Naar de inhoud
Rekenhulpen

Hypotheekrente vergelijken: zo zet je tarieven eerlijk naast elkaar

8 minuten lezen Hypotheekrente Bijgewerkt 21 augustus 2026
dehuisgids.nl HYPOTHEEK Hypotheekrente vergelijken

Hypotheekrente vergelijken lukt alleen als je vier dingen gelijktrekt: de datum, de rentevaste periode, de risicoklasse of NHG en de hypotheekvorm. Verschuift er één van die vier, dan vergelijk je twee tarieven die niets met elkaar te maken hebben. Een verschil van 0,2 procentpunt kost op een lening van 320.000 euro ongeveer 37 euro per maand, en over tien jaar vast ruim 6.000 euro aan extra betalingen en hogere restschuld. Kijk daarnaast naar de voorwaarden: dalrenteclausule, boetevrij aflossen en de meeneemregeling wegen soms zwaarder dan een tiende procentpunt.

8 minuten
  • 14 dagen wettelijk bedenktijd nadat je een bindend aanbod hebt ontvangen
  • € 470.000 2026 NHG-kostengrens; daaronder kun je het laagste tarief krijgen
  • 0,4% 2026 eenmalige borgtochtprovisie voor NHG over het leenbedrag
  • 37,56% 2026 maximale tarief waartegen je hypotheekrente aftrekt
  • € 37 rekenvoorbeeld 2026 extra maandlast per 0,2 procentpunt bij 320.000 euro annuïtair

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat je vergelijkt als je hypotheekrentes naast elkaar legt

Je vergelijkt nooit één getal per geldverstrekker. Elke aanbieder publiceert een tarievenblad met tientallen vakjes, en welk vakje voor jou geldt hangt af van de rentevaste periode, de verhouding tussen je lening en je woningwaarde en of je met NHG leent. Wie het laagste getal van het ene blad tegenover het gemiddelde van het andere zet, komt tot een verschil dat niet bestaat. De opbouw van zo'n blad staat uitgelegd bij de hypotheekrentes per aanbieder, en de achtergrond bij de hypotheekrente als geheel.

Een eerlijke vergelijking vraagt dat vier dingen gelijk staan: de datum waarop je kijkt, de rentevaste periode, de risicoklasse of NHG en de hypotheekvorm. Verschuift er één, dan vergelijk je twee tarieven die elk over een andere lening gaan.

Daarnaast telt wat er onder het tarief hangt. Twee aanbieders met hetzelfde percentage kunnen ver uit elkaar liggen op boetevrij aflossen, op de dalrenteclausule en op de vraag of je de rente meeneemt bij een verhuizing. Die voorwaarden zijn geld waard, ook al staan ze niet in de kolom met percentages.

Waar je de tarieven vandaan haalt

Er zijn drie routes naar een tarievenoverzicht. Vergelijkingssites tonen de dagrentes van veel aanbieders naast elkaar en zijn handig om te zien waar de markt ongeveer ligt. Een onafhankelijk hypotheekadviseur heeft toegang tot de tarieven van tientallen geldverstrekkers en kan meteen toetsen of je bij die aanbieder ook geaccepteerd wordt. En je kunt de tarievenbladen zelf van de sites van de geldverstrekkers halen, want die staan er openbaar op.

Elke route heeft een blinde vlek. Een vergelijkingssite kent jouw situatie niet en werkt met aannames over je risicoklasse. Een adviseur werkt met een selectie van aanbieders, en die selectie is bij de ene partij breder dan bij de andere; vraag daarom altijd welke geldverstrekkers zijn meegenomen. Wie zelf de bladen naast elkaar legt, mist het acceptatiebeleid: het scherpste tarief helpt niet als je inkomen of je woning er niet doorheen komt.

Wat de actuele stand betekent en waarom die wekelijks beweegt, lees je bij de huidige hypotheekrente. Reken voordat je begint met vergelijken je leenruimte door met de rekenhulp voor je maximale hypotheek, dan weet je in welke orde van grootte je zoekt.

Waar je kijktWat je zietWaar je op let
VergelijkingssiteDagrentes van veel aanbieders naast elkaarWelke risicoklasse en welke vorm er is aangenomen
Onafhankelijk adviseurTarieven plus een toets of je geaccepteerd wordtHoeveel geldverstrekkers er in de vergelijking zitten
Tarievenblad van de aanbiederDe volledige tabel, ongefilterdOf het blad van vandaag is en welke kolom bij jou hoort
Renteaanbod of offerteJouw tarief, met de voorwaarden erbijDe ESIS-bijlage met kosten, looptijd en jaarlijkse kostenpercentage

Gecontroleerd op augustus 2026

Vergelijk op dezelfde dag en in dezelfde klasse

Hypotheekrentes zijn dagkoersen. Geldverstrekkers passen hun tarievenblad aan zodra de kapitaalmarktrente beweegt, soms meerdere keren per maand. Een blad van drie weken oud naast een blad van vandaag levert een verschil op dat over de markt gaat en niet over de aanbieder. Zet daarom de datum bij elk tarief dat je noteert.

De risicoklasse is de tweede valkuil. Het laagste tarief op een blad hoort meestal bij een lening tot ongeveer 60 procent van de woningwaarde of bij NHG; leen je tot 100 procent, dan zit je in de duurste kolom van hetzelfde blad. Vergelijk dus per aanbieder de kolom die bij jouw verhouding hoort. Blijft je lening onder de NHG-kostengrens van 470.000 euro in 2026, neem dan het NHG-tarief mee als aparte optie: je betaalt eenmalig 0,4 procent borgtochtprovisie over het leenbedrag in 2026 en krijgt daarvoor meestal het laagste tarief van het blad.

De vorm telt ook mee. Op een aflossingsvrij leningdeel rekenen veel aanbieders een opslag van een tiende tot twee tienden procentpunt, omdat de schuld niet daalt. Vergelijk een annuïtair tarief dus niet met een aflossingsvrij tarief.

Bij een lening met meerdere leningdelen krijgt elk deel zijn eigen tarief. Vergelijk dan het totale maandbedrag van de hele constructie, niet de losse percentages: die zijn per aanbieder anders verdeeld.

Kies eerst je rentevaste periode, vergelijk daarna

De rentevaste periode is de grootste knop aan je tarief, groter dan het verschil tussen twee geldverstrekkers. Wie tien jaar vast bij de ene bank vergelijkt met twintig jaar vast bij de andere, meet vooral het verschil in looptijd. Bepaal daarom eerst hoeveel jaar zekerheid je wilt en leg pas daarna de tarieven naast elkaar.

Waar de keuze van afhangt: hoe krap je maandlast is, hoe lang je in het huis denkt te blijven en hoeveel schommeling je kunt dragen. Hoe die afweging uitpakt staat in de gids over de rentevaste periode. De twee meest gekozen varianten worden apart behandeld bij tien jaar vast en twintig jaar vast.

Reken twee periodes door voordat je kiest. Vraag bij elke aanbieder het tarief voor bijvoorbeeld tien en twintig jaar op en zet de maandlasten naast elkaar met de maandlasten-rekenhulp. Soms is het verschil tussen de twee bij de ene aanbieder een halve procentpunt en bij de andere maar een tiende, en dan verandert je keuze mee met de aanbieder.

Rentevaste periodeWat je vergelijktZwaarste weegpunt
VariabelHet startpunt van vandaagDe opslag boven de basisrente, want die blijft
5 jaar vastTarief plus de kosten van opnieuw afsluitenWat je over vijf jaar aan renterisico loopt
10 jaar vastTarief en de voorwaarden bij verlengingHet verschil met twintig jaar bij dezelfde aanbieder
20 jaar vastTarief en de meeneemregelingOf je twintig jaar in dit huis blijft
30 jaar vastTarief en boetevrije aflosruimteDe prijs van zekerheid tegenover tien of twintig jaar

Wat een tiende of twee tienden procentpunt echt kost

Kleine renteverschillen zien er onschuldig uit op papier. Op een annuïteitenhypotheek van 300.000 euro met dertig jaar looptijd scheelt 0,2 procentpunt ongeveer 35 euro per maand, en over een rentevaste periode van tien jaar ruim vierduizend euro. Dat is bruto: de netto uitkomst hangt af van je renteaftrek.

Er zit nog een tweede effect in dat de meeste vergelijkingen missen. Bij een hoger tarief gaat een groter deel van je maandbedrag naar rente en een kleiner deel naar aflossing. Aan het einde van tien jaar vast staat je schuld daardoor hoger dan bij het lagere tarief, ook al betaalde je meer per maand. Het echte verschil is dus de som van de extra betalingen en de hogere restschuld.

Wil je precies weten wat jouw twee tarieven per maand doen, vul dan beide percentages achter elkaar in bij de maandlasten-rekenhulp en noteer het verschil. Reken daarna hetzelfde bedrag door in de rest van je begroting via hypotheek berekenen.

Leenbedrag0,2 procentpunt meer per maandExtra betaald over 10 jaarExtra rente over 30 jaar
€ 250.000€ 29circa € 3.480circa € 10.400
€ 300.000€ 35circa € 4.180circa € 12.500
€ 400.000€ 46circa € 5.570circa € 16.700
€ 500.000€ 58circa € 6.960circa € 20.900

Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij een annuïteitenhypotheek van 30 jaar, van 4,00 naar 4,20 procent, augustus 2026

De voorwaarden wegen mee, soms zwaarder dan het tarief

Een tarief is een prijs voor een pakket, en dat pakket verschilt per geldverstrekker. De dalrenteclausule bepaalt of je de lagere rente krijgt als de markt zakt tussen je aanbod en het passeren bij de notaris. Zonder die clausule zit je vast aan het tarief van de offertedatum, ook als de tarieven een maand later lager staan.

De boetevrije aflosruimte is de tweede. De meeste aanbieders laten 10 tot 20 procent van de oorspronkelijke hoofdsom per jaar boetevrij aflossen. Wie sneller aflost, zakt eerder naar een lagere risicoklasse en kan dan om het schrappen van de renteopslag vragen. Bij een krappe aflosruimte duurt dat langer.

Verder telt of je de rente meeneemt bij een verhuizing, of de aanbieder aan rentemiddeling doet en hoe lang je aanbod geldig blijft. Sinds 1 juli 2019 mag een aanbieder bij rentemiddeling niet meer in rekening brengen dan het nadeel dat hij er zelf van heeft, en een extra opslag bovenop de gemiddelde rente is niet toegestaan. Dat maakt middelen bij de ene partij aantrekkelijker dan bij de andere.

VoorwaardeWaarom die geld waard is
DalrenteclausuleJe krijgt de lagere rente als de markt zakt tussen aanbod en passeren
Boetevrij aflossen per jaarBepaalt hoe snel je naar een lagere risicoklasse en een lagere opslag zakt
Automatische rentedaling bij overwaardeZonder taxatie omlaag in klasse, scheelt vaak 0,1 tot 0,3 procentpunt
Rente meenemen bij verhuizingWaardevol als je binnen de rentevaste periode verhuist
RentemiddelingMaakt tussentijds naar een lager tarief gaan mogelijk zonder oversluiten
Geldigheidsduur van het aanbodBij nieuwbouw of een late oplevering scheelt dat verlengingskosten

Gecontroleerd op augustus 2026

Vraag bij elk aanbod expliciet naar de bereidstellingsprovisie: de vergoeding om je aanbod te verlengen als het passeren uitloopt. Bij nieuwbouw is dat een reële kostenpost en het verschil tussen aanbieders is groot.

Van vergelijken naar een bindend aanbod

Zodra je gekozen hebt, vraag je een renteaanbod aan. Bij dat aanbod hoort verplicht een ESIS, het Europees gestandaardiseerde informatieblad dat sinds juli 2016 in heel Europa hetzelfde formaat heeft. Daarop staan het tarief, de looptijd, alle kosten en het jaarlijkse kostenpercentage. Twee ESIS-bladen naast elkaar is de meest eerlijke vergelijking die er bestaat, want de opbouw is voorgeschreven.

Op een bindend aanbod heb je wettelijk veertien dagen bedenktijd. In die periode mag de geldverstrekker het aanbod niet intrekken of wijzigen, terwijl jij zonder opgaaf van reden en zonder kosten kunt afzien. Je kunt die twee weken dus gebruiken om een tweede aanbod op te vragen en de twee naast elkaar te leggen.

Neem in de vergelijking ook de eenmalige kosten mee: advies- en bemiddelingskosten, taxatie, notaris voor de hypotheekakte en bij NHG de borgtochtprovisie van 0,4 procent in 2026. Op een korte rentevaste periode wegen die kosten zwaar, want je verdeelt ze over minder jaren. Wat er verder bij het afsluiten komt kijken staat bij hypotheek afsluiten, en de stap-voor-stap vergelijking tijdens een aanvraag bij rente vergelijken bij het afsluiten.

De veertien dagen bedenktijd lopen vanaf het moment dat je het bindend aanbod ontvangt. Zet die einddatum in je agenda: daarna zit je eraan vast en is afzien niet meer gratis.

Vergelijken als je rentevaste periode afloopt

Loopt je rentevaste periode af, dan stuurt je geldverstrekker een verlengingsvoorstel, meestal een paar maanden van tevoren. Dat voorstel is geen eindbod. Je mag het naast de tarieven van andere aanbieders leggen, en bij het aflopen van de rentevaste periode is aflossen of oversluiten volledig boetevrij.

Vergelijk het voorstel op drie punten. Ten eerste het tarief zelf: klopt de risicoklasse nog, of is je woning zoveel meer waard geworden dat je in een lagere klasse valt? Ten tweede de kosten van overstappen, want oversluiten kost taxatie, notaris en advies. Ten derde de voorwaarden, die bij je huidige aanbieder soms ruimer zijn dan bij de nieuwe.

Wil je binnen de looptijd naar een lagere rente zonder over te stappen, dan is rentemiddeling het alternatief. Je huidige aanbieder verwerkt dan de vergoeding voor het openbreken in een nieuwe gemiddelde rente. Bij het beoordelen van zo'n voorstel helpt het om te weten waar de markt staat; dat lees je bij de hypotheekrente nu en bij hoe hoog de hypotheekrente is.

Bruto of netto vergelijken

Twee tarieven vergelijk je gewoon bruto, want de aftrek werkt bij beide hetzelfde. Zodra je maandlasten van verschillende hypotheekvormen naast elkaar zet, verandert dat: op een annuïtair of lineair deel is de rente aftrekbaar zolang je in maximaal dertig jaar volledig aflost, op een nieuw aflossingsvrij deel niet.

Het aftrektarief is in 2026 maximaal 37,56 procent, en de aftrek loopt per leningdeel hooguit dertig jaar. Van elke honderd euro rente krijg je dus hooguit 37,56 euro terug in 2026, en alleen over het deel dat aftrekbaar is. Hoe de aftrek werkt en wanneer je hem kwijtraakt staat bij aftrek van hypotheekrente en verder uitgewerkt bij de hypotheekrenteaftrek in de aangifte.

Bij het vergelijken van twee aanbiedingen met een verschillende verdeling over leningdelen reken je daarom eerst per deel de rente uit, daarna de aftrek over het aftrekbare deel, en pas dan tel je op. Anders lijkt de aanbieding met het grootste aflossingsvrije deel goedkoper dan hij is.

Zo vergelijk je hypotheekrentes stap voor stap

Zes stappen die van een rommelige rentelijst een vergelijking maken waar je op kunt bouwen.

  1. Bepaal je leenbedrag en je risicoklasse

    Reken uit hoeveel je leent en deel dat door de waarde van de woning. Die verhouding bepaalt in welke kolom van elk tarievenblad je valt. Ligt je lening onder de NHG-kostengrens van 470.000 euro in 2026, neem het NHG-tarief dan mee als aparte variant. Je leenruimte bereken je met de rekenhulp voor je maximale hypotheek.

  2. Kies de rentevaste periode die je wilt vergelijken

    Leg vast of je tien, twintig of dertig jaar vast wilt, of eventueel twee varianten. Zonder die keuze vergelijk je looptijden in plaats van aanbieders. Waar de keuze van afhangt staat bij de rentevaste periode.

  3. Verzamel de tarieven op één dag

    Noteer per aanbieder het tarief voor jouw klasse en periode, met de datum erbij. Doe dat op dezelfde dag, want tarievenbladen wijzigen tussentijds. Drie tot vijf aanbieders is genoeg om het beeld te zien.

  4. Zet de voorwaarden ernaast

    Vul per aanbieder aan: dalrenteclausule, boetevrije aflosruimte, automatische rentedaling bij overwaarde, meeneemregeling en geldigheidsduur van het aanbod. Op dit punt vallen partijen af die op het tarief alleen nog gelijk leken.

  5. Reken de maandlast en de eenmalige kosten door

    Bereken per aanbieder de maandlast met de maandlasten-rekenhulp en tel de advies-, taxatie- en notariskosten erbij op. Deel die eenmalige kosten over de rentevaste periode, dan zie je wat ze per maand betekenen.

  6. Vraag een aanbod aan en gebruik je bedenktijd

    Vraag bij je favoriet een renteaanbod met ESIS aan. Vanaf het bindend aanbod heb je veertien dagen bedenktijd waarin de aanbieder niets mag wijzigen. Gebruik die twee weken om desgewenst een tweede ESIS op te vragen en de twee regel voor regel te vergelijken.

Maximale hypotheek

Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek

Check dit voordat je twee hypotheekrentes vergelijkt

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Twee aanbieders, 0,2 procentpunt verschil op 320.000 euro

Stel, je leent 320.000 euro annuïtair over dertig jaar en kiest tien jaar vast. De ene aanbieder biedt 4,00 procent, de andere 4,20 procent. Bij 4,00 procent is de maandlast 1.528 euro, bij 4,20 procent 1.565 euro. Het verschil is 37 euro per maand.

Over de tien jaar dat je rente vaststaat, betaal je bij de duurdere aanbieder 37 × 120 = ongeveer 4.460 euro meer. Daar komt het tweede effect bij: na tien jaar staat je schuld bij 4,00 procent op 252.100 euro en bij 4,20 procent op 253.800 euro, omdat een groter deel van je maandbedrag naar rente ging. Dat is 1.700 euro extra schuld.

Het totale nadeel van die 0,2 procentpunt komt daarmee op ruim 6.100 euro over tien jaar. Advieskosten van tweeduizend euro om die betere rente te vinden verdien je in dit voorbeeld ruimschoots terug, zolang de goedkopere aanbieder je ook accepteert.

Rekenvoorbeeld

Verlengingsvoorstel van de eigen bank tegenover oversluiten

Stel, je rentevaste periode loopt af met nog 240.000 euro schuld en twintig jaar te gaan. Je eigen geldverstrekker biedt 4,30 procent voor tien jaar vast, een andere partij 3,95 procent. Bij 4,30 procent is de maandlast 1.493 euro, bij 3,95 procent 1.448 euro: 45 euro per maand verschil, ofwel 540 euro per jaar.

Oversluiten kost geld. Reken op taxatie, notariskosten voor een nieuwe hypotheekakte en advies- en bemiddelingskosten; samen vaak tussen de drie- en vijfduizend euro. Neem 4.100 euro als uitgangspunt. Over de tien jaar dat de rente vaststaat, levert het lagere tarief 5.400 euro op, waardoor er onder de streep ongeveer 1.300 euro overblijft.

Boeterente speelt hier geen rol, want bij het aflopen van de rentevaste periode los je boetevrij af. Wel is dit het moment om eerst je eigen aanbieder te vragen of het voorstel scherper kan: is je woning meer waard geworden, dan hoor je in een lagere risicoklasse te vallen en dat kost hem niets.

Rekenvoorbeeld

Met NHG vergelijken of zonder

Stel, je leent 380.000 euro annuïtair over dertig jaar en blijft daarmee onder de NHG-kostengrens van 470.000 euro in 2026. Zonder NHG val je in een hogere risicoklasse en betaal je in dit voorbeeld 4,25 procent; met NHG 4,00 procent. De maandlast is dan 1.869 euro tegenover 1.814 euro, een verschil van 55 euro per maand.

NHG kost eenmalig 0,4 procent van het leenbedrag in 2026, dus 0,004 × 380.000 = 1.520 euro. Dat bedrag heb je in dit voorbeeld na 28 maanden terugverdiend, en over tien jaar levert het lagere tarief ongeveer 6.600 euro op tegenover die eenmalige 1.520 euro.

De vergelijking valt anders uit als je zonder NHG al in een lage risicoklasse zit, bijvoorbeeld doordat je maar 60 procent van de woningwaarde leent. Dan is het renteverschil vaak enkele honderdsten procentpunt en weegt de provisie zwaarder. Vraag daarom altijd beide tarieven op en reken het om naar euro's per maand.

Veelgemaakte fouten

Het laagste tarief van het blad vergelijken met jouw tarief bij een ander

Het scherpste percentage op een tarievenblad hoort bij een lening tot ongeveer 60 procent van de woningwaarde of bij NHG. Wie tot 100 procent leent, zit in een andere kolom. Zo'n scheve vergelijking suggereert al snel een halve procentpunt verschil die er niet is.

Tarieven van verschillende dagen naast elkaar leggen

Geldverstrekkers passen hun bladen aan zodra de markt beweegt. Een tarief van vorige maand naast een tarief van vandaag meet de markt, niet de aanbieder. Noteer bij elk percentage de datum waarop je het ophaalde.

Alleen op de rente kiezen en de voorwaarden overslaan

Zonder dalrenteclausule mis je een rentedaling tussen aanbod en passeren, en dat kost bij een daling van 0,2 procentpunt op drie ton al snel duizenden euro's over de rentevaste periode. Een krappe boetevrije aflosruimte houdt je bovendien langer in een dure risicoklasse.

De eenmalige kosten buiten de vergelijking laten

Advies, bemiddeling, taxatie en de notaris voor de hypotheekakte lopen samen vaak in de duizenden euro's. Op vijf jaar vast verdeel je die over zestig maanden en dan kan een net iets hoger tarief zonder kosten alsnog goedkoper uitpakken.

Het verlengingsvoorstel van de eigen bank als eindbod behandelen

Bij het aflopen van je rentevaste periode kun je boetevrij weg. Wie het voorstel zonder navraag tekent, laat vaak een lagere risicoklasse liggen die door de gestegen woningwaarde is ontstaan, en dat scheelt zomaar 0,1 tot 0,3 procentpunt.

De bedenktijd van veertien dagen ongebruikt laten verlopen

Vanaf het bindend aanbod ligt de geldverstrekker twee weken vast en kun jij kosteloos afzien. Dat is de enige periode waarin je zonder risico een tweede aanbod kunt opvragen. Wie meteen tekent, geeft dat vergelijkingsmoment weg.

Veelgestelde vragen

Hoe kun je hypotheekrente vergelijken zonder appels met peren te vergelijken?

Trek vier dingen gelijk: de datum waarop je de tarieven ophaalt, de rentevaste periode, de risicoklasse of NHG en de hypotheekvorm. Noteer per aanbieder het tarief dat bij die combinatie hoort en reken het meteen om naar een maandlast. Zet daarna de voorwaarden ernaast, want twee gelijke percentages kunnen een verschillend pakket zijn.

Waar vergelijk je hypotheekrentes het beste?

Een vergelijkingssite geeft snel een marktbeeld, de tarievenbladen op de sites van geldverstrekkers geven de volledige tabel en een onafhankelijk adviseur voegt daar de acceptatietoets aan toe. De meest zuivere vergelijking komt uit twee ESIS-bladen bij echte renteaanbiedingen, want dat formaat is voorgeschreven en overal hetzelfde.

Hoeveel scheelt 0,1 procentpunt hypotheekrente per maand?

Op een annuïteitenhypotheek van 300.000 euro over dertig jaar scheelt 0,1 procentpunt ongeveer 17 euro per maand, en 0,2 procentpunt ongeveer 35 euro. Over tien jaar vast loopt dat bij 0,2 procentpunt op tot ruim vierduizend euro aan extra betalingen, plus enkele honderden tot ruim duizend euro hogere restschuld doordat je minder hebt afgelost.

Is de laagste hypotheekrente altijd de beste keuze?

Niet automatisch. Het scherpste tarief hangt soms aan een krappe boetevrije aflosruimte, geen dalrenteclausule of hogere afsluitkosten. Reken daarom de maandlast plus de eenmalige kosten over de rentevaste periode uit en leg de voorwaarden ernaast. Pas als beide pakketten vergelijkbaar zijn, is het laagste tarief ook echt het goedkoopst.

Moet je bruto of netto hypotheekrentes vergelijken?

Twee tarieven voor dezelfde lening vergelijk je bruto, omdat de aftrek bij allebei hetzelfde werkt. Vergelijk je aanbiedingen met een andere verdeling over leningdelen, dan moet je netto rekenen: op een annuïtair of lineair deel is de rente aftrekbaar zolang je in maximaal dertig jaar volledig aflost, op een nieuw aflossingsvrij deel niet. Het aftrektarief is in 2026 maximaal 37,56 procent.

Kun je de hypotheekrente van je eigen bank vergelijken met een ander en dan overstappen?

Ja. Bij het aflopen van je rentevaste periode kun je boetevrij oversluiten, en tussentijds kan het ook, alleen betaal je dan een vergoeding voor vervroegde aflossing die niet hoger mag zijn dan het werkelijke nadeel van de aanbieder. Reken de kosten van taxatie, notaris en advies mee: pas als het renteverschil die kosten over de rentevaste periode goedmaakt, levert overstappen iets op.

Waarom verschilt de hypotheekrente per geldverstrekker?

Aanbieders halen hun geld op verschillende plekken op: spaargeld, de kapitaalmarkt of institutionele beleggers zoals pensioenfondsen. Daarbovenop komen hun eigen kosten, hun winstmarge en hoeveel risico ze in een bepaalde klasse willen lopen. Daardoor kan de ene partij scherp zijn op tien jaar vast met NHG en de andere juist op dertig jaar zonder NHG.

Hoe lang blijft een vergeleken hypotheekrente geldig?

Een tarief op een tarievenblad is een dagkoers en kan morgen anders zijn. Zodra je een renteaanbod hebt, ligt het tarief vast voor de geldigheidsduur van dat aanbod, meestal enkele maanden. Loopt het passeren uit, dan kun je verlengen tegen een bereidstellingsprovisie. Op een bindend aanbod heb je bovendien veertien dagen bedenktijd waarin er niets mag veranderen.

Wat is een ESIS en waarom helpt dat bij vergelijken?

De ESIS is het Europees gestandaardiseerde informatieblad dat sinds juli 2016 verplicht bij elk kredietaanbod hoort. De opbouw is in heel Europa hetzelfde: tarief, looptijd, alle kosten en het jaarlijkse kostenpercentage staan op vaste plekken. Twee ESIS-bladen naast elkaar leggen is daarom de eerlijkste vergelijking die je kunt maken.

Weegt NHG mee als je hypotheekrentes vergelijkt?

Ja, want met NHG krijg je bij vrijwel elke aanbieder het laagste tarief van het blad. Daar staat een eenmalige borgtochtprovisie van 0,4 procent van het leenbedrag tegenover in 2026, en de lening moet onder de kostengrens van 470.000 euro blijven in 2026. Vraag altijd beide tarieven op en reken uit na hoeveel maanden de provisie is terugverdiend.

Kun je hypotheekrentes vergelijken als je meerdere leningdelen hebt?

Dan vergelijk je het totale maandbedrag van de hele constructie, niet de losse percentages. Aanbieders verdelen leningdelen verschillend en rekenen op een aflossingsvrij deel vaak een opslag. Reken per deel de rente uit, trek de aftrek af over de delen waarop die geldt, en tel dan pas op.

Hoeveel aanbieders moet je vergelijken?

Drie tot vijf aanbieders in jouw risicoklasse en rentevaste periode geven een betrouwbaar beeld van waar de markt ligt. Meer toevoegen levert zelden een nieuw inzicht op, en het kost tijd omdat je alles op dezelfde dag moet ophalen. Belangrijker dan het aantal is dat je van elke aanbieder ook de voorwaarden en de afsluitkosten noteert.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Zelf tarieven naast elkaar leggen kun je prima, zeker als je situatie overzichtelijk is: vast inkomen, een bestaande woning en een lening ruim binnen de normen. De rekenhulpen op deze site brengen je dan al een heel eind, en de maandlasten-rekenhulp laat direct zien wat twee tarieven per maand schelen. Een onafhankelijk hypotheekadviseur verdient zijn advieskosten, meestal tussen de 1.500 en 3.000 euro, terug zodra het ingewikkelder wordt: twee inkomens waarvan er één uit onderneming komt, een verbouwing die meegefinancierd wordt, een overbruggingshypotheek omdat je oude huis nog niet verkocht is, of een scheiding waarbij een deel van de lening moet worden overgenomen. Hij ziet dan niet alleen de tarieven maar ook het acceptatiebeleid, en dat bepaalt of het scherpste tarief überhaupt voor jou beschikbaar is. Voor de fiscale kant van een lening met meerdere delen, zeker als er nog overgangsrecht op zit, is een fiscalist of je belastingadviseur het juiste loket. Vraag bij een adviseur altijd vooraf welke geldverstrekkers in de vergelijking zitten en of hij op provisiebasis of op basis van een vast tarief werkt.

Verder lezen over dit onderwerp