Naar de inhoud
Rekenhulpen

Hypotheekvormen: annuïteiten, lineair, aflossingsvrij en meer

5 gidsen 14 minuten lezen
dehuisgids.nl HYPOTHEEK Hypotheekvormen: annuïteiten, lineair, aflossingsvrij en meer

Voor een nieuwe hypotheek kies je in de kern tussen annuïtair aflossen, lineair aflossen en een aflossingsvrij deel; alleen bij de eerste twee is de rente aftrekbaar. De spaarhypotheek, bankspaarhypotheek en beleggingshypotheek kun je sinds 2013 niet meer afsluiten, maar miljoenen huiseigenaren hebben er nog een lopen. Daarnaast bestaan er vormen die niet over aflossen gaan maar over wie het geld leent of waarvoor: de familiehypotheek, de onderhandse lening en de opeethypotheek.

  • 3 2026 aflosvormen die je nieuw kunt afsluiten
  • 30 jaar wettelijk maximale duur van de hypotheekrenteaftrek per lening
  • 37,56% 2026 hoogste tarief waartegen hypotheekrente aftrekbaar is
  • 50% richtlijn maximaal aflossingsvrij deel van de woningwaarde
  • € 470.000 2026 NHG-grens, waarboven geen nationale hypotheekgarantie

Gecontroleerd op augustus 2026

Alle gidsen over hypotheekvormen

Aflossingsvrije hypotheek

Bij een aflossingsvrije hypotheek betaal je alleen rente en los je niets af: aan het einde van de looptijd staat…

Annuïteitenhypotheek

Bij een annuïteitenhypotheek betaal je elke maand hetzelfde bruto bedrag, waarbij het rentedeel steeds kleiner wordt en het aflossingsdeel steeds…

Familiehypotheek

Een familiehypotheek is een lening voor je eigen woning waarbij het geld van je ouders of een ander familielid komt…

Lineaire hypotheek

Bij een lineaire hypotheek los je elke maand hetzelfde bedrag af en betaal je rente over de restschuld, waardoor je…

Opeethypotheek

Met een opeethypotheek haal je een deel van de overwaarde uit je huis zonder dat je maandelijks iets betaalt: de…

Welke hypotheekvormen er zijn en waarin ze verschillen

De vraag welke hypotheekvormen er zijn heeft twee antwoorden, en dat verklaart de verwarring. Voor een nieuwe lening kun je kiezen uit drie aflosvormen: annuïtair, lineair en aflossingsvrij. Verder leeft er een rij oudere soorten hypotheken bij mensen die vóór 2013 kochten, zoals de spaarhypotheek en de beleggingshypotheek. Wat verder bij je lening hoort, van rentevaste periode tot geldverstrekker, staat op de overzichtspagina over de hypotheek.

De verschillende hypotheekvormen onderscheiden zich in de eerste plaats in de manier waarop je de schuld terugbetaalt. Bij een annuïteitenhypotheek en een lineaire hypotheek daalt de schuld elke maand. Bij een aflossingsvrije hypotheek betaal je alleen rente en blijft de schuld staan tot de einddatum. Bij de oude spaar- en beleggingsvormen los je pas aan het einde af, uit een pot die je ondertussen opbouwt. Welk type hypotheek bij je past, hangt dus vooral samen met de vraag hoe snel je van je schuld af wilt zijn.

De tweede laag is fiscaal, en die is sinds 1 januari 2013 hard. Wie na die datum een lening voor zijn eigen woning afsluit, heeft alleen recht op hypotheekrenteaftrek als hij die lening in maximaal dertig jaar ten minste annuïtair aflost. Leningen van vóór 2013 vallen onder het overgangsrecht en houden hun aftrek, ook als ze aflossingsvrij zijn.

Er is nog een derde onderscheid dat los staat van de aflosvorm: wie het geld uitleent. Een hypotheek van je ouders of een ander familielid kan annuïtair, lineair of aflossingsvrij zijn, precies zoals bij een bank. Hetzelfde geldt voor een onderhandse lening van een vriend of een particuliere geldverstrekker. De tabel hieronder zet alle soorten hypotheken met uitleg naast elkaar, inclusief de vormen die je alleen nog tegenkomt bij een bestaande lening.

VormWat je maandelijks betaaltSchuld op de einddatumRenteaftrek bij een nieuwe leningNu nog af te sluiten
AnnuïteitenhypotheekVast bedrag, verhouding rente en aflossing schuiftNulJaJa
Lineaire hypotheekVaste aflossing plus dalende renteNulJaJa
Aflossingsvrije hypotheekAlleen renteDe hele leningNeeJa, meestal tot de helft van de waarde
SpaarhypotheekRente plus premie voor een spaarpolisNul, afgelost uit de polisAlleen met overgangsrechtNee, gesloten sinds 2013
BankspaarhypotheekRente plus inleg op een geblokkeerde rekeningNul, afgelost uit de rekeningAlleen met overgangsrechtNee, gesloten sinds 2013
BeleggingshypotheekRente plus inleg in beleggingenOnzeker, hangt af van het rendementAlleen met overgangsrechtNee, gesloten sinds 2013
LevenhypotheekRente plus premie voor een levensverzekeringOnzeker, hangt af van de uitkeringAlleen met overgangsrechtNee
Opeethypotheek of verzilverhypotheekNiets of alleen rente, opname uit de overwaardeDe opgenomen som plus bijgeschreven renteNeeJa, vanaf een minimumleeftijd
KrediethypotheekRente over het opgenomen deel van een limietHet opgenomen bedragNeeBeperkt, per geldverstrekker verschillend

De annuïteitenhypotheek: elke maand hetzelfde bedrag

Bij een annuïteitenlening betaal je elke maand een vast bruto bedrag, de annuïteit. In het begin bestaat dat bedrag vooral uit rente en voor een klein deel uit aflossing; naarmate de schuld daalt, verschuift de verhouding en los je steeds meer af. De maandlast zelf verandert alleen als de rente verandert, bijvoorbeeld aan het einde van je rentevaste periode.

De betekenis van het woord annuïteit zit in de formule erachter, de annuïteitenfactor. Je deelt de maandrente door één min de contante waarde van de looptijd, en vermenigvuldigt die factor met de hoofdsom. Bij dertig jaar en 4 procent rente hoort een jaarlijkse annuïteitenfactor van ongeveer 0,0573: op elke honderdduizend euro lening betaal je dan zo'n 5.730 euro per jaar, ofwel 478 euro per maand. Een annuïteitentabel met kant-en-klare factoren per rente en looptijd doet met de hand hetzelfde werk. Wie de annuïteit liever laat berekenen, vult zijn bedrag, rente en looptijd in bij de rekenhulp voor de maandlasten, die precies deze som maakt.

Hoeveel je in een bepaald jaar aflost, lees je af uit het annuïteitenschema, ook wel aflosschema of amortisatieschema genoemd. Je geldverstrekker stuurt dat schema mee bij de offerte en zet de stand elk jaar op je jaaroverzicht, en je kunt het ook zelf berekenen met de annuïteit en de maandrente. Het schema hieronder laat zien hoe scheef de verdeling in het begin is: van de eerste jaartermijn gaat ruim tweederde op aan rente.

De annuïteitenhypotheek is de meest gekozen vorm omdat de netto last in het begin het laagst is van de twee aflossende vormen. Wat je daarvoor inlevert, is een hogere rentesom over de hele looptijd. Hoe de vorm van dichtbij werkt, met de invloed van de renteaftrek op het verloop, staat in de gids over de annuïteitenhypotheek.

JaarBruto per maandRente in dat jaarAflossing in dat jaarRestschuld eind van het jaar
1€ 1.432€ 11.904€ 5.283€ 294.717
5€ 1.432€ 10.989€ 6.198€ 271.343
10€ 1.432€ 9.619€ 7.568€ 236.352
15€ 1.432€ 7.947€ 9.240€ 193.628
20€ 1.432€ 5.904€ 11.282€ 141.463
30€ 1.432€ 367€ 16.820€ 0

De lineaire hypotheek: hoog beginnen, goedkoop eindigen

Bij een lineaire hypotheek los je elke maand hetzelfde bedrag af: de hoofdsom gedeeld door het aantal maanden. De rente reken je over wat er nog openstaat, dus die daalt elke maand een beetje. Je maandlast begint daardoor hoog en loopt gestaag terug.

Op een lening van 300.000 euro over dertig jaar los je 833 euro per maand af. Bij 4 procent rente betaal je in de eerste maand 1.000 euro rente, samen 1.833 euro. In de laatste maand is dat 836 euro. Over de hele looptijd betaal je bij deze aannames 180.500 euro rente, tegen 215.600 euro bij de annuïteitenvariant: een verschil van ruim 35.000 euro.

Dat lagere rentetotaal is de reden dat lineair aflossen vaak wordt afgeraden aan starters en aangeraden aan mensen met ruimte. De hoge startlast telt namelijk mee bij de toets van je leencapaciteit, waardoor je met een lineaire hypotheek minder kunt lenen dan met een annuïtaire. Wat dat voor jouw inkomen betekent, zie je in de rekenhulp voor je maximale hypotheek.

Lineair aflossen past goed bij mensen die weten dat hun inkomen straks daalt, bijvoorbeeld door pensioen, en bij wie een deel van de woning snel schuldenvrij wil hebben. Ook bij een verbouwingsdeel dat je in tien of vijftien jaar wilt wegwerken is de vorm logisch. De gids over de lineaire hypotheek zet het verloop per jaar uiteen.

Bij 300.000 euro en 4 procent renteAnnuïteitenLineairAflossingsvrij
Bruto in de eerste maand€ 1.432€ 1.833€ 1.000
Bruto in de laatste maand€ 1.432€ 836€ 1.000
Restschuld na 10 jaar€ 236.352€ 200.000€ 300.000
Restschuld na 30 jaar€ 0€ 0€ 300.000
Rente over 30 jaar€ 215.609€ 180.500€ 360.000
Renteaftrek bij een nieuwe leningJaJaNee

Aflossingsvrij: alleen rente betalen en de schuld laten staan

Een hypotheek waarbij je alleen rente betaalt heet aflossingsvrij. De maandlast is de laagste van alle vormen, want er zit geen aflossing in. Op 300.000 euro tegen 4 procent betaal je 1.000 euro per maand, dertig jaar lang, en op de einddatum staat de volle 300.000 euro nog open.

Nieuw afsluiten mag, maar met twee beperkingen. Op een nieuwe aflossingsvrije lening krijg je geen hypotheekrenteaftrek, omdat je niet aflost. En de meeste geldverstrekkers accepteren maximaal de helft van de marktwaarde van de woning aflossingsvrij; met nationale hypotheekgarantie is die halvering zelfs een voorwaarde. De NHG-grens ligt in 2026 op 470.000 euro, met een borgtochtprovisie van 0,4 procent over de lening.

De meeste mensen gebruiken de vorm daarom als onderdeel van een combinatie: een aflossingsvrij deel voor de lage last, een annuïtair deel voor de opbouw en de aftrek. Wat er op de einddatum moet gebeuren en hoe het overgangsrecht van vóór 2013 uitpakt, staat in de gids over de aflossingsvrije hypotheek.

Vraag jezelf bij deze vorm altijd hetzelfde af: waaruit betaal je de schuld terug als de looptijd voorbij is? Verkoop van de woning is een antwoord, spaargeld ook, opnieuw lenen op je pensioeninkomen is dat maar half.

Spaarhypotheek en bankspaarhypotheek: aflossen aan het einde

Bij een spaarhypotheek betaal je rente over de volledige schuld plus premie voor een gekoppelde spaarpolis. Die polis vergoedt hetzelfde rentepercentage als je hypotheek, waardoor de eindwaarde vaststaat: op de einddatum lost de polis de lening in één keer af. De bankspaarhypotheek werkt hetzelfde, alleen spaar je op een geblokkeerde bankrekening in plaats van in een verzekering.

De aantrekkingskracht zat in de fiscale behandeling. De opbouw is onbelast zolang de polis of rekening aan de voorwaarden voldoet, en de rente over de volledige schuld blijft aftrekbaar omdat er niets wordt afgelost. Nieuwe spaarhypotheken bestaan sinds 1 januari 2013 niet meer; wie er een heeft, houdt hem onder het overgangsrecht zolang hij de spelregels niet breekt.

Die spelregels zijn strak. Je moet jaarlijks premie of inleg blijven betalen, en de hoogste jaarpremie mag niet meer dan tien keer de laagste zijn, de zogeheten bandbreedte-eis. Voor de vrijstelling bij uitkering geldt bovendien een minimum aantal jaren waarin je hebt ingelegd, met een lagere vrijstelling na vijftien jaar en een hogere na twintig jaar. De maximale vrijstelling wordt jaarlijks aangepast; het bedrag dat voor jouw polis geldt, staat op de polisvoorwaarden en op belastingdienst.nl.

Bij verkoop van je huis keert de polis of de spaarrekening uit en gaat dat geld naar het aflossen van de gekoppelde lening. Wat overblijft, is van jou. Verhuis je naar een ander huis, dan kun je de spaarhypotheek in veel gevallen meenemen, mits de nieuwe lening minstens even groot is en dezelfde geldverstrekker of polisaanbieder meewerkt. Meenemen is bijna altijd verstandiger dan afkopen, want opnieuw beginnen kan niet.

SituatieWat er gebeurt met een spaar- of bankspaarhypotheek
Je verkoopt je huisDe polis of rekening keert uit en lost de gekoppelde lening af; het meerdere is van jou
Je koopt een nieuw huisMeenemen kan meestal, de opgebouwde waarde en de looptijd blijven dan intact
Je wilt extra aflossen op de leningVerlaagt de schuld, maar breekt de koppeling met de polis en kost je aftrek over dat deel
Je wilt extra storten in de polisMag alleen binnen de bandbreedte van tien keer de laagste premie
Je wilt geld uit de polis voor een verbouwingTussentijds opnemen betekent afkopen; de opbouw wordt dan belast als er niet aan de voorwaarden is voldaan
Je stopt met premie betalenDe polis wordt premievrij en de eindwaarde daalt, terwijl de schuld gelijk blijft

Extra aflossen op een spaarhypotheek: meestal niet

De vraag of aflossen op een spaarhypotheek verstandig is, komt vaak terug, en het antwoord wijkt af van wat bij andere vormen geldt. De rente die je op je spaarpolis vergoed krijgt, is precies gelijk aan je hypotheekrente. Los je een deel van de lening af, dan verdwijnt de rente over dat deel, maar je polis blijft doorlopen met een doel dat niet meer past bij de schuld.

Bij een hoge oude hypotheekrente is die polis vaak juist je best renderende spaarpot. Aflossen betekent dan dat je een gegarandeerde vergoeding inruilt voor niets. Bij een lage rente op een recent afgesloten leningdeel ligt de afweging anders, maar zelfs dan raak je de fiscale koppeling kwijt als je de verhouding tussen polis en lening scheeftrekt.

Wat wél kan zonder brokken: het aflossingsvrije deel dat naast je spaarhypotheek staat verlagen, of extra inleggen in de polis binnen de bandbreedte. Zit je met een bankspaarhypotheek en twijfel je of je die moet houden, kijk dan eerst naar het rentepercentage dat je vergoed krijgt. Ligt dat boven wat je vandaag op een spaarrekening krijgt, dan is houden bijna altijd de rustigste keuze.

Vervroegd aflossen op de lening zelf is trouwens niet verboden. Je geldverstrekker staat doorgaans 10 tot 20 procent van de oorspronkelijke hoofdsom per jaar boetevrij toe. Reken alleen eerst door wat er met je polis en je aftrek gebeurt, bijvoorbeeld samen met een adviseur, voordat je het bedrag overmaakt.

Beleggingshypotheek en woekerpolis: waar het misging

Bij een beleggingshypotheek betaalde je rente over de volledige lening en belegde je maandelijks een vast bedrag in fondsen, met de bedoeling dat het rendement op de einddatum de schuld zou dekken. Anders dan bij de spaarhypotheek is die eindwaarde niet gegarandeerd. Valt het rendement tegen, dan blijft er een restschuld over.

Een woekerpolis is geen aparte hypotheekvorm maar een beleggingsverzekering waarin de kosten zo hoog waren dat een groot deel van de inleg nooit is belegd. Beheerkosten, aankoopkosten, een overlijdensrisicodekking en soms een hefboomconstructie liepen op tot tientallen procenten van de premie. Dat woekerpolissen zo heten, komt door de verhouding tussen wat je betaalde en wat er in de pot terechtkwam, niet door de belegging zelf. Ze zitten zowel in beleggingshypotheken als in losse spaar- en pensioenpolissen.

Of jij er een hebt, zie je aan de jaaroverzichten van je polis. Vergelijk de totale betaalde premie met de opgebouwde waarde en zoek in de voorwaarden naar posten als eerste kosten, doorlopende kosten en risicopremie. Zit je polis onder een compensatieregeling, dan heeft je verzekeraar daarover moeten informeren; de klachtenroute loopt via de verzekeraar zelf en daarna via het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening.

Wat je met zo'n polis doet, hangt af van de resterende looptijd en van je hypotheek eronder. Doorlopen kan zinnig zijn als de kosten inmiddels grotendeels zijn ingehouden, omzetten naar banksparen of naar een aflossend deel kan zinnig zijn als je de onzekerheid weg wilt hebben. Laat het verschil doorrekenen voordat je iets stopzet, want een gestopte polis kun je niet heropenen.

Familiehypotheek, onderhandse lening en particuliere verstrekkers

Een hypotheek met een familielid is geen aparte aflosvorm maar een andere geldschieter. Je ouders, een oom of een vriend lenen je het geld en jij betaalt rente en aflossing aan hen; leent een vriend of kennis, dan spreken mensen van een vriendenhypotheek of een onderlinge lening. Zolang de lening voor de aankoop, verbouwing of het onderhoud van je eigen woning is en je hem in maximaal dertig jaar ten minste annuïtair aflost, is de rente net zo aftrekbaar als bij een bank.

De Belastingdienst kijkt naar twee dingen. De rente moet zakelijk zijn, dus vergelijkbaar met wat een bank in dezelfde situatie zou rekenen; een tarief dat daar ver boven ligt, ziet de fiscus als een verkapte schenking. En je moet de gegevens van de lening opgeven in je aangifte inkomstenbelasting, met de looptijd, het aflosschema en de gegevens van de geldverstrekker.

De constructie die het populair maakt: je ouders rekenen een zakelijke rente en schenken je daarna jaarlijks een bedrag terug. In 2026 mogen ouders hun kind 6.908 euro belastingvrij schenken. Jij trekt de volledige rente af, je ouders ontvangen rente in box 3 en per saldo blijft er geld in de familie. Hoe je zo'n lening vastlegt en wat er gebeurt bij overlijden of scheiding, staat in de gids over de familiehypotheek.

Een onderhandse lening zonder gang naar de notaris kan ook. Voor de renteaftrek is een ingeschreven hypotheekrecht niet nodig; een schriftelijke overeenkomst met bedrag, rente, looptijd en aflosschema volstaat. Wil de uitlener zekerheid, dan laat hij het hypotheekrecht wel bij de notaris vestigen, zodat hij bij verkoop of wanbetaling voorrang heeft. Wie andersom zelf een privéhypotheek wil verstrekken aan een kind of aan derden, laat zich vooraf informeren over het risico, want je geld zit dan jaren vast in andermans huis. Particulier geld financiert ook steeds vaker vastgoed dat wordt verhuurd, waarbij zowel de rente hoger ligt als het gefinancierde deel van de waarde lager, en waarbij geen renteaftrek geldt omdat het pand in box 3 valt.

De opeethypotheek: je huis opeten als aanvulling op je pensioen

Wie op leeftijd veel overwaarde heeft en weinig inkomen, kan een deel van de waarde van zijn huis opnemen zonder te verhuizen. Dat heet een opeethypotheek of verzilverhypotheek. Je neemt een bedrag in één keer of in maandelijkse porties op, en de schuld groeit met de rente die je niet betaalt maar laat bijschrijven. Terugbetalen gebeurt bij verkoop of bij overlijden, uit de opbrengst van de woning.

Hoeveel je kunt opnemen hangt af van je leeftijd en de waarde van je woning: hoe ouder je bent, hoe groter het deel dat een verstrekker aandurft. Verstrekkers hanteren een minimumleeftijd, meestal rond de zestig jaar. Hoeveel ruimte er in jouw woning zit, reken je uit met de rekenhulp voor je overwaarde.

De prijs zit in het rente-op-rente-effect. Een lening waarvan de rente wordt bijgeschreven, verdubbelt bij 4 procent in ongeveer achttien jaar. Daarbij is de rente op zo'n opname niet aftrekbaar zolang je het geld niet in de woning steekt, en over een aflossingsvrije opname bestaat sowieso geen aftrek. Wat je nalaat aan je kinderen wordt navenant kleiner.

Er zijn zachtere manieren om je huis als pensioen te gebruiken: verhuizen naar iets kleiners, een deel van de overwaarde opnemen in een gewone hypotheek waarbij je de rente wel betaalt, of verkopen en huren. Welke route past, hangt af van je gezondheid, je woonwens en de vraag of je iets wilt nalaten. De afwegingen en de voorwaarden per soort staan in de gids over de opeethypotheek.

Vormen voor starters, jongeren en bijzondere situaties

Een aparte jongerenhypotheek bestaat niet als wettelijke vorm, maar geldverstrekkers hebben wel regelingen die op starters zijn gericht. De bekendste is de starterslening via de gemeente: een aanvullende lening naast je gewone hypotheek waarmee je het gat tussen je maximale hypotheek en de koopsom dicht. Niet elke gemeente doet mee en de voorwaarden verschillen per gemeente, dus dat zoek je op bij je eigen gemeente.

Verder wegen sommige geldverstrekkers een aantoonbaar hoge huurlast mee bij de toets, zodat je meer kunt lenen dan de standaardnormen toestaan; die variant heet bij een enkele verstrekker een duurhuurhypotheek. Dat is maatwerk per verstrekker en geen recht. Hetzelfde geldt voor het meewegen van een studieschuld, waar de normen wel een vaste rekenregel voor kennen.

Bijna niemand heeft één hypotheek. De meeste huiseigenaren hebben meerdere leningdelen onder één hypotheekakte, met per deel een eigen vorm, rente en einddatum. Dat mag en het is vaak handig: je kunt de rentevaste periodes spreiden en per deel kiezen tussen aflossen en niet aflossen. Wat je nooit moet doen, is een deel afsluiten zonder te weten onder welk fiscaal regime het valt.

Kom je in de knel met je maandlasten, dan vraagt men vaak of je de hypotheek tijdelijk kunt bevriezen. Een recht daarop bestaat niet, maar geldverstrekkers kunnen een betaalpauze of een tijdelijk aflossingsvrije periode toestaan. Fiscaal is dat oppassen: een gemiste aflossing moet je binnen de wettelijke inhaaltermijn goedmaken, anders verliest dat leningdeel zijn renteaftrek voorgoed.

Looptijd, aflosschema en het einde van je hypotheek

De standaardlooptijd is dertig jaar, en dat is geen toeval: de renteaftrek geldt wettelijk maximaal dertig jaar per lening. Een kortere looptijd mag altijd, en een langere komt voor bij een enkele geldverstrekker, alleen loopt de aftrek dan niet mee. Wie zijn hypotheek in tien jaar wil aflossen, kiest een korte looptijd of lost extra af; op 300.000 euro tegen 4 procent betekent tien jaar een maandlast van 3.037 euro in plaats van 1.432 euro.

Als de looptijd afloopt, moet de restschuld weg. Bij een annuïteiten- of lineaire hypotheek is die op de einddatum nul en gebeurt er verder niets, behalve dat de hypotheekakte bij de notaris kan worden doorgehaald. Bij een spaar- of bankspaarhypotheek lost de opgebouwde pot de lening af. Bij een aflossingsvrije lening staat de hele schuld er nog en heb je een plan nodig.

Verlengen na dertig jaar kan meestal wel, maar dan toetst de geldverstrekker je inkomen opnieuw en betaal je de rente vanaf dat moment zonder aftrek, want de fiscale termijn is dan op. Voor wie met pensioen is, valt die toets soms anders uit dan verwacht. Begin daarom vijf tot tien jaar voor de einddatum met uitzoeken waar je staat, dan houd je alle routes open.

Is de hypotheek helemaal afbetaald, dan kun je de inschrijving laten doorhalen bij het Kadaster via de notaris. Verplicht is dat niet en het kost een paar honderd euro; een blijvende inschrijving kan later juist handig zijn als je nog eens wilt bijlenen zonder nieuwe notariskosten.

Wat er speelt op de einddatumOptieWaar je op let
Je hebt genoeg spaargeldAflossen uit eigen middelenHoud een buffer over voor onderhoud en onvoorziene uitgaven
Je wilt blijven wonen en hebt inkomenVerlengen bij je huidige geldverstrekkerNieuwe inkomenstoets en geen renteaftrek meer na dertig jaar
Je wilt blijven wonen met minder lastHerfinancieren, deels annuïtairNieuwe lening betekent nieuwe voorwaarden en advies- en notariskosten
Je wilt kleiner wonenVerkopen en aflossen uit de opbrengstOverwaarde die je meeneemt telt mee via de bijleenregeling
Je bent op leeftijd en hebt overwaardeVerzilveren via een opeethypotheekBijgeschreven rente laat de schuld snel oplopen
Je kunt niet aflossen en niet verlengenVerkoop is de laatste routeWacht niet tot de geldverstrekker het initiatief neemt

Maximale hypotheek

Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Drie vormen op 300.000 euro naast elkaar

Stel, je leent 300.000 euro tegen 4 procent rente met een looptijd van dertig jaar. Annuïtair betaal je 1.432 euro bruto per maand, elke maand hetzelfde. In het eerste jaar zit daar 11.904 euro rente in en 5.283 euro aflossing; na tien jaar staat er nog 236.352 euro open en na dertig jaar niets. In totaal betaal je 215.609 euro rente.

Lineair los je 833 euro per maand af. De eerste maand komt daar 1.000 euro rente bij, samen 1.833 euro; de laatste maand is het 836 euro. Na tien jaar staat er precies 200.000 euro open en over de hele rit betaal je 180.500 euro rente, ruim 35.000 euro minder dan annuïtair.

Aflossingsvrij betaal je 1.000 euro per maand, dertig jaar lang. Dat is 360.000 euro rente en op de einddatum staat de volledige 300.000 euro nog open. Bruto is dit de laagste last, maar bij een nieuwe lening krijg je hierover geen renteaftrek, terwijl je op de andere twee vormen in het eerste jaar bij een tarief van 37,56 procent in 2026 ongeveer 4.470 euro terugkrijgt over de betaalde rente: zo'n 372 euro per maand.

Rekenvoorbeeld

Familiehypotheek van 200.000 euro met een schenking terug

Stel, je ouders lenen je 200.000 euro voor je eerste huis, annuïtair over dertig jaar, tegen een zakelijke rente van 4,5 procent. Je maandlast is 1.013 euro. In het eerste jaar betaal je daarvan 8.934 euro rente en 3.226 euro aflossing.

Die volledige 8.934 euro is aftrekbaar, want de lening voldoet aan de aflossingseis. Tegen het maximale tarief van 37,56 procent in 2026 levert dat ongeveer 3.356 euro belastingvoordeel op. Je ouders geven de rente op in box 3 en schenken je daarna 6.908 euro terug, het bedrag dat ouders hun kind in 2026 belastingvrij mogen geven.

De rekensom over het eerste jaar: 8.934 euro rente betaald, 3.356 euro terug van de Belastingdienst, 6.908 euro geschonken. Netto kost de rente je dus niets en houd je 1.330 euro over, terwijl je wel 3.226 euro hebt afgelost. Het geld blijft in de familie en de schuld daalt gewoon door. Voorwaarde is dat de rente zakelijk is en dat de schenking niet contractueel aan de rentebetaling vastzit.

Rekenvoorbeeld

Een aflossingsvrije lening van 150.000 euro die afloopt

Stel, je aflossingsvrije hypotheek van 150.000 euro loopt over zes jaar af en je huis is 400.000 euro waard. Bij 4 procent betaal je nu 500 euro rente per maand. Loopt ook je renteaftrek af, dan is die 500 euro voortaan volledig netto; met overgangsrecht en een tarief van 37,56 procent in 2026 kostte de rente je netto ongeveer 312 euro.

Route één is verlengen. De geldverstrekker toetst je inkomen opnieuw; bij een pensioeninkomen kan de uitkomst zijn dat maximaal 100.000 euro aflossingsvrij mag blijven en de rest annuïtair moet. Op 50.000 euro annuïtair over twintig jaar bij 4 procent is dat 303 euro per maand extra, bovenop 333 euro rente over het aflossingsvrije restant: samen 636 euro.

Route twee is zelf aflossen. Los je de komende zes jaar 700 euro per maand extra af, dan haal je 50.400 euro van de schuld en resteert er ongeveer 99.600 euro. Die kleinere lening rolt vrijwel altijd door, en je maandrente daalt ondertussen van 500 naar circa 332 euro. Route drie is verkopen: met 250.000 euro overwaarde is er ruimte, maar dan verhuis je wel.

Veelgemaakte fouten

De vormen op de bruto maandlast vergelijken

Aflossingsvrij lijkt bruto honderden euro's per maand goedkoper dan annuïtair. Netto is het verschil veel kleiner, want op een nieuwe aflossingsvrije lening bestaat geen renteaftrek en op een annuïtaire wel. Wie bruto vergelijkt, kiest een vorm op een verschil dat er niet is.

Een oude lening verhogen en denken dat de aftrek meegaat

Het overgangsrecht van vóór 2013 hoort bij de bestaande lening, niet bij jou. Verhoog je die lening of sluit je bij, dan valt het nieuwe deel onder de huidige regels: aftrek alleen bij annuïtair of lineair aflossen in dertig jaar. Dat scheelt bij een verbouwing van 50.000 euro al snel enkele honderden euro's per jaar.

Een spaarpolis afkopen of stopzetten zonder doorrekening

Een spaar- of bankspaarhypotheek levert een gegarandeerde vergoeding die gelijk is aan je hypotheekrente, en de opbouw is onbelast zolang je aan de voorwaarden voldoet. Afkopen kost de vrijstelling over het rendement en is onomkeerbaar. Bij een oude hoge rente gooi je zo je best renderende spaarpot weg.

Lineair kiezen zonder naar de leencapaciteit te kijken

Lineair aflossen is over dertig jaar goedkoper, maar de hoge startlast telt mee in de toets. Op hetzelfde inkomen kun je lineair minder lenen dan annuïtair. Wie de vorm pas bij de hypotheekaanvraag kiest, komt er soms achter dat het beoogde huis er niet meer in past.

De einddatum van elk leningdeel niet kennen

Leningdelen hebben eigen einddata en eigen fiscale termijnen. Wie pas in het laatste jaar merkt dat een aflossingsvrij deel opeisbaar wordt of dat de aftrek stopt, onderhandelt onder tijdsdruk. Vijf tot tien jaar vooruitkijken levert meer routes en betere voorwaarden op.

Bij familie alleen mondelinge afspraken maken

Zonder schriftelijke overeenkomst met bedrag, rente, looptijd en aflosschema is er fiscaal geen aftrekbare eigenwoningschuld en juridisch geen bewijs. Bij overlijden of scheiding wordt zo'n lening dan een bron van ruzie, en de renteaftrek over jaren kan achteraf worden geschrapt.

Bijgeschreven rente op een opeethypotheek onderschatten

Rente die je niet betaalt, groeit mee. Bij 4 procent verdubbelt een opgenomen bedrag in ongeveer achttien jaar. Wie op zijn 65e 100.000 euro opneemt, ziet die schuld rond zijn 83e op ruim 200.000 euro staan, en dat gaat rechtstreeks van de erfenis af.

Veelgestelde vragen

Welke hypotheekvormen zijn er in 2026?

Nieuw afsluiten kan met een annuïteitenhypotheek, een lineaire hypotheek en een aflossingsvrij deel, meestal tot de helft van de woningwaarde. Daarnaast bestaan de opeethypotheek voor ouderen en de familiehypotheek, waarbij de aflosvorm hetzelfde werkt maar het geld van een familielid komt. De spaarhypotheek, bankspaarhypotheek, beleggingshypotheek en levenhypotheek zijn gesloten voor nieuwe klanten sinds 1 januari 2013, maar lopen bij veel huiseigenaren nog door.

Wat is een annuïteitenlening precies?

Een annuïteitenlening is een lening waarbij je elke termijn hetzelfde bruto bedrag betaalt, de annuïteit. Dat bedrag bestaat uit rente over de openstaande schuld en uit aflossing. Omdat de schuld daalt, daalt het rentedeel en stijgt het aflossingsdeel, terwijl het totaal gelijk blijft. Op de einddatum is de lening precies afgelost. Verandert de rente aan het einde van je rentevaste periode, dan wordt de annuïteit opnieuw berekend over de restschuld en de resterende looptijd.

Hoe bereken je de aflossing van een annuïteitenlening?

Bereken eerst de annuïteit met de annuïteitenfactor: de maandrente gedeeld door één min de contante waarde over de looptijd, maal de hoofdsom. Trek daarna van die maandtermijn de rente van die maand af, dus de openstaande schuld maal de maandrente. Wat overblijft, is de aflossing van die maand. Bij 300.000 euro en 4 procent is de termijn 1.432 euro, de rente in maand één 1.000 euro en de aflossing dus 432 euro. De maandlastenrekenhulp zet dat aflosschema in één keer voor je neer.

Wat is het verschil tussen een lineaire en een annuïteitenhypotheek?

Bij een lineaire hypotheek is de aflossing elke maand gelijk en daalt de rente mee met de schuld, waardoor je maandlast daalt. Bij een annuïteitenhypotheek is het totaalbedrag gelijk en verschuift de verhouding tussen rente en aflossing. Lineair kost over dertig jaar minder rente, bij 300.000 euro en 4 procent ruim 35.000 euro minder, maar begint een paar honderd euro per maand hoger. Die hogere startlast beperkt ook wat je kunt lenen.

Wat is een woekerpolis en hoe weet ik of ik er een heb?

Een woekerpolis is een beleggingsverzekering waarin de kosten zo hoog waren dat een aanzienlijk deel van je inleg nooit is belegd. Je herkent hem aan het verschil tussen de totale betaalde premie en de opgebouwde waarde op je jaaroverzicht, en aan kostenposten als eerste kosten, doorlopende kosten en risicopremie in de voorwaarden. Beleggingshypotheken en losse levenpolissen uit de jaren negentig en begin jaren nul zijn de bekendste gevallen. Je verzekeraar moet je hebben geïnformeerd als je polis onder een compensatieregeling valt; komen jullie er niet uit, dan kun je terecht bij het Klachteninstituut Financiële Dienstverlening.

Is aflossen op een spaarhypotheek verstandig?

Meestal niet. De spaarpolis vergoedt precies je hypotheekrente, belastingvrij, en bij een oude hoge rente is dat vaak het best renderende product dat je hebt. Los je af op de gekoppelde lening, dan raakt de verhouding tussen polis en schuld scheef en verlies je aftrek over dat deel. Extra aflossen doe je liever op een aflossingsvrij of duurder leningdeel. Wil je toch bijstorten in de polis, dan mag dat alleen binnen de bandbreedte van tien keer de laagste jaarpremie.

Spaarhypotheek uitbetalen bij verkoop: hoe gaat dat?

Bij verkoop en aflossing van de gekoppelde lening keert de polis of de bankspaarrekening uit, meestal op de dag van de notariële overdracht. Het geld gaat rechtstreeks naar het aflossen van de bijbehorende hypotheek en wat overblijft, is voor jou. Voldoet de polis aan de voorwaarden voor de vrijstelling, dan is het rendement onbelast; is dat niet zo, dan wordt het rentebestanddeel belast. Verhuis je naar een ander huis, dan is meenemen bijna altijd gunstiger dan laten uitkeren.

Mijn hypotheek loopt af, wat nu?

Dat hangt af van de vorm. Bij een annuïteiten- of lineaire hypotheek is de schuld op de einddatum nul en hoef je alleen te beslissen of je de inschrijving bij het Kadaster laat doorhalen. Bij een aflossingsvrije hypotheek is de volledige lening opeisbaar en kies je tussen aflossen uit eigen geld, verlengen bij je geldverstrekker, herfinancieren of verkopen. Begin dat gesprek vijf tot tien jaar voor de einddatum, want na afloop van de dertigjaarstermijn vervalt de renteaftrek en wordt er opnieuw op je inkomen getoetst.

Kun je een hypotheek verlengen na 30 jaar?

Verlengen kan meestal, maar het is geen recht. De geldverstrekker beoordeelt of je inkomen de lasten nog draagt, ook als je inmiddels met pensioen bent, en kan eisen dat een deel voortaan annuïtair wordt afgelost. Fiscaal verandert er hoe dan ook iets: de hypotheekrenteaftrek duurt wettelijk maximaal dertig jaar per lening, dus vanaf de verlenging betaal je de rente volledig netto. Reken die netto last vooraf door, want het verschil kan honderden euro's per maand zijn.

Wat is de maximale looptijd van een hypotheek?

Vrijwel alle geldverstrekkers hanteren dertig jaar als maximum, omdat de renteaftrek na dertig jaar stopt. Een enkele verstrekker biedt langer aan, maar dan betaal je over de jaren daarna rente zonder aftrek. Korter mag altijd: een looptijd van tien, vijftien of twintig jaar verlaagt de rentesom fors, maar verhoogt de maandlast navenant. Op 300.000 euro tegen 4 procent kost tien jaar 3.037 euro per maand tegenover 1.432 euro bij dertig jaar.

Kun je een hypotheek met een familielid afsluiten?

Ja. Ouders, grootouders, een broer of zelfs een vriend kunnen je het geld lenen. Voor de renteaftrek gelden dezelfde eisen als bij een bank: de lening is voor je eigen woning, je lost hem in maximaal dertig jaar ten minste annuïtair af en de rente is zakelijk. Je geeft de lening op in je aangifte inkomstenbelasting. Een gang naar de notaris is voor de aftrek niet nodig, maar geeft de uitlener wel zekerheid via een ingeschreven hypotheekrecht. De praktische kanten staan in de gids over de familiehypotheek.

Welke rente moet je je ouders betalen bij een hypotheek?

Een zakelijke rente, dus een percentage dat een bank in dezelfde situatie ook zou rekenen bij die looptijd, dat leningbedrag en die woningwaarde. Een paar tienden afwijken kan verdedigbaar zijn omdat er geen advies- en afsluitkosten zijn. Reken je fors meer dan marktconform, dan kan de Belastingdienst het meerdere als schenking zien en schrappen uit je aftrek. Leg de rente en de looptijd schriftelijk vast en houd de betalingen via de bank bij.

Wat is een verzilverhypotheek of opeethypotheek?

Een lening waarmee je op latere leeftijd een deel van je overwaarde opneemt zonder te verhuizen, in één keer of in maandelijkse porties. Je betaalt de rente meestal niet maar schrijft die bij, waardoor de schuld groeit; terugbetalen gebeurt bij verkoop of overlijden uit de opbrengst van de woning. Verstrekkers hanteren een minimumleeftijd, vaak rond de zestig jaar, en bepalen aan de hand van je leeftijd en de woningwaarde hoeveel je mag opnemen. De rente is niet aftrekbaar als je het geld niet in de woning steekt.

Kun je meerdere hypotheken of leningdelen tegelijk hebben?

Ja, en dat is eerder regel dan uitzondering. De meeste huiseigenaren hebben twee tot vier leningdelen onder één hypotheekakte, elk met een eigen vorm, rente, rentevaste periode en einddatum. Zo kun je een aflossingsvrij deel combineren met een annuïtair deel en de renteherzieningen spreiden. Een tweede hypotheek op een ander pand kan ook, maar een lening voor een verhuurde woning of een beleggingspand valt in box 3 en kent geen renteaftrek.

Kun je je hypotheek tijdelijk bevriezen?

Een wettelijk recht op een betaalpauze bestaat niet, maar geldverstrekkers kunnen bij tijdelijke betalingsproblemen een pauze of een periode zonder aflossing toestaan. Meld je vroeg, want hoe langer je wacht, hoe minder ruimte er is. Fiscaal zit er een adder onder het gras: gemiste aflossingen op een leningdeel met aflossingseis moet je binnen de wettelijke inhaaltermijn goedmaken, anders verliest dat deel zijn renteaftrek definitief.

Welke hypotheekvorm heeft de laagste maandlast?

Bruto de aflossingsvrije hypotheek, omdat je alleen rente betaalt. Netto ligt het genuanceerder: op een nieuwe aflossingsvrije lening bestaat geen renteaftrek, terwijl je op een annuïtair deel in 2026 tot 37,56 procent van de betaalde rente terugkrijgt. Van de aflossende vormen heeft de annuïteitenhypotheek de laagste startlast. Vergelijk de vormen voor jouw bedrag met de rekenhulp voor de maandlasten en zet de netto bedragen naast elkaar, niet de bruto.

Hoe vergelijk je hypotheekvormen als je twijfelt?

Zet drie getallen naast elkaar: de netto maandlast in het eerste jaar, de restschuld op het moment dat je verwacht met pensioen te gaan, en de totale rente over de looptijd. Kijk daarna wat er gebeurt als je inkomen daalt of als de rente bij de eerste renteherziening twee procentpunt hoger ligt. Blijft de last dan draagbaar, dan is de vorm geschikt. Reken je maximale ruimte door met de rekenhulp voor je maximale hypotheek voordat je een vorm vastlegt, want lineair leent minder ver dan annuïtair.

Wat gebeurt er als mijn hypotheek is afbetaald?

De schuld is weg en de rente stopt. Je hypotheekrecht blijft in het Kadaster staan tot je het via de notaris laat doorhalen, wat een paar honderd euro kost. Laten staan mag en kan handig zijn als je later nog eens wilt bijlenen binnen dezelfde inschrijving. Fiscaal verandert er ook iets: zonder aftrekbare rente valt de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld weg tegen het eigenwoningforfait, en die regeling wordt sinds 2019 stapsgewijs afgebouwd tot nul op 1 januari 2041.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

De keuze tussen hypotheekvormen is precies het werk waarvoor een hypotheekadviseur bestaat, en zijn kosten van doorgaans 1.500 tot 3.000 euro verdien je terug zodra er iets bijzonders speelt. Ga zeker langs bij een oude spaar-, bankspaar- of beleggingshypotheek waar je iets aan wilt veranderen, bij een aflossingsvrij deel dat binnen tien jaar afloopt, bij een lening van familie die fiscaal moet kloppen, en bij een opname uit je overwaarde op latere leeftijd. Voor de akte en het hypotheekrecht heb je hoe dan ook een notaris nodig; voor een onderhandse familielening kun je bij dezelfde notaris een overeenkomst laten opstellen voor enkele honderden euro's. Een fiscalist is zelden nodig, behalve bij een erfenis met een lopende lening of bij een woning die deels wordt verhuurd. Zelf voorbereiden kan prima: reken de vormen door met de maandlastenrekenhulp, lees de vergelijking tussen annuïtair aflossen en lineair aflossen, en kom met concrete vragen aan tafel.