Naar de inhoud
Rekenhulpen

Woningmarkt en huizenprijzen: waar staan we nu

4 gidsen 9 minuten lezen
dehuisgids.nl HUIS KOPEN Woningmarkt en huizenprijzen: waar staan we nu

De huizenprijzen stijgen in 2026 nog steeds, maar het tempo zakt: in juli 2026 lagen de prijzen van bestaande koopwoningen 3,9 procent hoger dan een jaar eerder, tegen 5,4 procent in januari 2026. De gemiddelde verkoopprijs kwam in juli 2026 voor het eerst boven een half miljoen uit, op 500.988 euro. Tegelijk zetten makelaars meer huizen te koop dan ooit gemeten en wordt er minder hard overboden dan een jaar eerder, waardoor kopers weer wat ruimte krijgen. Per provincie en per gemeente lopen de verschillen fors uiteen: Groningen kende in het tweede kwartaal van 2026 de grootste stijging, Noord-Holland de kleinste.

  • € 500.988 juli 2026 gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning
  • 3,9% juli 2026 prijsstijging van bestaande koopwoningen ten opzichte van een jaar eerder
  • 22.241 juli 2026 verkochte bestaande koopwoningen in één maand
  • 384.000 2026 statistisch woningtekort, 4,6 procent van de woningvoorraad
  • 69.000 2025 opgeleverde nieuwbouwwoningen, vrijwel gelijk aan 2024

Gecontroleerd op augustus 2026

Alle gidsen over woningmarkt & huizenprijzen

Huizenprijzen grafiek

De prijsindex van bestaande koopwoningen stond in juli 2026 op 156,7 (2020 = 100), 3,9 procent hoger dan een jaar…

Huizenmarkt

De huizenmarkt is in 2026 twee dingen tegelijk: de prijzen stijgen door, in juli 2026 met 3,9 procent ten opzichte…

Gemiddelde huizenprijs nederland

De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning in Nederland kwam in juli 2026 uit op 500.988 euro, 3,9 procent hoger…

Woningprijzen

Een bestaande koopwoning ging in juli 2026 voor gemiddeld 500.988 euro van eigenaar, 3,9 procent meer dan een jaar eerder.…

Hoe de woningmarkt er in 2026 voor staat

De prijzen van bestaande koopwoningen stijgen in 2026 nog steeds, alleen een stuk rustiger dan in 2024 en 2025. In juli 2026 lag de prijsindex 3,9 procent hoger dan een jaar eerder; in januari 2026 was dat nog 5,4 procent. Wie nu een huis wil kopen stapt dus in een markt die duurder wordt, maar in een tempo dat elke maand een beetje afneemt.

De gemiddelde verkoopprijs kwam in juli 2026 voor het eerst boven een half miljoen uit, op 500.988 euro. Dat is het gemiddelde van alle woningen die in die maand bij de notaris passeerden, van klein appartement tot vrijstaande villa. In juni 2026 lag dat gemiddelde nog op 496.235 euro.

Het aantal verkopen groeit mee. In de eerste helft van 2026 wisselden 114.901 bestaande koopwoningen van eigenaar, 5,5 procent meer dan in dezelfde periode van 2025. De maand-op-maandbeweging zie je terug in de grafiek van de huizenprijzen, waar ook de dip van 2023 goed zichtbaar blijft.

Maand 2026Prijsindex (2020 = 100)Verandering t.o.v. jaar eerderGemiddelde verkoopprijsVerkochte woningen
Januari153,3+5,4%€ 493.87518.893
Februari153,5+5,4%€ 487.76817.675
Maart154,0+5,0%€ 494.60519.381
April154,0+4,3%€ 486.10119.454
Mei154,9+4,4%€ 487.38319.120
Juni155,9+4,1%€ 496.23520.378
Juli156,7+3,9%€ 500.98822.241

Wat de woningmarkt eigenlijk is

De woningmarkt is het geheel van vraag naar en aanbod van woningen in Nederland, en die markt bestaat uit meerdere delen die je beter niet door elkaar haalt. De koopmarkt en de huurmarkt hebben eigen prijsvorming; binnen de koopmarkt gedragen bestaande bouw en nieuwbouw zich ook verschillend. Bijna alle cijfers die je in het nieuws hoort gaan over bestaande koopwoningen, want dat is met afstand het grootste segment. Hoe de onderdelen zich tot elkaar verhouden staat uitgewerkt bij de opbouw van de huizenmarkt.

Aan de aanbodkant telde Nederland eind 2025 ruim 8,3 miljoen woningen. Die voorraad groeide in 2025 met 70.000 woningen: 69.000 nieuwbouwwoningen en per saldo 10.700 woningen uit verbouwing en splitsing, minus 9.500 gesloopte woningen. Het aantal nieuwbouwwoningen bleef daarmee vrijwel gelijk aan 2024, na twee jaren van daling, en er werden in 2025 vergunningen afgegeven voor 60.400 nieuwbouwwoningen tegen 69.100 in 2024.

Aan de vraagkant staat het statistisch woningtekort. Dat bedroeg in 2026 zo'n 384.000 woningen, oftewel 4,6 procent van de voorraad, terwijl de streefwaarde van het Rijk op 2 procent ligt. Het kabinetsdoel is 900.000 nieuwe woningen tot en met 2030, waarvan twee derde in het betaalbare segment. Zolang de bouw achterblijft bij dat doel, blijft er meer vraag dan aanbod en houdt dat de prijzen omhoog.

Huizenprijzen in Nederland sinds 1995

In 1995 betaalde een koper gemiddeld 93.750 euro voor een bestaande woning. In 2025 was dat 479.527 euro, ruim vijf keer zoveel. Die stijging verliep niet gelijkmatig: er zaten jaren van hard stijgen tussen, een lange daling na 2008 en een korte dip in 2023.

Het jaar 2021 was het scherpst: de prijzen gingen toen met 15,1 procent omhoog, gevolgd door 13,3 procent in 2022. Daarna liep de hypotheekrente op en zakten de prijzen in 2023 met 2,9 procent. Sinds de zomer van 2023 stijgen ze weer, en in juni 2026 lagen ze 17,3 procent boven de vorige piek van juli 2022.

Het aantal transacties beweegt anders dan de prijs, en soms tegengesteld. In 2022 daalde het aantal verkopen met bijna 15 procent terwijl de prijzen nog stegen; in 2025 werden juist 238.695 woningen verkocht, het hoogste aantal sinds 2017. De hele reeks per maand vind je in het overzicht met de prijsgrafieken.

JaarPrijsindex (2020 = 100)Verandering t.o.v. jaar eerderGemiddelde verkoopprijsVerkochte woningen
201569,5+3,3%€ 230.194178.293
201673,3+5,5%€ 243.837214.793
201779,3+8,1%€ 263.295241.860
201886,6+9,2%€ 287.267218.491
201992,7+7,0%€ 307.978218.595
2020100,0+7,9%€ 334.488235.511
2021115,1+15,1%€ 386.714226.087
2022130,4+13,3%€ 428.591193.103
2023126,6-2,9%€ 416.153182.403
2024137,7+8,7%€ 450.985206.458
2025149,5+8,6%€ 479.527238.695

Gemiddelde woningprijs en prijsindex zijn niet hetzelfde

Er circuleren twee soorten cijfers, en ze meten iets anders. De gemiddelde woningprijs is simpelweg de totale verkoopwaarde gedeeld door het aantal verkochte woningen. De prijsindex corrigeert voor kwaliteitsverschillen en vergelijkt woningen met vergelijkbare kenmerken door de tijd heen.

Dat verschil is geen detail. Worden er in een maand toevallig veel vrijstaande huizen verkocht, dan schiet het gemiddelde omhoog zonder dat een enkele woning duurder werd. Voor de vraag hoeveel jouw huis in waarde steeg, is de prijsindex de betere maatstaf; voor de vraag wat kopers gemiddeld neertellen, is de gemiddelde huizenprijs in Nederland het juiste cijfer.

Daar komt bij dat verschillende partijen op verschillende momenten meten. Het CBS en het Kadaster tellen de akte bij de notaris, de NVM telt het moment waarop de koopovereenkomst wordt getekend. Daardoor loopt de NVM enkele maanden voor: in het tweede kwartaal van 2026 kwam de NVM op een mediane transactieprijs van 506.000 euro, terwijl het rekenkundig gemiddelde bij het Kadaster over datzelfde kwartaal op 490.020 euro uitkwam. De NVM publiceert een mediaan en het Kadaster een gemiddelde, dus ook zonder het verschil in meetmoment zouden die twee bedragen uiteenlopen. Hoe die meetmethoden werken staat uitgelegd bij het meten van woningprijzen.

CijferWie publiceert hetMeetmomentWaarvoor je het gebruikt
Prijsindex bestaande koopwoningenCBS en KadasterPasseren van de akteWaardeontwikkeling van vergelijkbare woningen
Gemiddelde verkoopprijsCBS en KadasterPasseren van de akteWat kopers gemiddeld betaalden
Mediane transactieprijsNVMTekenen van de koopovereenkomstHet meest actuele beeld van de markt
WOZ-waardeGemeentePeildatum 1 januari van het jaar ervoorBelastingen, niet de actuele marktwaarde

Huizenprijzen per provincie

Het landelijk gemiddelde zegt weinig over wat jij betaalt, want tussen de provincies zit een verschil van meer dan tweehonderdduizend euro. In 2025 was Noord-Holland met gemiddeld 570.463 euro de duurste provincie en Zeeland met 366.731 euro de goedkoopste. Utrecht zit daar met 560.526 euro vlak achter Noord-Holland, terwijl Groningen, Fryslân en Limburg onder de 400.000 euro bleven.

De stijging van de huizenprijzen per regio loopt precies andersom. In het tweede kwartaal van 2026 stegen de prijzen in Groningen met 7,9 procent het hardst, gevolgd door Drenthe met 5,7 procent en Gelderland met 5,6 procent. Noord-Holland sloot de rij met 2,4 procent, Flevoland met 3,2 procent en Utrecht met 3,7 procent.

Achter dat patroon zit een logica. In de dure provincies lopen kopers eerder tegen hun leencapaciteit aan, waardoor de rek eruit is; in de goedkopere provincies is die ruimte er nog wel, zeker nu meer mensen bereid zijn verder van de Randstad te zoeken. Wie de woningprijzen per regio naast elkaar legt, ziet die inhaalslag al een paar jaar doorlopen.

ProvincieGemiddelde verkoopprijs 2025Prijsstijging 2e kwartaal 2026
Noord-Holland€ 570.463+2,4%
Utrecht€ 560.526+3,7%
Noord-Brabant€ 486.894+4,3%
Gelderland€ 479.542+5,6%
Zuid-Holland€ 469.137+4,6%
Flevoland€ 454.473+3,2%
Overijssel€ 420.923+4,5%
Drenthe€ 411.728+5,7%
Limburg€ 381.845+4,9%
Fryslân€ 375.728+5,3%
Groningen€ 371.220+7,9%
Zeeland€ 366.731+4,0%

Huizenprijzen per gemeente en de kaart van Nederland

Binnen een provincie lopen de verschillen nog verder uiteen dan tussen provincies onderling. De gemiddelde huizenprijzen per gemeente varieerden in 2025 van 1.105.604 euro in Blaricum tot 270.119 euro in Kerkrade, een verschil van ruim vier keer. Beide gemeenten liggen in een provincie waarvan het gemiddelde daar ver vandaan ligt, wat laat zien hoe weinig het landelijk gemiddelde zegt over de huizenprijs in jouw eigen straat.

De ontwikkeling van de huizenprijzen per gemeente laat hetzelfde inhaalpatroon zien als bij de provincies. Tussen 2020 en 2025 werd Emmen 55 procent duurder en Almere bijna 50 procent, terwijl Amsterdam in diezelfde vijf jaar met 23 procent de kleinste stijging van deze lijst had. In het tweede kwartaal van 2026 stegen de prijzen het hardst in Oost Gelre met 20,9 procent, Voorst met 19,4 procent en Pekela met 16,2 procent.

Dalen kwam in datzelfde kwartaal maar in zes van de ruim driehonderd gemeenten voor: Noord-Beveland met 5,1 procent, Ouder-Amstel met 2,8 procent en Hillegom met 2,5 procent, plus Valkenswaard, Veldhoven en IJsselstein. Wie een kaart van de huizenprijzen in Nederland zoekt, vindt die bij het vastgoeddashboard van het Kadaster en in de gemeentelijke cijfers van het CBS. Reken bij zulke kaarten wel met kleine aantallen: in een gemeente met tweehonderd verkopen per jaar kan één dure straat het gemiddelde flink verschuiven.

GemeenteGemiddelde prijs 2015Gemiddelde prijs 2020Gemiddelde prijs 2025Stijging 2020 naar 2025
Bloemendaal€ 597.694€ 863.297€ 1.023.762+18,6%
Amsterdam€ 303.925€ 510.919€ 630.621+23,4%
Utrecht€ 245.900€ 405.791€ 549.113+35,3%
Almere€ 194.953€ 330.079€ 493.406+49,5%
Eindhoven€ 212.919€ 344.024€ 469.870+36,6%
Den Haag€ 231.302€ 355.807€ 465.418+30,8%
Zwolle€ 218.349€ 315.874€ 450.913+42,8%
Rotterdam€ 189.536€ 307.358€ 414.579+34,9%
Maastricht€ 221.578€ 316.733€ 413.671+30,6%
Groningen€ 177.441€ 278.720€ 396.626+42,3%
Emmen€ 163.937€ 226.483€ 351.871+55,4%
Heerlen€ 144.517€ 202.356€ 284.279+40,5%

Wat het woningtype met de prijs doet

Niet elk huis beweegt even hard mee met de markt. In het tweede kwartaal van 2026 werden vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen 5,5 procent duurder, terwijl appartementen op 3,2 procent bleven steken. Tussenwoningen zaten met 4,0 procent en hoekwoningen met 4,4 procent daartussenin.

Die volgorde wisselt door de jaren heen. Toen de rente in 2022 en 2023 opliep, verloren juist de grote en dure woningen het eerst terrein, want daar tikt elke procentpunt rente het hardst door in de maandlast. Nu de leencapaciteit weer meegroeit met de lonen, halen die segmenten hun achterstand in.

Voor jou als koper of verkoper betekent dit dat een landelijk percentage zelden op jouw woning past. Een appartement in een grote stad kan stilstaan terwijl een vrijstaand huis in dezelfde regio met 6 procent omhooggaat. Kijk daarom altijd naar het cijfer voor jouw type woning in jouw regio, en gebruik het landelijke getal alleen als achtergrond.

WoningtypePrijsstijging 2e kwartaal 2026
Vrijstaande woning+5,5%
Twee-onder-een-kapwoning+5,5%
Hoekwoning+4,4%
Tussenwoning+4,0%
Appartement+3,2%

Waarom de markt in 2026 rustiger aanvoelt

De ontwikkelingen op de woningmarkt zitten in 2026 vooral aan de aanbodkant. In het tweede kwartaal van 2026 zetten NVM-makelaars bijna 57.000 bestaande woningen te koop, het hoogste aantal sinds het begin van de metingen in 1995. In datzelfde kwartaal werden er 45.200 verkocht, waardoor er per saldo meer keuze overblijft voor wie zoekt.

Dat vertaalt zich naar minder haast. In het tweede kwartaal van 2026 stond een woning gemiddeld 28 dagen te koop en kwam de krapte-indicator uit op 2,5, tegen 2,2 een jaar eerder; een koper had daarmee ongeveer tweeënhalve woning om uit te kiezen. Ruim 71 procent van de woningen ging nog steeds boven de vraagprijs weg, maar het verschil tussen de laatste vraagprijs en de verkoopprijs lag op 4,6 procent, tegen 5,7 procent een jaar eerder.

Bij nieuwbouw is de omslag nog duidelijker. Het nieuwbouwaanbod liep in het tweede kwartaal van 2026 op tot ruim 20.600 woningen, het hoogste niveau sinds eind 2015, tegen ruim 6.100 verkopen in dat kwartaal. Wat die verschuiving betekent voor je onderhandelingspositie, staat verder uitgewerkt bij vraag en aanbod op de huizenmarkt.

Wat de huidige prijzen van je eigen budget vragen

Bij een gemiddelde woning van rond de 500.000 euro heb je meer nodig dan een hypotheek alleen. Je mag in 2026 maximaal 100 procent van de woningwaarde lenen, op een uitzondering voor energiebesparende maatregelen na, dus de kosten koper betaal je uit eigen geld. Bij een koopsom van 500.000 euro komt dat neer op ongeveer 14.900 euro, waarvan 10.000 euro overdrachtsbelasting. Wat er in jouw geval bij komt, zet je op een rij met de rekenhulp voor de kosten koper.

Twee grenzen bepalen hoe zwaar die post uitpakt. Kopers die meerderjarig en jonger dan 35 zijn, de woning als hoofdverblijf gaan gebruiken en de vrijstelling niet eerder gebruikten, betalen geen overdrachtsbelasting bij een woningwaarde tot 555.000 euro in 2026; ligt de waarde daarboven, dan geldt het tarief van 2 procent over de hele koopsom. En de Nationale Hypotheek Garantie loopt in 2026 tot een lening van 470.000 euro, of 498.200 euro als je energiebesparende maatregelen meefinanciert, waarmee een gemiddelde woning er inmiddels net buiten valt.

Beleggers en kopers die er niet zelf gaan wonen betalen 8 procent overdrachtsbelasting in 2026, wat op vijf ton neerkomt op 40.000 euro. Dat verschil met de 2 procent voor eigen bewoning is een van de redenen dat particuliere beleggers zich de laatste jaren terugtrokken uit het goedkopere segment. De rest van het aankooptraject, van bod tot sleuteloverdracht, loopt via de gids over het kopen van een huis.

Post bij een koopsom van € 500.000Bedrag 2026
Overdrachtsbelasting 2% (eigen bewoning)€ 10.000
Notaris, leveringsakte€ 700
Notaris, hypotheekakte€ 600
Kadaster, twee inschrijvingen€ 207
Taxatie€ 500
Hypotheekadvies en bemiddeling€ 2.500
Bouwkundige keuring€ 350
Totaal uit eigen geld€ 14.857

Wat voorspellingen over de woningmarkt waard zijn

Elk jaar verschijnen er ramingen van banken, planbureaus en makelaarsorganisaties, en elk jaar wijken die af van wat er werkelijk gebeurt. De daling van 2023 werd door vrijwel niemand op tijd voorspeld en het herstel daarna evenmin. Ramingen zijn bruikbaar als scenario, niet als kalender.

Vier mechanismen sturen de prijs op de middellange termijn. De hypotheekrente bepaalt hoeveel maandlast een euro lening kost, de loonontwikkeling bepaalt hoeveel maandlast huishoudens kunnen dragen, de leennormen vertalen dat inkomen naar een maximaal bedrag, en het aanbod bepaalt hoeveel kopers om dezelfde woning strijden. Verandert er aan één van die vier iets substantieels, dan draait de prijsrichting mee.

Fiscaal beleid komt daar als vijfde bij. Aanpassingen aan de overdrachtsbelasting, de hypotheekrenteaftrek of het eigenwoningforfait werken direct door in wat mensen kunnen en willen betalen. Voor je eigen beslissing telt uiteindelijk vooral of je de maandlast in slechte jaren kunt dragen, en niet of de markt volgend jaar 2 of 5 procent stijgt. De feitelijke reeks, zonder voorspelling, blijf je terugvinden in de prijsgrafiek per maand.

Kosten koper

Vul de koopsom in en zie per post wat je aan overdrachtsbelasting, notaris, advies en keuringen kwijt bent. Open de volledige kosten koper

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Dezelfde woning in 2021 en nu

Stel, je kocht in 2021 een tussenwoning voor 350.000 euro. De prijsindex stond dat jaar gemiddeld op 115,1 en in juli 2026 op 156,7, een stijging van 36 procent. Dezelfde woning kost nu dus ongeveer 476.500 euro.

Bij een hypotheek van 100 procent van de waarde betekent dat 126.500 euro meer lenen. Bij 4 procent rente en een annuïteitenhypotheek van dertig jaar kost elke 100.000 euro lening ongeveer 477 euro bruto per maand. De maandlast gaat daarmee van 1.671 euro naar 2.275 euro, een verschil van 604 euro per maand.

Ook het eigen geld loopt op. De overdrachtsbelasting van 2 procent komt in 2026 uit op 9.530 euro; met notaris (1.300 euro), Kadaster (207 euro), taxatie (500 euro) en hypotheekadvies (2.500 euro) breng je ruim 14.000 euro zelf mee. Op een koopsom van 350.000 euro zou de overdrachtsbelasting 7.000 euro zijn geweest, dus alleen die post is 2.530 euro hoger.

Rekenvoorbeeld

Een gemiddelde woning van 500.000 euro kopen in 2026

Stel, je koopt een bestaande woning van 500.000 euro en je gaat er zelf wonen. Je leent het maximum van 100 procent van de woningwaarde, dus 500.000 euro. De kosten koper komt daar volledig bovenop uit eigen geld.

De overdrachtsbelasting bedraagt 2 procent, oftewel 10.000 euro. Daarbij komen de leveringsakte (700 euro), de hypotheekakte (600 euro), twee inschrijvingen bij het Kadaster (207 euro), de taxatie (500 euro), hypotheekadvies en bemiddeling (2.500 euro) en een bouwkundige keuring (350 euro). Samen is dat 14.857 euro dat je op je rekening moet hebben staan.

Ben je meerderjarig en jonger dan 35, gebruik je de startersvrijstelling voor het eerst en blijft de woningwaarde onder de grens van 555.000 euro in 2026, dan vervalt die 10.000 euro overdrachtsbelasting. Je eigen inbreng zakt dan naar 4.857 euro. Nationale Hypotheek Garantie is bij deze koopsom niet mogelijk, want die loopt in 2026 tot een lening van 470.000 euro.

Rekenvoorbeeld

Wat de provinciekeuze per maand scheelt

Stel, je vergelijkt een gemiddelde woning in Noord-Holland met een gemiddelde woning in Zeeland. In 2025 kostte die eerste 570.463 euro en de tweede 366.731 euro, een verschil van 203.732 euro.

Bij een annuïteitenhypotheek van dertig jaar tegen 4 procent rente kost de Noord-Hollandse woning 2.723 euro bruto per maand en de Zeeuwse 1.751 euro. Dat scheelt 972 euro per maand, oftewel 11.664 euro per jaar. Aan overdrachtsbelasting betaal je 11.409 euro tegen 7.335 euro, een verschil van 4.074 euro ineens.

Er zit nog een staartje aan. De Zeeuwse woning valt met 366.731 euro onder de NHG-grens van 470.000 euro in 2026, dus daar kun je Nationale Hypotheek Garantie krijgen tegen 0,4 procent borgtochtprovisie over de hoofdsom van de lening, bij volledige financiering 1.467 euro. Dat levert meestal een rentekorting op, terwijl de Noord-Hollandse woning er ruim boven zit en die korting mist.

Veelgemaakte fouten

De gemiddelde prijs verwarren met de prijsontwikkeling

Een stijgend gemiddelde betekent niet automatisch dat woningen duurder werden. Als er in een maand meer grote huizen worden verkocht, gaat het gemiddelde omhoog terwijl de prijsindex stilstaat. Wie zijn eigen woningwaarde op het gemiddelde baseert, zit er al snel tienduizenden euro's naast.

Landelijke percentages op je eigen wijk plakken

Het landelijke cijfer van 3,9 procent in juli 2026 dekt gemeenten die met 20,9 procent stegen en gemeenten die met 5,1 procent daalden. Voor een taxatie, een bod of een verkoopbeslissing telt alleen wat er in jouw straat en in jouw woningtype gebeurt.

Cijfers van verschillende bronnen door elkaar gebruiken

De NVM meet bij het tekenen van de koopovereenkomst, het Kadaster bij het passeren van de akte, twee tot drie maanden later. Wie een NVM-kwartaalcijfer naast een Kadastercijfer legt en het verschil als prijsdaling leest, ziet iets wat er niet staat.

Één maand voor een trend aanzien

De gemiddelde verkoopprijs schommelde in 2026 tussen 486.101 euro in april en 500.988 euro in juli. Dat soort bewegingen zegt niets over de richting van de markt. Pas na drie tot zes maanden in dezelfde richting is er iets zinnigs over te zeggen.

De vraagprijs voor de marktwaarde aanzien

Ruim 71 procent van de woningen ging in het tweede kwartaal van 2026 boven de vraagprijs weg, met gemiddeld 4,6 procent erbovenop. Een vraagprijs is een uitnodiging tot onderhandelen, geen taxatie. Wie zijn maximale bod op de vraagprijs afstemt, komt in een biedstrijd te laat of betaalt in een rustige markt te veel.

Wachten op een daling zonder de kosten van wachten te tellen

Tussen 2023 en juli 2026 steeg de prijsindex van 126,6 naar 156,7. Wie in 2023 wachtte op een verdere daling, betaalt voor dezelfde woning nu bijna een kwart meer. Reken bij uitstel altijd door wat huur of extra rente in de tussentijd kost, en wat de prijsontwikkeling in dat scenario met je budget doet.

Veelgestelde vragen

Wat is de woningmarkt?

De woningmarkt is het samenspel van vraag naar en aanbod van woningen, en die markt bestaat uit een koopmarkt en een huurmarkt, met binnen de koopmarkt nog een scheiding tussen bestaande bouw en nieuwbouw. Nederland telde eind 2025 ruim 8,3 miljoen woningen. De prijzen komen tot stand doordat kopers met een bepaalde leencapaciteit strijden om het beschikbare aanbod; loopt dat aanbod achter bij de vraag, dan stijgen de prijzen.

Wat is de gemiddelde huizenprijs in Nederland in 2026?

In juli 2026 lag de gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning op 500.988 euro, volgens de cijfers van het CBS en het Kadaster. Dat was de eerste maand waarin het gemiddelde boven een half miljoen uitkwam. Over heel 2025 lag het gemiddelde op 479.527 euro. De NVM, die eerder in het proces meet en de mediaan publiceert, kwam voor het tweede kwartaal van 2026 op 506.000 euro uit.

Hoeveel zijn de huizenprijzen gestegen in 2026?

In juli 2026 lagen de prijzen van bestaande koopwoningen 3,9 procent hoger dan een jaar eerder. Het tempo neemt door het jaar heen af: in januari 2026 was de jaarstijging nog 5,4 procent, in april 4,3 procent en in juni 4,1 procent. Ter vergelijking: over heel 2025 stegen de prijzen met 8,6 procent en over 2024 met 8,7 procent.

Dalen de huizenprijzen in 2026?

Landelijk niet. De prijsindex steeg elke maand van 2026 verder, van 153,3 in januari naar 156,7 in juli. Wel vlakt de stijging af en daalden de prijzen in het tweede kwartaal van 2026 in zes gemeenten: Noord-Beveland, Ouder-Amstel, Hillegom, Valkenswaard, Veldhoven en IJsselstein. In de overige ruim driehonderd gemeenten stegen de prijzen, meestal met 3 tot 9 procent.

Wat zijn de huizenprijzen per provincie?

Noord-Holland was in 2025 met gemiddeld 570.463 euro de duurste provincie, gevolgd door Utrecht met 560.526 euro en Noord-Brabant met 486.894 euro. Zeeland was met 366.731 euro het goedkoopst, met Groningen (371.220 euro) en Fryslân (375.728 euro) daar vlak boven. Het verschil tussen de duurste en de goedkoopste provincie bedroeg daarmee ruim tweehonderdduizend euro.

Waar was de stijging van de huizenprijzen per regio het grootst?

In het tweede kwartaal van 2026 stegen de prijzen in de provincie Groningen met 7,9 procent het hardst, gevolgd door Drenthe met 5,7 procent, Gelderland met 5,6 procent en Fryslân met 5,3 procent. De kleinste stijging was er in Noord-Holland met 2,4 procent, Flevoland met 3,2 procent en Utrecht met 3,7 procent. Het oosten en noorden lopen daarmee al enkele jaren in op de Randstad.

In welke gemeenten stegen de huizenprijzen het hardst?

In het tweede kwartaal van 2026 waren dat Oost Gelre met 20,9 procent, Voorst met 19,4 procent en Pekela met 16,2 procent. Bij kleine gemeenten met weinig transacties zijn zulke uitschieters deels toeval: een handvol dure verkopen tilt het cijfer al omhoog. Over een langere periode gemeten zijn Emmen (55,4 procent tussen 2020 en 2025) en Almere (49,5 procent) de duidelijkste stijgers.

Waar vind ik een kaart van de huizenprijzen in Nederland?

Het Kadaster publiceert maandelijks een vastgoeddashboard met kaarten en grafieken per provincie en per gemeente, en het CBS heeft de gemeentecijfers in zijn eigen databank staan. Beide zijn gratis te raadplegen. Houd er rekening mee dat een kaart met gemiddelde prijzen vooral het woningtype in een gemeente weerspiegelt: een dorp met veel vrijstaande huizen kleurt duur zonder dat de vierkantemeterprijs hoog is.

Hoe was de ontwikkeling van de huizenprijzen per gemeente sinds 2020?

Tussen 2020 en 2025 stegen de gemiddelde prijzen in vrijwel elke gemeente met tientallen procenten, maar het verschil is groot. Emmen ging van 226.483 naar 351.871 euro (55,4 procent) en Almere van 330.079 naar 493.406 euro (49,5 procent), terwijl Amsterdam met een stijging van 510.919 naar 630.621 euro op 23,4 procent bleef. De stijging van de huizenprijzen per gemeente in 2020 zelf bedroeg landelijk 7,9 procent.

Wat is het verschil tussen de gemiddelde woningprijs en de prijsindex?

De gemiddelde woningprijs is de totale verkoopwaarde gedeeld door het aantal verkochte woningen, zonder correctie voor wat er precies verkocht is. De prijsindex vergelijkt woningen met vergelijkbare kenmerken door de tijd heen en corrigeert dus voor kwaliteitsverschillen. Voor de waardeontwikkeling van je eigen huis is de index de betere maatstaf; het gemiddelde vertelt wat kopers feitelijk neertelden.

Hoeveel woningen worden er per jaar verkocht?

In 2025 werden 238.695 bestaande koopwoningen verkocht, het hoogste aantal sinds 2017. Het dieptepunt van de afgelopen jaren lag in 2023 met 182.403 verkopen, toen de opgelopen hypotheekrente veel kopers aan de kant hield. In de eerste helft van 2026 stond de teller op 114.901 woningen, 5,5 procent meer dan in dezelfde periode van 2025.

Hoeveel wordt er gemiddeld overboden op een huis?

In het tweede kwartaal van 2026 werd ruim 71 procent van de woningen boven de vraagprijs verkocht, met gemiddeld 4,6 procent erbovenop. Op een woning van 450.000 euro is dat ongeveer 20.700 euro. Dat percentage ligt fors lager dan tijdens de piek van 2021 en 2022, en het verschilt sterk per woningtype en per regio: in gewilde stadsbuurten wordt nog stevig overboden, in rustiger regio's nauwelijks.

Hoe lang staat een huis gemiddeld te koop?

In het tweede kwartaal van 2026 stond een bestaande woning gemiddeld 28 dagen te koop voordat er een koper was. De krapte-indicator van de NVM stond op 2,5, wat betekent dat een koper op elk moment ongeveer tweeënhalve woning had om uit te kiezen. Bij een indicator onder de 5 spreekt de NVM van een krappe markt, dus ondanks het grotere aanbod blijft de markt gespannen.

Wat is het woningtekort in Nederland?

Het statistisch woningtekort kwam in 2026 uit op ongeveer 384.000 woningen, oftewel 4,6 procent van de woningvoorraad. De streefwaarde van het Rijk is 2 procent, waarvoor er 213.000 woningen bij zouden moeten komen. Volgens de huidige prognoses wordt die 2 procent pas rond 2041 gehaald. Het tekort daalde in 2026 voor het tweede jaar op rij licht.

Hoeveel nieuwbouwwoningen worden er gebouwd?

In 2025 werden 69.000 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Samen met woningen uit verbouwing en splitsing, en na aftrek van 9.500 gesloopte woningen, groeide de voorraad met 70.000 woningen tot ruim 8,3 miljoen. Het aantal nieuwbouwwoningen bleef vrijwel gelijk aan 2024, na twee jaren van daling. Het kabinetsdoel is 900.000 woningen tot en met 2030, oftewel ongeveer 100.000 per jaar, waarvan twee derde betaalbaar.

Is dit een goed moment om een huis te kopen?

Dat hangt af van je eigen situatie en niet van het marktcijfer van deze maand. Er komen meer woningen op de markt dan ooit gemeten en er wordt minder hard overboden dan een jaar geleden, wat je onderhandelingsruimte geeft. Tegelijk stijgen de prijzen nog steeds en zijn de kosten koper bij een gemiddelde woning ruim veertienduizend euro. De vraag die telt, is of je de maandlast ook in magere jaren kunt dragen; die reken je door voordat je gaat bieden.

Wat betekent de huidige woningmarkt voor starters?

Starters profiteren van het grotere aanbod en van meer tijd om te bezichtigen; de wettelijke bedenktijd van drie dagen na ondertekening van de koopovereenkomst verandert daar niet door. Ze lopen wel tegen twee grenzen aan. De startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting geldt in 2026 tot een woningwaarde van 555.000 euro, en Nationale Hypotheek Garantie loopt tot een lening van 470.000 euro. Met een gemiddelde verkoopprijs van 500.988 euro in juli 2026 valt de gemiddelde woning buiten de NHG-grens, wat betekent dat een starter goedkoper uit is in regio's waar de prijzen onder die grens blijven.

Hoe betrouwbaar zijn voorspellingen over de woningmarkt?

Ramingen van banken en planbureaus wijken structureel af van de werkelijkheid, zeker rond een omslagpunt. De daling van 2,9 procent in 2023 en het herstel daarna werden allebei laat opgepikt. Gebruik ze als scenario en let vooral op de vier onderliggende mechanismen: de hypotheekrente, de loonontwikkeling, de leennormen en het aanbod. Verandert daar iets substantieels, dan draait de prijsrichting mee.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Voor het volgen van de woningmarkt heb je geen adviseur nodig: de cijfers van het CBS, het Kadaster en de NVM zijn openbaar en gratis. Zodra het over jouw woning of jouw bod gaat, wordt het anders. Een aankoopmakelaar kent de verkoopcijfers van vergelijkbare woningen in de straat en rekent gemiddeld 1 procent van de koopsom, wat op een woning van 500.000 euro neerkomt op ongeveer 5.000 euro in 2026. Voor het bepalen van de waarde van een specifieke woning gebruik je een taxatierapport van een gecertificeerd taxateur, dat in 2026 rond de 500 euro kost en dat je voor de hypotheek toch nodig hebt.

Wat je met welk budget kunt kopen, en welke maandlast daarbij hoort, hoort thuis bij een hypotheekadviseur; die rekent doorgaans 2.500 euro voor advies en bemiddeling in 2026. Het voorbereidende werk kun je zelf doen: reken uit wat je aan bijkomende kosten moet meebrengen met de rekenhulp voor de kosten koper en loop het aankooptraject door bij huis kopen. Voor de waardeontwikkeling van jouw type woning in jouw regio blijven de cijfers over woningprijzen het startpunt, en de vergelijking met het landelijk beeld maak je met de gemiddelde huizenprijs.

Bronnen en controle

  1. Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen prijsindex 2020=100 CBS geraadpleegd 22 augustus 2026
  2. Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen, prijsindex 2020=100, regio CBS geraadpleegd 22 augustus 2026
  3. Bestaande koopwoningen; gemiddelde verkoopprijzen, regio CBS geraadpleegd 22 augustus 2026
  4. Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen; woningtype; prijsindex 2020=100 CBS geraadpleegd 22 augustus 2026
  5. Voorraad woningen; standen en mutaties vanaf 1921 CBS geraadpleegd 22 augustus 2026
  6. Bouwvergunningen woonruimten; type, opdrachtgever, eigendom, gemeente CBS geraadpleegd 22 augustus 2026
  7. Marktinformatie koopwoningen, kwartaalcijfers tweede kwartaal 2026 NVM geraadpleegd 22 augustus 2026
  8. Voorwaarden en Normen NHG 2026: kostengrens en borgtochtprovisie Nationale Hypotheek Garantie geraadpleegd 22 augustus 2026

Juridisch gecontroleerd 22 augustus 2026

  • Alle prijsindexcijfers, gemiddelde verkoopprijzen en transactieaantallen per maand, per jaar, per provincie en per woningtype nagerekend in de StatLine-tabellen van CBS en Kadaster
  • Voorwaarden van de startersvrijstelling overdrachtsbelasting 2026 aangescherpt: meerderjarig en jonger dan 35, hoofdverblijf, eenmalig gebruik en een woningwaardegrens van 555.000 euro waarboven het tarief van 2 procent over de hele koopsom geldt
  • NHG-grens van 470.000 euro, de verruiming naar 498.200 euro bij energiebesparende maatregelen en de borgtochtprovisie van 0,4 procent over de hoofdsom getoetst aan Voorwaarden en Normen 2026
  • Suggestie van een verlengde wettelijke bedenktijd voor starters gecorrigeerd: die bedenktijd bedraagt onveranderd drie dagen na ondertekening van de koopovereenkomst
  • Marktcijfers van de NVM over verkooptijd, krapte-indicator en overbieden bijgewerkt naar het tweede kwartaal van 2026 en het onderscheid tussen mediaan (NVM) en rekenkundig gemiddelde (Kadaster) expliciet gemaakt

Uitgevoerd door de redactie van dehuisgids.nl aan de hand van de bronnen hierboven. Wij geven algemene informatie en geen persoonlijk advies.

Ons redactionele beleid: hoe we schrijven, controleren en bijwerken