguit 620,44 euro. Die bedragen komen bovenop de kosten van de installatie waarmee je de warmte vervangt.
Krijg ik geld terug als de warmte uitvalt?
Ja, en je hoeft er niet om te vragen. Voor een gemiddeld huishouden is de vergoeding 35 euro bij een storing van 8 tot 12 uur, met 20 euro erbij voor elke volgende vier uur. De leverancier moet binnen zes maanden uitbetalen. Eén storing per twaalf maanden die binnen 24 uur is verholpen valt buiten de regeling, net als aangekondigd onderhoud.
Valt blokverwarming onder de Warmtewet?
Deels. Sinds 1 juli 2019 zijn verhuurders en verenigingen van eigenaars die zelf warmte opwekken en doorleveren uitgezonderd als leverancier, al blijft de meetverplichting staan. Koopt het gebouw zijn warmte in bij een extern warmtebedrijf, dan valt die centrale aansluiting wel onder de maximumtarieven voor kleinverbruikers.
Mag mijn warmteleverancier de prijs midden in het jaar verhogen?
De maximumtarieven van de ACM gelden per kalenderjaar en worden in december voor het jaar erna vastgesteld. Leveranciers passen hun tarief doorgaans per 1 januari aan. Wijzigt je leverancier tussentijds de voorwaarden in je nadeel, dan moet hij je dat vooraf melden en heb je het recht om het contract te beëindigen.
Wat doe ik als ik het niet eens ben met mijn warmterekening?
Meld je bezwaar eerst schriftelijk bij je leverancier en noem het betwiste bedrag, het jaar en het maximum dat je hanteert. Kom je er niet uit, dan ga je naar de onafhankelijke geschillencommissie die in je contract genoemd staat. Gaat het om een leverancier die stelselmatig boven het maximum rekent, dan is de ACM het aangewezen loket.
Wordt warmte goedkoper met de Wet collectieve warmte?
Dat hangt af van je net. De koppeling met de gasprijs verdwijnt, waardoor je rekening niet langer meebeweegt met de gasmarkt. Vanaf 2028 geldt voor netten met meer dan 1.500 verbruikers een tarief dat op de werkelijke kosten plus een redelijk rendement is gebaseerd. Bij een net met dure bronnen kan dat hoger uitpakken dan het huidige plafond, bij een efficiënt net juist lager.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor het narekenen van je jaarnota heb je niemand nodig: de tarieven van de ACM staan openbaar en het rekenwerk is optellen. Een jurist of de geschillencommissie komt in beeld als je leverancier je onderbouwde bezwaar afwijst, en de gang naar de geschillencommissie kost je doorgaans enkele tientjes klachtengeld in plaats van uurtarief. Bij blokverwarming in een huurwoning loopt het geschil over de servicekosten via de Huurcommissie, waar de bijdrage voor huurders eveneens beperkt is.
Anders ligt het bij grote beslissingen. Overweegt een VvE de centrale aansluiting op te zeggen of te vernieuwen, dan is een onafhankelijk energieadviseur zijn geld waard: die rekent de afsluitkosten, de investering en het verbruik door tot één jaarbedrag, en zo'n doorrekening kost meestal enkele honderden tot ruim duizend euro. Voor de vraag of een warmtenet in jouw situatie beter uitpakt dan een eigen installatie zijn de gidsen over de overstap van het gas af en over het opzeggen van je gasaansluiting een verstandig beginpunt, omdat de meeste kosten daar al in beeld komen.
Bronnen en controle
- Tarievenbesluit warmteleveranciers 2026 Autoriteit Consument en Markt geraadpleegd 22 augustus 2026
- ACM stelt maximale warmtetarieven 2026 vast Autoriteit Consument en Markt geraadpleegd 22 augustus 2026
- Maximale warmtetarieven ACM ConsuWijzer geraadpleegd 22 augustus 2026
- Vergoeding bij warmtestoring Autoriteit Consument en Markt geraadpleegd 22 augustus 2026
- De Wet collectieve warmte (Wcw) Autoriteit Consument en Markt geraadpleegd 22 augustus 2026
- Wet collectieve warmte (Wcw) Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie geraadpleegd 22 augustus 2026
- Maximumtarief warmte in 2024 iets onder huidige prijsplafond Autoriteit Consument en Markt geraadpleegd 22 augustus 2026