Naar de inhoud
Rekenhulpen

Aftrek hypotheekrente: wat je terugkrijgt en hoe lang

9 minuten lezen Hypotheekrente Bijgewerkt 22 augustus 2026
dehuisgids.nl HYPOTHEEK Aftrek hypotheekrente

Van de hypotheekrente die je betaalt krijg je je belastingtarief terug, in 2026 hoogstens 37,56 procent, nadat het eigenwoningforfait van je rente af is gegaan. Bij 4 procent rente kost je hypotheek daardoor netto eerder 2,7 procent. De voorwaarde is dat de lening voor je eigen woning is en dat je hem annuïtair of lineair aflost in maximaal dertig jaar; diezelfde dertig jaar is ook de maximale duur van de aftrek per leningdeel. Je kiest zelf of je de teruggave elke maand ontvangt of in een keer na de aangifte.

9 minuten
  • 37,56% 2026 maximaal tarief waartegen je hypotheekrente aftrekt
  • 30 jaar wettelijk maximale duur van de aftrek per leningdeel
  • 0,35% 2026 eigenwoningforfait dat eerst van je rente af gaat
  • € 78.426 2026 inkomen vanaf waar de aftopping gaat werken
  • 1 jan 2031 wettelijk einde van de aftrek voor hypotheken die al vóór 2001 liepen

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat de aftrek doet met de rente die je betaalt

De aftrek van hypotheekrente verlaagt niet je rente maar je belasting. Je haalt de rente die je in een jaar betaalt van je inkomen in box 1 af en rekent over dat lagere inkomen af. Wat de hypotheekrente je uiteindelijk kost, ligt daardoor lager dan het tarief op je offerte doet vermoeden.

Voordat je de rente aftrekt, komt er eerst iets bij: het eigenwoningforfait, de bijtelling voor het woongenot van je eigen huis. Dat forfait is een percentage van je WOZ-waarde en gaat van je betaalde rente af. Wat overblijft is je aftrekpost, en die vermenigvuldig je met je belastingtarief. Dat bedrag krijg je terug.

Een voorbeeld met ronde getallen. Bij een lening van 300.000 euro tegen 4 procent betaal je in het eerste jaar ongeveer 11.900 euro rente. Is je WOZ-waarde 400.000 euro, dan is het forfait 0,35 procent daarvan, oftewel 1.400 euro in 2026. Je aftrekpost is dan 10.500 euro en tegen 37,56 procent levert dat 3.944 euro op, ruim 328 euro per maand.

Netto betaal je in dat jaar dus geen 4 procent rente maar ongeveer 2,7 procent. Wil je weten wat dat met je maandlast doet, reken de bruto last dan door met de rekenhulp voor je maandlasten en trek daar je maandelijkse teruggave vanaf. Hoeveel je op grond van je inkomen kunt lenen staat los van de aftrek en reken je uit bij het berekenen van je hypotheek.

Reken bij het vergelijken van hypotheken altijd met de bruto maandlast en zet je verwachte teruggave er als apart bedrag naast. Zo zie je meteen wat er gebeurt als de aftrek ooit wegvalt of afloopt.

Voorwaarden voor aftrek van hypotheekrente

Hypotheekrente is aftrekbaar zolang de lening voor je eigen woning is en die woning je hoofdverblijf is. Het geld moet zijn gebruikt voor de aankoop, voor verbetering of onderhoud van die woning, of voor het afkopen van erfpacht. Financier je met je hypotheek een auto of een studie, dan hoort dat deel niet bij je eigenwoningschuld en is de rente erover niet aftrekbaar.

Voor elke lening die je op of na 1 januari 2013 bent aangegaan geldt de aflossingseis: je lost minimaal annuïtair of lineair af in maximaal dertig jaar, en dat schema volg je ook echt. Loop je achter met aflossen, dan kun je de aftrek voor dat leningdeel verliezen. Leningen die op 31 december 2012 al liepen vallen onder het overgangsrecht en houden hun aftrek zonder aflosverplichting.

Leen je bij familie of bij je eigen bv, dan geldt een informatieplicht: je geeft de lening op in je aangifte, zodat de Belastingdienst weet dat er een eigenwoningschuld tegenover staat. De volledige set voorwaarden met de uitzonderingen daarop staat in de gids over de fiscale kant van hypotheekrente aftrek.

Ook de rente op een overbruggingshypotheek is aftrekbaar, zolang je oude woning nog in box 1 valt. Die verkoopregeling loopt tot en met het derde jaar na het jaar waarin de woning leeg te koop kwam te staan. Woon je nog niet in je nieuwe huis, bijvoorbeeld bij nieuwbouw, dan mag je de rente aftrekken als je er naar verwachting binnen drie jaar na het aangiftejaar gaat wonen.

KostenpostAftrekbaar in box 1?
Rente over de eigenwoningschuldJa, zolang de lening aan de voorwaarden voldoet
Rente over een lening voor verbouwing of onderhoudJa, mits je dat deel annuïtair of lineair aflost
Boeterente bij oversluiten of vervroegd aflossenJa, in het jaar waarin je hem betaalt
Advies- en bemiddelingskosten voor de hypotheekJa, eenmalig in het jaar van betaling
Notaris- en kadasterkosten voor de hypotheekakteJa
Taxatiekosten die nodig waren voor de leningJa
Borgtochtprovisie voor NHGJa
Aflossing op je hypotheekNee, alleen het rentedeel telt
Rente over een consumptief bijgeleend deelNee, dat deel hoort in box 3
Overdrachtsbelasting en de kosten van de leveringsakteNee

Gecontroleerd op augustus 2026

Het percentage van de aftrek hypotheekrente per jaar

Er bestaat geen vast percentage voor de aftrek van hypotheekrente. Je trekt de rente af tegen het tarief van de schijf waarin je aftrekpost valt, met een plafond erop. In 2026 betaal je 35,75 procent over je inkomen tot 38.883 euro, 37,56 procent tot 78.426 euro en 49,50 procent daarboven, terwijl de aftrek nooit meer dan 37,56 procent oplevert.

Dat plafond heet de tariefsaanpassing. Wie boven 78.426 euro verdient, haalt de rente eerst tegen 49,50 procent van zijn inkomen af, waarna de Belastingdienst 11,94 procent van diezelfde aftrekpost weer bij het inkomen optelt. Onder de streep houd je 37,56 procent over. Verdien je minder, dan merk je van de aftopping niets en geldt gewoon je eigen schijftarief.

Het maximumtarief daalde tussen 2014 en 2023 elk jaar, eerst met een half procentpunt en vanaf 2020 met drie procentpunt per jaar. Sinds 2023 is het maximum gelijk aan het tarief van de tweede schijf en loopt het weer licht op. De afbouw van de aftrek hypotheekrente zit dus niet in de aftrek zelf maar in het percentage waartegen je hem verzilvert.

Doe je alsnog aangifte over een eerder jaar, reken dan met het tarief van dat jaar. De aftrek hypotheekrente over 2022 loopt tegen 40 procent, over 2023 tegen 36,93 procent en over 2024 tegen 36,97 procent.

Maximaal aftrektarief voor hypotheekrente, 2019 tot en met 2026
35 40 45 50 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 afbouw versnelt naar 3 procentpunt per jaar einde van de afbouw, tarief volgt de tweede schijf

procent de verticale as begint niet bij nul bron: Belastingdienst, tariefsaanpassing eigen woning augustus 2026

JaarMaximaal aftrektariefStap ten opzichte van het jaar ervoor
201949,00%0,5 procentpunt lager
202046,00%3 procentpunt lager
202143,00%3 procentpunt lager
202240,00%3 procentpunt lager
202336,93%3,07 procentpunt lager, gelijk aan het tarief van de tweede schijf
202436,97%0,04 procentpunt hoger
202537,48%0,51 procentpunt hoger
202637,56%0,08 procentpunt hoger

Gecontroleerd op augustus 2026

Maximale aftrek hypotheekrente: wat het bedrag begrenst

Aan het bedrag aan rente dat je mag aftrekken zit geen wettelijk maximum. Wat je er netto aan overhoudt wordt wel op vier manieren begrensd, en die vier samen bepalen de maximale aftrek hypotheekrente in jouw situatie.

De eerste grens is het tarief: 37,56 procent in 2026, hoe hoog je inkomen ook is. De tweede is het eigenwoningforfait, dat eerst van je rente af gaat. Bij een WOZ-waarde van 500.000 euro is dat 1.750 euro in 2026, en pas wat daarna overblijft is aftrekbaar.

De derde grens raakt wie bijna heeft afgelost. Zijn je aftrekbare kosten lager dan het forfait, dan mag je het verschil aftrekken via de regeling voor geen of kleine eigenwoningschuld. Die aftrek is in 2026 nog 71,867 procent van het verschil en loopt met 4,8 procentpunt per jaar terug naar nul op 1 januari 2041.

De vierde grens is de looptijd van de aftrek zelf: elk leningdeel heeft een eigen termijn van dertig jaar en daarna is de rente niet meer aftrekbaar. Verder telt alleen de rente over je eigenwoningschuld. Heb je bijgeleend voor iets anders dan de woning, dan hoort dat deel in box 3 en levert het geen aftrek op, zoals ook staat in de gids over wat je van je hypotheek mag aftrekken.

WOZ-waardePercentage eigenwoningforfait
tot € 12.5000%
€ 12.500 tot € 25.0000,10%
€ 25.000 tot € 50.0000,20%
€ 50.000 tot € 75.0000,25%
€ 75.000 tot € 1.350.0000,35%
vanaf € 1.350.000€ 4.725 plus 2,35% over het deel boven € 1.350.000

Gecontroleerd op tarieven 2026, peildatum augustus 2026

Bij een lage rente en een hoge WOZ-waarde kan je aftrekpost op nul of zelfs onder nul uitkomen. Je betaalt dan per saldo belasting over je eigen woning in plaats van dat je iets terugkrijgt, tenzij de regeling voor geen of kleine eigenwoningschuld dat nog opvangt.

Aftrek hypotheekrente 30 jaar: hoe de termijn per leningdeel loopt

De dertigjaarstermijn hoort bij de lening, niet bij de woning en niet bij jou. Elk leningdeel start zijn eigen klok op het moment dat de schuld ontstaat, en dertig jaar later stopt de aftrek voor dat deel. Verhuis je, dan gaat de resterende termijn mee naar je nieuwe hypotheek: de teller begint niet opnieuw.

Voor hypotheken die op 1 januari 2001 al liepen is de teller op die datum gestart. Hun aftrek eindigt daarom uiterlijk op 1 januari 2031, ook als de lening zelf ouder is.

Leen je bij voor een verbouwing of een aanbouw, dan is dat een nieuw leningdeel met een eigen termijn van dertig jaar. Dat deel valt onder de huidige regels, dus je krijgt er alleen aftrek over als je het annuïtair of lineair aflost. Zo lopen binnen één hypotheek al snel verschillende delen met verschillende einddata naast elkaar.

Haal de aftrektermijn niet door elkaar met je rentevaste periode. De eerste bepaalt hoe lang je de rente van je inkomen mag aftrekken, de tweede hoe lang je rentepercentage vastligt. Ze lopen zelden gelijk op en kunnen elkaar op een ongelukkig moment kruisen: een renteherziening vlak nadat de aftrek is gestopt, laat je netto last twee keer achter elkaar stijgen.

Wat er gebeurtGevolg voor de termijn van dertig jaar
Je sluit je eerste hypotheek afDe termijn start op de datum waarop de schuld ontstaat
Je verhuist en neemt je eigenwoningschuld meeDe resterende termijn loopt door en begint niet opnieuw
Je leent bij voor een verbouwingAlleen voor het extra bedrag start een nieuwe termijn van dertig jaar
Je sluit over zonder het bedrag te verhogenDe termijn loopt gewoon door bij de nieuwe geldverstrekker
Je hypotheek liep al op 1 januari 2001De aftrek eindigt uiterlijk op 1 januari 2031
De dertig jaar zijn volDe rente is niet meer aftrekbaar en de schuld verhuist naar box 3

Gecontroleerd op augustus 2026

Zo ontvang je de aftrek: elke maand of één keer per jaar

Je kunt het geld op twee manieren binnenkrijgen. De standaardroute loopt via de aangifte inkomstenbelasting: je vult tussen 1 maart en 1 mei je betaalde rente en je WOZ-waarde in en krijgt het hele jaarbedrag in één keer terug. De tweede route betaalt datzelfde bedrag alvast maandelijks uit.

Dat regel je met een voorlopige aanslag in Mijn Belastingdienst. Je schat je rente, je WOZ-waarde en je inkomen voor het lopende jaar, en de Belastingdienst zet het geschatte jaarvoordeel om in twaalf termijnen die rond de vijftiende van elke maand op je rekening staan. Reken op zes tot acht weken tussen je aanvraag en de eerste betaling; termijnen over maanden die al voorbij zijn worden in die eerste betaling verrekend. Blijft het maandbedrag onder de 50 euro, dan betaalt de Belastingdienst niet maandelijks maar volgt het bedrag in één keer.

Maandelijks ontvangen is prettig als je de teruggave nodig hebt om de maandlast te dragen, maar het blijft een schatting. Loopt je rentevaste periode af, stijgt je WOZ-waarde of verandert je inkomen, pas de voorlopige aanslag dan zelf aan in hetzelfde jaar. Wat je te veel kreeg betaal je bij de aangifte terug, en volgt die aanslag laat, dan komt er belastingrente bovenop. Ga bij je schatting uit van de rente die in jouw contract staat en niet van de rente die nu op de markt geldt.

Een voorlopige aanslag loopt door tot je hem wijzigt. Wie na een renteverlaging of een extra aflossing niets doet, ontvangt maandenlang te veel en betaalt dat bij de aangifte in één keer terug.

Wat de aftrek betekent voor je rentekeuzes

Omdat je een deel van de rente terugkrijgt, weegt een verschil in rentepercentage netto minder zwaar dan bruto. Een tiende procentpunt op 300.000 euro is 300 euro bruto per jaar; met volledige aftrek tegen 37,56 procent blijft daar ongeveer 187 euro van over. Dat maakt scherp hypotheekrentes naast elkaar leggen niet minder zinvol, maar het relativeert wel wat een kleine korting waard is.

Bij de keuze voor een rentevaste periode werkt hetzelfde. De opslag die je betaalt voor zekerheid, bijvoorbeeld het verschil tussen tien jaar vast en twintig jaar vast, kost je netto ongeveer twee derde van het bruto verschil. Welke tarieven per periode gangbaar zijn lees je bij de hypotheekrentes per rentevaste periode.

Extra aflossen pakt om dezelfde reden anders uit dan het op het eerste gezicht lijkt. Los je 25.000 euro af op een lening van 4 procent, dan daalt je rente met 1.000 euro per jaar, maar je teruggave daalt mee met 376 euro. Netto houd je 624 euro over, een rendement van 2,5 procent op die 25.000 euro. Leg dat naast wat je spaargeld na belasting opbrengt voordat je besluit.

Boeterente bij oversluiten is aftrekbaar in het jaar waarin je hem betaalt. Dat verlaagt de drempel om over te stappen met ongeveer een derde, al blijft de vraag of de lagere rente over de resterende looptijd het bedrag terugverdient.

RenteRente per jaar op € 300.000Teruggave bij 37,56%Netto rentelast per jaar
3,0%€ 9.000€ 3.380€ 5.620
3,5%€ 10.500€ 3.944€ 6.556
4,0%€ 12.000€ 4.507€ 7.493
4,5%€ 13.500€ 5.071€ 8.429
5,0%€ 15.000€ 5.634€ 9.366

Gecontroleerd op rekenvoorbeeld bij het maximumtarief van 2026, zonder aftrek van het eigenwoningforfait

De aftrek verdelen en wat er de komende jaren verandert

Heb je een fiscale partner, dan mag je de aftrekpost voor de eigen woning vrij tussen jullie verdelen, zolang je samen op honderd procent uitkomt. Zet hem bij degene met het hoogste tarief. Verdient de een 60.000 euro en de ander 30.000 euro, dan valt een aftrekpost van 10.000 euro bij de eerste in de schijf van 37,56 procent en bij de tweede in die van 35,75 procent: een verschil van 181 euro in 2026.

Zit een van beiden boven 78.426 euro, dan verdwijnt dat voordeel door de tariefsaanpassing, want dan verzilveren jullie de aftrek allebei tegen hoogstens 37,56 procent. Het verdeelvoordeel is dus het grootst als de een in de eerste schijf zit en de ander in de tweede. De verdeling kies je elk jaar opnieuw bij de aangifte.

Voor de jaren hierna staan twee dingen in de wet. De aftrek voor wie geen of een kleine eigenwoningschuld heeft loopt met 4,8 procentpunt per jaar terug tot nul in 2041. En het maximale aftrektarief blijft gekoppeld aan het tarief van de tweede schijf, dus het beweegt mee met de schijven en volgt geen eigen afbouwpad meer.

Wat een volgend kabinet met de regeling doet, staat niet vast. Reken bij een nieuwe hypotheek daarom door of je de bruto maandlast ook zonder aftrek zou kunnen dragen. Zet de uitkomst van je rentevergelijking bij het afsluiten naast je huishoudboekje en kijk waar het knelt.

Zo zorg je dat je de aftrek ook daadwerkelijk krijgt

Zeven stappen van je hypotheekakte tot de definitieve aanslag.

  1. Controleer of je lening aan de aflossingseis voldoet

    Kijk in je hypotheekakte of je leningdelen van na 2012 annuïtair of lineair aflossen in maximaal dertig jaar en of je dat schema hebt gevolgd. Delen die op 31 december 2012 al liepen vallen onder het overgangsrecht en kennen die verplichting niet. Loop je achter, herstel dat dan het liefst nog in hetzelfde jaar.

  2. Verzamel je jaaropgave en je WOZ-beschikking

    De jaaropgave van je geldverstrekker komt meestal in januari en noemt de betaalde rente en het restant van je eigenwoningschuld. De WOZ-beschikking van je gemeente valt in februari op de mat en hoort bij de aangifte over het jaar ervoor. Zonder die twee cijfers kun je je aftrek niet uitrekenen.

  3. Reken je aftrekpost en je teruggave uit

    Trek het eigenwoningforfait van je betaalde rente af en vermenigvuldig het verschil met je tarief. Kom je met je inkomen boven 78.426 euro, reken dan met 37,56 procent in 2026 en niet met 49,50 procent. Deel het jaarbedrag door twaalf en leg dat naast de bruto maandlast uit de maandlasten-rekenhulp.

  4. Kies tussen maandelijks en één keer per jaar

    Heb je de teruggave nodig om de maandlast te dragen, kies dan de maandelijkse route via een voorlopige aanslag. Kun je het jaar zelf overbruggen, dan is één betaling na de aangifte rustiger: je loopt geen risico dat je aan het eind moet terugbetalen.

  5. Vraag de voorlopige aanslag aan of dien de aangifte in

    De voorlopige aanslag vraag je aan in Mijn Belastingdienst; reken op zes tot acht weken tot de eerste betaling. De aangifte over het voorgaande jaar staat vanaf 1 maart klaar en moet vóór 1 mei binnen zijn, tenzij je uitstel vraagt.

  6. Pas de aanslag aan zodra er iets verandert

    Een nieuwe rentevaste periode, een hogere WOZ-waarde, een extra aflossing of een salarisstijging verandert je aftrek. Wijzig de voorlopige aanslag in hetzelfde jaar, want dat voorkomt een naheffing met belastingrente.

  7. Controleer de definitieve aanslag

    Leg de definitieve aanslag naast je eigen berekening en je jaaropgave. Klopt er iets niet, dan heb je zes weken om bezwaar te maken. Een vergeten aftrek uit eerdere jaren kun je tot vijf jaar terug alsnog laten corrigeren.

Maximale hypotheek

Vul je bruto inkomen in en zie een eerlijke indicatie van je maximale hypotheek, met de knoppen waaraan je kunt draaien. Open de volledige maximale hypotheek

Loop dit na voordat je je aftrek invult

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Het eerste jaar van een annuïteitenhypotheek van 300.000 euro

Stel, je leent 300.000 euro annuïtair tegen 4 procent rente met een looptijd van dertig jaar. De bruto maandlast is 1.432 euro en in het eerste jaar zit daar ongeveer 11.900 euro rente in. Je woning heeft een WOZ-waarde van 400.000 euro, dus het eigenwoningforfait is 0,35 procent daarvan: 1.400 euro in 2026.

Je aftrekpost is 11.900 min 1.400, oftewel 10.500 euro. Met een inkomen van 55.000 euro valt die aftrek in de schijf van 37,56 procent, dus je krijgt 10.500 × 37,56% = 3.944 euro terug. Dat is 329 euro per maand.

Netto kost de hypotheek je in dat eerste jaar 1.432 min 329 is 1.103 euro per maand. Dat voordeel wordt elk jaar kleiner: bij een annuïteitenhypotheek daalt het rentedeel van je maandlast, terwijl het forfait aan je WOZ-waarde hangt en blijft staan. In het tiende jaar betaal je nog ongeveer 9.600 euro rente en is de teruggave gezakt tot zo'n 3.080 euro, 257 euro per maand.

Rekenvoorbeeld

Aftrek bij een inkomen boven de tweede schijf

Stel, je inkomen is 100.000 euro, je betaalt 16.000 euro hypotheekrente en je WOZ-waarde is 550.000 euro. Het eigenwoningforfait is 550.000 × 0,35% = 1.925 euro in 2026, dus je aftrekpost komt uit op 14.075 euro.

Over het deel van je inkomen boven 78.426 euro betaal je 49,50 procent belasting. Zou de aftrek tegen dat tarief lopen, dan kreeg je 14.075 × 49,50% = 6.967 euro terug. De tariefsaanpassing corrigeert dat: de Belastingdienst telt 11,94 procent van je aftrekpost weer bij je inkomen op, en dat is 1.681 euro.

Wat overblijft is 6.967 min 1.681, oftewel 5.286 euro, precies gelijk aan 14.075 × 37,56%. Per maand is dat 441 euro. De aftopping kost je in dit voorbeeld dus 1.681 euro per jaar ten opzichte van je eigen marginale tarief.

Rekenvoorbeeld

De dertig jaar zijn vol op een lening van 150.000 euro

Stel, je hebt een aflossingsvrije hypotheek van 150.000 euro die al op 1 januari 2001 liep, tegen 4 procent rente. Dat is 6.000 euro rente per jaar. Je WOZ-waarde is 400.000 euro en het forfait daarmee 1.400 euro in 2026. Je aftrekpost is 4.600 euro en tegen 37,56 procent krijg je 1.728 euro terug, 144 euro per maand. Netto kost de lening je dan 4.272 euro per jaar.

Op 1 januari 2031 is de termijn van dertig jaar vol, want voor hypotheken die op 1 januari 2001 al liepen begon de teller op die datum. Vanaf dat moment is de rente niet meer aftrekbaar en verhuist de schuld naar box 3. De 6.000 euro rente betaal je dan volledig zelf.

Het forfait blijft staan, want de woning zit nog steeds in box 1. Omdat je geen aftrekbare kosten meer hebt, mag je wel de aftrek wegens geen of kleine eigenwoningschuld toepassen: in 2031 is dat nog 47,867 procent van het forfait, dus van de 1.400 euro bijtelling blijft 730 euro over. Daarover betaal je bij 37,56 procent ongeveer 274 euro belasting. Je jaarlast gaat daarmee van 4.272 euro naar 6.274 euro, een stijging van ruim 2.000 euro per jaar of zo'n 167 euro per maand. Gerekend is met de bedragen van 2026 en het wettelijke afbouwpercentage voor 2031; je WOZ-waarde en je tarief zullen tegen die tijd anders zijn. Daar staat tegenover dat de schuld je grondslag in box 3 verlaagt, wat alleen iets oplevert als je vermogen boven de vrijstelling uitkomt.

Veelgemaakte fouten

De rente verwarren met de teruggave

Je krijgt niet je hypotheekrente terug maar je belastingtarief daarover. Bij 12.000 euro rente is de teruggave in 2026 hooguit zo'n 4.000 euro, niet 12.000 euro. Wie de bruto rente als besparing inboekt, rekent zich drie keer zo rijk.

Het eigenwoningforfait vergeten in de berekening

Het forfait gaat eerst van je rente af en verkleint je aftrekpost. Bij een WOZ-waarde van 500.000 euro is dat 1.750 euro in 2026, dus ruim 650 euro minder teruggave. Bij een lage rente en een hoge WOZ-waarde blijft er soms niets over om af te trekken.

De voorlopige aanslag laten staan na een renteverandering

Loopt je rentevaste periode af en daalt je rente, dan is je maandelijkse teruggave te hoog. Dat merk je pas bij de aangifte en dan betaal je het verschil in één keer terug. Volgt de aanslag na 1 juli van het volgende jaar, dan komt daar belastingrente bij.

Denken dat verhuizen de dertig jaar opnieuw laat beginnen

De resterende aftrektermijn verhuist mee met je eigenwoningschuld. Alleen over het bedrag dat je extra leent start een nieuwe termijn van dertig jaar. Wie op een verse klok rekent, begroot aftrek in jaren waarin die er niet meer is.

Bijlenen voor iets anders en toch aftrek claimen

Verhoog je je hypotheek voor een auto, een boot of het aflossen van een andere schuld, dan hoort dat deel niet bij je eigenwoningschuld. De rente erover is niet aftrekbaar en het bedrag komt in box 3. Bij een correctie betaal je de te veel ontvangen aftrek terug.

Het aflosschema van een lening van na 2013 niet volgen

Wie zijn contractuele annuïtaire of lineaire aflossing niet haalt, kan de aftrek voor dat leningdeel verliezen. Er is een hersteltermijn, maar die is kort. Neem bij een betalingsachterstand meteen contact op met je geldverstrekker in plaats van af te wachten.

De aftrekpost bij de verkeerde partner zetten

Fiscale partners mogen de aftrek vrij verdelen. Staat hij bij degene met het laagste tarief, dan laat je op een aftrekpost van 10.000 euro al 181 euro per jaar liggen in 2026. Dat kun je nog tot vijf jaar terug laten corrigeren.

Veelgestelde vragen

Hoeveel krijg je terug met de aftrek van hypotheekrente?

Je krijgt je eigen belastingtarief terug over je aftrekpost, en die aftrekpost is de betaalde rente min het eigenwoningforfait. Bij 12.000 euro rente en een forfait van 1.400 euro is de aftrekpost 10.600 euro; tegen 37,56 procent levert dat 3.981 euro op in 2026, ongeveer 332 euro per maand. Hoe lager je inkomen, hoe lager het tarief en dus de teruggave.

Wat is het percentage van de aftrek hypotheekrente in 2026?

Er is geen vast percentage. Je trekt af tegen het tarief van de schijf waarin je aftrekpost valt: 35,75 procent tot 38.883 euro inkomen en 37,56 procent daarboven. Het maximum ligt op 37,56 procent, ook als je over je inkomen 49,50 procent betaalt. Dat plafond heet de tariefsaanpassing en werkt vanaf een inkomen van 78.426 euro in 2026.

Wat zijn de voorwaarden voor aftrek van hypotheekrente?

De lening moet zijn gebruikt voor de aankoop, verbetering of het onderhoud van je eigen woning of voor het afkopen van erfpacht, en die woning moet je hoofdverblijf zijn. Voor leningen van na 2012 geldt bovendien dat je minimaal annuïtair of lineair aflost in maximaal dertig jaar en dat schema ook volgt. Leen je bij familie of bij je eigen bv, dan meld je de lening in je aangifte.

Hoe lang mag je hypotheekrente aftrekken?

Maximaal dertig jaar per leningdeel, gerekend vanaf het moment dat de schuld ontstaat. Verhuis je, dan loopt de resterende termijn door en begint hij niet opnieuw; alleen over een extra geleend bedrag start een nieuwe periode van dertig jaar. Voor hypotheken die op 1 januari 2001 al liepen begon de teller op die datum, zodat hun aftrek uiterlijk op 1 januari 2031 stopt.

Hoe ontvang ik mijn maandelijkse aftrek hypotheekrente?

Door een voorlopige aanslag aan te vragen in Mijn Belastingdienst. Je schat daar je rente, je WOZ-waarde en je inkomen voor het lopende jaar, waarna het geschatte jaarvoordeel in twaalf termijnen wordt uitbetaald rond de vijftiende van elke maand. Reken op zes tot acht weken tot de eerste betaling. Onder de 50 euro per maand volgt geen maandelijkse uitkering maar een bedrag ineens.

Wat was de aftrek hypotheekrente in 2022, 2023 en 2024?

Het maximale aftrektarief was 40,00 procent in 2022, 36,93 procent in 2023 en 36,97 procent in 2024. In 2025 lag het op 37,48 procent en in 2026 op 37,56 procent. Doe je alsnog aangifte over een eerder jaar of laat je een aangifte corrigeren, dan geldt het tarief van dat jaar en niet het huidige.

Wat is de maximale aftrek hypotheekrente?

Aan het bedrag aan rente zit geen maximum, maar aan wat het oplevert wel. Het tarief is afgetopt op 37,56 procent in 2026, het eigenwoningforfait gaat eerst van je rente af, de aftrek loopt per leningdeel hooguit dertig jaar en alleen rente over je eigenwoningschuld telt mee. Wie bijna heeft afgelost valt onder de regeling voor geen of kleine eigenwoningschuld.

Hoe werkt de afbouw van de aftrek hypotheekrente?

De aftrek zelf wordt niet afgebouwd, het tarief waartegen je hem verzilvert wel. Dat maximum daalde van 52 procent in 2013 naar 36,93 procent in 2023, eerst met een half procentpunt en vanaf 2020 met drie procentpunt per jaar. Sinds 2023 volgt het maximum het tarief van de tweede schijf en loopt het weer licht op. Los daarvan verdwijnt de aftrek voor wie geen of een kleine eigenwoningschuld heeft in 2041.

Is de rente op een aflossingsvrije hypotheek aftrekbaar?

Alleen als het leningdeel onder het overgangsrecht valt, dus als het op 31 december 2012 al liep. Dan blijft de rente aftrekbaar zonder aflosverplichting, binnen de gewone termijn van dertig jaar. Sluit je nu een nieuw aflossingsvrij deel af, dan is de rente niet aftrekbaar omdat je niet annuïtair of lineair aflost, en valt die schuld in box 3.

Verandert de aftrek als je oversluit of extra aflost?

Bij oversluiten zonder verhoging loopt de aftrektermijn gewoon door en verandert er fiscaal niets; de boeterente die je betaalt is in dat jaar wel aftrekbaar. Los je extra af, dan daalt je rente en daarmee ook je teruggave. Bij 4 procent rente en een aflossing van 25.000 euro scheelt dat 1.000 euro rente en 376 euro teruggave: netto houd je 624 euro per jaar over.

Kun je aftrek van hypotheekrente met terugwerkende kracht terugvragen?

Ja, tot vijf jaar terug. Ben je een jaar vergeten of heb je een aftrekpost te laag ingevuld, dan kun je die aangifte alsnog laten corrigeren via Mijn Belastingdienst. Reken daarbij met het aftrektarief van dat jaar. Tegen een definitieve aanslag die je net hebt ontvangen kun je binnen zes weken bezwaar maken.

Telt de renteaftrek mee bij het bepalen van je maximale hypotheek?

Niet rechtstreeks. De leennormen gaan uit van een bruto woonquote op je inkomen, waarin het effect van de aftrek al verwerkt zit in de norm zelf. Je krijgt dus geen extra leenruimte door je aftrek te noemen. Wat je op grond van je inkomen kunt lenen zie je met de rekenhulp voor je maximale hypotheek, en wat het rentepercentage daarbij doet lees je bij hoe hoog de hypotheekrente is.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Voor een gewone hypotheek met een of twee leningdelen kun je de aftrek prima zelf uitrekenen en aanvragen: de aangifte vult de meeste bedragen voor en een voorlopige aanslag regel je in een kwartier. Een fiscalist of belastingadviseur verdient zichzelf terug zodra de situatie afwijkt; die rekent doorgaans tussen de 100 en 200 euro per uur. Denk aan een scheiding waarbij de eigenwoningschuld wordt verdeeld, een woning die deels wordt verhuurd of als praktijkruimte dient, een erfenis met een woning erin, of een oude hypotheek waarvan niemand meer weet welke delen onder het overgangsrecht vallen. Ook een lening bij familie of bij je eigen bv is een reden om het één keer goed te laten vastleggen, want de informatieplicht en de zakelijke rente luisteren nauw. Gaat het om het samenstellen van een nieuwe hypotheek, dan ligt een hypotheekadviseur meer voor de hand: die rekent meestal tussen de 1.500 en 3.000 euro voor een compleet advies en neemt de aftrek mee in de doorrekening. Wat je zelf kunt voorbereiden staat in de gids over het afsluiten van een hypotheek. Voor een losse vraag over één aftrekpost is de BelastingTelefoon kosteloos en vaak voldoende.

Bronnen en controle

  1. Minder aftrek voor uw eigen woning als u een hoog inkomen hebt Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  2. Hypotheekrente aftrekken: voorwaarden en maximale periode Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  3. Geen of een kleine eigenwoningschuld Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026
  4. Voorlopige aanslag: gebruikte tarieven en heffingskortingen 2026 Belastingdienst geraadpleegd 22 augustus 2026

Verder lezen over dit onderwerp