Stadswarmte: tarieven, prijs per gigajoule en wat je per jaar betaalt
Stadswarmte is verwarming uit een warmtenet: warm water komt via leidingen je huis binnen en je rekent af per gigajoule in plaats van per kubieke meter gas. Omdat je niet kunt overstappen, stelt de Autoriteit Consument en Markt elk jaar een maximumtarief vast, in 2026 40,97 euro per gigajoule inclusief btw tegen 43,79 euro in 2025 en 46,69 euro in 2024. Daarbovenop komen vaste kosten die in 2026 samen niet boven 827,91 euro per jaar mogen uitkomen, en juist die vaste posten bepalen bij een laag verbruik het grootste deel van je rekening. Het prijsplafond voor stadswarmte bestond alleen in 2023.
- € 40,97 2026 maximumtarief stadswarmte per gigajoule, inclusief btw
- € 43,79 2025 maximumtarief per gigajoule het jaar ervoor
- € 827,91 2026 maximale vaste kosten per jaar samen
- € 47,38 2023 prijsplafond per gigajoule over de eerste 37 GJ
- 277,8 kWh omrekening warmte in één gigajoule, ongeveer 33 kubieke meter aardgas
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat stadswarmte is en hoe die je huis binnenkomt
Stadswarmte is verwarming die van buiten je huis komt. Een centrale bron verwarmt water, dat water gaat door een ondergronds leidingnet naar de wijk, en bij jou thuis geeft het zijn warmte af aan de radiatoren, de vloerverwarming en de warmwaterkraan. Je hebt daarvoor geen cv-ketel nodig en meestal ook geen gasaansluiting, wat stadswarmte tot een van de routes maakt om van het gas af te gaan.
De warmte komt uit een afvalverbrandingsinstallatie, een elektriciteitscentrale, restwarmte van industrie of een biomassacentrale. Welke bron je net voedt, verschilt per stad en bepaalt hoe schoon je warmte werkelijk is.
Hoe stadswarmte in huis werkt, zie je nauwelijks terug. In plaats van een ketel hangt er een afleverset: een kastje met een warmtewisselaar dat de warmte van het net overdraagt op de leidingen in je woning. Ernaast zit een warmtemeter die je afname telt in gigajoules, en dat is meteen de eenheid waarin je betaalt.
Stadswarmte en stadsverwarming zijn twee woorden voor hetzelfde. Leveranciers spreken ook van een warmtenet, en blokverwarming is wél iets anders: daarbij stookt één installatie voor één gebouw in plaats van voor een hele wijk. De techniek, de aansluiting en de zomerstand staan uitgeschreven in de gids over stadsverwarming in huis.
Wie de tarieven van stadswarmte bepaalt
Op een warmtenet kun je niet overstappen. Er ligt één net in je wijk en daar hoort één leverancier bij, en die positie zou hem in staat stellen te vragen wat hij wil. Daarom stelt de Autoriteit Consument en Markt elk jaar in december een maximumtarief vast voor het kalenderjaar erna.
Dat maximum rust op het beginsel niet-meer-dan-anders. De ACM rekent uit wat een vergelijkbaar huishouden met een gasketel kwijt zou zijn en legt de warmteprijs daarnaast. De gasprijs stuurt je warmterekening dus, ook al komt er bij jou thuis geen kuub gas aan te pas. Welke rechten je verder aan die regulering ontleent, van de meting tot de vergoeding bij storing, staat in de gids over de Warmtewet.
Een maximum is geen prijs. Je leverancier mag eronder gaan zitten en op netten met goedkope restwarmte gebeurt dat ook. Wat jij betaalt staat in je contract en op je jaarnota; dat bedrag mag alleen niet boven het maximum van dat jaar uitkomen.
De tarieven gelden per kalenderjaar. Loopt je contractjaar van juli tot juli, dan hoort je leverancier de twee periodes apart te berekenen tegen het maximum dat er toen gold.
De stadswarmtetarieven van 2021 tot en met 2026
Het variabele tarief maakte in vijf jaar een uitslag die precies de gasmarkt volgde. In 2021 lag het maximum op 25,51 euro per gigajoule. In 2022 ging het naar 53,95 euro, ruim een verdubbeling, waarna de tijdelijke btw-verlaging naar 9 procent het in het tweede halfjaar op 48,60 euro bracht.
2023 was het jaar van het prijsplafond. Het wettelijke maximum stond op 90,91 euro per gigajoule, maar over de eerste 37 gigajoule betaalde je niet meer dan 47,38 euro. Daarna daalde het maximum vier jaar op rij: 46,69 euro in 2024, 43,79 euro in 2025 en 40,97 euro in 2026.
Wie zoekt op stadswarmte in 2024 of op de stadswarmtetarieven van 2024, zoekt bijna altijd naar het jaar waarin dat plafond wegviel en de rekening voor veel huishoudens toch omhoogging. De verklaring zit niet in het tarief per gigajoule maar in de vaste kosten, die in 2024 met ruim 12 procent stegen.
Een tarief uit een oud jaar is daarmee onbruikbaar om je huidige nota mee te controleren. Neem altijd het besluit van het jaar waarover je nota gaat.
euro per gigajoule, inclusief btw bron: ACM-tarievenbesluiten warmteleveranciers augustus 2026
| Jaar | Maximumtarief per gigajoule | Wat er dat jaar speelde |
|---|---|---|
| 2021 | € 25,51 | Laatste jaar met lage gasprijzen als rekenbasis |
| 2022 | € 53,95 | Verdubbeling door de gasprijspiek; tweede halfjaar € 48,60 door de btw-verlaging naar 9 procent |
| 2023 | € 47,38 | Prijsplafond over de eerste 37 GJ; wettelijk maximum daarboven € 90,91 |
| 2024 | € 46,69 | Prijsplafond vervalt op 1 januari, vaste kosten stijgen naar € 618,82 |
| 2025 | € 43,79 | Meettarief en huur van de afleverset voor het eerst apart gemaximeerd |
| 2026 | € 40,97 | Vierde daling op rij van het variabele tarief |
Gecontroleerd op ACM-tarievenbesluiten 2021 tot en met 2026, gecontroleerd augustus 2026
Het prijsplafond voor stadswarmte: wat er in 2023 gold
Het prijsplafond was een tijdelijke maatregel van de overheid en gold alleen in 2023. Voor stadswarmte hield het in dat je over de eerste 37 gigajoule niet meer dan 47,38 euro per gigajoule betaalde. Nam je meer af, dan gold voor het meerdere het wettelijke maximum van 90,91 euro.
De grens van 37 gigajoule was zo gekozen dat 70 tot 80 procent van de huishoudens er volledig onder bleef. Voor die groep was het plafond in de praktijk gewoon de prijs, en het verschil met het wettelijke maximum kwam voor rekening van het Rijk.
Op 1 januari 2024 verviel de regeling. Er is sindsdien geen prijsplafond voor stadswarmte meer en ook geen andere tegemoetkoming voor warmtekosten. Wat overbleef is het jaarlijkse maximumtarief van de ACM, en dat is iets anders van aard: het begrenst wat je leverancier mag rekenen, maar er komt geen overheidsgeld bij.
De verwarring blijft groot omdat de bedragen zo op elkaar lijken. Het plafond van 47,38 euro uit 2023 en het maximum van 46,69 euro uit 2024 schelen nauwelijks, terwijl het ene een steunmaatregel was en het andere een prijsregel die er nog steeds is.
Reken niet met bedragen uit 2023 als je je huidige voorschot inschat. Het verschil zit vooral in de vaste kosten, die sinds dat jaar met ruim tweehonderd euro per jaar zijn gestegen.
Wat 1 gigajoule stadswarmte kost en waar je die aan afmeet
Eén gigajoule is 277,8 kilowattuur warmte, ongeveer wat een HR-ketel uit drieëndertig kubieke meter aardgas haalt. Tegen het maximum van 2026 kost die gigajoule 40,97 euro inclusief btw, oftewel bijna 15 cent per kilowattuur warmte in huis.
Zet dat naast gas: bij een aangenomen gasprijs van 1,30 euro per kubieke meter kost dezelfde hoeveelheid warmte 42,90 euro. De prijs per eenheid warmte is dus niet de reden dat stadswarmte duur voelt, en dat is ook precies de bedoeling van de rekenmethode van de ACM.
Hoeveel gigajoules je afneemt, hangt af van je woning en je stookgedrag. Een goed geïsoleerd appartement blijft vaak onder de 15, een tussenwoning zit tussen de 20 en 30 en een vrijstaand huis gaat daaroverheen. Het gemiddelde gasverbruik van een tussenwoning was 880 kubieke meter in 2024, wat neerkomt op ongeveer 26 gigajoule warmte.
Je werkelijke afname lees je af op de warmtemeter of vind je terug op je vorige jaarnota. Dat ene getal heb je nodig voordat je iets zinnigs over je kosten kunt zeggen.
De vaste kosten: vastrecht, meettarief en de afleverset
Naast je verbruik betaal je drie vaste posten. Het vastrecht dekt de aansluiting en het net en is met 615,66 euro per jaar in 2026 veruit de grootste. Het meettarief van 33,73 euro dekt de warmtemeter, en de huur van een standaard individuele afleverset komt op maximaal 178,51 euro. Samen mogen die posten in 2026 niet boven 827,91 euro per jaar uitkomen.
Die bedragen lopen door, ook als je de thermostaat de hele winter op zeventien graden zet. Daardoor is stadswarmte relatief duur voor wie weinig verbruikt en relatief gunstig voor wie veel afneemt.
Neem je alleen ruimteverwarming af en verwarm je je tapwater elektrisch, dan geldt het lagere vastrecht van 307,84 euro per jaar in 2026. Op papier scheelt dat ruim driehonderd euro, maar de warmte van je douche komt dan uit stroom, en dat is per kilowattuur de duurdere route.
Het meettarief en de huur van de afleverset zijn pas sinds 2025 apart gemaximeerd, op basis van de werkelijke kosten van leveranciers. Daarvoor brachten leveranciers de afleverset vaak los in rekening zonder dat er een plafond op zat. Dat verklaart waarom de vaste kosten in de tabel na 2024 lijken te springen: er wordt sindsdien meer zichtbaar begrensd, niet per se meer betaald.
| Vaste post bij een kleine aansluiting tot 100 kW | 2024 | 2025 | 2026 |
|---|---|---|---|
| Vastrecht bij verwarming en warm kraanwater | € 582,82 | € 577,48 | € 615,66 |
| Vastrecht bij alleen verwarming of alleen warm water | niet apart bekendgemaakt | € 288,74 | € 307,84 |
| Meettarief | € 36,00 | € 32,80 | € 33,73 |
| Huur individuele afleverset | nog niet apart gemaximeerd | € 150,49 | € 178,51 |
| Maximale vaste kosten samen | € 618,82 | € 760,77 | € 827,91 |
Gecontroleerd op ACM-maximumtarieven per jaar, inclusief btw, gecontroleerd augustus 2026
Wat stadswarmte je per jaar kost bij jouw verbruik
De rekensom is eenvoudig: je afname in gigajoules maal het tarief, plus de vaste kosten. De tabel hieronder doet dat voor vijf verbruiksniveaus, met het maximumtarief van 40,97 euro en 827,91 euro aan vaste kosten in 2026.
De laatste kolom is het getal waar het om draait. Dat is je all-in prijs per gigajoule: de hele jaarrekening gedeeld door het aantal afgenomen gigajoules. Bij 8 gigajoule betaal je zo 144,46 euro per gigajoule en bij 35 gigajoule nog 64,62 euro, terwijl het tarief in beide gevallen hetzelfde is.
Daarin zit de klacht van veel bewoners verpakt. Wie een klein, goed geïsoleerd appartement bewoont, betaalt per eenheid warmte ruim het dubbele van de buurman in een tochtige eengezinswoning, en dat voelt als een boete op zuinig stoken.
Bij een vergelijking met gas hoort de eerlijkheid dat een cv-ketel ook geld kost buiten de gasrekening om: een onderhoudscontract dat in 2026 rond de honderdvijftig euro per jaar kost en een vervanging elke vijftien tot twintig jaar. Op een warmtenet zitten die posten in het vastrecht en de huur van de afleverset, en de leverancier vervangt de afleverset als die stukgaat.
| Verbruik per jaar | Warmte tegen € 40,97 | Totaal per jaar | Per maand | All-in per gigajoule |
|---|---|---|---|---|
| 8 GJ, klein en goed geïsoleerd appartement | € 327,76 | € 1.155,67 | € 96,31 | € 144,46 |
| 14 GJ, appartement met normale bewoning | € 573,58 | € 1.401,49 | € 116,79 | € 100,11 |
| 20 GJ, klein huishouden in een rijtjeshuis | € 819,40 | € 1.647,31 | € 137,28 | € 82,37 |
| 26 GJ, gemiddelde tussenwoning | € 1.065,22 | € 1.893,13 | € 157,76 | € 72,81 |
| 35 GJ, matig geïsoleerde eengezinswoning | € 1.433,95 | € 2.261,86 | € 188,49 | € 64,62 |
Gecontroleerd op gerekend met de ACM-maxima van 2026: € 40,97 per GJ en € 827,91 vaste kosten
Deel je jaarnota door je afname in gigajoules en noteer die all-in prijs. Dat ene getal maakt vergelijken met een vorig jaar, met een buur of met gas pas eerlijk, want het tarief per gigajoule zegt op zichzelf weinig.
Je jaarnota en je voorschot narekenen
Je warmterekening bestaat uit een maandelijks voorschot en één jaarafrekening waarin het werkelijke verbruik wordt verrekend. Op die afrekening horen vier dingen te staan: de meterstanden aan het begin en het eind van de periode, je afname in gigajoules, het tarief per gigajoule en de vaste posten los benoemd.
Controleer eerst of het tarief bij het juiste jaar hoort en of het onder het maximum van dat jaar blijft. Ligt het erboven, dan is dat een fout die je leverancier moet herstellen over de hele periode, niet alleen vanaf je klacht.
Klopt het tarief maar valt de rekening tegen, dan zit het bijna altijd in het voorschot. Een voorschot dat op een standaardprofiel rust in plaats van op jouw meterstanden, loopt makkelijk enkele tientjes per maand uit de pas en levert aan het eind van het jaar een bijbetaling op waar je niet op rekende.
Kom je er met de klantenservice niet uit, dan kun je naar de Geschillencommissie Energie. Het klachtengeld is 52,50 euro in 2026 en dat krijg je terug als je in het gelijk wordt gesteld. Bij een storing heb je recht op een vaste vergoeding, oplopend vanaf 35 euro bij een onderbreking van acht tot twaalf uur in 2026. Welke termijnen en rechten daar verder bij horen, legt de wet die je warmtelevering regelt uit.
Wat je zelf aan je warmterekening kunt doen
Overstappen naar een goedkopere warmteleverancier kan niet, dus er zijn maar twee knoppen: je verbruik en de posten die je niet afneemt.
Op het verbruik levert isolatie het meeste op, omdat elke bespaarde gigajoule bij het maximum van 2026 direct 40,97 euro scheelt. Dak-, vloer- en spouwmuurisolatie en HR++-glas komen in aanmerking voor ISDE-subsidie, met bijvoorbeeld 32,50 euro per vierkante meter dakisolatie in 2026 wanneer je twee maatregelen tegelijk laat uitvoeren. Een gigajoule of tien minder betekent op een warmtenet ruim vierhonderd euro per jaar.
Aan de vaste kant valt minder te halen. Het vastrecht en het meettarief liggen vast zolang je aangesloten bent. Op sommige netten kun je de afleverset kopen in plaats van huren, wat de jaarlijkse huur scheelt, maar dan draag je zelf het onderhoud en de vervanging. Vraag je leverancier eerst wat dat kost voordat je zoiets afspreekt.
Heb je naast stadswarmte nog een gasaansluiting voor het koken, dan betaal je daar in 2026 ongeveer tweehonderd euro per jaar aan netbeheerkosten voor. Elektrisch koken en de aansluiting laten weghalen scheelt dat bedrag, al kost het verwijderen zelf ook geld; wat daarbij komt kijken staat in de gids over je gasaansluiting laten afsluiten. Woon je nog niet op een warmtenet en weeg je de routes tegen elkaar af, dan zet het overzicht over verwarming de alternatieven op een rij.
Zo controleer je je stadswarmtenota
Doe dit één keer per jaar, het liefst binnen een maand na je jaarafrekening.
-
Lees je afname in gigajoules af
De warmtemeter telt in gigajoules. Noteer de beginstand en de eindstand die op je nota staan en trek ze van elkaar af. Wijkt dat af van het aantal gigajoules waarvoor je bent belast, dan begint daar het gesprek met je leverancier.
-
Pak het tarievenbesluit van het juiste jaar erbij
Elk kalenderjaar heeft zijn eigen maximum: 40,97 euro per gigajoule in 2026 en 43,79 euro in 2025. Loopt de periode op je nota over twee jaren, dan hoort de berekening gesplitst te zijn met beide tarieven.
-
Reken het verbruiksdeel na
Vermenigvuldig je afname met het tarief dat je leverancier hanteert en vergelijk de uitkomst met het bedrag op de nota. Twijfel je of je afname klopt voor je woningtype, dan geeft de gids over stadsverwarming en het verbruik per woning houvast.
-
Tel de vaste posten er los bij op
Vastrecht, meettarief en de huur van de afleverset horen apart op de nota te staan. Samen mogen ze in 2026 niet boven 827,91 euro per jaar uitkomen. Staat er een post op die je niet herkent, vraag dan om een specificatie voordat je betaalt.
-
Stel je voorschot bij op je werkelijke afname
Deel het jaartotaal dat je zojuist hebt berekend door twaalf en vergelijk dat met je huidige termijnbedrag. Wijkt het meer dan tien procent af, vraag je leverancier dan om aanpassing; dat mag je zelf initiëren en hoeft niet te wachten tot de volgende afrekening.
-
Dien een klacht in als er iets niet klopt
Meld het verschil schriftelijk bij je leverancier en bewaar de bevestiging. Komt er binnen de door hem gestelde termijn geen bevredigend antwoord, dan kun je de zaak voorleggen aan de Geschillencommissie Energie tegen 52,50 euro klachtengeld in 2026, dat je terugkrijgt bij gelijk.
Check dit voordat je je warmtenota accepteert
Doorgerekend: zo pakt het uit
Een appartement van 14 gigajoule in 2026
Stel, je woont in een appartement met een eigen warmteaansluiting en neemt 14 gigajoule per jaar af voor verwarming en warm water. Je leverancier rekent precies het maximum van 2026.
Het verbruiksdeel is 14 keer 40,97 euro, dus 573,58 euro. Daar komen het vastrecht van 615,66 euro, het meettarief van 33,73 euro en 178,51 euro huur voor de afleverset bij. Het jaartotaal komt uit op 1.401,49 euro, oftewel 116,79 euro per maand.
De all-in prijs is dan 1.401,49 gedeeld door 14, dus 100,11 euro per gigajoule: ruim twee keer het tarief dat op je nota staat. De vaste posten zijn in dit voorbeeld goed voor bijna zestig procent van de rekening, en aan dat deel verandert je thermostaat niets.
Een tussenwoning van 26 gigajoule, 2025 naast 2026
Stel, je hebt een tussenwoning met een afname van 26 gigajoule per jaar, ongeveer het niveau van 880 kubieke meter gas. Ook hier rekent de leverancier het maximum.
In 2026 betaal je 26 keer 40,97 euro, dus 1.065,22 euro aan warmte, plus 827,91 euro vaste kosten. Het jaartotaal is 1.893,13 euro, ongeveer 157,76 euro per maand, en de all-in prijs komt op 72,81 euro per gigajoule.
In 2025 was dat 26 keer 43,79 euro, dus 1.138,54 euro, plus 760,77 euro vaste kosten: samen 1.899,31 euro. Je gaat er dit jaar dus 6,18 euro op vooruit. Het omslagpunt ligt rond de 24 gigajoule: de vaste kosten stegen met ruim 67 euro terwijl het tarief 2,82 euro per gigajoule daalde, dus alleen wie meer dan dat afneemt merkt de tariefdaling.
Wat het prijsplafond in 2023 opleverde
Stel, je nam in 2023 30 gigajoule af. Omdat je onder de grens van 37 gigajoule bleef, gold voor je hele afname het plafondtarief: 30 keer 47,38 euro is 1.421,40 euro aan warmte.
Zonder plafond had het wettelijke maximum van 90,91 euro gegolden. Dan was hetzelfde verbruik uitgekomen op 2.727,30 euro, een verschil van 1.305,90 euro dat het Rijk in dat jaar voor zijn rekening nam.
Bij een hoger verbruik werkte het getrapt. Nam je 45 gigajoule af, dan betaalde je 37 keer 47,38 euro, dus 1.753,06 euro, plus 8 keer 90,91 euro voor het meerdere, dus 727,28 euro: samen 2.480,34 euro aan warmte, nog voor de vaste kosten. Sinds 2024 bestaat die trap niet meer en geldt één tarief over je hele afname.
Veelgemaakte fouten
Rekenen met een tarief uit een ander jaar
Het maximum verandert elk kalenderjaar en bewoog tussen 2021 en 2026 van 25,51 naar 53,95 en terug naar 40,97 euro per gigajoule. Wie zijn nota van 2026 langs een tarief uit 2024 legt, ziet een verschil dat er niet is en klaagt over de verkeerde post.
Alleen naar het tarief per gigajoule kijken
Bij een verbruik van 8 gigajoule is je all-in prijs 144,46 euro per gigajoule terwijl het tarief 40,97 euro is. Wie zijn maandlast schat op basis van het tarief alleen, komt bij een klein appartement al snel achthonderd euro per jaar tekort.
Denken dat het prijsplafond nog bestaat
Het plafond gold uitsluitend in 2023 en verviel op 1 januari 2024. Wie in zijn begroting nog rekent op een tegemoetkoming voor warmtekosten, mist die post volledig; er is in 2026 geen compensatieregeling voor stadswarmte.
Het voorschot laten staan na een tariefwijziging
Leveranciers passen hun tarief in januari aan maar niet altijd meteen je termijnbedrag. Een voorschot dat een jaar lang vijftig euro per maand te laag staat, levert een bijbetaling van zeshonderd euro op de jaarafrekening op.
Aannemen dat het ACM-maximum jouw prijs is
Het maximum is een bovengrens, geen tarief. Leveranciers met goedkope restwarmte zitten eronder. Wie het maximum als vaststaand aanneemt, controleert zijn nota niet en merkt niet op dat er meer wordt gerekend dan het contract toestaat.
Het volle vastrecht betalen voor half gebruik
Neem je alleen ruimteverwarming af omdat je tapwater elektrisch is, dan hoort het lagere vastrecht van 307,84 euro per jaar te gelden in 2026 in plaats van 615,66 euro. Dat verschil van ruim driehonderd euro blijft jarenlang staan zolang niemand het opmerkt.
Veelgestelde vragen
Wat is stadswarmte?
Stadswarmte is verwarming die je afneemt van een warmtenet in plaats van uit een eigen cv-ketel. Een centrale bron verwarmt water, dat via ondergrondse leidingen naar je woning stroomt en daar via een afleverset zijn warmte afgeeft aan je radiatoren en je warmwaterkraan. Je betaalt niet per kubieke meter gas maar per gigajoule afgenomen warmte, plus een vast bedrag per jaar.
Hoe werkt stadswarmte in huis?
In je woning hangt geen ketel maar een afleverset met een warmtewisselaar. Het hete water uit het net loopt door de ene kant, de leidingen van je eigen installatie door de andere, en de warmte gaat van het net naar je huis zonder dat het water zich mengt. Een warmtemeter telt ondertussen hoeveel gigajoule je afneemt. Je thermostaat werkt gewoon zoals je gewend bent.
Wat kost 1 GJ stadswarmte in 2026?
Het maximum dat je leverancier in 2026 mag rekenen is 40,97 euro per gigajoule inclusief btw. Eén gigajoule staat gelijk aan 277,8 kilowattuur warmte, ongeveer wat een HR-ketel uit drieëndertig kubieke meter aardgas haalt. Je werkelijke prijs per gigajoule ligt hoger zodra je de vaste kosten meerekent: bij 20 gigajoule kom je all-in op 82,37 euro per gigajoule.
Wat zijn de stadswarmtetarieven voor 2026?
Voor een kleine aansluiting tot 100 kilowatt geldt in 2026 een maximum van 40,97 euro per gigajoule. Het vastrecht mag maximaal 615,66 euro per jaar zijn bij verwarming en warm kraanwater, het meettarief 33,73 euro en de huur van een standaard individuele afleverset 178,51 euro. Alle vaste posten samen blijven daarmee onder 827,91 euro per jaar.
Wat waren de stadswarmtetarieven in 2024?
In 2024 lag het maximumtarief op 46,69 euro per gigajoule inclusief btw en kwamen de vaste kosten uit op maximaal 618,82 euro per jaar. Dat tarief was iets lager dan het prijsplafond van 47,38 euro dat in 2023 gold, maar het plafond zelf verviel op 1 januari 2024 en de vaste kosten stegen dat jaar met ruim 12 procent. Per saldo ging de rekening voor veel huishoudens omhoog.
Geldt er nog een prijsplafond voor stadswarmte?
Nee. Het prijsplafond gold alleen in 2023, met 47,38 euro per gigajoule over de eerste 37 gigajoule en 90,91 euro voor het meerdere, en het stopte op 1 januari 2024. Wat overbleef is het jaarlijkse maximumtarief van de ACM. Dat begrenst wat je leverancier mag rekenen, maar het is geen tegemoetkoming: er komt geen overheidsgeld bij je rekening.
Waarom daalt het tarief per gigajoule terwijl mijn rekening stijgt?
Omdat het variabele tarief en de vaste kosten los van elkaar worden vastgesteld. Tussen 2025 en 2026 daalde het tarief met 2,82 euro per gigajoule, terwijl de maximale vaste kosten met ruim 67 euro per jaar stegen. Het omslagpunt ligt rond de 24 gigajoule: neem je minder af, dan wegen de hogere vaste kosten zwaarder dan de tariefdaling.
Hoeveel kost stadswarmte per maand?
Dat hangt vooral af van je afname. Gerekend met de maxima van 2026 kost 8 gigajoule ongeveer 96 euro per maand, 20 gigajoule 137 euro en 35 gigajoule 188 euro. Een groot deel van dat bedrag is vast: ruim 827 euro per jaar aan vastrecht, meettarief en huur van de afleverset staat er ongeacht hoe je stookt.
Hoeveel gigajoule stadswarmte gebruikt een huishouden per jaar?
Een goed geïsoleerd appartement blijft vaak onder de 15 gigajoule, een gemiddelde tussenwoning zit rond de 26 en een matig geïsoleerde eengezinswoning komt richting de 35. Als vuistregel geldt dat één gigajoule overeenkomt met ongeveer drieëndertig kubieke meter gas, dus je oude gasverbruik gedeeld door drieëndertig geeft een bruikbare schatting.
Mag mijn leverancier altijd het maximumtarief rekenen?
Hij mag er niet boven, maar hij hoeft er ook niet aan te zitten. Leveranciers met goedkope restwarmte hanteren geregeld een lager tarief, en dat staat in je contract en op je jaarnota. Rekent hij meer dan het maximum van dat kalenderjaar, dan moet hij dat corrigeren over de hele periode, niet pas vanaf het moment dat je klaagt.
Wat is het verschil tussen stadswarmte en stadsverwarming?
Er is geen verschil: het zijn twee namen voor warmte uit hetzelfde soort warmtenet. Leveranciers en gemeenten gebruiken ook de term warmtenet. Blokverwarming is wél iets anders, want daarbij stookt één installatie voor één gebouw en verdeelt de VvE of de verhuurder de kosten over de bewoners.
Kan ik overstappen naar een goedkopere warmteleverancier?
Nee, op een warmtenet ligt één net met één leverancier en er is geen vrije markt om naar over te stappen. Dat is precies de reden dat de ACM de tarieven maximeert. Wat je wel kunt doen is je verbruik verlagen met isolatie en controleren of je de juiste vastrechtcategorie betaalt. Los van het net komen betekent in de praktijk je aansluiting beëindigen en overstappen op een andere route om je huis zonder gas te verwarmen, en dat is een ingrijpende en kostbare stap.
Moet ik mijn gasaansluiting opzeggen als ik stadswarmte heb?
Dat hoeft niet, maar het kan wel schelen. Kook je op gas, dan houd je een aansluiting waarvoor je in 2026 ongeveer tweehonderd euro per jaar aan netbeheerkosten betaalt. Ga je elektrisch koken, dan kun je de aansluiting laten verwijderen en die kosten schrappen; het weghalen kost eenmalig geld en de voorwaarden verschillen per netbeheerder, zoals de gids over het afsluiten van je gasaansluiting uitlegt.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor de meeste vragen over stadswarmte heb je geen betaald advies nodig: het tarief van je eigen leverancier staat op je nota en de maxima van de ACM zijn openbaar. Loopt het spaak, dan is de volgorde eerst je leverancier, dan ConsuWijzer van de ACM voor uitleg over je rechten, en pas daarna de Geschillencommissie Energie, waar je in 2026 52,50 euro klachtengeld betaalt en dat terugkrijgt als je gelijk krijgt. Huur je, dan kun je bij de Woonbond terecht, en bij blokverwarming loopt de afrekening via je verhuurder of je VvE in plaats van via de warmteleverancier. Wil je je verbruik echt omlaag brengen, dan is een maatwerkadvies van een energieadviseur het geld waard bij een woning waarvan je de zwakke plek niet kent; de meeste adviseurs rekenen daarvoor in 2026 tussen de driehonderd en zeshonderd euro. Bij een geschil over duizenden euro's of over de vraag of je verplicht kunt worden aan te sluiten, hoort een jurist erbij; het bedrag dat op het spel staat bepaalt of dat loont. De achtergrond bij die aansluitplicht en de gemeentelijke plannen staat in de gids over aansluiten op stadsverwarming.
Bronnen en controle
- Tarieven warmte en koude ACM geraadpleegd 22 augustus 2026
- Maximale warmtetarieven ACM ConsuWijzer geraadpleegd 22 augustus 2026
- ACM waarschuwt warmteleveranciers tarieven niet onnodig te verhogen ACM geraadpleegd 22 augustus 2026
- Maximumtarief warmte in 2024 iets onder huidige prijsplafond ACM geraadpleegd 22 augustus 2026
- Meeste huishoudens met stadsverwarming betalen in 2023 prijs tot prijsplafond ACM ConsuWijzer geraadpleegd 22 augustus 2026