Hypotheekrenteaftrek verdwijnt: wanneer dat bij jou gebeurt
De hypotheekrenteaftrek is in 2026 niet afgeschaft, maar bij duizenden huishoudens verdwijnt hij elk jaar gewoon vanzelf. Per leningdeel duurt de aftrek hoogstens dertig jaar, en voor iedereen die zijn hypotheek al vóór 2001 had lopen stopt hij op 1 januari 2031. Daarnaast raak je de aftrek kwijt als je lening niet annuïtair of lineair aflost, als je overwaarde niet in je nieuwe huis stopt of als je je woning verhuurt. Je rente blijft dan hetzelfde, alleen de teruggaaf valt weg.
- 30 jaar wettelijk maximale duur van de aftrek per leningdeel
- 1 jan 2031 2031 einde van de aftrek voor hypotheken van vóór 2001
- 37,56% 2026 tarief waartegen je teruggaaf verdwijnt
- 0,35% 2026 eigenwoningforfait dat blijft staan als de aftrek weg is
- 71,867% 2026 wat er over is van de aftrek bij een kleine of afgeloste schuld
Gecontroleerd op augustus 2026
De momenten waarop jouw aftrek stopt
De hypotheekrenteaftrek verdwijnt zelden met een knal. Hij houdt op een datum op die in jouw eigen hypotheekakte besloten ligt, of hij vervalt omdat je iets doet waardoor je lening niet langer een eigenwoningschuld is. In beide gevallen verandert je rente niet en verdwijnt alleen de teruggaaf.
Er zijn vijf situaties die je in de praktijk tegenkomt. De dertigjaarstermijn loopt af, je lost niet of niet volgens schema af, je stopt je overwaarde niet in het volgende huis, je verhuurt de woning, of je schuld is zo klein geworden dat er per saldo niets meer te verrekenen valt. Welke van de vijf bij jou speelt, bepaalt of je er nog iets aan kunt doen.
Het onderscheid met een politieke afschaffing is belangrijk voor je planning. Een afschaffing zou iedereen tegelijk raken en komt met een wetstraject en overgangsrecht; wat daarover bekend is staat in de gids over de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek. Het verdwijnen van jouw aftrek staat daar los van en heeft vaak een datum die je vandaag al kunt opzoeken. Hoe de aftrek zelf rekent, lees je in de uitleg over hoe de hypotheekrenteaftrek werkt.
| Waarom de aftrek verdwijnt | Wanneer | Nog iets aan te doen? |
|---|---|---|
| De dertigjaarstermijn van het leningdeel loopt af | Dertig jaar na de datum waarop het leningdeel begon, voor oude leningen op 1 januari 2031 | Nee, de termijn is wettelijk en verlengt niet |
| Lening lost niet annuïtair of lineair af | Meteen bij een nieuw leningdeel vanaf 2013 | Ja, door het deel om te zetten naar een aflossende vorm |
| Aflossingsachterstand op een annuïtair deel | Als je de achterstand niet op tijd inhaalt | Ja, zolang je binnen de hersteltermijn bijstort |
| Overwaarde niet in het nieuwe huis gestopt | Bij de aankoop van de volgende woning | Ja, door minder te lenen of eigen geld in te brengen |
| Woning wordt verhuurd of is geen hoofdverblijf meer | Vanaf het moment van verhuur of vertrek | Ja, de aftrek keert terug zodra je er zelf weer woont |
| Schuld is (bijna) afgelost | Geleidelijk, doordat er minder rente is dan bijtelling | Nee, dit is het gevolg van aflossen |
De dertigjaarstermijn en de datum 1 januari 2031
Sinds 2001 is de renteaftrek wettelijk beperkt tot dertig jaar per leningdeel. Voor hypotheken die op 1 januari 2001 al liepen begon die teller op dat moment opnieuw, dus voor die hele groep stopt de aftrek op 1 januari 2031. Het gaat om honderdduizenden huishoudens, vaak met een oude aflossingsvrije lening waarop nooit iets is afgelost.
De termijn hangt aan het leningdeel, niet aan de woning en niet aan jou. Verhuis je, dan loopt de teller van het meeverhuisde deel gewoon door; sluit je over naar een andere geldverstrekker zonder het bedrag te verhogen, dan verhuist de resterende termijn mee. Alleen echt nieuw geleend geld voor een eigen woning start een eigen periode van dertig jaar.
Wie in de loop der jaren heeft verbouwd of bijgeleend, heeft daardoor meestal meerdere einddata. Een deel uit 1999, een verbouwingsdeel uit 2012 en een verhoging uit 2021 kennen elk hun eigen klok. Je aftrek verdwijnt dan in stappen, en per stap stijgt je netto maandlast een beetje. Dat de politiek daarnaast al jaren aan de regeling sleutelt, staat beschreven bij de ingrepen in de hypotheekrenteaftrek.
De Belastingdienst en de meeste banken hebben van oude leningen niet vastgelegd wanneer de dertig jaar begon. Je startdatum staat dus niet vanzelf goed op je vooraf ingevulde aangifte: zoek hem zelf op in je akte en bewaar dat bewijs.
Aftrek die verdwijnt doordat je niet aflost
Voor leningen die je vanaf 1 januari 2013 afsluit geldt een aflossingseis: alleen als je het deel in maximaal dertig jaar volledig en ten minste annuïtair aflost, is de rente aftrekbaar. Een nieuw aflossingsvrij deel voldoet daar per definitie niet aan en geeft dus geen aftrek. Wat dat betekent voor bestaande en nieuwe leningen staat in de gids over de aftrekbaarheid van een aflossingsvrije hypotheek.
Had je op 31 december 2012 al een hypotheek, dan houd je voor dat deel je oude rechten. Dat overgangsrecht is stevig, maar niet onbreekbaar: verhoog je zo'n oud deel of los je het af en sluit je daarna een nieuw deel, dan valt het nieuwe geld onder de regels van nu.
Er is een tweede manier om de aftrek onbedoeld te verliezen. Los je op een annuïtair deel een jaar minder af dan het schema voorschrijft, dan moet je die achterstand binnen de wettelijke hersteltermijn inhalen, in de regel uiterlijk aan het einde van het volgende kalenderjaar. Doe je dat niet, dan verhuist het leningdeel naar box 3 en is de aftrek voor dat deel verspeeld, ook als je daarna weer keurig betaalt.
Betaal je zelf de aflossing over, bijvoorbeeld bij een familiehypotheek of een lening met een aflossingsvrije periode, zet dan een jaarlijkse herinnering in december. De hersteltermijn is de goedkoopste verzekering tegen een fout die de rest van de looptijd doorwerkt.
Verhuizen, oversluiten en de bijleenregeling
Bij verkoop met winst ontstaat een eigenwoningreserve: het verschil tussen de opbrengst en de resterende hypotheek. De bijleenregeling schrijft voor dat je die reserve in je volgende woning stopt. Leen je meer dan de koopsom min je reserve, dan is de rente over dat surplus niet aftrekbaar en verdwijnt een stuk van je aftrek meteen bij de aankoop.
De reserve vervalt drie jaar na de verkoop, dus wie in die periode koopt krijgt ermee te maken. Verkoop je later opnieuw met verlies, dan verrekent de Belastingdienst dat weer met de reserve. Reken bij een aankoop daarom eerst je maximale eigenwoningschuld uit voordat je de hypotheekofferte tekent, samen met de aftrekbare kosten bij de aankoop van een woning en de overdrachtsbelasting die je betaalt.
Bij oversluiten verandert er fiscaal weinig zolang het bedrag gelijk blijft. Verhoog je bij het oversluiten, dan is de rente over de verhoging alleen aftrekbaar als je dat geld aantoonbaar in de woning steekt en het deel annuïtair aflost. Voor een auto, een studie of de aflossing van een andere lening geldt geen aftrek, hoe je het ook financiert.
Verhuren, twee woningen en langdurig weg
De aftrek geldt alleen voor de woning waar je zelf hoofdzakelijk woont. Verhuur je het huis volledig, dan verhuizen woning en schuld naar box 3 en stopt de aftrek op de dag dat de huurder erin trekt. Kom je later zelf terug, dan komt het huis weer in box 1 en herleeft de aftrek voor de resterende termijn.
Bij tijdelijke verhuur van je eigen woning, bijvoorbeeld tijdens een uitzending, blijft de woning wel in box 1. De rente blijft dan aftrekbaar en je telt naast het eigenwoningforfait een deel van de huuropbrengst op bij je inkomen. Deze regeling is smal, dus laat vooraf toetsen of jouw situatie eronder valt.
Heb je even twee woningen, dan is er de verhuisregeling. Je oude huis staat leeg te koop of je nieuwe huis staat leeg in afwachting van de verbouwing, en de rente blijft aftrekbaar in het jaar van verhuizing plus de drie jaren daarna. Duurt de verkoop langer, dan schuift de oude woning na die periode naar box 3 en verdwijnt de aftrek daarop, terwijl de dubbele lasten blijven.
Wie zijn woning verhuurt zonder dat aan de Belastingdienst door te geven, houdt onterecht aftrek en betaalt die later terug met belastingrente. Een correctie over meerdere jaren loopt snel in de duizenden euro's.
Bijna afgelost: de aftrek verdwijnt van twee kanten
Naast de rente staat het eigenwoningforfait, de bijtelling voor je eigen huis. Die bedraagt in 2026 0,35 procent van de WOZ-waarde tot 1.350.000 euro; daarboven geldt 4.725 euro plus 2,35 procent over het meerdere. Je aftrek is altijd de betaalde rente min dat forfait, dus hoe kleiner je schuld, hoe minder er overblijft.
Wie zijn hypotheek (bijna) heeft afgelost, betaalt zo weinig rente dat het forfait de rente overtreft. Daarvoor bestaat de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld, in de wandelgangen de wet Hillen. Die aftrek wordt afgebouwd: in 2026 is het 71,867 procent van het verschil tussen het forfait en de aftrekbare kosten, de afbouw gaat vanaf 2026 met 4,8 procentpunt per jaar en eindigt per 1 januari 2041.
Voor wie zijn huis nu al schuldenvrij heeft, betekent dat elk jaar een iets hogere bijtelling zonder dat er iets aan de hypotheek verandert. Reken met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait uit wat de bijtelling bij jouw WOZ-waarde is, en controleer met de WOZ-check of die waarde klopt voordat je hem overneemt.
| WOZ-waarde | Eigenwoningforfait 2026 | Bijtelling na de Hillen-aftrek van 71,867% (2026) |
|---|---|---|
| € 300.000 | € 1.050 | € 295 |
| € 400.000 | € 1.400 | € 394 |
| € 500.000 | € 1.750 | € 492 |
| € 750.000 | € 2.625 | € 739 |
Gecontroleerd op augustus 2026, bij een woning zonder aftrekbare rente
Wat het kost als je aftrek wegvalt
Het bedrag dat verdwijnt is eenvoudig te bepalen: betaalde rente min eigenwoningforfait, maal je aftrektarief. Dat tarief is in 2026 maximaal 37,56 procent; val je met je inkomen in de eerste schijf, dan reken je met je eigen, lagere tarief. Wat eruit komt, is precies het bedrag waarmee je netto woonlast stijgt op de dag dat de aftrek stopt.
Omdat de rente over de looptijd daalt bij een aflossende hypotheek, wordt de klap kleiner naarmate je later in de rit zit. Bij een aflossingsvrije lening gebeurt het omgekeerde: daar blijft de rente tot de laatste dag even hoog, en verdwijnt de teruggaaf in één keer volledig. Die combinatie maakt de groep met een oude aflossingsvrije hypotheek en de einddatum van 1 januari 2031 het kwetsbaarst.
Krijg je de aftrek maandelijks vooruit via een voorlopige aanslag, dan voel je het verschil direct in je bankrekening. Hoe je die uitbetaling aanpast of stopzet staat in de uitleg over de hypotheekrenteaftrek per maand.
| Hypotheekschuld | Rente per jaar bij 4% | Aftrek na forfait van € 1.400 | Teruggaaf per maand tegen 37,56% |
|---|---|---|---|
| € 150.000 | € 6.000 | € 4.600 | € 144 |
| € 200.000 | € 8.000 | € 6.600 | € 207 |
| € 300.000 | € 12.000 | € 10.600 | € 332 |
| € 400.000 | € 16.000 | € 14.600 | € 457 |
Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij 4 procent rente, een WOZ-waarde van 400.000 euro en het aftrektarief van 2026
Wat er overblijft als de aftrek is gestopt
Je huis blijft ook zonder aftrek in box 1, met het eigenwoningforfait als bijtelling. De schuld waarvan de aftrek is verlopen telt niet meer mee als eigenwoningschuld en verhuist naar box 3, waar hij je vermogen op papier verlaagt. Voor wie naast de woning weinig vermogen heeft, levert dat niets op; wie spaargeld of beleggingen heeft, ziet daar wel een klein voordeel.
Omdat er dan geen aftrekbare rente meer tegenover het forfait staat, kom je in aanmerking voor diezelfde aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld. Van je bijtelling blijft in 2026 dus ongeveer 28 procent over. Dat percentage loopt tot 2041 op naarmate de Hillen-aftrek verder wordt afgebouwd.
Verder verandert er niets aan je hypotheek zelf. De geldverstrekker blijft dezelfde rente rekenen, de looptijd van de lening loopt door en je aflosverplichting verandert niet. De rest van de fiscale regels rond je huis staat bij elkaar in het overzicht van de belastingen voor huiseigenaren.
Je voorbereiden op het moment dat de aftrek stopt
Er is geen manier om de dertigjaarstermijn te verlengen, dus de voorbereiding zit in je maandlast. Extra aflossen verlaagt de rente die straks onafgetrokken blijft en verkleint tegelijk de restschuld op de einddatum. Op een aflossingsvrij deel mag je bij de meeste geldverstrekkers per jaar 10 tot 20 procent van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij aflossen; wat jouw contract toestaat staat in je voorwaarden.
Sparen werkt net zo goed als je het bedrag apart zet dat straks wegvalt. Zet vanaf nu de maandelijkse teruggaaf op een aparte rekening en je merkt op de einddatum niets in je bestedingsruimte. Wie tegen die tijd met pensioen gaat, kan het gesprek met de geldverstrekker beter voeren zolang het werkinkomen nog telt.
Let ook op het moment waarop een rentevaste periode afloopt. Vallen het einde van je aftrek en een renteherziening in dezelfde jaren, dan kunnen twee lastenstijgingen samenvallen. Wie de aftrek nog wel heeft maar hem niet ontvangt, leest bij hypotheekrenteaftrek aanvragen hoe hij alsnog wordt uitbetaald.
Zo zoek je uit wanneer jouw aftrek verdwijnt
Een uur met je aktes en jaaroverzicht levert alle einddata op die je nodig hebt.
-
Zoek per leningdeel de startdatum op
Pak je hypotheekakte en je jaaroverzicht en noteer per leningdeel wanneer het is opgenomen en hoe hoog het bedrag is. Bij een hypotheek die op 1 januari 2001 al liep geldt die datum als start, ook als de lening ouder is.
-
Tel er dertig jaar bij op
Elk leningdeel krijgt zo zijn eigen einddatum. Zet ze op volgorde, want de aftrek verdwijnt in stappen en niet in één keer. De uitkomst is de kalender waarop de rest van je planning rust.
-
Controleer of elk deel nog aan de aflossingseis voldoet
Voor delen van na 2013 vergelijk je de werkelijke aflossing met het schema van de geldverstrekker. Zie je een achterstand, herstel die dan binnen de lopende hersteltermijn, want anders is de aftrek voor dat deel definitief weg. Wat wel en niet aftrekbaar is, staat bij de aftrek van hypotheekrente.
-
Reken uit wat er per einddatum wegvalt
Neem de rente die je op dat deel betaalt, trek het eigenwoningforfait van dat jaar af en vermenigvuldig met je aftrektarief. Bij een aflossend deel is de rente op de einddatum lager dan nu, bij een aflossingsvrij deel gelijk.
-
Beslis of je aflost, spaart of niets doet
Vergelijk wat extra aflossen aan rente scheelt met wat je spaargeld elders oplevert, en houd een buffer aan. Wie de wegvallende teruggaaf nu al opzij zet, heeft op de einddatum geen gat in het huishoudboekje.
-
Pas je voorlopige aanslag aan in het jaar zelf
Ontvang je de aftrek maandelijks, geef de wijziging dan door in de maand dat de aftrek stopt. Wacht je tot de aangifte, dan betaal je alles in één keer terug, vermeerderd met belastingrente.
Overdrachtsbelasting
Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting
Check dit voordat je aftrek verdwijnt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Aflossingsvrije hypotheek van 200.000 euro waarvan de termijn afloopt
Stel, je hebt een aflossingsvrije hypotheek van 200.000 euro uit 1998 en betaalt 4 procent rente, dus 8.000 euro per jaar. Je WOZ-waarde is 400.000 euro, waardoor het eigenwoningforfait in 2026 uitkomt op 400.000 × 0,35% = 1.400 euro. Je aftrekpost is dan 8.000 min 1.400 is 6.600 euro, en tegen 37,56 procent levert dat 2.479 euro per jaar op, oftewel 207 euro per maand.
Loopt de dertigjaarstermijn af, dan verdwijnt die 2.479 euro. De rente van 8.000 euro betaal je onveranderd door. De woning blijft in box 1 met een bijtelling van 1.400 euro, maar omdat er geen aftrekbare rente meer tegenover staat, gaat daar de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld vanaf: 71,867 procent van 1.400 is 1.006 euro, zodat 394 euro bijtelling overblijft. Tegen 37,56 procent kost dat 148 euro belasting per jaar, ongeveer 12 euro per maand.
Onder de streep gaat je netto woonlast met 207 plus 12 is 219 euro per maand omhoog. Daar staat tegenover dat de schuld van 200.000 euro naar box 3 verhuist en je vermogensgrondslag verlaagt, wat alleen iets oplevert als je naast het huis vermogen hebt. Los je in de tussenliggende jaren 500 euro per maand af, dan is de schuld op de einddatum kleiner en de klap navenant lager.
Bij een annuïteitenhypotheek slinkt de aftrek vanzelf
Stel, je sluit 350.000 euro annuïtair af tegen 4 procent met een looptijd van dertig jaar. In het eerste jaar betaal je ongeveer 13.900 euro rente. Met een eigenwoningforfait van 1.400 euro blijft 12.500 euro aftrek over, tegen 37,56 procent is dat 4.695 euro per jaar of 391 euro per maand.
Na twintig jaar is de schuld gedaald tot ongeveer 165.000 euro en betaal je nog zo'n 6.500 euro rente. De aftrekpost is dan 6.500 min 1.400 is 5.100 euro, wat 1.916 euro per jaar oplevert, oftewel 160 euro per maand. Van het oorspronkelijke voordeel is dan al 231 euro per maand verdampt zonder dat er één regel wet is veranderd.
Op de einddatum in jaar dertig is de schuld nul en valt er niets meer af te trekken. De aftrek verdwijnt bij deze vorm dus geleidelijk, precies in het tempo waarin je maandlast aan aflossing zwaarder wordt. Dat is de reden dat de dertigjaarstermijn bij een aflossende hypotheek zelden pijn doet.
Overwaarde niet meenemen kost meteen aftrek
Stel, je verkoopt je huis voor 400.000 euro terwijl er nog 300.000 euro hypotheek op staat. Je eigenwoningreserve is dan 100.000 euro. Je koopt een woning van 450.000 euro en wilt daarvoor 400.000 euro lenen, met de overwaarde als buffer op je spaarrekening.
Fiscaal mag je eigenwoningschuld hoogstens 450.000 min 100.000 is 350.000 euro zijn. Over de resterende 50.000 euro krijg je geen aftrek: die schuld valt in box 3. Bij 4 procent rente betaal je daarover 2.000 euro per jaar, en de aftrek die je misloopt is 2.000 × 37,56% = 751 euro per jaar, zo'n 63 euro per maand.
Breng je de overwaarde wel in, dan leen je 350.000 euro en is de rente over de hele lening aftrekbaar. Je maandlast daalt bovendien met de rente over die 50.000 euro. De reserve vervalt drie jaar na de verkoop, dus wie langer huurt voordat hij koopt, ontloopt de regeling alsnog.
Veelgemaakte fouten
Denken dat de teller opnieuw begint bij verhuizen of oversluiten
De dertigjaarstermijn hangt aan het leningdeel en reist mee naar je volgende huis of je nieuwe geldverstrekker. Wie daarop rekent, denkt nog twintig jaar aftrek te hebben terwijl het er vijf zijn, en plant zijn pensioeninkomen op een teruggaaf die er niet komt.
Een aflossingsachterstand laten liggen
De achterstand op een annuïtair deel moet je binnen de wettelijke hersteltermijn inhalen, in de regel voor het einde van het volgende kalenderjaar. Gebeurt dat niet, dan verhuist het hele leningdeel naar box 3 en is de aftrek voor de rest van de looptijd weg, ook al betaal je daarna weer netjes.
De voorlopige aanslag laten doorlopen
Stopt je aftrek in januari en blijft de Belastingdienst maandelijks uitbetalen, dan bouw je een schuld op die je bij de aangifte in één keer terugbetaalt, met belastingrente erbovenop. Bij een teruggaaf van 200 euro per maand loopt dat in één jaar op tot 2.400 euro plus rente.
Rekenen met de rente zonder het eigenwoningforfait
Je aftrek is de rente min de bijtelling, niet de rente zelf. Wie het forfait vergeet, overschat zijn voordeel met enkele honderden euro's per jaar en schrikt bij de aanslag.
Overwaarde op de spaarrekening laten staan bij een aankoop
De bijleenregeling rekent de eigenwoningreserve af, ook als het geld gewoon op je rekening staat. Over het bedrag dat je te veel leent krijg je nooit aftrek, en dat is bij 50.000 euro al gauw zeshonderd euro per jaar.
Verhuur niet doorgeven aan de Belastingdienst
Zodra je de woning verhuurt en er zelf niet meer woont, verdwijnt de aftrek per direct. Wie de teruggaaf laat doorlopen, betaalt die later terug over alle jaren tegelijk, verhoogd met belastingrente.
Bijlenen voor iets anders dan de woning
Een verhoging voor een auto, een studie of het aflossen van een andere lening is geen eigenwoningschuld en geeft geen aftrek. De geldverstrekker verstrekt hem soms wel, maar fiscaal telt alleen geld dat aantoonbaar in de woning gaat zitten.
Veelgestelde vragen
Verdwijnt de hypotheekrenteaftrek?
Als regeling niet: in 2026 bestaat de hypotheekrenteaftrek gewoon en ligt er geen wetsvoorstel om hem af te schaffen. Voor individuele huishoudens verdwijnt hij wel, doordat de dertigjaarstermijn afloopt, doordat een lening niet aflost of doordat de woning geen hoofdverblijf meer is. De politieke kant staat beschreven bij de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.
Wanneer verdwijnt mijn hypotheekrenteaftrek?
Dertig jaar na de startdatum van elk leningdeel. Liep je hypotheek op 1 januari 2001 al, dan is die datum het startpunt en stopt de aftrek op 1 januari 2031. Heb je later verbouwd of bijgeleend, dan heeft elk deel een eigen einddatum en verdwijnt de aftrek in stappen. Je vindt de startdata in je hypotheekakte en oude jaaroverzichten.
Wat gebeurt er op 1 januari 2031?
Dan loopt de dertigjaarstermijn af voor alle hypotheken die op 1 januari 2001 al bestonden. Het gaat vooral om oude aflossingsvrije leningen waarop nooit is afgelost, dus de rente blijft daar tot de laatste dag even hoog. De schuld verhuist naar box 3, de woning blijft in box 1 en de teruggaaf stopt volledig.
Hoeveel gaan mijn maandlasten omhoog als de hypotheekrenteaftrek verdwijnt?
Neem je jaarrente, trek het eigenwoningforfait eraf en vermenigvuldig het saldo met 37,56 procent, het maximale aftrektarief in 2026. Bij 200.000 euro schuld tegen 4 procent en een WOZ-waarde van 400.000 euro is dat 207 euro per maand, plus ongeveer 12 euro belasting over de bijtelling die dan niet meer wordt verrekend.
Begint de dertigjaarstermijn opnieuw als ik verhuis?
Nee. De termijn hoort bij het leningdeel en loopt door als je dat deel meeneemt naar je volgende woning. Alleen voor het extra bedrag dat je bijleent voor de nieuwe woning begint een nieuwe periode van dertig jaar. Dat bijgeleende deel moet je dan wel annuïtair of lineair aflossen om aftrek te krijgen.
Verdwijnt de aftrek als ik mijn hypotheek oversluit?
Niet als je hetzelfde bedrag oversluit: de resterende termijn en het overgangsrecht van vóór 2013 gaan mee naar de nieuwe geldverstrekker. Verhoog je bij het oversluiten, dan valt de verhoging onder de huidige regels en moet je die annuïtair of lineair aflossen. De eenmalige kosten van het oversluiten zijn wel weer aftrekbaar.
Wat gebeurt er met mijn hypotheek als de aftrek stopt?
Aan de lening zelf verandert niets: dezelfde rente, dezelfde looptijd, dezelfde maandtermijn. Fiscaal telt de schuld niet meer als eigenwoningschuld en verhuist hij naar box 3, waar hij je vermogen verlaagt. Je huis blijft in box 1 en je blijft het eigenwoningforfait bijtellen.
Verdwijnt de aftrek als ik mijn hypotheek bijna heb afgelost?
Feitelijk wel, want de aftrek is de rente min het eigenwoningforfait en bij een kleine schuld is de rente lager dan de bijtelling. Daarvoor bestaat de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld, die in 2026 nog 71,867 procent van het verschil bedraagt. Die aftrek wordt met 4,8 procentpunt per jaar afgebouwd en is per 1 januari 2041 verdwenen.
Verdwijnt de hypotheekrenteaftrek als ik mijn huis verhuur?
Ja, bij volledige verhuur is het huis geen eigen woning meer en stopt de aftrek op de dag dat de huurder erin trekt. Woning en schuld gaan naar box 3. Bij tijdelijke verhuur van je eigen woning blijft het huis onder voorwaarden in box 1 en houd je de aftrek, maar tel je een deel van de huur bij je inkomen op.
Kan ik de aftrek terugkrijgen als ik hem kwijt ben?
Dat hangt af van de reden. Bij een aflossingsachterstand kan het zolang je binnen de hersteltermijn bijstort; daarna is het voor dat leningdeel definitief. Ging de woning naar box 3 omdat je verhuurde of elders woonde, dan herleeft de aftrek zodra je er zelf weer hoofdzakelijk woont, voor de resterende jaren van de termijn.
Blijft het eigenwoningforfait bestaan als de hypotheekrenteaftrek verdwijnt?
Ja. De bijtelling hangt aan de woning en niet aan de lening, dus die blijft je in box 1 aangeven. Wel valt er dan geen aftrekbare rente meer tegenover weg te strepen, waardoor je de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld krijgt. Wat de bijtelling bij jouw woning is, reken je uit met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait.
Moet ik extra aflossen omdat mijn aftrek straks verdwijnt?
Dat hangt af van wat je geld elders opbrengt en van je buffer. Extra aflossen verlaagt de rente die straks onafgetrokken doorloopt en verkleint de restschuld op de einddatum, wat vooral bij een aflossingsvrije lening scheelt. Staat je spaargeld tegen een lagere rente dan je hypotheekrente, dan levert aflossen direct rendement op; kijk eerst hoeveel je boetevrij mag aflossen.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Het opzoeken van je einddata en het narekenen van je teruggaaf doe je prima zelf met je akte, je jaaroverzicht en de uitleg over de werking van de aftrek. Een hypotheekadviseur verdient zijn advieskosten, meestal tussen de 1.500 en 3.000 euro, terug zodra er meerdere leningdelen met verschillend overgangsrecht spelen, of wanneer je een aflopende aflossingsvrije lening wilt herstructureren voordat je met pensioen gaat. Bij een aflossingsachterstand, een eigenwoningreserve na een scheiding of een woning die deels wordt verhuurd, is een fiscalist de aangewezen persoon; reken op een uurtarief van ongeveer 150 tot 250 euro. Twijfel je alleen over de startdatum van een oud leningdeel, dan is je eigen geldverstrekker het eerste loket, want die heeft de akte in het dossier. De Belastingdienst zelf beantwoordt vragen over de regels, maar rekent jouw situatie niet voor je door.