Naar de inhoud
Rekenhulpen

Gemeentelijke belastingen: OZB, heffingen en kwijtschelding

3 gidsen 11 minuten lezen
dehuisgids.nl BELASTINGEN & WOZ Gemeentelijke belastingen: OZB, heffingen en

Gemeentelijke belastingen zijn de heffingen die je gemeente zelf oplegt: de onroerendezaakbelasting over je WOZ-waarde, de afvalstoffenheffing, de rioolheffing en een reeks kleinere heffingen zoals hondenbelasting en forensenbelasting. De aanslag komt begin van het jaar en gaat over het lopende kalenderjaar, dus je betaalt vooruit. Wie op 1 januari eigenaar is, betaalt de OZB over het hele jaar. Bezwaar maken kan gratis binnen zes weken na de dagtekening en richt zich in de praktijk op de WOZ-waarde, niet op het tarief.

  • 1 januari elk jaar peildatum die bepaalt wie de OZB over het hele jaar betaalt
  • 1 januari 2025 2026 waardepeildatum van de WOZ-waarde op de aanslag van 2026
  • 8 weken wettelijk termijn waarbinnen de gemeente de WOZ-beschikking na de jaarwisseling verstuurt
  • 6 weken wettelijk termijn om bezwaar te maken, geteld vanaf de dagtekening van de aanslag

Gecontroleerd op augustus 2026

Alle gidsen over gemeentelijke belastingen

Gemeente belasting

Gemeente belasting is het bedrag dat je eigen gemeente jaarlijks bij je in rekening brengt: de onroerendezaakbelasting over je WOZ-waarde,…

Ozb waarde

De OZB-waarde is geen aparte waarde: het is de WOZ-waarde die je gemeente aan je woning heeft toegekend, en daarover…

Gemeentelijke heffingen

Gemeentelijke heffingen zijn de posten op je aanslagbiljet waarvoor de gemeente een dienst teruglevert: afvalinzameling, riolering, een vergunning. Anders dan…

Wat gemeentelijke belasting is en waarom je hem betaalt

Gemeentelijke belasting is het geld dat je gemeente rechtstreeks bij je in rekening brengt voor voorzieningen in je eigen omgeving: wegen en verlichting, groen, afvalinzameling, riolering, sportvelden en het loket in het gemeentehuis. Het grootste deel van de gemeentebegroting komt uit het gemeentefonds van het Rijk. De eigen heffingen zijn het sluitstuk waarover de gemeenteraad elk jaar zelf beslist, en precies daarom verschilt de aanslag voor dezelfde woning per gemeente met honderden euro's.

De aanslag van de gemeente staat los van de belastingen die je als huiseigenaar aan het Rijk betaalt, maar hangt er wel mee samen. Beide rekenen namelijk met de WOZ-waarde die de gemeente jaarlijks vaststelt. Die ene waarde stuurt de onroerendezaakbelasting, een deel van de waterschapsheffing en het eigenwoningforfait in je aangifte tegelijk.

Niet alles op de aanslag is officieel een belasting. De onroerendezaakbelasting is dat wel: de opbrengst gaat naar de algemene pot en de raad bepaalt waar het aan wordt uitgegeven. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn bestemmingsheffingen die volgens artikel 229b van de Gemeentewet hooguit kostendekkend mogen zijn. Het verschil tussen die twee soorten verklaart een groot deel van de tariefverschillen, zoals je terugziet in de gids over wat je gemeente jaarlijks bij je in rekening brengt.

Welke gemeentelijke belastingen er zijn

Wat er onder gemeentelijke belastingen valt, ligt vast in de Gemeentewet: gemeenten mogen alleen heffen wat daar staat, en per heffing kiezen ze zelf of ze hem invoeren en tegen welk tarief. Voor een huishouden in een koopwoning bestaat de aanslag vrijwel altijd uit drie posten: de OZB voor eigenaren, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Al het andere hangt van je situatie af.

Een hond, een tweede woning, een terras op gemeentegrond of een vergunningaanvraag brengt een eigen heffing mee. Welke van de kleinere heffingen jouw gemeente kent, staat in de belastingverordening die elke gemeente op officielebekendmakingen.nl publiceert. De verschillen zijn groot: het aantal gemeenten met hondenbelasting daalt al jaren, terwijl toeristenbelasting juist bijna overal bestaat. Een overzicht per soort vind je bij de heffingen die naast de OZB op je aanslag kunnen staan.

Het waterschap hoort er strikt genomen niet bij, want dat is een eigen overheidslaag met een eigen bestuur. In veel regio's zit de inning wel in één samenwerkingsverband, waardoor gemeente en waterschap op hetzelfde biljet staan. Voor je portemonnee maakt dat niets uit, voor bezwaar wel: je richt je altijd tot de instantie die de heffing oplegt.

HeffingWie betaaltGrondslagWaar het geld heen gaat
OZB eigenaren woningWie op 1 januari eigenaar isPercentage van de WOZ-waardeAlgemene middelen
OZB niet-woningenEigenaar en gebruiker allebeiPercentage van de WOZ-waardeAlgemene middelen
AfvalstoffenheffingDe gebruiker van de woningVast bedrag per huishouden, soms per lediging of per zakInzameling en verwerking van afval
RioolheffingEigenaar, gebruiker of allebeiVast bedrag per aansluiting, soms naar waterverbruikRiolering, grondwater en hemelwater
HondenbelastingDe houder van de hondBedrag per hond, oplopend bij een tweede dierAlgemene middelen
ForensenbelastingWie meer dan 90 dagen per jaar een gemeubileerde woning aanhoudt zonder er te wonenVaak een percentage van de WOZ-waardeAlgemene middelen
ToeristenbelastingDe overnachtende gast, geïnd door de verhuurderBedrag per persoon per nacht of percentage van de prijsAlgemene middelen
ParkeerbelastingWie parkeert of een bewonersvergunning heeftTarief per uur of per vergunningAlgemene middelen
PrecariobelastingWie voorwerpen op of boven gemeentegrond heeftPer object en per periodeAlgemene middelen
LegesWie een vergunning, paspoort of uittreksel aanvraagtVast tarief per productDe kosten van die ene dienst
RoerenderuimtebelastingEigenaar of gebruiker van een woonboot of woonwagenPercentage van de waarde van de ruimteAlgemene middelen

Hoe de OZB uit je WOZ-waarde volgt

De onroerendezaakbelasting is een percentage van je WOZ-waarde, en dat percentage stelt de gemeenteraad elk najaar vast voor het jaar erna. De rekensom is simpel: WOZ-waarde maal tarief. Bij een woning van 400.000 euro en een tarief van 0,11 procent in 2026 betaal je 440 euro. Er bestaat geen wettelijk maximumtarief; het Rijk publiceert alleen een landelijke benchmark woonlasten, die gemeenten niet bindt.

Voor woningen betaalt alleen de eigenaar. Het gebruikersdeel van de OZB op woningen is per 2006 afgeschaft, dus huurders krijgen geen OZB-aanslag. Bij bedrijfspanden en andere niet-woningen bestaan beide delen nog wel, met een hoger tarief dan bij woningen.

De WOZ-waarde op je aanslag van 2026 is de waarde die je woning had op 1 januari 2025, de waardepeildatum. De gemeente kijkt dus altijd een jaar terug, en gebruikt daarvoor verkoopprijzen van vergelijkbare woningen rond die datum. Hoe die vergelijking werkt en wat je in het taxatieverslag moet nakijken, staat bij de waarde waarover de OZB wordt berekend. Wil je zien of jouw waarde in de pas loopt met de straat, dan loop je de WOZ-check langs.

WOZ-waardeTarief 0,08%Tarief 0,11%Tarief 0,14%
€ 250.000€ 200€ 275€ 350
€ 350.000€ 280€ 385€ 490
€ 450.000€ 360€ 495€ 630
€ 600.000€ 480€ 660€ 840
€ 800.000€ 640€ 880€ 1.120

Wat je per jaar kwijt bent en hoe je gemeenten vergelijkt

Hoeveel gemeentelijke belastingen je per jaar betaalt, hangt af van drie dingen: de WOZ-waarde van je huis, de tarieven van jouw gemeente en het aantal mensen op het adres. Voor een doorsnee koopwoning met twee bewoners tellen de OZB, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing samen op tot een bedrag van vele honderden euro's per jaar. Het waterschap komt daar met een eigen aanslag nog bij.

De verschillen tussen gemeenten zijn groter dan mensen verwachten, en ze zitten niet alleen in de OZB. Een gemeente die de afvalinzameling duur heeft uitbesteed of veel rioolvervanging voor de boeg heeft, rekent dat door in bestemmingsheffingen die los staan van de waarde van je huis. Twee identieke woningen aan weerszijden van een gemeentegrens kunnen daardoor honderden euro's uit elkaar liggen.

Gemeentelijke belastingen vergelijken doe je met de woonlastenatlas van COELO, die jaarlijks alle gemeenten naast elkaar zet, of met de cijfers op waarstaatjegemeente.nl. Let er wel op dat zulke overzichten met een standaardwoning rekenen; jouw eigen bedrag volgt altijd uit je eigen WOZ-waarde. Voor de opbouw van de aanslag zelf is de gids over de opbouw van je gemeentelijke aanslag de plek om verder te lezen.

Eén of twee personen: waar het aantal bewoners uitmaakt

De aanslag gaat niet per persoon maar per huishouden en per object. Je krijgt één biljet op één naam, ook als je met zijn tweeën eigenaar bent. Bij twee eigenaren kiest de gemeente er één als aanslagbiljetnummerhouder; onderling verrekenen mag je zelf regelen, de gemeente splitst niet.

Het aantal bewoners telt wel mee bij de heffingen die over gebruik gaan. De meeste gemeenten kennen bij de afvalstoffenheffing een eenpersoons- en een meerpersoonstarief, waarbij het verschil vaak enkele tientjes tot ruim honderd euro per jaar bedraagt. Bij een diftar-systeem telt niet je gezinsgrootte maar het aantal keer dat je de container aan de weg zet of de zak in de ondergrondse bak gooit.

Het waterschap werkt met vervuilingseenheden: een eenpersoonshuishouden betaalt één eenheid zuiveringsheffing, twee of meer bewoners betalen er drie. Dat is het scherpste verschil tussen alleen wonen en samenwonen op de hele aanslag. Ga je van één naar twee bewoners, meld dat dan bij de gemeente, want het tarief verandert vanaf de maand na de wijziging en wordt niet met terugwerkende kracht over het hele jaar aangepast.

HeffingHangt af van het aantal bewoners?Toelichting
OZB eigenarenNeeAlleen de WOZ-waarde en het tarief bepalen het bedrag
AfvalstoffenheffingMeestal welApart tarief voor één en voor meer personen, of afrekening per lediging
RioolheffingMeestal nietVast bedrag per aansluiting; alleen gemeenten met een watertarief kijken naar verbruik
HondenbelastingNee, wel van het aantal hondenDe tweede en volgende hond kost vaak meer dan de eerste
Zuiveringsheffing waterschapJaEén vervuilingseenheid alleenwonend, drie eenheden vanaf twee bewoners
Watersysteemheffing ingezetenenNeeEén bedrag per woonruimte, ongeacht hoeveel mensen er wonen

Wanneer de aanslag komt en wanneer je betaalt

De gemeente moet de WOZ-beschikking binnen acht weken na het begin van het kalenderjaar versturen, en koppelt daar in de praktijk meteen de aanslag gemeentelijke belastingen aan vast. De meeste huishoudens hebben het biljet daardoor in februari of maart in de bus. Het aanslagbiljet gaat over het lopende jaar, niet over het jaar dat achter je ligt.

Je betaalt gemeentelijke belastingen dus vooraf, of preciezer: gedurende het jaar waarover ze worden geheven. Voor de OZB telt daarbij alleen de situatie op 1 januari. Wie op die datum eigenaar is, betaalt het volledige jaar, ook als het huis in maart wordt verkocht. Een tijdsevenredige teruggaaf kent de wet voor de OZB niet.

Betalen kan bijna overal in termijnen. Met automatische incasso spreiden gemeenten het bedrag gebruikelijk over acht tot tien maandtermijnen, zodat je de gemeentelijke belastingen per maand betaalt. Zonder incasso gelden meestal twee termijnen, te betalen binnen twee en drie maanden na de dagtekening. Betaal je te laat, dan volgt een aanmaning met kosten en daarna een dwangbevel; die kosten staan in de Kostenwet en worden elk jaar bijgesteld. Welke betaalregelingen jouw gemeente aanbiedt, lees je terug bij de afzonderlijke heffingen op het biljet.

Bezwaar maken tegen de OZB

Bezwaar maken tegen de OZB is gratis en je doet het binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag. Dien het schriftelijk of via het digitale loket van de gemeente in, met je aanslagnummer, het WOZ-objectnummer en de reden waarom je de waarde te hoog vindt. Vraag altijd eerst het taxatieverslag op, want zonder de onderbouwing van de gemeente weet je niet waar je tegen argumenteert.

Bezwaar tegen onroerendgoedbelasting richt zich in de praktijk op de WOZ-waarde en niet op het tarief. Dat tarief staat in een algemeen verbindende verordening, en daar kun je als individuele belastingplichtige niet met succes bezwaar tegen maken. Tegen de aanslag zelf kun je wel opkomen bij een fout in de tenaamstelling, een dubbele aanslag of een heffing die niet voor jou geldt.

Kansrijke bezwaren gaan over feiten: een verkeerd woonoppervlak, een aanbouw die er niet is, achterstallig onderhoud, geluidsoverlast of een vergelijking met woningen die duidelijk niet lijken op de jouwe. De gemeente moet vóór het einde van het kalenderjaar waarin je bezwaar binnenkwam uitspraak doen. Ben je het met die uitspraak oneens, dan volgt beroep bij de rechtbank, waarvoor je wel griffierecht betaalt. Loop voor je begint de controlepunten van de WOZ-check af en verdiep je in de manier waarop de OZB-waarde tot stand komt.

Kwijtschelding en een betalingsregeling

Wie de aanslag niet kan betalen, kan kwijtschelding aanvragen. De gemeente toetst dan aan de landelijke regels uit de Uitvoeringsregeling Invorderingswet: je inkomen wordt vergeleken met een norm die de gemeente zelf tussen 90 en 100 procent van de bijstandsnorm mag leggen, en daarna kijkt de gemeente naar je vermogen. Spaargeld boven een bescheiden grens, een auto van enige waarde of een tweede woning zijn genoeg om de aanvraag te laten stranden.

Voor huiseigenaren is dat vermogenscriterium de bottleneck. De overwaarde in je woning telt mee als vermogen, dus wie een afbetaalde of ruim onder water niet staande hypotheek heeft, komt zelden in aanmerking. Huurders met een minimuminkomen krijgen de kwijtschelding veel vaker toegekend.

Kwijtschelding geldt bovendien alleen voor de heffingen die de gemeente daarvoor heeft aangewezen, meestal de afvalstoffenheffing en de rioolheffing, soms ook de OZB. Wordt je aanvraag afgewezen, dan blijft een betalingsregeling over: vrijwel elke gemeente spreidt het bedrag desgevraagd over meer termijnen zodra je contact opneemt. Wacht daar niet mee tot na de aanmaning, want dan lopen de invorderingskosten al op.

Waarom de gemeentelijke belastingen elk jaar stijgen

De verhoging van gemeentelijke belastingen heeft twee losse oorzaken die vaak door elkaar worden gehaald. De eerste is de kostenkant: afvalverwerking, rioolvervanging en personeel worden duurder, en omdat afvalstoffenheffing en rioolheffing kostendekkend moeten zijn, gaan die tarieven mee omhoog. Die stijging heeft niets met de waarde van je huis te maken.

De tweede oorzaak is de begroting. Gemeenten bepalen eerst hoeveel OZB-opbrengst ze in totaal willen ophalen en leiden daar het tarief uit af. Stijgen de WOZ-waarden in de gemeente gemiddeld met tien procent, dan verlagen ze het tarief zodat de totale opbrengst maar een paar procent groeit. Jouw aanslag stijgt dan hard als jouw woning bovengemiddeld in waarde is gestegen, en nauwelijks als hij achterbleef bij het gemiddelde.

De discussie over de stijging van de gemeentelijke belastingen in 2024 en de jaren erna ging vooral over de bijdrage uit het gemeentefonds, die onder druk staat. Valt er van het Rijk minder geld binnen, dan moeten gemeenten kiezen tussen bezuinigen en de eigen heffingen verhogen. Hoe de waardeontwikkeling in die som doorwerkt, staat verder uitgewerkt bij de waardebepaling voor de OZB.

Verhuizen, verkopen en een tweede woning

Bij verkoop van je huis verrekent de gemeente niets. Wie op 1 januari eigenaar was, blijft de OZB en het eigenarendeel van de rioolheffing over het hele jaar verschuldigd. In de praktijk lost de notaris dat op: in de nota van afrekening staat gebruikelijk een verrekening naar rato van het aantal dagen, zodat de koper zijn deel aan de verkoper vergoedt. Controleer die post, want hij wordt niet altijd meegenomen.

Voor de gebruikersheffingen ligt het anders. Verhuis je naar een andere gemeente, dan verleent je oude gemeente doorgaans ontheffing van de afvalstoffenheffing over de resterende volle maanden en legt de nieuwe gemeente een aanslag op vanaf je aankomst. Binnen dezelfde gemeente verhuizen levert meestal geen ontheffing op. Meld de verhuizing zelf, want de gemeente past het tarief pas aan als de wijziging bekend is.

Houd je een gemeubileerd vakantiehuis aan in een gemeente waar je niet woont, dan kan de forensenbelasting in beeld komen: die geldt als de woning meer dan negentig dagen per jaar voor jou of je gezin beschikbaar is. Aanslagen sneuvelen geregeld op de feiten, bijvoorbeeld als de woning het grootste deel van het jaar aan derden is verhuurd. Een bezwaarschrift tegen de forensenbelasting hoeft geen voorbeeldbrief te volgen: je noemt het aanslagnummer, stelt dat niet aan de negentigdageneis is voldaan en levert bewijs zoals verhuurovereenkomsten of een boekingsoverzicht. Koop je zo'n tweede woning, houd dan rekening met het hoge tarief van de overdrachtsbelasting; wat dat in jouw geval kost, reken je uit met de rekenhulp voor de overdrachtsbelasting.

Woonlasten die niet van de gemeente komen

Op de vraag wat er onder gemeentelijke belastingen valt, is het antwoord vooral leerzaam door wat er níet onder valt. Een flink deel van je vaste woonlasten gaat naar het Rijk of naar het waterschap, en die posten volgen eigen regels en eigen bezwaarwegen.

De grootste rijksposten rond je huis lopen via de aangifte. Het eigenwoningforfait, in 2026 voor de meeste woningen 0,35 procent van de WOZ-waarde, is een bijtelling bij je inkomen en geen gemeentelijke heffing. Wat dat voor jou betekent, reken je door met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait; hoe je het samen met de renteaftrek invult, staat bij de aangifte inkomstenbelasting met een eigen woning.

Ook de belasting op je energie is rijksbelasting, geen gemeentelijke: je betaalt hem via je leverancier in het maandvoorschot, met een vaste korting die de rekening drukt. Hoe die post is opgebouwd lees je bij de energierekening en de belastingen daarop en bij de vermindering van de energiebelasting. Krijg je een woning uit een nalatenschap of van je ouders, dan komt de WOZ-waarde nog een keer langs, nu bij de erfbelasting of de schenkbelasting over een woning, waar dezelfde waarde de grondslag vormt.

Wat je betaaltAan wieWanneer
OZB, afvalstoffenheffing, rioolheffingDe gemeenteElk jaar, aanslag begin van het jaar
Watersysteemheffing en zuiveringsheffingHet waterschapElk jaar, vaak op hetzelfde biljet
Eigenwoningforfait en hypotheekrenteaftrekHet Rijk, via de aangifte inkomstenbelastingElk jaar, verrekend of via een voorlopige aanslag
OverdrachtsbelastingHet Rijk, ingehouden door de notarisEenmalig bij de aankoop
EnergiebelastingHet Rijk, via je energieleverancierElke maand in het voorschot
Erfbelasting of schenkbelasting over een woningHet RijkBij overlijden of bij een schenking

Overdrachtsbelasting

Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Wat een huishouden van twee per jaar en per maand kwijt is

Stel, je woont met twee personen in een koopwoning met een WOZ-waarde van 400.000 euro. Het OZB-tarief van je gemeente is 0,11 procent in 2026, de afvalstoffenheffing voor meerpersoonshuishoudens 360 euro en de rioolheffing 190 euro. Dat zijn aannames, want elke gemeente kiest eigen tarieven. De OZB komt uit op 400.000 × 0,11% = 440 euro. Samen met de twee bestemmingsheffingen is de gemeentelijke aanslag 440 + 360 + 190 = 990 euro over 2026.

Het waterschap stuurt daarnaast een eigen rekening. Bij een watersysteemheffing gebouwd van 0,03 procent betaal je 120 euro, plus een ingezetenenheffing van 100 euro en drie vervuilingseenheden zuiveringsheffing van 75 euro per stuk, samen 225 euro. Het waterschap kost dan 445 euro.

In totaal betaal je 990 + 445 = 1.435 euro over 2026, ongeveer 120 euro per maand. Spreid je alleen de gemeentelijke aanslag via automatische incasso over tien termijnen, dan schrijft de gemeente 99 euro per maand af. Woonde je alleen, dan valt de afvalstoffenheffing lager uit en telt de zuiveringsheffing één eenheid van 75 euro in plaats van drie, wat samen al gauw een paar honderd euro scheelt.

Rekenvoorbeeld

Je WOZ-waarde stijgt tien procent, wat doet de OZB dan

Stel, je WOZ-waarde gaat van 400.000 euro op de aanslag van 2026 naar 440.000 euro het jaar erna, een stijging van tien procent. Bij een tarief van 0,11 procent betaalde je 440 euro. Veel mensen rekenen dan op 484 euro, tien procent meer. Zo werkt het niet.

De gemeente stelt eerst vast hoeveel OZB zij in totaal wil ophalen, bijvoorbeeld drie procent meer dan het jaar ervoor. Stijgen alle woningen in de gemeente gemiddeld tien procent, dan verlaagt de raad het tarief van 0,110 naar 0,103 procent. Jouw aanslag wordt 440.000 × 0,103% = 453 euro, dus 13 euro meer, precies die drie procent.

Steeg jouw woning harder dan het gemeentelijk gemiddelde, bijvoorbeeld twintig procent naar 480.000 euro, dan betaal je 480.000 × 0,103% = 494 euro. Dat is ruim twaalf procent meer dan het jaar ervoor, terwijl je buurman met een gemiddelde stijging op drie procent blijft steken. De waardeontwikkeling van jouw huis ten opzichte van de rest van de gemeente bepaalt dus je aanslag, niet de stijging op zichzelf.

Rekenvoorbeeld

Wat een geslaagd bezwaar over één jaar oplevert

Stel, je WOZ-waarde van 400.000 euro wordt na bezwaar verlaagd naar 370.000 euro, omdat in het taxatieverslag een woonoppervlak stond dat dertig vierkante meter te hoog was. De verlaging van 30.000 euro werkt op drie plekken door.

De OZB daalt bij een tarief van 0,11 procent in 2026 met 30.000 × 0,11% = 33 euro. De watersysteemheffing gebouwd van het waterschap daalt bij 0,03 procent met 9 euro. Het eigenwoningforfait is in 2026 voor woningen in deze prijsklasse 0,35 procent: de bijtelling gaat van 1.400 naar 1.295 euro, dus 105 euro omlaag. Valt dat bij jou tegen een tarief van 37 procent weg in box 1, dan scheelt het ongeveer 39 euro belasting.

Samen levert het bezwaar over dat ene jaar 33 + 9 + 39 = 81 euro op. Dat lijkt bescheiden, maar de gecorrigeerde objectkenmerken blijven in het bestand staan, dus de fout werkt niet elk volgend jaar opnieuw door. Het bezwaar zelf kostte alleen je eigen tijd, want de gemeente rekent geen kosten voor de behandeling.

Veelgemaakte fouten

De aanslag laten liggen tot de zes weken voorbij zijn

Na de bezwaartermijn staat de WOZ-waarde voor dat hele jaar vast. Je betaalt dan een jaar lang te veel OZB, te veel watersysteemheffing en een te hoge bijtelling in de aangifte. Een verzoek om ambtshalve vermindering is nog mogelijk, maar de gemeente hoeft daar veel minder ver in mee te gaan.

Bezwaar maken tegen het OZB-tarief in plaats van tegen de waarde

Het tarief staat in de belastingverordening van de gemeenteraad en is niet met een individueel bezwaar aan te vechten. Wie zijn bezwaarschrift alleen op de hoogte van het tarief baseert, krijgt het ongegrond terug en heeft ondertussen de kans op een waardeverlaging laten lopen.

Denken dat een hogere WOZ-waarde evenveel meer OZB betekent

Gemeenten sturen op de totale opbrengst en verlagen het tarief als de waarden stijgen. Wie op basis van de nieuwe waarde een forse verhoging vreest en direct bezwaar maakt, doet dat soms zonder inhoudelijk argument. Kijk eerst wat het nieuwe tarief met je aanslag doet.

Bij verkoop rekenen op verrekening door de gemeente

De gemeente kijkt alleen naar de eigenaar op 1 januari en geeft niets terug bij verkoop in de loop van het jaar. Staat de verrekening niet in de nota van afrekening van de notaris, dan draagt de verkoper de OZB over maanden waarin hij er allang niet meer woont.

Een verhuizing of gezinswijziging niet doorgeven

Het eenpersoons- of meerpersoonstarief voor de afvalstoffenheffing en de vervuilingseenheden van het waterschap volgen uit de inschrijving. Blijft een vertrokken huisgenoot ingeschreven staan, dan betaal je onnodig het hogere tarief, en aanpassing gaat zelden met terugwerkende kracht over het hele jaar.

Wachten met betalen tot er een aanmaning komt

Zodra de betaaltermijn verstrijkt, volgen aanmaningskosten en daarna de kosten van een dwangbevel, allebei vastgelegd in de Kostenwet. Een betalingsregeling vragen kan bijna altijd, maar alleen zolang de invordering nog niet is gestart. Bellen voordat de termijn afloopt scheelt geld.

Veelgestelde vragen

Wat is gemeentelijke belasting?

Gemeentelijke belasting is het geld dat je gemeente zelf bij inwoners en eigenaren heft om voorzieningen te betalen die zij verzorgt: wegen, groen, verlichting, afvalinzameling, riolering en de eigen dienstverlening. De Gemeentewet bepaalt welke heffingen mogen bestaan, de gemeenteraad besluit welke daarvan worden ingevoerd en tegen welk tarief. Voor huiseigenaren is de onroerendezaakbelasting over de WOZ-waarde de grootste post.

Welke gemeentelijke belastingen zijn er?

De vaste drie voor een huishouden zijn de onroerendezaakbelasting, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Daaromheen bestaan hondenbelasting, forensenbelasting, toeristenbelasting, parkeerbelasting, precariobelasting, reclamebelasting, roerenderuimtebelasting en leges voor vergunningen en documenten. Welke jouw gemeente heft, staat in de belastingverordening die elke gemeente jaarlijks publiceert. Het waterschap heft los daarvan zijn eigen watersysteem- en zuiveringsheffing.

Wat valt er onder gemeentelijke belastingen en wat niet?

Alleen de heffingen die de gemeente zelf oplegt vallen eronder. De waterschapsbelasting hoort er strikt genomen niet bij, ook al staat hij vaak op hetzelfde biljet. De overdrachtsbelasting bij aankoop, het eigenwoningforfait in je aangifte en de energiebelasting op je energierekening zijn rijksbelastingen. Dat onderscheid is praktisch van belang, want je maakt bezwaar bij de instantie die de heffing oplegt.

Waarom betaal je gemeentelijke belastingen?

Omdat het gemeentefonds van het Rijk niet de hele begroting dekt. Met eigen heffingen vult de gemeente het verschil aan en houdt zij ruimte voor eigen keuzes. De opbrengst van de onroerendezaakbelasting gaat naar de algemene middelen, waaruit de raad zelf bepaalt wat er wordt betaald. De afvalstoffenheffing en de rioolheffing zijn gebonden aan hun eigen taak en mogen niet meer opbrengen dan die taak kost.

Wanneer moet je de gemeentelijke belastingen betalen?

Het aanslagbiljet komt meestal in februari of maart, omdat de gemeente de WOZ-beschikking binnen acht weken na de jaarwisseling moet versturen. Betaal je met automatische incasso, dan wordt het bedrag gebruikelijk over acht tot tien maandtermijnen gespreid. Zonder incasso gelden meestal twee termijnen, te betalen binnen twee en drie maanden na de dagtekening. De exacte data staan op het biljet zelf.

Betaal je gemeentelijke belastingen vooraf of achteraf?

Vooraf, in de zin dat de aanslag over het lopende kalenderjaar gaat en al aan het begin van dat jaar wordt opgelegd. De aanslag van 2026 dekt dus het jaar 2026 en niet 2025. Voor de onroerendezaakbelasting telt daarbij de situatie op 1 januari: wie op die dag eigenaar is, betaalt het volledige jaar, ook bij verkoop in februari.

Hoe worden gemeentelijke belastingen berekend?

Per heffing anders. De onroerendezaakbelasting is een percentage van je WOZ-waarde: waarde maal tarief. De afvalstoffenheffing is een vast bedrag per huishouden, vaak met een apart tarief voor één en voor meer bewoners, en bij diftar deels afhankelijk van het aantal ledigingen. De rioolheffing is meestal een vast bedrag per aansluiting, soms gekoppeld aan het waterverbruik. De tarieven staan in de verordening van jouw gemeente.

Zijn gemeentelijke belastingen per persoon of per huishouden?

Per huishouden en per object. Je krijgt één aanslagbiljet op één naam, ook als twee mensen samen eigenaar zijn; onderling verrekenen doe je zelf. Het aantal bewoners telt alleen mee bij heffingen die over gebruik gaan, zoals de afvalstoffenheffing en de zuiveringsheffing van het waterschap. De onroerendezaakbelasting verandert niet als er iemand bij komt wonen.

Verschillen de gemeentelijke belastingen bij 1 of 2 personen?

Ja, op twee punten. Veel gemeenten kennen bij de afvalstoffenheffing een eenpersoons- en een meerpersoonstarief, met een verschil dat kan oplopen van enkele tientjes tot ruim honderd euro per jaar. Het waterschap rekent bij alleenwonenden één vervuilingseenheid zuiveringsheffing en vanaf twee bewoners drie eenheden, wat het scherpste verschil op de hele aanslag is. De OZB en de rioolheffing blijven meestal gelijk.

Hoeveel gemeentelijke belastingen betaal je per jaar?

Dat hangt af van je WOZ-waarde, de tarieven van jouw gemeente en het aantal bewoners. Voor een koopwoning met twee bewoners tellen OZB, afvalstoffenheffing en rioolheffing samen op tot vele honderden euro's per jaar, met het waterschap er nog naast. Reken je eigen bedrag na met het tarief uit de verordening van 2026 maal je WOZ-waarde, plus de vaste heffingen van het biljet.

Kun je gemeentelijke belastingen per maand betalen?

Bijna overal wel, via automatische incasso. Gemeenten spreiden het bedrag gebruikelijk over acht tot tien maandtermijnen die vanaf het voorjaar lopen. Machtig je de gemeente niet, dan blijven er meestal twee termijnen over. Bij betalingsproblemen kun je vragen om een langere regeling; doe dat voordat de betaaltermijn afloopt, want daarna komen er aanmaningskosten bij.

Hoe maak je bezwaar tegen de OZB?

Binnen zes weken na de dagtekening van de aanslag, schriftelijk of via het digitale loket van de gemeente. Vermeld het aanslagnummer en het WOZ-objectnummer, vraag het taxatieverslag op en onderbouw waarom de waarde te hoog is met feiten: een verkeerd woonoppervlak, achterstallig onderhoud of vergelijkingswoningen die niet op de jouwe lijken. Bezwaar maken kost niets en de gemeente moet vóór het einde van dat kalenderjaar uitspraak doen.

Kun je bezwaar maken tegen de onroerend goed belasting zelf?

Tegen de aanslag wel, tegen het tarief niet. Het tarief staat in een verordening van de gemeenteraad en die kun je als individuele belastingplichtige niet via bezwaar aanvechten. Wat wel kan: bezwaar tegen een verkeerde tenaamstelling, een dubbele aanslag, een heffing voor een pand dat je niet bezit, of tegen de WOZ-waarde waarop de aanslag rust. Dat laatste is in de praktijk de route die geld oplevert.

Moet je een no-cure-no-pay-bureau inschakelen voor bezwaar tegen de OZB?

Het hoeft niet. Zo'n bureau maakt bezwaar namens jou en verdient aan de proceskostenvergoeding die de gemeente bij succes moet betalen. Die vergoeding is in WOZ-zaken sinds 1 januari 2024 fors verlaagd en wordt aan de belanghebbende zelf uitbetaald. Zelf bezwaar maken kost een avond werk en levert precies hetzelfde resultaat op, met kortere lijnen naar de taxateur van de gemeente.

Hoe kun je gemeentelijke belastingen vergelijken tussen gemeenten?

Met de jaarlijkse woonlastenatlas van COELO, die alle gemeenten naast elkaar zet, of met de cijfers op waarstaatjegemeente.nl. Zulke overzichten rekenen met een standaardwoning, dus gebruik ze om de richting te zien en niet om je eigen aanslag te voorspellen. Voor een exacte vergelijking pak je de belastingverordeningen van beide gemeenten en vul je je eigen WOZ-waarde in.

Waarom stijgen de gemeentelijke belastingen elk jaar?

Twee oorzaken lopen door elkaar. De kosten van afvalverwerking, riolering en personeel stijgen, en omdat die heffingen kostendekkend moeten zijn, gaan de tarieven mee omhoog. Daarnaast staat de bijdrage uit het gemeentefonds onder druk, waardoor gemeenten kiezen tussen bezuinigen en meer OZB heffen. De discussies over de verhoging in 2024 en de jaren erna gingen vooral over dat tweede punt.

Wat gebeurt er met de gemeentelijke belastingen bij verkoop van je huis?

De gemeente verrekent niets. Wie op 1 januari eigenaar was, betaalt de OZB en het eigenarendeel van de rioolheffing over het volledige jaar. De notaris verrekent dat bij de overdracht gebruikelijk naar rato van het aantal dagen in de nota van afrekening, zodat de koper zijn deel vergoedt. De afvalstoffenheffing loopt anders: verhuis je naar een andere gemeente, dan krijg je meestal ontheffing over de resterende volle maanden.

Hoe schrijf je een bezwaarschrift tegen de forensenbelasting?

Naar een voorbeeld van een standaardbrief hoef je niet te zoeken, want de inhoud telt en niet de vorm. Noem je naam, adres, het aanslagnummer en de dagtekening, en geef aan waarom de heffing niet klopt. Meestal draait het om de eis dat je de gemeubileerde woning meer dan negentig dagen per jaar voor jezelf beschikbaar houdt: was het huis het grootste deel van het jaar verhuurd aan derden, dan is daar niet aan voldaan. Voeg boekingsoverzichten of verhuurcontracten toe en dien het in binnen zes weken na de dagtekening.

Betaalt een huurder ook gemeentelijke belastingen?

Ja, maar niet dezelfde. Het gebruikersdeel van de OZB op woningen is per 2006 afgeschaft, dus huurders krijgen geen OZB-aanslag; die betaalt de verhuurder als eigenaar. De afvalstoffenheffing en meestal het gebruikersdeel van de rioolheffing komen wel bij de huurder terecht, net als de zuiveringsheffing van het waterschap. Bij servicekosten kan een deel daarvan via de verhuurder lopen.

Krijg je kwijtschelding van gemeentelijke belastingen als huiseigenaar?

Zelden. De gemeente toetst eerst je inkomen aan een norm rond de bijstandsnorm en kijkt daarna naar vermogen, en de overwaarde van een koopwoning telt daarbij mee. Wie een huis heeft met noemenswaardige overwaarde, krijgt de aanvraag vrijwel altijd afgewezen. Blijft betalen lastig, vraag dan een ruimere betalingsregeling aan; die staat los van de inkomens- en vermogenstoets voor kwijtschelding.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Gemeentelijke belastingen zijn het domein waar je een adviseur het minst nodig hebt. Het taxatieverslag opvragen, de objectkenmerken nalopen en zelf bezwaar maken kost een avond en is gratis; een no-cure-no-pay-bureau doet hetzelfde werk en verdient aan de proceskostenvergoeding, die in WOZ-zaken sinds 2024 fors is verlaagd. Bel bij twijfel eerst de taxateur van je eigen gemeente, want een aantoonbare fout wordt vaak zonder procedure hersteld. Betaalde hulp begint zin te krijgen bij bijzondere objecten: een monument, een woonboerderij, een pand met bedrijfsruimte of een woning met flinke schade. Een eigen taxatie of een taxateur die het verslag beoordeelt kost al snel enkele honderden euro's, dus dat loont pas als er een groot waardeverschil op het spel staat. Voor beroep bij de rechtbank, waar griffierecht bij komt kijken, en bij samenloop met verhuur of bedrijfsmatig gebruik is een fiscalist of belastingadviseur de aangewezen partij. Loopt de vraag door naar je aangifte, dan vind je de weg via het overzicht van belastingen rond de eigen woning en de WOZ-check.