Naar de inhoud
Rekenhulpen

Ouder worden in je eigen huis: zorg, kosten en woonvormen

3 gidsen 13 minuten lezen
dehuisgids.nl WONEN, BUREN & LEVEN Ouder worden in je eigen huis: zorg, kosten en woonvormen

Ouder worden en wonen draait om twee vragen: waar woon je, en wat kost de zorg die daarbij hoort. Zolang je thuis woont met hulp van de gemeente betaal je in 2026 een vast bedrag van 21,80 euro per maand. Verhuis je met een Wlz-indicatie naar een verpleeghuis, dan rekent het CAK een eigen bijdrage over je inkomen en vermogen van twee jaar eerder: maximaal 1.115,80 euro per maand in de eerste vier maanden en daarna maximaal 3.061,80 euro per maand in 2026. Je eigen huis telt daar pas in mee als het in box 3 valt, en dat gebeurt niet meteen.

  • € 1.115,80 2026 maximale lage eigen bijdrage per maand
  • € 3.061,80 2026 maximale hoge eigen bijdrage per maand
  • 4% 2026 van je box 3-vermogen boven het toetsbedrag telt mee als inkomen
  • € 36.952 2026 toetsbedrag voor een alleenstaande, over het vermogen van 2024
  • 2 jaar wettelijk dat een leeg achtergelaten woning na opname nog in box 1 blijft

Gecontroleerd op augustus 2026

Alle gidsen over ouder worden & wonen

Eigen bijdrage verpleeghuis

Woon je met een Wlz-indicatie in een verpleeghuis, dan int het CAK een eigen bijdrage die losstaat van hoeveel zorg…

Welke routes er zijn als thuis wonen zwaarder wordt

Bijna iedereen blijft het liefst in het eigen huis, en dat lukt langer dan mensen vaak denken. Wat de knop uiteindelijk omzet is niet de leeftijd maar de zorgvraag: hoeveel hulp is er nodig, hoe vaak, en of er 's nachts iemand in de buurt moet zijn. Deze pagina hoort bij de andere gebeurtenissen rond wonen, buren en leven, waar ook scheiden, overlijden en verhuren staan.

Er zijn grofweg vier routes. Je blijft in je huidige woning en past die aan, je verhuist naar een woning voor ouderen die al gelijkvloers is, je gaat samenwonen met of naast je kinderen, of je verhuist naar een instelling met verblijf en zorg.

De eerste drie routes regel je zelf, met hooguit een bijdrage van de gemeente voor de aanpassingen. De vierde route begint pas met een indicatie voor de Wet langdurige zorg, de Wlz, en daar hangt een eigen bijdrage aan die van je inkomen en je vermogen afhangt. Wat een woning gelijkvloers en veilig maakt, staat bij verbouwen om langer thuis te wonen.

Het geld en het wonen lopen door elkaar heen. Wie zijn huis verkoopt, verandert stenen in spaargeld, en spaargeld telt op een andere manier mee dan een huis. Wie zijn huis houdt, houdt de hypotheekrenteaftrek maar ook de vaste lasten. Die afweging komt op deze pagina steeds terug.

Woonvormen voor ouderen naast elkaar gezet

Woonvormen voor senioren verschillen op drie punten: hoe je er binnenkomt, wie de rekening betaalt en of je vermogen meetelt voor een bijdrage. De namen lopen door elkaar, want een seniorenhuis, een aanleunwoning en een woonzorgcomplex kunnen in de praktijk hetzelfde gebouw zijn. Kijk daarom niet naar het etiket maar naar het contract eronder: koop, huur of een plek met zorg.

De huisvesting voor ouderen valt uiteen in twee groepen: woningen waarvoor je zelf een contract tekent, en plekken waar een indicatie aan te pas komt. In de eerste groep bepaal je zelf waar je woont en wat je betaalt, in de tweede groep beslissen het CIZ en het zorgkantoor mee. Dat onderscheid loopt door alles heen wat er daarna financieel gebeurt.

Een woning voor ouderen op de vrije markt is gewoon een koopwoning, meestal een gelijkvloers appartement met een lift. Een seniorenwoning van een corporatie is huur met een leeftijdsgrens, vaak 55 of 65 jaar, en daar geldt een wachtlijst. Een aanleunwoning huur je bij een zorgorganisatie, met een alarmknop en een restaurant in het hoofdgebouw.

Alternatieve woonvormen voor ouderen zitten daar tussenin. Denk aan geclusterd wonen met een gedeelde huiskamer, een moderne variant op de oude hofjes voor ouderen, of een kangoeroewoning waarin twee generaties naast elkaar wonen met een eigen voordeur. Wie dat laatste samen met de kinderen wil kopen, vindt de fiscale en juridische kant bij een huis kopen met je ouders voor mantelzorg.

WoonvormHoe je er komtWat je betaaltTelt je vermogen mee?
Eigen huis met aanpassingenZelf regelen, Wmo voor voorzieningenHypotheek of huur plus de aanpassingNee, de eigen woning staat in box 1
Gelijkvloers koopappartement of seniorenwoningKopen op de vrije markt of huren met leeftijdsgrensKoopsom of huur plus servicekostenBij verkoop van je oude huis komt de overwaarde in box 3
Aanleunwoning bij een zorgcentrumInschrijven bij de zorgorganisatie of de corporatieHuur plus servicekosten, zorg apartAlleen via de huurtoeslag en eventuele Wlz-zorg thuis
Woongroep, woongemeenschap of hofjeLid worden van de vereniging, meestal met kennismakingHuur of koop plus een bijdrage voor de gemeenschappelijke ruimteZelfde als bij gewoon huren of kopen
Inwonen bij de kinderen of een mantelzorgwoningZelf regelen, vergunningcheck bij de gemeenteBouw of verbouwing, soms een lening binnen de familieDe woning blijft van de eigenaar
Wlz-zorg thuis via vpt, mpt of pgbIndicatie van het CIZLage eigen bijdrage aan het CAKJa, 4% van je box 3-vermogen boven het toetsbedrag
Verpleeghuis met verblijfIndicatie van het CIZ en een plek via het zorgkantoorEerst de lage, daarna de hoge eigen bijdrageJa, en het weegt zwaarder dan bij zorg thuis

Woongroepen, hofjes en gemeenschappelijk wonen

Een woongroep voor ouderen is een groep zelfstandige woningen met minstens één gedeelde ruimte, waar de bewoners elkaar bewust opzoeken. Iedereen heeft een eigen voordeur, een eigen keuken en een eigen huurcontract of eigendomsakte. Het verschil met een gewoon appartementencomplex zit in de afspraken: je doet mee aan gezamenlijke maaltijden, klusdagen of een ledenvergadering.

Groepswonen voor ouderen bestaat in drie juridische vormen. Bij huur wijst de corporatie de woningen toe op voordracht van de bewonersvereniging, bij koop is er meestal een vereniging van eigenaars met een extra vereniging voor het samenleven, en bij een collectief particulier opdrachtgeverschap bouwt de groep zelf. Die derde vorm duurt jaren en vraagt eigen geld in de voorbereidingsfase.

Leeftijdsgrenzen verschillen per groep. Een woongroep voor 50-plussers neemt bewust jongere leden op zodat de groep niet in één keer vergrijst, een seniorenwoongroep hanteert vaker 55 of 65 jaar als ondergrens. Vrijwel alle groepen werken met een kennismakingsronde, want het samen leven is de kern van het idee.

Reken niet op zorg. Een woongemeenschap voor ouderen levert nabijheid en een oogje in het zeil, geen verpleging. Wordt de zorgvraag zwaar, dan gelden dezelfde regels als voor iedereen: thuiszorg via de wijkverpleging, ondersteuning via de gemeente of een Wlz-indicatie.

Wanneer het verzorgingshuis of verpleeghuis in beeld komt

Het verzorgingshuis van vroeger bestaat niet meer. Sinds 2015 geeft alleen een zware zorgvraag nog recht op verblijf met zorg, en de meeste oude bejaardenhuizen zijn omgebouwd tot verpleeghuis of tot aanleunwoningen. Wie nu zegt dat een ouder naar het verzorgingshuis gaat, bedoelt bijna altijd een verpleeghuis of een kleinschalige woonzorglocatie.

De toegang loopt via het Centrum indicatiestelling zorg, het CIZ. Dat kijkt of iemand blijvend permanent toezicht nodig heeft of 24 uur per dag zorg in de nabijheid. Ouderdom of een klein huis zijn geen grond voor een indicatie, dementie of een zware lichamelijke beperking meestal wel. Het CIZ beslist binnen zes weken en de aanvraag kost niets.

Met een Wlz-indicatie op zak heb je nog een keuze. Je kunt de zorg thuis laten leveren als volledig pakket thuis, als modulair pakket thuis of via een persoonsgebonden budget, en dat verandert de eigen bijdrage aanzienlijk. Hoe die keuze uitpakt voor je portemonnee staat in de gids over de eigen bijdrage voor het verpleeghuis.

Tussen indicatie en plek zit vaak een wachttijd. In die periode kan het zorgkantoor overbruggingszorg regelen, meestal thuiszorg of dagbesteding. Je betaalt dan al wel een eigen bijdrage, maar de lage variant.

Vorm van Wlz-zorgWaar je woontWelke eigen bijdrageWanneer dit past
Verblijf in een instellingVerpleeghuis of woonzorglocatieEerst vier maanden laag, daarna hoogPermanent toezicht nodig, thuis lukt niet meer
Volledig pakket thuis (vpt)Eigen woning of aanleunwoningLage eigen bijdrageZware zorg, maar wonen kan nog thuis
Modulair pakket thuis (mpt)Eigen woningLage bijdrage, bij 20 uur zorg of minder per maand € 30,40Je wilt zelf onderdelen van de zorg regelen
Persoonsgebonden budget (pgb)Eigen woningLage eigen bijdrageJe regelt en betaalt de zorgverleners zelf
OverbruggingszorgEigen woning, in afwachting van een plekLage eigen bijdrageDe indicatie is er, de plek nog niet

Wat de eigen bijdrage kost in 2026

De eigen bijdrage voor de Wlz is een vast bedrag per maand, ongeacht hoeveel zorg je krijgt. Het CAK stelt hem vast en stuurt daarvoor een beschikking met de berekening erbij. Wie in een instelling gaat wonen, betaalt de eerste vier maanden de lage eigen bijdrage en daarna meestal de hoge.

De lage eigen bijdrage is eenvoudig te controleren: 10 procent van je bijdrageplichtig inkomen, gedeeld door twaalf, met in 2026 een minimum van 212,60 euro en een maximum van 1.115,80 euro per maand. De hoge eigen bijdrage werkt anders: daar trekt het CAK eerst de verschuldigde belasting, een vast bedrag voor de zorgpremie, het zak- en kleedgeld en een leeftijdsaftrek van je inkomen af.

Het zak- en kleedgeld is in 2026 4.925 euro per jaar voor een alleenstaande en 7.661 euro voor iemand met een partner. De leeftijdsaftrek bedraagt 1.294 euro per jaar voor wie de AOW-leeftijd heeft bereikt en 2.315 euro voor wie nog werkt. Wat er dan overblijft, gedeeld door twaalf, is de hoge eigen bijdrage, met 3.061,80 euro per maand als plafond in 2026.

Woont je partner nog thuis, dan blijf je de lage bijdrage betalen zolang die situatie duurt. Datzelfde geldt als je nog kosten maakt voor de opvoeding van een kind. Ontvang je AOW voor ongehuwden, dan telt de partner voor deze regel niet mee en betaal je wel de hoge bijdrage.

Soort bijdrageWanneer je die betaaltMinimaal per maandMaximaal per maand
Lage eigen bijdrage WlzEerste vier maanden in de instelling, en zolang je partner thuis woont€ 212,60€ 1.115,80
Hoge eigen bijdrage WlzVanaf de vijfde maand verblijf zonder thuiswonende partnerVolgt uit de berekening€ 3.061,80
Eigen bijdrage modulair pakket thuisBij 20 uur zorg of minder per maand€ 30,40€ 30,40
Eigen bijdrage WmoHulp en voorzieningen van de gemeente, zonder Wlz-indicatie€ 21,80€ 21,80

Hoe je vermogen meetelt voor de eigen bijdrage

Het CAK kijkt naar je inkomen en je vermogen van twee jaar geleden. Voor de bijdrage van 2026 zijn dat dus je verzamelinkomen en je box 3-vermogen over 2024, want pas dan staan die cijfers definitief vast bij de Belastingdienst. Van het vermogen boven het toetsbedrag telt 4 procent mee als extra inkomen, en dat heet de vermogensinkomensbijtelling.

Het toetsbedrag is in 2026 vastgesteld op 36.952 euro voor een alleenstaande en 73.904 euro voor mensen met een partner, gemeten over het vermogen van 2024. Alleen wat daarboven staat, wordt voor 4 procent bij het inkomen opgeteld. Heb je de AOW-leeftijd bereikt en vermogen in box 3, dan haalt het CAK daar automatisch de compensatie vervallen ouderentoeslag weer vanaf, in 2026 maximaal 1.133 euro per persoon.

Het toetsbedrag beweegt elk jaar mee, dus wie zoekt op het eigen vermogen voor een zorginstelling in 2023 of 2024 vindt lagere grenzen dan die van nu. Gebruik het bedrag van het jaar waarover de factuur gaat, niet dat van het peiljaar. Op de beschikking van het CAK staat welk vermogen en welk toetsbedrag zijn gebruikt, en die berekening kun je regel voor regel nalopen.

Het verschil tussen de lage en de hoge bijdrage is hier groot. Bij de lage bijdrage werkt de bijtelling maar voor 10 procent door, bij de hoge bijdrage komt elke euro bijtelling er voor de volle mep bij op de jaarbijdrage. Duizend euro bijtelling kost dus 8,33 euro per maand bij de lage bijdrage en 83,33 euro per maand bij de hoge.

Wat mensen zoeken als de wlz-waarde van hun vermogen bestaat als officiële term niet. Het gaat om de grondslag sparen en beleggen uit box 3: spaargeld, beleggingen, een tweede woning en uitgeleend geld, min je schulden. De woning waarin je zelf woont hoort daar niet bij, zolang die in box 1 staat.

Box 3-vermogen alleenstaandeBijtelling (4% boven € 36.952)Effect op de lage bijdrageEffect op de hoge bijdrage
€ 30.000€ 0€ 0 per maand€ 0 per maand
€ 100.000€ 2.521,92+ € 21,02 per maand+ € 210,16 per maand
€ 250.000€ 8.521,92+ € 71,02 per maand+ € 710,16 per maand
€ 400.000€ 14.521,92+ € 121,02 per maand+ € 1.210,16 per maand

Het eigen huis na opname: box 1, box 3 en de termijnen

De vraag die bijna iedereen stelt, is of het huis meetelt als vermogen. Het antwoord hangt af van de box waarin de woning staat. Zolang de woning in box 1 valt als eigen woning, telt hij niet mee voor de eigen bijdrage en blijft de hypotheekrente aftrekbaar. Zodra hij naar box 3 verhuist, telt de WOZ-waarde min de hypotheekschuld gewoon mee in de vermogenstoets.

De wet kent twee termijnen. Staat de woning leeg en is hij bestemd voor verkoop, dan blijft hij eigen woning tot en met drie jaar na het jaar waarin je vertrok. Ben je opgenomen in een verpleeg- of verzorgingshuis vanwege ouderdom of medische redenen en staat het huis leeg zonder verkoopplannen, dan geldt een termijn van maximaal twee jaar na het moment dat het huis geen hoofdverblijf meer is.

Verhuren doorbreekt beide regelingen. Een woning die je na de opname verhuurt, staat direct in box 3 tegen de WOZ-waarde, verminderd met de leegwaarderatio als er een huurcontract met huurbescherming ligt, en de hypotheekrente is dan niet meer aftrekbaar. Bijna elke hypotheekakte bevat een verhuurverbod, dus zonder toestemming van de geldverstrekker begin je er niet aan.

Verkopen zet de hele opbrengst in box 3, waar hij vanaf de volgende 1 januari meetelt en twee peiljaren later in de eigen bijdrage landt. Wat die keuze verder doet met de erfenis en met de kinderen, staat bij de financiële gevolgen van een opname en bij het erven van een huis van je ouders.

Wat je met de woning doetWaar de woning fiscaal staatHypotheekrenteaftrekGevolg voor de eigen bijdrage
Je partner blijft er wonenBox 1, zolang het zijn of haar hoofdverblijf isBlijft bestaanDe woning telt niet mee en je houdt de lage bijdrage
De woning staat leeg en is te koopBox 1 tot en met drie jaar na het jaar van vertrekBlijft in die periode bestaanDe woning telt in die periode niet mee
De woning staat leeg en is niet te koopBox 1, maximaal twee jaar na de opnameBlijft die twee jaar bestaanDaarna telt de WOZ-waarde min de schuld mee
De woning wordt verhuurdBox 3 vanaf het moment van verhuurVervaltDe waarde telt mee vanaf het eerstvolgende peiljaar
De woning is verkochtDe opbrengst staat als geld in box 3Vervalt samen met de leningHet hele saldo telt mee, twee jaar later

Als je partner in het verpleeghuis komt en jij thuis blijft

Dit is de situatie waarin de regels het gunstigst uitpakken. De woning blijft jouw hoofdverblijf en dus een eigen woning in box 1, met hypotheekrenteaftrek en zonder dat de waarde in de vermogenstoets belandt. De lage eigen bijdrage blijft gelden zolang jij thuis woont, ook na de vierde maand.

Wat wel meetelt, is het gezamenlijke inkomen en het gezamenlijke box 3-vermogen. Het CAK rekent partners samen, met een toetsbedrag van 73.904 euro in 2026, en verdeelt de uitkomst niet. Een grote spaarrekening op naam van de thuisblijver verlaagt de bijdrage dus niet.

Let op de AOW. Wie langer dan een jaar niet meer samen een huishouden voert, kan bij de Sociale Verzekeringsbank een AOW voor ongehuwden krijgen, wat per persoon meer oplevert. Voor het CAK ben je dan geen partners meer, en de opgenomen partner gaat over naar de hoge eigen bijdrage.

Overlijdt de thuiswonende partner, dan stopt de lage bijdrage en verandert de woning van status. De erfgenamen erven dan een huis waarin niemand meer woont, met de bijbehorende termijnen uit de vorige sectie. Hoe die afwikkeling verloopt lees je bij de erfenis na het overlijden van beide ouders. Gaat het juist om een breuk in plaats van een opname, dan gelden de regels bij scheiden en in het koophuis blijven wonen.

Je ouders in huis nemen of samen een huis kopen

Twee generaties onder één dak scheelt reistijd, geeft rust en houdt de zorg dichtbij. Het voordeel van ouders in huis nemen is vooral praktisch: mantelzorg wordt haalbaar zonder dat iemand elke dag een uur onderweg is. De keerzijde is dat je woont met mensen die je niet als huisgenoot had gekozen, en dat een terugweg lastig is als het niet bevalt.

Er zijn drie constructies. Je ouders wonen bij jou in, jullie kopen samen een woning, of er komt een mantelzorgwoning op het erf. Die laatste optie is onder voorwaarden vergunningvrij te plaatsen; de eisen en de kosten staan bij de aanpassingen voor langer thuis wonen. Samen kopen vraagt afspraken over eigendomsverhouding, onderhoud en wat er gebeurt bij overlijden, en die kant staat bij samen met je ouders een huis kopen.

Financiert een ouder mee met eigen geld, dan is een lening binnen de familie vaak netter dan een schenking, omdat de ouder het geld formeel houdt en de bijtelling niet ineens verschuift. Hoe je zo'n afspraak vastlegt en welke rente zakelijk is, staat bij een onderhandse lening van ouders aan hun kind.

Verhuur je een deel van je eigen woning aan een inwonende ouder, dan is die huur onbelast tot 6.633 euro per jaar in 2026 als je aan de voorwaarden van de kamerverhuurvrijstelling voldoet. Boven dat bedrag verhuist het verhuurde deel naar box 3 en verlies je over dat deel de renteaftrek. Voor de bijstand of een uitkering kan inwonen ook gevolgen hebben, dus meld de wijziging op tijd.

Het huis geschikt maken om er te blijven wonen

De meeste verhuizingen naar een instelling beginnen met een val op de trap of in de badkamer. Een slaapkamer en toilet op de begane grond, drempels weg, beugels in de douche en meer licht op de overloop verlagen dat risico voor een fractie van de kosten van een verhuizing. Wie op zijn zeventigste verbouwt, heeft er twintig jaar profijt van; wie het uitstelt tot na een breuk, verbouwt onder tijdsdruk.

Voor voorzieningen met een medische noodzaak, zoals een traplift, een douchestoel of een oprit zonder drempel, kun je bij het Wmo-loket van de gemeente terecht. De gemeente beoordeelt per situatie en kan zelf ook een goedkopere oplossing voorstellen, bijvoorbeeld verhuizen naar een gelijkvloerse woning. Je betaalt daarvoor in 2026 het vaste tarief van 21,80 euro per maand, ongeacht hoeveel voorzieningen je krijgt.

Vraag de voorziening aan voordat je iets laat plaatsen. Een aanpassing die al is uitgevoerd, vergoedt de gemeente vrijwel nooit achteraf. Heb je een Wlz-indicatie met verblijf, dan vervalt het recht op de meeste Wmo-voorzieningen, want de zorg zit dan in het pakket van de instelling.

Oudere woningen hebben eigen aandachtspunten: een steile trap, een drempelrijke indeling, slechte verlichting en soms asbest in vinylvloeren of golfplaten. Ga daar niet zelf mee aan de slag. Wat je bij een verbouwing in een ouder huis moet weten over asbest en binnenlucht staat bij gezond wonen.

Vermogen verschuiven voordat de zorg begint

Zodra duidelijk wordt dat een opname eraan komt, gaat het gesprek al snel over het spaargeld. De rekensom is eerlijk: van elke euro boven het toetsbedrag telt 4 procent mee als inkomen, en bij de hoge eigen bijdrage betaal je die 4 procent volledig terug in maandbijdragen. Een vermogen van 200.000 euro kost een alleenstaande zo ongeveer 6.500 euro per jaar extra aan eigen bijdrage, tot het maximum bereikt is.

Schenken verlaagt het vermogen, maar werkt traag en niet zonder risico. Het CAK kijkt naar je vermogen op 1 januari van het peiljaar, en dat peiljaar ligt twee jaar terug, dus een schenking van nu telt pas over ruim twee jaar door. Boven de jaarlijkse vrijstelling van 6.908 euro per kind in 2026 betaalt de ontvanger schenkbelasting, in de eerste schijf tot 158.669 euro tegen 10 procent voor kinderen.

Er zit ook een principiële kant aan. Geld dat je weggeeft, is echt weg: je kunt er geen extra zorg, aangepaste woning of vervoer meer van betalen, en je bent afhankelijk van de bereidheid van je kinderen om bij te springen. Wie zijn spaarpot leegmaakt om de eigen bijdrage te drukken, ruilt zekerheid in voor een besparing die pas jaren later begint.

Daalt je inkomen fors, bijvoorbeeld omdat je stopt met werken of omdat een partner overlijdt, dan hoef je niet te wachten op het peiljaar. Je kunt het CAK vragen de eigen bijdrage aan te passen op basis van je huidige inkomen en vermogen. Voor de bijdrage over 2026 kan dat verzoek nog tot 1 mei 2027 worden ingediend.

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Partner naar het verpleeghuis, de ander blijft in het koophuis

Stel, een van beide partners verhuist in 2026 naar een verpleeghuis en de ander blijft in de koopwoning wonen. Het gezamenlijke verzamelinkomen over 2024 was 40.000 euro, er stond op 1 januari 2024 100.000 euro op de spaarrekening, en het huis van 350.000 euro heeft nog 50.000 euro hypotheek.

Het huis telt niet mee, want het blijft het hoofdverblijf van de thuiswonende partner en staat dus in box 1. Van het spaargeld telt alleen het deel boven het toetsbedrag voor partners: 100.000 min 73.904 is 26.096 euro, en daarvan 4 procent is 1.043,84 euro. Het bijdrageplichtig inkomen komt daarmee op 40.000 plus 1.043,84 is 41.043,84 euro.

Omdat de partner thuis woont, blijft de lage eigen bijdrage gelden: 10 procent van 41.043,84 euro is 4.104,38 euro per jaar, gedeeld door twaalf is 342,03 euro per maand. Dat ligt boven het minimum van 212,60 euro en ruim onder het maximum van 1.115,80 euro in 2026. Heeft de opgenomen partner de AOW-leeftijd bereikt, dan haalt het CAK daar nog de compensatie vervallen ouderentoeslag vanaf, in 2026 maximaal 1.133 euro per persoon, wat de bijdrage nog een paar euro per maand verlaagt.

Rekenvoorbeeld

Alleenstaand, huis verkocht: de rekening komt vier jaar later

Stel, een alleenstaande verhuist in 2026 naar een verpleeghuis, met een verzamelinkomen over 2024 van 25.000 euro en 20.000 euro spaargeld. Dat spaargeld blijft onder het toetsbedrag van 36.952 euro, dus er is geen bijtelling. De eerste vier maanden geldt de lage bijdrage: 10 procent van 25.000 euro is 2.500 euro per jaar, gedeeld door twaalf is 208,33 euro, wat wordt opgetrokken naar het minimum van 212,60 euro per maand.

Vanaf de vijfde maand geldt de hoge bijdrage. Het CAK trekt van het inkomen eerst de betaalde belasting, een vast bedrag voor de zorgpremie, het zak- en kleedgeld van 4.925 euro en de aftrek voor pensioengerechtigden van 1.294 euro af, en deelt de rest door twaalf. Bij dit inkomen blijft de bijdrage daarmee ver onder het plafond van 3.061,80 euro per maand.

Wordt de woning in 2027 verkocht voor 400.000 euro zonder hypotheekschuld, dan staat dat bedrag op 1 januari 2028 in box 3. Peiljaar 2028 telt mee voor de eigen bijdrage van 2030. De bijtelling is dan 4 procent van 400.000 min 36.952, oftewel 14.521,92 euro, en bij de hoge bijdrage komt elke euro daarvan er voor de volle mep bij: 14.521,92 gedeeld door twaalf is 1.210,16 euro per maand extra.

Zo bezien is de vermogensinkomensbijtelling een jaarlijkse afroming van ongeveer 4 procent van het vrije vermogen, tot het maximum bereikt is. En het duurt vier jaar tussen de verhuizing en het moment dat de verkoopopbrengst zich in de factuur laat zien.

Rekenvoorbeeld

Schenken voor de peildatum: wat het per maand scheelt

Stel, een alleenstaande bewoner van een verpleeghuis heeft 150.000 euro spaargeld en twee kinderen. Boven het toetsbedrag van 36.952 euro staat 113.048 euro, en 4 procent daarvan is 4.521,92 euro bijtelling. Bij de hoge eigen bijdrage kost dat 376,83 euro per maand extra, bij de lage bijdrage 37,68 euro per maand.

Wordt er in het jaar voor de peildatum aan elk kind de jaarlijkse vrijstelling van 6.908 euro geschonken, samen 13.816 euro in 2026, dan staat er op 1 januari nog 136.184 euro. De bijtelling wordt dan 4 procent van 99.232 euro, oftewel 3.969,28 euro. Het verschil is 552,64 euro per jaar, ongeveer 46 euro per maand bij de hoge bijdrage.

Dat voordeel begint pas twee jaar later, want het CAK rekent met het peiljaar. Over de looptijd van vier jaar zorg levert deze schenking dus ongeveer duizend euro aan lagere bijdragen op, terwijl er 13.816 euro uit de spaarpot is verdwenen. Het echte motief voor zo'n schenking is doorgaans de erfbelasting, niet de eigen bijdrage.

Veelgemaakte fouten

Het huis meteen verkopen omdat de opname rond is

Een leegstaande woning die te koop staat, blijft nog jaren een eigen woning in box 1, met renteaftrek en zonder gevolgen voor de vermogenstoets. Verkopen zet de hele opbrengst in box 3, waar 4 procent boven het toetsbedrag als inkomen meetelt. Bij 300.000 euro overwaarde is dat ruim tienduizend euro extra bijdrageplichtig inkomen per jaar.

De peildatum van 1 januari over het hoofd zien

Het vermogen wordt gemeten op 1 januari van het peiljaar. Een verkoop die op 30 december wordt afgerond, staat op 1 januari als geld op de rekening; dezelfde verkoop een week later valt een heel peiljaar verder. Een paar dagen verschil kan zo een jaar aan bijtelling schelen.

De woning verhuren zonder de gevolgen na te rekenen

Verhuur haalt de woning direct uit box 1: de hypotheekrenteaftrek vervalt en de waarde telt vanaf het eerstvolgende peiljaar mee. Daar komt bij dat vrijwel elke hypotheekakte een verhuurverbod bevat, en dat verhuren zonder toestemming de geldverstrekker het recht geeft de lening op te eisen.

Denken dat schenken de bijdrage direct verlaagt

Het CAK werkt met het vermogen van twee jaar geleden, dus een schenking van vandaag heeft pas over twee peiljaren effect. Wie boven de vrijstelling van 6.908 euro per kind schenkt in 2026, betaalt bovendien schenkbelasting, en het geld is niet meer beschikbaar voor de eigen zorg.

Eerst verbouwen en daarna pas de Wmo bellen

De gemeente beoordeelt of een voorziening nodig is en welke oplossing het goedkoopst passend is. Een traplift die er al hangt, valt buiten die beoordeling en wordt vrijwel nooit achteraf vergoed. Een gesprek vooraf kost een middag en kan duizenden euro's schelen.

Geen volmacht regelen zolang het nog kan

Zonder levenstestament of volmacht kan niemand het huis verkopen, de hypotheek opzeggen of de bankzaken regelen zodra de eigenaar zelf niet meer wilsbekwaam is. Dan blijft alleen de gang naar de kantonrechter over voor een bewindvoering, met griffierecht, jaarlijkse verantwoording en maanden vertraging.

Veelgestelde vragen

Hoe hoog is de eigen bijdrage voor het verpleeghuis in 2026?

De eerste vier maanden betaal je de lage eigen bijdrage: 10 procent van je bijdrageplichtig inkomen gedeeld door twaalf, met een minimum van 212,60 euro en een maximum van 1.115,80 euro per maand in 2026. Daarna geldt meestal de hoge eigen bijdrage, met een plafond van 3.061,80 euro per maand. Woont je partner nog thuis, dan blijf je de lage bijdrage betalen. De volledige berekening staat bij de eigen bijdrage voor het verpleeghuis.

Telt mijn eigen huis mee als vermogen voor de eigen bijdrage?

Alleen als de woning in box 3 staat. Zolang hij als eigen woning in box 1 valt, blijft de waarde buiten de vermogenstoets van het CAK. Woont je partner er nog, dan verandert er niets. Sta je alleen en blijft het huis leeg zonder verkoopplannen, dan geldt de eigenwoningregeling nog maximaal twee jaar; is het huis te koop, dan tot en met drie jaar na het jaar waarin je vertrok. Daarna telt de WOZ-waarde min de hypotheekschuld mee.

Moet je je huis verkopen om het verzorgingshuis te betalen?

Nee, verkopen is nooit verplicht. Het CAK stuurt een factuur voor de eigen bijdrage en kijkt niet of die uit inkomen of uit vermogen wordt betaald. Verkopen kan wel nodig zijn om de bijdrage en de dubbele woonlasten te kunnen dragen, want de hypotheek, de verzekeringen en de gemeentelijke lasten lopen door. Reken vooraf uit wat verkopen doet met de bijtelling, want de opbrengst verhoogt het vermogen dat twee jaar later meetelt.

Wat gebeurt er met de woning als mijn partner in het verpleeghuis wordt opgenomen?

Zolang jij in de woning blijft wonen, blijft die je hoofdverblijf en dus een eigen woning in box 1, met hypotheekrenteaftrek en zonder gevolgen voor de vermogenstoets. Je partner blijft daarnaast de lage eigen bijdrage betalen, ook na de eerste vier maanden. Het CAK rekent wel met jullie gezamenlijke inkomen en vermogen, met een toetsbedrag van 73.904 euro in 2026 voor partners samen.

Wat kost een plek in het verpleeghuis als je partner thuis blijft wonen?

Dan blijft de lage eigen bijdrage gelden, dus maximaal 1.115,80 euro per maand in 2026 en minimaal 212,60 euro. De hoogte hangt af van het gezamenlijke verzamelinkomen van twee jaar eerder plus 4 procent van het gezamenlijke box 3-vermogen boven 73.904 euro. Krijgt de thuiswonende partner een AOW voor ongehuwden omdat jullie geen gezamenlijk huishouden meer voeren, dan gaat de opgenomen partner alsnog over naar de hoge bijdrage.

Mijn moeder gaat naar een verzorgingshuis en heeft een eigen huis. Wat gebeurt er nu?

Staat het huis leeg en wordt het te koop gezet, dan blijft het tot en met drie jaar na het jaar van vertrek een eigen woning in box 1, met renteaftrek en zonder gevolgen voor de vermogenstoets. Blijft het leeg zonder verkoopplannen, dan geldt de termijn van twee jaar na de opname en verhuist het daarna naar box 3. Regel een volmacht of levenstestament voordat verkopen aan de orde komt, want zonder handtekening van de eigenaar kan een kind de woning niet verkopen. Verhuizen beide ouders naar een zorginstelling, dan gelden dezelfde termijnen.

Mag je je woning verhuren na opname in een verpleeghuis?

Dat mag alleen met toestemming van de geldverstrekker, want vrijwel elke hypotheekakte bevat een verhuurverbod. Fiscaal verhuist de woning door de verhuur direct naar box 3: de hypotheekrenteaftrek vervalt en de waarde telt vanaf het eerstvolgende peiljaar mee voor de eigen bijdrage. In box 3 geldt de WOZ-waarde, verminderd met de leegwaarderatio als er een huurcontract met huurbescherming is. De huurinkomsten zelf worden in box 3 niet apart belast.

Hoeveel eigen vermogen mag je hebben voor het verzorgingshuis?

Er is geen grens waarboven je wordt geweigerd; er is alleen een grens waarboven je vermogen gaat meetellen. In 2026 is dat toetsbedrag 36.952 euro voor een alleenstaande en 73.904 euro voor partners samen, gemeten over het box 3-vermogen van 2024. Van alles daarboven telt 4 procent mee als extra inkomen voor de berekening van de eigen bijdrage.

Wat wordt bedoeld met de wlz-waarde van je vermogen?

Dat is geen officiële term. Mensen bedoelen ermee welk bedrag het CAK meetelt bij de berekening van de eigen bijdrage voor de Wet langdurige zorg. Dat is de grondslag sparen en beleggen uit box 3 van je aangifte over het peiljaar: spaargeld, beleggingen, uitgeleend geld en een tweede woning, min je schulden. De woning waarin je zelf woonde telt niet mee zolang die in box 1 stond.

Bestaat het bejaardenhuis nog en wanneer kom je in aanmerking?

Het klassieke bejaardenhuis of verzorgingshuis is sinds 2015 grotendeels verdwenen. Verblijf met zorg is er nu alleen nog met een indicatie van het CIZ, en die krijg je als je blijvend permanent toezicht of 24 uur per dag zorg in de nabijheid nodig hebt. Ouderdom, eenzaamheid of een ongeschikt huis zijn op zichzelf geen grond voor zo'n indicatie; daarvoor kijk je naar een aanleunwoning, een woongroep of aanpassingen thuis.

Wat is een woongroep voor ouderen en hoe kom je erin?

Een woongroep voor ouderen bestaat uit zelfstandige woningen met minstens één gemeenschappelijke ruimte, waar bewoners bewust dingen samen doen. Bij huurgroepen draagt de bewonersvereniging kandidaten voor aan de corporatie, bij koopgroepen koop je een woning en word je lid van de vereniging. Vrijwel overal hoort een kennismakingstraject van enkele maanden bij, want de groep beslist mee over wie erbij komt.

Vanaf welke leeftijd kun je in een woongroep voor 50-plussers of 55-plussers wonen?

Dat bepaalt de groep zelf. Een woongroep voor 50-plussers neemt bewust jongere leden op om te voorkomen dat de hele groep tegelijk hulpbehoevend wordt, terwijl een seniorenwoongroep vaker 55 of 65 jaar aanhoudt. Corporaties hanteren voor seniorenwoningen meestal 55 of 65 jaar als toewijzingsgrens. Vraag altijd naar de leeftijdsopbouw van de huidige bewoners, want die zegt meer over de komende tien jaar dan de formele ondergrens.

Wat is een aanleunwoning en telt je eigen vermogen daarbij mee?

Een aanleunwoning is een zelfstandige huurwoning naast of in een zorgcentrum, met een alarmknop en meestal toegang tot de diensten van het centrum. Je betaalt huur en servicekosten, geen eigen bijdrage voor verblijf. Je vermogen speelt hier alleen mee via de huurtoeslag, die vervalt boven 59.357 euro per persoon in 2026, en via de eigen bijdrage als je Wlz-zorg thuis ontvangt. Dan geldt de lage bijdrage.

Kun je de eigen bijdrage verlagen door te schenken?

In theorie wel, in de praktijk maar beperkt. Het CAK rekent met je vermogen op 1 januari van het peiljaar, twee jaar terug, dus een schenking werkt pas na ruim twee jaar door. Elke 10.000 euro minder vermogen verlaagt de bijtelling met 400 euro per jaar, wat bij de hoge bijdrage neerkomt op ongeveer 33 euro per maand. Boven de vrijstelling van 6.908 euro per kind in 2026 kost de schenking bovendien schenkbelasting, en het geld is definitief weg.

Wat zijn de voordelen en nadelen van je ouders in huis nemen?

De voordelen zijn praktisch: mantelzorg zonder reistijd, gedeelde woonlasten en meer zicht op hoe het echt gaat. De nadelen zijn dat privacy verdwijnt, dat de zorg zwaarder kan worden dan verwacht en dat terugdraaien lastig is als een van beide partijen zijn woning heeft verkocht. Leg vooraf vast wie welke kosten draagt en wat er gebeurt bij overlijden of bij een opname, zeker als er geld van de ouders in het huis zit.

Kan de eigen bijdrage worden aangepast als het inkomen daalt?

Ja. Is je inkomen nu veel lager dan in het peiljaar, bijvoorbeeld door het stoppen met werken of het overlijden van een partner, dan kun je het CAK vragen de eigen bijdrage opnieuw te berekenen op basis van je huidige inkomen en vermogen. Voor de bijdrage over 2026 kan dat verzoek tot 1 mei 2027 worden ingediend. Let op: de nieuwe berekening kijkt ook opnieuw naar je vermogen, dus hij kan ook hoger uitvallen.

Wat gebeurt er met de hypotheek als de woning naar box 3 verhuist?

De lening blijft gewoon bestaan en moet worden doorbetaald, maar de rente is niet langer aftrekbaar in box 1. In box 3 mag je de schuld wel aftrekken van je bezittingen, zodat alleen de netto waarde meetelt voor het CAK en voor de belasting. Meld de verhuizing bij de geldverstrekker, want die kijkt bij een leegstaande of verhuurde woning anders naar het onderpand dan bij een bewoond huis.

Wat gebeurt er met de eigen bijdrage en het huis bij overlijden?

De eigen bijdrage stopt op de dag van overlijden en het CAK verrekent het teveel betaalde met de nalatenschap. De woning valt in de erfenis en de erfgenamen erven ook de hypotheek en de lopende lasten. De aangifte erfbelasting moet binnen acht maanden binnen zijn; hoe die afwikkeling loopt lees je bij het erven van een huis van je ouders.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Veel van dit werk doe je prima zelf. De aanvraag bij het CIZ kost niets, het Wmo-loket van de gemeente is gratis, en bij een Wlz-indicatie heb je recht op onafhankelijke cliëntondersteuning via het zorgkantoor, ook zonder rekening. Die ondersteuner kent de locaties in de regio en helpt bij de keuze tussen verblijf en zorg thuis.

Bij de notaris ligt de grens anders. Een levenstestament met een volmacht voor financiën en zorg kost doorgaans tussen de 300 en 700 euro per akte en voorkomt dat de familie later bij de kantonrechter een bewindvoerder moet vragen. Gaat het om samen kopen met de kinderen of om geld dat binnen de familie wordt geleend, dan is een akte geen luxe: bekijk daarvoor samen met je ouders een huis kopen en de onderhandse lening van ouders aan hun kind.

Een fiscalist of financieel planner verdient zich terug zodra er een eigen woning, een aanzienlijk vermogen en een naderende opname bij elkaar komen. Dan gaat het om de volgorde van verkopen, schenken en het gebruik van de termijnen in box 1, en die volgorde scheelt al snel duizenden euro's. Wat er financieel gebeurt bij een opname zetten we op een rij bij de financiële gevolgen van een opname in het verpleeghuis. Klopt de beschikking van het CAK volgens jou niet, dan maak je binnen zes weken bezwaar; daar heb je geen adviseur voor nodig, wel de berekening die bij de beschikking zat.