Eigen woning verhuren: toestemming, belasting en de regels per verhuurvorm
Je eigen woning verhuren mag, maar bijna elke hypotheekakte eist daarvoor schriftelijke toestemming en je opstalverzekeraar wil het weten. Verhuur je tijdelijk terwijl het huis je hoofdverblijf blijft, dan telt 70 procent van de huur mee in box 1 en houd je je hypotheekrenteaftrek. Trek je er zelf uit, dan verhuizen huis en hypotheek naar box 3: de renteaftrek stopt en je betaalt 36 procent (2026) over een berekend rendement van 6,00 procent (2026) over de WOZ-waarde, ongeacht wat de huur werkelijk opbrengt.
- 70% 2026 deel van de huur dat meetelt bij tijdelijke verhuur van je eigen woning
- € 6.633 2026 huur per jaar die vrij blijft onder de kamerverhuurvrijstelling
- 6,00% 2026 forfaitair rendement over een verhuurde woning in box 3
- 36% 2026 belastingtarief over dat berekende rendement
- 5 jaar wettelijk maximale duur van een vergunning voor tijdelijke verhuur onder de Leegstandwet
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat er verandert zodra er een huurder in je eigen woning zit
Je eigen woning verhuren is zelden een kwestie van alleen een huurder zoeken. Er schuiven drie dingen tegelijk: je hypotheekvoorwaarden, je positie in de inkomstenbelasting en de rechten van degene die er gaat wonen. Wie alleen naar het huurbedrag kijkt, komt de andere twee later tegen. Deze uitleg hoort bij de bredere gids over verhuren en een tweede woning, waar ook de aankoop van een tweede huis aan bod komt.
Het scherpste breukvlak zit tussen verhuur naast je eigen bewoning en verhuur in plaats van je eigen bewoning. Verhuur je een kamer, of je hele huis voor een paar weken terwijl je er zelf blijft wonen, dan blijft de woning fiscaal je eigen woning. Het eigenwoningforfait en de hypotheekrenteaftrek blijven staan en de huur wordt maar gedeeltelijk belast.
Trek je er zelf uit en zet je er permanent een huurder in, dan is het geen eigen woning meer. De renteaftrek stopt op de dag dat de huurder de sleutel krijgt, en het huis verhuist met de hypotheek naar box 3. Je betaalt daar belasting over een berekend rendement, niet over de huur die werkelijk binnenkomt. Waar dat omslagpunt precies ligt, staat uitgewerkt bij de overgang van box 1 naar box 3.
Het derde spoor is het huurrecht, en dat is de laatste jaren aangescherpt. Een huurder van zelfstandige woonruimte krijgt sinds 1 juli 2024 in de regel een contract voor onbepaalde tijd met volledige huurbescherming. Je krijgt hem er dus niet zomaar uit omdat je zelf weer wil terugkomen of het huis alsnog wil verkopen.
Verhuren zonder toestemming van je geldverstrekker geeft die het recht de hele lening in een keer op te eisen, en je verzekeraar een grond om bij schade niet uit te keren. Dat risico loop je vanaf de eerste huurmaand, niet pas als het misgaat.
Wie je toestemming moet vragen voordat je verhuurt
Bijna elke hypotheekakte bevat een verbod op verhuur zonder schriftelijke toestemming van de geldverstrekker. De reden is zakelijk: een verhuurde woning is minder waard en moeilijker te verkopen als de lening moet worden uitgewonnen. Voor kortdurende situaties, zoals een uitzending of een woning die te koop staat, geven veel geldverstrekkers toestemming; voor permanente verhuur meestal niet zonder dat de lening wordt omgezet.
Zo'n omzetting heet een verhuurhypotheek. Die wordt niet berekend op de vrije verkoopwaarde maar op de waarde in verhuurde staat, en gaat gebruikelijk tot ongeveer 70 tot 80 procent daarvan. De rente ligt hoger dan op een gewone hypotheek en de acceptatie kijkt naar de huuropbrengst in plaats van naar je loon. Wat je woning leeg waard is, kun je eerst zelf inschatten via de woningwaarde berekenen; een taxateur zet daar bij verhuur de verhuurde waarde naast.
Je opstalverzekering en inboedelverzekering gaan uit van particuliere bewoning door jou. Meld de verhuur schriftelijk, want verzwijgen levert bij brand of waterschade precies de discussie op die je niet wil. Woon je in een appartement, kijk dan ook in het splitsingsreglement en het huishoudelijk reglement van de VvE: veel verenigingen eisen een melding en sluiten kortdurende toeristische verhuur helemaal uit.
De vierde partij is de gemeente. Een groeiend aantal gemeenten werkt met een verhuurvergunning voor bepaalde wijken of prijsklassen, met opkoopbescherming en met een meld- of registratieplicht voor vakantieverhuur. Die regels verschillen per gemeente en per straat, dus de eigen gemeentesite is hier de enige betrouwbare bron.
| Wie | Waarom die partij iets te zeggen heeft | Wat er gebeurt als je het niet regelt |
|---|---|---|
| Geldverstrekker | De hypotheekakte verbiedt verhuur zonder schriftelijke toestemming | De lening kan in een keer opeisbaar worden |
| Opstal- en inboedelverzekeraar | De polis gaat uit van particuliere bewoning door de eigenaar | Bij schade kan de uitkering worden geweigerd |
| VvE bij een appartement | Splitsingsreglement en huishoudelijk reglement stellen voorwaarden | Boete of een gerechtelijk verbod op de verhuur |
| Gemeente | Verhuurvergunning, opkoopbescherming en registratieplicht per wijk | Bestuurlijke boete, oplopend bij herhaling |
| Belastingdienst | De woning verlaat box 1 zodra hij niet meer je hoofdverblijf is | Naheffing plus belastingrente over de te veel geclaimde aftrek |
Gecontroleerd op augustus 2026
Vraag de toestemming per e-mail aan en bewaar het antwoord. Een mondelinge toezegging van een medewerker aan de telefoon staat nergens vast en is bij een geschil niets waard.
De vier verhuurvormen en waar ze fiscaal landen
Er zijn vier herkenbare manieren waarop een koopwoning verhuurd raakt, en ze pakken fiscaal totaal verschillend uit. De mildste is kamerverhuur: blijft de huur inclusief vergoedingen voor gas, water, licht en meubilair in 2026 onder 6.633 euro per jaar en staat de huurder bij de gemeente op jouw adres ingeschreven, dan is die huur onbelast en blijft het hele huis eigen woning. Ga je er met een euro overheen, dan vervalt de vrijstelling voor het volle bedrag en verhuist het verhuurde deel naar box 3.
De tweede vorm is tijdelijke verhuur van de woning waar je zelf woont, bijvoorbeeld een paar weken per jaar. Je blijft in box 1, houdt het volledige eigenwoningforfait en je renteaftrek, en telt 70 procent van de huurinkomsten bij je inkomen op. De derde en vierde vorm laten de woning wel uit box 1 vallen: verhuur van een te koop staande woning met een vergunning op grond van de Leegstandwet, en permanente verhuur aan een huurder die er zijn hoofdverblijf van maakt.
Het verschil zit dus niet in het huurbedrag maar in de vraag of het huis jouw hoofdverblijf blijft. Zodra het antwoord nee is, telt de woning voor de volle WOZ-waarde mee in je vermogen en verdwijnt de aftrek, ook als je zelf tijdelijk in het buitenland zit of ergens huurt. Hoe je die situatie invult, staat bij de aangifte over de eigen woning.
| Verhuurvorm | Blijft het eigen woning? | Hypotheekrenteaftrek | Wat er belast wordt |
|---|---|---|---|
| Kamerverhuur onder € 6.633 per jaar | Ja, het hele huis | Blijft volledig | Niets, de huur is vrijgesteld |
| Kamerverhuur boven € 6.633 per jaar | Alleen het deel dat je zelf bewoont | Alleen over het eigen deel | Het verhuurde deel in box 3 |
| Tijdelijke verhuur van je hoofdverblijf | Ja | Blijft volledig | Eigenwoningforfait plus 70% van de huur |
| Verhuur van een te koop staande woning (Leegstandwet) | Nee | Stopt bij de eerste huurdag | De woning in box 3 |
| Permanente verhuur, je woont er zelf niet meer | Nee | Stopt bij de eerste huurdag | De woning in box 3 |
Gecontroleerd op belastingjaar 2026
Eigen woning tijdelijk verhuren en toch je aftrek houden
Wie zijn eigen woning tijdelijk verhuurt terwijl het zijn hoofdverblijf blijft, valt onder een eigen regeling. Je geeft het eigenwoningforfait gewoon voor het hele jaar op en telt daar 70 procent van de ontvangen huur bij op. De overige 30 procent is bedoeld als forfaitaire vergoeding voor je kosten. Dat betekent ook dat je schoonmaak, linnengoed, sleutelbeheer en de commissie van een verhuurplatform er niet apart van mag aftrekken.
De regeling geldt alleen zolang de woning je hoofdverblijf blijft. Verhuur je je huis een zomer lang terwijl je zelf in een vakantiehuis zit en daarna gewoon terugkomt, dan blijft het eigen woning. Verhuur je hem twee jaar aaneen omdat je in het buitenland werkt, dan is het geen hoofdverblijf meer en gelden de box 3-regels, ook al staat je inboedel er nog. Deze bijtelling vul je in bij de aangifte over je eigen woning, in hetzelfde blok als het forfait.
Naast de belasting zijn er praktische regels. Steeds meer gemeenten hanteren voor toeristische verhuur een registratieplicht, een meldplicht per verhuurperiode en een maximum aantal nachten per jaar; in de grote steden is dat maximum al jaren dertig nachten. Daar bovenop komt toeristenbelasting, die je aan de gemeente afdraagt en die per gemeente verschilt. Een VvE mag toeristische verhuur bovendien volledig verbieden, en doet dat in de praktijk vaak.
Houd een simpel overzicht bij van de verhuurperiodes, de ontvangen huur en de afgedragen toeristenbelasting. Bij een vraag van de inspecteur of van de gemeente heb je dan binnen een minuut je onderbouwing, en de 70 procent is zo uitgerekend.
Verhuren terwijl je huis te koop staat: de Leegstandwet
Voor een woning die te koop staat en niet verkocht raakt, bestaat een aparte route. De gemeente kan een vergunning afgeven voor tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandwet. Die vergunning geldt in beginsel voor twee jaar en is telkens met een jaar te verlengen tot in totaal vijf jaar. De huurder krijgt in die periode geen gewone huurbescherming, wat de reden is dat deze route bestaat: zonder vergunning zit je na het eerste contract vast aan een huurder voor onbepaalde tijd.
Binnen zo'n vergunning geldt een minimale huurperiode van zes maanden, een opzegtermijn van drie maanden voor jou als verhuurder en een maand voor de huurder. De gemeente rekent leges voor de aanvraag en die verschillen per gemeente. Vraag de vergunning aan voordat je het huurcontract tekent, want zonder vergunning is het gewoon een regulier huurcontract met alle bescherming die daarbij hoort.
Aan die route hangt een fiscale prijs die veel mensen over het hoofd zien. Zolang je vorige woning leeg te koop staat, houd je onder de verhuisregeling nog drie jaar recht op hypotheekrenteaftrek zonder dat je er eigenwoningforfait over betaalt. Zet je er een huurder in, dan is het geen eigen woning meer: de aftrek stopt en het huis staat in box 3. Dat blijft zo nadat de huurder is vertrokken, ook als het huis daarna weer leeg te koop staat.
Verhuren van een woning die juist niet te koop staat is een ander verhaal met andere voorwaarden, want dan bestaat de Leegstandwetroute meestal niet. Dat onderscheid is uitgewerkt bij verhuur van een eigen woning die niet te koop staat.
Reken uit of de huur het verlies aan renteaftrek dekt voordat je de vergunning aanvraagt. De verhuisregeling van drie jaar is na de eerste huurdag definitief verspeeld, ook als de huurder na twee maanden vertrekt.
Permanent verhuren: wat box 3 je jaarlijks kost
Zodra de woning geen hoofdverblijf meer is, verhuist hij naar box 3 en wordt niet je huur belast maar je vermogen. De Belastingdienst rekent met een forfaitair rendement per categorie. Een verhuurde woning valt onder overige bezittingen, waarvoor in 2026 6,00 procent geldt; over de hypotheekschuld mag je 2,70 procent (2026) in mindering brengen, na een schuldendrempel van 3.800 euro per persoon (2026). Over het deel van je grondslag boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon (2026) betaal je 36 procent (2026).
De woning zet je in de aangifte op de WOZ-waarde, met de waardepeildatum van 1 januari van het jaar ervoor. Heeft je huurder echte huurbescherming, dan mag je die WOZ-waarde verlagen met de leegwaarderatio, een percentage dat afhangt van de verhouding tussen de jaarhuur en de WOZ-waarde. Hoe lager de huur, hoe groter de korting; bij een marktconforme huur blijft er nauwelijks iets van over. Bij verhuur onder de Leegstandwet en bij verhuur aan familie zonder normale huurbescherming geldt gewoon de volle WOZ-waarde.
Sinds de arresten over box 3 kun je in plaats van het forfait je werkelijke rendement opgeven als dat lager is. Bij een verhuurde woning bestaat dat werkelijke rendement uit de huur min de aftrekbare kosten, plus of min de waardeverandering van de woning in dat jaar. Die waardestijging telt dus mee, ook als je hem niet verzilvert, waardoor de tegenbewijsroute in een stijgende markt zelden gunstiger uitpakt. Wat je woning waard is en hoe die waarde zich ontwikkelt, staat bij de waarde van je huis.
Verhuur raakt ook de gemeentelijke heffingen. Het eigenaarsdeel van de onroerendezaakbelasting en de rioolheffing blijven van jou, de gebruikersdelen komen bij de huurder terecht. Je WOZ-beschikking blijft gewoon op jouw naam staan en bezwaar maken kun je als eigenaar zelf.
| Punt | Eigen woning in box 1 | Verhuurde woning in box 3 |
|---|---|---|
| Wat er belast wordt | Eigenwoningforfait, 0,35% van de WOZ-waarde | 6,00% berekend rendement over de WOZ-waarde |
| Hypotheekrente | Aftrekbaar, tegen maximaal 37,56% | Niet aftrekbaar, de schuld verlaagt wel de grondslag met 2,70% |
| De huur zelf | Bij tijdelijke verhuur telt 70% mee | Speelt geen rol, ook niet bij leegstand |
| Vrijstelling | Geen | € 59.357 heffingsvrij vermogen per persoon |
| Tarief | Het schijventarief van box 1 | 36% over het berekende rendement |
| Peilmoment | Het hele jaar | De stand op 1 januari |
Gecontroleerd op belastingjaar 2026
De huurprijs, het contract en de huurbescherming
Hoeveel huur je mag vragen bepaal je niet zelf. Het woningwaarderingsstelsel kent punten toe voor oppervlakte, voorzieningen, energielabel en WOZ-waarde, en sinds 1 juli 2024 is de daaruit volgende maximumhuur dwingend tot en met 186 punten. Vanaf 187 punten zit je in de vrije sector en bepaal je de prijs zelf. Een huurder kan de prijs bij de Huurcommissie laten toetsen, en bij een te hoge huur wordt die met terugwerkende kracht verlaagd.
De Wet goed verhuurderschap stelt sinds 1 juli 2023 basisnormen die ook voor particuliere verhuurders gelden: een schriftelijk huurcontract, een informatieplicht over rechten en plichten, geen dubbele bemiddelingskosten en een waarborgsom van hoogstens twee maanden kale huur. Gemeenten hebben een meldpunt en kunnen boetes opleggen. Voor de jaarlijkse verhoging geldt een wettelijk plafond: in 2026 maximaal 6,1 procent voor middenhuur en 4,4 procent voor de vrije sector.
Sinds 1 juli 2024 is een contract voor onbepaalde tijd weer de hoofdregel bij zelfstandige woonruimte. Tijdelijke contracten kunnen alleen nog in de wettelijke uitzonderingsgevallen, bijvoorbeeld wanneer je zelf tijdelijk elders woont en aantoonbaar terugkeert, de zogenoemde diplomatenclausule. Die clausule moet in het contract staan voordat de huurder erin trekt; achteraf toevoegen werkt niet.
Aan de andere kant van de markt staat de huurder die jarenlang een hoge huur betaalt en toch geen hypotheek krijgt, omdat de financieringsnormen naar inkomen kijken en niet naar betaalgedrag. Voor die groep, de duurhuurders, mogen geldverstrekkers gemotiveerd afwijken van de norm. Als jouw huurder je woning wil kopen, is dat de route die hij bij zijn adviseur moet aankaarten.
| Segment | Punten | Huurprijs | Maximale verhoging 2026 |
|---|---|---|---|
| Sociale huur | Tot en met 143 punten | Gereguleerd, maximum volgt uit de punten | Jaarlijks vastgesteld plafond |
| Middenhuur | 144 tot en met 186 punten | Gereguleerd sinds 1 juli 2024 | 6,1% |
| Vrije sector | Vanaf 187 punten | Je bepaalt de prijs zelf | 4,4% |
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat verhuren werkelijk oplevert
De bruto huur is niet je rendement. Van de huur gaan de belasting in box 3, het eigenaarsdeel van de gemeentelijke heffingen, de opstalverzekering, het onderhoud en eventueel een beheerder af. Reken daarnaast op leegstand tussen twee huurders en op een cv-ketel of keuken die zich niet aan jouw planning houdt. Als verhuurder ben je verantwoordelijk voor groot onderhoud en voor het verhelpen van gebreken; laat je een gebrek liggen, dan kan de Huurcommissie de huur tijdelijk verlagen.
Het energielabel telt sinds 2024 zwaar mee in de punten, en daarmee rechtstreeks in de huur die je mag vragen. Isolatie of een warmtepomp verhoogt het aantal punten en verlaagt de energierekening van je huurder, maar de investering doe jij. Verhuurders komen voor een deel van de regelingen in aanmerking, met eigen voorwaarden; welke maatregelen daaronder vallen staat bij de subsidies voor het verduurzamen van een woning. Vraag de subsidie aan voordat je opdracht geeft, want achteraf lukt het bij de meeste regelingen niet meer.
Aan het eind speelt de waarde. Een woning met een huurder erin is minder waard dan dezelfde woning leeg, en verkopen mag altijd, want koop breekt geen huur: de huurder gaat met dezelfde rechten en dezelfde huurprijs mee over naar de koper. Dat maakt je koperskring kleiner, omdat particuliere kopers er zelf in willen wonen. Hoeveel dat scheelt hangt aan het soort contract, en een taxateur zet de vrije en de verhuurde waarde in hetzelfde rapport. Meer over dat verschil en over de gebeurtenissen rond een huis lees je bij wonen, buren en leven.
Zo regel je de verhuur van je eigen woning
Reken op zes tot tien weken tussen het eerste telefoontje en de sleuteloverdracht, vooral als er een gemeentelijke vergunning bij komt kijken.
-
Bepaal eerst of je woning je hoofdverblijf blijft
Dat ene antwoord bepaalt of je in box 1 blijft of naar box 3 verhuist, en dus of je hypotheekrenteaftrek doorloopt. Blijf je er zelf wonen en verhuur je alleen tijdelijk of per kamer, dan verandert er fiscaal weinig. Ga je eruit, reken dan eerst de jaarlast in box 3 door voordat je verder gaat.
-
Vraag schriftelijk toestemming aan je geldverstrekker
Zet in je aanvraag om welke vorm van verhuur het gaat, voor welke periode en tegen welke huur. Reken op twee tot zes weken behandeltijd. Wordt permanente verhuur afgewezen, dan is een verhuurhypotheek de enige nette route, met een hogere rente en een lagere maximale lening.
-
Check de regels van je gemeente en je VvE
Kijk of je wijk onder een verhuurvergunning of opkoopbescherming valt en of er een registratie- of meldplicht geldt voor kortdurende verhuur. Staat je huis te koop en wil je de Leegstandwetroute, vraag die vergunning dan aan voordat je een huurder zoekt; zonder vergunning is het contract gewoon regulier. Wat er anders geldt voor een woning die niet te koop staat, staat bij verhuur van een woning die niet te koop staat.
-
Meld de verhuur bij je verzekeraars
Opstal en inboedel horen allebei aangepast te worden, want een polis voor particuliere bewoning dekt verhuur niet vanzelf. Vraag de aangepaste polis op en bewaar hem. Sommige verzekeraars eisen een aparte verhuurdersdekking of sluiten kortdurende toeristische verhuur uit.
-
Tel de punten en bepaal je huurprijs
Vul het woningwaarderingsstelsel in met oppervlakte, voorzieningen, energielabel en WOZ-waarde. Onder de 187 punten ligt je maximumhuur vast, daarboven bepaal je hem zelf. Een te hoge huur wordt door de Huurcommissie met terugwerkende kracht verlaagd, dus dit is geen stap om te schatten.
-
Leg het contract goed vast en maak een opnamestaat
Een schriftelijk contract is verplicht, met een waarborgsom van hoogstens twee maanden kale huur. Neem de energielabelgegevens en de puntentelling erin op, en spreek af wie welk onderhoud doet. Maak bij de sleuteloverdracht een opnamestaat met foto's en meterstanden; dat voorkomt bij vertrek de discussie over wat al kapot was.
-
Verwerk de verandering in je aangifte
Blijf je in box 1, dan tel je 70 procent van de huur bij je eigenwoninginkomen op. Ben je naar box 3 verhuisd, dan haal je de woning en de hypotheek uit het eigenwoningblok en zet je ze bij je vermogen, met de WOZ-waarde per 1 januari. Pas ook je voorlopige aanslag aan, anders betaal je een jaar lang aftrek terug die je niet meer hebt. De invulling staat bij de aangifte over de eigen woning.
Voor je de sleutel afgeeft
Doorgerekend: zo pakt het uit
Zes weken je eigen huis verhuren en er zelf blijven wonen
Stel, je verhuurt je eigen woning zes weken in de zomer voor 700 euro per week. Dat is 4.200 euro huur. De woning blijft je hoofdverblijf, dus je houdt het volledige eigenwoningforfait en je hypotheekrenteaftrek gewoon staan.
Van de huur telt 70 procent mee als extra inkomen uit eigen woning: 4.200 euro maal 70 procent is 2.940 euro. De overige 30 procent is de forfaitaire vergoeding voor je kosten, dus schoonmaak, linnengoed en de commissie van het verhuurplatform mag je er niet apart nog eens van aftrekken.
Valt dat inkomen in de schijf waarin je 37 procent betaalt, dan kost de verhuur 2.940 maal 37 procent is 1.088 euro belasting. Van de 4.200 euro huur blijft 3.112 euro over. Daar gaan de toeristenbelasting van je gemeente en je werkelijke schoonmaakkosten nog vanaf, en die twee samen lopen bij zes weken al snel richting een paar honderd euro.
Permanent verhuren: de jaarrekening in box 3
Stel, je verhuist naar je nieuwe huis en verhuurt je oude woning permanent. De WOZ-waarde is 350.000 euro, er staat nog 150.000 euro hypotheek tegen 4 procent rente en de huur is 1.500 euro per maand, dus 18.000 euro per jaar.
Wat je verliest in box 1: 6.000 euro rente die aftrekbaar was, verminderd met het eigenwoningforfait van 350.000 maal 0,35 procent is 1.225 euro (2026). Dat saldo van 4.775 euro leverde tegen het maximale aftrektarief van 37,56 procent (2026) een voordeel van 1.794 euro per jaar op. Dat vervalt volledig.
Wat je erbij krijgt in box 3: de woning telt voor de volle WOZ-waarde van 350.000 euro mee, want bij deze marktconforme huur blijft er van de leegwaarderatio niets over. De schuld van 150.000 euro telt na de drempel van 3.800 euro (2026) voor 146.200 euro mee. Het berekende rendement is 350.000 maal 6,00 procent is 21.000 euro, min 146.200 maal 2,70 procent is 3.947 euro, samen 17.053 euro. Je rendementsgrondslag is 350.000 min 146.200 is 203.800 euro; na aftrek van het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro blijft 144.443 euro belast, oftewel 70,87 procent. Belastbaar voordeel: 17.053 maal 70,87 procent is 12.086 euro. Daarover 36 procent belasting is 4.351 euro.
De totale fiscale omslag is 4.351 plus 1.794 is 6.145 euro per jaar. Van de 18.000 euro huur blijft dus 11.855 euro over voordat onderhoud, verzekering, gemeentelijke heffingen en leegstand hun deel opeisen.
Tijdelijk verhuren onder de Leegstandwet in plaats van leeg laten staan
Stel, je oude woning staat te koop en raakt niet verkocht. De WOZ-waarde is 300.000 euro, er staat 200.000 euro hypotheek tegen 4 procent en je kunt hem voor 1.100 euro per maand verhuren, dus 13.200 euro per jaar.
Leeg te koop houd je onder de verhuisregeling nog drie jaar renteaftrek zonder eigenwoningforfait: 8.000 euro rente tegen 37,56 procent (2026) is 3.005 euro voordeel per jaar. Dat verlies je zodra er een huurder in zit.
Met huurder verhuist het huis naar box 3, en omdat een Leegstandwethuurder geen gewone huurbescherming heeft geldt de volle WOZ-waarde van 300.000 euro. De schuld telt na de drempel voor 196.200 euro mee. Rendement: 300.000 maal 6,00 procent is 18.000 euro, min 196.200 maal 2,70 procent is 5.297 euro, samen 12.703 euro. Grondslag 300.000 min 196.200 is 103.800 euro, na het heffingsvrij vermogen blijft 44.443 euro belast, oftewel 42,82 procent. Belastbaar voordeel 5.439 euro, daarover 36 procent is 1.958 euro belasting.
De verhuur kost je dus 1.958 plus 3.005 is 4.963 euro per jaar aan fiscale omslag, tegenover 13.200 euro huur. Er blijft ruim 8.200 euro over, min de gemeentelijke leges voor de vergunning en eventuele beheerkosten. Wat je niet terugkrijgt is de verhuisregeling: die is na de eerste huurdag definitief weg, ook als het huis daarna weer leeg staat.
Veelgemaakte fouten
Verhuren zonder de geldverstrekker te vragen
Het staat in vrijwel elke akte en wordt vaker gecontroleerd dan mensen denken, bijvoorbeeld via het adres in de basisregistratie of via een verzekeringsclaim. De geldverstrekker mag de lening dan in een keer opeisen. Zelfs als het niet zover komt, kost het omzetten achteraf naar een verhuurhypotheek een hogere rente en soms een boeterente op de lopende rentevaste periode.
De hypotheekrenteaftrek gewoon door laten lopen
De aftrek stopt op de dag dat de woning geen hoofdverblijf meer is, niet aan het eind van het jaar en niet als de Belastingdienst het opmerkt. Wie zijn voorlopige aanslag laat staan, ontvangt maandelijks geld dat later met belastingrente wordt teruggevorderd. Bij 6.000 euro rente per jaar loopt dat in twee jaar makkelijk op tot een naheffing van enkele duizenden euro's.
Denken dat je in box 3 belasting over de huur betaalt
De huur speelt in box 3 geen rol. Je betaalt over een berekend rendement van 6,00 procent (2026) over de WOZ-waarde, ook als de woning drie maanden leeg staat of als je aan familie onder de marktprijs verhuurt. Bij een huis van 350.000 euro is dat 21.000 euro fictief rendement, ongeacht wat er werkelijk binnenkomt.
Een te hoge huur vragen zonder de punten te tellen
Tot en met 186 punten ligt de maximumhuur vast. Toetst de huurder de prijs bij de Huurcommissie, dan wordt de huur verlaagd en moet je het te veel ontvangen bedrag terugbetalen, in beginsel vanaf het begin van de huur. Bij tweehonderd euro te veel per maand is dat na twee jaar bijna vijfduizend euro.
Uitgaan van een tijdelijk contract dat niet meer mag
Sinds 1 juli 2024 is een contract voor onbepaalde tijd de hoofdregel bij zelfstandige woonruimte. Wie een tijdelijk contract tekent buiten de wettelijke uitzonderingen, heeft in de praktijk een huurder met volledige huurbescherming. Wil je zelf terugkeren, dan moet de diplomatenclausule vóór de sleuteloverdracht in het contract staan.
De Leegstandwetvergunning pas na het huurcontract aanvragen
De vergunning werkt niet met terugwerkende kracht. Tekent de huurder eerder, dan is het een regulier huurcontract met huurbescherming en kun je hem niet meer met een opzegtermijn van drie maanden laten vertrekken. Het huis is dan onverkoopbaar in lege staat, precies het tegenovergestelde van wat je wilde.
De verzekeraar en de VvE overslaan
Een opstalverzekering die uitgaat van particuliere bewoning geeft de verzekeraar bij brand of lekkage een grond om de uitkering te weigeren. Bij een appartement kan de VvE bovendien een boete opleggen of via de rechter een verbod afdwingen. Beide kosten meer dan de premieverhoging die je wilde vermijden.
Vergeten dat een huurder mee overgaat bij verkoop
Koop breekt geen huur: bij verkoop neemt de koper het contract met dezelfde huurprijs en dezelfde rechten over. Verhuurde woningen brengen daardoor minder op en zijn moeilijker te financieren voor particuliere kopers. Wie verhuurt als tussenoplossing tot de markt aantrekt, verkleint precies de opbrengst waar hij op wachtte.
Veelgestelde vragen
Mag ik mijn eigen woning verhuren zonder toestemming van de bank?
Vrijwel geen enkele hypotheekakte staat dat toe. Er staat standaard een bepaling in die verhuur zonder schriftelijke toestemming verbiedt, omdat een verhuurde woning voor de geldverstrekker minder waard is en lastiger te verkopen als het misgaat. Verhuur je toch, dan mag de geldverstrekker de lening in een keer opeisen. Vraag de toestemming per e-mail aan, omschrijf de vorm en de periode van de verhuur, en bewaar het antwoord.
Kan ik mijn eigen woning tijdelijk verhuren en toch hypotheekrenteaftrek houden?
Ja, zolang de woning je hoofdverblijf blijft. Verhuur je hem een paar weken per jaar en kom je daarna zelf terug, dan blijft de woning in box 1: je houdt het volledige eigenwoningforfait en de renteaftrek, en telt 70 procent van de huurinkomsten bij je eigenwoninginkomen op. Verhuur je aaneengesloten zo lang dat je er zelf niet meer woont, dan is het geen hoofdverblijf meer en stopt de aftrek alsnog.
Hoe lang mag ik mijn huis tijdelijk verhuren?
Dat hangt van de route af. Voor vakantieverhuur van je eigen woning stelt niet de belastingwet maar je gemeente de grens; in de grote steden is dat dertig nachten per jaar, met een registratie- en meldplicht. Staat je woning te koop, dan kan de gemeente een vergunning op grond van de Leegstandwet afgeven: in beginsel twee jaar, telkens met een jaar te verlengen tot maximaal vijf jaar in totaal. Fiscaal is de grens niet de duur maar de vraag of je er zelf nog woont.
Wat kost het verhuren van mijn eigen woning aan belasting?
Blijft de woning je hoofdverblijf, dan betaal je over 70 procent van de huur belasting tegen je gewone tarief in box 1. Woon je er zelf niet meer, dan verhuist het huis naar box 3 en betaal je 36 procent (2026) over een berekend rendement van 6,00 procent (2026) over de WOZ-waarde, verminderd met 2,70 procent (2026) over je hypotheekschuld boven de drempel van 3.800 euro. Bij een woning van 350.000 euro met 150.000 euro hypotheek komt dat neer op ongeveer 4.350 euro per jaar, plus het verlies van je renteaftrek.
Verlies ik mijn hypotheekrenteaftrek als ik ga verhuren?
Bij permanente verhuur wel, en direct: de aftrek eindigt op de dag dat de woning ophoudt je hoofdverblijf te zijn. Bij kamerverhuur binnen de vrijstelling en bij kortdurende verhuur van het huis waar je zelf woont, blijft de aftrek volledig bestaan. Zet je een huurder in je leegstaande te koop staande woning, dan verlies je ook de verhuisregeling die je nog drie jaar aftrek zonder forfait gaf, en dat verlies is definitief.
Wanneer gaat mijn woning van box 1 naar box 3?
Op het moment dat het huis niet langer je hoofdverblijf is. Dat is geen keuze die je in de aangifte maakt maar een feitelijke vaststelling: waar woon je, waar sta je ingeschreven, waar staat je inboedel. Vanaf dat moment vervalt het eigenwoningforfait en de renteaftrek, en tellen woning en hypotheek mee in je vermogen naar de stand op 1 januari. De uitzonderingen en overgangssituaties staan bij de overgang van box 1 naar box 3.
Hoeveel huur mag ik vragen voor mijn eigen woning?
Dat volgt uit het woningwaarderingsstelsel, dat punten toekent voor oppervlakte, voorzieningen, energielabel en WOZ-waarde. Tot en met 186 punten is de maximumhuur wettelijk dwingend; vanaf 187 punten zit je in de vrije sector en bepaal je de prijs zelf. Vraag je te veel, dan kan de huurder de prijs bij de Huurcommissie laten toetsen en wordt de huur met terugwerkende kracht verlaagd. Tel dus eerst de punten en bepaal daarna de vraagprijs.
Wat is een verhuurhypotheek en wanneer heb ik die nodig?
Een verhuurhypotheek is een lening die de geldverstrekker verstrekt op een woning die je niet zelf bewoont. Je hebt hem nodig zodra je permanent verhuurt en je huidige geldverstrekker daarvoor geen toestemming geeft op de bestaande lening. De financiering wordt berekend op de waarde in verhuurde staat, gebruikelijk tot ongeveer 70 tot 80 procent daarvan, de rente ligt hoger dan bij een gewone hypotheek en de acceptatie kijkt naar de huuropbrengst.
Kan ik de huurder er weer uit krijgen als ik zelf terug wil?
Bij een gewoon contract voor onbepaalde tijd is dat lastig. Opzegging wegens dringend eigen gebruik moet door de rechter worden getoetst en slaagt lang niet altijd. Wil je zeker terug kunnen keren, dan moet de diplomatenclausule vóór de sleuteloverdracht in het contract staan, of moet je via een vergunning op grond van de Leegstandwet verhuren, waarbij een opzegtermijn van drie maanden geldt. Achteraf iets toevoegen aan het contract werkt niet.
Moet ik de verhuur melden bij mijn opstalverzekeraar?
Ja. Een standaard opstal- en inboedelverzekering gaat uit van bewoning door de eigenaar, en verhuur is een verzwaring van het risico die je moet melden. Doe je dat niet, dan heeft de verzekeraar bij brand, lekkage of inbraak een grond om de uitkering te verlagen of te weigeren. De premieverhoging is doorgaans bescheiden; het niet-uitgekeerde bedrag bij een grote schade is dat niet.
Wat gebeurt er met de WOZ-waarde en de gemeentelijke heffingen bij verhuur?
De WOZ-beschikking blijft op jouw naam staan en je kunt als eigenaar zelf bezwaar maken. Het eigenaarsdeel van de onroerendezaakbelasting en de rioolheffing blijven voor jouw rekening, de gebruikersdelen zoals de afvalstoffenheffing komen bij de huurder terecht. De WOZ-waarde telt daarnaast dubbel mee: hij bepaalt je grondslag in box 3 en hij levert punten op in het woningwaarderingsstelsel, en dus mede je maximale huur.
Kan ik mijn verhuurde woning verkopen?
Verkopen mag altijd, want koop breekt geen huur. De huurder gaat mee over naar de nieuwe eigenaar met exact dezelfde rechten, huurprijs en opzegbescherming. Dat betekent wel dat je koperskring kleiner is: particuliere kopers willen er meestal zelf in, en veel geldverstrekkers financieren een verhuurd pand alleen met een verhuurhypotheek. Wat het verschil tussen de vrije en de verhuurde waarde in jouw geval is, zet een taxateur in hetzelfde rapport; een eerste indruk krijg je via de woningwaarde berekenen.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Kamerverhuur binnen de vrijstelling en een paar weken vakantieverhuur regel je prima zelf: de toestemming vragen, de punten tellen en 70 procent van de huur in de aangifte zetten is werk van een avond. Zodra je er zelf uit gaat, wordt het anders. Een hypotheekadviseur rekent voor wat een verhuurhypotheek doet met je rente en je maximale lening en kost daarvoor gewoonlijk tussen de 1.500 en 3.000 euro. Voor de vraag of je woning per welke datum uit box 1 valt, hoe de leegwaarderatio in jouw situatie uitpakt en of de tegenbewijsregeling voor het werkelijke rendement gunstiger is, ben je bij een fiscalist of een belastingadviseur aan het goede adres; reken op 150 tot 250 euro per uur en op twee tot vier uur voor een eerste doorrekening. Loopt het mis met een huurder, gaat het over dringend eigen gebruik of over een huurprijs die is aangevochten, dan is een huurrechtjurist of je rechtsbijstandverzekering de logische route. De algemene lijn en de vergelijking met een tweede woning staan bij verhuren en een tweede woning; jouw eigen uitkomst hangt aan je inkomen, je vermogen en het contract dat je tekent.
Bronnen en controle
- Woning verhuren: regels voor verhuurders Rijksoverheid geraadpleegd 22 augustus 2026
- Huurprijs en puntentelling: gereguleerde huur, middenhuur en maximale huurverhoging 2026 Rijksoverheid geraadpleegd 22 augustus 2026
- Woning huren: huurcontract en huurbescherming Rijksoverheid geraadpleegd 22 augustus 2026
- Koopwoning: verhuur van (een deel van) de eigen woning en eigenwoningforfait Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Box 3: forfaitair rendement, heffingsvrij vermogen en werkelijk rendement Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026