Naar de inhoud
Rekenhulpen

Afbouw van de hypotheekrenteaftrek: het aftrektarief per jaar

7 minuten lezen Hypotheekrenteaftrek Bijgewerkt 22 augustus 2026
dehuisgids.nl BELASTINGEN & WOZ Afbouw hypotheekrenteaftrek

Bij de afbouw van de hypotheekrenteaftrek verdwijnt de aftrek niet, maar wel het tarief waartegen je hem krijgt. Sinds 2014 daalde dat maximumtarief van 52 procent naar 37,56 procent in 2026, eerst met een half procentpunt per jaar en vanaf 2020 met drie procentpunt. Je merkt het alleen als je inkomen boven de 78.426 euro uitkomt, want daaronder trek je de rente gewoon af tegen je eigen schijftarief. Naast deze beperking loopt een tweede afbouw: de Hillen-aftrek voor wie bijna niets meer aan rente betaalt, die in 2041 helemaal verdwijnt.

7 minuten
  • 37,56% 2026 maximaal tarief waartegen je de hypotheekrente aftrekt
  • € 78.426 2026 inkomen vanaf waar de beperking pas gaat werken
  • 11,94% 2026 de tariefsaanpassing die als bijtelling op je aanslag komt
  • 71,867% 2026 wat er nog over is van de Hillen-aftrek
  • 2041 wettelijk jaar waarin de Hillen-aftrek helemaal is verdwenen

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat de afbouw van de hypotheekrenteaftrek precies afbouwt

Bij de afbouw van de hypotheekrenteaftrek verdwijnt de aftrek zelf niet. Wat sinds 2014 stap voor stap kleiner werd, is het tarief waartegen je de rente mag aftrekken. Je geeft nog altijd elke euro rente op, maar de belasting die je daarover terugkrijgt is per euro lager geworden. De regeling als geheel, met de voorwaarden en de termijnen, staat op de pagina over de hypotheekrenteaftrek.

Tot en met 2013 trok je de rente af tegen het tarief van de hoogste schijf waarin je inkomen viel, destijds 52 procent. Vanaf 2014 ging daar elk jaar een half procentpunt af. Vanaf 2020 versnelde het tempo naar drie procentpunt per jaar, tot het maximum in 2023 uitkwam op het basistarief van de inkomstenbelasting. In 2026 is dat maximum 37,56 procent.

De beperking heet officieel de tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning. Die begrenzing geldt niet alleen voor de hypotheekrente maar voor alle aftrekbare kosten rond je woning en je hypotheek, zoals de erfpachtcanon, de advieskosten en de notariskosten voor de hypotheekakte. Alles wat in de aftrekpost eigen woning zit, valt onder dezelfde begrenzing.

De afbouw jaar voor jaar, van 52 naar 37,56 procent

De afbouw van de hypotheekrenteaftrek in tabelvorm staat hieronder, met alle jaren op een rij. De reeks laat twee snelheden zien. Van 2014 tot en met 2019 zakte het maximumtarief telkens met een half procentpunt, van 52 naar 49 procent. Dat was nauwelijks voelbaar: op tienduizend euro rente scheelde een jaar afbouw vijftig euro.

Vanaf 2020 werd het tempo verzesvoudigd naar drie procentpunt per jaar. In vier jaar tijd zakte het tarief van 49 naar 36,93 procent, en dat is wel merkbaar. Voor iemand die tienduizend euro rente betaalt en in de hoogste schijf zit, verdween in die vier jaar ruim twaalfhonderd euro belastingvoordeel per jaar.

Sinds 2023 is de reeks geen afbouw meer maar een koppeling. Het maximale aftrektarief is vanaf dat jaar gelijk aan het basistarief van box 1, en dat beweegt met de belastingschijven mee. Daardoor ging het percentage in 2024, 2025 en 2026 juist een fractie omhoog in plaats van omlaag.

Maximaal aftrektarief hypotheekrente, 2013 tot en met 2026
35 40 45 50 55 2013 2015 2017 2019 2021 2023 2026 afbouw versnelt naar 3 procentpunt per jaar aftrektarief gekoppeld aan het basistarief

procent de verticale as begint niet bij nul bron: Belastingdienst, tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning augustus 2026

JaarMaximaal aftrektariefStap ten opzichte van het jaar ervoor
201352,00%startpunt
201451,50%0,5 procentpunt lager
201551,00%0,5 procentpunt lager
201650,50%0,5 procentpunt lager
201750,00%0,5 procentpunt lager
201849,50%0,5 procentpunt lager
201949,00%0,5 procentpunt lager
202046,00%3 procentpunt lager
202143,00%3 procentpunt lager
202240,00%3 procentpunt lager
202336,93%3,07 procentpunt lager, gelijk aan het basistarief
202436,97%0,04 procentpunt hoger
202537,48%0,51 procentpunt hoger
202637,56%0,08 procentpunt hoger

Gecontroleerd op augustus 2026

Bewaar je jaaropgaven van de hypotheek. Wil je terugkijken wat een oud belastingjaar je opleverde, dan heb je naast het rentebedrag ook het aftrektarief van dat jaar nodig, en dat verschilt dus per jaar.

Wie de afbouw merkt en wie er niets van heeft

De beperking werkt pas boven een inkomensdrempel. In 2026 gaat hij in bij het deel van je inkomen uit werk en woning dat boven 78.426 euro uitkomt, in 2025 lag die grens op 76.817 euro. Blijf je daaronder, dan trek je je hypotheekrente gewoon af tegen het tarief van je eigen schijf en heb je van de hele afbouw niets gemerkt.

Box 1 kent in 2026 drie schijven voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft: 35,75 procent tot 38.883 euro, 37,56 procent tot 78.426 euro en 49,50 procent daarboven. Omdat het maximale aftrektarief precies gelijk is aan het tarief van die tweede schijf, kan alleen wie in de derde schijf zit nog iets verliezen. Hoe de aftrek daaronder uitpakt, staat in de gids over de aftrek van hypotheekrente.

Dat verklaart waarom de afbouw voor de meeste huiseigenaren een nieuwsbericht bleef en geen portemonneekwestie. Bij fiscale partners telt bovendien het inkomen van degene die de aftrek opgeeft; wie de aftrekpost bij de partner met het laagste inkomen neerlegt, ontloopt de beperking maar krijgt ook een lager tarief terug.

Een inkomen dat door een bonus, een ontslagvergoeding of een afgekochte lijfrente eenmalig boven de 78.426 euro uitkomt, brengt je in 2026 alsnog in de tariefsaanpassing. De bijtelling verschijnt dan onaangekondigd op je definitieve aanslag.

Hoe de tariefsaanpassing op je aanslag terechtkomt

De Belastingdienst rekent de beperking niet weg in de aftrekpost zelf, maar zet er een correctie tegenover. Je trekt je saldo eigenwoningkosten eerst volledig af tegen het tarief van je hoogste schijf, en vervolgens komt er een bijtelling bij je inkomen die het verschil terughaalt. Die bijtelling is in 2026 gelijk aan 11,94 procent van je aftrekpost, het verschil tussen 49,50 en 37,56 procent.

Op je aanslag zie je die post staan als tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning. Het is dus geen extra belasting maar een verrekening, en het bedrag oogt vaak hoger dan mensen verwachten omdat het over de hele aftrekpost gaat en niet alleen over het deel boven de drempel.

Krijg je de aftrek maandelijks uitbetaald via een voorlopige aanslag, dan is de tariefsaanpassing daar al in verwerkt zolang je inkomen goed staat opgegeven. Hoe die maandelijkse route werkt en wanneer je hem aanpast, lees je bij de maandelijkse uitbetaling van de hypotheekrenteaftrek. Wie de aftrek pas bij de aangifte opvoert, ziet de correctie in één keer bij de afrekening.

Wat er na 2023 met de afbouw gebeurde

De stapsgewijze verlaging eindigde in 2023. Vanaf dat jaar staat in de wet dat het aftrektarief gelijk is aan het basistarief van de inkomstenbelasting, en dat is een koppeling in plaats van een afbouwpad. Wie zoekt naar de afbouw van de hypotheekrenteaftrek na 2023, vindt daarom geen nieuwe stappen meer: de reeks stond stil en bewoog daarna met de schijven mee.

De afbouw in 2024 bestond in de praktijk niet. Het maximale tarief ging van 36,93 naar 36,97 procent, een verhoging van vier honderdste procentpunt, puur omdat het basistarief die kant op ging. In 2025 kwam het uit op 37,48 procent en in 2026 op 37,56 procent. Wie in die jaren minder terugkreeg, merkte het effect van een lager rentebedrag of een gewijzigd eigenwoningforfait, niet van nieuwe afbouw.

Of daar later verandering in komt, is een politieke vraag en geen fiscale. Wat er in de plannen circuleert en welke varianten er langskomen, staat in de gidsen over de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek, over een ingreep in de hypotheekrenteaftrek en over de vraag of de hypotheekrenteaftrek verdwijnt. Voor je eigen begroting reken je met het tarief dat nu in de wet staat.

De tweede afbouw: de Hillen-aftrek verdwijnt in 2041

Naast de tariefsbeperking loopt een afbouw die veel minder aandacht krijgt en die juist mensen met een kleine schuld raakt. Wie zijn hypotheek bijna of helemaal heeft afgelost, betaalt minder rente dan het eigenwoningforfait bedraagt en houdt een positief saldo over waarover belasting verschuldigd zou zijn. De wet Hillen compenseerde dat sinds 2005 volledig, zodat aflossen nooit tot een bijtelling leidde.

Die compensatie wordt sinds 2019 afgebouwd. In 2026 bedraagt de aftrek wegens geen of geringe eigenwoningschuld nog 71,867 procent van het verschil tussen je forfait en je aftrekbare kosten; de rest telt gewoon bij je inkomen op. Per 1 januari 2026 ging het afbouwtempo omhoog van 3,33 naar 4,8 procentpunt per jaar, waardoor de aftrek in 2041 op nul staat in plaats van in 2048.

Voor wie ruim aflost, betekent dat een oplopende jaarlijkse post. Het gaat om bedragen in de orde van enkele honderden euro's per jaar, afhankelijk van je WOZ-waarde. Reken je forfait door met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait en controleer de WOZ-waarde waarmee je gemeente rekent, want die twee bepalen de hele som.

JaarPercentage Hillen-aftrekAfbouwstap
201996,667%eerste afbouwjaar
202480,000%3,33 procentpunt per jaar
202576,667%3,33 procentpunt per jaar
202671,867%tempo verhoogd naar 4,8 procentpunt
202767,067%4,8 procentpunt per jaar
203052,667%4,8 procentpunt per jaar
203528,667%4,8 procentpunt per jaar
20404,667%laatste jaar met aftrek
20410%regeling vervallen

Gecontroleerd op augustus 2026, jaren na 2026 volgen uit de wettelijke afbouwstap van 4,8 procentpunt

De dertigjaarstermijn, de afbouw die je zelf niet ziet aankomen

Er is nog een derde manier waarop je aftrek kleiner wordt, en die staat los van tarieven. Per lening mag je de rente maximaal dertig jaar aftrekken. Daarna is de rente niet meer aftrekbaar, ook al betaal je hem nog wel. Voor leningen die al vóór 2001 liepen, ging de teller op 1 januari 2001 lopen: die aftrek eindigt uiterlijk op 1 januari 2031.

Oversluiten of verhuizen zet die teller niet terug. Neem je je oude schuld mee naar een nieuw huis, dan loopt de resterende termijn door op het meegenomen deel; alleen over een echte verhoging begint een nieuwe termijn van dertig jaar. Dat is precies waarom mensen soms schrikken van hun aanslag na een oversluiting: de netto last stijgt terwijl de rente daalde. Wat je in welk jaar mag opgeven, staat bij het aanvragen van de hypotheekrenteaftrek.

Voor oude aflossingsvrije leningen komen twee dingen samen. Ze vallen onder het overgangsrecht van vóór 2013 en houden hun aftrek, maar de dertigjaarstermijn tikt gewoon door. Hoe dat uitpakt lees je bij de aftrekbaarheid van een aflossingsvrije hypotheek.

Zet de einddatum van je aftrek in je agenda, niet alleen de einddatum van je rentevaste periode. Op de dag dat de dertig jaar om zijn, stijgt je netto maandlast met het volledige belastingvoordeel dat je tot dan toe kreeg.

Wat je kunt doen nu de aftrek minder oplevert

De afbouw verandert de rekensom onder een aantal keuzes. Extra aflossen wordt aantrekkelijker naarmate het aftrektarief lager ligt, omdat je netto rente stijgt terwijl je spaarrente en de belasting in box 3 gelijk blijven. Tegelijk drukt de afbouw van de Hillen-aftrek de opbrengst van aflossen weer een beetje, want bij een kleine schuld krijg je met een positief saldo te maken.

Een tweede knop is de verdeling tussen fiscale partners. De aftrekpost eigen woning mag je vrij verdelen, en dat is het narekenen waard: bij de partner met het hoogste inkomen levert de aftrek het meeste op, tenzij die daarmee in de tariefsaanpassing valt. Bij een inkomen boven de 78.426 euro in 2026 is de uitkomst voor beide partners hetzelfde 37,56 procent.

De derde knop is je voorlopige aanslag. Verandert je inkomen, je rente of je hypotheekvorm, pas de aanslag dan meteen aan in plaats van te wachten tot de aangifte. Meer achtergrond bij de belastingkant van je huis vind je op de hub over belastingen rond je woning.

Bereken bij extra aflossen eerst je netto rente: rente maal een min je aftrektarief. Bij 4 procent rente en 37,56 procent aftrek is dat 2,5 procent. Levert je spaargeld na belasting minder op, dan is aflossen rekenkundig de betere kant.

Zo reken je uit wat de afbouw jou kost

Met je jaaropgave en je WOZ-beschikking bij de hand ben je er in een half uur uit.

  1. Zoek je inkomen uit werk en woning op

    Neem je bruto jaarinkomen vóór aftrekposten, want de drempel van 78.426 euro in 2026 wordt daarop toegepast. Blijf je daaronder, dan raakt de tariefsbeperking je niet en kun je de rest van deze som overslaan.

  2. Tel je aftrekbare kosten eigen woning bij elkaar

    Op je jaaropgave van de geldverstrekker staat de betaalde hypotheekrente. Tel daar eventuele erfpachtcanon en, in het jaar van afsluiten, de aftrekbare afsluitkosten bij op.

  3. Trek het eigenwoningforfait ervan af

    Het forfait is in 2026 0,35 procent van de WOZ-waarde voor woningen tot 1.350.000 euro. Wat overblijft na aftrek van het forfait is je werkelijke aftrekpost, en dat bedrag is de basis voor alle verdere berekeningen.

  4. Vermenigvuldig met het tarief dat voor jou geldt

    Zit je inkomen onder de drempel, reken dan met je eigen schijftarief van 35,75 of 37,56 procent in 2026. Zit je erboven, reken dan met 37,56 procent en niet met 49,50 procent, want de rest wordt teruggehaald.

  5. Vergelijk met wat je vroeger terugkreeg

    Neem hetzelfde rentebedrag en het tarief uit de tabel hierboven voor een eerder jaar. Het verschil tussen bijvoorbeeld 49 procent in 2019 en 37,56 procent in 2026 laat zien wat de afbouw netto met je huishoudboekje deed.

  6. Controleer de tariefsaanpassing op je aanslag

    Op de definitieve aanslag staat de post tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning apart vermeld. Klopt het bedrag niet met 11,94 procent van je aftrekpost in 2026, dan is er iets mis met het opgegeven inkomen of de verdeling met je partner.

  7. Stel je voorlopige aanslag bij

    Wijzigt je inkomen of je rente, pas de maandelijkse teruggaaf dan binnen hetzelfde jaar aan. Wie te veel ontvangt, betaalt het later terug met belastingrente erbovenop.

Overdrachtsbelasting

Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting

Nalopen voordat je je aangifte indient

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Inkomen van 100.000 euro: wat de tariefsbeperking kost

Stel, je verdient 100.000 euro, je huis heeft een WOZ-waarde van 500.000 euro en je betaalt 12.000 euro hypotheekrente in 2026. Het eigenwoningforfait is 0,35 procent van 500.000 euro, dus 1.750 euro. Je aftrekpost is 12.000 min 1.750 is 10.250 euro.

Zonder beperking zou je die post aftrekken tegen 49,50 procent: 5.074 euro terug. De tariefsaanpassing haalt daar 11,94 procent van 10.250 euro af, oftewel 1.224 euro. Wat overblijft is 3.850 euro, precies 37,56 procent van 10.250 euro. Per maand krijg je dus 321 euro terug in plaats van 423 euro.

Ter vergelijking met de tijd voor de versnelde afbouw: bij dezelfde aftrekpost leverde de aftrek in 2019 tegen 49 procent nog 5.023 euro op. Het verschil met 2026 is 1.173 euro per jaar, bijna honderd euro per maand.

Rekenvoorbeeld

Inkomen van 55.000 euro: de afbouw gaat aan je voorbij

Stel, je verdient 55.000 euro, je WOZ-waarde is 400.000 euro en je betaalt 9.000 euro rente in 2026. Het forfait is 1.400 euro, dus je aftrekpost is 7.600 euro. Je inkomen zit in de tweede schijf, ruim onder de drempel van 78.426 euro, dus er komt geen tariefsaanpassing aan te pas.

Je trekt de 7.600 euro af tegen 37,56 procent en krijgt 2.855 euro terug, ongeveer 238 euro per maand. Dat is exact hetzelfde percentage als het maximum voor de hoogste inkomens. De hele afbouw sinds 2014 heeft aan dit bedrag niets veranderd, want jouw tarief werd nooit begrensd.

Het bedrag daalt in dit geval alleen als je rente daalt of je WOZ-waarde stijgt. Een WOZ-waarde die naar 450.000 euro gaat, verhoogt het forfait naar 1.575 euro en verlaagt je teruggaaf met 66 euro per jaar.

Rekenvoorbeeld

Bijna afgelost: wat de Hillen-afbouw jaarlijks bijtelt

Stel, je hebt nog 5.000 euro hypotheekschuld staan tegen 4 procent rente, dus 200 euro rente per jaar, bij een WOZ-waarde van 400.000 euro. Het eigenwoningforfait is 1.400 euro. Het verschil tussen forfait en kosten is 1.200 euro.

In 2026 mag je daarvan 71,867 procent aftrekken, dus 862 euro. Er blijft 338 euro over dat bij je inkomen wordt geteld. Tegen 37,56 procent kost dat 127 euro belasting. In 2024, toen de aftrek nog 80 procent was, bleef er 240 euro over en betaalde je daarover ongeveer 89 euro.

Loopt de afbouw door zoals hij in de wet staat, dan telt in 2041 de volledige 1.200 euro mee. Tegen hetzelfde tarief is dat 451 euro belasting per jaar, ruim driehonderd euro meer dan nu. Bij een hogere WOZ-waarde loopt dat evenredig op.

Veelgemaakte fouten

Denken dat de afbouw de aftrek zelf schrapt

De afbouw verlaagde het tarief, niet het recht. Wie daarom besluit zijn rente maar niet meer op te geven of zijn voorlopige aanslag stopzet, laat geld liggen: bij 10.000 euro aftrekpost is dat 3.756 euro per jaar in 2026.

Rekenen met 49,50 procent bij een hoog inkomen

Wie zijn maandlasten begroot met het toptarief komt structureel te hoog uit. Op een aftrekpost van 15.000 euro scheelt het verschil tussen 49,50 en 37,56 procent 1.791 euro per jaar, en dat merk je pas bij de definitieve aanslag.

De voorlopige aanslag jaren laten staan

Een aanslag die nog op je oude inkomen of je oude rente staat, betaalt te veel of te weinig uit. Terugbetalen gebeurt met belastingrente over het hele bedrag, en die loopt vanaf 1 juli na het belastingjaar.

Aannemen dat oversluiten de dertigjaarstermijn opnieuw start

De termijn hangt aan de schuld, niet aan de akte. Wie na 22 jaar oversluit, houdt nog acht jaar aftrek op het oude bedrag. Alleen over een verhoging van de lening begint een nieuwe periode van dertig jaar.

De Hillen-afbouw vergeten in een aflosplan

Wie zijn hypotheek helemaal aflost om van de maandlast af te zijn, krijgt een oplopende bijtelling terug. Bij een WOZ-waarde van 500.000 euro loopt die post richting 1.750 euro belastbaar inkomen per jaar zodra de Hillen-aftrek in 2041 weg is.

De aftrekpost automatisch bij de hoogstverdienende partner leggen

Dat is meestal juist, maar niet altijd. Valt die partner in de tariefsaanpassing en de ander net in de tweede schijf, dan is de opbrengst identiek en kan de verdeling wel je heffingskortingen en toeslagen beïnvloeden.

Veelgestelde vragen

Wat houdt de afbouw van de hypotheekrenteaftrek in?

De afbouw is een verlaging van het tarief waartegen je de hypotheekrente aftrekt, niet van de aftrek zelf. Tot 2013 trok je de rente af tegen maximaal 52 procent, in 2026 tegen maximaal 37,56 procent. Je geeft nog steeds alle rente op, maar krijgt er per euro minder belasting over terug. De beperking geldt alleen voor het inkomen boven 78.426 euro in 2026.

Waarom wilde de politiek de hypotheekrenteaftrek afbouwen?

De aftrek kostte de schatkist jaarlijks miljarden en het voordeel liep op met het inkomen, omdat een hoger schijftarief een hogere teruggaaf gaf. Door het aftrektarief te begrenzen verdween dat verschil tussen inkomens, terwijl de aftrek zelf bleef bestaan. De opbrengst werd bij elke stap teruggesluisd via lagere tarieven in box 1, zodat de gemiddelde huiseigenaar er per saldo weinig van merkte.

Wat was de afbouw van de hypotheekrenteaftrek in 2024?

In 2024 was er feitelijk geen afbouw. Het maximale aftrektarief ging van 36,93 procent in 2023 naar 36,97 procent in 2024, een verhoging van vier honderdste procentpunt. Sinds 2023 is het aftrektarief namelijk gekoppeld aan het basistarief van de inkomstenbelasting, dus het beweegt mee met de schijven in plaats van volgens een afbouwschema te dalen.

Is de hypotheekrenteaftrek na 2023 nog verder afgebouwd?

Nee. Het afbouwpad dat in 2014 begon, eindigde in 2023 op het niveau van het basistarief. Daarna volgde het maximumtarief de belastingschijven: 36,97 procent in 2024, 37,48 procent in 2025 en 37,56 procent in 2026. Wat er in de politiek over verdere stappen wordt gezegd, staat op de pagina over de afschaffing van de hypotheekrenteaftrek.

Waar vind ik een tabel met de afbouw van de hypotheekrenteaftrek per jaar?

De tabel hierboven bevat alle jaren van 2013 tot en met 2026, met per jaar het maximale aftrektarief en de stap ten opzichte van het jaar ervoor. De grafiek erbij laat dezelfde reeks zien, zodat je in één oogopslag ziet waar het tempo in 2020 versnelde en waar de reeks in 2023 vlak werd.

Vanaf welk inkomen merk ik de afbouw van de hypotheekrenteaftrek?

In 2026 vanaf een inkomen uit werk en woning van 78.426 euro, in 2025 lag die grens op 76.817 euro. Daaronder trek je de rente af tegen je eigen schijftarief van 35,75 of 37,56 procent, en dat is precies het maximum. De beperking raakt dus alleen wie in de hoogste schijf van 49,50 procent zit.

Waarom staat er een bijtelling op mijn aanslag terwijl ik alleen rente aftrek?

Dat is de tariefsaanpassing aftrek kosten eigen woning. De Belastingdienst trekt je aftrekpost eerst volledig af tegen 49,50 procent en corrigeert daarna met een bijtelling van 11,94 procent van diezelfde post in 2026. Netto houd je 37,56 procent over. De post oogt als extra belasting maar is een verrekening van de tariefsbeperking.

Geldt de afbouw ook voor mijn aflossingsvrije hypotheek?

Ja, voor zover die rente überhaupt aftrekbaar is. Een aflossingsvrije lening van vóór 2013 valt onder het overgangsrecht en houdt aftrek, begrensd op 37,56 procent in 2026. Een nieuwe aflossingsvrije lening geeft geen aftrek, want daarvoor moet je annuïtair of lineair aflossen. Meer daarover bij de aftrekbaarheid van een aflossingsvrije hypotheek.

Wat betekent de afbouw voor mijn maandelijkse teruggaaf?

Bij een inkomen onder de drempel verandert er niets aan het maandbedrag. Zit je erboven, dan is je teruggaaf ongeveer een kwart lager dan wanneer de aftrek tegen 49,50 procent zou lopen. Bij een aftrekpost van 10.000 euro scheelt dat honderd euro per maand. De maandelijkse uitbetaling houdt daar al rekening mee.

Wat is de Hillen-aftrek en waarom wordt die ook afgebouwd?

De Hillen-aftrek voorkomt dat je belasting betaalt over het eigenwoningforfait als je weinig of geen hypotheekrente meer betaalt. Sinds 2019 wordt hij afgebouwd, in 2026 resteert 71,867 procent. Het tempo ging per 2026 omhoog naar 4,8 procentpunt per jaar, waardoor de regeling in 2041 helemaal verdwenen is in plaats van in 2048.

Stopt mijn aftrek na dertig jaar, ook als ik oversluit?

Ja. De termijn van dertig jaar hangt aan de lening en niet aan de akte, dus oversluiten of verhuizen zet de teller niet terug. Voor schulden die al vóór 2001 bestonden, eindigt de aftrek uiterlijk op 1 januari 2031. Alleen over een verhoging van je lening begint een nieuwe termijn van dertig jaar.

Loont extra aflossen nu de aftrek minder oplevert?

Rekenkundig wel: hoe lager je aftrektarief, hoe hoger je netto rente en hoe meer aflossen oplevert. Bij 4 procent rente en 37,56 procent aftrek betaal je netto 2,5 procent. Levert je spaargeld na belasting minder op, dan wint aflossen. Houd wel de werking van de aftrek en de afbouw van de Hillen-aftrek in het oog.

Hoe verdeel ik de aftrekpost het beste met mijn fiscale partner?

Je mag de aftrekpost eigen woning vrij verdelen tussen fiscale partners. In de regel levert toewijzing aan de hoogstverdienende partner het meeste op, maar door de tariefsbeperking is de opbrengst boven 78.426 euro in 2026 gelijk aan die in de tweede schijf. Reken beide varianten door, ook op het effect op heffingskortingen en toeslagen.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

De rekensom achter de afbouw is goed zelf te maken: rente min eigenwoningforfait, maal je tarief. Voor die stap heb je geen adviseur nodig, en de rekenhulp voor het eigenwoningforfait neemt het lastigste deel over. Een hypotheekadviseur wordt interessant zodra er een keuze aan vastzit: extra aflossen tegenover beleggen, een leningdeel omzetten waarvan de dertigjaarstermijn afloopt, of het verdelen van de aftrekpost bij sterk verschillende inkomens. Reken op 1.500 tot 3.000 euro advieskosten voor een volledig hypotheekadvies, of op een uurtarief van ongeveer 100 tot 175 euro voor een losse vraag. Bij een gemengde situatie, bijvoorbeeld een woning die deels wordt verhuurd, een echtscheiding met een eigenwoningreserve of een lening bij de eigen bv, gaat het om fiscaal maatwerk en is een belastingadviseur of fiscalist de juiste partij. Voor de vraag of je aanslag klopt, kun je altijd eerst bij de Belastingdienst zelf terecht; die legt de post tariefsaanpassing desgevraagd uit zonder kosten. Wat op deze pagina staat, is algemene informatie en geen advies over jouw situatie.

Bronnen en controle

  1. Minder aftrek voor uw eigen woning als u een hoog inkomen hebt Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  2. Geen of een kleine eigenwoningschuld (Wet Hillen) Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  3. Voorlopige aanslag 2026: gebruikte tarieven en heffingskortingen Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026

Verder lezen over dit onderwerp