Terugleverkosten vergelijken: zo zet je energiecontracten eerlijk naast elkaar
Terugleverkosten vergelijken lukt alleen als je alle tariefvormen omrekent naar euro's per jaar en ze optelt bij de rest van je energierekening. Een vast maandbedrag van 15 euro is bij 2.100 teruggeleverde kilowattuur hetzelfde als 8,6 cent per kilowattuur, en dat kun je pas naast een contract met 7 cent per kilowattuur leggen als je je eigen teruglevering kent. Welk contract wint hangt af van je profiel: bij een klein dak en een groot verbruik telt het leveringstarief het zwaarst, bij een groot dak en een klein verbruik alleen de terugleverpost en de vergoeding. Vanaf 1 januari 2027 verschuift de vergelijking naar het verschil tussen je terugleververgoeding en je terugleverkosten per kilowattuur.
- € 5 tot € 25 2026 gangbare terugleverkosten per maand bij een gemiddeld dak
- 5 getallen 2026 wat je per contract uit het tarievenblad haalt om te kunnen vergelijken
- € 0,06 2026 indicatie terugleververgoeding per kilowattuur boven je jaarafname
- 31 dec 2026 2026 laatste dag dat je saldeert, daarna verandert de vergelijking
- 50% 2027 tot 2030 wettelijke bodem onder je vergoeding, als deel van je kale leveringstarief
Gecontroleerd op augustus 2026
Waarom terugleverkosten zich niet zomaar laten vergelijken
De post terugleverkosten zit op vier manieren in een contract: als vast bedrag per maand, als staffel, als tarief per teruggeleverde kilowattuur, of verwerkt in het leveringstarief zonder dat er een aparte regel op je nota staat. Wie de maandbedragen van twee leveranciers naast elkaar legt, vergelijkt daarom vaak twee ongelijke dingen. De post hangt samen met salderen en terugleveren, en dat verband bepaalt ook hoe lang je er nog last van hebt.
Er komt een tweede verstoring bij. Terugleverkosten drukken op elke kilowattuur die je het net op stuurt, terwijl het leveringstarief alleen drukt op de kilowattuur die je na saldering nog afrekent. Bij een dak dat bijna je hele jaarverbruik dekt is dat laatste getal klein en het eerste groot, dus een contract met een paar cent hoger tarief en geen terugleverpost kan honderden euro's schelen.
De enige eerlijke maat is dus je hele jaarrekening: leveringstarief maal de kilowattuur die je echt betaalt, plus de vaste leveringskosten, plus de terugleverkosten, min de terugleververgoeding. Wat de post zelf inhoudt en waar hij vandaan komt, staat bij terugleverkosten voor zonnepanelen. Op deze pagina gaat het om de rekenmethode waarmee je contracten naast elkaar legt.
De vijf tariefvormen omgerekend naar hetzelfde getal
Vergelijken begint met alles terugbrengen tot euro's per jaar. Dat kan pas als je weet hoeveel kilowattuur je per jaar teruglevert; dat is niet je opwek, maar je opwek min de stroom die je op het moment van opwekken zelf gebruikt. Bij een gemiddeld huishouden zonder thuisbatterij ligt dat eigen verbruik rond de 30 procent, dus van 3.000 kilowattuur opwek gaat ongeveer 2.100 kilowattuur het net op.
Met dat ene getal wordt elke tariefvorm vergelijkbaar. In de tabel hieronder staan dezelfde 2.100 kilowattuur naast vijf gangbare vormen, met erachter wat je per jaar kwijt bent en wat dat per teruggeleverde kilowattuur betekent. De bedragen zijn marktvoorbeelden uit 2026 en geen tarieven van een specifieke leverancier: het gaat om de rekenwijze.
Let bij een staffel op waar de grenzen liggen. Zit je vlak onder een schijfgrens, dan kan een paneel erbij of een zonnige zomer je een schijf omhoog duwen en het verschil tussen twee contracten omdraaien. Noteer daarom niet alleen je huidige schijf maar ook de eerstvolgende, en reken beide door.
| Tariefvorm | Wat je noteert om te kunnen vergelijken | Voorbeeld bij 2.100 kWh teruglevering | Omgerekend per kWh |
|---|---|---|---|
| Vast bedrag per maand | Het maandbedrag, keer twaalf | € 15 per maand is € 180 per jaar | € 0,086 |
| Staffel op teruggeleverde kWh | De schijf waar je jaarteruglevering in valt, plus de eerstvolgende schijf | € 12 per maand in de schijf 1.500 tot 2.500 kWh is € 144 per jaar | € 0,069 |
| Staffel op wattpiekvermogen | Het vermogen zoals het bij je aanmelding staat geregistreerd | € 13 per maand bij 3.200 Wp is € 156 per jaar | € 0,074 |
| Bedrag per teruggeleverde kWh | Het tarief per kWh, keer je jaarteruglevering | € 0,07 keer 2.100 kWh is € 147 per jaar | € 0,070 |
| Verwerkt in het leveringstarief | Het verschil in leveringstarief, keer de kWh die je na saldering afrekent | € 0,02 hoger tarief bij 900 kWh betaalde afname is € 18 per jaar | € 0,009 |
Gecontroleerd op marktvoorbeelden augustus 2026, de tarieven verschillen per leverancier
Je jaarteruglevering staat op je jaarnota onder de meterstanden voor teruglevering, en je opwek staat in de app van je omvormer. Het verschil tussen die twee is je eigen verbruik, en dat percentage heb je bij elke vergelijking opnieuw nodig.
De vijf getallen die je per contract nodig hebt
Elk contract laat zich terugbrengen tot vijf getallen uit het tarievenblad: het leveringstarief per kilowattuur inclusief energiebelasting en btw, de vaste leveringskosten per maand, de terugleverkosten in welke vorm dan ook, de terugleververgoeding per kilowattuur, en een eventuele eenmalige korting. Meer heb je niet nodig, en met minder kun je geen eerlijke som maken.
Netbeheerkosten laat je erbuiten. Die betaal je aan je netbeheerder, ze verschillen per regio en niet per leverancier, dus ze zijn in elke vergelijking hetzelfde bedrag. Neem je ze wel mee, dan lijken de verschillen tussen contracten kleiner dan ze zijn. Hetzelfde geldt voor de vermindering energiebelasting, die je bij elke leverancier krijgt.
De eenmalige korting is de lastigste. Een welkomstbonus van 100 euro op een contract van drie jaar is 33 euro per jaar en geen 100, en na afloop van de actieperiode betaal je het normale tarief. Deel zo'n bedrag daarom over de looptijd voordat je het meetelt. Hoe je een compleet energiecontract doorrekent staat bij energie vergelijken, en de opbouw van het tarief zelf bij energieprijzen vergelijken.
| Post op je jaarrekening | Rekenregel |
|---|---|
| Stroom die je echt afrekent | (jaarverbruik min eigen verbruik van je panelen min gesaldeerde kWh) keer het leveringstarief inclusief belasting en btw |
| Vaste leveringskosten | Het maandbedrag keer twaalf |
| Terugleverkosten | Maandbedrag keer twaalf, of tarief per kWh keer je teruglevering, of het bedrag van de schijf waarin je valt |
| Terugleververgoeding | In 2026: de kWh boven je jaarafname keer de vergoeding. Vanaf 2027: alle teruggeleverde kWh keer de vergoeding |
| Eenmalige korting of bonus | Het bedrag gedeeld door het aantal contractjaren |
| Netto jaarbedrag | De eerste drie posten optellen, de vergoeding en de korting eraf trekken |
Welk contract wint hangt af van je dak en je verbruik
Er bestaat geen contract dat voor iedere zonnepaneeleigenaar het goedkoopst is, en dat komt door de verhouding tussen je teruglevering en de stroom die je na saldering nog afrekent. Hoe groter je dak ten opzichte van je verbruik, hoe zwaarder de terugleverpost weegt en hoe minder het leveringstarief nog uitmaakt.
In de tabel staan vier profielen met de getallen die de vergelijking sturen. De betaalde netafname is wat er in 2026 na saldering overblijft om af te rekenen: je jaarverbruik min je eigen verbruik min de kilowattuur die je kunt wegstrepen. Zodra dat getal richting nul loopt, is een hoger leveringstarief bijna gratis en is de terugleverpost het enige wat telt.
Het vierde profiel laat zien wat een hoog eigen verbruik doet. Verschuif je de wasmachine, de vaatwasser, de boiler en het laden van de auto naar de middag, dan daalt je teruglevering en daalt bij een tarief per kilowattuur ook je terugleverpost. Bij een vast maandbedrag verandert er niets, en dat is precies waarom de tariefvorm ertoe doet. Wat het voor jouw installatie oplevert, zie je met de rekenhulp voor de terugverdientijd van zonnepanelen.
| Profiel | Teruglevering per jaar | Betaalde netafname in 2026 | Waar de vergelijking op draait |
|---|---|---|---|
| Klein dak van 4 panelen, verbruik 5.000 kWh | 840 kWh | 3.600 kWh | Het leveringstarief per kWh weegt het zwaarst, de terugleverpost blijft beperkt |
| Gemiddeld dak van 8 panelen, verbruik 3.900 kWh | 2.100 kWh | 900 kWh | De terugleverpost weegt zwaarder dan een paar cent tariefverschil |
| Groot dak van 12 panelen, verbruik 2.600 kWh | 3.080 kWh | 0 kWh | Alleen de terugleverkosten en de vergoeding over het overschot tellen nog |
| Gemiddeld dak met 60 procent eigen verbruik | 1.200 kWh | 900 kWh | Een tarief per kWh halveert mee, een vast maandbedrag niet |
Gecontroleerd op rekenprofielen bij 30 procent eigen verbruik, augustus 2026
Wat een energievergelijker wel en niet voor je uitrekent
Vergelijkingssites vragen bijna allemaal naar je jaarverbruik, maar lang niet allemaal naar je teruglevering. Vul je die niet in, dan rekent de site met een huishouden zonder panelen en verdwijnt precies de post waar het je om te doen is. Zoek daarom het veld voor teruggeleverde kilowattuur op, en staat het er niet, gebruik de uitkomst dan alleen als eerste zeef.
Een tweede beperking zit in de tariefvorm. Een site die terugleverkosten als vast maandbedrag toont, verstopt een staffel of een tarief per kilowattuur achter een gemiddelde. Klik daarom altijd door naar het tarievenblad en de contractvoorwaarden van het contract dat je op het punt staat af te sluiten: dat document is de enige harde bron, de vergelijkingspagina is een samenvatting.
Er is één punt waarop het vergelijken sinds kort makkelijker is geworden. In het modelcontract rekent de leverancier per 1 januari 2026 de terugleverkosten per teruggeleverde kilowattuur, wat die contracten onderling direct vergelijkbaar maakt. Voor de vrije contracten geldt dat niet, en juist daar zitten de vaste bedragen en de staffels. Welke leveranciers de post helemaal weglaten en wat dat waard is, staat bij een energieleverancier zonder terugleverkosten.
Kijk in de voorwaarden naar het wijzigingsbeding. De rechtbank Amsterdam verbood in oktober 2025 dat een leverancier terugleverkosten eenzijdig invoert in een lopend contract, maar sindsdien staan die kosten bij veel leveranciers gewoon vanaf dag één in het contract. Een vast contract zonder terugleverpost is alleen echt vast als de voorwaarden invoering tijdens de looptijd uitsluiten.
Terugleverkosten vergelijken bij een dynamisch contract
Bij een dynamisch contract is de kale stroomprijs voor iedereen dezelfde beursprijs, dus daarop valt niets te vergelijken. Het verschil tussen aanbieders zit in de inkoopopslag per kilowattuur, de vaste maandkosten en de vraag of er daarnaast nog een terugleverpost is. Zet die drie naast elkaar en je hebt de hele vergelijking te pakken.
De vergoeding voor teruglevering volgt bij een dynamisch contract de uurprijs, en die is op zonnige middagen laag en soms negatief. Levert je dak dan terug, dan kan een uur je geld kosten in plaats van opleveren. Reken bij een dynamisch contract daarom niet met één gemiddelde vergoeding maar met het beeld dat bij zonuren hoort; hoe die vergoeding werkt staat bij de terugleververgoeding.
Leveranciers rekenen bij dynamische contracten vaker met een opslag per teruggeleverde kilowattuur dan met een vast maandbedrag. Dat is voor een groot dak vaak ongunstiger dan het lijkt, want de opslag telt over elke kilowattuur die het net op gaat. Vergelijk dus op de som van de inkoopopslag en de terugleverpost samen, niet op een van beide.
De post terugvinden op je tarievenblad en je jaarnota
De naam verschilt per leverancier. Zoek op je tarievenblad naar kosten teruglevering, opslag teruglevering, terugleverkosten of administratiekosten zonnepanelen, en kijk of het bedrag per maand, per jaar of per kilowattuur staat. Staat er nergens iets, kijk dan of het leveringstarief boven het marktgemiddelde ligt, want dan is de post daarin verwerkt.
Op de jaarnota controleer je twee dingen. Klopt het aantal teruggeleverde kilowattuur met wat je omvormer of je slimme meter aangeeft, en is de post pas ingegaan op de datum die in je contract staat? Een verschil van een paar procent tussen omvormer en meter is normaal, omdat de omvormer meet wat de panelen maken en de meter wat er daadwerkelijk het net op gaat.
Is de post tijdens je lopende contract ingevoerd zonder dat je daar iets over hebt getekend, dan is dat de situatie waar de rechtszaken over gaan. Wat je daarmee kunt en hoe zo'n claim werkt, staat bij de massaclaim over terugleverkosten. Bewaar in dat geval je oude tarievenblad en de brief waarin de wijziging is aangekondigd.
Vanaf 1 januari 2027 vergelijk je op iets anders
De salderingsregeling stopt op 1 januari 2027. Vanaf dat moment reken je alle stroom af die je van het net haalt en krijg je een vergoeding over alles wat je teruglevert. Je betaalde netafname springt daardoor omhoog, en het leveringstarief per kilowattuur wordt in één klap veel belangrijker dan het in 2026 was. Wanneer en waarom de regeling precies afloopt, staat bij wanneer het salderen stopt.
Voor de terugleverkant komen er twee getallen op je nota die je van elkaar aftrekt: de vergoeding per teruggeleverde kilowattuur en de terugleverkosten per teruggeleverde kilowattuur. Wat overblijft is je netto terugleversaldo, en dat is vanaf 2027 het getal waarop je contracten vergelijkt. Een vergoeding van 9 cent met 4 cent kosten levert netto 5 cent op, een vergoeding van 6 cent met 7 cent kosten kost je netto een cent per kilowattuur.
Er komt wel een bodem onder de vergoeding. Van 2027 tot en met 2030 moet die minstens de helft van je kale leveringstarief zijn, en de ACM houdt toezicht op de redelijkheid ervan. Wat de afschaffing verder met je jaaropbrengst doet en welke begrippen erbij horen, staat bij de salderingsregeling en bij wat salderen betekent.
Zo vergelijk je terugleverkosten in zes stappen
Reken een half uur, dan heb je twee of drie contracten eerlijk naast elkaar.
-
Haal je eigen cijfers van je jaarnota
Noteer je jaarverbruik in kilowattuur en je teruggeleverde kilowattuur, allebei van de laatste jaarnota. Staat er ook een gesaldeerd aantal bij, neem dat over. Zonder deze twee getallen is elke vergelijking een gok.
-
Bepaal je eigen verbruik en je betaalde netafname
Je eigen verbruik is je opwek min je teruglevering. Je betaalde netafname is je jaarverbruik min je eigen verbruik min de kilowattuur die je in 2026 kunt salderen. Dat laatste getal bepaalt hoe zwaar het leveringstarief nog meeweegt.
-
Trek per contract de vijf getallen uit het tarievenblad
Leveringstarief inclusief belasting en btw, vaste leveringskosten per maand, terugleverkosten met hun vorm, terugleververgoeding per kilowattuur en een eventuele eenmalige korting. Gebruik het tarievenblad zelf, niet de samenvatting op de vergelijkingspagina.
-
Reken elke tariefvorm om naar euro's per jaar
Maandbedrag keer twaalf, of tarief per kilowattuur keer je teruglevering, of de schijf waarin je valt. Val je vlak onder een schijfgrens, reken dan ook de volgende schijf door zodat je weet wat een zonnig jaar kost.
-
Tel de jaarrekening op en trek de vergoeding eraf
Stroom plus vaste kosten plus terugleverkosten, min de vergoeding en min de korting gedeeld over de looptijd. Netbeheerkosten laat je weg, want die zijn bij elke leverancier gelijk. Vergelijk daarna alleen nog de eindbedragen.
-
Controleer de looptijd en de wijzigingsvoorwaarden
Kijk hoe lang het tarief vaststaat en of de leverancier tijdens de looptijd nieuwe kostenposten mag invoeren. Loopt het contract door tot in 2027, reken de tweede periode dan apart door, want zonder saldering valt de som anders uit. Hoe je een overstap verder aanpakt staat bij energie vergelijken.
Terugverdientijd zonnepanelen
Vul je dak, verbruik en stroomprijs in en zie de opbrengst per jaar en het jaar waarin je installatie zichzelf heeft terugbetaald. Open de volledige terugverdientijd zonnepanelen
Check dit voordat je een contract kiest
Doorgerekend: zo pakt het uit
Drie contracten naast elkaar bij een gemiddeld dak in 2026
Stel, acht panelen wekken 3.000 kWh per jaar op en je huishouden verbruikt 3.900 kWh. Je gebruikt 30 procent van je opwek direct zelf, dus 900 kWh, en levert 2.100 kWh terug. Van het net haal je 3.900 min 900 is 3.000 kWh. Daarvan streept de saldering 2.100 kWh weg, zodat je 900 kWh echt afrekent. De vaste leveringskosten zijn bij alle drie de contracten 6 euro per maand, dus 72 euro per jaar.
Contract A rekent 30 cent per kWh en 15 euro per maand aan terugleverkosten: 900 keer 0,30 is 270 euro, plus 180 euro terugleverkosten, plus 72 euro vaste kosten is 522 euro. Contract B rekent 27 cent per kWh en 7 cent per teruggeleverde kWh: 900 keer 0,27 is 243 euro, plus 2.100 keer 0,07 is 147 euro, plus 72 euro is 462 euro. Contract C rekent 32 cent per kWh en heeft geen aparte terugleverpost: 900 keer 0,32 is 288 euro, plus 72 euro is 360 euro.
Contract C is 102 euro per jaar goedkoper dan B en 162 euro goedkoper dan A, terwijl het de hoogste prijs per kilowattuur heeft. Dat komt doordat de twee cent extra tarief maar over 900 kWh loopt, goed voor 18 euro, terwijl de terugleverkosten over alle 2.100 teruggeleverde kilowattuur gaan. Wie op het tarief per kilowattuur had vergeleken, had de duurste keuze gemaakt.
Klein dak en groot verbruik: nu wint het lage tarief
Stel, vier panelen wekken 1.400 kWh op en het huishouden verbruikt 5.000 kWh, bijvoorbeeld met een warmtepomp. Het eigen verbruik ligt hier op 40 procent, dus 560 kWh, en je levert 840 kWh terug. Van het net haal je 5.000 min 560 is 4.440 kWh, waarvan de saldering 840 kWh wegstreept. Je rekent dus 3.600 kWh af. De vaste leveringskosten zijn opnieuw 72 euro per jaar.
Contract A rekent 30 cent en 6 euro per maand aan terugleverkosten: 3.600 keer 0,30 is 1.080 euro, plus 72 euro terugleverkosten, plus 72 euro vaste kosten is 1.224 euro. Contract B rekent 27 cent en 7 cent per teruggeleverde kWh: 3.600 keer 0,27 is 972 euro, plus 840 keer 0,07 is 58,80 euro, plus 72 euro is 1.102,80 euro. Contract C rekent 32 cent zonder aparte post: 3.600 keer 0,32 is 1.152 euro, plus 72 euro is 1.224 euro.
Bij dit profiel wint contract B met ruim 121 euro voorsprong op C, terwijl C bij het vorige dak juist de winnaar was. Dezelfde drie contracten, een andere uitkomst, alleen doordat de verhouding tussen teruglevering en betaalde afname anders ligt. Dat is de reden om nooit een algemeen lijstje over te nemen zonder je eigen twee getallen in te vullen.
Hetzelfde contract in 2026 en in 2027
Stel, je hebt contract B uit het eerste voorbeeld: 27 cent per kWh, 7 cent per teruggeleverde kWh en 72 euro vaste leveringskosten. Je dak levert 2.100 kWh terug en je haalt 3.000 kWh van het net. In 2026 saldeer je 2.100 kWh en betaal je over 900 kWh, wat neerkomt op 243 euro stroom, 147 euro terugleverkosten en 72 euro vaste kosten, samen 462 euro.
In 2027 vervalt de saldering. Je betaalt dan over alle 3.000 kWh die je van het net haalt: 3.000 keer 0,27 is 810 euro. Daar staat een vergoeding tegenover over alle 2.100 teruggeleverde kWh. Stel dat het kale leveringstarief 12 cent is, dan is de wettelijke bodem 6 cent, wat 2.100 keer 0,06 is 126 euro oplevert. De terugleverkosten blijven 147 euro en de vaste kosten 72 euro. Het totaal wordt 810 min 126 plus 147 plus 72 is 903 euro.
Dezelfde situatie kost je in 2027 dus 441 euro meer dan in 2026, en het netto saldo van je teruglevering is negatief geworden: 6 cent vergoeding min 7 cent kosten is min 1 cent per kilowattuur. Een contract met 9 cent vergoeding en 4 cent terugleverkosten geeft in diezelfde situatie plus 5 cent per kilowattuur, ofwel 105 euro in plaats van min 21 euro. Vanaf 2027 vergelijk je dus op dat verschil, en op het leveringstarief dat dan over je volle netafname loopt.
Veelgemaakte fouten
Alleen de maandbedragen van de terugleverpost naast elkaar leggen
Een vast bedrag van 15 euro per maand en een tarief van 7 cent per kilowattuur zijn pas vergelijkbaar als je je eigen teruglevering invult. Bij 2.100 kWh scheelt het 33 euro per jaar in het voordeel van het tarief per kilowattuur, bij 800 kWh is het vaste bedrag ruim 120 euro duurder. Zonder je eigen getal kies je op gevoel.
Vergelijken op het leveringstarief en de terugleverpost negeren
Zolang je saldeert, drukt het leveringstarief alleen op de kilowattuur die na saldering overblijft. Bij een dak dat je verbruik bijna dekt zijn dat er een paar honderd, terwijl de terugleverkosten over duizenden kilowattuur lopen. Een scherp tarief kan dan een dure keuze verbergen van meer dan honderd euro per jaar.
Rekenen met de opwek in plaats van met de teruglevering
De terugleverkosten gaan over wat het net op gaat, niet over wat je panelen maken. Wie zijn volle opwek invult, overschat de post met het percentage dat hij zelf verbruikt, doorgaans 30 procent en met een hoog eigen verbruik meer. Op 3.000 kWh opwek is dat al gauw 60 euro verschil per jaar.
Een welkomstbonus meetellen alsof hij elk jaar terugkomt
Een eenmalige korting van 150 euro op een driejarig contract is 50 euro per jaar. Wie het volle bedrag van het eerste jaar aftrekt, kiest een contract dat vanaf jaar twee duurder is dan het alternatief. Deel de bonus over de looptijd voordat je de eindbedragen naast elkaar zet.
Netbeheerkosten in de vergelijking meenemen
Die betaal je aan je netbeheerder en niet aan je leverancier, en het bedrag verandert niet als je overstapt. Meetellen maakt alle contracten enkele honderden euro's duurder en drukt de onderlinge verschillen procentueel weg, waardoor een verschil van 150 euro er klein uitziet.
Het wijzigingsbeding overslaan bij een vast contract
Een vast contract zonder terugleverkosten is alleen zeker als de voorwaarden invoering tijdens de looptijd uitsluiten. Staat er een ruim geformuleerd wijzigingsbeding in, dan kan er halverwege alsnog een post bij komen en klopt je hele vergelijking niet meer.
Een contract tot in 2027 doorrekenen alsof je blijft salderen
Sluit je nu een contract van twee of drie jaar, dan valt een deel van de looptijd na 1 januari 2027. Je netafname die je afrekent wordt dan fors groter en het leveringstarief gaat veel zwaarder wegen. Reken beide periodes apart door, anders vergelijk je op regels die halverwege verdwijnen.
Veelgestelde vragen
Hoe kun je terugleverkosten vergelijken tussen energieleveranciers?
Reken elke tariefvorm om naar euro's per jaar bij jouw eigen teruglevering, en tel dat op bij je stroomkosten en je vaste leveringskosten. Trek daar de terugleververgoeding en de eenmalige korting gedeeld over de looptijd vanaf. Pas die eindbedragen zijn onderling vergelijkbaar; de losse maandbedragen van de terugleverpost zijn dat niet, omdat ze op verschillende grondslagen rusten.
Welke gegevens heb ik nodig om terugleverkosten te vergelijken?
Twee getallen van jezelf en vijf per contract. Van jezelf: je jaarverbruik en je teruggeleverde kilowattuur, allebei van je laatste jaarnota. Per contract: het leveringstarief inclusief energiebelasting en btw, de vaste leveringskosten per maand, de terugleverkosten met hun vorm, de terugleververgoeding per kilowattuur en een eventuele eenmalige korting.
Wat zijn gangbare terugleverkosten in 2026?
Bij een gemiddeld dak ligt de post in 2026 grofweg tussen 5 en 25 euro per maand, afhankelijk van de leverancier en van de gekozen vorm. Omgerekend komt dat neer op ergens tussen 3 en 18 cent per teruggeleverde kilowattuur. De spreiding is groot omdat de een een vast bedrag rekent en de ander per kilowattuur, en omdat sommige leveranciers de kosten in het tarief verwerken.
Is een vast maandbedrag of een tarief per kilowattuur voordeliger?
Dat hangt af van hoeveel je teruglevert. Een tarief per kilowattuur schaalt mee met je dak, dus kleine daken en huishoudens met een hoog eigen verbruik komen daar gunstiger uit. Een vast maandbedrag is pas voordelig als je veel teruglevert, want dan verdeelt hetzelfde bedrag zich over meer kilowattuur. Reken beide om naar euro's per jaar en het antwoord rolt eruit.
Waarom kan een contract met een hoger stroomtarief toch goedkoper zijn?
Omdat het leveringstarief zolang je saldeert alleen drukt op de kilowattuur die je na saldering nog afrekent, en dat zijn er bij een goed dak maar weinig. Twee cent extra tarief over 900 kilowattuur is 18 euro per jaar, terwijl een terugleverpost van 15 euro per maand 180 euro is. Het hogere tarief kan de post dan ruimschoots compenseren.
Nemen energievergelijkers de terugleverkosten mee?
Sommige wel, sommige niet, en dat verschilt per site. Zoek altijd het veld waar je je teruggeleverde kilowattuur kunt invullen; ontbreekt dat, dan rekent de site met een huishouden zonder zonnepanelen. Klik daarna door naar het tarievenblad van het contract zelf, want een vergelijkingspagina vat een staffel vaak samen tot één gemiddeld maandbedrag.
Moet ik netbeheerkosten meenemen als ik contracten vergelijk?
Nee. Die betaal je aan je regionale netbeheerder en niet aan je leverancier, en het bedrag verandert niet als je overstapt. Laat ze buiten je som, dan blijven de verschillen tussen de contracten goed zichtbaar. Hetzelfde geldt voor de vermindering energiebelasting, die je bij elke leverancier krijgt.
Hoe vergelijk ik terugleverkosten bij een dynamisch energiecontract?
De kale beursprijs is bij elke aanbieder gelijk, dus vergelijk op de inkoopopslag per kilowattuur, de vaste maandkosten en de eventuele terugleverpost samen. Houd er rekening mee dat de vergoeding voor teruglevering de uurprijs volgt en op zonnige middagen laag of negatief kan zijn, waardoor je feitelijke opbrengst lager uitvalt dan een jaargemiddelde suggereert.
Kan ik terugleverkosten ontlopen door mijn panelen uit te zetten?
Bij een vast maandbedrag en bij een staffel op vermogen blijf je gewoon betalen terwijl je niets meer opwekt, dus dan werkt het niet. Bij een tarief per kilowattuur daalt de post wel mee, maar je levert meer waarde in dan je bespaart. Wanneer stilzetten wel iets oplevert, staat bij zonnepanelen uitzetten.
Wat als mijn leverancier de terugleverkosten tijdens mijn contract invoert?
Kijk eerst in je voorwaarden of het wijzigingsbeding dat toestaat. De rechtbank Amsterdam oordeelde in oktober 2025 in een concrete zaak dat zo'n beding het invoeren van een nieuwe kostenpost niet dekte. Bewaar je oude tarievenblad en de wijzigingsbrief, en lees bij de massaclaim over terugleverkosten wat je vervolgens kunt doen.
Verandert het vergelijken als de salderingsregeling stopt?
Ja, vanaf 1 januari 2027 grondig. Je rekent dan alle stroom af die je van het net haalt, waardoor het leveringstarief veel zwaarder gaat wegen. Voor de teruglevering vergelijk je op het verschil tussen de vergoeding per kilowattuur en de terugleverkosten per kilowattuur. Van 2027 tot en met 2030 moet de vergoeding minstens de helft van je kale leveringstarief zijn.
Hoe weet ik hoeveel kilowattuur ik per jaar teruglever?
Op je jaarnota staan de meterstanden voor teruglevering, en het verschil tussen de begin- en eindstand is je jaarteruglevering. Heb je nog geen vol jaar met panelen, kijk dan in de app van je omvormer naar je opwek en trek daar ongeveer 30 procent af voor de stroom die je zelf direct gebruikt. Met een thuisbatterij of een hoog dagverbruik ligt dat percentage hoger.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Terugleverkosten vergelijken is rekenwerk dat je met je jaarnota en een tarievenblad prima zelf doet, en een betaald advies verdient zich daar zelden terug. Twijfel je over de opzet van je installatie of over de vraag of uitbreiden of een thuisbatterij bij jouw verbruik past, dan is een offerte met een doorrekening van een erkend installateur de logische stap; vraag er twee of drie op en leg de aannames over eigen verbruik naast elkaar. Voor een eerste beeld van wat je installatie oplevert helpt de rekenhulp voor de terugverdientijd. Loopt het mis met je leverancier, bijvoorbeeld doordat een post tijdens je contract is ingevoerd of doordat de teruggeleverde kilowattuur op je nota niet kloppen, dan begin je met een schriftelijke klacht bij de leverancier zelf. Komt daar geen oplossing uit, dan kun je terecht bij ConsuWijzer van de ACM en bij de Geschillencommissie Energie; deelname aan een collectieve claim gaat meestal op basis van no cure no pay, waarbij een deel van de opbrengst naar de claimstichting gaat. Voor het bredere plaatje van je energierekening en je woning helpen ook de gidsen over zonnepanelen en over het vergelijken van energieprijzen.