Naar de inhoud
Rekenhulpen

Huizenprijzen grafiek: de lijn sinds 1995 en hoe je hem leest

9 minuten lezen Woningmarkt & huizenprijzen Bijgewerkt 22 augustus 2026
dehuisgids.nl HUIS KOPEN Huizenprijzen grafiek

De prijsindex van bestaande koopwoningen stond in juli 2026 op 156,7 (2020 = 100), 3,9 procent hoger dan een jaar eerder. De lijn stijgt dus nog, maar minder steil dan in januari 2026, toen het jaarcijfer nog 5,4 procent was. In de reeks sinds 1995 zitten twee dalingen: een van 20,6 procent tussen augustus 2008 en juni 2013, en een van 6,2 procent tussen juli 2022 en mei 2023. Reken je de inflatie eruit, dan is een woning sinds 1996 niet vijf keer maar ruim twee keer zo duur geworden.

9 minuten
  • 156,7 juli 2026 prijsindex bestaande koopwoningen, 2020 = 100
  • +3,9% juli 2026 prijsstijging ten opzichte van een jaar eerder
  • € 500.988 juli 2026 gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning
  • -20,6% 2008-2013 de diepste daling in de hele reeks, van piek tot dal
  • +139% 1996-2025 prijsstijging na correctie voor inflatie

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat de grafiek van de huizenprijzen nu laat zien

De lijn loopt in de zomer van 2026 nog steeds omhoog, alleen een stuk vlakker dan twee jaar geleden. De prijsindex van bestaande koopwoningen stond in juli 2026 op 156,7 met 2020 als basisjaar, en dat is 3,9 procent hoger dan in juli 2025. In januari 2026 was dat jaarcijfer nog 5,4 procent, dus de stijging koelt elke maand een beetje af. Wat er achter die afkoeling zit aan vraag, aanbod en rente staat op de pagina over de woningmarkt en de huizenprijzen.

Naast de index tekent bijna elke publicatie ook de gemiddelde verkoopprijs. Die kwam in juli 2026 voor het eerst boven een half miljoen uit, op 500.988 euro, maar hij beweegt van maand tot maand veel grilliger. In februari 2026 lag hij op 487.768 euro, lager dan in januari, terwijl de index in diezelfde maand juist iets steeg.

Onderaan de grafiek staat meestal het aantal verkochte woningen, en die staafjes vertellen hun eigen verhaal. December is standaard de drukste maand van het jaar, met 27.154 transacties in december 2025, en januari of februari de rustigste. Wie een maandgrafiek leest zonder dat seizoenspatroon te kennen, ziet omslagpunten die er niet zijn.

Gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning
0 100.000 200.000 300.000 400.000 500.000 1995 1999 2003 2007 2011 2015 2019 2025

euro per woning bron: CBS en Kadaster augustus 2026

MaandPrijsindex (2020 = 100)Verandering t.o.v. jaar eerderGemiddelde verkoopprijsVerkochte woningen
Augustus 2025151,6+7,9%€ 486.19019.459
September 2025151,6+7,0%€ 489.07221.934
Oktober 2025152,3+6,6%€ 498.99621.849
November 2025152,8+6,1%€ 477.53118.224
December 2025151,4+5,8%€ 480.05127.154
Januari 2026153,3+5,4%€ 493.87518.893
Februari 2026153,5+5,4%€ 487.76817.675
Maart 2026154,0+5,0%€ 494.60519.381
April 2026154,0+4,3%€ 486.10119.454
Mei 2026154,9+4,4%€ 487.38319.120
Juni 2026155,9+4,1%€ 496.23520.378
Juli 2026156,7+3,9%€ 500.98822.241

Gecontroleerd op CBS en Kadaster, cijfers tot en met juli 2026

De prijsindex en de gemiddelde verkoopprijs zijn twee verschillende lijnen

In vrijwel elke grafiek over huizenprijzen zitten twee reeksen verstopt die iets anders meten. De prijsindex vergelijkt woningen met vergelijkbare kenmerken door de tijd heen en corrigeert dus voor de mix van wat er toevallig verkocht is. De gemiddelde verkoopprijs is de totale verkoopwaarde gedeeld door het aantal verkochte woningen, zonder enige correctie.

Dat verschil zie je meteen terug in de grilligheid van de lijnen. Worden er in een maand veel vrijstaande huizen verkocht, dan schiet het gemiddelde omhoog terwijl geen enkele woning duurder werd. Voor de vraag hoeveel jouw huis in waarde is gestegen, is de index de betere maatstaf; voor de vraag wat kopers werkelijk hebben neergeteld, gebruik je de gemiddelde huizenprijs in Nederland.

Er bestaat nog een derde lijn die je in het nieuws tegenkomt: de mediane prijs, het bedrag waar precies de helft van de verkopen onder zit. Die ligt lager dan het gemiddelde, omdat een handvol miljoenenwoningen het gemiddelde omhoog trekt en de mediaan niet. Welke van de drie een grafiek gebruikt, staat in de as-titel of in de voetnoot, en het scheelt zomaar tienduizenden euro's.

Wat je vergelijktPrijsindexGemiddelde verkoopprijs
Wat de lijn meetWaardeontwikkeling van vergelijkbare woningenWat er gemiddeld per woning is betaald
Gevoelig voor de mix van verkochte woningenNee, daar wordt voor gecorrigeerdJa, sterk
Beweging van maand op maandVloeiendGrillig, tot enkele procenten heen en weer
Uitgedrukt inIndexpunten ten opzichte van een basisjaarEuro's
Waarvoor je hem gebruiktWaardestijging van je eigen woning inschattenJe koopbudget en je verwachting bij een bod

Gecontroleerd op augustus 2026

Staat er in een grafiek alleen "huizenprijzen" zonder verdere toelichting, kijk dan naar de eenheid op de verticale as. Indexpunten rond de honderd wijzen op een prijsindex, bedragen in tonnen op de gemiddelde verkoopprijs.

De hele reeks sinds 1995 in één tabel

Het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Kadaster meten de prijzen van bestaande koopwoningen sinds januari 1995. Die reeks is de basis van vrijwel elke prijsgrafiek die je in Nederland tegenkomt, ook als er de naam van een bank of makelaar boven staat. In 1995 betaalde een koper gemiddeld 93.750 euro; in 2025 was dat 479.527 euro, ruim vijf keer zoveel.

De stijging verliep in golven. Tussen 1995 en 2000 ging het hard, met een piek van 17,8 procent in 2000, waarna de markt in twee stappen afkoelde: 11,2 procent in 2001, 6,2 procent in 2002 en daarna zes jaren op rij, van 2003 tot en met 2008, met een stijging tussen de drie en vijf procent. Vanaf 2009 daalden de prijzen vijf jaar op rij, en vanaf 2014 begon een nieuwe klim die in 2021 op 15,1 procent uitkwam.

Wie de stijging van de huizenprijzen per jaar in een aparte grafiek zet, ziet dat patroon nog scherper: acht jaren met een stijging van tien procent of meer, zes jaren met een min, en de rest daartussenin. Het aantal verkopen beweegt niet netjes mee met de prijs. In 2022 stegen de prijzen nog met 13,3 procent terwijl het aantal transacties met bijna drieëndertigduizend woningen terugliep, en in 2025 werden juist 238.695 woningen verkocht, het hoogste aantal sinds 2017. Hoe die twee reeksen zich tot elkaar verhouden staat uitgewerkt bij de opbouw van de huizenmarkt.

Prijsindex bestaande koopwoningen, 1995 tot en met 2025
0 50 100 150 1995 1999 2003 2007 2011 2015 2019 2025 piek 2008 dal 2013 piek 2022

index, 2020 = 100 bron: CBS StatLine augustus 2026

JaarPrijsindex (2020 = 100)Verandering t.o.v. jaar eerderGemiddelde verkoopprijsVerkochte woningen
199529,6n.v.t.€ 93.750154.568
199632,6+10,0%€ 102.607175.751
199736,3+11,5%€ 113.163185.634
199840,1+10,5%€ 124.540192.622
199946,5+15,8%€ 144.778204.538
200054,8+17,8%€ 172.050189.358
200160,9+11,2%€ 188.397195.737
200264,7+6,2%€ 199.752198.386
200367,1+3,7%€ 204.829193.406
200469,9+4,2%€ 212.723191.941
200572,6+3,9%€ 222.706206.629
200675,9+4,5%€ 235.843209.767
200779,2+4,3%€ 248.325202.401
200881,7+3,2%€ 254.918182.392
200979,1-3,2%€ 238.259127.532
201077,5-2,0%€ 239.530126.127
201175,7-2,3%€ 240.059120.739
201271,0-6,3%€ 226.661117.261
201366,5-6,3%€ 213.353110.094
201467,3+1,2%€ 222.218153.511
201569,5+3,3%€ 230.194178.293
201673,3+5,5%€ 243.837214.793
201779,3+8,1%€ 263.295241.860
201886,6+9,2%€ 287.267218.491
201992,7+7,0%€ 307.978218.595
2020100,0+7,9%€ 334.488235.511
2021115,1+15,1%€ 386.714226.087
2022130,4+13,3%€ 428.591193.103
2023126,6-2,9%€ 416.153182.403
2024137,7+8,7%€ 450.985206.458
2025149,5+8,6%€ 479.527238.695

Gecontroleerd op CBS en Kadaster, jaarcijfers 1995 tot en met 2025

De twee dalingen in de grafiek: 2008 en 2022

De reeks kent twee momenten waarop de lijn omlaag knikt, en ze verschillen enorm in diepte en duur. De eerste piek lag in augustus 2008, met een index van 82,6. Daarna zakte de lijn bijna vijf jaar lang door tot 65,6 in juni 2013, een daling van 20,6 procent van piek tot dal.

Het herstel duurde nog veel langer dan de daling zelf. Pas in januari 2018 kwam de index weer boven het niveau van augustus 2008 uit, zo'n negen en een half jaar na de piek. Het aantal verkopen zakte in dezelfde periode van 182.392 woningen in 2008 naar 110.094 in 2013, en dat is de reden dat veel huiseigenaren toen vastzaten: verkopen kon vaak alleen met verlies. Voor wie nu een huis gaat kopen is dat vooral een les over hoe lang een dal kan duren.

De tweede knik is een stuk milder. Na de piek van juli 2022 op 132,9 zakte de index tot 124,6 in april en mei 2023, een daling van 6,2 procent, en in april 2024 stond hij alweer boven de oude piek. In juli 2026 lag de index 17,9 procent boven het niveau van juli 2022. Een grafiek die pas in 2015 begint, laat die eerste diepe daling helemaal niet zien.

KenmerkDaling 2008-2013Daling 2022-2023
PiekAugustus 2008, index 82,6Juli 2022, index 132,9
DalJuni 2013, index 65,6April en mei 2023, index 124,6
Daling van piek tot dal20,6 procent6,2 procent
Duur van de dalingVier jaar en tien maandenNegen maanden
Oude piek weer bereiktJanuari 2018April 2024
Verkopen in het dieptepuntjaar110.094 woningen in 2013182.403 woningen in 2023

Gecontroleerd op CBS en Kadaster, cijfers tot en met juli 2026

Een grafiek die begint bij 2013 of 2015 laat alleen de klim zien en suggereert daarmee dat huizenprijzen altijd stijgen. Kies bij een reeks over waardeontwikkeling altijd een startjaar vóór 2008, anders mist de vorige crisis volledig in beeld.

Dezelfde grafiek, maar dan gecorrigeerd voor inflatie

Een reeks van dertig jaar in euro's van toen vergelijkt appels met peren, want een euro uit 1996 kocht bijna twee keer zoveel als een euro uit 2025. Reken je elke gemiddelde verkoopprijs om naar het prijspeil van 2025, met de consumentenprijsindex van het CBS, dan krijgt de grafiek een heel andere vorm. De stijging van 1996 tot 2025 is dan geen 367 procent maar 139 procent.

De correctie verandert vooral het oordeel over de crisisjaren. Nominaal daalde de gemiddelde verkoopprijs tussen 2008 en 2013 met 16,3 procent, van 254.918 naar 213.353 euro. In euro's van 2025 was dat een daling van 24 procent, omdat de prijzen in de winkels in diezelfde vijf jaar wel doorstegen.

Ook aan het einde van de reeks zet de inflatiecorrectie het beeld op scherp. Nominaal ligt de gemiddelde verkoopprijs van 2025 bijna twaalf procent boven die van 2022; gecorrigeerd voor inflatie is het verschil nog geen procent. De hoge inflatie van 2022 en 2023 at het grootste deel van die prijsstijging op. Hoe verschillende partijen woningprijzen meten en presenteren staat bij het meten van woningprijzen.

JaarGemiddelde verkoopprijs in euro's van dat jaarOmgerekend naar het prijspeil van 2025
1996€ 102.607€ 200.273
2000€ 172.050€ 308.434
2005€ 222.706€ 353.055
2008€ 254.918€ 383.817
2013€ 213.353€ 291.637
2020€ 334.488€ 418.647
2022€ 428.591€ 474.934
2023€ 416.153€ 444.108
2024€ 450.985€ 465.694
2025€ 479.527€ 479.527

Gecontroleerd op CBS, gemiddelde verkoopprijs en consumentenprijsindex, jaarcijfers tot en met 2025

Waarom hetzelfde jaar in twee grafieken een ander getal krijgt

Het meest verwarrende aan prijsgrafieken is het basisjaar. Het CBS heeft de prijsindex de afgelopen jaren twee keer omgezet: eerst 2010 = 100, daarna 2015 = 100 en sinds kort 2020 = 100. Het jaar 2022 heeft daardoor de waarde 130,4 in de huidige reeks en 185,6 in de oude reeks met 2015 als basis, terwijl het over precies dezelfde woningen gaat.

Omrekenen kan gelukkig zonder de brondata. Deel elk indexcijfer door het indexcijfer van je nieuwe basisjaar en vermenigvuldig met honderd, dan staan twee reeksen weer naast elkaar. Alleen een grafiek waarin twee basisjaren door elkaar lopen is onbruikbaar, en dat gebeurt vaker dan je denkt in overzichten die uit meerdere bronnen zijn geplakt.

Het tweede verschil zit in het meetmoment. Het CBS en het Kadaster tellen de dag waarop de akte bij de notaris passeert, de NVM telt het moment waarop koper en verkoper tekenen. Daardoor loopt de NVM twee tot drie maanden voor: in het tweede kwartaal van 2026 kwam de NVM op een gemiddelde transactieprijs van 506.000 euro, tegen 490.020 euro bij het Kadaster over hetzelfde kwartaal. Twee lijnen uit die twee bronnen in één grafiek zetten levert een omslagpunt op dat er niet is. Datzelfde geldt voor het door elkaar halen van nieuwbouw en bestaande bouw, die in de opbouw van de huizenmarkt hun eigen reeks hebben.

Let ook op de verticale as

Een grafiek waarvan de verticale as niet bij nul begint, maakt van een daling van drie procent een ravijn. Dat is niet per se misleidend, want bij een index rond de 150 zou een as vanaf nul alle beweging platdrukken, maar je moet het wel zien. Kijk daarom eerst naar de laagste waarde op de as en pas daarna naar de vorm van de lijn.

Bij reeksen van twintig jaar of langer werkt een logaritmische schaal beter dan een gewone. Op zo'n schaal is een stijging van tien procent overal even hoog, zowel van 30 naar 33 als van 130 naar 143. Op een gewone schaal lijken de jaren negentig altijd rustiger dan ze in procenten waren.

Waar je de grafieken vindt en zelf maakt

De brondata zijn gratis en voor iedereen toegankelijk. Op StatLine, de databank van het CBS, staat de tabel met de verkoopprijzen en de prijsindex van bestaande koopwoningen op basis 2020 = 100, per maand en per jaar vanaf 1995. Je kunt daar zelf een periode kiezen, de reeks als grafiek tonen en de cijfers als bestand downloaden.

Wil je de cijfers in een eigen spreadsheet, dan haal je dezelfde tabel via de open data-service van het CBS binnen. Het Kadaster publiceert daarnaast een vastgoeddashboard met de prijzen per provincie en per gemeente, en De Nederlandsche Bank geeft langere reeksen waarin de woningprijzen naast de hypotheekrente en de schuldontwikkeling staan.

Een eigen grafiek maken is daarna een kwestie van drie kolommen: de maand of het jaar, het indexcijfer en eventueel het aantal verkopen als staafjes op een tweede as. Zet het jaarpercentage in een aparte grafiek en niet in dezelfde, want een reeks in procenten en een reeks in indexpunten delen geen schaal. Voor de vertaling naar wat een woning in jouw regio kost, gebruik je liever de regionale cijfers dan het landelijke gemiddelde, zoals uitgelegd bij de gemiddelde huizenprijs per provincie en gemeente.

BronWat je er vindtMeetmomentHoe ver terug
CBS StatLinePrijsindex, gemiddelde verkoopprijs en aantal verkopen, landelijk en regionaalPasseren van de akteVanaf januari 1995
Open data-service van het CBSDezelfde reeksen als bestand voor je eigen grafiekPasseren van de akteVanaf januari 1995
Vastgoeddashboard van het KadasterPrijzen en transacties per provincie en gemeente, met kaartPasseren van de akteVanaf 1995, per gemeente korter
NVMGemiddelde transactieprijs per kwartaal en de looptijd van het aanbodTekenen van de koopovereenkomstVanaf 1985
De Nederlandsche BankWoningprijzen naast hypotheekrente en hypotheekschuldDiverseZeer lange reeksen

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat de lijn betekent voor je eigen koopbudget

Een percentage in een grafiek wordt pas concreet als je het op jouw prijsniveau zet. Een stijging van 3,9 procent kost bij een woning van 300.000 euro zo'n 11.700 euro extra en bij een woning van 600.000 euro ruim 23.400 euro. Dezelfde lijn raakt de ene koper dus twee keer zo hard als de andere.

De kosten koper bewegen deels mee met de prijs en deels niet. De overdrachtsbelasting is in 2026 2 procent als je de woning zelf voor langere tijd gaat bewonen en 8 procent als dat niet zo is; dat percentage stijgt evenredig mee met de prijs, terwijl de notariskosten, de taxatie en het hypotheekadvies vaste bedragen zijn. Reken je situatie door met de rekenhulp voor de kosten koper, want dat bedrag betaal je uit eigen geld en niet uit je hypotheek.

Voor starters zit er nog een drempel in de grafiek verstopt. De startersvrijstelling voor de overdrachtsbelasting geldt in 2026 voor kopers van 18 tot 35 jaar die de woning zelf voor langere tijd gaan bewonen en de vrijstelling niet eerder gebruikten, tot een woningwaarde van 555.000 euro; die grens beweegt niet met dezelfde snelheid mee als de prijzen. Wie boven die grens uitkomt, betaalt in één klap 2 procent over de hele koopsom. Wat er nog meer verandert als de markt beweegt, staat bij de gids over een huis kopen.

De grafiek zegt niets over de toekomst. Een lijn die vijf jaar omhoog liep, is geen belofte voor volgend jaar: in 2008 en in 2022 knikte de lijn om binnen enkele maanden nadat hij nog op zijn steilst stond.

Zo lees je een prijsgrafiek zonder jezelf voor de gek te houden

Zes controles die je in twee minuten doet en die de meeste misverstanden voorkomen.

  1. Kijk eerst welke reeks er getekend is

    Zoek de as-titel of de voetnoot en stel vast of je naar een prijsindex, een gemiddelde verkoopprijs of een mediaan kijkt. Die drie bewegen anders en geven bij dezelfde maand een ander antwoord op de vraag hoeveel de prijzen zijn gestegen.

  2. Controleer het basisjaar en het meetmoment

    Bij een index staat er 2010 = 100, 2015 = 100 of 2020 = 100 bij; zonder dat gegeven kun je twee grafieken niet vergelijken. Kijk daarna of de cijfers van het Kadaster komen, dat de akte telt, of van de NVM, die het tekenen van de koopovereenkomst telt.

  3. Kies een periode die bij je vraag past

    Voor de vraag of de markt afkoelt, gebruik je twaalf maanden. Voor de vraag wat je woning waard is geworden, neem je de periode sinds je aankoop. Voor de vraag hoe risicovol de markt is, begin je vóór 2008, want anders mis je de enige echt diepe daling in de reeks.

  4. Zet de inflatie ernaast bij reeksen boven de tien jaar

    Deel elke prijs door de consumentenprijsindex van dat jaar en vermenigvuldig met de index van het huidige jaar. De crisis van 2008 wordt daardoor dieper en de recente jaren worden vlakker, en dat is het eerlijke beeld.

  5. Zoom in op je eigen provincie of gemeente

    Het landelijke cijfer verbergt verschillen van meer dan tweehonderdduizend euro tussen provincies. De regionale woningprijzen geven een realistischer beeld van wat jij betaalt, zeker als je in een gemeente zoekt waar weinig woningen per jaar verkocht worden.

  6. Vertaal het percentage naar euro's in je eigen plan

    Zet het jaarpercentage om naar een bedrag op jouw prijsniveau en tel de kosten koper erbij op. Pas dan weet je of een beweging in de grafiek jouw plannen überhaupt raakt, want een procent op de index is iets heel anders dan een procent op je maandlast.

Kosten koper

Vul de koopsom in en zie per post wat je aan overdrachtsbelasting, notaris, advies en keuringen kwijt bent. Open de volledige kosten koper

Loop dit na voordat je een prijsgrafiek vertrouwt

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Van 3,9 procent op de grafiek naar euro's in je aankoop

Stel, je kijkt naar een woning van 450.000 euro en de index stijgt met 3,9 procent per jaar, het tempo van juli 2026. Over een jaar kost diezelfde woning dan 450.000 × 1,039 = 467.550 euro, oftewel 17.550 euro meer. Die 17.550 euro kun je in beginsel meefinancieren: een hypotheek mag op grond van artikel 5 van de Tijdelijke regeling hypothecair krediet maximaal 100 procent van de woningwaarde bedragen, met een uitzondering tot 106 procent voor energiebesparende voorzieningen. Of het lukt, hangt daarnaast af van wat je inkomen toelaat.

De kosten koper schuiven deels mee. De overdrachtsbelasting van 2 procent gaat van 9.000 naar 9.351 euro, en daar komen de vaste posten bij: ongeveer 700 euro voor de leveringsakte, 600 euro voor de hypotheekakte, tweemaal 103,50 euro inschrijving bij het Kadaster, 500 euro taxatie en rond 2.500 euro hypotheekadvies, allemaal marktgemiddelden voor 2026.

Bij 450.000 euro kom je zo op 13.507 euro aan kosten koper, bij 467.550 euro op 13.858 euro. Het jaar wachten kost in dit voorbeeld dus 17.550 euro extra koopsom plus 351 euro extra eigen geld. De echte klap zit in de koopsom, niet in de bijkomende kosten.

Rekenvoorbeeld

Een woning die op de piek van 2008 is gekocht

Stel, je kocht in 2008 een woning voor 260.000 euro, vlak bij de piek van augustus dat jaar. Volg je de index, dan stond die woning in juni 2013 op 260.000 × 65,6 / 82,6 = ongeveer 206.500 euro, ruim 53.000 euro onder de aankoopprijs. Wie in die jaren moest verkopen, hield een restschuld over.

Zeventien jaar later ziet het er anders uit. Met de jaarindex van 81,7 in 2008 en 149,5 in 2025 kom je uit op 260.000 × 149,5 / 81,7 = ongeveer 475.800 euro, een stijging van 83 procent.

Reken de inflatie eruit en het beeld wordt nuchterder. Die 260.000 euro uit 2008 staat gelijk aan ongeveer 391.500 euro in het prijspeil van 2025. De reële winst is dan zo'n 84.300 euro, ofwel 22 procent over zeventien jaar. Nog steeds een winst, maar veel minder dan de 83 procent die de nominale reeks suggereert.

Rekenvoorbeeld

Wat twee verschillende stijgingstempo's met een jaar wachten doen

Stel opnieuw een woning van 450.000 euro, en je vergelijkt twee tempo's uit de reeks zelf: 3,9 procent, het jaarcijfer van juli 2026, en 8,6 procent, het jaarcijfer over heel 2025. Bij het eerste tempo staat de woning over een jaar op 467.550 euro, bij het tweede op 488.700 euro. Het verschil tussen die twee uitkomsten is 21.150 euro.

Zet daar tegenover wat je in dat jaar spaart. Wie 500 euro per maand opzij legt, heeft er 6.000 euro bij, en bij een prijsstijging van 3,9 procent moet je 17.550 euro inlopen. Het benodigde eigen geld voor de kosten koper stijgt ondertussen met 351 euro mee.

Deze som is geen voorspelling, want de grafiek zegt niets over volgend jaar. Hij laat wel zien hoe groot het verschil is tussen twee tempo's die allebei gewoon in de reeks van de afgelopen jaren voorkomen, en waarom een enkel maandcijfer een dunne basis is voor uitstellen of doorpakken.

Veelgemaakte fouten

De gemiddelde verkoopprijs lezen als de waardestijging van je eigen huis

Het gemiddelde springt heen en weer met de mix van verkochte woningen. In februari 2026 daalde het gemiddelde ten opzichte van januari terwijl de index steeg. Wie zijn eigen woningwaarde op het gemiddelde baseert, zit er bij een taxatie zomaar tienduizenden euro's naast.

Indexcijfers uit twee basisjaren met elkaar vergelijken

Het jaar 2022 heeft de waarde 130,4 op basis 2020 = 100 en 185,6 op basis 2015 = 100. Wie die twee getallen in één grafiek of één vergelijking zet, produceert een prijsstijging van veertig procent die nooit heeft plaatsgevonden.

Een reeks pakken die pas in 2013 of 2015 begint

Zo'n grafiek laat uitsluitend de klim zien en verbergt de daling van 20,6 procent tussen 2008 en 2013, die pas in januari 2018 was ingelopen. Het risico van de markt wordt daardoor systematisch onderschat, en juist dat risico telt bij een aankoop met weinig eigen geld.

Eén maand of één kwartaal als omslagpunt lezen

Maandcijfers bevatten seizoensruis en worden achteraf bijgesteld, en de Kadastercijfers lopen twee tot drie maanden achter op het moment dat koper en verkoper het eens werden. Een enkele dalende maand is geen trendbreuk; drie tot zes maanden in dezelfde richting begint erop te lijken.

De inflatie negeren bij een lange reeks

Nominaal steeg de gemiddelde prijs sinds 1996 met 367 procent, na correctie voor inflatie met 139 procent. Wie zonder correctie rekent, overschat het rendement op stenen fors en vergelijkt het bovendien oneerlijk met spaargeld of een pensioen.

Cijfers van de NVM en het Kadaster in dezelfde lijn zetten

De NVM meet bij het tekenen, het Kadaster bij het passeren van de akte. Over het tweede kwartaal van 2026 scheelde dat 506.000 tegen 490.020 euro. Achter elkaar geplakt lijkt dat verschil een plotselinge sprong of een daling die er in werkelijkheid niet is.

Het landelijke plaatje op je eigen gemeente leggen

Tussen de duurste en goedkoopste provincie zit meer dan tweehonderdduizend euro verschil, en binnen provincies loopt het nog verder uiteen. In een gemeente met tweehonderd verkopen per jaar kan één dure straat het jaarcijfer al met procenten verschuiven.

Veelgestelde vragen

Wat laat een grafiek van de huizenprijzen precies zien?

Meestal de prijsindex van bestaande koopwoningen van het CBS en het Kadaster, uitgedrukt in indexpunten met 2020 als basisjaar. Die index vergelijkt woningen met vergelijkbare kenmerken door de tijd heen en corrigeert dus voor de vraag welk type woningen er die maand toevallig verkocht is. Vaak staat de gemiddelde verkoopprijs in euro's als tweede lijn in dezelfde grafiek, en het aantal verkochte woningen als staafjes eronder.

Hoeveel zijn de huizenprijzen gestegen in 2026?

In juli 2026 lagen de prijzen van bestaande koopwoningen 3,9 procent hoger dan een jaar eerder, bij een index van 156,7. Dat tempo neemt gedurende het jaar af: in januari 2026 was de jaarstijging nog 5,4 procent, in maart 5,0 procent en in juni 4,1 procent. De gemiddelde verkoopprijs kwam in juli 2026 uit op 500.988 euro, voor het eerst boven een half miljoen.

Wat was de stijging van de huizenprijzen per jaar in de afgelopen dertig jaar?

De grootste jaarstijgingen waren 17,8 procent in 2000, 15,8 procent in 1999, 15,1 procent in 2021 en 13,3 procent in 2022. Dalingen waren er in 2009, 2010, 2011, 2012, 2013 en 2023, waarvan 2012 en 2013 met beide 6,3 procent de diepste waren. De jaartabel op deze pagina bevat de hele reeks vanaf 1995 en is de basis voor elke grafiek van de jaarpercentages.

Hoeveel daalden de huizenprijzen na de crisis van 2008?

Van de piek in augustus 2008, index 82,6, tot het dal in juni 2013, index 65,6, daalden de prijzen met 20,6 procent. Die daling duurde vier jaar en tien maanden. Het herstel duurde nog langer: pas in januari 2018 stond de index weer boven het niveau van augustus 2008, negen en een half jaar na de piek. Het aantal verkopen liep met bijna veertig procent terug, van 182.392 woningen in 2008 naar 110.094 in 2013.

Zijn de huizenprijzen sinds 2013 nog een keer gedaald?

Ja, één keer en kort. Na de piek van juli 2022 op index 132,9 zakte de lijn naar 124,6 in april en mei 2023, een daling van 6,2 procent in negen maanden. Vanaf de zomer van 2023 stegen de prijzen weer, en in april 2024 lag de index alweer boven de oude piek. In juli 2026 stond hij 17,9 procent boven het niveau van juli 2022.

Wat betekent 2020 = 100 in een prijsgrafiek?

Dat het gemiddelde prijsniveau van het jaar 2020 op honderd is gesteld, zodat elk ander cijfer een percentage van dat jaar is. Een index van 156,7 betekent dat woningen 56,7 procent duurder zijn dan gemiddeld in 2020. Het basisjaar is een rekenkundige keuze en zegt niets over de markt; het CBS gebruikte eerder 2010 = 100 en 2015 = 100 voor precies dezelfde onderliggende cijfers.

Wat is het verschil tussen de prijsindex en de gemiddelde huizenprijs in een grafiek?

De index corrigeert voor kwaliteits- en typeverschillen en meet dus de waardeontwikkeling van vergelijkbare woningen. De gemiddelde verkoopprijs is de totale verkoopwaarde gedeeld door het aantal verkopen en beweegt daarom mee met de mix van wat er verkocht is. Voor de waarde van je eigen woning gebruik je de index; voor je koopbudget is de gemiddelde huizenprijs het bruikbaarder cijfer.

Hoe corrigeer je huizenprijzen voor inflatie?

Vermenigvuldig de prijs van een jaar met de consumentenprijsindex van nu en deel door de consumentenprijsindex van dat jaar. De gemiddelde prijs van 254.918 euro uit 2008 wordt zo ongeveer 383.800 euro in het prijspeil van 2025. Doe je dat voor de hele reeks, dan blijkt de stijging sinds 1996 geen 367 maar 139 procent, en de daling tussen 2008 en 2013 geen 16,3 maar 24 procent.

Waarom lopen de grafieken van het CBS en de NVM niet gelijk?

Ze meten op een ander moment en over een andere groep woningen. Het CBS en het Kadaster tellen alle transacties op de dag dat de akte bij de notaris passeert, de NVM telt alleen woningen die via aangesloten makelaars verkocht zijn en registreert bij het tekenen van de koopovereenkomst. Daardoor loopt de NVM twee tot drie maanden voor: over het tweede kwartaal van 2026 kwam de NVM op 506.000 euro en het Kadaster op 490.020 euro.

Waar vind ik een betrouwbare grafiek van de huizenprijzen?

Bij het CBS in StatLine staat de tabel met de prijsindex en de gemiddelde verkoopprijs van bestaande koopwoningen vanaf januari 1995, met een ingebouwde grafiekweergave en een downloadknop. Het Kadaster heeft een vastgoeddashboard met dezelfde cijfers per provincie en gemeente, inclusief kaart. De Nederlandsche Bank publiceert langere reeksen waarin de woningprijzen naast de hypotheekrente staan. Cijfers van banken en makelaars komen bijna altijd uit dezelfde bronnen.

Hoe maak ik zelf een grafiek van de huizenprijzen?

Download de reeks bij het CBS of haal hem op via de open data-service, en houd drie kolommen over: periode, indexcijfer en aantal verkopen. Zet de index als lijn, de verkopen desgewenst als staafjes op een tweede as, en het jaarpercentage in een aparte grafiek omdat procenten en indexpunten geen gedeelde schaal hebben. Vermeld het basisjaar en de bron in de titel, dan blijft je grafiek later nog leesbaar.

Kan ik uit de grafiek afleiden of de huizenprijzen gaan dalen?

Nee. Een grafiek toont wat er is gebeurd en niets meer. De twee omslagpunten in de reeks, augustus 2008 en juli 2022, kwamen allebei nadat de lijn maandenlang stevig was gestegen, en werden veroorzaakt door de rente en de economie en niet door de vorm van de lijn zelf. Waar de huizenprijzen op dit moment door bewogen worden, is een vraag over vraag, aanbod en leencapaciteit.

Zit er ook een grafiek van de huizenprijzen per gemeente?

Ja, het CBS publiceert de prijsindex per gemeente en het Kadaster toont dezelfde cijfers op een kaart. Bij kleinere gemeenten zijn de aantallen laag, waardoor een kwartaalcijfer flink kan uitslaan door een handvol dure verkopen. Kijk daar liever naar een periode van drie tot vijf jaar, en leg de gemeente naast de provincie zoals bij de opbouw van de huizenmarkt wordt uitgelegd.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Een prijsgrafiek is een landelijk gemiddelde en zegt niets over de woning die jij op het oog hebt. Wil je weten wat een specifiek huis waard is, dan heb je een taxatie nodig: een gevalideerd taxatierapport kost in 2026 rond de 500 euro en is voor de meeste geldverstrekkers verplicht. Zoek je iemand die de vraagprijs in jouw straat tegen de recente verkopen kan houden, dan is dat een aankoopmakelaar, die doorgaans rond 1 procent van de koopsom rekent of een vast bedrag. Voor de vertaling naar wat jij kunt lenen en wat de bijkomende kosten worden, kom je bij een hypotheekadviseur uit, meestal voor 2.000 tot 3.000 euro in 2026. Zelf beginnen kan prima met de rekenhulp voor de kosten koper en de cijfers op de pagina over de woningmarkt; een adviseur voegt waarde toe op het moment dat het over jouw inkomen, jouw wijk en een concreet bod gaat.

Bronnen en controle

  1. Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen prijsindex 2020 = 100 CBS StatLine geraadpleegd 22 augustus 2026
  2. Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen prijsindex 2015 = 100, 1995-2023 CBS StatLine geraadpleegd 22 augustus 2026
  3. Consumentenprijzen; prijsindex 2015 = 100 CBS StatLine geraadpleegd 22 augustus 2026
  4. Bestaande koopwoningen; verkoopprijzen, prijsindex 2020 = 100, regio CBS StatLine geraadpleegd 22 augustus 2026
  5. Recordaantal woningen te koop gezet in tweede kwartaal, verkoop blijft sterk NVM geraadpleegd 22 augustus 2026
  6. Het tarief van de overdrachtsbelasting Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  7. Wanneer kunt u de startersvrijstelling krijgen (overdrachtsbelasting)? Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  8. Tijdelijke regeling hypothecair krediet, geldend vanaf 1 januari 2026 Wetten.overheid.nl geraadpleegd 22 augustus 2026

Juridisch gecontroleerd 22 augustus 2026

  • Maand- en jaartabel regel voor regel naast de CBS-reeks 85773NED gelegd: index, jaarmutatie, gemiddelde verkoopprijs en aantal verkopen van 1995 tot en met juli 2026
  • Piek augustus 2008 (82,6), dal juni 2013 (65,6), piek juli 2022 (132,9) en dal april en mei 2023 (124,6) nagerekend, inclusief de daling van 20,6 en 6,2 procent en het herstel in januari 2018 en april 2024
  • Inflatiecorrectie hertekend met de consumentenprijsindex van het CBS; de omschrijving van de geldontwaarding sinds 1996 was te hoog en is teruggebracht naar de feitelijke factor
  • Tellingen in de lopende tekst over jaren met een stijging boven tien procent, jaren met een daling en de terugval in transacties in 2022 gecorrigeerd naar de eigen jaartabel
  • Overdrachtsbelasting, de voorwaarden van de startersvrijstelling 2026 en de grens van 100 procent van de woningwaarde uit de Tijdelijke regeling hypothecair krediet getoetst en met hun voorwaarden opgeschreven

Uitgevoerd door de redactie van dehuisgids.nl aan de hand van de bronnen hierboven. Wij geven algemene informatie en geen persoonlijk advies.

Ons redactionele beleid: hoe we schrijven, controleren en bijwerken

Verder lezen over dit onderwerp

dehuisgids.nl HUIS KOPEN Huizenmarkt
Huis kopen

Huizenmarkt

dehuisgids.nl HUIS KOPEN Woningprijzen
Huis kopen

Woningprijzen