Naar de inhoud
Rekenhulpen

Annuïteitenhypotheek: hoe hij werkt en wat hij kost

11 minuten lezen Hypotheekvormen Bijgewerkt 22 augustus 2026
dehuisgids.nl HYPOTHEEK Annuïteitenhypotheek

Bij een annuïteitenhypotheek betaal je elke maand hetzelfde bruto bedrag, waarbij het rentedeel steeds kleiner wordt en het aflossingsdeel steeds groter. Bij 300.000 euro en 4 procent rente is dat 1.432 euro per maand, waarvan in de eerste maand 1.000 euro rente is en 432 euro aflossing. De vorm geeft recht op hypotheekrenteaftrek zolang je in maximaal dertig jaar aflost, en je begint lager dan bij een lineaire hypotheek maar betaalt over de hele looptijd meer rente.

11 minuten
  • 30 jaar wettelijk maximale aflostermijn voor recht op hypotheekrenteaftrek
  • 37,56% 2026 hoogste tarief waartegen hypotheekrente aftrekbaar is
  • € 1.432 voorbeeld bruto maandlast bij 300.000 euro en 4 procent rente
  • € 5.283 voorbeeld aflossing in het eerste jaar, tegenover € 11.904 rente
  • € 215.609 voorbeeld rente over dertig jaar bij dezelfde lening

Gecontroleerd op augustus 2026

Hoe een annuïteitenhypotheek werkt

Een annuïteitenhypotheek is een lening waarbij je elke maand hetzelfde bruto bedrag betaalt, van de eerste termijn tot de laatste. Dat vaste bedrag heet de annuïteit. Binnen dat bedrag verschuift de verhouding wel: in het begin bestaat je maandlast vooral uit rente en voor een klein deel uit aflossing, aan het einde is dat omgedraaid. Van alle hypotheekvormen is dit sinds 2013 de meest gekozen vorm voor een nieuwe lening.

Annuïtair, annuïteiten en annuïtaire hypotheek betekenen hetzelfde. Een annuïtaire hypotheek is dus gewoon een annuïteitenhypotheek, en de betekenis van annuïteit is simpelweg: een vast bedrag per periode. Ook buiten de hypotheek bestaat de vorm. Een annuïtaire lening of annuïteitenlening bij een bank of een familielid rekent met precies dezelfde formule.

Dat vrijwel iedereen deze vorm kiest, komt door de belasting. Wie vanaf 1 januari 2013 een lening voor zijn eigen woning afsluit, heeft alleen recht op hypotheekrenteaftrek als hij die lening in maximaal 360 maanden ten minste annuïtair aflost; die aflossingseis staat in artikel 3.119c van de Wet inkomstenbelasting 2001. Wie de rente wil aftrekken, kiest dus annuïtair of lineair. Een nieuwe aflossingsvrije hypotheek valt buiten die aftrek, en daar houdt de keuze voor de meeste kopers dan ook op.

De hoogte van de annuïteit hangt van drie dingen af: het geleende bedrag, de rente en de looptijd. Verandert er niets aan die drie, dan verandert je bruto maandlast dertig jaar lang niet. Dat is het hele idee achter deze vorm.

Het verloop van rente en aflossing over dertig jaar

Het kenmerkende van annuïtair aflossen is dat de maandlast gelijk blijft terwijl de samenstelling verandert. Je betaalt rente over de openstaande schuld, en die schuld daalt elke maand een stukje. De rente die je daardoor bespaart, gaat binnen dezelfde annuïteit naar extra aflossing. Zo versnelt het aflossen jaar na jaar.

Neem een lening van 300.000 euro tegen 4 procent rente en dertig jaar looptijd. Die 4 procent is een rekenaanname voor dit voorbeeld en geen actuele rentestand. De bruto maandlast is dan 1.432 euro. In de eerste maand is daarvan 1.000 euro rente en 432 euro aflossing. In de laatste maand resteert nog nauwelijks rente en gaat bijna het hele bedrag naar de schuld.

Zet je het verloop in een grafiek, dan zie je twee vlakken onder één rechte lijn: een rentevlak dat langzaam afloopt en een aflossingsvlak dat aangroeit. Voor je restschuld pakt dat minder gunstig uit dan mensen verwachten. Na vijftien jaar, precies de helft van de looptijd, staat er van de 300.000 euro nog 193.628 euro open. Dat is bijna twee derde van de oorspronkelijke lening.

Het aflosschema hieronder laat dat verloop per jaar zien. Zo'n aflossingsschema krijg je bij je hypotheekofferte mee, en je vindt het later terug op je jaaroverzicht. Voor je aangifte is vooral de kolom met de jaarrente van belang, want dat is het bedrag dat je opgeeft.

JaarBruto per maandRente in dat jaarAflossing in dat jaarRestschuld eind van het jaar
1€ 1.432€ 11.904€ 5.283€ 294.717
5€ 1.432€ 10.989€ 6.198€ 271.343
10€ 1.432€ 9.619€ 7.568€ 236.352
15€ 1.432€ 7.947€ 9.240€ 193.628
20€ 1.432€ 5.904€ 11.282€ 141.463
25€ 1.432€ 3.411€ 13.776€ 77.770
30€ 1.432€ 367€ 16.820€ 0

Gecontroleerd op aflosschema bij 300.000 euro, 4 procent rente en 30 jaar, augustus 2026

Wie binnen tien jaar weer verhuist, heeft van een annuïteitenhypotheek nog weinig afgelost: van 300.000 euro staat er dan nog 236.352 euro open. Bij een dalende woningmarkt kan dat betekenen dat de verkoopopbrengst de schuld net niet dekt.

Zo bereken je de annuïteit zelf

De berekening van de annuïteit gaat met één formule. Je deelt de jaarrente door twaalf, dat is de maandrente. Vervolgens vermenigvuldig je de hoofdsom met die maandrente en deel je de uitkomst door 1 min (1 plus de maandrente) tot de macht min het aantal maanden. Wat eruit komt, is de maandlast.

Uitgewerkt voor 300.000 euro tegen 4 procent en 360 maanden: de maandrente is 0,04 gedeeld door 12, oftewel 0,003333. De hoofdsom maal die maandrente is 1.000 euro. De noemer is 1 min (1,003333 tot de macht min 360), en dat is 1 min 0,3018, dus 0,6982. Deel 1.000 door 0,6982 en je komt op 1.432,25 euro per maand.

Wat opvalt als je de berekening voor verschillende rentes doet: de maandlast reageert stevig op de rente. Tussen 3 en 5 procent zit op dezelfde 300.000 euro een verschil van 345 euro per maand, en over dertig jaar loopt dat op tot ruim 124.000 euro extra rente. Waar de rente op dit moment ongeveer staat en waarom de rentevaste periode daarin meetelt, lees je in de gids over de hypotheekrente.

De tabel hieronder werkt als annuïteitentabel voor de meest voorkomende bedragen. Wil je met jouw eigen bedrag, rente en looptijd rekenen, gebruik dan de rekenhulp voor je maandlasten; die zet de annuïtaire last meteen naast de lineaire en de aflossingsvrije variant. Weet je nog niet hoeveel je kunt lenen, begin dan bij de rekenhulp voor je maximale hypotheek.

HypotheekbedragBij 3% renteBij 4% renteBij 5% rente
€ 200.000€ 843€ 955€ 1.074
€ 250.000€ 1.054€ 1.194€ 1.342
€ 300.000€ 1.265€ 1.432€ 1.610
€ 350.000€ 1.476€ 1.671€ 1.879
€ 400.000€ 1.686€ 1.910€ 2.147

Gecontroleerd op bruto annuïtaire maandlast bij 30 jaar looptijd, rekenvoorbeeld augustus 2026

Een vuistregel om snel te schatten: bij 4 procent en dertig jaar kost elke ton lening ongeveer 478 euro bruto per maand. Vermenigvuldig het aantal tonnen en je zit dicht bij de echte annuïteit.

Het verschil met een lineaire hypotheek

De overeenkomst tussen een lineaire hypotheek en een annuïteitenhypotheek is groter dan het verschil: bij allebei los je de hele lening binnen de looptijd af, allebei geven ze recht op hypotheekrenteaftrek, en allebei betaal je rente over alleen nog de openstaande schuld. Het verschil zit in de volgorde waarin je aflost.

Bij een lineaire hypotheek los je elke maand hetzelfde bedrag af, bij 300.000 euro en dertig jaar is dat 833 euro. Daar komt de rente over de restschuld bovenop, en die daalt elke maand. Je begint dus hoog en eindigt laag: 1.833 euro in de eerste maand en 836 euro in de laatste. De annuïteitenhypotheek zit daar met 1.432 euro precies tussenin, maar dan dertig jaar lang hetzelfde.

Het gevolg is dat je bij lineair sneller aflost en dus minder rente betaalt. Over dertig jaar scheelt dat bij deze lening 35.109 euro. Daar staat een hogere last aan het begin tegenover, precies in de jaren waarin de meeste kopers het geld het hardst nodig hebben. Ergens in het dertiende jaar, om precies te zijn vanaf maand 146, zakt de lineaire maandlast onder de annuïtaire.

Bij 300.000 euro en 4% renteAnnuïteitenhypotheekLineaire hypotheek
Bruto in de eerste maand€ 1.432€ 1.833
Bruto in de laatste maand€ 1.432€ 836
Aflossing in het eerste jaar€ 5.283€ 10.000
Restschuld na 10 jaar€ 236.352€ 200.000
Restschuld na 30 jaar€ 0€ 0
Rente over de hele looptijd€ 215.609€ 180.500
Totaal betaald€ 515.609€ 480.500
Moment waarop de last onder de andere zaktvanaf de start tot maand 145vanaf maand 146

Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij 30 jaar looptijd, augustus 2026

Annuïtair of lineair kiezen: waar het van afhangt

De vraag of je lineair of annuïtair wilt aflossen komt neer op een ruil: nu ruimte in je budget, of straks minder rente betaald hebben. Wie op dit moment krap zit, kiest bijna automatisch annuïtair. Wie de hogere beginlast kan dragen, houdt aan het einde geld over.

Er speelt nog iets mee dat vaak de doorslag geeft. De wet schrijft voor dat je financieringslast wordt berekend op een annuïtair aflosschema over dertig jaar, ongeacht de aflosvorm die je kiest; dat staat in artikel 3 van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. Lineair aflossen verlaagt je maximale hypotheek dus niet, maar de eerste jaren voelen wel zwaarder in je huishoudboekje. Hoe die toetsing precies werkt staat op de pagina over hypotheek berekenen.

De fiscale consequentie van de keuze tussen een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek is beperkt. Beide vormen voldoen aan de aflossingseis, dus in beide gevallen is de rente aftrekbaar. Omdat je bij annuïtair meer rente betaalt, trek je in absolute zin ook meer af, maar je betaalt die rente wel eerst zelf. Netto blijft lineair over de hele rit goedkoper.

Je hoeft trouwens niet één vorm te kiezen voor het hele bedrag. Een hypotheek mag uit meerdere leningdelen bestaan, bijvoorbeeld een annuïtair deel voor de basis en een lineair deel voor het stuk dat je snel weg wilt hebben. Ook een combinatie met een aflossingsvrij deel komt veel voor. Hoeveel daarvan aflossingsvrij mag zijn, bij de meeste geldverstrekkers maximaal de helft van de woningwaarde, is acceptatiebeleid en geen wet; over dat deel is de rente niet aftrekbaar.

Jouw situatieWat daar meestal bij past
Je budget is de eerste jaren krapAnnuïtair: je begint 401 euro per maand lager dan lineair bij 300.000 euro
Je hebt nu ruimte en wilt zo min mogelijk rente betalenLineair: bij 300.000 euro en 4 procent scheelt dat 35.109 euro rente
Je wilt dertig jaar lang dezelfde bruto lastAnnuïtair, binnen de rentevaste periode
Je verwacht binnen tien jaar te verhuizenLineair: je hebt dan 36.352 euro meer afgelost
Je gaat over vijftien jaar met pensioenLineair: de last daalt mee met je inkomen
Je twijfelt en wilt later kunnen bijsturenAnnuïtair met een boetevrije aflosruimte die je echt gebruikt

Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij € 300.000 en 4% rente, augustus 2026

De voordelen en de nadelen op een rij

Het voordeel van een annuïteitenhypotheek is de voorspelbaarheid. Je weet vandaag wat je over tien jaar bruto betaalt, en dat maakt plannen eenvoudig. Ten opzichte van lineair begin je lager, wat in de dure eerste jaren na een verhuizing scheelt. De rente is aftrekbaar zolang je binnen de dertigjaarstermijn aflost, en aan het einde is je schuld nul.

De nadelen zijn er ook, en ze zijn de spiegel van dat voordeel. Je lost in het begin bijna niets af: in het eerste jaar gaat van de 17.187 euro die je betaalt maar 5.283 euro naar de schuld. Over de hele looptijd betaal je daardoor 35.109 euro meer rente dan bij lineair. En omdat je renteaftrek elk jaar kleiner wordt terwijl je bruto last gelijk blijft, stijgt je netto maandlast langzaam maar zeker.

Nog een nadeel dat mensen overvalt: gelijk blijft de maandlast alleen binnen de rentevaste periode. Loopt die na tien of twintig jaar af, dan wordt de annuïteit opnieuw berekend over de restschuld en de resterende looptijd, tegen de rente van dat moment. Bij een hogere rente springt je maandlast omhoog.

Voor wie de lasten juist wil verlagen in plaats van een schuld afbouwen, zijn er andere routes. Ouderen met een afbetaald of bijna afbetaald huis komen soms uit bij een opeethypotheek, en wie binnen de familie leent kan de aflossing anders inrichten via een familiehypotheek. Ook daar geldt de aflossingseis als je de rente wilt aftrekken.

Rente, renteaftrek en wat de hypotheek netto kost

De rente hangt bij de meeste geldverstrekkers niet af van je aflosvorm maar van je rentevaste periode en van de verhouding tussen je lening en de waarde van je huis. Annuïtair en lineair krijgen daardoor doorgaans hetzelfde tarief; een opslag over een aflossingsvrij deel rekent lang niet iedere geldverstrekker. Hoe lager de verhouding tussen lening en woningwaarde, hoe lager de renteopslag. Naarmate je aflost zak je naar een gunstigere risicoklasse, al passen sommige geldverstrekkers dat pas aan als je er zelf om vraagt met een recente WOZ-beschikking of taxatie.

De renteaftrek werkt bij deze vorm anders dan bij een aflossingsvrije lening, omdat je rentebedrag elk jaar daalt. In het eerste jaar betaal je 11.904 euro rente en levert de aftrek tegen het maximale tarief van 37,56 procent in 2026 ongeveer 373 euro per maand op. In het twintigste jaar is dat nog 185 euro, en in het laatste jaar bijna niets. Je bruto last blijft 1.432 euro, dus je netto last kruipt in dertig jaar met ruim 360 euro omhoog.

Twee kanttekeningen bij die aftrek. Je trekt niet de rente zelf af maar het saldo van rente min het eigenwoningforfait, de bijtelling voor je eigen huis. En 37,56 procent is in 2026 een plafond: het knijpt pas bij een inkomen boven 78.426 euro, terwijl je in de eerste schijf, tot 38.883 euro, aftrekt tegen 35,75 procent. Wat een annuïteitenhypotheek netto kost, hangt dus ook aan je inkomen en je WOZ-waarde. De tabel hieronder houdt het forfait buiten beschouwing en laat puur zien wat het dalende rentebedrag met je aftrek doet.

JaarBruto per maandAftrek per maand bij 37,56%Netto per maand
1€ 1.432€ 373€ 1.059
5€ 1.432€ 344€ 1.088
10€ 1.432€ 301€ 1.131
20€ 1.432€ 185€ 1.247
30€ 1.432€ 11€ 1.421

Gecontroleerd op bij 300.000 euro en 4 procent rente, tarief 2026, zonder eigenwoningforfait

Reken je begroting niet rond op de netto last van het eerste jaar. Die stijgt elk jaar omdat je aftrek slinkt, en over twintig jaar betaal je in dit voorbeeld 188 euro per maand meer netto dan bij de start.

Extra aflossen op een annuïteitenhypotheek

Extra aflossen mag bij een annuïteitenhypotheek altijd. De meeste geldverstrekkers laten je per kalenderjaar 10 procent van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij aflossen, bij sommige is dat 15 of 20 procent. Op een lening van 300.000 euro is 10 procent dus 30.000 euro per jaar.

Los je meer af, dan mag de geldverstrekker een vergoeding rekenen die nooit hoger is dan zijn werkelijke financiële nadeel; dat staat in artikel 81c van het Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen. Bij het aflopen van je rentevaste periode en bij een variabele rente is dat nadeel er niet, dus dan kost aflossen niets. Bij verkoop van de woning hebben vrijwel alle geldverstrekkers boetevrij aflossen in hun voorwaarden staan, maar een wettelijk recht is het niet.

Wat er daarna gebeurt, bepaal je zelf, en daar valt echt geld te winnen. Je kunt de looptijd gelijk houden en de maandlast laten dalen, of de maandlast gelijk houden en eerder klaar zijn. De tweede route levert veel meer op, omdat je het volle bedrag blijft betalen op een kleinere schuld. Veel geldverstrekkers kiezen standaard de eerste als je niets zegt.

Of aflossen verstandig is, hangt af van wat je geld elders doet. Levert je spaargeld minder op dan je hypotheekrente na aftrek kost, dan is aflossen direct rendement zonder risico. Houd wel een buffer aan en los eerst duurdere leningen af. De afweging per situatie staat verder uitgewerkt bij extra aflossen op je hypotheek, en met de maandlasten-rekenhulp zie je wat de nieuwe restschuld met je annuïteit doet.

Eén ding om in de gaten te houden: aflossen verlaagt je rentebedrag en dus ook je renteaftrek. Het netto voordeel van een aflossing is daardoor kleiner dan het bruto voordeel, ongeveer 62 procent ervan als je in de hoogste schijf valt. Dat maakt aflossen niet onaantrekkelijk, maar wel iets minder spectaculair dan de bruto som suggereert.

Geef bij een extra aflossing schriftelijk door dat je de looptijd wilt verkorten in plaats van de maandlast wilt verlagen. In het rekenvoorbeeld hieronder scheelt die ene keuze 23.500 euro rente.

Omzetten, looptijd en wat je later nog kunt veranderen

Een annuïteitenhypotheek omzetten naar een lineaire hypotheek kan bij de meeste geldverstrekkers, al is het geen recht. Je vraagt een wijziging van de aflosvorm aan, de geldverstrekker toetst of je de hogere beginlast kunt dragen en past het leningdeel aan. Sommige partijen rekenen administratiekosten, andere doen het kosteloos bij het aflopen van de rentevaste periode. Andersom, van lineair naar annuïtair, gaat meestal makkelijker omdat de last dan daalt.

Let bij zo'n omzetting op de resterende termijn. Je fiscale aflossingseis loopt door vanaf de oorspronkelijke startdatum, dus de nieuwe aflosvorm moet de schuld binnen de resterende maanden van de dertigjaarstermijn wegwerken. Wie na tien jaar omzet, lost het restant in twintig jaar af en niet in dertig.

Over de minimale looptijd van een annuïteitenhypotheek bestaat veel verwarring. Wettelijk is er geen ondergrens: dertig jaar is het fiscale maximum, geen verplichting. Een kortere looptijd van bijvoorbeeld twintig jaar mag, geeft een hogere maandlast en scheelt veel rente. Wat de kortste looptijd is die je kunt afsluiten, verschilt per geldverstrekker en staat in de voorwaarden.

Verhuis je, dan neem je je annuïtaire leningdeel vaak mee met behoud van rente en resterende termijn. Overweeg je een overstap naar een andere geldverstrekker, weeg dan de boeterente af tegen de lagere rente; hoe je die som maakt staat bij hypotheek oversluiten. Koop je eerst en verkoop je later, dan komt er tijdelijk een overbruggingshypotheek naast, die meestal wel aflossingsvrij is.

Zo regel je een annuïteitenhypotheek

Van eerste berekening tot ondertekende offerte duurt dit in de praktijk zes tot tien weken.

  1. Bepaal eerst wat je kunt en wilt lenen

    Je maximale hypotheek volgt uit je inkomen en de financieringslastnormen; wat je comfortabel betaalt, is meestal minder. Reken beide bedragen uit voordat je gaat bezichtigen, want anders kies je later een aflosvorm bij een bedrag dat niet past. De uitleg over hypotheek berekenen laat zien welke posten de bank meeweegt.

  2. Reken de annuïtaire maandlast door bij meerdere rentes

    Je weet bij het eerste gesprek nog niet welke rente je krijgt. Reken daarom met een half procent hoger en lager dan de rente van vandaag, zodat je ziet hoe gevoelig je begroting is. Bij 300.000 euro scheelt een half procent al ruim 85 euro per maand.

  3. Zet annuïtair naast lineair voor jouw bedrag

    Vergelijk de eerste maandlast, de last na tien jaar en de totale rente. Kun je de lineaire beginlast makkelijk dragen, dan is dat de goedkopere route. Twijfel je, kies dan annuïtair en gebruik je boetevrije aflosruimte als het meezit.

  4. Kies de rentevaste periode en de verdeling in leningdelen

    De rentevaste periode bepaalt hoe lang je annuïteit echt vaststaat. Splitsen in twee leningdelen met verschillende looptijden spreidt het risico dat je alles tegelijk tegen een hoge rente moet herzien. Wat er verder bij het afsluiten komt kijken, staat bij een hypotheek afsluiten.

  5. Controleer de aflossingseis in de offerte

    In de offerte staat het aflossingsschema en de einddatum per leningdeel. Kijk of de looptijd op 360 maanden of korter staat en of het schema ten minste annuïtair is; annuïtair en lineair voldoen allebei, een aflossingsvrij deel niet. Bij een verhoging voor een verbouwing geldt dat opnieuw voor het nieuwe deel.

  6. Leg de aflosafspraken vast en check je eerste jaaroverzicht

    Vraag schriftelijk hoeveel je per jaar boetevrij mag aflossen en wat er bij een extra aflossing standaard gebeurt met je looptijd. Controleer een jaar later op het jaaroverzicht of de betaalde rente en de restschuld kloppen met het schema uit je offerte.

Maximale hypotheek

Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek

Check dit voordat je voor annuïtair tekent

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Wat 300.000 euro annuïtair kost, van de eerste maand tot het einde

Stel, je leent 300.000 euro tegen 4 procent rente met een looptijd van dertig jaar. De maandrente is 4 procent gedeeld door 12, oftewel 0,3333 procent. De annuïteit komt daarmee uit op 1.432 euro bruto per maand, en dat bedrag verandert de hele rentevaste periode niet.

In de eerste maand betaal je rente over de volle 300.000 euro: 300.000 maal 0,3333 procent is 1.000 euro. Wat overblijft van de annuïteit gaat naar de schuld, dus 1.432 min 1.000 is 432 euro aflossing. In de tweede maand betaal je rente over 299.568 euro, wat 998,56 euro is, en lost dus 433,69 euro af. Zo schuift het elke maand een beetje op.

Over het hele eerste jaar betaal je 17.187 euro, waarvan 11.904 euro rente en 5.283 euro aflossing. Eind jaar 1 staat er nog 294.717 euro open. Over dertig jaar betaal je in totaal 515.609 euro, waarvan 215.609 euro rente. Je betaalt dus ruim 70 procent van het geleende bedrag nog eens aan rente, en dat is voordat de renteaftrek eraf gaat.

Rekenvoorbeeld

Dezelfde lening annuïtair naast lineair

Stel, je twijfelt bij diezelfde 300.000 euro tegen 4 procent tussen annuïtair en lineair. Lineair los je elke maand 300.000 gedeeld door 360 af, dus 833 euro, plus de rente over de restschuld. De eerste maand kost dat 833 plus 1.000 is 1.833 euro, tegenover 1.432 euro annuïtair. Dat is 401 euro per maand verschil, en die 401 euro moet je wel elke maand hebben.

Na tien jaar heb je lineair 100.000 euro afgelost en annuïtair 63.648 euro. Je lineaire maandlast is dan gezakt naar 1.500 euro en blijft dalen; in maand 146, ergens in het dertiende jaar, komt hij onder de annuïteit van 1.432 euro uit. Vanaf dat moment betaal je lineair maand na maand minder.

Over de volle dertig jaar betaal je annuïtair 215.609 euro rente en lineair 180.500 euro. Het verschil is 35.109 euro, verdeeld over dertig jaar zo'n 98 euro per maand. Bruto is lineair dus de goedkopere vorm; netto is het verschil kleiner, omdat je bij annuïtair over die extra rente ook aftrek krijgt. Bij het maximale tarief van 37,56 procent in 2026 blijft er van het voordeel ongeveer 21.900 euro over.

Rekenvoorbeeld

25.000 euro extra aflossen na vijf jaar

Stel, je hebt vijf jaar afgelost op die annuïteitenhypotheek van 300.000 euro tegen 4 procent en er staat nog 271.343 euro open. Je erft 25.000 euro en wilt dat gebruiken om af te lossen. Dat past ruim binnen de boetevrije 10 procent van de oorspronkelijke hoofdsom, want dat is 30.000 euro per jaar. Na de aflossing resteert 246.343 euro, met nog 25 jaar te gaan.

Kies je voor een lagere maandlast bij dezelfde einddatum, dan wordt de annuïteit opnieuw berekend over 246.343 euro en 300 maanden: 1.300 euro per maand, dus 132 euro lager. Over de resterende looptijd betaal je dan 143.743 euro rente in plaats van 158.331 euro. Dat is 14.588 euro bespaard.

Kies je voor dezelfde maandlast van 1.432 euro en een kortere looptijd, dan is de lening na 256 maanden af in plaats van na 300. Je bent 44 maanden, bijna vier jaar, eerder klaar en betaalt nog 120.234 euro rente. Dat is 38.097 euro bespaard, ruim 23.500 euro meer dan bij de andere keuze. Het verschil zit hem er alleen in dat je die 132 euro per maand blijft doorbetalen.

Veelgemaakte fouten

Denken dat de maandlast dertig jaar lang echt vaststaat

De annuïteit ligt vast binnen de rentevaste periode, niet daarbuiten. Loopt je tienjaars rente af, dan wordt de maandlast opnieuw berekend over de restschuld en de resterende twintig jaar. Bij twee procentpunt hogere rente kost dat op 236.352 euro restschuld al snel enkele honderden euro's per maand extra.

De netto last van het eerste jaar als vast bedrag begroten

Je renteaftrek daalt elk jaar omdat je rentebedrag daalt, terwijl je bruto last gelijk blijft. In het rekenvoorbeeld stijgt de netto last van 1.059 euro in jaar 1 naar 1.247 euro in jaar 20. Wie daar geen rekening mee houdt, ziet zijn vaste lasten sluipenderwijs oplopen.

Extra aflossen zonder te kiezen wat er met de looptijd gebeurt

Verlaag je de maandlast, dan lever je een groot deel van het rentevoordeel weer in. Bij 25.000 euro aflossen na vijf jaar scheelt de keuze tussen looptijdverkorting en lastenverlaging ruim 23.500 euro rente. De standaardinstelling van de geldverstrekker is meestal de minst gunstige van de twee.

Bijlenen zonder aan de aflossingseis te denken

Verhoog je je hypotheek voor een verbouwing, dan is dat fiscaal een nieuwe lening met een eigen termijn van maximaal dertig jaar en een eigen aflossingsverplichting. Wordt dat deel aflossingsvrij verstrekt, dan is de rente erover niet aftrekbaar, ook al zit het in dezelfde hypotheekakte.

Aannemen dat je na de helft van de looptijd de helft hebt afgelost

Na vijftien jaar staat van 300.000 euro nog 193.628 euro open, bijna twee derde. Wie bij een verhuizing rekent op meer overwaarde dan er is, komt bij de notaris voor een verrassing te staan en houdt te weinig over voor de kosten koper van het volgende huis.

Annuïtair kiezen puur omdat je er meer mee kunt lenen

Dat klopt niet: de financieringslast wordt wettelijk altijd berekend op een annuïtair aflosschema over dertig jaar, ongeacht de vorm die je kiest. Je maximale hypotheek is bij beide vormen gelijk. Het verschil zit in wat je maandelijks kwijt bent, niet in wat je mag lenen.

Veelgestelde vragen

Wat is een annuïteitenhypotheek?

Een annuïteitenhypotheek is een hypotheek waarbij je elke maand hetzelfde bruto bedrag betaalt, de annuïteit genoemd. Dat bedrag bestaat uit rente en aflossing samen. Omdat je schuld daalt, wordt het rentedeel elke maand kleiner en het aflossingsdeel even zoveel groter. Aan het einde van de looptijd is de lening helemaal afgelost.

Hoe werkt een annuïteitenhypotheek, en wat betekent annuïtair?

Annuïtair betekent: in vaste periodieke bedragen. De geldverstrekker berekent bij de start welk bedrag per maand nodig is om de lening in het afgesproken aantal maanden af te lossen inclusief rente. Bij 300.000 euro, 4 procent en dertig jaar is dat 1.432 euro. In maand één is daarvan 1.000 euro rente en 432 euro aflossing, in de laatste maand is het bijna volledig aflossing.

Wat is het verschil tussen een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek?

Bij een lineaire hypotheek los je elke maand hetzelfde bedrag af en daalt je totale last, bij een annuïteitenhypotheek blijft de totale last gelijk en groeit alleen het aflossingsdeel. Lineair begin je hoger en eindig je lager. Bij 300.000 euro en 4 procent betaal je lineair de eerste maand 1.833 euro tegenover 1.432 euro annuïtair, en in de laatste maand 836 euro tegenover diezelfde 1.432 euro. De overeenkomst: beide vormen lossen de schuld volledig af binnen de looptijd en geven allebei recht op renteaftrek.

Annuïteit of lineair: wat is goedkoper?

Lineair is over de hele looptijd goedkoper, omdat je sneller aflost en dus over een kleinere schuld rente betaalt. Bij 300.000 euro en 4 procent betaal je lineair 180.500 euro rente en annuïtair 215.609 euro, een verschil van 35.109 euro. Netto is het voordeel kleiner, ongeveer 21.900 euro bij het maximale aftrektarief van 37,56 procent in 2026, omdat je over de hogere rente ook meer aftrekt.

Hoe bereken je de annuïteit zelf?

Deel de jaarrente door twaalf om de maandrente te krijgen. Vermenigvuldig de hoofdsom met die maandrente en deel de uitkomst door 1 min (1 plus de maandrente) tot de macht min het aantal maanden. Voor 300.000 euro, 4 procent en 360 maanden: 1.000 gedeeld door 0,6982 is 1.432 euro. Een rekentool of de rekenhulp op deze site doet hetzelfde in één klik en toont er meteen het aflossingsschema bij.

Hoeveel los je af bij een annuïteitenhypotheek in het eerste jaar?

Verrassend weinig. Bij 300.000 euro tegen 4 procent betaal je in het eerste jaar 17.187 euro, waarvan 11.904 euro rente en 5.283 euro aflossing. Dat is 1,8 procent van de lening. Pas vanaf het veertiende jaar gaat er in een jaar meer naar aflossing dan naar rente, en in het laatste jaar los je 16.820 euro af.

Wat zijn de nadelen van een annuïteitenhypotheek?

Je lost in de eerste jaren weinig af, waardoor je bij een snelle verhuizing weinig overwaarde hebt opgebouwd. Je betaalt over de looptijd meer rente dan bij lineair. En omdat je renteaftrek elk jaar krimpt terwijl de bruto last gelijk blijft, stijgt je netto maandlast langzaam. De gelijke maandlast geldt bovendien alleen binnen de rentevaste periode.

Mag je extra aflossen bij een annuïteitenhypotheek?

Ja, dat mag altijd. De meeste geldverstrekkers laten je per kalenderjaar 10 procent van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij aflossen, sommige 15 of 20 procent. Wat daarboven komt kan boeterente kosten, en die vergoeding mag wettelijk niet hoger zijn dan het werkelijke financiële nadeel van de geldverstrekker. Bij het aflopen van je rentevaste periode is dat nadeel er niet en betaal je dus niets; bij verkoop van de woning hangt het af van je hypotheekvoorwaarden, waarin vrijwel iedere geldverstrekker boetevrij aflossen heeft geregeld.

Is aflossen op een annuïteitenhypotheek verstandig?

Dat hangt af van je alternatief. Levert je spaargeld minder op dan je hypotheekrente na aftrek kost, dan is aflossen rendement zonder risico. Houd wel een buffer voor onverwachte uitgaven en los eerst duurdere leningen af. Bedenk ook dat elke aflossing je renteaftrek verkleint, waardoor het netto voordeel ongeveer 62 procent van het bruto voordeel is bij het hoogste tarief.

Kun je een annuïteitenhypotheek omzetten naar een lineaire hypotheek?

Bij de meeste geldverstrekkers kan dat, maar het is geen recht. Je vraagt een wijziging van de aflosvorm aan en de geldverstrekker toetst of je de hogere beginlast draagt. Soms zijn er administratiekosten, en bij het aflopen van de rentevaste periode gaat het vaak kosteloos. De resterende fiscale termijn loopt door vanaf de oorspronkelijke startdatum, dus na tien jaar omzetten betekent aflossen in twintig jaar.

Wat is de minimale looptijd van een annuïteitenhypotheek?

Wettelijk is er geen minimum. De dertig jaar die iedereen kent is een maximum: langer aflossen mag, maar dan vervalt de renteaftrek over het deel na 360 maanden. Een kortere looptijd van bijvoorbeeld twintig of vijftien jaar kan gewoon en scheelt veel rente, alleen ligt de maandlast dan een stuk hoger. Welke korte looptijden een geldverstrekker toestaat, verschilt per aanbieder.

Blijft de maandlast van een annuïteitenhypotheek echt dertig jaar gelijk?

Bruto blijft de annuïteit gelijk zolang de rente vaststaat. Kies je tien jaar vast, dan wordt de maandlast na tien jaar opnieuw berekend over de restschuld en de resterende twintig jaar, tegen de rente van dat moment. Netto stijgt je last hoe dan ook, omdat je renteaftrek elk jaar kleiner wordt. In het rekenvoorbeeld is dat 1.059 euro netto in jaar 1 en 1.421 euro in jaar 30.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

De keuze tussen annuïtair en lineair kun je prima zelf maken als je situatie overzichtelijk is: één of twee inkomens in loondienst, een gewone koopwoning en geen oude leningdelen. Reken beide vormen door met de maandlasten-rekenhulp, kijk of je de lineaire beginlast draagt, en je hebt je antwoord. Een hypotheekadviseur is dan vooral nodig voor de aanvraag zelf; adviseren en bemiddelen kost in 2026 bij de meeste kantoren tussen de 2.000 en 3.500 euro.

Ingewikkelder wordt het bij ondernemerschap, een flexibel of wisselend inkomen, een verbouwing die je meefinanciert, een scheiding of een aanstaande pensionering. Dan gaat het niet alleen om de aflosvorm maar om de opbouw in leningdelen, de rentevaste periodes en de fiscale behandeling per deel, en dat is precies waar een adviseur zijn kosten terugverdient. Ook bij een oude hypotheek met overgangsrecht die je wilt oversluiten of verhogen is deskundig meekijken verstandig, want een verkeerde volgorde kost je aftrek. Wat er verder bij komt kijken, staat op de pagina over een hypotheek afsluiten en op de overzichtspagina over de hypotheek. Voor de fiscale kant van een verhoging of een restschuld is een fiscalist of de Belastingtelefoon het juiste loket, niet je geldverstrekker.

Bronnen en controle

  1. Hypotheekrente aftrekken: voorwaarden en de termijn van 30 jaar Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  2. Tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning 2026 Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  3. Tarieven en schijven box 1, 2026 Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  4. Wet inkomstenbelasting 2001, artikel 3.119c (aflossingseis, 360 maanden) Wetten.overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  5. Tijdelijke regeling hypothecair krediet, artikel 3 (financieringslast op annuïtair schema) Wetten.overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
  6. Besluit Gedragstoezicht financiële ondernemingen, artikel 81c (vergoeding vervroegde aflossing) Wetten.overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026

Hypotheektechnisch gecontroleerd 22 augustus 2026

  • Annuïteitenformule, aflosschema en restschuld per jaar nagerekend over alle 360 maanden bij 300.000 euro en 4 procent
  • Vergelijking met lineair nagerekend: eerste en laatste maandlast, totale rente en het omslagpunt in maand 146
  • Aflossingseis van 360 maanden en de dertigjaarstermijn getoetst aan artikel 3.119c Wet IB 2001 en aan de Belastingdienst
  • Maximaal aftrektarief 2026 en de schijfgrenzen box 1 gecontroleerd, plafond onderscheiden van het eigen schijftarief
  • Boetevrije ruimte, boeterente en de annuïtaire toetsing getoetst aan artikel 81c BGfo en artikel 3 Tijdelijke regeling hypothecair krediet

Uitgevoerd door de redactie van dehuisgids.nl aan de hand van de bronnen hierboven. Wij geven algemene informatie en geen persoonlijk advies.

Ons redactionele beleid: hoe we schrijven, controleren en bijwerken

Verder lezen over dit onderwerp

dehuisgids.nl HYPOTHEEK Hypotheek berekenen: wat kun je lenen en wat ga je betalen