Is je hypotheek aflossen dom? Zo reken je jouw omslagpunt uit
Aflossen levert een rendement op dat precies gelijk is aan je hypotheekrente, zonder risico. Dom wordt het pas als die rente laag vaststaat en aftrekbaar is, want dan kan spaargeld meer opbrengen dan de rente die je bespaart. Bij een aftrekbare rente van 4 procent moet je spaarrente boven ongeveer 3,0 procent liggen voordat sparen wint; is de rente niet aftrekbaar, dan moet je al boven 4,5 procent zitten. Daar komen twee dingen bij die vaak vergeten worden: afgelost geld kost rond de 3.700 euro (2026) om weer uit je huis te halen, en wie helemaal aflost betaalt door de afbouw van de Hillen-aftrek elk jaar meer belasting over zijn eigenwoningforfait.
- 0,46% 2026 box 3-heffing per jaar over spaargeld boven het heffingsvrij vermogen
- € 59.357 2026 heffingsvrij vermogen in box 3 per persoon
- 37,56% 2026 maximaal tarief waartegen hypotheekrente aftrekbaar is
- 71,867% 2026 aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld, die afbouwt naar nul
- ± € 3.700 2026 kosten om afgelost geld weer uit je huis te halen
Gecontroleerd op augustus 2026
Waar het idee vandaan komt dat aflossen dom is
Wie zoekt of hypotheek aflossen dom is, komt vrijwel altijd dezelfde vier argumenten tegen. Je rente staat laag vast, de rente is aftrekbaar, afgelost geld krijg je moeilijk terug, en een schuld verlaagt je vermogen in box 3. De eerste drie kloppen in bepaalde situaties, het vierde klopt voor een gewone hypotheek op je eigen huis helemaal niet.
Alles draait om één vergelijking: wat levert een euro op als hij in de stenen verdwijnt, en wat zou diezelfde euro elders opbrengen. Die som valt per huishouden anders uit en verschuift zodra de rente, je inkomen of je spaarsaldo verandert. De andere keuzes rond overwaarde en aflossen hangen op precies dezelfde afweging.
Wat vaststaat: aflossen levert een rendement op dat exact gelijk is aan je hypotheekrente, zonder koersrisico en zonder kosten. Is die rente aftrekbaar, dan blijft daar netto minder van over. Bij het maximale aftrektarief van 37,56 procent (2026) houd je van 4 procent rente een netto besparing van 2,50 procent over.
Het argument over box 3 gaat structureel mis. Je eigenwoningschuld hoort in box 1, niet in box 3, dus je hypotheek verlaagt je box 3-grondslag niet. Alleen leningdelen die fiscaal geen eigenwoningschuld zijn, zoals consumptief opgenomen overwaarde of een lening op een tweede woning, tellen in box 3 mee tegen 2,70 procent negatief rendement (2026).
Het omslagpunt: wanneer sparen meer oplevert dan aflossen
Het omslagpunt bereken je met twee getallen. Je netto hypotheekrente is je rente maal één min je aftrektarief. Daar komt het box 3-effect bij: spaargeld boven het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro per persoon (2026) kost je 1,28 procent forfaitair rendement maal 36 procent belasting, oftewel 0,46 procent van dat saldo per jaar. Die heffing verdwijnt zodra je het geld in je huis stopt.
De uitkomst is de spaarrente die je minimaal moet krijgen voordat sparen beter uitpakt dan aflossen. Bij 4 procent aftrekbare rente ligt dat punt rond 3,0 procent. Zulke spaarrentes zijn zeldzaam, dus in die situatie is aflossen zelden dom. Staat je rente op 1,8 procent uit een oude rentevaste periode, dan zakt het omslagpunt naar ongeveer 1,6 procent, en dan verlies je op elke euro die je aflost zodra je bank meer biedt.
Blijft je spaargeld onder het heffingsvrij vermogen, laat de 0,46 procentpunt dan weg: die belasting betaal je toch niet. Val je met je inkomen in de eerste schijf, dan is je aftrektarief 35,75 procent (2026) in plaats van 37,56 procent en ligt het omslagpunt een fractie hoger. Wat een aflossing met je maandlast doet, zie je door je nieuwe restschuld in te vullen in de rekenhulp voor maandlasten. Hoeveel rendement een aflossing op zichzelf oplevert, staat uitgewerkt bij extra aflossen op je hypotheek.
| Jouw hypotheekrente | Benodigde spaarrente met renteaftrek (37,56%) | Benodigde spaarrente zonder renteaftrek |
|---|---|---|
| 1,5% | 1,4% | 2,0% |
| 2,0% | 1,7% | 2,5% |
| 3,0% | 2,3% | 3,5% |
| 4,0% | 3,0% | 4,5% |
| 5,0% | 3,6% | 5,5% |
Gecontroleerd op berekend met het box 3-forfait op spaargeld van 1,28 procent en het tarief van 36 procent, 2026
De peildatum voor box 3 is 1 januari. Een aflossing die op 30 december is bijgeschreven, verlaagt je vermogen voor het hele jaar erna; dezelfde aflossing op 2 januari doet dat pas een jaar later.
Je geld zit vast en terughalen kost tijd en geld
Het sterkste bezwaar tegen aflossen heeft niets met rendement te maken. Geld dat in je huis zit, is niet opneembaar. Je kunt het er alleen uithalen door de woning te verkopen of door opnieuw een hypotheek af te sluiten, en dat tweede is een volwaardige aanvraag met een inkomenstoets.
De rekening daarvan is concreet. Een nieuwe hypotheekakte kost bij de notaris ongeveer 600 euro (2026), de inschrijving bij het Kadaster 103,50 euro (2026), een taxatie rond 500 euro (2026) en hypotheekadvies gemiddeld 2.500 euro (2026). Samen zit je op zo'n 3.700 euro voordat er één euro is uitgekeerd. Hoe die route werkt en welke voorwaarden gelden, staat bij overwaarde opnemen uit je woning.
De inkomenstoets is de echte drempel. Een geldverstrekker kijkt naar je inkomen op het moment van aanvragen, niet naar het inkomen dat je had toen je afloste. Wie inmiddels met pensioen is, minder is gaan werken of zelfstandig is geworden, kan het afgeloste bedrag soms simpelweg niet terugkrijgen, hoeveel overwaarde in het huis er ook zit. Wat er nu in de stenen zit, reken je uit met de overwaarde-rekenhulp, en of dat bedrag opnieuw te financieren is, hangt af van de normen die bij een hypotheek afsluiten horen.
Los nooit je noodbuffer weg. Wie na de aflossing een kapotte cv-ketel of een periode zonder werk niet kan opvangen, leent dat geld tegen consumptief tarief terug en betaalt daar een veelvoud van de bespaarde hypotheekrente voor.
Wat de fiscus doet zodra je bijna alles hebt afgelost
Zolang je een eigen woning hebt, telt het eigenwoningforfait als inkomen: 0,35 procent van de WOZ-waarde in 2026 voor woningen tussen 75.000 en 1.350.000 euro. Betaal je hypotheekrente, dan gaat die er als aftrekpost vanaf. Is de rente hoger dan het forfait, dan houd je een aftrekpost over.
Wie geen of nauwelijks hypotheekrente meer betaalt, valt onder de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld, in de wandelgangen de wet Hillen. Die aftrek haalde het positieve saldo vroeger volledig weg, maar wordt afgebouwd: in 2026 is hij nog 71,867 procent van het verschil tussen het forfait en je aftrekbare kosten. De afbouw gaat vanaf 2026 met 4,8 procentpunt per jaar en eindigt op 1 januari 2041, waarna je het volle forfait als inkomen aangeeft.
Voor een afgelost huis van 400.000 euro betekent dat het volgende. Het forfait is 1.400 euro per jaar, waarvan in 2026 nog 394 euro belast is en in 2041 het hele bedrag. Tegen 37,56 procent loopt de rekening op van zo'n 148 euro naar 526 euro per jaar, en na je AOW-leeftijd tegen het eerste-schijftarief van 17,85 procent (2026) van ongeveer 70 naar 250 euro. Dat is geen reden om niet af te lossen, maar het is wel een kostenpost die veel mensen niet meerekenen. De rest van de fiscale spelregels staat bij de aftrek van hypotheekrente.
euro per jaar bron: Belastingdienst, afbouw van de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld augustus 2026
| Jaar | Aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld | Belast deel van het forfait bij een woning van € 400.000 |
|---|---|---|
| 2026 | 71,867% | € 394 |
| 2027 | 67,067% | € 461 |
| 2028 | 62,267% | € 528 |
| 2029 | 57,467% | € 595 |
| 2030 | 52,667% | € 663 |
| 2031 | 47,867% | € 730 |
| 2032 | 43,067% | € 797 |
| 2033 | 38,267% | € 864 |
| 2034 | 33,467% | € 931 |
| 2035 | 28,667% | € 999 |
| 2036 | 23,867% | € 1.066 |
| 2037 | 19,067% | € 1.133 |
| 2038 | 14,267% | € 1.200 |
| 2039 | 9,467% | € 1.267 |
| 2040 | 4,667% | € 1.335 |
| 2041 | 0% | € 1.400 |
Gecontroleerd op 2026 volgens de Belastingdienst, de jaren daarna volgens de wettelijke afbouw van 4,8 procentpunt per jaar
Wanneer aflossen juist geld in je zak laat
Er zijn vier situaties waarin de rekensom bijna altijd naar aflossen doorslaat. De eerste is een leningdeel zonder renteaftrek. Op een aflossingsvrije hypotheek die na 2012 is afgesloten bestaat geen aftrek, en hetzelfde geldt voor elk deel waarvan de dertigjaarstermijn is verstreken. Je bespaart dan de volle rente, en het omslagpunt schuift met ruim een procentpunt omhoog.
De tweede is de risicoklasse. Geldverstrekkers rekenen een opslag die afhangt van je schuld ten opzichte van de woningwaarde, en zakt je lening onder een grens, dan daalt de rente over je hele leningdeel, niet alleen over het afgeloste stuk. Dat kan een aflossing van 15.000 euro opeens laten renderen alsof het er 60.000 waren. Hoe die klassen werken, staat bij de opbouw van de hypotheekrente; vraag om herziening, want veel geldverstrekkers passen het niet uit zichzelf toe.
De derde is spaargeld dat ver boven het heffingsvrij vermogen uitkomt en op een rekening staat die weinig doet. De vierde is het effect op inkomensafhankelijke regelingen: je box 3-vermogen telt mee voor de vermogensgrenzen van huur- en zorgtoeslag en voor de eigen bijdrage in de Wlz. Die grenzen worden jaarlijks vastgesteld en staan op belastingdienst.nl; wie er net boven zit, kan met een aflossing meer terugverdienen dan de rente alleen.
Aflossen of beleggen, en waarom die vergelijking scheef is
Het argument dat beleggen historisch meer oplevert dan een hypotheekrente van 2 of 3 procent is op zichzelf waar. Het weglaten van twee posten maakt de vergelijking scheef. De eerste is belasting: beleggingen en overige bezittingen tellen in box 3 tegen 6,00 procent forfaitair rendement (2026), belast tegen 36 procent. Dat is 2,16 procent van je belegde vermogen per jaar, ongeacht wat de beurs doet.
Bij een aftrekbare hypotheekrente van 4 procent bespaar je netto 2,50 procent. Om beleggen te laten winnen, moet je portefeuille dus meer dan 2,50 plus 2,16 is 4,66 procent bruto rendement halen, elk jaar opnieuw. Valt het rendement lager uit dan het forfait, dan kun je een beroep doen op de tegenbewijsregeling en aangifte doen van je werkelijke rendement, maar dat vraagt administratie en levert niets op in een goed jaar.
De tweede weggelaten post is risico. Aflossen geeft een gegarandeerd rendement gelijk aan je rente; beleggen geeft een verwachting met spreiding. Wie zijn hypotheek niet aflost om te beleggen, leent feitelijk geld om te beleggen, en dat is een andere beslissing dan het klinkt. Voor de maandlasten maakt het niets uit: je verplichting blijft staan, ook in een slecht beursjaar.
Situaties waarin aflossen wel echt ongunstig is
Bij een spaarhypotheek of bankspaarhypotheek is aflossen zelden een goed idee. In die producten bouw je binnen de polis of rekening op tegen dezelfde rente als je hypotheekrente, en dat groeit belastingvrij binnen de vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning. Los je de lening af, dan verlies je die opbouw en de vrijstelling, en terugdraaien kan niet.
Verhuisplannen binnen een paar jaar zijn een tweede reden om te wachten. Bij verkoop komt de overwaarde toch vrij, en tot die tijd heb je liquiditeit nodig voor de kosten koper van de volgende woning. Wie zijn spaargeld in de oude woning heeft gestopt, komt eerder uit bij een overbruggingshypotheek met bijbehorende rente en dubbele lasten. De routes om dat geld op tijd vrij te spelen staan bij overwaarde verzilveren.
Aflossen boven je boetevrije ruimte kost boeterente. De meeste geldverstrekkers laten per kalenderjaar 10 procent van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij aflossen; daarboven vergoed je het renteverlies over de resterende rentevaste periode, en dat kan duizenden euro's zijn. Bij een familiehypotheek ligt het anders: daar spreek je zelf af wat mag, maar blijft de rente binnen de familie, wat de afweging verandert. Duurdere schulden gaan hoe dan ook voor: een persoonlijke lening of een roodstand kost meer dan elke hypotheekrente.
Beslistabel: dom, twijfelachtig of verstandig
De vraag is niet of aflossen in het algemeen slim is, maar of het in jouw situatie meer oplevert dan het alternatief. Loop de onderstaande regels langs voor het leningdeel waar je over twijfelt, want binnen één hypotheek kan het antwoord per deel verschillen.
Twee dingen wegen zwaarder dan het rendementsverschil van een paar tienden. Het eerste is je buffer: zonder vrij besteedbaar geld voor tegenvallers is aflossen altijd te vroeg, hoe gunstig de som ook oogt. Het tweede is je horizon: wie het geld binnen vijf jaar denkt nodig te hebben, moet het niet in stenen stoppen, want de weg terug is duur en niet gegarandeerd.
Twijfel je nog steeds, dan is een gedeeltelijke aflossing een prima tussenweg. Je pakt het rendement op het deel dat je toch niet nodig hebt en houdt de rest liquide. Vraag daarna om een herberekening van je risicoklasse en controleer op je volgende jaaroverzicht of de aflossing goed is verwerkt.
| Jouw situatie | Aflossen |
|---|---|
| Rente onder 2 procent, aftrekbaar, spaarrente hoger dan 1,7 procent | Kost geld: sparen levert meer op |
| Rente niet aftrekbaar, bijvoorbeeld aflossingsvrij van na 2012 | Bijna altijd gunstig |
| Aflossing brengt je in een lagere risicoklasse | Gunstig, ook bij een lage rente |
| Spaargeld ruim boven het heffingsvrij vermogen | Gunstig, scheelt 0,46 procent heffing per jaar |
| Buffer kleiner dan drie tot zes maanden vaste lasten | Te vroeg, eerst buffer opbouwen |
| Verhuizing of grote uitgave binnen vijf jaar gepland | Ongunstig, geld komt lastig terug |
| Spaar- of bankspaarhypotheek met opbouw in de polis | Meestal ongunstig, eerst laten doorrekenen |
| Al bijna schuldenvrij, woning met hoge WOZ-waarde | Reken de afbouw van de Hillen-aftrek mee |
Zo beslis je of aflossen in jouw geval geld oplevert
Reken per leningdeel, want het antwoord verschilt binnen één hypotheek.
-
Zoek per leningdeel de rente en de aflosvorm op
Pak je laatste jaaroverzicht erbij en noteer per deel het openstaande bedrag, de rente, het einde van de rentevaste periode en de aflosvorm. Bij meerdere delen los je af op het deel met de hoogste netto rente.
-
Bepaal of de rente aftrekbaar is en tegen welk tarief
Aftrek bestaat alleen bij een lening die je in maximaal dertig jaar annuïtair of lineair aflost, of onder het overgangsrecht van vóór 2013. Kijk ook wanneer je dertig jaar erop zit. De regels per situatie staan bij de hypotheekaftrek.
-
Zet je spaargeld naast het heffingsvrij vermogen
Boven 59.357 euro per persoon (2026) kost elke euro spaargeld je 0,46 procent belasting per jaar. Alleen het deel boven die grens telt mee als voordeel van aflossen; daaronder laat je die post uit de som.
-
Bereken je omslagpunt en vergelijk het met je spaarrente
Vermenigvuldig je rente met één min je aftrektarief en tel er 0,46 procentpunt bij op. Ligt je spaarrente daarboven, dan kost aflossen je geld. Ligt hij eronder, dan levert het op.
-
Trek je buffer en je plannen van het bedrag af
Houd drie tot zes maanden vaste lasten achter de hand, plus het geld voor bekende uitgaven zoals een verbouwing, een auto of de kosten koper van een volgende woning. Wat overblijft is pas echt vrij.
-
Check de boetevrije ruimte en het juiste moment
In je voorwaarden staat hoeveel je per kalenderjaar zonder boete mag aflossen, meestal 10 procent van de oorspronkelijke hoofdsom. Boek de aflossing vóór 1 januari, dan telt de verlaging van je vermogen meteen mee in box 3.
-
Vraag na afloop om een lagere risicoklasse
Is je schuld ten opzichte van de woningwaarde onder een grens gezakt, meld dat dan schriftelijk bij je geldverstrekker. Controleer op het volgende jaaroverzicht of zowel de aflossing als de nieuwe opslag correct is verwerkt.
Maximale hypotheek
Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek
Check dit voordat je een bedrag overmaakt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Aflossen bij een oude rente van 1,8 procent kost geld
Stel, je hebt nog 180.000 euro hypotheek tegen 1,8 procent, rentevast tot 2034, en de rente is aftrekbaar tegen 37,56 procent (2026). Je hebt 100.000 euro spaargeld tegen 2 procent en je overweegt 20.000 euro af te lossen, ruim binnen de boetevrije ruimte.
De bespaarde rente is 20.000 × 1,8% = 360 euro per jaar. Daarvan gaat de gemiste aftrek af: 360 × 37,56% = 135 euro. Netto bespaar je dus 225 euro. Je vermogen zakt van 100.000 naar 80.000 euro, en dat scheelt 20.000 × 0,46% = 92 euro box 3-heffing. Aflossen levert samen 317 euro per jaar op.
Daar staat tegenover dat die 20.000 euro op je spaarrekening 2 procent deed, oftewel 400 euro. Onder de streep lever je 83 euro per jaar in. Bij deze rente is aflossen dus inderdaad een verliesgevende zet, tot het moment dat je spaarrente onder 1,6 procent zakt of je rentevaste periode afloopt en de rente hoger wordt.
Aflossen op een aflossingsvrij deel zonder renteaftrek
Stel, je hebt een aflossingsvrij leningdeel van 120.000 euro uit 2019 tegen 4,2 procent. Omdat de lening na 2012 is afgesloten en je niet verplicht aflost, is de rente niet aftrekbaar. Je hebt 90.000 euro spaargeld tegen 2 procent en lost 30.000 euro af.
De bespaarde rente is 30.000 × 4,2% = 1.260 euro per jaar, en die besparing is volledig netto, want er was geen aftrek om te verliezen. Je vermogen daalt van 90.000 naar 60.000 euro. De box 3-heffing zakt van 141 naar 3 euro, een besparing van 138 euro. Samen levert de aflossing 1.398 euro per jaar op.
De gemiste spaarrente is 30.000 × 2% = 600 euro. Netto houd je 798 euro per jaar over op een inleg van 30.000 euro, oftewel 2,7 procent extra rendement zonder risico. Zakt je schuld door deze aflossing bovendien onder de grens van een lagere risicoklasse, dan daalt de opslag over het hele leningdeel en komt daar nog een paar honderd euro per jaar bij.
De laatste 40.000 euro aflossen op een huis van 400.000 euro
Stel, je woning heeft een WOZ-waarde van 400.000 euro en er staat nog 40.000 euro hypotheek tegen 3 procent, aftrekbaar tegen 37,56 procent (2026). Je hebt 120.000 euro spaargeld tegen 2 procent en overweegt de rest in één keer af te lossen.
Nu betaal je 1.200 euro rente. Het eigenwoningforfait is 400.000 × 0,35% = 1.400 euro, min 1.200 euro rente blijft 200 euro over, waarvan de Hillen-aftrek 71,867 procent wegneemt. Belast is 56 euro, wat 21 euro belasting kost. Je woonlast is dus 1.200 + 21 = 1.221 euro per jaar.
Na de aflossing betaal je geen rente meer. Het volle forfait van 1.400 euro blijft staan, de aftrek haalt daar 1.006 euro af en 394 euro is belast: 148 euro belasting. Je bespaart dus 1.221 - 148 = 1.073 euro, plus 40.000 × 0,46% = 184 euro in box 3, samen 1.257 euro. Min de gemiste spaarrente van 800 euro houd je 457 euro per jaar over, eenmalig verminderd met 150 tot 400 euro (2026) voor de akte van royement.
Reken wel door hoe dat voordeel slinkt. In 2041 is de Hillen-aftrek nul en is het hele forfait van 1.400 euro belast, wat tegen 37,56 procent 526 euro kost in plaats van 148 euro. Het jaarlijkse voordeel van deze aflossing zakt daarmee richting 79 euro, en tegelijk zit die 40.000 euro al die jaren vast in de stenen.
Veelgemaakte fouten
Denken dat je hypotheek je box 3-vermogen verlaagt
Je eigenwoningschuld hoort in box 1 en telt niet mee als schuld in box 3. Wie de hypotheek toch als aftrekpost op zijn vermogen invult, doet een onjuiste aangifte en krijgt een correctie. Alleen leningdelen die fiscaal geen eigenwoningschuld zijn tellen in box 3 mee, tegen 2,70 procent (2026) na een drempel van 3.800 euro per persoon.
De bruto hypotheekrente met de spaarrente vergelijken
Bij een aftrekbare rente van 4 procent bespaar je netto 2,50 procent, niet 4 procent. Wie dat verschil niet meerekent, denkt dat aflossen altijd wint en zet spaargeld vast dat elders meer had gedaan. Het scheelt op 50.000 euro ruim 750 euro per jaar in de vergelijking.
De buffer opmaken om de laatste euro af te lossen
Een schuldenvrij huis voelt prettig, maar een lekkend dak wacht niet op je volgende salaris. Wie daarna consumptief moet lenen tegen 8 tot 12 procent, betaalt in één jaar meer rente dan de aflossing in drie jaar oplevert.
Boven de boetevrije ruimte aflossen zonder de boete op te vragen
Boven de gebruikelijke 10 procent per kalenderjaar vergoed je het renteverlies over de resterende rentevaste periode. Bij een oude lage rente en nog acht jaar te gaan kan dat duizenden euro's zijn, meer dan het rendement dat je met de aflossing wilde pakken. Vraag altijd vooraf een boeteberekening op.
De afbouw van de Hillen-aftrek buiten beschouwing laten
Wie helemaal aflost, houdt het eigenwoningforfait als bijtelling over. In 2026 blijft daar door de aftrek nog 28 procent van belast, in 2041 het volle bedrag. Bij een woning van 600.000 euro loopt dat op van ongeveer 590 euro belast inkomen naar 2.100 euro.
Een spaarhypotheek aflossen zonder de polis door te rekenen
In een spaar- of bankspaarhypotheek groeit je inleg tegen dezelfde rente als je hypotheekrente en binnen de vrijstelling belastingvrij. Aflossen betekent die opbouw en die vrijstelling opgeven, en die keuze is definitief. Laat eerst berekenen wat de polis op de einddatum waard is.
Veelgestelde vragen
Is hypotheek aflossen dom?
Niet per definitie. Aflossen levert een rendement op dat exact gelijk is aan je hypotheekrente, zonder risico, en dat is bij een rente van 4 procent een prima resultaat. Dom wordt het pas als je rente laag vaststaat en aftrekbaar is, want dan houd je netto zo weinig over dat spaargeld of een obligatie meer opbrengt. Reken het per leningdeel uit in plaats van er een principe van te maken.
Hoeveel spaarrente moet ik krijgen voordat sparen beter is dan aflossen?
Vermenigvuldig je hypotheekrente met één min je aftrektarief en tel er 0,46 procentpunt bij op voor de box 3-heffing die je met aflossen bespaart. Bij 4 procent aftrekbare rente kom je op ongeveer 3,0 procent, bij 2 procent op ongeveer 1,7 procent. Is de rente niet aftrekbaar, dan ligt het punt op je rente plus 0,46 procentpunt. Blijft je spaargeld onder het heffingsvrij vermogen van 59.357 euro (2026), laat die opslag dan weg.
Verlaagt mijn hypotheek mijn belasting in box 3?
Nee, niet als het om de hypotheek op je eigen woning gaat. Die schuld hoort samen met het huis in box 1, waar het eigenwoningforfait en de renteaftrek staan. Alleen schulden die fiscaal geen eigenwoningschuld zijn, bijvoorbeeld overwaarde die je consumptief hebt opgenomen of een lening op een tweede woning, tellen in box 3 mee tegen 2,70 procent negatief rendement (2026), en dan pas boven een drempel van 3.800 euro per persoon.
Wat kost het om afgelost geld weer uit mijn huis te halen?
Je hebt een nieuwe hypotheek nodig, en daarvoor betaal je ongeveer 600 euro notariskosten voor de hypotheekakte, 103,50 euro Kadasterkosten, rond 500 euro voor een taxatie en gemiddeld 2.500 euro advies- en bemiddelingskosten, allemaal prijspeil 2026. Dat is samen zo'n 3.700 euro. Belangrijker nog is de inkomenstoets: de geldverstrekker beoordeelt je inkomen op dat moment, dus na pensionering of een inkomensdaling kan het bedrag onbereikbaar blijken.
Moet ik mijn hypotheek helemaal aflossen?
Dat hoeft niet en het is zelden de scherpste keuze. Een klein leningdeel laten staan houdt de mogelijkheid open om later boetevrij te verhogen binnen de bestaande inschrijving, en het houdt een deel van je eigenwoningforfait weggestreept tegen aftrekbare rente. Volledig aflossen betekent bovendien dat je de doorhaling in het Kadaster moet regelen. Weeg het comfort van schuldenvrij zijn af tegen de liquiditeit die je opgeeft.
Is aflossen dom als ik bijna met pensioen ga?
Juist rond je pensioen verandert de weging. Je inkomen daalt, waardoor je aftrektarief vaak zakt naar 17,85 procent in de eerste schijf (2026) en de aftrek dus minder waard wordt. Tegelijk wordt het moeilijker om het geld ooit terug te lenen, omdat de geldverstrekker op je pensioeninkomen toetst. Lagere maandlasten zijn dan waardevol, maar een ruime buffer is dat ook.
Kun je beter aflossen of beleggen?
Beleggen moet twee horden nemen. Je portefeuille telt in box 3 mee tegen 6,00 procent forfaitair rendement (2026) en 36 procent belasting, wat 2,16 procent per jaar kost boven het heffingsvrij vermogen. Daar bovenop moet het rendement je netto hypotheekrente verslaan, bij 4 procent aftrekbare rente dus samen ruim 4,6 procent bruto. Dat kan, maar het is een verwachting met risico tegenover een gegarandeerde besparing.
Wat gebeurt er met mijn eigenwoningforfait als ik alles heb afgelost?
Het forfait blijft staan, want dat hangt aan de woning en niet aan de schuld. Bij een WOZ-waarde van 400.000 euro is het 1.400 euro per jaar in 2026. Omdat je geen aftrekbare rente meer hebt, valt het onder de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld, die in 2026 nog 71,867 procent wegneemt en met 4,8 procentpunt per jaar afbouwt tot nul op 1 januari 2041. Vanaf dat jaar geef je het volle forfait als inkomen op.
Moet ik de hypotheek laten doorhalen als ik volledig heb afgelost?
Het recht van hypotheek blijft in de openbare registers staan tot een notaris een akte van royement inschrijft. Bij verkoop gebeurt dat automatisch, maar wie blijft wonen moet het zelf regelen of bewust laten staan. Wat het kost en wanneer je het beter wel of niet doet, staat bij royement van de hypotheekinschrijving en bij het royeren van je hypotheek.
Is aflossen dom bij een spaarhypotheek of bankspaarhypotheek?
Meestal wel. In die vormen spaar je binnen de polis of rekening tegen dezelfde rente als je hypotheekrente, en die opbouw is binnen de vrijstelling voor de kapitaalverzekering eigen woning onbelast. Aflossen levert dan geen rentevoordeel op, maar kost je wel de fiscale vrijstelling, en herstellen is niet mogelijk. Laat een adviseur eerst uitrekenen wat de polis op de einddatum waard is.
Op welk leningdeel kan ik het beste aflossen?
Op het deel met de hoogste netto rente, dus na aftrek. Een aflossingsvrij deel zonder renteaftrek van 4 procent is duurder dan een annuïtair deel van 4,5 procent waarop je wel aftrekt. Loopt bij een deel de dertigjaarstermijn binnen een paar jaar af, dan telt dat mee, want daarna betaal je die rente volledig zelf. Reken de gevolgen voor je maandlast door met de maandlasten-rekenhulp.
Wanneer in het jaar kan ik het beste aflossen?
Voor de box 3-heffing telt alleen je vermogen op 1 januari. Een aflossing die eind december is bijgeschreven, verlaagt je grondslag voor het hele jaar erna; dezelfde overboeking begin januari doet dat pas twaalf maanden later. Houd rekening met een paar werkdagen verwerkingstijd bij je geldverstrekker en met het feit dat de boetevrije ruimte per kalenderjaar geldt, zodat je hem eventueel over twee jaren kunt spreiden.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor de rekensom zelf heb je niemand nodig: rente, aftrektarief en spaarsaldo staan op je jaaroverzicht en je aangifte. Een hypotheekadviseur verdient zijn kosten, doorgaans tussen de 1.500 en 3.000 euro (2026), terug bij drie situaties. De eerste is een spaar- of bankspaarhypotheek, waar de waarde van de polis en de fiscale vrijstelling doorgerekend moeten worden voordat je iets afbetaalt. De tweede is een hypotheek met meerdere leningdelen en verschillende einddata van de renteaftrek, waar de volgorde van aflossen echt uitmaakt. De derde is de vraag of je het geld later nog terugkrijgt: wie overweegt om na aflossen ooit overwaarde op te nemen, kan vooraf laten toetsen of dat op zijn inkomen haalbaar blijft. Voor de belastingkant van een bijna afgeloste woning is een fiscalist of de Belastingdienst zelf het aangewezen loket, en voor de doorhaling in het Kadaster de notaris. De rest van de keuzes rond je financiering vind je onder hypotheek, en wat je op je inkomen kunt lenen check je met de rekenhulp voor je maximale hypotheek.
Bronnen en controle
- Berekening box 3-inkomen 2026 Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Hoe werkt het eigenwoningforfait en de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026