Naar de inhoud
Rekenhulpen

Huizenmarkt: hoe hij werkt en waar hij nu staat

7 minuten lezen Woningmarkt & huizenprijzen Bijgewerkt 21 augustus 2026
dehuisgids.nl HUIS KOPEN Huizenmarkt

De huizenmarkt is in 2026 twee dingen tegelijk: de prijzen stijgen door, in juli 2026 met 3,9 procent ten opzichte van een jaar eerder tot gemiddeld 500.988 euro, en er staan meer woningen te koop dan ooit gemeten. Kopers krijgen daardoor meer keuze en meer tijd, terwijl twee derde van de woningen nog steeds boven de vraagprijs weggaat, gemiddeld 3,7 procent erboven. Wat de markt op langere termijn doet hangt aan vier knoppen: de hypotheekrente, de lonen, de leennormen en het aantal woningen dat erbij komt.

7 minuten
  • € 500.988 juli 2026 gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning
  • +3,9% juli 2026 prijsstijging ten opzichte van een jaar eerder
  • 2,6 1e kwartaal 2026 krapte-indicator: het aantal woningen waaruit een koper kon kiezen
  • 3,7% 1e kwartaal 2026 gemiddeld overbod bij woningen die boven de vraagprijs weggingen
  • 384.000 2026 statistisch woningtekort, 4,6 procent van de woningvoorraad

Gecontroleerd op augustus 2026

Waar de huizenmarkt op dit moment staat

De huizenmarkt wordt in 2026 nog steeds duurder, maar in een tempo dat elke maand een beetje zakt. In juli 2026 lagen de prijzen van bestaande koopwoningen 3,9 procent hoger dan een jaar eerder, terwijl dat jaarcijfer in januari 2026 nog op 5,4 procent stond. De gemiddelde verkoopprijs kwam in juli 2026 uit op 500.988 euro. De volledige prijsreeks en de cijfers per provincie staan bij de woningmarkt en de huizenprijzen.

Aan de andere kant van de markt gebeurt iets wat er jarenlang niet was: het aanbod groeit. NVM-makelaars zetten in het tweede kwartaal van 2026 bijna 57.000 bestaande woningen te koop, het hoogste aantal sinds het begin van die meting in 1995, tegenover 45.200 verkopen in datzelfde kwartaal. Per saldo blijven er dus meer woningen op de markt staan.

Die twee bewegingen samen verklaren waarom de huizenmarkt op dit moment anders aanvoelt dan in 2021. Een woning stond in het eerste kwartaal van 2026 gemiddeld 32 dagen te koop en de krapte-indicator stond op 2,6, wat betekent dat een koper op elk moment uit ruim twee woningen kon kiezen. Twee derde ging nog boven de vraagprijs weg, met een gemiddeld overbod van 3,7 procent, ver onder de pieken van 2021 en 2022.

Wat je meetStandWat het je vertelt
Prijsindex bestaande koopwoningen+3,9% t.o.v. een jaar eerder (juli 2026)De prijzen stijgen nog, in een dalend tempo
Gemiddelde verkoopprijs€ 500.988 (juli 2026)Wat kopers gemiddeld neertelden, alle woningtypen samen
Woningen te koop bij NVM-makelaarsbijna 57.000 (2e kwartaal 2026)Het ruimste aanbod sinds het begin van de meting in 1995
Krapte-indicator2,6 (1e kwartaal 2026)Een koper kon uit ruim twee woningen kiezen
Gemiddelde verkooptijd32 dagen (1e kwartaal 2026)Snel, maar niet meer binnen een week
Aandeel boven de vraagprijs verkochttwee derde (1e kwartaal 2026)Overbieden is nog regel, geen uitzondering
Gemiddeld overbod3,7% (1e kwartaal 2026)Een fractie van de 2021-percentages

Gecontroleerd op CBS, Kadaster en NVM, cijfers tot en met juli 2026

Voor de vraag hoe de markt er vandaag bij ligt, is het aanbod in je eigen zoekgebied een beter kompas dan het landelijke maandcijfer. Tel hoeveel woningen er in jouw postcodegebied binnen je budget te koop staan en hoe lang ze er al staan; dat getal verandert sneller dan welke statistiek dan ook.

Waaruit de huizenmarkt bestaat

Wie het over de huizenmarkt heeft, bedoelt bijna altijd één hoek ervan: de verkoop van bestaande koopwoningen. Nederland telde eind 2025 bijna 8,3 miljoen woningen, en die voorraad valt uiteen in een koopdeel en een huurdeel, met binnen de huur nog het onderscheid tussen sociale huur en de vrije sector. Elk deel heeft zijn eigen prijsvorming, en cijfers uit het ene deel zeggen weinig over het andere.

Binnen de koopmarkt lopen bestaande bouw en nieuwbouw uiteen. Bij een bestaande woning ontstaat de prijs in een onderhandeling of een biedronde, waarna de akte bij de notaris passeert en het Kadaster de prijs registreert. Bij nieuwbouw staat de prijs in een prijslijst die de ontwikkelaar maanden voor de start van de bouw vaststelt, dus daar reageert de prijs veel trager op de markt. Het nieuwbouwaanbod liep in het tweede kwartaal van 2026 op tot ruim 20.100 woningen, tegen 6.100 verkopen in dat kwartaal.

Dat onderscheid is niet academisch. Het gemiddelde prijscijfer dat in het nieuws komt, gaat over bestaande koopwoningen; nieuwbouw zit er niet in. Welk cijfer waarvoor bedoeld is, staat naast elkaar bij de verschillende manieren waarop woningprijzen worden gemeten.

Deel van de huizenmarktHoe de prijs tot stand komtWaar de cijfers vandaan komen
Bestaande koopwoningenVraagprijs, biedingen en onderhandeling per woningCBS en Kadaster (akte), NVM (koopovereenkomst)
NieuwbouwkoopwoningenPrijslijst van de ontwikkelaar, meestal zonder biedenCBS-nieuwbouwcijfers en cijfers van de NVM
Vrije sector huurVraag en aanbod, met een puntengrens voor het middensegmentVerhuurplatforms en gemeentelijke monitors
Sociale huurWettelijk gereguleerde huurprijs op basis van puntenWoningcorporaties en de Rijksoverheid

Vraag en aanbod: wat de prijs op de huizenmarkt bepaalt

Een huizenprijs is geen kostprijs. Hij is wat de best betalende koper op dat moment kan en wil neerleggen, en dat bedrag hangt aan vier knoppen. De hypotheekrente bepaalt hoeveel maandlast een euro lening kost, de lonen bepalen hoeveel maandlast een huishouden kan dragen, de leennormen vertalen dat inkomen naar een maximaal leenbedrag, en het aanbod bepaalt met hoeveel kopers je om dezelfde woning strijdt.

Van die vier beweegt de rente het snelst. Een procentpunt erbij of eraf verandert de leenruimte van een huishouden met tienduizenden euro's, en dat werkt binnen enkele maanden door in de biedingen. De lonen en de leennormen bewegen juist met horten en stoten: de financieringslastnormen worden per 1 januari opnieuw vastgesteld, dus een inkomensstijging vertaalt zich pas in het nieuwe jaar naar meer leenruimte.

Het aanbod is de knop die in 2026 het hardst draait. Meer woningen te koop betekent minder kopers per woning, langere verkooptijden en kleinere overbiedingen. Dat de prijzen desondanks stijgen, komt doordat de onderliggende vraag groot blijft: het statistisch woningtekort bedroeg in 2026 zo'n 384.000 woningen, 4,6 procent van de voorraad, tegen een streefwaarde van 2 procent.

KnopWat er gebeurt als hij omhoog gaatHoe snel je het in de prijs ziet
HypotheekrenteDe leenruimte krimpt en biedingen worden voorzichtigerBinnen drie tot zes maanden
LonenHuishoudens kunnen een hogere maandlast dragenVanaf de normen van het volgende jaar
LeennormenHetzelfde inkomen levert een hoger maximum opPer 1 januari, meteen zichtbaar
Aanbod te koopMinder kopers per woning, dus minder overbiedenBinnen enkele maanden in verkooptijd en overbod
WoningtekortMeer huishoudens die dezelfde woningen zoekenTraag, maar het houdt een bodem onder de prijs

Gecontroleerd op augustus 2026

De ontwikkelingen op de huizenmarkt sinds 2020

De afgelopen jaren lieten alle standen van de markt zien. In 2021 stegen de prijzen met 15,1 procent en in 2022 met 13,3 procent, gedreven door een lage rente en een leeg aanbod. Toen de rente in de loop van 2022 opliep, sloeg dat om: tussen juli 2022 en mei 2023 zakte de prijsindex met 6,2 procent, wat over heel 2023 een min van 2,9 procent opleverde.

Vanaf 2024 kwam het herstel, met 8,7 procent in dat jaar en 8,6 procent in 2025. De rente stabiliseerde, de lonen stegen en de leennormen groeiden mee, terwijl er nauwelijks extra woningen bij kwamen. In 2025 wisselden 238.695 bestaande koopwoningen van eigenaar, meer dan in enig jaar sinds 2021.

Wat 2026 anders maakt, is dat de rem uit de aanbodkant komt in plaats van uit de rente. Er staan meer woningen te koop, en toch wisselden in de eerste helft van 2026 al 114.901 bestaande koopwoningen van eigenaar, 5,5 procent meer dan in dezelfde periode van 2025. Meer aanbod én meer verkopen: de markt wordt ruimer zonder dat hij stilvalt. Hoe die knik eruitziet als lijn, zie je in de grafiek van de huizenprijzen per maand.

JaarPrijsveranderingVerkochte bestaande woningenWat er op de markt gebeurde
2020+7,9%235.511Lage rente, ruime normen, krap aanbod
2021+15,1%226.087De scherpste stijging van de hele reeks
2022+13,3%193.103Hoge start, omslag zodra de rente opliep
2023-2,9%182.403Het enige dalende jaar sinds 2013
2024+8,7%206.458Herstel door stijgende lonen en ruimere normen
2025+8,6%238.695Drukste verkoopjaar sinds 2021
2026 tot en met juli+3,9% in juli114.901 in het eerste halfjaarRecordaanbod, afkoelende prijsstijging

Gecontroleerd op CBS en Kadaster, jaarcijfers tot en met 2025 en maandcijfers tot en met juli 2026

Zo lees je de actuele huizenmarkt zelf

Je hebt drie soorten cijfers nodig, en ze komen van verschillende partijen. Het CBS en het Kadaster publiceren maandelijks de prijsindex en de gemiddelde verkoopprijs van bestaande koopwoningen, gemeten op het moment dat de akte bij de notaris passeert. De NVM publiceert elk kwartaal het aanbod, de verkooptijd, de krapte-indicator en het overbod, gemeten bij het tekenen van de koopovereenkomst.

Dat verschil in meetmoment maakt de NVM-cijfers twee tot drie maanden actueler dan die van het Kadaster. Draait de markt, dan zie je dat eerst in de verkooptijd en de krapte-indicator, en pas een kwartaal later in de prijsindex. Wie alleen de prijsindex volgt, loopt dus per definitie achter de feiten aan.

Het derde soort cijfer verzamel je zelf: het aanbod in je eigen zoekgebied. Hoeveel woningen staan er binnen jouw budget te koop, hoe lang staan ze er al en hoeveel daarvan zijn na een paar weken nog steeds beschikbaar? Zet dat naast de gemiddelde huizenprijs in Nederland en je weet of jouw hoek van de markt krapper of ruimer is dan het landelijke beeld.

BronWat je er vindtHoe vaakMeetmoment
CBS en KadasterPrijsindex, gemiddelde verkoopprijs, aantal transactiesMaandelijksPasseren van de akte
NVMAanbod, verkooptijd, krapte-indicator, overbodPer kwartaalTekenen van de koopovereenkomst
Kadaster vastgoeddashboardPrijzen per gemeente en per woningtypeMaandelijksPasseren van de akte
Je eigen zoekgebiedWat er nu te koop staat en hoe lang alDagelijksVandaag

Gecontroleerd op augustus 2026

Vraagprijzen en verkoopprijzen zijn twee verschillende reeksen. Een bericht dat de vraagprijzen dalen, zegt niets over wat er uiteindelijk betaald wordt: in het eerste kwartaal van 2026 ging twee derde van de woningen juist boven de vraagprijs weg.

Wat de huidige huizenmarkt van je budget vraagt

Bij een gemiddelde woning van rond de 500.000 euro loopt de rekening op meer plekken op dan alleen de maandlast. Je mag in 2026 maximaal 100 procent van de woningwaarde lenen, dus de kosten koper komt uit eigen geld. Bij een koopsom van 500.000 euro is dat ongeveer 14.900 euro, waarvan 10.000 euro overdrachtsbelasting. Reken je eigen bedrag na met de rekenhulp voor de kosten koper.

Twee grenzen bepalen hoe hard die post aankomt. Kopers tussen 18 en 35 jaar die de woning zelf gaan bewonen, betalen eenmalig geen overdrachtsbelasting bij een koopsom tot 555.000 euro in 2026; daarboven geldt het tarief van 2 procent. De Nationale Hypotheek Garantie loopt in 2026 tot een woningwaarde van 470.000 euro, waarmee een gemiddelde woning er net buiten valt en de rentekorting van NHG dus wegvalt.

Voor beleggers en kopers die er niet zelf gaan wonen, geldt in 2026 een tarief van 8 procent, oftewel 40.000 euro op vijf ton. Dat verschil met de 2 procent voor eigen bewoning is een van de redenen dat particuliere beleggers zich uit het goedkopere segment terugtrokken, waardoor daar meer woningen voor eigen bewoners vrijkwamen. Het hele traject van bod tot sleutel loopt via de gids over een huis kopen.

Jouw positieWat de markt van 2026 doetWaar je op let
StarterMeer keuze, maar prijzen die harder stegen dan de leennormenDe startersvrijstelling tot € 555.000 en de NHG-grens van € 470.000 in 2026
DoorstromerJe verkoopt in dezelfde dure markt waarin je kooptOf je eerst koopt of eerst verkoopt, en welke overwaarde je meeneemt
VerkoperNog altijd twee derde boven de vraagprijs, maar met meer concurrentieEen vraagprijs die klopt, want een te hoge prijs kost verkooptijd
Belegger8% overdrachtsbelasting in 2026 en gereguleerde middenhuurOf het rendement die aanvangskosten nog draagt

Gecontroleerd op 2026

De huizenmarkt in jouw regio wijkt af van het landelijke beeld

Het landelijke cijfer is een gemiddelde van twaalf provincies die verschillende kanten op bewegen. In 2025 was Noord-Holland met gemiddeld 570.463 euro de duurste provincie en Zeeland met 366.731 euro de goedkoopste, een verschil van ruim tweehonderdduizend euro op dezelfde markt. De verschillen per gemeente zijn nog groter.

De stijging loopt precies andersom als de prijs. In het tweede kwartaal van 2026 stegen de prijzen in Groningen met 7,9 procent het hardst, terwijl Noord-Holland met 2,4 procent de rij sloot. In de dure provincies lopen kopers eerder tegen hun leencapaciteit aan, waardoor de rek eruit is; in de goedkopere provincies is die ruimte er nog wel. Die inhaalslag loopt al een paar jaar door, zoals te zien is in de woningprijzen per provincie en per gemeente.

Ook het type woning maakt uit. Vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen werden in het tweede kwartaal van 2026 5,5 procent duurder, appartementen bleven op 3,2 procent steken. Een landelijk percentage past daardoor zelden op jouw woning: kijk naar het cijfer voor jouw woningtype in jouw regio en gebruik het landelijke getal alleen als achtergrond.

WoningtypePrijsstijging 2e kwartaal 2026
Vrijstaande woning+5,5%
Twee-onder-een-kapwoning+5,5%
Hoekwoning+4,4%
Tussenwoning+4,0%
Appartement+3,2%

Gecontroleerd op CBS en Kadaster, tweede kwartaal 2026 ten opzichte van een jaar eerder

Wat de huizenmarkt kan doen kantelen

De aanbodkant beweegt langzaam. In 2025 werden er 69.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd, het derde jaar op rij minder, en werden er vergunningen afgegeven voor 86.000 woningen tegen 94.000 in 2024. Het kabinetsdoel van 900.000 nieuwe woningen tot en met 2030 vraagt een aanzienlijk hoger tempo. Zolang dat tempo niet gehaald wordt, blijft het tekort de bodem onder de prijzen.

Een rentesprong werkt veel sneller door. Dat zag je in 2022 en 2023: de rente liep op, de leenruimte kromp en binnen een half jaar stonden de prijzen onder druk. Een omgekeerde beweging werkt net zo hard de andere kant op, want elke euro extra leenruimte belandt in een markt waarin kopers om dezelfde woningen bieden.

Fiscaal beleid is de derde factor. Aanpassingen aan de overdrachtsbelasting, de hypotheekrenteaftrek of het eigenwoningforfait veranderen direct wat huishoudens kunnen en willen betalen, en de aankondiging alleen al verschuift gedrag. Voor je eigen beslissing telt vooral of je de maandlast in een slecht jaar kunt dragen, en niet of de markt volgend jaar 2 of 5 procent stijgt.

Ramingen van banken en planbureaus wijken structureel af van wat er werkelijk gebeurt. De daling van 2023 werd door vrijwel niemand op tijd voorspeld en het herstel daarna evenmin. Gebruik zo'n raming als scenario, niet als kalender.

Zo peil je de huizenmarkt voordat je gaat bieden

Vijf stappen die je in een avond doorloopt en die je bod onderbouwen.

  1. Zet je zoekgebied en je budget vast

    Bepaal eerst binnen welke gemeenten of postcodes je zoekt en tot welk bedrag je kunt gaan, inclusief de kosten koper die je uit eigen geld betaalt. Zonder die twee grenzen kijk je naar cijfers die niet over jouw markt gaan.

  2. Haal het landelijke beeld op

    Noteer de laatste prijsindex en de laatste gemiddelde verkoopprijs van het CBS en het Kadaster, plus het jaarcijfer. Dat is je achtergrond, niet je richtprijs. De maandreeks staat in de grafiek van de huizenprijzen.

  3. Leg daar de cijfers voor jouw provincie en woningtype naast

    Een appartement in Noord-Holland en een vrijstaand huis in Groningen bewegen totaal verschillend. De verschillen per regio en per type vind je bij de gemiddelde huizenprijs in Nederland.

  4. Tel het aanbod in je eigen zoekgebied

    Kijk hoeveel woningen er binnen je budget te koop staan en hoe lang ze er al staan. Zijn dat er weinig en gaan ze binnen twee weken weg, dan is jouw hoek krapper dan de landelijke krapte-indicator van 2,6 in het eerste kwartaal van 2026 suggereert.

  5. Zoek de verkoopprijzen van vergelijkbare woningen op

    Wat vergelijkbare woningen in dezelfde straat of buurt de afgelopen maanden werkelijk opbrachten, weegt zwaarder dan elk landelijk percentage. Vraagprijzen zeggen daar weinig over, want twee derde ging in het eerste kwartaal van 2026 boven de vraagprijs weg.

  6. Reken je maximale bod door tot het eindbedrag

    Tel bij je bod de kosten koper op en kijk wat er overblijft van je spaargeld. Overbieden financier je zelf, want de geldverstrekker rekent met de laagste van koopsom en taxatiewaarde. De rekenhulp voor de kosten koper geeft het bedrag dat je op je rekening moet hebben.

Kosten koper

Vul de koopsom in en zie per post wat je aan overdrachtsbelasting, notaris, advies en keuringen kwijt bent. Open de volledige kosten koper

Check dit voordat je de markt op gaat

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Wat een procentpunt rente met je plek op de markt doet

Stel, jullie gezamenlijke toetsinkomen is 70.000 euro per jaar. Volgens de financieringslastnormen van 2026 mag daarvan bij een rente van 4 procent 22,6 procent naar woonlasten, oftewel 1.318 euro per maand. Bij een annuïteitenhypotheek van dertig jaar levert dat een maximale hypotheek van ongeveer 276.000 euro op.

Stijgt de rente naar 5 procent, dan mag de woonquote naar 23,6 procent en heb je 1.377 euro per maand te besteden. Toch zakt je maximum naar ongeveer 256.000 euro, want elke geleende euro kost meer rente. Een procentpunt rente kost je in dit voorbeeld dus 20.000 euro leenruimte, ruim 7 procent van je budget.

Overkomt dat alle kopers tegelijk, dan verdwijnt die 7 procent uit de biedingen op elke woning. Zo vertaalt een rentestap zich binnen een paar maanden in de prijzen, terwijl een verandering aan de aanbodkant er jaren over doet.

Rekenvoorbeeld

Meebieden in een markt waar twee derde boven de vraagprijs weggaat

Stel, je biedt op een woning met een vraagprijs van 400.000 euro en je legt er het gemiddelde overbod van 3,7 procent bovenop. Je bod komt dan op 414.800 euro. De taxateur waardeert de woning op de vraagprijs van 400.000 euro, en dat is het bedrag waarmee de geldverstrekker rekent.

De 14.800 euro boven de taxatiewaarde breng je dus zelf mee. Daar komt de kosten koper bovenop: 8.296 euro overdrachtsbelasting (2 procent in 2026), 700 euro leveringsakte, 600 euro hypotheekakte, 207 euro Kadaster, 500 euro taxatie, 2.500 euro hypotheekadvies en 350 euro bouwkundige keuring, samen 13.153 euro. Je hebt dan 27.953 euro aan eigen geld nodig.

Ben je tussen de 18 en 35 jaar en koop je voor het eerst, dan vervalt de overdrachtsbelasting bij een koopsom onder 555.000 euro in 2026. Je eigen inbreng zakt daarmee naar 19.657 euro. Had je de 14.800 euro wél kunnen lenen, dan had die bij 4 procent rente over dertig jaar ongeveer 71 euro bruto per maand gekost.

Rekenvoorbeeld

Wat een jaar wachten kost of oplevert

Stel, je hebt een woning van 450.000 euro op het oog en je wacht een jaar af. Blijft de prijsstijging op het niveau van juli 2026 van 3,9 procent, dan kost dezelfde woning over een jaar 467.550 euro. Dat is 17.550 euro meer lenen, bij 4 procent rente over dertig jaar ongeveer 84 euro bruto per maand, plus 351 euro extra overdrachtsbelasting.

Draait de markt en zakken de prijzen met 5 procent, dan kost diezelfde woning 427.500 euro. Je bespaart 22.500 euro plus 450 euro overdrachtsbelasting. Tussen die twee uitkomsten zit ruim 40.000 euro, en niemand weet vooraf welke kant het op gaat.

Wat je in de tussentijd betaalt, telt ook mee. Woon je een jaar langer in een huurwoning van 1.200 euro per maand, dan is dat 14.400 euro waar geen aflossing tegenover staat. Wachten is daarmee geen neutrale keuze maar een weddenschap met een prijskaartje aan beide kanten.

Veelgemaakte fouten

De huizenmarkt als één markt behandelen

Nieuws over de huurmarkt, over nieuwbouw en over bestaande koopwoningen loopt in de berichtgeving door elkaar. Een dalend nieuwbouwaanbod zegt niets over de prijs van een tussenwoning uit 1975, en een gereguleerde huurprijs zegt niets over wat een koper biedt.

Vraagprijzen voor verkoopprijzen aanzien

Een kop over dalende vraagprijzen betekent vaak alleen dat verkopers scherper inzetten. In het eerste kwartaal van 2026 ging twee derde van de woningen boven de vraagprijs weg, dus de vraagprijs was in die gevallen een startpunt en geen eindprijs.

Denken dat recordaanbod automatisch lagere prijzen betekent

Het aanbod stond in het tweede kwartaal van 2026 op het hoogste niveau sinds 1995, en toch stegen de prijzen in juli 2026 met 3,9 procent. Meer aanbod dempt eerst het overbieden en de verkoopsnelheid; pas als het aanbod de vraag structureel overtreft, gaan prijzen omlaag.

Cijfers met verschillende meetmomenten naast elkaar leggen

De NVM meet bij het tekenen van de koopovereenkomst, het Kadaster bij het passeren van de akte, twee tot drie maanden later. Wie een NVM-kwartaalcijfer als daling leest tegenover een oudere Kadasterreeks, ziet een omslag die er niet is.

Op de bodem van de markt willen instappen

De dip van 2023 duurde tien maanden en was pas achteraf te herkennen. Wie in die periode wachtte, betaalde in 2024 en 2025 samen ruim 17 procent meer. Timing kost gemiddeld meer dan hij oplevert, terwijl de huur of de hypotheekrente ondertussen doorloopt.

De maandlast alleen tegen de rente van vandaag toetsen

Een rentevaste periode loopt af, en dan telt de rente van dat moment. Wie zijn maximum leent bij een lage rente en de last niet doorrekent bij een paar procentpunt hoger, kan bij de verlenging in de knel komen.

Overbieden zonder het eigen geld te tellen

De geldverstrekker financiert maximaal de laagste van koopsom en taxatiewaarde. Elke euro boven de taxatiewaarde betaal je uit spaargeld, bovenop de kosten koper. Bij een gemiddeld overbod van 3,7 procent op vier ton is dat al bijna 15.000 euro extra.

Veelgestelde vragen

Wat is de huizenmarkt precies?

De huizenmarkt is het geheel van vraag naar en aanbod van woningen in Nederland. Hij bestaat uit een koopdeel en een huurdeel, en binnen de koopmarkt uit bestaande bouw en nieuwbouw. Nederland telde eind 2025 bijna 8,3 miljoen woningen. Vrijwel alle prijscijfers in het nieuws gaan over één segment daarvan: de verkoop van bestaande koopwoningen.

Hoe staat de huizenmarkt er op dit moment voor?

In juli 2026 lagen de prijzen van bestaande koopwoningen 3,9 procent hoger dan een jaar eerder, met een gemiddelde verkoopprijs van 500.988 euro. Tegelijk stond het aanbod in het tweede kwartaal van 2026 op bijna 57.000 woningen bij NVM-makelaars, het hoogste niveau sinds 1995. De markt stijgt dus nog, maar met meer keuze voor kopers dan in de jaren ervoor. De actuele reeks staat bij de woningmarkt en de huizenprijzen.

Wat zijn de belangrijkste ontwikkelingen op de huizenmarkt in 2026?

Drie dingen springen eruit. Het aanbod van bestaande woningen bereikte in het tweede kwartaal van 2026 een record, de prijsstijging koelde af van 5,4 procent in januari 2026 naar 3,9 procent in juli 2026, en het aantal verkopen groeide door met 5,5 procent in het eerste halfjaar. Bij nieuwbouw liep het aanbod op tot ruim 20.100 woningen tegenover 6.100 verkopen in het tweede kwartaal.

Is de huizenmarkt aan het afkoelen?

Het tempo van de prijsstijging neemt af en de markt wordt ruimer, maar afkoelen is niet hetzelfde als dalen. De verkooptijd liep op naar gemiddeld 32 dagen in het eerste kwartaal van 2026, de krapte-indicator naar 2,6 en het gemiddelde overbod zakte naar 3,7 procent. De prijzen zelf stegen in juli 2026 nog met 3,9 procent op jaarbasis.

Waarom stijgen de prijzen terwijl er meer huizen te koop staan dan ooit?

Omdat de vraag nog groter is dan het extra aanbod. Het statistisch woningtekort bedroeg in 2026 zo'n 384.000 woningen, 4,6 procent van de voorraad, terwijl het Rijk 2 procent nastreeft. Daarbij groeide de leencapaciteit mee met de lonen en de leennormen. Meer aanbod verlaagt eerst het overbieden en de verkoopsnelheid; pas bij een structureel overschot gaan de prijzen omlaag.

Wat betekent de huidige huizenmarkt voor starters?

Er is meer keuze en er wordt minder hard overboden, wat het zoeken rustiger maakt. Daar staat tegenover dat de gemiddelde verkoopprijs van 500.988 euro in juli 2026 boven de NHG-grens van 470.000 euro in 2026 ligt, dus die rentekorting valt bij een gemiddelde woning weg. De startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting geldt in 2026 tot een koopsom van 555.000 euro en scheelt bij vier ton ruim 8.000 euro aan eigen geld.

Kun je de huizenmarkt timen?

Achteraf is elke omslag duidelijk, vooraf zelden. De daling tussen juli 2022 en mei 2023 bedroeg 6,2 procent en duurde tien maanden; in de twee jaar erna stegen de prijzen met 8,7 en 8,6 procent. Wie op een bodem wacht, betaalt ondertussen huur of rente en loopt het risico op een duurdere markt terug te komen. Of kopen verstandig is, hangt meer af van je eigen situatie dan van de stand van de index.

Wat gebeurt er met de huizenmarkt als de hypotheekrente stijgt?

Dan krimpt de leenruimte van vrijwel elke koper tegelijk, en dat werkt binnen drie tot zes maanden door in de biedingen. Bij een toetsinkomen van 70.000 euro scheelt een procentpunt rente ongeveer 20.000 euro maximale hypotheek volgens de normen van 2026. Dat zag je in 2022 en 2023: de rente liep op en de prijsindex zakte met 6,2 procent.

Wat is de krapte-indicator en wat zegt hij?

De krapte-indicator van de NVM geeft aan uit hoeveel woningen een koper op een willekeurig moment kan kiezen. In het eerste kwartaal van 2026 stond hij op 2,6, dus ruim twee woningen per zoekende koper. Onder de 5 spreken makelaars van een krappe markt, boven de 10 van een ruime markt. Hij reageert sneller op een omslag dan de prijsindex.

Hoe verschilt de nieuwbouwmarkt van de markt voor bestaande woningen?

Bij nieuwbouw staat de prijs in een prijslijst die de ontwikkelaar maanden vooraf vaststelt, dus er wordt zelden geboden en de prijs volgt de markt met vertraging. Je betaalt bovendien geen overdrachtsbelasting maar btw, die al in de koopsom zit, en je koopt vaak grond en bouw apart. Het nieuwbouwaanbod liep in het tweede kwartaal van 2026 op tot ruim 20.100 woningen bij 6.100 verkopen.

Wat doet het woningtekort met de huizenmarkt?

Het houdt een bodem onder de prijzen. Het tekort bedroeg in 2026 zo'n 384.000 woningen. In 2025 kwamen er 69.000 nieuwbouwwoningen bij, het derde jaar op rij minder, en werden er vergunningen afgegeven voor 86.000 woningen tegen 94.000 in 2024. Zolang de bouw achterblijft bij het kabinetsdoel van 900.000 woningen tot en met 2030, blijft er meer vraag dan aanbod.

Waar vind ik de actuele cijfers van de huizenmarkt?

Het CBS en het Kadaster publiceren maandelijks de prijsindex, de gemiddelde verkoopprijs en het aantal transacties. De NVM publiceert per kwartaal het aanbod, de verkooptijd, de krapte-indicator en het overbod. De maandreeks met de lijn sinds 1995 staat in de grafiek van de huizenprijzen, en het landelijke gemiddelde met de regionale verschillen bij de gemiddelde huizenprijs in Nederland.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Voor het lezen van marktcijfers heb je niemand nodig; die staan openbaar bij het CBS, het Kadaster en de NVM. Een aankoopmakelaar verdient zichzelf terug op het moment dat het over één specifieke woning gaat: hij kent de verkoopprijzen in de straat, ziet aan de bouwkundige staat wat een woning werkelijk waard is en weet hoe een verkopend makelaar in die buurt een biedronde inricht. Reken op ongeveer 1 procent van de koopsom of een vast tarief van rond de 3.000 euro in 2026. Voor de vraag hoeveel je kunt lenen en welke maandlast je bij een hogere rente nog draagt, ga je naar een hypotheekadviseur, die daarvoor meestal tussen de 1.500 en 3.000 euro rekent. Wat je zelf prima voorbereidt, is de rekensom van je eigen geld met de rekenhulp voor de kosten koper en het doornemen van het complete traject van huis kopen. Twijfel je of een concrete woning in jouw financiële plaatje past, dan is dat een gesprek met een adviseur en geen kwestie van een landelijk percentage.

Verder lezen over dit onderwerp

dehuisgids.nl HUIS KOPEN Woningprijzen
Huis kopen

Woningprijzen