Wet Hillen: de aftrek voor een (bijna) afbetaald huis
De wet Hillen is de bijnaam van de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld: heb je je huis afbetaald of bijna afbetaald, dan haalt die aftrek een deel van het eigenwoningforfait weer weg. In 2026 gaat het om 71,867 procent van het verschil tussen het forfait en je aftrekbare kosten. Dat percentage daalt vanaf 2026 met 4,8 procentpunt per jaar en staat per 1 januari 2041 op nul. Bij een WOZ-waarde van 400.000 euro kost een hypotheekvrij huis daardoor nu ongeveer 146 euro belasting per jaar en straks ruim 500 euro.
- 71,867% 2026 deel van het verschil dat je nog mag aftrekken
- 4,8 punt vanaf 2026 waarmee dat percentage elk jaar daalt
- 1 jan 2041 2041 datum waarop de aftrek helemaal is verdwenen
- € 146 2026 belasting op een afbetaald huis met een WOZ-waarde van 400.000 euro bij 37 procent
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat de wet Hillen regelt
De wet Hillen is geen losse wet met die naam, maar de bijnaam van de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld uit de Wet inkomstenbelasting 2001. De regeling doet één ding: ze haalt het eigenwoningforfait weer grotendeels weg bij mensen die geen of nauwelijks hypotheekrente meer aftrekken. Zonder die aftrek zou een afbetaald huis elk jaar belasting kosten zonder dat daar een aftrekpost tegenover staat.
De betekenis van de wet Hillen zit in de rekenvolgorde. Het forfait wordt bij je inkomen geteld, je aftrekbare kosten voor de eigen woning gaan eraf, en blijft er dan nog een positief bedrag over, dan mag je daarvan een percentage opnieuw aftrekken. Tot en met 2018 was dat percentage 100 en kwam je precies op nul uit: een hypotheekvrije woning kostte fiscaal niets.
De regeling is genoemd naar Hans Hillen, het Tweede Kamerlid dat het voorstel indiende, en geldt sinds 1 januari 2005. In de spreektaal hoor je ook de wet van Hillen. De officiële naam kom je alleen tegen in wetteksten en in je aangifte.
Wat de aftrek in euro's waard is, hangt aan twee getallen: de WOZ-waarde van je woning en de hypotheekrente die je nog betaalt. Hoe kleiner je schuld, hoe groter het bedrag waarover de aftrek loopt.
De afbouw sinds 2019 en het tempo vanaf 2026
In het regeerakkoord van 2017 werd besloten de aftrek in dertig jaar af te bouwen. Vanaf 2019 ging er elk jaar 3,333 procentpunt af, zodat het percentage van 100 in 2018 zakte naar 76,667 in 2025. De wet Hillen in 2022 stond op 86,667 procent, in 2023 op 83,333 procent en in 2024 op 80 procent.
Vanaf 2026 gaat de afbouw sneller: 4,8 procentpunt per jaar in plaats van 3,333. Het percentage komt daardoor in 2026 uit op 71,867 en de aftrek is per 1 januari 2041 weg, zeven jaar eerder dan in het oorspronkelijke schema.
De tabel hieronder laat zien wat de afbouw jaar voor jaar met de aftrek doet. De bedragen gelden voor een woning met een forfait van 1.400 euro, wat hoort bij een WOZ-waarde van 400.000 euro tegen het percentage van 2026, en voor iemand die geen hypotheekrente meer aftrekt.
Het percentage werkt op het verschil tussen forfait en kosten, niet op het forfait zelf. Wie nog rente aftrekt, rekent dus met een kleiner bedrag dan de tabel toont. Waarom de fiscus sowieso met een vast percentage van de waarde werkt in plaats van met echte huuropbrengst, legt de pagina over het forfait als rekenmethode uit.
| Jaar | Percentage van het verschil | Aftrek bij een forfait van € 1.400 |
|---|---|---|
| 2005 t/m 2018 | 100% | € 1.400 |
| 2019 | 96,667% | € 1.353 |
| 2020 | 93,333% | € 1.307 |
| 2021 | 90% | € 1.260 |
| 2022 | 86,667% | € 1.213 |
| 2023 | 83,333% | € 1.167 |
| 2024 | 80% | € 1.120 |
| 2025 | 76,667% | € 1.073 |
| 2026 | 71,867% | € 1.006 |
Gecontroleerd op augustus 2026
De versnelling vanaf 2026 kost hypotheekvrije eigenaren elk jaar iets meer dan het oude schema. Het verschil tussen 3,333 en 4,8 procentpunt lijkt klein, maar over vijftien jaar loopt het op tot het volledige forfait.
Zo bereken je de wet Hillen voor jouw huis
De berekening bestaat uit drie stappen. Eerst het eigenwoningforfait: voor de meeste woningen is dat 0,35 procent van de WOZ-waarde in 2026. Daarna tel je je aftrekbare kosten voor de eigen woning op, dus de hypotheekrente, een periodieke erfpachtcanon en de nog niet afgeschreven financieringskosten. Blijft er na aftrek van die kosten een positief bedrag over, dan mag je daarvan in 2026 nog 71,867 procent aftrekken.
Een voorbeeld met ronde getallen. Bij een WOZ-waarde van 400.000 euro is het forfait 1.400 euro in 2026. Heb je geen hypotheek meer, dan is het verschil ook 1.400 euro en bedraagt de aftrek 1.006 euro. Er blijft 394 euro over dat bij je inkomen wordt geteld, en bij een belastingtarief van 37 procent kost dat ongeveer 146 euro per jaar.
Het forfait zelf reken je uit met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait, waarna je de aftrek er met de hand onder zet. Klopt de WOZ-waarde waar de hele som op rust? Leg de aanslag naast je eigen inschatting in de WOZ-check, want een te hoge waarde tikt elk jaar door in de bijtelling.
| WOZ-waarde | Forfait 2026 | Aftrek wet Hillen 2026 | Belast bedrag | Belasting bij 37% |
|---|---|---|---|---|
| € 200.000 | € 700 | € 503 | € 197 | € 73 |
| € 300.000 | € 1.050 | € 755 | € 295 | € 109 |
| € 400.000 | € 1.400 | € 1.006 | € 394 | € 146 |
| € 500.000 | € 1.750 | € 1.258 | € 492 | € 182 |
| € 700.000 | € 2.450 | € 1.761 | € 689 | € 255 |
Gecontroleerd op augustus 2026, woning zonder hypotheekschuld, aangenomen belastingtarief 37%
De aftrek is nooit groter dan het verschil tussen forfait en kosten. Zijn je aftrekbare kosten hoger dan het forfait, dan houd je gewoon een aftrekpost over en komt de wet Hillen er niet aan te pas.
Ook met een kleine hypotheek val je eronder
De regeling heet niet voor niets de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld. Je huis hoeft niet volledig te zijn afbetaald: zodra je aftrekbare kosten lager zijn dan het forfait, kom je erin. Dat gebeurt eerder dan mensen verwachten, zeker bij een oude annuïteitenhypotheek waarvan het rentedeel bijna is uitgewerkt.
Waar de grens ligt, hangt af van je rente. Het forfait bij een WOZ-waarde van 400.000 euro is 1.400 euro in 2026. Betaal je 4 procent rente, dan zak je onder dat bedrag zodra je schuld kleiner is dan 35.000 euro. Bij 2 procent rente ligt de grens op 70.000 euro, bij 6 procent op ongeveer 23.000 euro.
Vlak rond die grens is het effect nog klein, want je krijgt aftrek over een verschil van een paar tientjes. Pas als de schuld duidelijk onder de grens zakt, wordt de aftrek een bedrag van betekenis. De bijtelling voor je eigen huis blijft ondertussen staan, ook in de jaren dat je nog volop rente aftrekt.
Een aflossingsvrij deel en een meegefinancierde restschuld tellen mee zolang de rente aftrekbaar is. Een lening die niet meer onder de eigenwoningregeling valt en in box 3 zit, telt niet mee als aftrekbare kost, waardoor je juist eerder onder de wet Hillen valt dan je op je bankafschrift zou aflezen.
| Rente op je resterende hypotheek | Schuld waaronder de aftrek begint |
|---|---|
| 2% | € 70.000 |
| 3% | € 46.700 |
| 4% | € 35.000 |
| 5% | € 28.000 |
| 6% | € 23.300 |
Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij een WOZ-waarde van € 400.000 en een forfait van € 1.400 in 2026
Wel of niet aflossen nu de aftrek kleiner wordt
De vraag komt langs bij bijna iedereen die het einde van zijn hypotheek nadert: heeft extra aflossen nog zin als de wet Hillen verdwijnt? Het eerlijke antwoord is dat deze aftrek de kleinste factor in die som is. Het gaat om enkele honderden euro's belasting per jaar, terwijl de rente die je bespaart al snel boven de duizend euro per jaar uitkomt.
De afweging heeft drie onderdelen. Aflossen bespaart rente, kost je de renteaftrek over dat deel, en levert daarna een klein stukje belasting op via het forfait dat de wet Hillen niet meer helemaal wegneemt. Het spaargeld dat je gebruikt verdwijnt bovendien uit box 3, wat de heffing over dat vermogen scheelt.
Wat de afbouw wel doet, is de fiscale rem op aflossen langzaam zwaarder maken. Wie in 2026 aflost, houdt bij een forfait van 1.400 euro nog 394 euro belast over; wie hetzelfde in 2041 doet, houdt het volle bedrag van 1.400 euro belast over. Bij 37 procent belasting scheelt dat ongeveer 370 euro per jaar.
Uitstellen in de hoop op een gunstiger moment helpt niet, want het percentage wordt elk jaar kleiner en nooit groter. Wie de fiscale kant helemaal wil overzien voordat er een groot bedrag naar de geldverstrekker gaat, vindt de bredere context bij de belastingen rond je woning.
| Jouw situatie | Wat de wet Hillen aan de afweging toevoegt |
|---|---|
| Hypotheekrente flink hoger dan je spaarrente | Weinig: het rentevoordeel is vele malen groter dan het belaste restant van het forfait |
| Hypotheekrente ongeveer gelijk aan je spaarrente | Meer: enkele honderden euro's belasting per jaar kunnen de balans laten kantelen |
| Aftrekbare kosten al lager dan het forfait | Niets nieuws: je valt al onder de aftrek en aflossen vergroot alleen het belaste restant |
| Renteaftrek loopt nog jaren door | Weinig: de aftrek weegt de komende jaren zwaarder dan de afbouw |
| Spaargeld dat je als buffer nodig hebt | Fiscaal niet relevant: dit is een liquiditeitsvraag, geen belastingvraag |
Reken nooit met de renteaftrek en de wet Hillen tegelijk over hetzelfde bedrag. Zolang je rente aftrekt, is er geen positief verschil en dus ook geen aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld.
Wat de afschaffing per 2041 betekent
Per 1 januari 2041 staat het percentage op nul. De wet Hillen wordt dan niet zozeer afgeschaft als wel uitgewerkt: de bepaling verdwijnt na een afbouw die tweeëntwintig jaar heeft geduurd. Vanaf dat moment telt het volledige verschil tussen het forfait en je aftrekbare kosten mee bij je inkomen.
Voor een hypotheekvrije woning betekent dat een flinke stijging. Bij een WOZ-waarde van 500.000 euro en 37 procent belasting gaat het van ongeveer 182 euro per jaar in 2026 naar ongeveer 648 euro in 2041, mits de WOZ-waarde en het forfaitpercentage gelijk blijven. Die aanname is optimistisch, want WOZ-waarden stijgen doorgaans, dus het werkelijke bedrag ligt waarschijnlijk hoger.
De lange aanloop is bewust gekozen. Huiseigenaren krijgen zo tijd om de stijging in hun begroting op te vangen, en het effect verdeelt zich over twintig jaar in plaats van in een keer. Voor wie nu vijftig is, valt het volle bedrag ongeveer samen met de pensioenleeftijd, precies het moment waarop de meeste mensen hypotheekvrij zijn.
Of een volgend kabinet het schema opnieuw bijstelt, valt niet te voorspellen. Het percentage voor het lopende jaar staat in de wet en de Belastingdienst rekent ermee in de vooringevulde aangifte. Plannen voor latere jaren blijven plannen zolang ze niet zijn aangenomen.
| Jaar | Percentage van het verschil | Aftrek bij een forfait van € 1.400 | Belast bedrag |
|---|---|---|---|
| 2026 | 71,867% | € 1.006 | € 394 |
| 2027 | 67,067% | € 939 | € 461 |
| 2028 | 62,267% | € 872 | € 528 |
| 2030 | 52,667% | € 737 | € 663 |
| 2035 | 28,667% | € 401 | € 999 |
| 2040 | 4,667% | € 65 | € 1.335 |
| 2041 en later | 0% | € 0 | € 1.400 |
Gecontroleerd op augustus 2026, bij een woning zonder hypotheekschuld en een gelijkblijvend forfait
De namen om de regeling heen en wat er niet onder valt
Op fora en in zoekopdrachten kom je de regeling tegen als de wet Hillen, de wet van Hillen en soms als wet Hille. Het gaat steeds om dezelfde bepaling. In officiële stukken heet ze de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld, en die volledige naam is ook wat je in je aangifte ziet staan.
De aftrek hangt aan het eigenwoningforfait, dat tot 2001 het huurwaardeforfait heette. Die oude naam duikt nog geregeld op, en wie ernaar zoekt bedoelt vrijwel altijd de bijtelling van nu. Ook woorden als eigendomsbelasting en villataks gaan over hetzelfde forfait, alleen over een ander stuk van de schijventabel.
Verwarring met andere woonwetten komt vaker voor dan je zou denken. De wet kwaliteitsborging voor het bouwen regelt het toezicht op de bouwkwaliteit van nieuwbouw en heeft niets met de inkomstenbelasting te maken. De enige overeenkomst is dat beide wetten in de volksmond onder een korte naam rondgaan.
Wat de wet Hillen niet regelt, is minstens zo nuttig om te weten. De aftrek geldt uitsluitend voor de woning die je hoofdverblijf is en die in box 1 valt. Een tweede woning, een vakantiehuis of een verhuurd pand zit in box 3, kent geen eigenwoningforfait en dus ook geen aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld.
De aftrek in je aangifte inkomstenbelasting
Aanvragen hoeft niet. Vul je in de aangifte de WOZ-waarde en de betaalde hypotheekrente in, dan rekent het aangifteprogramma de aftrek zelf uit en zie je hem terug in het overzicht van de inkomsten uit eigen woning. Wie op papier aangifte doet, vult het bedrag zelf in op de daarvoor bestemde regel.
Controleer de vooringevulde WOZ-waarde altijd op het jaar. Voor de aangifte over 2026 gebruik je de waarde met peildatum 1 januari 2025, dus de aanslag die begin 2026 op de mat viel. Een verkeerd jaar levert een verkeerd forfait op en daarmee ook een verkeerde aftrek.
Fiscale partners rekenen samen. Het saldo van de inkomsten uit eigen woning, inclusief de aftrek, verdelen jullie in de aangifte in de verhouding die jullie zelf kiezen. Allebei het volle bedrag invullen betekent dubbel opgeven, en dat kost geld.
In het jaar dat je koopt of verkoopt tel je het forfait naar rato van de dagen dat je eigenaar was, en dezelfde verdeling geldt voor de aftrek. De eenmalige kosten van de koop staan daar los van: overdrachtsbelasting en makelaarskosten zijn niet aftrekbaar, alleen de financieringskosten van de hypotheek. Het hele plaatje van wat er rond een woning aan heffingen speelt, staat op de overzichtspagina over belastingen en WOZ.
Controleer bij fiscale partners of de bijtelling en de aftrek maar een keer in de gezamenlijke aangifte staan. Dubbel invullen leidt tot een naheffing met belastingrente over het hele bedrag.
Zo reken je de aftrek voor jouw aangifte door
Vijf stappen die je in een kwartier met je WOZ-aanslag en je jaaroverzicht van de geldverstrekker doet.
-
Zoek de WOZ-waarde met het juiste peiljaar op
Voor het belastingjaar 2026 heb je de WOZ-waarde met peildatum 1 januari 2025 nodig, die op de aanslag van begin 2026 staat. Twijfel je of die waarde klopt, leg hem dan naast je eigen inschatting in de WOZ-check; bezwaar maken kan tot zes weken na de aanslag.
-
Bereken het eigenwoningforfait
Voor woningen met een WOZ-waarde tussen 75.000 en 1.350.000 euro is het forfait 0,35 procent van de waarde in 2026. Daaronder gelden lagere percentages en daarboven een vast bedrag plus 2,35 procent over het meerdere. De rekenhulp voor het forfait doet dit in een keer.
-
Tel je aftrekbare kosten voor de eigen woning op
Neem de betaalde hypotheekrente van het jaar, een eventuele periodieke erfpachtcanon en het deel van de financieringskosten dat je dit jaar afschrijft. Aflossing telt niet mee, want dat is geen kostenpost.
-
Trek de kosten van het forfait af
Blijft er een positief bedrag over, dan val je onder de aftrek. Is de uitkomst negatief, dan heb je gewoon een aftrekpost en speelt de wet Hillen dat jaar geen rol.
-
Vermenigvuldig het verschil met het percentage van dat jaar
Voor 2026 is dat 71,867 procent. Het resultaat is je aftrek; wat er daarna overblijft, telt bij je inkomen in box 1 en wordt belast tegen jouw tarief.
-
Controleer de vooringevulde aangifte
De Belastingdienst rekent de aftrek automatisch mee, maar alleen met de gegevens die jij invult. Leg je eigen uitkomst naast het scherm met de inkomsten uit eigen woning en verdeel het saldo als je een fiscale partner hebt.
Overdrachtsbelasting
Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting
Check dit voordat je de aftrek in je aangifte zet
Doorgerekend: zo pakt het uit
Een afbetaald huis van 400.000 euro, nu en in 2041
Stel, je woont hypotheekvrij in een woning met een WOZ-waarde van 400.000 euro. Het eigenwoningforfait is 0,35 procent daarvan, dus 1.400 euro in 2026. Aftrekbare kosten heb je niet, dus het verschil is het volle forfait. De aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld bedraagt 71,867 procent van 1.400 euro, oftewel 1.006 euro.
Er blijft 394 euro over dat bij je inkomen wordt geteld. Bij een belastingtarief van 37 procent betaal je daarover 146 euro per jaar, ongeveer twaalf euro per maand. Loopt de afbouw door zoals hij nu in de wet staat, dan is de aftrek in 2031 nog 47,867 procent en betaal je bij dezelfde waarde ongeveer 270 euro. Vanaf 2041 is er geen aftrek meer en telt het volle forfait van 1.400 euro mee, wat bij 37 procent uitkomt op 518 euro per jaar.
Een restschuld van 20.000 euro bij een WOZ-waarde van 350.000 euro
Stel, je hebt bijna alles afgelost en er staat nog 20.000 euro open tegen 4 procent rente. Dat kost 800 euro rente per jaar. Het forfait is 0,35 procent van 350.000 euro, dus 1.225 euro in 2026.
Het verschil tussen forfait en kosten is 1.225 min 800, dus 425 euro. Daarvan mag 71,867 procent eraf: 305 euro. Er blijft 120 euro belast inkomen over, wat bij 37 procent neerkomt op 44 euro belasting per jaar. Zou je die laatste 20.000 euro aflossen, dan verdwijnt de renteaftrek van 800 euro, stijgt het belaste bedrag naar 394 euro en betaal je 146 euro belasting. Je bespaart dan wel 800 euro rente, dus per saldo houd je ruim 690 euro per jaar over.
50.000 euro spaargeld gebruiken om af te lossen
Stel, je woning heeft een WOZ-waarde van 400.000 euro, er staat nog 50.000 euro hypotheek open tegen 4 procent en je hebt 50.000 euro spaargeld. Je betaalt 2.000 euro rente per jaar. Het forfait is 1.400 euro, je aftrekbare kosten zijn 2.000 euro, dus je saldo eigen woning is min 600 euro. Tegen het maximale aftrektarief van 37,56 procent in 2026 levert dat 225 euro belastingvoordeel op, waarmee de rente je netto 1.775 euro kost.
Los je de 50.000 euro af, dan valt die netto rentelast van 1.775 euro weg. Daarvoor in de plaats komt de bijtelling op een hypotheekvrij huis: forfait 1.400 euro, aftrek 1.006 euro, belast 394 euro en bij 37 procent belasting 146 euro per jaar. Het voordeel is dan ongeveer 1.629 euro per jaar, plus de heffing over 50.000 euro spaargeld die in box 3 wegvalt. Vanaf 2041, wanneer de aftrek nul is, zakt datzelfde voordeel naar ongeveer 1.257 euro per jaar bij gelijkblijvende rente en waarde.
Veelgemaakte fouten
Denken dat een afbetaald huis fiscaal niets kost
Dat klopte tot en met 2018, toen de aftrek nog 100 procent was. Sinds 2019 blijft er elk jaar een groter stuk van het forfait belast staan. Bij een WOZ-waarde van 400.000 euro is dat in 2026 al 146 euro belasting per jaar, en in 2041 ruim 500 euro.
Het percentage op het hele forfait toepassen
De aftrek loopt over het verschil tussen forfait en aftrekbare kosten, niet over het forfait zelf. Wie nog 800 euro rente aftrekt bij een forfait van 1.225 euro rekent met 425 euro, niet met 1.225 euro. Het verschil in de uitkomst is een factor drie.
De aftrek claimen bij een tweede woning of een verhuurd pand
De regeling geldt alleen voor de woning die je hoofdverblijf is en in box 1 valt. Een vakantiehuis of een verhuurd pand hoort in box 3, waar geen eigenwoningforfait bestaat. Een correctie hierop levert een naheffing op met belastingrente over het hele bedrag.
Bij fiscale partners allebei het volle bedrag invullen
Het saldo van de inkomsten uit eigen woning geldt voor de woning, niet per persoon. Wie het bedrag twee keer opvoert, geeft de bijtelling dubbel op en betaalt te veel. Verdeel het saldo in de aangifte in de verhouding die voor jullie het gunstigst uitpakt.
Een aflosbeslissing op de wet Hillen baseren
De afbouw kost een hypotheekvrije eigenaar over vijftien jaar een paar honderd euro belasting per jaar erbij. De rente op een resterende schuld loopt vaak in de duizenden. Wie de aflosvraag op de fiscale staart beantwoordt in plaats van op de rentelast, kijkt naar het kleinste bedrag in de som.
Rekenen met het percentage van vorig jaar
Het percentage verandert elk jaar, sinds 2026 met 4,8 procentpunt tegelijk. Wie in de aangifte over 2026 nog met de 76,667 procent van 2025 rekent, trekt 67 euro te veel af bij een forfait van 1.400 euro en krijgt daar later een correctie op.
Veelgestelde vragen
Wat is de wet Hillen?
De wet Hillen is de bijnaam van de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld. Die aftrek zorgt ervoor dat je maar over een deel van het eigenwoningforfait belasting betaalt als je geen of nauwelijks hypotheekrente meer aftrekt. Zonder de regeling zou een afbetaald huis elk jaar een bijtelling opleveren zonder aftrekpost ertegenover.
Wat is de betekenis van de naam wet Hillen?
De regeling is genoemd naar Hans Hillen, het Tweede Kamerlid dat het voorstel indiende, en geldt sinds 1 januari 2005. De naam staat nergens in de wet zelf; officieel heet het de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld. Je ziet ook varianten als de wet van Hillen en wet Hille voorbijkomen, waarmee steeds hetzelfde wordt bedoeld.
Hoeveel bedraagt de aftrek van de wet Hillen in 2026?
In 2026 mag je 71,867 procent aftrekken van het verschil tussen het eigenwoningforfait en je aftrekbare kosten voor de eigen woning. Bij een forfait van 1.400 euro en geen hypotheek is de aftrek dus 1.006 euro en blijft er 394 euro belast inkomen over. Bij 37 procent belasting kost dat ongeveer 146 euro per jaar.
Hoe kun je de wet Hillen berekenen?
Bereken eerst het eigenwoningforfait, voor de meeste woningen 0,35 procent van de WOZ-waarde in 2026. Trek daar je hypotheekrente, erfpachtcanon en af te schrijven financieringskosten van af. Is de uitkomst positief, vermenigvuldig die dan met het percentage van het jaar, in 2026 dus 71,867 procent. Wat er na die aftrek overblijft, telt mee bij je inkomen in box 1.
Is de wet Hillen afgeschaft?
Nog niet, maar de afschaffing loopt. Sinds 2019 wordt de aftrek stap voor stap kleiner en vanaf 2026 gaat er elk jaar 4,8 procentpunt af in plaats van 3,333. Per 1 januari 2041 is het percentage nul en bestaat de aftrek feitelijk niet meer. Tot die tijd kun je hem elk jaar gewoon gebruiken, alleen voor een steeds kleiner bedrag.
Hoe werkt de afbouw van de wet Hillen precies?
De afbouw is een vast percentage per jaar. Van 2019 tot en met 2025 ging er 3,333 procentpunt per jaar af, waardoor het percentage van 100 naar 76,667 zakte. Vanaf 2026 is het tempo 4,8 procentpunt per jaar, beginnend bij 71,867 procent. Zo komt de teller in 2040 uit op 4,667 procent en per 1 januari 2041 op nul.
Wat was de wet Hillen in 2022, 2023 en 2024?
In 2022 mocht je 86,667 procent van het verschil aftrekken, in 2023 was dat 83,333 procent en in 2024 nog 80 procent. In 2025 stond de teller op 76,667 procent. Deze percentages heb je nodig als je een oude aangifte terugleest of een correctie over een eerder jaar indient; de Belastingdienst rekent altijd met het percentage van het belastingjaar zelf.
Wet Hillen: wel of niet aflossen?
De afbouw maakt aflossen fiscaal iets minder aantrekkelijk, maar zelden zo veel dat het de keuze omdraait. Bij een forfait van 1.400 euro loopt het nadeel op van 146 euro belasting nu naar 518 euro na 2041. De rente die je met aflossen bespaart is meestal een veelvoud daarvan. Zwaarder wegen de vraag of je het spaargeld kunt missen en wat het in box 3 doet.
Geldt de wet Hillen ook bij een kleine hypotheek?
Ja, en dat is precies waarom de officiële naam over geen of kleine eigenwoningschuld gaat. Zodra je aftrekbare kosten onder het eigenwoningforfait zakken, krijg je aftrek over het verschil. Bij een WOZ-waarde van 400.000 euro en 4 procent rente gebeurt dat zodra je schuld onder de 35.000 euro komt.
Moet je de aftrek zelf aanvragen in je aangifte?
Nee. Het aangifteprogramma van de Belastingdienst berekent de aftrek automatisch zodra je de WOZ-waarde en de betaalde hypotheekrente hebt ingevuld. Je ziet hem terug bij de inkomsten uit eigen woning. Controleer wel of de vooringevulde WOZ-waarde het juiste peiljaar heeft, want daar gaat het het vaakst mis.
Geldt de wet Hillen ook voor een tweede woning of een verhuurd huis?
Nee. De aftrek hoort bij de eigenwoningregeling in box 1 en geldt alleen voor de woning die je hoofdverblijf is. Een vakantiewoning, een beleggingspand of een verhuurd huis valt in box 3, waar geen eigenwoningforfait bestaat en dus ook niets is dat weggestreept hoeft te worden.
Wat gaat een hypotheekvrij huis na 2041 kosten?
Vanaf 2041 telt het volledige eigenwoningforfait mee bij je inkomen. Bij een WOZ-waarde van 400.000 euro en het percentage van 2026 is dat 1.400 euro, wat bij 37 procent belasting neerkomt op 518 euro per jaar. Bij een WOZ-waarde van 600.000 euro loopt dat op tot ongeveer 777 euro. Stijgt je WOZ-waarde in de tussentijd, dan stijgt dit bedrag mee.
Verandert de wet Hillen iets aan je hypotheekrenteaftrek?
Nee, het zijn twee losse posten die elkaar wel raken. Zolang je hypotheekrente hoger is dan het forfait, houd je een aftrekpost over en komt de wet Hillen niet in beeld. Pas als de rente onder het forfait zakt, neemt de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld het over voor het bedrag dat dan overblijft.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor de gemiddelde huiseigenaar is dit een som die je zelf maakt: WOZ-waarde keer 0,35 procent, min je rente, keer 71,867 procent in 2026. Daar heb je geen adviseur voor nodig, en het aangifteprogramma rekent het bovendien automatisch mee. Een rekenhulp voor het eigenwoningforfait en je jaaroverzicht zijn genoeg.
Ingewikkelder wordt het bij een eigenwoningreserve na verkoop, een deels verhuurde woning, erfpacht, een woning in twee landen of een leningdeel dat naar box 3 is verhuisd. Dan bepaalt de vraag welke kosten aftrekbaar zijn de hele uitkomst, en is een belastingadviseur of fiscalist zijn uurtarief van doorgaans 100 tot 200 euro waard. Een complete aangifte laten doen kost bij de meeste kantoren enkele honderden euro's.
Gaat het om een grote aflossing of om de vraag welke leningdelen je het eerst wegwerkt, dan is dat een gesprek voor een hypotheekadviseur, die daarvoor meestal tussen de 1.500 en 3.000 euro rekent voor een volledig advies. Twijfel je alleen over de WOZ-waarde waar alles op rust, dan hoef je niemand in te schakelen: bezwaar maken bij je gemeente is gratis en kan binnen zes weken na de aanslag. Wat er verder rond je huis aan heffingen speelt, staat bij de belastingen en de WOZ-waarde.