Vaste lasten overzicht: wat een koopwoning per maand kost
Vaste lasten zijn de bedragen die elke maand of elk jaar terugkomen zonder dat jij er iets voor hoeft te doen: hypotheek, energie, water, verzekeringen, gemeentelijke heffingen en abonnementen. Bij een koopwoning komen daar posten bij die een huurder nooit ziet, zoals de onroerendezaakbelasting, de opstalverzekering en de reservering voor onderhoud. Het overzicht klopt pas als je elke jaarrekening door twaalf deelt en er als maandbedrag naast zet. Voor een tussenwoning van 350.000 euro met een hypotheek van 300.000 euro komt dat in 2026 uit op ongeveer 2.123 euro per maand.
- € 1.052 2026 gemiddelde ozb, afvalstoffen- en rioolheffing samen per huishouden
- € 628,96 2026 vermindering energiebelasting die van je energierekening af gaat
- € 385 2026 verplicht eigen risico per volwassene, te reserveren per maand
- 1% vuistregel van de woningwaarde per jaar reserveren voor onderhoud
- 22,6% 2026 deel van een bruto inkomen van 50.000 euro dat naar hypotheeklasten mag
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat vaste lasten zijn en wat eronder valt
Vaste lasten zijn uitgaven die met een vast ritme terugkomen en waar je op korte termijn niets aan verandert. Je hebt er een contract, een polis of een wettelijke aanslag voor getekend, en het bedrag wordt afgeschreven of ligt op de mat of je nu oplet of niet. Dat is precies waarom ze het startpunt zijn als je wilt weten waar je geld blijft: het zijn de grootste bedragen én de bedragen die je maar één of twee keer per jaar kunt bijsturen. Waar de knoppen zitten om ze omlaag te krijgen, staat in de gids over geld besparen op je woonlasten.
Wat valt onder vaste lasten? De vaste kern bestaat uit je woonlast (hypotheek of huur), de gemeentelijke heffingen en de waterschapsbelasting, je verzekeringen, internet en telefonie, en abonnementen die maandelijks doorlopen. Bij een koopwoning horen daar de opstalverzekering en de reservering voor onderhoud bij.
Een aparte groep zijn de halfvaste lasten: gas, stroom en water. Het tarief ligt vast in je contract, maar het bedrag beweegt mee met je verbruik en met het weer. Ze staan in je overzicht als vast bedrag per maand, met de jaarafrekening als correctie achteraf.
Boodschappen, brandstof en uitjes horen er niet bij. Die stuur je elke week opnieuw bij en ze vallen onder je variabele uitgaven, samen met de reserveringen voor onderhoud en vervanging. Hoe je die vier groepen uit elkaar houdt, staat in de gids over je inkomsten en uitgaven op een rij zetten.
| Soort last | Wat erin valt | Ritme | Wanneer je eraan kunt draaien |
|---|---|---|---|
| Vaste lasten | Hypotheek, gemeentelijke heffingen, waterschap, verzekeringen, internet, abonnementen | Elke maand of één keer per jaar | Bij verlenging, overstap of oversluiten |
| Halfvaste lasten | Gas, stroom, drinkwater | Termijnbedrag per maand, afrekening per jaar | Tarief bij contractwissel, verbruik elke dag |
| Reserveringen | Onderhoud aan het huis, vervanging van apparaten, eigen risico, kleding | Onregelmatig, soms eens in de jaren | Niet bezuinigen maar plannen |
| Variabele uitgaven | Boodschappen, vervoer, uitjes, cadeaus | Wekelijks tot dagelijks | Direct effect, ook direct terug |
Welke vaste lasten horen bij een koopwoning
De vaste lasten van een koopwoning verschillen op zes punten van die van een huurwoning, en samen gaat het al snel om een paar honderd euro per maand. Wie van huur naar koop gaat, vergelijkt vaak alleen de huur met de hypotheeklast en komt daarna bedrogen uit.
De onroerendezaakbelasting betaalt de eigenaar, niet de gebruiker. Bij de rioolheffing verschilt het per gemeente: sommige gemeenten leggen alleen de eigenaar aan, andere splitsen in een eigenaars- en een gebruikersdeel. De afvalstoffenheffing is voor de bewoner en die betaal je als huurder ook. Bij de waterschapsbelasting komt er als eigenaar een watersysteemheffing gebouwd bij, boven op de ingezetenenheffing die iedere bewoner betaalt.
De opstalverzekering is de tweede eigenaarspost: die dekt het gebouw en niet je spullen, en als huurder heb je hem niet nodig. De derde is de onderhoudsreservering. Een dak, een cv-ketel en kozijnen gaan lang mee maar niet eeuwig, en de gebruikelijke vuistregel is dat je één procent van de woningwaarde per jaar opzij zet.
Woon je in een appartement, dan lopen het groot onderhoud en meestal ook de opstalverzekering via de maandelijkse bijdrage aan de Vereniging van Eigenaars. Ligt je huis op erfpachtgrond, dan komt daar de canon bij, tenzij die is afgekocht. Beide bedragen staan zwart op wit in respectievelijk de vve-stukken en de erfpachtakte, dus je hoeft er nooit naar te gissen.
| Post | Koopwoning | Huurwoning | Ritme |
|---|---|---|---|
| Woonlast | Hypotheekrente en aflossing | Kale huur | Elke maand |
| Onroerendezaakbelasting | Betaal je als eigenaar | Betaal je niet | Eén aanslag per jaar |
| Rioolheffing | Eigenaarsdeel, soms ook gebruikersdeel | Alleen het gebruikersdeel, als de gemeente dat kent | Eén aanslag per jaar |
| Afvalstoffenheffing | Betaal je als bewoner | Betaal je als bewoner | Eén aanslag per jaar |
| Waterschapsbelasting | Ingezetenenheffing plus watersysteemheffing gebouwd | Alleen de ingezetenenheffing | Eén aanslag per jaar |
| Opstalverzekering | Zelf afsluiten, of via de vve | Zaak van de verhuurder | Jaarpremie, vaak per maand betaald |
| Onderhoud | Zelf reserveren, ongeveer 1% van de woningwaarde per jaar | Zaak van de verhuurder | Onregelmatig |
| Vve-bijdrage | Bij een appartement, maandelijks | Zit in de huur | Elke maand |
| Erfpachtcanon | Alleen op erfpachtgrond en als de canon niet is afgekocht | Zit in de huur | Per maand, kwartaal of jaar |
Gecontroleerd op augustus 2026
Een voorbeeld van een vaste lasten overzicht per maand
Hieronder staat wat een gezin van vier in een tussenwoning van 350.000 euro aan vaste lasten kwijt is. De hypotheek is 300.000 euro annuïtair tegen een aangenomen rente van 4 procent over dertig jaar, wat neerkomt op 1.432 euro bruto per maand. Wat jouw hypotheek doet bij een ander bedrag of een andere rentevaste periode, reken je door met de rekenhulp voor hypotheeklasten.
De energiepost is opgebouwd uit 880 m³ gas voor een tussenwoning en 3.710 kWh stroom voor vier personen, gerekend tegen een aangenomen 1,40 euro per m³ en 0,30 euro per kWh. Daar gaat de vermindering energiebelasting van 628,96 euro in 2026 vanaf, een vast bedrag per elektriciteitsaansluiting dat je energieleverancier automatisch verrekent. Onder de streep blijft 1.716 euro per jaar over, oftewel 143 euro per maand.
De gemeentelijke heffingen staan op het gemiddelde van 1.052 euro per huishouden in 2026, met 350 euro waterschapsbelasting als voorbeeldbedrag. Het drinkwater is gerekend op 172 m³ voor vier personen tegen 2,71 euro per kuub in 2026. De onderhoudsreservering van 292 euro is de vuistregel van één procent van 350.000 euro, met een onderhoudsabonnement voor de cv-ketel ernaast.
Opgeteld staat er 25.469 euro per jaar, ongeveer 2.123 euro per maand. Ruim tweederde daarvan is de hypotheek, en dat verhoudingsgetal zie je bij vrijwel elk koophuis terug.
euro per maand bron: eigen berekening op basis van CBS- en Milieu Centraal-verbruikscijfers 2024 en tarieven 2026 augustus 2026
| Post | Per jaar | Per maand |
|---|---|---|
| Hypotheek bruto, 300.000 euro annuïtair bij 4% rente | € 17.184 | € 1.432 |
| Onderhoudsreservering en cv-abonnement | € 3.620 | € 302 |
| Energie na de vermindering energiebelasting | € 1.716 | € 143 |
| Gemeentelijke heffingen en waterschapsbelasting | € 1.402 | € 117 |
| Internet, tv en telefonie | € 660 | € 55 |
| Drinkwater | € 467 | € 39 |
| Opstal-, inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering | € 420 | € 35 |
| Totaal | € 25.469 | € 2.123 |
Gecontroleerd op tussenwoning van 350.000 euro, vier personen; gemeentelijke heffingen en vermindering energiebelasting 2026, verbruikscijfers 2024, energieprijzen als aanname; maandbedragen per rij afgerond, augustus 2026
De posten die je maar één keer per jaar betaalt, zijn precies de posten die uit het overzicht vallen. De gemeentelijke aanslag, de waterschapsbelasting en de jaarpremies zijn in dit voorbeeld samen 191 euro per maand. Wie ze niet meetelt, denkt structureel te veel ruimte te hebben.
Energie en water bewegen mee met je verbruik
Gas, stroom en water zijn de enige vaste lasten waarop je zelf elke dag invloed hebt. Het tarief per m³ en per kWh ligt vast zolang je contract loopt, maar het aantal eenheden bepaal jij, samen met de winter en de isolatie van je huis. Daarom staat een energiepost in je overzicht altijd als termijnbedrag, met de jaarafrekening als waarheid achteraf.
De tabel hieronder rekent de gemiddelde verbruiken per woningtype en huishoudensgrootte om naar een bedrag per maand. Het gasverbruik hangt aan het type woning, het stroomverbruik aan het aantal mensen. De vermindering energiebelasting van 628,96 euro in 2026 gaat er bij iedereen met een eigen aansluiting één keer af, ongeacht hoeveel je verbruikt. Voor een klein huishouden is dat een flinke hap uit de rekening.
Je eigen verbruik staat op je jaarafrekening en wijkt vaak af van het gemiddelde. Vergelijk het met de verbruikscheck voordat je aan je contract gaat sleutelen: een tussenwoning die 1.400 m³ gas gebruikt in plaats van 880 heeft geen duur contract maar een isolatieprobleem. Wat daaraan te doen is, staat in de gids over energiebesparing in huis.
Het drinkwater is de kleinste van de drie en de meest voorspelbare. Reken met ongeveer 43 m³ per persoon per jaar tegen 2,71 euro per kuub in 2026, plus het vastrecht van je waterbedrijf. Voor een eenpersoonshuishouden is dat rond de 10 euro per maand, voor een gezin van vier ongeveer 39 euro.
| Situatie | Gas per jaar | Stroom per jaar | Vermindering energiebelasting | Energie per maand |
|---|---|---|---|---|
| Appartement, 1 persoon | 630 m³, € 882 | 1.650 kWh, € 495 | − € 629 | € 62 |
| Tussenwoning, 2 personen | 880 m³, € 1.232 | 2.610 kWh, € 783 | − € 629 | € 116 |
| Hoekwoning, 3 personen | 1.010 m³, € 1.414 | 3.170 kWh, € 951 | − € 629 | € 145 |
| Tussenwoning, 4 personen | 880 m³, € 1.232 | 3.710 kWh, € 1.113 | − € 629 | € 143 |
| Twee-onder-een-kap, 4 personen | 1.150 m³, € 1.610 | 3.710 kWh, € 1.113 | − € 629 | € 175 |
| Vrijstaand, 4 personen | 1.440 m³, € 2.016 | 3.710 kWh, € 1.113 | − € 629 | € 208 |
Gecontroleerd op verbruikscijfers 2024 van CBS en Milieu Centraal, vermindering energiebelasting 2026, gerekend met een aangenomen 1,40 euro per m³ gas en 0,30 euro per kWh stroom, augustus 2026
Verzekeringen en zorg in je maandoverzicht
Rond een koopwoning lopen drie polissen die iedereen heeft en één die niet iedereen nodig heeft. De opstalverzekering dekt het gebouw en is bij vrijwel elke geldverstrekker een voorwaarde in de hypotheekakte. De inboedelverzekering dekt je spullen en de aansprakelijkheidsverzekering de schade die je bij anderen veroorzaakt. Samen kosten die drie in dit voorbeeld 420 euro per jaar, al hangt de premie af van de herbouwwaarde, je woonplaats en het eigen risico op je polis.
De vierde is de woonlastenverzekering, die je hypotheeklast een tijd doorbetaalt bij arbeidsongeschiktheid of werkloosheid. Die is nooit verplicht en de premie hangt aan je beroep, je leeftijd en de gekozen uitkeringsduur. Of hij zinvol is, hangt af van wat je werkgever en het uwv al opvangen.
De zorgverzekering hoort niet bij je woning maar wel bij je vaste lasten, en voor de meeste huishoudens is het na de hypotheek de grootste maandelijkse afschrijving. De nominale premie verschilt per verzekeraar en per polis, dus neem het bedrag van je eigen polisblad over in plaats van een gemiddelde. Heb je recht op zorgtoeslag, boek die dan als aparte inkomstenregel en niet als korting op de premie, anders raak je het spoor bijster als de toeslag verandert.
Wat wél voor iedereen vaststaat, is het verplicht eigen risico: 385 euro per volwassene in 2026. Dat is geen vaste last maar een reservering, en hij komt in één klap als er iets gebeurt. Zet er per volwassene ongeveer 32 euro per maand voor opzij, dan schrikt de eerste rekening van het ziekenhuis je niet.
Zelf een vaste lasten overzicht maken
Een overzicht van je vaste lasten maken kost ongeveer een uur, en je hebt er drie maanden bankafschriften en de map met jaarrekeningen voor nodig. Werk met vijf kolommen: de post, het bedrag zoals het in rekening wordt gebracht, het ritme, het bedrag omgerekend naar euro's per maand en de datum waarop je eraan kunt draaien. Die laatste kolom maakt het verschil tussen een lijstje en een werkend document, want dan zie je in één oogopslag welk contract volgende maand opzegbaar is.
Begin bij je afschriften en loop drie maanden na op alles wat automatisch is afgeschreven. Pak daarna de map met jaaraanslagen erbij, want de gemeentelijke heffingen, de waterschapsbelasting en veel jaarpremies staan nergens op je maandafschrift. Deel elke jaarrekening door twaalf en zet hem er als maandbedrag naast.
Vergeet de posten die per kwartaal of per jaar lopen niet: een sportabonnement, een vakbondscontributie, de wegenbelasting en de apk. Ook de reserveringen horen erin, want onderhoud aan het huis en de vervanging van je wasmachine komen even zeker als de rest. Hoe je die reserveringen inricht, staat in de gids over het huishoudboekje.
Werk het overzicht één keer per jaar bij, het handigst in januari als de nieuwe tarieven binnen zijn. Zet de kolom van vorig jaar ernaast in plaats van hem te overschrijven, dan zie je meteen welke post is opgelopen en welke gelijk bleef.
| Post | Bedrag zoals in rekening gebracht | Ritme | Per maand | Wanneer aanpasbaar |
|---|---|---|---|---|
| Hypotheek | € 1.432 | Per maand | € 1.432 | Einde rentevaste periode |
| Gemeentelijke heffingen | € 1.052 | Eén aanslag per jaar | € 88 | Bezwaar binnen zes weken na de aanslag |
| Waterschapsbelasting | € 350 | Eén aanslag per jaar | € 29 | Bezwaar binnen zes weken na de aanslag |
| Energie | € 143 | Termijnbedrag per maand | € 143 | Einde contractperiode |
| Drinkwater | € 467 | Voorschot per maand of kwartaal | € 39 | Niet, geen keuze in leverancier |
| Opstalverzekering | € 240 | Jaarpremie | € 20 | Maandelijks opzegbaar na het eerste jaar |
| Internet, tv en telefonie | € 55 | Per maand | € 55 | Einde contract, daarna maandelijks |
| Onderhoudsreservering | € 3.500 | Onregelmatig | € 292 | Niet, dit is geen contract |
Gecontroleerd op voorbeeldopzet bij een tussenwoning van 350.000 euro, augustus 2026
Open een tweede betaalrekening en zet daar aan het begin van de maand het totaal van je vaste lasten op. Alle automatische incasso's lopen via die rekening, en wat op je gewone rekening blijft staan is je echte besteedbare geld. Bij de meeste banken kost een tweede rekening niets.
Hoeveel geld hou je over na je vaste lasten
Wat je overhoudt, is je netto inkomen min je vaste lasten min je reserveringen. Reken bij een koopwoning eerst je hypotheek naar netto: de rente is aftrekbaar zolang je annuïtair of lineair aflost in maximaal dertig jaar, en van die aftrek gaat het eigenwoningforfait weer af. Bij 300.000 euro tegen 4 procent en een woz-waarde van 350.000 euro scheelt dat ongeveer 335 euro per maand in het eerste jaar, waardoor 1.432 euro bruto ongeveer 1.097 euro netto wordt.
Voor de vraag of je woonlast in verhouding staat tot je inkomen bestaat een objectieve maat: de financieringslastnormen die elk jaar worden vastgesteld. Die bepalen welk deel van je bruto inkomen maximaal naar hypotheeklasten mag. Bij een bruto huishoudinkomen van 50.000 euro en 4 procent rente is dat 22,6 procent in 2026, oftewel 942 euro per maand. Die norm geldt bij het afsluiten van een hypotheek en niet daarna, maar hij is een bruikbare spiegel als je nu meer betaalt.
Zit je boven die grens, dan is de rentevaste periode het eerste waar je naar kijkt. Een lange periode geeft zekerheid, en wat dat kost lees je in de gids over tien jaar vaste hypotheekrente. Werk je met tijdelijke contracten, dan speelt ook je inkomenszekerheid mee bij de vraag hoeveel vaste last verstandig is; daarover gaat de gids over een hypotheek zonder vast contract.
Wat overblijft na de vaste lasten is nog niet vrij besteedbaar. Daar moeten de boodschappen, het vervoer, de kleding en het eigen risico nog uit. Wie sparen als laatste post neemt, spaart in de praktijk niets; zet het bedrag daarom aan het begin van de maand vast, net als een vaste last.
| Bruto huishoudinkomen | Maximaal deel naar hypotheeklasten bij 4% rente | Hypotheeklast per maand |
|---|---|---|
| € 30.000 | 20,1% | € 503 |
| € 50.000 | 22,6% | € 942 |
| € 70.000 | 22,6% | € 1.318 |
| € 90.000 | 25,3% | € 1.898 |
| € 110.000 | 26,7% | € 2.448 |
Gecontroleerd op financieringslastnormen 2026, gerekend bij een hypotheekrente van 4 procent; het percentage verandert mee met de rente, augustus 2026
Waar vaste lasten het snelst omlaag gaan
Een vaste last verlaag je zelden een beetje: meestal gaat hij in één keer een stuk omlaag of hij blijft staan. De volgorde die het meeste oplevert, volgt gewoon de bedragen. Begin bij de hypotheek, ga dan naar energie en pas daarna naar de kleine abonnementen.
Bij de hypotheek zijn er drie routes. Rentemiddeling of oversluiten kan lonen als je rente ver boven de huidige ligt, extra aflossen verlaagt de maandlast bij een annuïtaire lening, en een lagere risico-opslag krijg je vaak gratis zodra je schuld onder een bepaald deel van de woningwaarde zakt. Dat laatste vraagt bij veel geldverstrekkers alleen een e-mail met een taxatie of een woz-beschikking.
Bij energie zit de winst in twee dingen die los van elkaar staan: het tarief en het verbruik. Het tarief regel je bij een contractwissel, waarbij een vast energiecontract zekerheid geeft over de prijs maar niet over je verbruik. Het verbruik pak je met isolatie en gedrag aan, en de maatregelen die het snelst terugverdienen staan in de tips om energie te besparen.
De gemeentelijke aanslag lijkt onaantastbaar maar is dat niet: de ozb en het eigenwoningforfait hangen aan je woz-waarde, en tegen die waarde kun je binnen zes weken na de beschikking bezwaar maken. Bij verzekeringen loont een jaarlijkse vergelijking, waarbij je let op de dekking en het eigen risico en niet alleen op de premie. Meer routes langs de hele woonlastenrekening staan in het overzicht van het vakgebied energie en besparen.
| Post | Wat je kunt doen | Wat het ongeveer scheelt | Hoe vaak |
|---|---|---|---|
| Hypotheek | Risico-opslag laten verlagen als je schuld is gedaald | Enkele tientjes per maand bij een lagere risicoklasse | Zodra je onder een klassegrens komt |
| Hypotheek | Extra aflossen binnen de boetevrije ruimte | Lagere maandlast en minder rente over de looptijd | Elk jaar opnieuw |
| Gas | Tien procent minder stoken in een tussenwoning | 88 m³, ongeveer € 123 per jaar bij 1,40 euro per m³ | Elke stookseizoen |
| Stroom | Contract vergelijken en overstappen | Verschil tussen je oude en je nieuwe kWh-tarief maal je verbruik | Bij het einde van je contract |
| Gemeentelijke heffingen | Bezwaar tegen een te hoge woz-waarde | Lagere ozb en een lager eigenwoningforfait | Binnen zes weken na de beschikking |
| Verzekeringen | Premies vergelijken bij gelijke dekking | Enkele tientjes per jaar per polis | Jaarlijks, na het eerste jaar maandelijks opzegbaar |
| Internet en telefonie | Opzeggen of heronderhandelen na de contractperiode | Vaak € 10 tot € 20 per maand | Bij het einde van je contract |
| Abonnementen | Alles wat je drie maanden niet gebruikte opzeggen | Het volle bedrag, want het is verspilling | Eén keer per jaar doorlopen |
Gecontroleerd op indicaties augustus 2026
Zo maak je in een uur een overzicht dat klopt
Zet drie maanden afschriften en de map met jaaraanslagen klaar en werk deze zes stappen af.
-
Haal drie maanden afschriften binnen
Download de afschriften van al je betaalrekeningen over de laatste drie maanden. Drie maanden is genoeg om alles te vangen wat maandelijks loopt en om uitschieters te herkennen, en kort genoeg om nog actuele tarieven te zien.
-
Streep alle automatische incasso's aan
Loop de afschriften regel voor regel na en noteer elke incasso die in alle drie de maanden terugkomt. Zet er meteen bij wie de incassant is, want een naam als een verzamelnaam van een verzekeraar zegt je over een half jaar niets meer.
-
Zoek de jaarrekeningen erbij
De gemeentelijke aanslag, de waterschapsbelasting, de jaarpremies en het onderhoudsabonnement staan zelden op je maandafschrift. Pak de aanslagen en polissen van het lopende jaar erbij, want de bedragen van vorig jaar zijn intussen geïndexeerd.
-
Reken elke post om naar euro's per maand
Deel elk jaarbedrag door twaalf en elk kwartaalbedrag door drie. Pas als alles in hetzelfde ritme staat, kun je posten met elkaar vergelijken en zie je welke drie het meeste wegen.
-
Zet de reserveringen erbij
Voeg de onderhoudsreservering toe, ongeveer één procent van de woningwaarde per jaar, plus het eigen risico van 385 euro per volwassene in 2026 en een bedrag voor vervanging van apparaten. Dat zijn geen contracten maar wel zekere uitgaven, en de uitgavengids laat zien hoe je ze inricht.
-
Zet de opzegdatums in je agenda
Noteer per contract wanneer het afloopt en zet twee maanden daarvoor een herinnering. Dat is het enige moment waarop je een vaste last echt kunt verlagen, en zonder herinnering rolt hij stilzwijgend door.
Verbruikscheck
Vergelijk je gas- en stroomverbruik met huishoudens van dezelfde grootte en hetzelfde woningtype. Open de volledige verbruikscheck
Check dit als je overzicht af is
Doorgerekend: zo pakt het uit
Tussenwoning van 350.000 euro met een gezin van vier
Stel, je koopt een tussenwoning van 350.000 euro en leent 300.000 euro annuïtair tegen 4 procent rente over dertig jaar. De bruto maandlast is dan 1.432 euro. Het gezin bestaat uit vier personen, dus reken met 880 m³ gas en 3.710 kWh stroom: bij een aangenomen 1,40 euro per m³ en 0,30 euro per kWh is dat 1.232 plus 1.113 euro, min de vermindering energiebelasting van 628,96 euro in 2026, samen 1.716 euro per jaar of 143 euro per maand.
Daar komt bij: 1.052 euro gemeentelijke heffingen en 350 euro waterschapsbelasting, samen 117 euro per maand. Drinkwater voor vier personen komt op 172 m³ tegen 2,71 euro per kuub in 2026, dus 467 euro per jaar of 39 euro per maand. De opstal-, inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering kosten samen 420 euro per jaar, 35 euro per maand. Internet, tv en telefonie 55 euro. De onderhoudsreservering van één procent van 350.000 euro is 292 euro, met 10 euro cv-abonnement erbij 302 euro.
Opgeteld: 1.432 plus 143 plus 117 plus 39 plus 35 plus 55 plus 302 is 2.123 euro per maand, oftewel 25.469 euro per jaar. Van dat bedrag komt in het eerste jaar ongeveer 335 euro per maand terug via de hypotheekrenteaftrek, gerekend met 11.920 euro rente min 1.225 euro eigenwoningforfait tegen het maximale aftrektarief van 37,56 procent in 2026. Netto blijft er 1.788 euro per maand aan woninggebonden vaste lasten over.
Appartement met vve-bijdrage, alleenwonend
Stel, je koopt een appartement van 250.000 euro en leent 200.000 euro annuïtair tegen 4 procent rente over dertig jaar. De bruto maandlast is 955 euro. Als alleenwonende reken je met 630 m³ gas en 1.650 kWh stroom: 882 plus 495 euro, min de vermindering energiebelasting van 628,96 euro in 2026, is 748 euro per jaar of 62 euro per maand.
De vve-bijdrage is in dit voorbeeld 150 euro per maand, waarin het groot onderhoud aan het dak en de gevel en de collectieve opstalverzekering al zitten. Voor het onderhoud binnen je eigen voordeur reserveer je 50 euro per maand. Gemeentelijke heffingen op het gemiddelde van 1.052 euro in 2026 is 88 euro per maand, de waterschapsbelasting in dit voorbeeld 200 euro per jaar of 17 euro. Drinkwater voor één persoon: 43 m³ tegen 2,71 euro, ongeveer 10 euro per maand. Inboedel- en aansprakelijkheidsverzekering 15 euro, internet 45 euro.
Samen: 955 plus 62 plus 150 plus 50 plus 88 plus 17 plus 10 plus 15 plus 45 is 1.392 euro per maand. Let op de rol van de vve: van die 150 euro is een deel reservering en geen kosten, want het bouwt vermogen op in het reservefonds waar jouw appartement een aandeel in heeft.
Wat blijft er over na de vaste lasten
Stel, er komt 4.800 euro netto per maand binnen bij het gezin uit het eerste voorbeeld. De woninggebonden vaste lasten zijn 2.123 euro bruto, waarvan na de hypotheekrenteaftrek 1.788 euro netto overblijft. Bij de huishoudelijke vaste lasten komen twee zorgpremies, mobiele abonnementen van 30 euro en overige abonnementen van 40 euro; neem de premies van je eigen polisblad over, in dit voorbeeld rekenen we met 150 euro per volwassene. Dat is samen 370 euro.
Vaste lasten totaal: 1.788 plus 370 is 2.158 euro. Van 4.800 euro blijft dan 2.642 euro over. Daar gaan de variabele uitgaven vanaf: 700 euro boodschappen, 300 euro vervoer, 64 euro reservering voor het eigen risico van twee volwassenen (2 × 385 euro in 2026, gedeeld door twaalf) en 250 euro voor kleding, kapper en uitjes.
Onder de streep blijft 1.328 euro per maand over voor sparen, vakantie en de vervanging van apparaten. Draai de volgorde om en het beeld verandert: zet eerst 1.000 euro apart voor sparen en reserveren, en je weet meteen of de rest van de maand realistisch is.
Veelgemaakte fouten
Alleen kijken naar wat maandelijks wordt afgeschreven
De gemeentelijke aanslag, de waterschapsbelasting en de jaarpremies komen één keer per jaar. In het voorbeeld van de tussenwoning is dat samen 191 euro per maand die nergens op je maandafschrift staat. Wie ze niet omrekent, denkt structureel bijna 200 euro meer ruimte te hebben dan er is.
De onderhoudsreservering overslaan
Een cv-ketel, een dak en kozijnen gaan lang mee, en juist daarom voelt onderhoud niet als vaste last. Bij een woning van 350.000 euro gaat het om ongeveer 292 euro per maand. Wie dat niet reserveert, moet bij de eerste grote klus lenen tegen een veel hogere rente dan zijn hypotheek.
De huur vergelijken met alleen de hypotheeklast
Bij de overstap van huur naar koop komen de ozb, de opstalverzekering, het eigenaarsdeel van de rioolheffing, de watersysteemheffing en het onderhoud erbij. Dat is bij een gemiddelde woning al snel drie- tot vierhonderd euro per maand boven op de hypotheek.
Een te laag energietermijnbedrag accepteren
Een laag termijnbedrag voelt als een lage vaste last, maar het schuift alleen op naar de jaarafrekening. Vergelijk je termijnbedrag met je werkelijke verbruik van vorig jaar; klopt het niet, laat het dan bijstellen in plaats van te wachten op een naheffing van honderden euro's.
Zorgtoeslag als korting op de premie boeken
Zorgtoeslag is een inkomstenpost en de premie een uitgavenpost. Wie ze tegen elkaar wegstreept, ziet niet wat er gebeurt als het inkomen stijgt en de toeslag daalt. Bij een terugvordering achteraf staat er dan opeens een gat in het maandbudget.
Contracten stilzwijgend laten doorlopen
Energie, internet en verzekeringen verlengen zichzelf, meestal tegen een tarief dat hoger ligt dan dat voor nieuwe klanten. Zonder opzegdatum in je overzicht mis je elk jaar het enige moment waarop je die last kunt verlagen.
Veelgestelde vragen
Wat betekent vaste lasten precies?
Vaste lasten zijn uitgaven die met een vast ritme terugkomen op grond van een contract, een polis of een wettelijke aanslag, en waar je op korte termijn niets aan verandert. Ze worden meestal automatisch afgeschreven. Het onderscheid met variabele uitgaven zit niet in de hoogte maar in de vrijheid: boodschappen kun je deze week aanpassen, je hypotheek pas aan het einde van je rentevaste periode.
Wat valt onder vaste lasten bij een koopwoning?
De hypotheek, de gemeentelijke heffingen (ozb, afvalstoffen- en rioolheffing), de waterschapsbelasting, de opstal- en inboedelverzekering, de aansprakelijkheidsverzekering, gas, stroom en drinkwater, internet en telefonie, de vve-bijdrage bij een appartement en de erfpachtcanon als je op erfpachtgrond woont. De onderhoudsreservering is technisch een reservering en geen contract, maar hoort in de praktijk in hetzelfde rijtje omdat de uitgave even zeker is.
Wat zijn vaste lasten per maand voor een gemiddeld koophuis?
Voor een tussenwoning van 350.000 euro met een hypotheek van 300.000 euro tegen 4 procent rente komt het in 2026 uit op ongeveer 2.123 euro per maand, inclusief 292 euro onderhoudsreservering. Zonder de hypotheek blijft er ongeveer 691 euro per maand aan woninggebonden lasten over. Jouw bedrag hangt vooral aan de hoogte van je hypotheek, het type woning en het aantal bewoners.
Welke vaste lasten heb je bij een koopwoning die een huurder niet heeft?
De onroerendezaakbelasting, het eigenaarsdeel van de rioolheffing, de watersysteemheffing gebouwd van het waterschap, de opstalverzekering en de reservering voor onderhoud. Bij een appartement komt de vve-bijdrage erbij, die het groot onderhoud en vaak de collectieve opstalverzekering dekt. Samen gaat het bij een gemiddelde woning om drie- tot vierhonderd euro per maand boven op de hypotheeklast.
Hoeveel geld hou je over na vaste lasten?
Dat reken je uit als netto inkomen min vaste lasten min reserveringen. Bij een gezin met 4.800 euro netto en 2.158 euro netto vaste lasten blijft er 2.642 euro over, waar de boodschappen, het vervoer, de kleding en het eigen risico nog uit moeten. Wat daarna resteert is je spaarruimte. Zet dat bedrag aan het begin van de maand apart, anders verdwijnt het in de variabele uitgaven.
Hoe maak je een overzicht van je vaste lasten?
Neem drie maanden bankafschriften en streep alle terugkerende incasso's aan. Pak daarna de jaaraanslagen en polissen erbij, want die staan nergens op je maandafschrift. Reken elk bedrag om naar euro's per maand, voeg de onderhoudsreservering toe en zet per post de datum waarop je kunt opzeggen of aanpassen. Werk het één keer per jaar bij, het handigst in januari.
Vallen de zorgverzekering en het eigen risico onder je vaste lasten?
De premie van de zorgverzekering is een vaste last: hij wordt elke maand afgeschreven en je kunt hem alleen rond de jaarwisseling wijzigen. Het verplicht eigen risico van 385 euro per volwassene in 2026 is dat niet, want je betaalt het alleen als je zorg gebruikt. Boek het als reservering van ongeveer 32 euro per volwassene per maand, dan staat het er als je het nodig hebt.
Zijn boodschappen en brandstof vaste lasten?
Nee. Boodschappen, brandstof, kleding en uitjes zijn variabele uitgaven: het bedrag verschilt per week en je kunt het direct bijsturen. Ze horen wel in je totaaloverzicht, maar in een aparte groep. Het verschil is praktisch: op vaste lasten bespaar je één keer per jaar met een handtekening, op variabele uitgaven elke week opnieuw met discipline.
Hoe verschillen de vaste lasten van een appartement en een vrijstaand huis?
Het grootste verschil zit in het gasverbruik: een appartement gebruikt gemiddeld 630 m³ per jaar en een vrijstaande woning 1.440 m³ (cijfers 2024). Bij een aangenomen 1,40 euro per m³ scheelt dat ruim 1.100 euro per jaar. Bij een appartement komt de vve-bijdrage erbij, maar daarin zit het groot onderhoud dat je bij een vrijstaand huis zelf reserveert.
Wat is een redelijk deel van je inkomen voor je woonlasten?
De financieringslastnormen geven een objectief houvast. Bij een bruto huishoudinkomen van 50.000 euro en 4 procent rente mag maximaal 22,6 procent naar hypotheeklasten in 2026, bij 90.000 euro is dat 25,3 procent. Die percentages gelden bij het afsluiten van een hypotheek en zijn geen verbod daarna, maar zitten je huidige lasten er ver boven, dan is dat een signaal om je rentevaste periode en je overige lasten na te lopen.
Hoe vaak moet je een vaste lasten overzicht bijwerken?
Eén keer per jaar is genoeg voor de bedragen, het beste in januari als de nieuwe tarieven, aanslagen en premies binnen zijn. Daarnaast pas je het overzicht tussentijds aan bij grote wijzigingen: een nieuwe baan, een kind, een verhuizing, het einde van je rentevaste periode of een verbouwing. Bewaar de kolom van vorig jaar, dan zie je meteen welke post is opgelopen.
Wat doe je als je vaste lasten hoger zijn dan je inkomen aankan?
Begin bij de grootste post en werk naar beneden: hypotheek, energie, verzekeringen, abonnementen. Vraag je geldverstrekker naar een lagere risico-opslag als je schuld is gedaald en informeer naar rentemiddeling. Kom je er niet uit, dan is de gemeente het eerste loket: gemeenten zijn wettelijk verplicht schuldhulpverlening aan te bieden en die hulp is kosteloos. Wacht daar niet mee tot er een betalingsachterstand staat.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Een overzicht van je vaste lasten maak je prima zelf, en de meeste besparingen vraag je zelf aan met een telefoontje of een e-mail. Een hypotheekadviseur verdient zijn advieskosten, meestal tussen de 1.500 en 3.000 euro, terug zodra het om de hypotheek zelf gaat: oversluiten, rentemiddeling, een aflopende rentevaste periode of een tweede lening voor verduurzaming. Reken de smaken van tevoren zelf door met de rekenhulp voor hypotheeklasten, dan voer je een scherper gesprek.
Loopt het structureel niet rond, dan is een budgetcoach of de schuldhulpverlening van je gemeente de juiste plek. Gemeenten zijn wettelijk verplicht schuldhulpverlening aan te bieden en die begeleiding is kosteloos; een zelfstandige budgetcoach rekent meestal een uurtarief. Voor de vraag of je energieverbruik afwijkt, hoef je niemand in te schakelen: vergelijk je jaarafrekening met de verbruikscheck en lees de gids over energiebesparing. Voor de fiscale kant van je woning, zoals de hypotheekrenteaftrek en het eigenwoningforfait, kun je bij een afwijkende situatie (twee eigenaren met verschillende inkomens, een woning die deels wordt verhuurd, een restschuld) beter een fiscalist raadplegen dan zelf schatten.
Bronnen en controle
- Eigen risico zorgverzekering Rijksoverheid geraadpleegd 22 augustus 2026
- Gemiddeld energieverbruik van een huishouden Milieu Centraal geraadpleegd 22 augustus 2026
- Gemiddelde gemeentelijke woonlasten 2026 COELO geraadpleegd 22 augustus 2026
- Uitgaven van huishoudens Nibud geraadpleegd 22 augustus 2026