Hypotheekrente 10 jaar vast: wat je vastlegt en wat het kost
Tien jaar vast is het punt waarop de leennormen omslaan: bij een kortere rentevaste periode toetst de geldverstrekker je op minimaal 5 procent, vanaf tien jaar telt je werkelijke rente mee. Bij een toetsinkomen van 60.000 euro scheelt dat met de normen van 2026 ongeveer 17.000 euro leenruimte. Je legt je maandlast vast voor een derde van een normale looptijd; van een annuïteitenhypotheek van 350.000 euro tegen 4 procent staat na die tien jaar nog 275.744 euro open, en over dat bedrag loop je opnieuw renterisico.
- 5% 2026 minimale toetsrente bij een rentevaste periode korter dan tien jaar
- 10 jaar 2026 vanaf deze periode toetst de geldverstrekker op je werkelijke rente
- 37,56% 2026 maximaal tarief waartegen je de hypotheekrente aftrekt
- 30 jaar wettelijk maximale duur van de renteaftrek per leningdeel, drie periodes van tien jaar
- € 470.000 2026 NHG-grens; daaronder geldt ook op tien jaar vast het laagste tarief
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat je vastlegt met tien jaar vast
Tien jaar vast betekent dat je rentepercentage tien jaar lang niet verandert, wat de markt in die periode ook doet. Een hypotheek loopt meestal dertig jaar, dus je legt een derde van de looptijd vast en laat twee derde open. De stand van de hypotheekrente op de dag dat je tekent bepaalt daarmee je maandlast tot en met jaar tien, en daarna kies je opnieuw.
Bij een annuïteitenhypotheek blijft het maandbedrag die tien jaar exact gelijk, omdat rente en aflossing samen optellen tot hetzelfde bedrag. Bij een lineaire hypotheek daalt de maandlast elke maand een beetje, want je betaalt rente over een steeds kleinere schuld. Bij een aflossingsvrij deel staat de rentelast tien jaar stil op hetzelfde bedrag, omdat de schuld niet beweegt.
Wat je niet vastlegt, is de hoogte van je schuld op het moment van de herziening. Na tien jaar annuïtair aflossen is bij een gemiddeld tarief nog ruim driekwart van de lening over, en over dat restant loop je vanaf jaar elf opnieuw renterisico. Hoe die keuze zich verhoudt tot vijf, twintig of dertig jaar staat in de gids over de rentevaste periode.
Waarom tien jaar het omslagpunt is in de leennormen
De regel die tien jaar vast bijzonder maakt, staat in de Tijdelijke regeling hypothecair krediet. Bij een rentevaste periode korter dan tien jaar moet de geldverstrekker rekenen met de door de AFM gepubliceerde gemiddelde debetrentevoet, en die is wettelijk ten minste 5 procent, of met jouw geoffreerde rente als die hoger ligt. Vanaf tien jaar vast telt gewoon de rente die je werkelijk gaat betalen.
Dat verschil werkt twee kanten op in je maximale hypotheek. Een hogere toetsrente betekent een hogere woonquote, dus meer procent van je inkomen dat aan wonen mag opgaan, maar tegelijk een veel duurdere fictieve maandlast. Het tweede effect is groter, en per saldo kun je met een korte periode minder lenen dan met tien jaar vast.
Onderstaand voorbeeld gebruikt de financieringslastnormen van 2026 bij een toetsinkomen van 60.000 euro zonder andere leningen. Reken je eigen situatie na met de rekenhulp voor je maximale hypotheek, want de woonquote verspringt per inkomensklasse. Wat er verder meeweegt bij het bepalen van je leenruimte lees je bij hypotheek berekenen.
| Rentevaste periode | Rente waarmee getoetst wordt | Leenruimte bij 60.000 euro toetsinkomen |
|---|---|---|
| Variabel of 5 jaar vast, aanbod 3,8% | Minimaal 5%, de wettelijke ondergrens | € 220.000 |
| 10 jaar vast, aanbod 4,0% | 4,0%, je eigen rente | € 237.000 |
| 20 jaar vast, aanbod 4,3% | 4,3%, je eigen rente | € 228.000 |
Gecontroleerd op financieringslastnormen 2026, rentepercentages als aanname, augustus 2026
Kom je net een paar duizend euro tekort voor de woning die je wilt, vraag je adviseur dan wat tien jaar vast met je toetsing doet voordat je op prijs gaat onderhandelen. Het is de goedkoopste periode waarbij je eigen rente telt.
Wat tien jaar vast per maand kost
De maandlast volgt uit drie dingen: het geleende bedrag, het tarief en de looptijd. Bij een annuïteitenhypotheek van 350.000 euro over dertig jaar hoort bij 4 procent een bruto maandlast van 1.671 euro. Een half procentpunt hoger tarief kost 102 euro per maand extra en levert na tien jaar bovendien een hogere restschuld op, omdat er meer van je inleg naar rente gaat.
In de eerste maand bestaat die 1.671 euro uit 1.167 euro rente en 504 euro aflossing. Over het eerste jaar betaal je 13.888 euro rente, en tegen het maximale aftrektarief van 37,56 procent in 2026 komt daarvan 5.216 euro terug, ongeveer 435 euro per maand. Netto begin je dus rond 1.236 euro, en dat bedrag loopt langzaam op omdat het rentedeel elk jaar kleiner wordt.
Vergelijk de smaken voor je eigen bedrag met de maandlasten-rekenhulp en houd daarbij dezelfde looptijd aan. Hoe de teruggave werkt en wanneer je hem maandelijks kunt laten uitbetalen staat bij de aftrek van hypotheekrente.
| Rentepercentage | Bruto maandlast | Afgelost na tien jaar | Restschuld na tien jaar |
|---|---|---|---|
| 3,5% | € 1.572 | € 79.006 | € 270.994 |
| 4,0% | € 1.671 | € 74.256 | € 275.744 |
| 4,5% | € 1.773 | € 69.687 | € 280.313 |
| 5,0% | € 1.879 | € 65.303 | € 284.697 |
Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij een annuïteitenhypotheek van € 350.000 en 30 jaar looptijd, augustus 2026
Waarom jouw tarief afwijkt van het tarief in de advertentie
Geldverstrekkers publiceren per rentevaste periode een reeks tarieven, niet één tarief. Het laagste percentage geldt voor de veiligste categorie: een lening met Nationale Hypotheek Garantie, mogelijk tot een koopsom van 470.000 euro in 2026, waarvoor je eenmalig 0,4 procent borgtochtprovisie over de lening betaalt. Daarboven bepaalt je risicoklasse het tarief, de verhouding tussen je lening en de waarde van de woning.
Hoe lager die verhouding, hoe lager de opslag. Wie 90 procent van de woningwaarde leent, betaalt meer dan wie op 60 procent zit, en dat verschil loopt bij sommige verstrekkers op tot enkele tienden van een procentpunt. Daalt je schuld door aflossing of stijgt je woning in waarde, dan kun je om indeling in een lagere klasse vragen; dat verlaagt je rente ook midden in de tien jaar.
Actuele standen bewegen wekelijks en horen niet in een gids thuis. Kijk voor de stand van vandaag bij wat de huidige hypotheekrente is, en leg de aanbieders naast elkaar via hypotheekrente vergelijken. Vergelijk daarbij op dezelfde dag, dezelfde risicoklasse en dezelfde periode, anders vergelijk je appels met peren; hoe je dat aanpakt staat ook bij rentes vergelijken bij het afsluiten.
Een renteaanbod heeft een geldigheidsduur, meestal twee tot drie maanden, soms langer tegen een opslag. Loopt het af voordat je passeert bij de notaris, dan geldt het tarief van dat moment, ook als de rente intussen is gestegen.
Wat er na tien jaar nog openstaat
Het renterisico van tien jaar vast zit niet in de eerste tien jaar maar in de twintig daarna. Van een annuïteitenhypotheek van 350.000 euro tegen 4 procent is na tien jaar 74.256 euro afgelost en staat er nog 275.744 euro open, bijna 79 procent van de oorspronkelijke lening. Over dat bedrag krijg je een nieuw tarief voor de resterende twintig jaar.
Wat die herziening met je maandlast doet, hangt volledig af van de stand op dat moment. Blijft de rente rond 4 procent, dan verandert er niets aan je maandbedrag. Springt hij naar 6 procent, dan gaat je bruto last van 1.671 naar 1.976 euro, 305 euro per maand erbij. Zakt hij naar 3 procent, dan daal je naar 1.529 euro. Die uitkomsten liggen ruim 400 euro per maand uit elkaar, en dat is precies het bedrag waarvoor je met een langere periode een premie betaalt.
Je krijgt uiterlijk drie maanden voor de einddatum een nieuw renteaanbod van je geldverstrekker. Op de einddatum zelf mag je boetevrij aflossen en boetevrij weg naar een andere aanbieder, dus dat is het moment om te kijken wat de tarieven bij andere verstrekkers doen. Een vergelijking met een langere periode maak je op de gids over twintig jaar vast.
euro per maand de verticale as begint niet bij nul bron: eigen berekening, annuïteit over 240 maanden augustus 2026
| Rente bij de herziening | Bruto maandlast jaar 11 tot 30 | Verschil met 1.671 euro |
|---|---|---|
| 3% | € 1.529 | € 142 lager |
| 4% | € 1.671 | gelijk |
| 5% | € 1.820 | € 149 hoger |
| 6% | € 1.976 | € 305 hoger |
| 7% | € 2.138 | € 467 hoger |
Gecontroleerd op restschuld € 275.744 annuïtair over 20 jaar, augustus 2026
De aftrek loopt dertig jaar, je rente staat tien jaar vast
De hypotheekrenteaftrek en de rentevaste periode zijn twee losse klokken. De aftrek geldt per leningdeel maximaal dertig jaar en alleen als je annuïtair of lineair aflost in die dertig jaar. Een nieuwe rentevaste periode start die termijn niet opnieuw: kies je drie keer tien jaar vast achter elkaar, dan stopt de aftrek gewoon na het dertigste jaar.
Het maximale tarief waartegen je aftrekt is 37,56 procent in 2026. Omdat het rentedeel van een annuïteit elk jaar kleiner wordt, daalt je teruggave over de looptijd terwijl je bruto maandlast gelijk blijft. Netto stijgen je lasten dus langzaam, ook als je rente tien jaar lang exact hetzelfde is.
Bij een renteherziening verandert de teruggave direct mee met het nieuwe tarief. Gaat je rente omhoog, dan betaal je meer rente en krijg je ook meer terug, maar nooit meer dan het deel dat de aftrek dekt: van elke euro extra rente blijft ruim 62 cent voor eigen rekening. Hoe de aangifte en de voorlopige teruggaaf precies werken staat bij de hypotheekrenteaftrek in de aangifte.
Verhoog je je lening bij de renteherziening, bijvoorbeeld voor een verbouwing, dan is dat een nieuw leningdeel met een eigen aftrektermijn en eigen voorwaarden. Alleen het deel dat je verplicht aflost, geeft recht op aftrek.
Tussentijds aflossen, verhuizen of oversluiten
Binnen die tien jaar zit je niet vast aan je huis, wel aan je rente. Extra aflossen mag bij vrijwel elke geldverstrekker tot 10 of 20 procent van de oorspronkelijke hoofdsom per jaar zonder vergoeding; wat er voor jou geldt staat in je hypotheekvoorwaarden. Los je meer af terwijl de marktrente lager staat dan jouw rente, dan rekent de geldverstrekker een vergoeding voor de rente die hij misloopt.
Verhuizen kan met de meeneemregeling. Je neemt je huidige tarief mee naar de nieuwe woning voor de resterende jaren van je periode, en over het bedrag dat je extra leent geldt de rente van dat moment. Je krijgt dan twee leningdelen met verschillende einddata, wat het later vergelijken lastiger maakt. Zit er tijd tussen aankoop en verkoop, dan komt er vaak een overbruggingshypotheek bij.
Oversluiten midden in de tien jaar kan altijd, maar loont pas als het renteverschil de vergoeding plus de kosten van notaris, taxatie en advies overtreft. Een tussenvorm is rentemiddeling: je huidige verstrekker verrekent de vergoeding in een nieuw, lager gemiddeld tarief, meestal met een opslag. Reken beide routes door voordat je iets tekent, en kijk in de tussentijd bij de stand van de rente nu of het verschil groot genoeg is.
Wanneer tien jaar vast past en wanneer niet
Tien jaar vast is de middenweg, en dat maakt hem geschikt voor wie geen uitgesproken reden heeft om korter of langer te gaan. Je betaalt minder dan voor twintig of dertig jaar, je hebt tien jaar rust, en je leenruimte wordt op je eigen rente getoetst in plaats van op de wettelijke ondergrens van 5 procent.
De vorm knelt in twee situaties. Wie het maximale leent en een stijging van 300 euro per maand vanaf jaar elf niet zou kunnen dragen, koopt met een langere periode zekerheid die het geld waard is. En wie juist weet dat de lening binnen enkele jaren grotendeels verdwijnt, door verkoop of door een erfenis, betaalt met tien jaar vast voor zekerheid die hij niet gebruikt.
Een derde situatie is het inkomen zelf. Bij een wisselend of nog jong inkomen, bijvoorbeeld als zelfstandige, weegt de toetsing zwaarder dan het tarief; wat daarbij komt kijken staat bij een hypotheek zonder vast contract. Wil je eerst weten waar de rente op dit moment ongeveer ligt voordat je een periode kiest, kijk dan bij hoe hoog de hypotheekrente is.
| Jouw situatie | Wat er meestal bij past |
|---|---|
| Je leent ruim binnen je normen en houdt buffer over | Tien jaar vast: lager tarief, en een sprong bij de herziening is op te vangen |
| Je leent tegen het maximum van de normen | Langer vastzetten, zodat je maandlast niet net op het verkeerde moment omhoog gaat |
| Je verwacht binnen vijf jaar te verkopen | Korter vast of variabel, al kost dat leenruimte door de toetsrente van minimaal 5 procent |
| Je hebt een aflossingsvrij deel naast een annuïtair deel | Op het aflossingsvrije deel weegt een lange periode zwaarder, want daar dempt geen aflossing |
| Je gaat binnen tien jaar met pensioen | Kies de periode zo dat de herziening niet samenvalt met de inkomensdaling |
Zo kies en regel je tien jaar vast
Van oriëntatie tot het vastleggen van je tarief duurt het meestal enkele weken.
-
Bepaal eerst hoeveel je nodig hebt
Zet de koopsom, de kosten koper en je eigen geld op een rij, zodat je weet welk bedrag je moet financieren. Pas daarna heeft het zin om over de rentevaste periode te praten, want het benodigde bedrag bepaalt of de toetsing überhaupt knelt.
-
Reken je leenruimte door bij twee toetsrentes
Vul in de rekenhulp voor je maximale hypotheek één keer 5 procent in en één keer het tarief voor tien jaar vast. Het verschil tussen beide uitkomsten laat zien wat een kortere periode je aan leenruimte kost.
-
Vraag tarieven op voor drie periodes tegelijk
Laat je adviseur of de geldverstrekker vijf, tien en twintig jaar vast op dezelfde dag offreren, in jouw risicoklasse. Alleen dan zie je wat de opslag per extra jaar zekerheid werkelijk is.
-
Test de herziening op je eigen budget
Reken uit wat je vanaf jaar elf betaalt als de rente 2 procentpunt hoger staat, en leg dat naast je huishoudboekje. Kun je dat bedrag niet dragen, dan is dat het argument voor een langere periode, niet het tarief van vandaag.
-
Leg je rente vast en let op de geldigheidsduur
Bij het uitbrengen van de offerte staat je tarief vast tot de afgesproken einddatum, meestal twee tot drie maanden. Stem die datum af op de leveringsdatum bij de notaris, en vraag naar de kosten van verlenging als de oplevering kan uitlopen.
-
Zet de einddatum in je agenda
Noteer de datum waarop de tien jaar afloopt, plus een herinnering een half jaar ervoor. Dan begin je met vergelijken voordat het aanbod van je eigen verstrekker binnenkomt, en houd je de route naar een hypotheek bij een andere aanbieder open.
Maximale hypotheek
Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek
Loop dit na voordat je tien jaar vast kiest
Doorgerekend: zo pakt het uit
Wat de toetsrente doet met je leenruimte bij 60.000 euro inkomen
Stel, je toetsinkomen is 60.000 euro, je hebt geen andere leningen en je kiest tussen vijf jaar vast tegen 3,8 procent en tien jaar vast tegen 4,0 procent. Bij vijf jaar vast toetst de geldverstrekker op minimaal 5 procent. Bij dat percentage hoort in de normen van 2026 een woonquote van 23,6 procent: 60.000 × 23,6% = 14.160 euro per jaar, oftewel 1.180 euro per maand. Als annuïteit over dertig jaar tegen 5 procent hoort daar een lening van 220.000 euro bij.
Bij tien jaar vast telt je eigen 4,0 procent. De woonquote is dan 22,6 procent: 60.000 × 22,6% = 13.560 euro per jaar, 1.130 euro per maand. Diezelfde maandruimte draagt tegen 4 procent over dertig jaar een lening van 237.000 euro. De lagere quote wordt ruimschoots goedgemaakt door het lagere rekentarief, en per saldo kun je 17.000 euro meer lenen met de langere periode.
Je betaalt daar wel voor: over 220.000 euro tegen 3,8 procent kost de maandlast 1.025 euro, over 237.000 euro tegen 4,0 procent 1.131 euro. Het verschil van 106 euro per maand is deels het grotere bedrag en deels het hogere tarief.
Tien jaar vast op 350.000 euro, van maand één tot de herziening
Stel, je leent 350.000 euro annuïtair over dertig jaar en zet de rente tien jaar vast op 4 procent. Je bruto maandlast is 1.671 euro en blijft dat tien jaar lang. In de eerste maand gaat 1.167 euro naar rente en 504 euro naar aflossing; in de honderdtwintigste maand is die verhouding verschoven naar ongeveer 922 euro rente en 749 euro aflossing.
Over die tien jaar betaal je 200.514 euro, waarvan 126.258 euro rente en 74.256 euro aflossing. Tegen het maximale aftrektarief van 37,56 procent in 2026 komt van die rente ruwweg 47.400 euro terug, gemiddeld zo'n 395 euro per maand, waarbij de teruggave in jaar één het hoogst is en daarna elk jaar iets daalt.
Op de einddatum staat er nog 275.744 euro open, verdeeld over twintig resterende jaren. Staat de rente dan op 6 procent, dan wordt je bruto maandlast 1.976 euro. In jaar elf betaal je daarover 16.344 euro rente en krijg je tegen 37,56 procent ongeveer 6.139 euro terug: netto ongeveer 1.464 euro per maand, tegen 1.320 euro in jaar tien. De sprong komt dus vooral netto binnen, en pas twintig jaar voor het einde van de looptijd.
Extra aflossen in jaar acht met 25.000 euro spaargeld
Stel, dezelfde lening van 350.000 euro tegen 4 procent staat na zeven jaar op 301.208 euro en je hebt 25.000 euro spaargeld over. Je verstrekker staat 10 procent van de oorspronkelijke hoofdsom per jaar boetevrij toe, dus 35.000 euro: je aflossing past ruim binnen die grens en kost geen vergoeding.
De maandlast verandert niet vanzelf mee. Je kunt kiezen: de looptijd verkorten en 1.671 euro blijven betalen, of de maandlast laten herrekenen. Herreken je over de resterende drieëntwintig jaar, dan daalt hij naar 1.532 euro, 139 euro minder per maand. Dezelfde 25.000 euro verlaagt bovendien je restschuld bij de herziening van 275.744 naar ongeveer 253.000 euro. Staat de rente dan op 6 procent, dan betaal je over dat lagere bedrag 1.812 euro per maand in plaats van 1.976 euro: 164 euro per maand minder, twintig jaar lang.
Levert je spaarrekening minder op dan 4 procent, dan is dit rendement direct en zeker. Houd wel een buffer aan voor onverwachte uitgaven, want afgelost geld haal je niet zomaar terug uit de stenen; wat er in je woning aan waarde zit zie je met de overwaarde-rekenhulp.
Veelgemaakte fouten
Alleen naar het tarief kijken en de toetsing vergeten
Vijf jaar vast staat vaak een paar tienden lager in de tarieflijst, maar je wordt getoetst op minimaal 5 procent. Bij een toetsinkomen van 60.000 euro scheelt dat met de normen van 2026 ongeveer 17.000 euro leenruimte, precies het bedrag dat je bod net te laag maakt.
Denken dat de renteaftrek opnieuw begint bij de herziening
De dertigjaarstermijn hangt aan het leningdeel, niet aan de rentevaste periode. Drie keer tien jaar vast levert geen negentig jaar aftrek op: na jaar dertig betaal je de rente volledig zelf, en dat kan honderden euro's netto per maand schelen.
De herziening niet doorrekenen op het eigen budget
Wie zich blindstaart op de maandlast van vandaag, ziet niet dat bij 6 procent op een restschuld van 275.744 euro de bruto last met 305 euro per maand stijgt. Dat bedrag moet er vanaf jaar elf gewoon zijn.
Tarieven van verschillende dagen naast elkaar leggen
Geldverstrekkers passen hun tarieven soms wekelijks aan, en niet allemaal op hetzelfde moment. Een vergelijking van twee weken oud levert een verschil op dat er intussen niet meer is, en daar baseer je dan wel een keuze van tien jaar op.
Vergeten om een lagere risicoklasse aan te vragen
Daalt je schuld of stijgt je woningwaarde, dan kun je binnen de tien jaar om indeling in een lagere klasse vragen. Verstrekkers doen dat lang niet altijd uit zichzelf, en een opslag van 0,2 procentpunt op 275.000 euro is ruim 45 euro per maand.
Het renteaanbod laten verlopen voor de levering
Een offerte is meestal twee tot drie maanden geldig. Schuift de oplevering van een nieuwbouwwoning door, dan geldt het tarief van de nieuwe datum, tenzij je vooraf verlenging hebt geregeld. Dat kost een opslag, maar minder dan een rentestijging.
Veelgestelde vragen
Wat betekent hypotheekrente 10 jaar vast?
Het betekent dat je rentepercentage tien jaar lang niet verandert, ongeacht wat de marktrente doet. Bij een annuïteitenhypotheek blijft je bruto maandlast in die periode exact gelijk. Na tien jaar krijg je een nieuw tarief over het bedrag dat dan nog openstaat, voor de resterende looptijd van je hypotheek.
Is 10 jaar vast een goede keuze?
Dat hangt af van hoeveel ruimte je in je budget hebt. Tien jaar vast is de goedkoopste periode waarbij je leenruimte op je werkelijke rente wordt getoetst, en daarmee de logische middenweg voor wie ruim binnen de normen leent. Wie tegen het maximum aan zit en een stijging van enkele honderden euro's vanaf jaar elf niet kan dragen, koopt met twintig of dertig jaar vast zekerheid die dat geld waard kan zijn.
Waarom kun je met 10 jaar vast meer lenen dan met 5 jaar vast?
Bij een rentevaste periode korter dan tien jaar schrijft de Tijdelijke regeling hypothecair krediet voor dat de geldverstrekker toetst op de door de AFM gepubliceerde gemiddelde rente, die ten minste 5 procent bedraagt, of op jouw rente als die hoger is. Vanaf tien jaar vast telt je eigen tarief. Bij een toetsinkomen van 60.000 euro is dat verschil met de normen van 2026 ongeveer 17.000 euro.
Hoeveel hoger is de rente bij 10 jaar vast dan bij 5 jaar vast?
Dat verschilt per geldverstrekker en per week, en er is geen vast opslagbedrag. Bij een normale rentestructuur ligt tien jaar vast enkele tienden van een procentpunt boven vijf jaar vast, maar bij een vlakke of omgekeerde curve kan het verschil vrijwel verdwijnen of zelfs omdraaien. Vraag beide tarieven op dezelfde dag op in jouw risicoklasse.
Wat is de hypotheekrente voor 10 jaar vast op dit moment?
Actuele standen wisselen wekelijks en soms vaker, dus een vast getal in een gids is binnen een maand onjuist. Kijk voor de stand van vandaag op de rentelijsten van de geldverstrekkers zelf of op de overzichtspagina's van deze site, en let daarbij op je risicoklasse, want daar zit vaak meer verschil in dan tussen aanbieders.
Wat gebeurt er na 10 jaar vaste rente?
Je geldverstrekker stuurt uiterlijk drie maanden voor de einddatum een nieuw renteaanbod voor de resterende looptijd. Reageer je niet, dan gaat meestal de aangeboden periode automatisch in. Op de einddatum mag je boetevrij aflossen en boetevrij oversluiten naar een andere aanbieder, dus dat is het moment om te vergelijken zonder dat het je een vergoeding kost.
Hoeveel heb je afgelost na 10 jaar vast?
Bij een annuïteitenhypotheek van 350.000 euro tegen 4 procent over dertig jaar is dat 74.256 euro, ruim 21 procent van de lening. Er staat dan nog 275.744 euro open. Bij een hogere rente los je in dezelfde tien jaar minder af, omdat een groter deel van je maandbedrag naar rente gaat: bij 5 procent is dat 65.303 euro.
Kun je extra aflossen als je 10 jaar vast hebt gekozen?
Ja. Vrijwel elke geldverstrekker laat je per kalenderjaar 10 tot 20 procent van de oorspronkelijke hoofdsom boetevrij aflossen, en bij verkoop of op de einddatum van de periode is aflossen altijd zonder vergoeding. Los je meer af terwijl de marktrente onder jouw tarief ligt, dan betaal je een vergoeding voor de gemiste rente. Je voorwaarden vermelden welk percentage voor jou geldt.
Kun je een hypotheek met 10 jaar vast tussentijds oversluiten?
Dat kan altijd, maar het kost meestal een vergoeding voor de rente die je verstrekker misloopt, plus notaris, taxatie en advies. Oversluiten loont dus alleen bij een fors renteverschil en genoeg resterende jaren om die kosten terug te verdienen. Rentemiddeling is het alternatief: je verstrekker verwerkt de vergoeding in een nieuw gemiddeld tarief, doorgaans met een opslag.
Neem je je rente mee als je verhuist binnen die tien jaar?
Met de meeneemregeling neem je je tarief mee naar de nieuwe woning voor de jaren die van je periode resteren. Leen je meer bij, dan geldt over dat extra deel de rente van dat moment en krijg je twee leningdelen met eigen einddata. Niet elke geldverstrekker hanteert dezelfde termijn tussen verkoop en nieuwe aankoop, dus check die voorwaarde voordat je je huis in de verkoop zet.
Is 10 jaar vast beter dan 20 jaar vast?
Beter bestaat hier niet, het is een verzekeringsvraag. Tien jaar vast is goedkoper per maand en laat je na tien jaar meebewegen met de markt, in beide richtingen. Twintig jaar vast kost een opslag en beschermt je juist in de jaren waarin je restschuld nog hoog is. Wie de rentesprong vanaf jaar elf financieel kan dragen, betaalt met tien jaar vast minder voor dezelfde woning.
Blijft de hypotheekrenteaftrek gelden bij 10 jaar vast?
Ja, zolang je annuïtair of lineair aflost binnen dertig jaar. De rentevaste periode heeft geen invloed op het recht op aftrek en start de dertigjaarstermijn ook niet opnieuw. Het maximale tarief waartegen je aftrekt is 37,56 procent in 2026; bij een renteherziening beweegt je teruggave mee met het nieuwe rentebedrag.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor een standaardsituatie, een vast inkomen en een lening ruim binnen de normen, kun je de keuze tussen rentevaste periodes prima zelf voorbereiden met de maandlasten-rekenhulp en de rentelijsten van de verstrekkers. Een hypotheekadviseur verdient zijn kosten, meestal tussen de 1.500 en 3.000 euro, terug zodra er iets bijzonders speelt: een wisselend inkomen, een eigen zaak, een aflossingsvrij deel dat afloopt, een scheiding of een pensioen dat binnen de looptijd valt. De adviseur kent ook het acceptatiebeleid per verstrekker, en dat bepaalt vaak meer dan het tarief in de advertentie. Voor de fiscale kant van een leningdeel dat je verhoogt of oversluit is een fiscalist of de Belastingdienst het juiste loket; voor de akte en de kosten bij passeren de notaris. Wat er verder bij het afsluiten komt kijken staat bij hypotheek afsluiten, en het bredere overzicht van je financiering vind je op de hypotheekpagina.
Bronnen en controle
- Tijdelijke regeling hypothecair krediet, artikel 3 en bijlage 1 Overheid.nl (wetten.overheid.nl) geraadpleegd 22 augustus 2026
- Hypotheek afsluiten: wat moet je weten Nibud geraadpleegd 22 augustus 2026
- Koopwoning en hypotheekrenteaftrek Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
- Nationale Hypotheek Garantie NHG geraadpleegd 22 augustus 2026