Is de rente van een aflossingsvrije hypotheek aftrekbaar?
De rente van een aflossingsvrije hypotheek is aftrekbaar als de lening op 31 december 2012 al bestond en je sindsdien onafgebroken een eigen woning hebt gehad. Sluit je nu een aflossingsvrije lening af, dan is de rente niet aftrekbaar: de wet eist sinds 2013 dat je in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair aflost. Die schuld verhuist naar box 3 en het eigenwoningforfait blijft gewoon staan. Het maximale aftrektarief is 37,56 procent in 2026 en de aftrek stopt hoe dan ook dertig jaar na de start van elk leningdeel.
- 31 dec 2012 peildatum je schuld moest toen al bestaan voor het overgangsrecht
- 37,56% 2026 maximale tarief waartegen de rente aftrekbaar is
- 30 jaar wettelijk maximale duur van de renteaftrek per leningdeel
- 2,70% 2026 schuldenforfait waartegen een niet-aftrekbare lening in box 3 telt
- 0,35% 2026 eigenwoningforfait dat blijft gelden, ook zonder aftrek
Gecontroleerd op augustus 2026
Is de rente van een aflossingsvrije hypotheek aftrekbaar?
Alles hangt aan één datum. Bestond je eigenwoningschuld op 31 december 2012 al, dan is de rente op je aflossingsvrije hypotheek gewoon aftrekbaar en gelden verder de normale regels van de hypotheekrenteaftrek. Sloot je de aflossingsvrije lening daarna af, dan is die rente niet aftrekbaar.
Dat komt door de aflossingseis die op 1 januari 2013 in de wet kwam. Een lening telt sindsdien alleen als eigenwoningschuld wanneer het contract je verplicht om hem in maximaal dertig jaar volledig af te lossen volgens een annuïtair of lineair schema. Een aflossingsvrije hypotheek kent die verplichting niet en voldoet dus niet aan de eis.
De Belastingdienst kijkt daarbij niet naar de naam van je leningdeel, maar naar wat er over aflossen in je contract staat. Een aflossingsvrije lening waarop je uit eigen beweging elk jaar duizend euro aflost blijft fiscaal aflossingsvrij, want de verplichting ontbreekt.
De aftrekbaarheid van een aflossingsvrije hypotheek hangt dus aan de startdatum en aan je contract, niet aan de vorm van je maandbetaling. De vorm zelf is nergens verboden. Je mag in 2026 een nieuwe aflossingsvrije hypotheek afsluiten, alleen betaal je de rente dan volledig uit eigen zak. Het verschil tussen die twee werelden loopt door de hele fiscale behandeling van je woning heen, van de afsluitkosten tot je aangifte.
Het overgangsrecht van 2013 en wie de aftrek houdt
Het overgangsrecht laat oude leningen hun oude behandeling houden. De voorwaarde is dat je op 31 december 2012 een eigenwoningschuld had. Wie zijn huis in 2012 verkocht en in 2013 weer kocht, valt er ook onder, want de wet kijkt naar het bestaan van de schuld en niet naar de woning waarin je toen zat.
Er zit een harde uitzondering in. Had je op enig moment daarna een volledig kalenderjaar geen eigen woning, bijvoorbeeld omdat je een paar jaar huurde of in het buitenland woonde, dan vervalt het overgangsrecht. Koop je daarna weer, dan val je onder de aflossingseis en levert een aflossingsvrij deel geen aftrek meer op.
Het overgangsrecht kent bovendien een plafond: het geldt tot maximaal het bedrag van je bestaande eigenwoningschuld. Leen je bij een verhuizing of een verbouwing meer dan dat, dan valt alleen het extra deel onder de nieuwe regels. De rekenmethode zelf verandert niet, want de manier waarop de aftrek wordt berekend is voor beide werelden gelijk.
| Situatie | Rente aftrekbaar in 2026? |
|---|---|
| Aflossingsvrije lening van vóór 2013, sindsdien steeds een eigen woning | Ja, tot de dertigjaarstermijn afloopt |
| Aflossingsvrij deel dat je na 2012 nieuw hebt bijgeleend | Nee |
| Oude aflossingsvrije lening overgesloten voor hetzelfde bedrag | Ja, het overgangsrecht gaat mee |
| Oude aflossingsvrije lening verhoogd bij het oversluiten | Alleen over het oude bedrag |
| Verhuisd naar een duurder huis met hetzelfde aflossingsvrije bedrag | Ja, over het oude bedrag |
| Een heel kalenderjaar geen eigen woning gehad | Nee, het overgangsrecht is vervallen |
| Nieuwe aflossingsvrije hypotheek afgesloten in 2026 | Nee |
Gecontroleerd op augustus 2026
Een tussenperiode van huren kost je het overgangsrecht zodra die een volledig kalenderjaar beslaat, van 1 januari tot en met 31 december. Verkoop je in maart en koop je in november van het jaar daarop, dan blijft het recht bestaan; wordt het februari van het derde jaar, dan is het weg.
Wat de aftrek oplevert en hoe lang die nog loopt
De rente gaat als aftrekpost van je inkomen in box 1 af, nadat het eigenwoningforfait er eerst vanaf is gehaald. Wat je terugkrijgt is je eigen tarief over die aftrekpost, met een plafond. In 2026 betaal je 35,75 procent over je inkomen tot 38.883 euro, 37,56 procent tot 78.426 euro en 49,50 procent daarboven, terwijl de aftrek nooit meer oplevert dan 37,56 procent. Wie in de hoogste schijf zit, houdt dus bijna twaalf procentpunt verschil over tussen betalen en aftrekken. Hoe die twee stromen precies in elkaar grijpen staat bij de aftrek van hypotheekrente.
De termijn is de tweede begrenzing. Per leningdeel duurt de aftrek maximaal dertig jaar, gerekend vanaf het moment dat je dat deel afsloot. Voor leningen van vóór 2001 startte de teller op 1 januari 2001, waardoor die aftrek uiterlijk op 1 januari 2031 stopt. Oversluiten of verhuizen zet de teller niet terug: de verbruikte jaren gaan gewoon mee.
Reken voor het eigenwoningforfait met je actuele WOZ-waarde, want die bepaalt hoeveel er van je rente afgaat. Met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait zie je het bedrag voor jouw woning in één keer staan.
| Startjaar van het leningdeel | Laatste jaar met renteaftrek |
|---|---|
| Vóór 2001 | 2030, want de termijn ging in op 1 januari 2001 |
| 2005 | 2035 |
| 2010 | 2040 |
| 2012 | 2042 |
| 2013 of later, aflossingsvrij | Geen aftrek |
Gecontroleerd op augustus 2026
Een aflossingsvrije lening zonder aftrek belandt in box 3
Voldoet je aflossingsvrije lening niet aan de aflossingseis, dan is hij fiscaal geen eigenwoningschuld. De lening verhuist naar box 3 en telt daar mee als schuld die je vermogen verlaagt. De aflossingsvrije hypotheekrente is dan geen aftrekpost meer maar een gewone kostenpost, en de schuld verlaagt alleen je grondslag in box 3. Dat effect is een stuk kleiner dan renteaftrek.
Van je totale box 3-schuld gaat eerst de schuldendrempel af: 3.800 euro per persoon in 2026, dus 7.600 euro voor fiscale partners samen. Wat overblijft telt tegen het schuldenforfait van 2,70 procent in 2026 negatief mee in je rendement, terwijl spaargeld tegen 1,28 procent en overige bezittingen tegen 6,00 procent positief meetellen. Over het belaste deel betaal je 36 procent belasting, en alleen boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon.
Wie nauwelijks spaargeld of beleggingen heeft, merkt van die schuld dus helemaal niets: er valt geen vermogen tegen weg te strepen. Hoe de aangifte er precies uitziet en welke posten je waar invult, staat bij de aflossingsvrije hypotheek in box 3.
Heb je naast een niet-aftrekbare aflossingsvrije lening ook spaargeld, zet dan naast elkaar wat aflossen oplevert. Je bespaart de volledige hypotheekrente zonder aftrek, en je verliest alleen het bescheiden box 3-voordeel van de schuld.
Het eigenwoningforfait blijft staan, ook zonder aftrek
De woning zelf blijft in box 1, ook als de lening erbuiten valt. Je telt dus gewoon het eigenwoningforfait bij je inkomen op: 0,35 procent van de WOZ-waarde in 2026 voor woningen tot 1.350.000 euro, en daarboven 4.725 euro plus 2,35 procent over het meerdere. Bij een WOZ-waarde van 400.000 euro is dat 1.400 euro bijtelling.
Zonder aftrekbare rente grijpt dan de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld, in de wandelgangen de wet Hillen. Die geeft je in 2026 71,867 procent van het verschil tussen het forfait en je aftrekbare kosten terug als aftrekpost. Bij 1.400 euro forfait en nul euro aftrekbare kosten blijft er 394 euro bijtelling over, wat bij 37,56 procent neerkomt op ongeveer 148 euro belasting per jaar.
Die tegemoetkoming wordt kleiner: het percentage daalt vanaf 2026 met 4,8 procentpunt per jaar en is per 1 januari 2041 helemaal weg. Controleer daarom eerst of je WOZ-waarde klopt, want die bepaalt de hele bijtelling. Met de WOZ-check zie je hoe jouw waarde zich verhoudt tot vergelijkbare woningen.
Zijn de afsluitkosten van een aflossingsvrije hypotheek aftrekbaar?
De eenmalige financieringskosten zijn aftrekbaar voor zover ze horen bij een eigenwoningschuld. Hoort de lening daar niet bij, zoals een nieuwe aflossingsvrije lening, dan zijn de kosten die je ervoor maakt evenmin aftrekbaar. De vraag naar de afsluitkosten valt daarmee samen met de vraag naar de rente.
Bij een gemengde hypotheek splits je naar rato. Financier je 300.000 euro waarvan 200.000 euro annuïtair en 100.000 euro nieuw aflossingsvrij, dan is twee derde van de advieskosten, de taxatie en de notariskosten voor de hypotheekakte aftrekbaar. Sluit je een bestaande aflossingsvrije lening onder het overgangsrecht over, dan zijn de kosten én de boeterente wel volledig aftrekbaar, want dat blijft een eigenwoningschuld.
Kosten die met de woning zelf te maken hebben vallen sowieso buiten de aftrek, ongeacht je hypotheekvorm. Welke posten dat zijn en hoe je ze in je aangifte terugvindt, staat bij de aftrekbare kosten bij de aankoop van een woning.
| Kostenpost | Bij een lening onder overgangsrecht | Bij een nieuwe aflossingsvrije lening |
|---|---|---|
| Advies- en bemiddelingskosten voor de hypotheek | Aftrekbaar | Niet aftrekbaar |
| Taxatie voor de hypotheekaanvraag | Aftrekbaar | Niet aftrekbaar |
| Notaris en kadaster voor de hypotheekakte | Aftrekbaar | Niet aftrekbaar |
| Borgtochtprovisie voor NHG | Aftrekbaar | Niet aftrekbaar |
| Boeterente bij oversluiten | Aftrekbaar | Niet aftrekbaar |
| Overdrachtsbelasting en makelaarscourtage | Niet aftrekbaar | Niet aftrekbaar |
| Notaris voor de eigendomsakte | Niet aftrekbaar | Niet aftrekbaar |
Gecontroleerd op augustus 2026
Oversluiten, verhogen en verbouwen zonder je aftrek te breken
Je aflossingsvrije hypotheek oversluiten naar een andere geldverstrekker kan zonder dat je het overgangsrecht kwijtraakt, zolang het bedrag niet stijgt. De aftrek loopt door tot het einde van de oorspronkelijke dertigjaarstermijn, ook al staat er een nieuwe akte en een nieuwe rentevaste periode op papier. Of dat financieel uitkomt hangt vooral af van de boeterente en de renteopslag die geldverstrekkers op een aflossingsvrij deel rekenen.
Verhogen is het punt waarop mensen hun aftrek verspelen. Elk euro boven je bestaande eigenwoningschuld is een nieuwe lening onder de huidige regels. Wil je die verhoging aftrekbaar houden, dan moet het nieuwe deel annuïtair of lineair worden afgelost en moet het geld naar aankoop, onderhoud of verbetering van je eigen woning gaan.
Bij een verbouwing telt de bestemming dus net zo zwaar als de aflosvorm. Financier je de dakkapel aflossingsvrij bij, dan is die rente niet aftrekbaar; financier je hem annuïtair, dan wel. Wie de opzet van zijn leningdelen opnieuw wil indelen, vindt bij het afsluiten van een hypotheek waar geldverstrekkers op toetsen.
Laat bij het oversluiten in de offerte vastleggen welk bedrag de bestaande eigenwoningschuld is en wanneer de dertigjaarstermijn per deel afloopt. Die twee gegevens heb je elk jaar bij je aangifte nodig, en ze zijn achteraf lastig te achterhalen.
De bijleenregeling bij een aflossingsvrije hypotheek
Verkoop je je huis met overwaarde, dan ontstaat een eigenwoningreserve: de verkoopopbrengst min de verkoopkosten min je oude eigenwoningschuld. Die reserve verlaagt de schuld waarover je bij de volgende woning nog aftrek krijgt. Steek je de overwaarde niet in het nieuwe huis, dan betaal je over dat deel van je lening rente zonder fiscaal voordeel.
Bij een aflossingsvrije hypotheek werken twee begrenzingen tegelijk. De bijleenregeling bepaalt hoe hoog je nieuwe eigenwoningschuld maximaal mag zijn, en het overgangsrecht bepaalt welk deel daarvan aflossingsvrij mag blijven: nooit meer dan je oude aflossingsvrije eigenwoningschuld. Wat je daarbovenop leent moet annuïtair of lineair, anders is er geen aftrek.
De eigenwoningreserve vervalt drie jaar na de verkoop. Koop je binnen die periode weer, dan telt zij mee; koop je later, dan begin je met een schone lei. Reken voor je gaat kijken eerst door welke schuld je nog aftrekbaar kunt krijgen met de rekenhulp voor je hypotheek. Zit je tijdelijk met twee woningen, dan speelt de rente op een overbruggingshypotheek ook nog mee in je aangifte.
Zo controleer je of jouw aflossingsvrije rente aftrekbaar is
Werk je leningdelen één voor één af, want de regels gelden per deel en niet per hypotheek.
-
Zoek per leningdeel de startdatum op
Op je jaaroverzicht en in de hypotheekakte staat wanneer elk deel is ingegaan. Alles wat op 31 december 2012 al liep valt onder het overgangsrecht, alles daarna onder de aflossingseis.
-
Ga na of je sindsdien onafgebroken een eigen woning had
Een volledig kalenderjaar zonder eigen woning laat het overgangsrecht vervallen. Loop je verhuizingen sinds 2013 na en let daarbij op de jaargrens, niet op het aantal maanden dat je huurde.
-
Zet het bedrag van je bestaande eigenwoningschuld vast
Het overgangsrecht geldt tot maximaal dat bedrag. Verhogingen daarboven, uit een verbouwing of een verhuizing, vormen aparte leningdelen met hun eigen fiscale behandeling.
-
Reken de aftrekpost uit
Tel de betaalde rente over de aftrekbare delen op, tel de aftrekbare eenmalige financieringskosten erbij en haal het eigenwoningforfait eraf. Wat overblijft gaat van je inkomen in box 1 af.
-
Zet het niet-aftrekbare deel in box 3
De lening die niet aan de aflossingseis voldoet vul je in bij je schulden in box 3, met de stand op 1 januari. De schuldendrempel van 3.800 euro per persoon in 2026 verwerkt de aangifte zelf.
-
Controleer je voorlopige aanslag
Krijg je de aftrek maandelijks vooruit, dan is dit het moment om het bedrag bij te stellen. Hoe je die aanvraag doet of aanpast staat bij het aanvragen van hypotheekrenteaftrek, en wat een maandelijkse uitbetaling betekent lees je bij hypotheekrenteaftrek per maand.
Overdrachtsbelasting
Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting
Loop dit langs voordat je aangifte doet
Doorgerekend: zo pakt het uit
Aflossingsvrije lening van 200.000 euro onder het overgangsrecht
Stel, je hebt een aflossingsvrije hypotheek van 200.000 euro uit 2008 en betaalt 4 procent rente. Dat is 8.000 euro rente per jaar. Je WOZ-waarde is 400.000 euro, dus het eigenwoningforfait bedraagt 0,35 procent daarvan: 1.400 euro in 2026. Je aftrekpost is 8.000 min 1.400 is 6.600 euro.
Met een inkomen van 60.000 euro zit je in de schijf van 37,56 procent. Je krijgt dan 6.600 maal 37,56 procent terug, oftewel 2.479 euro per jaar of ongeveer 207 euro per maand. Je bruto maandlast van 667 euro daalt daarmee netto naar zo'n 460 euro. In 2038 loopt de dertigjaarstermijn af en verdwijnt dat voordeel: de last stijgt dan in één keer met die 207 euro per maand.
Nieuwe aflossingsvrije lening van 150.000 euro naast 200.000 euro spaargeld
Stel, je sluit nu een aflossingsvrije lening van 150.000 euro af tegen 4 procent rente. Dat kost 6.000 euro rente per jaar en daarvan is niets aftrekbaar. De schuld gaat naar box 3, waar eerst de schuldendrempel van 3.800 euro in 2026 eraf gaat: er telt 146.200 euro mee.
Naast die lening heb je 200.000 euro spaargeld. Je rendementsgrondslag wordt 200.000 min 146.200 is 53.800 euro, en dat blijft onder het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon in 2026. Je betaalt dus geen box 3-belasting. Zonder die schuld zou je over 200.000 euro spaargeld 1,28 procent forfaitair rendement aangeven, oftewel 2.560 euro, waarvan 70,3 procent belast is: 1.800 euro tegen 36 procent is 648 euro belasting.
De lening levert je in box 3 dus 648 euro op in 2026, tegenover 6.000 euro rente zonder enige aftrek. Wie hetzelfde bedrag annuïtair leent, betaalt in het eerste jaar ongeveer evenveel rente maar krijgt daar wel 37,56 procent van terug.
Verhuizen met overwaarde en een aflossingsvrij deel meenemen
Stel, je verkoopt je huis voor 450.000 euro met 10.000 euro verkoopkosten en een aflossingsvrije eigenwoningschuld van 200.000 euro uit 2010. Je eigenwoningreserve is dan 450.000 min 10.000 min 200.000 is 240.000 euro.
Het nieuwe huis kost 500.000 euro en de aankoopkosten bedragen 15.000 euro, samen 515.000 euro. De bijleenregeling trekt daar je reserve vanaf: je eigenwoningschuld mag hoogstens 275.000 euro zijn. Leen je 300.000 euro, dan valt 25.000 euro buiten box 1 en levert die rente geen aftrek op, in dit voorbeeld 1.000 euro rente per jaar en dus zo'n 376 euro gemist voordeel.
Van de 275.000 euro die wel als eigenwoningschuld telt, mag maximaal 200.000 euro aflossingsvrij blijven: het bedrag van je oude schuld. De resterende 75.000 euro moet je annuïtair of lineair aflossen om de rente aftrekbaar te houden. Bij 4 procent rente is daarmee 8.000 euro plus ongeveer 3.000 euro rente in het eerste jaar aftrekbaar.
Veelgemaakte fouten
Denken dat de aftrek aan de hypotheekvorm hangt
De vorm bepaalt niets, de startdatum wel. Twee identieke aflossingsvrije leningen van 200.000 euro, de ene uit 2011 en de andere uit 2020, verschillen bij 4 procent rente ruim 2.400 euro per jaar in netto last.
Het aflossingsvrije deel verhogen voor een verbouwing
Elke verhoging boven je bestaande eigenwoningschuld is een nieuwe lening onder de huidige regels. Wie 50.000 euro aflossingsvrij bijleent voor een aanbouw, mist bij 4 procent rente jaarlijks zo'n 750 euro aan aftrek die er bij een annuïtair deel wel was geweest.
Een kalenderjaar zonder eigen woning over het hoofd zien
Tussen twee koopwoningen even huren lijkt onschuldig, maar loopt die periode over een heel kalenderjaar heen, dan is het overgangsrecht definitief weg. Terugdraaien kan niet, en de volledige aftrek op je aflossingsvrije deel vervalt.
De afsluitkosten van een nieuwe aflossingsvrije lening opvoeren
Advieskosten, taxatie en notariskosten zijn alleen aftrekbaar voor het deel dat een eigenwoningschuld financiert. Wie ze volledig invult bij een gemengde of geheel aflossingsvrije lening, loopt tegen een correctie aan met belastingrente erbovenop.
De niet-aftrekbare lening vergeten in box 3
Een schuld die uit box 1 valt hoort in box 3 thuis. Wie hem nergens invult, betaalt te veel: bij 100.000 euro schuld en voldoende vermogen scheelt dat al gauw enkele honderden euro's per jaar.
Aannemen dat oversluiten de dertigjaarstermijn opnieuw laat beginnen
De verbruikte jaren gaan mee naar de nieuwe lening. Een aflossingsvrije hypotheek uit 2004 die je in 2026 oversluit, houdt aftrek tot 2034 en geen dag langer, hoe lang de nieuwe rentevaste periode ook is.
Veelgestelde vragen
Is een aflossingsvrije hypotheek aftrekbaar?
Alleen als de lening op 31 december 2012 al bestond en je sindsdien onafgebroken een eigen woning had. Die leningen vallen onder het overgangsrecht en houden hun renteaftrek tot de dertigjaarstermijn afloopt. Voor elke aflossingsvrije lening die daarna is afgesloten geldt de aflossingseis, en daar voldoet een lening zonder verplichte aflossing niet aan.
Is de rente van een aflossingsvrije hypotheek aftrekbaar volgens de Belastingdienst?
De Belastingdienst toetst of je lening een eigenwoningschuld is. Dat is zij als het geld naar aankoop, onderhoud of verbetering van je eigen woning ging én je contractueel verplicht bent om in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair af te lossen. Leningen van vóór 2013 zijn van die aflossingseis vrijgesteld, latere aflossingsvrije leningen niet.
Is een nieuwe aflossingsvrije hypotheek aftrekbaar?
Nee. Op een aflossingsvrije lening die je in 2026 afsluit krijg je geen hypotheekrenteaftrek, ook niet als je het geld gebruikt om je huis te kopen of te verbouwen. De rente betaal je volledig zelf en de schuld telt mee in box 3, waar hij je vermogensgrondslag verlaagt tegen het schuldenforfait van 2,70 procent in 2026.
Mag je de rente van een aflossingsvrije hypotheek aftrekken als je vrijwillig aflost?
Nee, vrijwillig aflossen maakt een lening fiscaal niet annuïtair. De wet kijkt naar de aflossingsverplichting in het contract, niet naar wat je in de praktijk overmaakt. Wil je aftrek, dan moet het aflosschema in de leningsvoorwaarden staan en moet je geldverstrekker daarop toetsen. Omzetten naar een annuïtair deel kan wel, met nieuwe voorwaarden en een nieuwe termijn.
Wanneer is de rente van een aflossingsvrije hypotheek niet aftrekbaar?
In vier gevallen. Bij een lening die na 2012 is afgesloten, bij een verhoging boven je bestaande eigenwoningschuld, na een volledig kalenderjaar zonder eigen woning, en zodra de dertigjaarstermijn van dat leningdeel voorbij is. In al die situaties blijft de rente wel gewoon verschuldigd en verhuist de schuld naar box 3.
Hoe werkt de hypotheekrenteaftrek bij een aflossingsvrije hypotheek?
Precies zoals bij andere vormen, met één verschil: omdat je niets aflost blijft de rente elk jaar even hoog en daalt je aftrek niet. Je telt de betaalde rente op, haalt het eigenwoningforfait eraf en trekt het saldo van je inkomen in box 1 af, tegen maximaal 37,56 procent in 2026. Bij een annuïtaire lening krimpt die aftrekpost juist elk jaar.
Zijn de afsluitkosten van een aflossingsvrije hypotheek aftrekbaar?
Alleen voor het deel dat een eigenwoningschuld financiert. Sluit je een bestaande aflossingsvrije lening onder het overgangsrecht over, dan zijn advieskosten, taxatie, borgtochtprovisie, de notariskosten van de hypotheekakte en de boeterente aftrekbaar. Bij een nieuwe aflossingsvrije lening zijn diezelfde kosten niet aftrekbaar, en bij een gemengde hypotheek splits je ze naar rato.
Blijft de rente aftrekbaar als ik mijn aflossingsvrije hypotheek oversluit?
Ja, zolang je niet meer leent dan je bestaande eigenwoningschuld. Het overgangsrecht verhuist mee naar de nieuwe geldverstrekker en de aftrek loopt door tot het einde van de oorspronkelijke dertigjaarstermijn. Leen je bij het oversluiten extra, dan valt dat hogere bedrag onder de aflossingseis en moet je het annuïtair of lineair aflossen voor aftrek.
Hoe werkt de bijleenregeling bij een aflossingsvrije hypotheek?
Bij verkoop met overwaarde ontstaat een eigenwoningreserve: opbrengst min verkoopkosten min oude eigenwoningschuld. Die reserve gaat af van de aankoopprijs van je volgende woning inclusief aankoopkosten, en wat overblijft is de schuld waarover je nog aftrek krijgt. Daarbinnen mag hoogstens je oude aflossingsvrije bedrag aflossingsvrij blijven. De reserve vervalt drie jaar na de verkoop.
Hoe lang blijft de hypotheekrenteaftrek bij een aflossingsvrije hypotheek nog gelden?
Per leningdeel dertig jaar vanaf de startdatum. Voor leningen van vóór 2001 ging de termijn in op 1 januari 2001, dus die aftrek eindigt uiterlijk op 1 januari 2031. Omdat alle aflossingsvrije leningen met aftrek van vóór 2013 dateren, is 2042 het laatste jaar waarin deze aftrek nog ergens kan lopen.
Wat gebeurt er met mijn maandlast als de aftrek stopt?
Die stijgt in één keer met het bedrag dat je eerder terugkreeg, want je rente blijft hetzelfde. Bij 200.000 euro tegen 4 procent gaat het om zo'n 200 euro per maand. Wat de politiek daar verder mee van plan is, staat bij de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek en bij eerdere ingrepen in de aftrek.
Verandert er iets aan de aftrek voor aflossingsvrije hypotheken in de komende jaren?
De regels voor het overgangsrecht liggen vast, maar het tarief en de behandeling van de eigen woning staan geregeld ter discussie. Voorstellen lopen uiteen van een langzamere afbouw tot verhuizing van de eigen woning naar box 3. Welke scenario's er circuleren en wie ze zouden raken, lees je bij de vraag of de hypotheekrenteaftrek verdwijnt en in de rest van ons overzicht over belastingen rond je woning.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
De hoofdregel kun je zelf toepassen: kijk naar de startdatum van je leningdeel en naar je woongeschiedenis sinds 2012. Ingewikkeld wordt het bij een gesplitste eigenwoningschuld, een verbouwing die deels uit eigen geld is betaald, een eigenwoningreserve uit een eerdere verkoop of een scheiding waarbij de aflossingsvrije lening wordt verdeeld. Een fiscalist of belastingadviseur rekent zo'n splitsing door en rekent daarvoor meestal tussen de 150 en 400 euro per uur. Gaat het om het herindelen van je leningdelen bij een verhuizing of oversluiting, dan is een hypotheekadviseur de aangewezen persoon, met advieskosten die doorgaans tussen de 1.500 en 3.000 euro liggen. Twijfel je alleen over de bedragen in je aangifte, dan komt de route via de voorlopige aanslag je vaak al een heel eind, en anders geeft je eigen geldverstrekker uitsluitsel over welk deel als bestaande eigenwoningschuld in de administratie staat.