Kosten zonnepanelen
Een complete set van tien zonnepanelen kost in 2026 ongeveer 3.800 euro inclusief omvormer, montagemateriaal en installatie. Dat is 0,86…
Vul de koopsom in en zie per post wat je aan overdrachtsbelasting, notaris, advies en keuringen kwijt bent.
OpenenVul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien.
OpenenKies je maatregel en zie het actuele ISDE-bedrag, de voorwaarden en hoe je aanvraagt.
OpenenVul je dak, verbruik en stroomprijs in en zie de opbrengst per jaar en het jaar waarin je installatie zichzelf heeft terugbetaald.
OpenenKies de relatie en het bedrag en zie de vrijstelling van dit jaar, het tarief en wat er netto overblijft.
OpenenZoek je WOZ-waarde op, vergelijk hem met de markt en loop de checklist door die vertelt of bezwaar kansrijk is.
OpenenEen afvinklijst van acht weken voor de verhuizing tot een maand erna, gesorteerd op wat eerst moet.
OpenenEen set van tien zonnepanelen kost in 2026 ongeveer 3.800 euro en levert op een gunstig dak zo'n 3.800 kWh per jaar. Over de aanschaf en installatie op een woning betaal je sinds 2023 geen btw. Salderen kan nog tot en met 31 december 2026; daarna krijg je voor teruggeleverde stroom een vergoeding van je leverancier, tot 2030 wettelijk minstens 50 procent van je kale leveringstarief. Hoe meer van je zonnestroom je direct zelf verbruikt, hoe sneller de investering terugkomt.
Wie zich voor het eerst oriënteert, wil weten wat een installatie kost, wat er op het eigen dak past en hoe je een betrouwbare installateur vindt. Dat staat in de gids over zonnepanelen kopen: prijzen per set, de keuzes rond panelen en montage, en de vragen die je een installateur stelt voordat je tekent.
Heb je al panelen, dan draait bijna elke vraag om de energierekening. Hoe het wegstrepen van teruggeleverde stroom dit jaar nog werkt, wat er per 2027 verandert en hoe je je energiecontract daarop aanpast, lees je bij salderen en terugleveren.
Blijft de opbrengst achter of valt de installatie uit, dan zit de oorzaak meestal in de omvormer of in vervuiling. De pagina over onderhoud en storingen helpt je zoeken voordat je een monteur belt. En wie vooral warm water uit de zon wil halen, bekijkt de zonneboiler als alternatief voor een dak vol panelen.
Een complete set van tien panelen kost in 2026 ongeveer 3.800 euro, inclusief omvormer, montagemateriaal en installatie. Dat is grofweg 380 euro per paneel, all-in. Kleinere sets zijn per paneel duurder, omdat de vaste kosten van steiger, monteur en aansluiting over minder panelen worden verdeeld. Houd verder rekening met kleine bijkomende posten, zoals een extra groep in de meterkast; het aanmelden van de installatie bij je netbeheerder via energieleveren.nl is verplicht en gratis.
Btw betaal je niet. Sinds 1 januari 2023 geldt een nultarief op de levering en installatie van zonnepanelen op of bij een woning, en dat tarief geldt ook in 2026. De installateur verwerkt het nultarief direct in de offerte; de oude teruggaafprocedure bij de Belastingdienst is voor woningen verleden tijd.
Een aparte aanschafsubsidie voor zonnepanelen bestaat niet: het btw-nultarief is de landelijke regeling. Voor een zonneboiler is er wel ISDE-subsidie. Waar prijsverschillen tussen offertes vandaan komen en hoe je aanbiedingen naast elkaar legt, staat in de aanschafgids.
| Kostenpost of regeling | Stand van zaken 2026 |
|---|---|
| Complete set van tien panelen, geïnstalleerd | ± € 3.800 |
| Btw op aanschaf en installatie bij een woning | 0% sinds 2023 |
| Landelijke subsidie op zonnepanelen | Geen; het btw-nultarief is de regeling |
| ISDE-subsidie op een zonneboiler | € 300 tot € 1.750 in 2026 |
| Indicatie terugleververgoeding | ± € 0,06 per kWh in 2026, vóór terugleverkosten |
Gecontroleerd op augustus 2026
Reken in 2026 met ongeveer 0,87 kWh opbrengst per wattpiek per jaar voor een gunstig gelegen dak. Tien panelen van 440 wattpiek, samen 4.400 wattpiek, produceren dan zo'n 3.800 kWh per jaar. Op een oost-westdak of bij schaduw van bomen en dakkapellen ligt de opbrengst lager, soms tientallen procenten.
Wat die stroom in euro's waard is, hangt af van hoeveel je er direct zelf van gebruikt. Zonder moeite verbruik je rond de 30 procent op het moment dat de zon schijnt; de rest lever je terug aan het net. Stel, je betaalt 30 cent per kWh en krijgt 6 cent per teruggeleverde kWh: dan is 1.140 kWh eigen verbruik 342 euro waard en levert 2.660 kWh teruglevering ongeveer 160 euro op, samen zo'n 500 euro per jaar.
Dat is het bedrag vóór terugleverkosten. Rekent je leverancier die wel, dan blijft er minder over: Milieu Centraal houdt voor de situatie vanaf 2027 netto 2 cent per teruggeleverde kWh aan en komt voor tien panelen uit op ongeveer 240 euro per jaar.
Zolang je in 2026 nog saldeert, telt elke teruggeleverde kWh tegen je volle leveringstarief zolang je jaarverbruik minstens zo hoog is als de productie, en ligt de jaaropbrengst dus flink hoger. Vul je eigen aantal panelen, verbruik en tarieven in de rekenhulp voor de terugverdientijd in en je ziet in één oogopslag hoeveel jaar jouw installatie nodig heeft.
Tot en met 31 december 2026 streep je teruggeleverde stroom weg tegen de stroom die je van het net afneemt. Over het gesaldeerde deel betaal je geen leveringstarief, geen energiebelasting en geen btw. Per 1 januari 2027 stopt de salderingsregeling in één keer, zonder afbouwperiode.
Vanaf 2027 betaal je over alle afgenomen stroom het volle tarief inclusief belastingen, en krijg je voor teruggeleverde stroom een vergoeding van je leverancier. Die vergoeding moet van 2027 tot 2030 wettelijk minstens 50 procent van je kale leveringstarief zijn, dus van de stroomprijs zonder btw en energiebelasting. Terugleverkosten die aan het salderen gekoppeld zijn, mogen vanaf 2027 niet meer; kosten voor onbalans mag een leverancier wel blijven doorberekenen.
Wat dit betekent voor je jaarafrekening, welke contractvorm dan past en of overstappen zin heeft, staat in de gids over de salderingsregeling en wat ervoor in de plaats komt.
| Onderdeel | Tot en met 2026 | Vanaf 2027 |
|---|---|---|
| Teruggeleverde stroom | Weggestreept tegen je verbruik | Vergoeding per kWh van je leverancier |
| Energiebelasting en btw | Alleen over je nettoverbruik na salderen | Over alle stroom die je afneemt |
| Minimale vergoeding | Niet van toepassing | Minstens 50% van je kale leveringstarief, wettelijk vastgelegd tot 2030 |
| Terugleverkosten gekoppeld aan salderen | Komen bij veel leveranciers voor | Niet meer toegestaan; onbalanskosten wel |
Gecontroleerd op augustus 2026
Wie in 2026 nog panelen laat plaatsen, saldeert alleen de rest van dit jaar. Reken elk aanbod daarom door met de situatie vanaf 2027, niet met de oude saldeerwinst die verkopers soms nog in hun rekenvoorbeeld stoppen.
Na 2026 is een kWh die je direct zelf verbruikt ruwweg vijf keer zoveel waard als een teruggeleverde: je bespaart het volle tarief van pakweg 30 cent in plaats van dat je er zo'n 6 cent bruto voor krijgt. Houdt je leverancier daar nog terugleverkosten op in, dan wordt dat verschil groter. De goedkoopste maatregel is verbruik verschuiven naar de zonne-uren: de wasmachine en vaatwasser overdag laten draaien, een elektrische boiler of auto overdag laden.
Een thuisbatterij tilt middagstroom naar de avond en verhoogt zo het eigen verbruik verder. Een landelijke subsidie is er in 2026 niet voor; alleen enkele gemeenten en provincies hebben een eigen regeling. Of een batterij zichzelf terugverdient, hangt af van de aanschafprijs, je contractvorm en het prijsverschil tussen dag en avond, en dat pakt per huishouden anders uit.
Hoe zwaar het percentage eigen verbruik weegt, zie je direct als je er in de terugverdientijd-rekenhulp mee schuift: van 30 naar 50 procent eigen verbruik scheelt bij deze tarieven al gauw een paar jaar terugverdientijd.
Een startuitstel op de vaatwasser en wasmachine kost niets en verschuift al snel een paar honderd kWh per jaar naar de uren waarin je panelen leveren.
De omvormer zet de gelijkstroom van je panelen om in wisselstroom voor je meterkast, en is daarmee het hardst werkende onderdeel van de installatie. Bij een standaard dak volstaat één string-omvormer. Bij schaduw of panelen in meerdere richtingen presteren micro-omvormers of optimizers vaak beter, omdat elk paneel dan los van de rest zijn werk doet.
De levensduur verschilt sterk per onderdeel. Panelen gaan 25 jaar of langer mee en verliezen per jaar maar een fractie van hun vermogen; een omvormer is na tien tot vijftien jaar meestal aan vervanging toe. Reserveer daar geld voor, dan schrikt de rekening halverwege de looptijd niet.
Via de app van de omvormer volg je de opbrengst per dag en per maand, en zie je een storing eerder dan op je jaarafrekening. Welke omvormer bij welk dak past, wat vervanging kost en hoe de bekabeling en meterkast erbij horen, staat bij omvormer en techniek.
Zonnepanelen vragen weinig onderhoud. Op een schuin dak spoelt de regen het meeste vuil weg en is schoonmaken hooguit eens in de paar jaar nodig, bijvoorbeeld bij vogelpoep, pollen of aanslag langs de randen. Panelen die plat of onder een kleine hoek liggen, vervuilen sneller en verdienen een jaarlijkse blik.
Houd de opbrengst in de gaten via de app en vergelijk dezelfde maand met een jaar eerder. Een dip van tientallen procenten wijst zelden op vieze panelen en bijna altijd op een haperende omvormer, een uitgevallen groep of een kapotte optimizer.
Geef de installatie door aan je opstalverzekeraar, zodat storm-, brand- en hagelschade gedekt is. Laat na een zware storm ook de bevestiging van het montagesysteem nakijken, want een losgewaaid paneel richt meer schade aan dan jaren vervuiling kost. In de gids over onderhoud en storingen lees je wanneer schoonmaken echt iets oplevert, wat een schoonmaakbeurt kost en hoe je een storing stap voor stap opspoort.
Een zonneboiler maakt geen stroom maar warm water: een collector op het dak warmt via een voorraadvat je tap- en douchewater op. Voor een huishouden dat veel warm water gebruikt, kan dat aantrekkelijker zijn dan extra panelen, zeker nu teruggeleverde stroom na 2026 minder oplevert.
Anders dan bij zonnepanelen krijg je hier wel directe subsidie: de ISDE bedraagt in 2026 300 tot 1.750 euro, afhankelijk van het collectoroppervlak en de inhoud van het voorraadvat. Je vraagt de subsidie pas na de installatie aan via rvo.nl, binnen 24 maanden nadat een installatiebedrijf de zonneboiler heeft geplaatst.
De afweging gaat vooral over dakruimte en verbruik. Een collector bezet dakvlak dat niet meer voor panelen beschikbaar is, en stroom is breder inzetbaar dan warmte. Combineren kan ook: een kleinere collector voor het warme water en de rest van het dak vol panelen, al moet het voorraadvat dan wel ergens binnen een plek krijgen. Hoe de techniek werkt, wat een installatie kost en voor wie de som positief uitpakt, staat in de gids over de zonneboiler.
Zonnepanelen kopen: kosten, opbrengst en aantal panelen
Een complete set van tien zonnepanelen kost in 2026 ongeveer 3.800 euro inclusief omvormer, montagemateriaal en installatie. Dat is 0,86…
Zonne-energie is energie die je rechtstreeks uit zonlicht haalt: zonnepanelen maken er elektriciteit van, een zonnecollector maakt er warm water…
Op een plat dak liggen zonnepanelen niet in het dakvlak maar in frames die door hun eigen gewicht blijven liggen,…
Er is geen energieleverancier die bij elk dak het voordeligst uitpakt, want zonnepanelen veranderen je rekening op vier plekken tegelijk:…
Met zonnepanelen kies je een energiecontract op drie punten tegelijk: het tarief voor de stroom die je afneemt, de vergoeding…
Een zonnepaneel met stekker is een paneel met een eigen micro-omvormer dat je zelf in het stopcontact steekt, meestal aan…
Zonneboiler: warm water van de zon
Een zonneboiler kost in 2026 inclusief installatie ongeveer 2.000 tot 3.000 euro voor een compact toestel en 4.000 tot 6.000…
Een zonnecollector is het dakdeel van een zonneboiler: hij vangt zonnewarmte op en geeft die via een vloeistofcircuit door aan…
Je koopt geen apparaat maar een systeem: een collector op het dak, een voorraadvat binnen, een pompgroep met regeling en…
De grootste nadelen van een zonneboiler zijn de investering en de lange terugverdientijd: na aftrek van de ISDE van 300…
Salderen en terugleveren: de regels en de kosten
De salderingsregeling laat je energieleverancier de stroom die je teruglevert wegstrepen tegen de stroom die je afneemt, zodat je over…
Terugleverkosten zijn een tariefpost die je energieleverancier rekent omdat je zonnestroom teruglevert aan het net. Bij een huishouden dat 2.601…
Salderen betekent wegstrepen: je energieleverancier haalt de stroom die je zonnepanelen aan het net teruggeven af van de stroom die…
De terugleververgoeding is het bedrag per kilowattuur dat je energieleverancier betaalt voor zonnestroom die je het net op stuurt. Zolang…
De panelen zelf hebben geen uitknop: zolang er licht op valt staat er spanning op. Wat je uitzet is de…
De massaclaim terugleverkosten is een collectieve procedure tegen energieleveranciers die terugleverkosten zijn gaan rekenen bij klanten met wie ze daar…
Zonnepanelen onderhouden: schoonmaken en storingen
Op een schuin dak spoelt regen het meeste vuil vanzelf weg en blijft het verlies meestal tussen de 2 en…
Een bedrijf rekent in 2026 doorgaans 4 tot 10 euro per paneel voor een schoonmaakbeurt, plus 35 tot 60 euro…
Het beste moment om zonnepanelen schoon te maken is het vroege voorjaar, in maart of april, vlak voordat de maanden…
Omvormer en techniek achter je zonnepanelen
Een omvormer voor zonnepanelen kost in 2026 tussen de 400 en 1.600 euro als los apparaat, afhankelijk van het vermogen.…
Een foutmelding op de omvormer komt in de meeste gevallen niet uit het apparaat zelf, maar uit het net of…
Reken eerst je piekvermogen uit: aantal panelen keer wattpiek per paneel. De omvormer die daarbij hoort heeft in Nederland doorgaans…
De tools die bij zonnepanelen horen.
Een huishouden van twee personen verbruikt gemiddeld 2.610 kWh per jaar en een huishouden van vier personen 3.710 kWh (cijfers over 2024). Bij 0,87 kWh opbrengst per wattpiek kom je voor twee personen uit op ongeveer 3.000 wattpiek, zeven panelen van 440 wattpiek, en voor vier personen op zo'n tien panelen. Een schaduwrijk of oost-west gelegen dak vraagt meer panelen voor dezelfde opbrengst.
Ongeveer 3.800 euro, inclusief omvormer, montagemateriaal en installatie (prijspeil 2026). Over de aanschaf en installatie op een woning betaal je geen btw. Kleinere sets zijn per paneel iets duurder, omdat de vaste kosten van steiger, monteur en aansluiting over minder panelen worden verdeeld.
Ja, al duurt terugverdienen langer dan in de jaren waarin je alles kon wegstrepen. Met een aanschafprijs van rond de 3.800 euro voor tien panelen (2026), 30 procent eigen verbruik en zo'n 6 cent bruto per teruggeleverde kWh kom je op ruwweg acht jaar.
Rekent je leverancier terugleverkosten, dan loopt dat op. Milieu Centraal houdt vanaf 2027 netto 2 cent per teruggeleverde kWh aan en komt voor tien panelen op ongeveer 240 euro per jaar, oftewel een jaar of vijftien. In beide gevallen blijft dat binnen de levensduur van meer dan 25 jaar, en hoe hard het einde van salderen bij jou aankomt, bepaalt vooral je eigen verbruik.
Nee. Sinds 1 januari 2023 geldt een btw-tarief van 0 procent op de levering en installatie van zonnepanelen op of bij een woning, en dat tarief geldt ook in 2026. Je hoeft niets terug te vragen; de installateur past het nultarief direct toe. Koop je een nieuwbouwwoning met geïntegreerde zonnepanelen die het dak vormen, dan betaal je daarover 21 procent: die panelen horen bij de levering van de woning zelf.
De wet schrijft voor dat je leverancier van 1 januari 2027 tot 1 januari 2030 minstens 50 procent van je kale leveringstarief betaalt voor teruggeleverde stroom, dus van de stroomprijs zonder energiebelasting en btw. Betaal je bijvoorbeeld 12 cent kaal per kWh, dan is de bodem 6 cent. Leveranciers mogen meer bieden, en die verschillen zijn een reden om elk jaar opnieuw te vergelijken.
Kosten die je leverancier maakt om teruggeleverde stroom te verwerken, mag hij daarnaast blijven doorberekenen. Kijk dus naar wat er netto per kWh overblijft en niet alleen naar het brutobedrag in de aanbieding.
Een thuisbatterij verhoogt je eigen verbruik door middagstroom naar de avond te tillen, en daar zit na 2026 precies de winst. Een landelijke subsidie is er in 2026 niet; alleen enkele gemeenten en provincies hebben een regeling. Of de batterij zichzelf terugverdient, hangt af van de aanschafprijs, je contractvorm en het prijsverschil tussen dag en avond, en dat pakt per huishouden anders uit.
Panelen gaan 25 tot 30 jaar mee en leveren elk jaar een fractie minder; fabrikanten garanderen vaak nog 80 tot 85 procent van het vermogen na 25 jaar. De omvormer haalt dat niet en is na tien tot vijftien jaar meestal aan vervanging toe. Neem die vervanging op in je berekening, dan komt de rekening niet als verrassing.
Meestal niet: op een schuin dak zijn zonnepanelen vergunningvrij zolang ze in of direct op het dakvlak liggen en de hellingshoek van het dak volgen. Op een plat dak moet de afstand tot de zijkanten van het dak minstens gelijk zijn aan de hoogte van het paneel.
Bij een monument vervalt die vrijstelling en heb je een omgevingsvergunning nodig, ook op een gewoon schuin dak. In een rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht mag het vergunningvrij alleen op een achterdakvlak dat niet naar openbaar toegankelijk gebied is gekeerd; in de andere gevallen beslist de gemeente mee. Woon je in een appartement, dan heb je eerst toestemming van de vereniging van eigenaren nodig voordat er iets op het gezamenlijke dak komt.
Zonnepanelen zijn onroerend en horen daarom in de WOZ-waarde; volgens de Waarderingskamer hebben gemeenten daarin geen beleidsvrijheid. Het effect blijft meestal beperkt, want de investering vertaalt zich niet één op één in waardestijging en telt minder mee naarmate de panelen ouder worden. Geef de panelen wel door aan je opstalverzekeraar, zodat schade door storm, brand of hagel gedekt is. Bij de meeste verzekeraars vallen ze onder de opstal, vaak zonder premieverhoging, maar die bevestiging wil je zwart op wit hebben.
Gekochte panelen zitten aan het huis vast en gaan over naar de koper; de waarde verrekent zich in de verkoopprijs. Het salderen of de terugleververgoeding loopt daarna via het energiecontract van de nieuwe bewoner. Huur of lease je de panelen, dan moet de koper het contract overnemen of moet je het afkopen, en dat maakt de verkoop soms lastiger.
Voor zonnepanelen is de installateur je eerste adviseur: die beoordeelt het dak, de meterkast en de aansluiting, en een adviesgesprek aan huis zit bij de meeste offertes in. Vraag minstens drie offertes op en gebruik de gids over de aanschaf en de offertevergelijking als voorbereiding, dan herken je een te rooskleurige berekening meteen. Een onafhankelijk energieadviseur wordt interessant zodra de panelen onderdeel zijn van een groter plan met isolatie of een warmtepomp; zo'n advies aan huis kost meestal een paar honderd euro. Schakel verder je gemeente in bij een monument of beschermd stadsgezicht, de vereniging van eigenaren bij een gezamenlijk dak, en je opstalverzekeraar voordat de panelen erop liggen. Twijfel je vooral over de cijfers, dan vertaalt de terugverdientijd-rekenhulp jouw dak, verbruik en tarieven in een concreet aantal jaren.