Aflossingsvrije hypotheek in box 3: wanneer je schuld verhuist en wat dat kost
Een aflossingsvrije hypotheek valt in box 1 zolang hij een eigenwoningschuld is, en dat is hij alleen dankzij het overgangsrecht voor leningen die op 31 december 2012 al liepen. Sluit je nu een nieuw aflossingsvrij deel af, dan voldoet het niet aan de aflossingseis en staat de schuld in box 3: geen renteaftrek, wel een aftrekpost op je vermogen tegen het schuldenforfait van 2,70 procent in 2026. Hoeveel dat waard is hangt volledig af van hoeveel box 3-vermogen je ernaast hebt staan.
- 36% 2026 belastingtarief in box 3
- € 59.357 2026 heffingsvrij vermogen per persoon
- 2,70% 2026 forfaitair rendement waartegen schulden meetellen
- € 3.800 2026 schuldendrempel per persoon
- 1 jan 2013 wettelijk grens tussen overgangsrecht en aflossingseis
Gecontroleerd op augustus 2026
Box 1 of box 3: wat bepaalt waar je hypotheek staat
Een hypotheek staat in box 1 zolang de fiscus hem als eigenwoningschuld ziet. Dat is geen keuze die je maakt bij het invullen van je aangifte over de eigen woning, maar een gevolg van de wet: voldoet de lening aan de voorwaarden, dan zit hij in box 1 en is de rente aftrekbaar. Voldoet hij er niet aan, dan verhuist het bedrag automatisch naar box 3 en telt het daar mee als schuld bij je vermogen.
Voor een aflossingsvrije hypotheek draait alles om één voorwaarde: de aflossingseis. Sinds 1 januari 2013 moet een nieuwe eigenwoningschuld in maximaal dertig jaar volledig en ten minste annuïtair worden afgelost. Een aflossingsvrij deel lost per definitie niets af en haalt die eis dus nooit. Alleen leningen die op 31 december 2012 al bestonden vallen onder het overgangsrecht en mogen aflossingsvrij blijven met renteaftrek.
Dat verklaart waarom dezelfde hypotheekvorm bij de ene huiseigenaar in box 1 zit en bij de buren in box 3. Het gaat niet om de vorm van de lening, maar om de datum en de geschiedenis ervan. De vorm zelf, met alleen rente betalen en aan het eind de hele schuld terugbetalen, staat los van de fiscale behandeling en wordt beschreven in de gids over de aflossingsvrije hypotheek.
De woning zelf blijft in beide gevallen in box 1 staan, zolang het je hoofdverblijf is. Alleen de schuld verhuist. Je betaalt dus gewoon eigenwoningforfait over de volledige WOZ-waarde, ook als er geen euro hypotheekrente meer aftrekbaar is. Wanneer de wóning zelf naar box 3 gaat, bijvoorbeeld bij verhuur of langdurige leegstand, staat in de gids over wanneer de eigen woning van box 1 naar box 3 gaat.
| Situatie | Box van de schuld | Renteaftrek |
|---|---|---|
| Aflossingsvrij deel dat op 31 december 2012 al liep | Box 1 | Ja, zolang de 30-jaarstermijn loopt |
| Aflossingsvrij deel afgesloten op of na 1 januari 2013 | Box 3 | Nee |
| Oud aflossingsvrij deel, overgangsrecht verspeeld door een pauze langer dan een jaar | Box 3 | Nee |
| Aflossingsvrij deel waarvan de 30 jaar renteaftrek voorbij is | Box 3 | Nee |
| Aflossingsvrij deel geleend voor iets anders dan de eigen woning | Box 3 | Nee |
| Annuïtair of lineair deel afgesloten na 2012 | Box 1 | Ja, maximaal 30 jaar |
Gecontroleerd op augustus 2026
Zoek je hypotheekakte en je jaaropgave erbij voordat je gaat rekenen. Geldverstrekkers splitsen een hypotheek meestal in leningdelen met een eigen ingangsdatum, en het is per leningdeel dat de fiscus beoordeelt in welke box het thuishoort.
Wanneer een aflossingsvrije hypotheek gewoon in box 1 blijft
Het overgangsrecht is ruimhartiger dan veel mensen denken. Had je op 31 december 2012 een eigenwoningschuld, dan houdt dat bedrag zijn oude status, ook als je later verhuist of oversluit. Je neemt je zogeheten eigenwoningschuldverleden mee: tot het bedrag van de oude schuld mag de nieuwe lening aflossingsvrij blijven en houd je recht op aftrek. Wat je daarboven extra leent, moet wel annuïtair of lineair.
Er zit één harde grens aan. Verkoop je je huis en heb je daarna langer dan een kalenderjaar geen eigen woning, dan vervalt het overgangsrecht en begin je bij een volgende aankoop met een schone lei onder de aflossingseis. Dezelfde termijn speelt bij tijdelijke verhuur of bij een periode waarin je huurt tussen twee koopwoningen in. Wie een tussenperiode overbrugt met een overbruggingshypotheek houdt zijn verleden meestal gewoon in stand, omdat er dan geen jaar zonder eigen woning zit.
Ook oversluiten naar een andere geldverstrekker raakt het overgangsrecht niet, zolang het bedrag niet toeneemt en de eigen woning je hoofdverblijf blijft. Verhoog je de hypotheek voor een verbouwing, dan valt dat nieuwe stuk onder de aflossingseis en moet het annuïtair of lineair om aftrekbaar te zijn. Welke rente op zo'n oud aflossingsvrij deel aftrekbaar is en tegen welk tarief, staat in de gids over de aftrekbaarheid van een aflossingsvrije hypotheek.
De aftrek zelf is niet oneindig. Elk leningdeel heeft zijn eigen periode van dertig jaar, geteld vanaf het moment dat de schuld ontstond. Voor hypotheken uit de jaren negentig loopt die termijn in de komende jaren af, en op dat moment schuift de schuld alsnog naar box 3.
Een jaar zonder eigen woning is genoeg om je overgangsrecht kwijt te raken. Wie zijn huis verkoopt en gaat huren, moet binnen hetzelfde kalenderjaar plus het volgende kalenderjaar weer een eigen woning hebben om het aflossingsvrije verleden te behouden. Reken die termijn na voordat je een huurcontract voor twee jaar tekent.
Vier situaties waarin de schuld naar box 3 verhuist
De eerste en meest voorkomende situatie is een nieuw aflossingsvrij leningdeel. Geldverstrekkers bieden dat nog steeds aan, meestal tot vijftig procent van de woningwaarde, en er is niets mis mee. Fiscaal is het alleen geen eigenwoningschuld: het bedrag komt in box 3 en de rente is niet aftrekbaar. Wie de maandlast vergelijkt via een hypotheekberekening moet dat deel dus bruto laten staan.
De tweede situatie is het verstrijken van de dertigjaarstermijn. Een aflossingsvrije lening uit 1996 is per 2026 uitgeteld: de rente is niet langer aftrekbaar en de schuld verhuist per die datum naar box 3. Dat gebeurt automatisch, zonder brief en zonder handeling van jouw kant, en het is aan jou om het in de aangifte goed te zetten.
De derde situatie is de lening die niet aan de woning is besteed. Heb je de hypotheek verhoogd om een auto, een studie of een schenking te betalen, dan is dat deel geen eigenwoningschuld, ongeacht het jaartal en ongeacht de vorm. Datzelfde geldt voor het opnemen van overwaarde voor consumptieve doelen, iets wat verder is uitgewerkt in de gids over de belasting over de overwaarde van je huis.
De vierde situatie is het verlies van hoofdverblijf. Ga je de woning verhuren of vertrek je naar het buitenland, dan gaat niet alleen de schuld maar ook de woning naar box 3. Je betaalt dan geen eigenwoningforfait meer, maar wel box 3-heffing over de waarde van het pand minus de hypotheek. Voor een verhuurde woning geldt in box 3 de WOZ-waarde als uitgangspunt.
Het praktische verschil tussen een aflossingsvrije hypotheek in box 1 en dezelfde lening in box 3 laat de tabel hieronder zien. Of het bij jou box 1 of 3 wordt, ligt vast in de wet, maar wat het je kost verschilt per situatie: in box 1 hangt het aan je aftrektarief, in box 3 aan je overige vermogen.
| Punt | Aflossingsvrije hypotheek in box 1 | Aflossingsvrije hypotheek in box 3 |
|---|---|---|
| Rente aftrekbaar | Ja, tegen maximaal 37,56% in 2026 | Nee, nergens aftrekbaar |
| Wat er fiscaal meetelt | De werkelijk betaalde rente | Een forfait van 2,70% over de schuld in 2026 |
| Waarde van het fiscale voordeel | Loopt op met de rente die je betaalt | Hooguit bijna 1% van de schuld per jaar, en alleen bij vermogen |
| Eigenwoningforfait | Ja, over de volledige WOZ-waarde | Ja, over de volledige WOZ-waarde |
| Aftrek geen of geringe eigenwoningschuld | Meestal niet, de rente is hoger dan het forfait | Ja, 71,867% van het forfait in 2026 |
| Duur | Maximaal 30 jaar per leningdeel | Zolang de schuld bestaat |
| Peilmoment | De rente over het hele jaar | De stand op 1 januari |
Gecontroleerd op augustus 2026
Zo rekent box 3 met je aflossingsvrije schuld
Box 3 kijkt naar één moment: je bezit en je schulden op 1 januari van het belastingjaar. De Belastingdienst deelt je vermogen in drie bakken en plakt op elke bak een forfaitair rendementspercentage. Over het berekende rendement betaal je vervolgens 36 procent belasting in 2026, voor zover je vermogen boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon uitkomt.
Je aflossingsvrije schuld valt in de bak schulden. Die trekt niet je werkelijk betaalde rente af, maar een forfait van 2,70 procent in 2026, en dat percentage staat los van wat je geldverstrekker je in rekening brengt. Betaal je 4 procent rente, dan telt in box 3 toch maar 2,70 procent mee. Betaal je 1,8 procent op een oude rentevaste periode, dan telt er meer mee dan je betaalt.
Voordat de schuld meetelt, gaat er een schuldendrempel af: 3.800 euro per persoon in 2026, en 7.600 euro samen voor fiscale partners. Van een aflossingsvrije schuld van 100.000 euro telt dus 96.200 euro mee. Die drempel bijt vooral bij kleine schulden en is bij een hypotheek meestal een detail.
De uitkomst van de som kan niet negatief worden. Zijn je schulden groter dan je bezittingen, dan is je grondslag nul en betaal je niets in box 3, maar je krijgt ook niets terug. Een aflossingsvrije hypotheek levert in box 3 dus nooit een teruggaaf op, hooguit een lagere heffing.
| Onderdeel | 2025 | 2026 |
|---|---|---|
| Belastingtarief box 3 | 36% | 36% |
| Heffingsvrij vermogen per persoon | € 57.684 | € 59.357 |
| Heffingsvrij vermogen fiscale partners samen | € 115.368 | € 118.714 |
| Forfait banktegoeden | 1,37% | 1,28% (voorlopig) |
| Forfait beleggingen en overige bezittingen | 5,88% | 6,00% |
| Forfait schulden | 2,70% | 2,70% (voorlopig) |
| Schuldendrempel per persoon | € 3.800 | € 3.800 |
| Peildatum vermogen | 1 januari 2025 | 1 januari 2026 |
Gecontroleerd op augustus 2026
De forfaits voor banktegoeden en schulden over 2026 zijn voorlopig. De Belastingdienst stelt ze pas begin 2027 definitief vast, omdat ze meebewegen met de gemiddelde rente over het jaar. Reken met de voorlopige percentages, maar ga er niet van uit dat de uitkomst tot op de euro klopt.
Wat een schuld in box 3 oplevert, en wanneer bijna niets
De waarde van een aflossingsvrije schuld in box 3 hangt volledig af van het vermogen dat ernaast staat. Heb je geen spaargeld en geen beleggingen, dan levert de schuld je precies nul euro op: er is geen heffing om tegen weg te strepen. Dat is de situatie van de meeste huiseigenaren met een nieuwe aflossingsvrije lening.
Heb je wel vermogen, dan verloopt het voordeel in twee fasen. Zolang de schuld je grondslag onder het heffingsvrij vermogen duwt, verdwijnt de hele box 3-heffing en is het voordeel maximaal. Kom je daar boven, dan blijft er een vast voordeel over van ongeveer 2,70 procent van de schuld maal 36 procent, oftewel bijna één procent van het schuldbedrag per jaar.
Onderstaande reeks laat dat zien voor een aflossingsvrij deel van 150.000 euro in box 3 naast een beleggingsportefeuille, in 2026, zonder fiscale partner. Ter vergelijking staat er wat hetzelfde leningdeel in box 1 waard zou zijn bij 4 procent rente en het maximale aftrektarief van 37,56 procent in 2026. Alleen rond een vermogen van twee ton komt box 3 in de buurt van de renteaftrek.
Dat maakt de vergelijking eerlijk: box 3 is voor bijna iedereen de ongunstigere plek voor een hypotheek. Wie wil weten hoeveel de rente op zo'n lening kost en waarom die vaak hoger ligt dan op een aflossend deel, vindt dat in de gids over hypotheekrente bij aflossingsvrij.
- Voordeel in box 3
- Renteaftrek in box 1 bij 4% rente
euro per jaar bron: Eigen berekening met de box 3-percentages 2026 van de Belastingdienst augustus 2026
| Beleggingsvermogen op 1 januari | Box 3-heffing zonder de schuld | Box 3-heffing met de schuld | Voordeel van de schuld in box 3 | Renteaftrek als hetzelfde deel in box 1 zat |
|---|---|---|---|---|
| € 0 | € 0 | € 0 | € 0 | € 2.254 |
| € 100.000 | € 878 | € 0 | € 878 | € 2.254 |
| € 200.000 | € 3.038 | € 0 | € 3.038 | € 2.254 |
| € 300.000 | € 5.198 | € 3.107 | € 2.091 | € 2.254 |
| € 400.000 | € 7.358 | € 5.531 | € 1.827 | € 2.254 |
| € 600.000 | € 11.678 | € 10.030 | € 1.648 | € 2.254 |
| € 800.000 | € 15.998 | € 14.419 | € 1.579 | € 2.254 |
Gecontroleerd op augustus 2026
Het eigenwoningforfait blijft, maar de wet-Hillen vangt het grotendeels op
Zolang je huis je hoofdverblijf is, blijft de bijtelling voor de eigen woning staan. Het eigenwoningforfait bedraagt 0,35 procent van de WOZ-waarde in 2026 voor woningen met een WOZ-waarde tussen 75.000 en 1.350.000 euro. Bij een woning van 400.000 euro is dat 1.400 euro die bij je inkomen wordt opgeteld, ook als er geen cent hypotheekrente aftrekbaar is. Je eigen bedrag reken je na met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait, en de WOZ-waarde waarop het rust controleer je met de WOZ-check.
Daar staat een aftrekpost tegenover die precies in deze situatie aanslaat: de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld, in de wandelgangen de wet-Hillen. Zijn je aftrekbare kosten voor de eigen woning lager dan het forfait, dan mag je het verschil grotendeels aftrekken. In 2026 is dat 71,867 procent van het verschil.
Staat je hele hypotheek in box 3, dan zijn je aftrekbare kosten nul en gaat er in 2026 dus 71,867 procent van het volledige forfait weer af. Bij die woning van 400.000 euro blijft er 394 euro bijtelling over in plaats van 1.400 euro. Dat compenseert een deel van de verloren renteaftrek, maar lang niet alles.
Die aftrek wordt wel afgebouwd. Vanaf 2026 gaat het percentage met 4,8 procentpunt per jaar omlaag en in 2041 is de regeling helemaal verdwenen. Wie nu een aflossingsvrije hypotheek in box 3 heeft en rekent op deze verzachting, moet er rekening mee houden dat de netto bijtelling elk jaar stijgt.
Heb je een klein box 1-deel naast een groot box 3-deel, kijk dan of de aftrekbare rente onder het forfait uitkomt. Zit je daar net onder, dan pakt de wet-Hillen een deel van het verschil terug en valt je aanslag lager uit dan je op grond van de rente alleen zou verwachten.
Zo vul je een aflossingsvrije schuld in box 3 in bij de aangifte
De vooringevulde aangifte helpt hier maar half. Je geldverstrekker levert het saldo van je hypotheek aan, maar niet de verdeling over box 1 en box 3: dat onderscheid is fiscaal en kent de bank niet. De Belastingdienst zet het volledige bedrag daarom vaak bij de eigenwoningschuld, en het is aan jou om dat te corrigeren voordat je op verzenden drukt. Hoe het scherm eruitziet en welke stukken je erbij nodig hebt, staat in de gids over belastingaangifte doen.
In de praktijk vul je twee bedragen in. Bij de eigen woning noteer je alleen het deel dat wél eigenwoningschuld is, met de bijbehorende rente. Bij bezittingen en schulden in box 3 noteer je het aflossingsvrije deel dat daar thuishoort, tegen de stand op 1 januari. De rente over dat deel vul je nergens in, want die is nergens aftrekbaar.
Heb je een fiscale partner, dan mag je het box 3-vermogen vrij tussen jullie verdelen zolang jullie samen op honderd procent uitkomen. De schuld hoort bij dezelfde verdeling. Wisselen tussen verdelingen kan lonen bij verschillende inkomens, al is het tarief in box 3 met 36 procent voor beiden gelijk. Wat je verder in de aangifte tegenkomt, is uitgewerkt in de gids over de aangifte inkomstenbelasting.
Verschuift een leningdeel halverwege het jaar naar box 3, bijvoorbeeld omdat de dertigjaarstermijn in juni afloopt, dan geldt voor box 3 nog steeds alleen de stand op 1 januari. De rente in box 1 knip je wel op tijd: aftrekbaar tot de dag dat de termijn eindigt, daarna niet meer.
Aflossen, oversluiten of laten staan
Een aflossingsvrij deel in box 3 is duurder dan hetzelfde deel in box 1, dus loont het vaker om het af te lossen. Extra aflossen levert je twee dingen op: je betaalt geen rente meer over het afgeloste bedrag, en dat is bij een lening zonder aftrek de volle rente. Je verliest wel de aftrekpost in box 3, maar die is hooguit zo'n één procent van het bedrag per jaar waard.
Er zit een rem op. Betaal je af met spaargeld, dan verdwijnt dat spaargeld ook uit box 3, waardoor het voordeel per saldo kleiner is dan de rente doet vermoeden. Bij 4 procent rente en 1,28 procent forfait op banktegoeden blijft er alsnog ruim drie procentpunt rendement over, wat het aflossen van een box 3-hypotheek voor de meeste mensen aantrekkelijker maakt dan sparen. Houd altijd een buffer aan voor onderhoud en tegenslag.
Omzetten naar een annuïtair deel is de tweede route. Daarmee koop je de renteaftrek terug, want een nieuwe annuïtaire lening voldoet wel aan de aflossingseis. Je maandlast stijgt fors, omdat je naast rente ook gaat aflossen, maar netto valt het verschil mee door de aftrek. Bij het afsluiten of wijzigen van een hypotheek rekent een adviseur beide varianten voor je door.
Laten staan is een verdedigbare keuze als je het geld liever elders houdt, bijvoorbeeld in een beleggingsportefeuille waar je een hoger rendement verwacht dan de hypotheekrente. Dat is een risicokeuze en geen zekerheid. Verandert je situatie tussentijds, dan kun je met een voorlopige aanslag je maandelijkse teruggaaf of bijbetaling meteen laten aanpassen in plaats van tot de aangifte te wachten.
In zes stappen uitzoeken waar jouw aflossingsvrije hypotheek staat
Doe dit per leningdeel, niet voor de hypotheek als geheel.
-
Haal de leningdelen uit je hypotheekoverzicht
Log in bij je geldverstrekker of pak je jaaropgave erbij. Noteer per leningdeel het bedrag, de vorm en de oorspronkelijke ingangsdatum. Die ingangsdatum is het scharnierpunt van de hele beoordeling, dus neem hem letterlijk over uit de akte en niet uit je geheugen.
-
Zet de grens van 1 januari 2013 ernaast
Elk aflossingsvrij deel dat op 31 december 2012 al liep, valt onder het overgangsrecht en blijft in box 1. Elk aflossingsvrij deel dat daarna is ontstaan, valt in box 3. Ben je na 2012 verhuisd of overgesloten, ga dan na of je oude eigenwoningschuld is meegenomen: tot dat bedrag telt het overgangsrecht door.
-
Controleer of je het overgangsrecht hebt behouden
Zat er een periode van meer dan een kalenderjaar tussen twee eigen woningen, dan is het verleden vervallen. Datzelfde geldt als de woning tussentijds verhuurd is geweest. Twijfel je, dan is dit het punt om je aangiftes van de tussenliggende jaren erbij te pakken.
-
Tel dertig jaar op vanaf het ontstaan van de schuld
De renteaftrek per leningdeel duurt maximaal dertig jaar. Loopt die termijn in het lopende jaar af, dan is de rente aftrekbaar tot die datum en verhuist het bedrag daarna naar box 3. Zet de einddatum in je agenda, want er komt geen waarschuwing van de Belastingdienst.
-
Bepaal het box 3-bedrag per 1 januari
Tel de bedragen op die niet in box 1 thuishoren en neem de stand op 1 januari van het belastingjaar. Zet daar je bezittingen naast: banktegoeden, beleggingen, een tweede woning. Zonder die bezittingen levert de schuld je niets op, met bezittingen scheelt hij mogelijk honderden euro's.
-
Vul het in en controleer de aanslag
Corrigeer de vooringevulde eigenwoningschuld en zet het box 3-deel bij schulden. Kijk daarna of de uitkomst klopt met je eigen som, en vraag zo nodig een nieuwe voorlopige aanslag aan zodat je maandbedrag meteen aansluit. Wat er daarna gebeurt, staat in de gids over de definitieve aanslag inkomstenbelasting.
Overdrachtsbelasting
Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting
Nalopen voordat je de aangifte verstuurt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Nieuw aflossingsvrij deel van 100.000 euro naast 120.000 euro spaargeld
Stel, je sluit in 2026 een hypotheek af met een aflossingsvrij deel van 100.000 euro tegen 4 procent rente. Je hebt 120.000 euro spaargeld en geen fiscale partner. Het aflossingsvrije deel is nieuw, dus het valt in box 3.
In box 3 telt de schuld mee na de drempel van 3.800 euro, dus voor 96.200 euro. Je berekende rendement wordt 120.000 × 1,28% = 1.536 euro min 96.200 × 2,70% = 2.597 euro, samen een negatief bedrag. Je rendementsgrondslag komt uit op 120.000 min 96.200 is 23.800 euro en dat blijft onder het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro in 2026. Je betaalt dus niets in box 3. Zonder die schuld had je 279 euro betaald, dus de schuld is 279 euro per jaar waard.
Daarnaast werkt de wet-Hillen mee. Bij een WOZ-waarde van 350.000 euro is het eigenwoningforfait 1.225 euro in 2026; omdat je geen aftrekbare rente hebt, gaat er 71,867 procent van af, oftewel 880 euro. Er resteert 345 euro bijtelling, wat je tegen 37,56 procent zo'n 130 euro kost. Per saldo houd je 279 min 130 is 149 euro over.
Had hetzelfde deel in box 1 gezeten, dan was 4.000 euro rente aftrekbaar geweest tegen 37,56 procent, met het forfait van 1.225 euro ertegenover: 2.775 × 37,56% is 1.042 euro terug. Het verschil tussen beide boxen is 1.042 min 149 is ongeveer 892 euro per jaar, zo'n 74 euro per maand.
Aflossingsvrij deel van 150.000 euro naast 400.000 euro beleggingen
Stel, je hebt 400.000 euro aan beleggingen op 1 januari 2026 en een aflossingsvrij deel van 150.000 euro dat in box 3 valt. Je hebt geen fiscale partner en geen noemenswaardig spaargeld.
De schuld telt mee voor 146.200 euro na de drempel. Je berekende rendement is 400.000 × 6,00% = 24.000 euro min 146.200 × 2,70% = 3.947 euro, samen 20.053 euro. Je rendementsgrondslag is 400.000 min 146.200 is 253.800 euro, wat neerkomt op een gemiddeld rendementspercentage van 7,90 procent.
Van die grondslag gaat het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro af, zodat 194.443 euro overblijft. Daarvan is 7,90 procent belast, oftewel 15.363 euro, en daarover betaal je 36 procent: 5.531 euro. Zonder de schuld was je aanslag 7.358 euro geweest, dus de schuld scheelt 1.827 euro per jaar.
Dat is meer dan de 1.421 euro die je zou verwachten van 146.200 × 2,70% × 36%. De reden zit in het heffingsvrij vermogen: door de schuld stijgt je gemiddelde rendementspercentage van 6,00 naar 7,90 procent, en die vrijstelling schermt dan een duurder stuk grondslag af. Tegenover de renteaftrek van 2.254 euro die hetzelfde deel in box 1 zou opleveren, kost box 3 je hier nog altijd zo'n 427 euro per jaar.
De dertigjaarstermijn verloopt op een oude aflossingsvrije hypotheek
Stel, je hebt een aflossingsvrije hypotheek van 180.000 euro uit 1996 tegen 4 procent rente, een woning met een WOZ-waarde van 400.000 euro en 80.000 euro spaargeld. De dertig jaar renteaftrek zijn voorbij, dus de schuld verhuist naar box 3.
Wat je kwijtraakt: 7.200 euro rente per jaar die tot dat moment aftrekbaar was tegen 37,56 procent, oftewel 2.704 euro teruggaaf. Die aftrek is er vanaf de einddatum niet meer, terwijl je maandelijkse rente van 600 euro gewoon doorloopt.
Wat je terugkrijgt: het eigenwoningforfait van 1.400 euro wordt door de wet-Hillen met 71,867 procent verlaagd, dus met 1.006 euro. Dat scheelt tegen 37,56 procent zo'n 378 euro. In box 3 telt de schuld mee voor 176.200 euro, meer dan je 80.000 euro spaargeld, dus je grondslag wordt nul en de 95 euro die je anders over dat spaargeld had betaald, vervalt.
Per saldo gaat je netto woonlast met 2.704 min 378 min 95 is 2.231 euro per jaar omhoog, ongeveer 186 euro per maand. Wie dat ziet aankomen kan de jaren ervoor extra aflossen: elke 10.000 euro die je aflost, scheelt vanaf de einddatum 400 euro rente per jaar, netto want er valt niets meer af te trekken.
Veelgemaakte fouten
De vooringevulde aangifte klakkeloos overnemen
Je geldverstrekker levert het totale hypotheeksaldo aan, zonder onderscheid tussen box 1 en box 3. De Belastingdienst zet dat vaak volledig bij de eigenwoningschuld. Wie doorklikt, trekt rente af die niet aftrekbaar is en krijgt bij een controle een naheffing met belastingrente over de teruggaaf van meerdere jaren.
Denken dat je zelf mag kiezen tussen box 1 en box 3
De box volgt uit de wet, niet uit een vinkje. Wie een aflossingsvrij deel bewust in box 3 zet om box 3-heffing te drukken terwijl het eigenwoningschuld is, doet een onjuiste aangifte. Andersom rente aftrekken van een box 3-schuld is dat evengoed.
De rente van een box 3-schuld toch aftrekken
De rente over een schuld in box 3 is nergens aftrekbaar. In box 3 telt niet je werkelijke rente maar het forfait van 2,70 procent in 2026. Bij een schuld van 150.000 euro tegen 4 procent scheelt dat 6.000 euro aan rente die je niet mag opvoeren.
Het eigenwoningforfait vergeten omdat er geen aftrek meer is
Zolang het huis je hoofdverblijf is, blijft de bijtelling staan, ook als de hele hypotheek in box 3 zit. Bij een WOZ-waarde van 400.000 euro gaat het om 1.400 euro in 2026, waarvan de wet-Hillen het grootste deel weer wegneemt. Wie het forfait weglaat, doet een onvolledige aangifte.
Een tussenperiode van huren over het hoofd zien
Meer dan een kalenderjaar zonder eigen woning kost je het overgangsrecht. Bij de volgende aankoop val je dan onder de aflossingseis en is een aflossingsvrij deel automatisch box 3. Dat verschil loopt op een lening van 100.000 euro al snel op tot bijna duizend euro per jaar.
Extra aflossen zonder de spaargeldkant mee te tellen
Los je een box 3-schuld af met spaargeld, dan verdwijnt ook dat spaargeld uit box 3. Het voordeel is dus de rente die je bespaart min het rendement dat je in box 3 kwijtraakt, en niet de rente alleen. Bij 4 procent rente blijft er meestal ruim voordeel over, maar de som is kleiner dan hij lijkt.
Veelgestelde vragen
Valt mijn aflossingsvrije hypotheek in box 1 of box 3?
In box 1 als het leningdeel op 31 december 2012 al bestond en je sindsdien geen jaar zonder eigen woning hebt gehad, en als de dertig jaar renteaftrek nog niet voorbij zijn. In alle andere gevallen valt een aflossingsvrij deel in box 3, omdat het niet aan de aflossingseis van minimaal annuïtair aflossen in dertig jaar voldoet. Beoordeel dat per leningdeel: bij één hypotheek kunnen delen in beide boxen zitten.
Kan ik een aflossingsvrije hypotheek in box 1 krijgen als ik er nu een afsluit?
Alleen tot het bedrag van je bestaande eigenwoningschuldverleden. Had je op 31 december 2012 bijvoorbeeld 180.000 euro eigenwoningschuld en heb je die sindsdien onafgebroken gehad, dan mag tot dat bedrag een aflossingsvrij deel in box 1 blijven, ook bij een verhuizing of oversluiting. Alles wat je daarboven leent, moet annuïtair of lineair zijn om aftrekbaar te zijn.
Is de rente van een aflossingsvrije hypotheek in box 3 aftrekbaar?
Nee. Rente over een schuld in box 3 is niet aftrekbaar van je inkomen. Wat er wel gebeurt, is dat de schuld je box 3-vermogen verlaagt tegen het schuldenforfait van 2,70 procent in 2026, ongeacht welke rente je werkelijk betaalt. Dat scheelt hooguit bijna één procent van het schuldbedrag per jaar, tegenover 37,56 procent van de rente bij aftrek in box 1.
Wat gebeurt er na dertig jaar renteaftrek?
De aftrek stopt op de dag dat de termijn afloopt en het leningdeel verhuist naar box 3. Er komt geen brief en geen bevestiging: het is aan jou om de aangifte vanaf dat moment aan te passen. Bij een aflossingsvrije lening van 180.000 euro tegen 4 procent kost dat ongeveer 2.700 euro teruggaaf per jaar, deels gecompenseerd door de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld.
Hoeveel is een box 3-schuld eigenlijk waard?
Dat hangt af van je vermogen. Zonder spaargeld of beleggingen is de schuld nul euro waard, omdat er geen heffing is om te verlagen. Met vermogen boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon in 2026 levert de schuld ongeveer 2,70 procent maal 36 procent op, oftewel bijna één procent van het schuldbedrag per jaar. Rond het punt waarop de schuld je grondslag onder de vrijstelling duwt, is het voordeel tijdelijk veel groter.
Moet ik het eigenwoningforfait nog betalen als mijn hypotheek in box 3 zit?
Ja, zolang de woning je hoofdverblijf is. Het eigenwoningforfait is 0,35 procent van de WOZ-waarde in 2026 voor woningen tussen 75.000 en 1.350.000 euro. Zijn je aftrekbare kosten lager dan dat forfait, dan mag je in 2026 71,867 procent van het verschil aftrekken via de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld. Die aftrek loopt met 4,8 procentpunt per jaar terug en verdwijnt in 2041.
Wordt een aflossingsvrije hypotheek in box 3 meegeteld bij de schuldendrempel?
Ja. Van je totale box 3-schulden gaat eerst een drempel af van 3.800 euro per persoon in 2026, of 7.600 euro voor fiscale partners samen. Alleen wat daarboven uitkomt, verlaagt je vermogen. Bij een hypotheek van 100.000 euro telt dus 96.200 euro mee. De drempel geldt voor al je box 3-schulden bij elkaar, niet per lening.
Kan ik mijn aflossingsvrije hypotheek van box 3 terug naar box 1 krijgen?
Niet als aflossingsvrije lening. Wat wel kan, is het leningdeel omzetten naar een annuïtaire of lineaire vorm: die voldoet wel aan de aflossingseis en de rente wordt dan aftrekbaar, voor maximaal dertig jaar. Je maandlast stijgt daardoor, omdat je gaat aflossen, maar netto is het verschil kleiner dan bruto. Laat beide varianten doorrekenen voordat je omzet.
Is het slim om een aflossingsvrije hypotheek in box 3 af te lossen?
Reken de twee kanten tegen elkaar weg. Je bespaart de volle rente, want er is geen aftrek, en dat is bij 4 procent op 50.000 euro zo'n 2.000 euro per jaar. Je raakt het box 3-voordeel van die schuld kwijt, ongeveer 480 euro bij dat bedrag, en als je aflost met spaargeld verdwijnt ook het spaarrendement. Wat overblijft is meestal een positief saldo, maar houd wel een buffer aan.
Wat als een deel van mijn hypotheek voor een verbouwing is opgenomen?
Een verhoging voor onderhoud of verbouwing van je eigen woning is wel eigenwoningschuld, maar moet sinds 2013 annuïtair of lineair worden afgelost om aftrekbaar te zijn. Neem je het aflossingsvrij op, dan valt het in box 3. Is het geld aan iets anders besteed, bijvoorbeeld een auto of een schenking, dan is het sowieso box 3, ongeacht de vorm. Bewaar facturen: bij een verbouwing moet je de besteding kunnen aantonen.
Verandert er iets aan box 3 in de komende jaren?
Het huidige stelsel met forfaitaire percentages is bedoeld als overbrugging naar een heffing over werkelijk rendement. De percentages voor banktegoeden en schulden worden elk jaar achteraf definitief vastgesteld, dus de cijfers voor 2026 kunnen begin 2027 nog iets schuiven. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om via het formulier Opgaaf werkelijk rendement aan te tonen dat je werkelijke rendement lager was dan het forfait; over 2025 kan dat in de aangifte zelf. Kijk voor de actuele stand op belastingdienst.nl.
Wanneer krijg ik het geld terug als ik te veel heb betaald?
Corrigeer je een eerdere aangifte omdat je een box 3-schuld verkeerd had staan, dan volgt een nieuwe aanslag met een teruggaaf of bijbetaling. De termijnen daarvoor staan in de gids over wanneer de belastingaangifte wordt uitbetaald. Wil je weten in welke situaties je bij een eigen woning geld terugkrijgt, dan geeft de gids over wanneer je belasting terugkrijgt daar antwoord op.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor een hypotheek met één of twee leningdelen kom je met je akte en dit overzicht een heel eind. Een fiscalist of hypotheekadviseur verdient zichzelf terug zodra er geschiedenis in het dossier zit: een scheiding waarbij het eigenwoningverleden is verdeeld, een periode van verhuur, een erfenis waarmee een deel van de schuld is afgelost, of een leningdeel waarvan de dertigjaarstermijn halverwege een jaar afloopt. Een fiscalist rekent zoiets voor 150 tot 300 euro per uur uit, en een advies over het herstructureren van je hypotheek kost bij een adviseur meestal tussen de 1.500 en 3.000 euro. Twijfel je over de aangifte zelf, dan is de Belastingtelefoon gratis en helpt de gids over de aangifte bij een eigen woning je door de schermen heen. Voor het bredere plaatje van wat een huis fiscaal kost, van overdrachtsbelasting tot WOZ, staat alles bij elkaar op de hub over belastingen rond je woning.
Bronnen en controle
- Berekening box 3-inkomen 2026 Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Berekening box 3-inkomen 2025 Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Box 3: sparen en beleggen Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Eigen woning: hypotheekrenteaftrek en eigenwoningschuld Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026