Naar de inhoud
Rekenhulpen

IB/PVV: wat de afkorting betekent en wat er maandelijks op je rekening staat

9 minuten lezen Aangifte & eigen woning Bijgewerkt 22 augustus 2026
dehuisgids.nl BELASTINGEN & WOZ Ib/pvv

IB/PVV staat voor inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen: twee heffingen die de Belastingdienst in een aanslag en een bedrag afrekent. Zie je IB/PVV maandelijks op je bankafschrift, dan gaat het vrijwel altijd om een voorlopige aanslag, en bij huiseigenaren is dat meestal de hypotheekrenteaftrek die rond de vijftiende vooruit wordt uitbetaald. In het tarief van de eerste schijf van 35,75 procent in 2026 zit 27,65 procentpunt premie en 8,10 procentpunt belasting; boven 38.883 euro betaal je alleen nog belasting. Wat je vooruit ontving of betaalde, wordt bij de aangifte verrekend.

9 minuten
  • 35,75% 2026 tarief van de eerste schijf, belasting en premies samen
  • 27,65% 2026 premie volksverzekeringen binnen dat tarief
  • € 38.883 2026 inkomensgrens waarboven je geen premies meer betaalt
  • de 15e 2026 dag waarop een maandelijkse IB/PVV-teruggaaf binnenkomt
  • 5% 2026 belastingrente over een aanslag inkomstenbelasting

Gecontroleerd op augustus 2026

Wat IB/PVV betekent

IB/PVV is de code die de Belastingdienst gebruikt voor inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen. Het zijn twee heffingen met een eigen doel, maar ze worden over hetzelfde inkomen berekend en in een aanslag afgerekend. Je krijgt er dus een brief voor, een bedrag en een boeking op je bankrekening, ook als het grootste deel van dat bedrag eigenlijk premie is.

Voor huiseigenaren is dit de heffing waarin het huis meetelt. Het eigenwoningforfait komt bij je inkomen op, de hypotheekrente en de eenmalige financieringskosten gaan eraf, en het saldo bepaalt of je geld terugkrijgt of moet bijbetalen. Hoe je dat invult staat in de gids over de aangifte en je eigen woning.

De inkomstenbelasting gaat naar de algemene middelen van het Rijk. De premie volksverzekeringen financiert drie regelingen waar iedereen die in Nederland woont onder valt: de AOW, de Algemene nabestaandenwet en de Wet langdurige zorg. Sinds 1990 int de Belastingdienst beide in een keer, omdat ze dezelfde grondslag hebben.

De code zelf zegt niets over de richting van het bedrag. IB/PVV staat zowel op een teruggaaf als op een aanslag die je moet betalen, en zowel op een tussentijdse afrekening als op de eindafrekening. Wat het in jouw geval is, lees je aan het aanslagnummer en aan de brief die erbij hoort, niet aan de afkorting. Wil je zien hoe die eindafrekening tot stand komt, kijk dan bij de aangifte inkomstenbelasting.

Waaruit het bedrag is opgebouwd

Het tarief van de eerste schijf lijkt een percentage, maar het zijn er vier op elkaar gestapeld. Drie daarvan zijn premies en een is echte belasting. Over je inkomen in de eerste schijf betaal je in 2026 samen 35,75 procent, waarvan 27,65 procentpunt naar de volksverzekeringen gaat en 8,10 procentpunt naar de schatkist.

De premies worden alleen geheven over het inkomen in de eerste schijf. Boven de grens van 38.883 euro in 2026 stopt de premieheffing en betaal je uitsluitend nog inkomstenbelasting. Je premie volksverzekeringen loopt daardoor in 2026 nooit hoger op dan 27,65 procent van 38.883 euro, oftewel 10.751 euro per persoon.

Dat verklaart een verschil dat veel mensen verrast: het tariefverschil tussen de eerste en de tweede schijf is klein, terwijl de samenstelling totaal anders is. In de eerste schijf betaal je vooral premie, in de tweede en derde schijf uitsluitend belasting. Voor je portemonnee maakt dat niets uit, voor de vraag waarom je tarief na je AOW-leeftijd halveert des te meer.

De inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet staat hier los van. Die wordt apart ingehouden of apart opgelegd en valt niet onder de code IB/PVV, ook al gaat het ook daar om een percentage over je inkomen.

Onderdeel van het tarief in de eerste schijfWaar het voor isPercentage 2026
AOW-premiede AOW-uitkeringen17,90%
Anw-premieuitkeringen aan nabestaanden0,10%
Wlz-premielangdurige zorg en verpleeghuiszorg9,65%
Premie volksverzekeringen samende drie regelingen hierboven27,65%
Inkomstenbelastingde algemene middelen van het Rijk8,10%
Tarief eerste schijf, alles bij elkaarwat je feitelijk betaalt35,75%

Gecontroleerd op augustus 2026, percentages over het inkomen in de eerste schijf

De schijven en tarieven van 2025 en 2026

Box 1 kent drie schijven, en het tarief van de eerste is dus die combinatie van belasting en premies. In 2026 loopt de eerste schijf tot 38.883 euro tegen 35,75 procent, de tweede tot 78.426 euro tegen 37,56 procent en daarboven geldt 49,50 procent. Die percentages gelden voor wie de AOW-leeftijd nog niet heeft bereikt.

Het tarief bepaalt niet alleen wat je betaalt, ook wat een aftrekpost waard is. Aftrekbare kosten voor je eigen woning tellen in 2026 mee tegen hoogstens 37,56 procent, ook als je inkomen in de derde schijf valt. De Belastingdienst corrigeert dat met een bijtelling, zodat een hoog inkomen niet tegen 49,50 procent aftrekt.

Wat er uiteindelijk op de aanslag staat, is het tarief min je heffingskortingen. De algemene heffingskorting en de arbeidskorting worden van het berekende bedrag afgetrokken, en ze bouwen af naarmate je inkomen stijgt. Twee mensen met hetzelfde bruto-inkomen kunnen daardoor een verschillende aanslag krijgen, zeker als de een loon heeft en de ander pensioen.

Andere heffingen rond je huis staan hier los van en lopen via de gemeente of de notaris. Welke dat zijn, staat bij belastingen en WOZ.

BelastingjaarSchijf 1Schijf 2Schijf 3Eerste schijf na de AOW-leeftijd
202535,82% tot € 38.44137,48% tot € 76.81749,50% daarboven17,92%
202635,75% tot € 38.88337,56% tot € 78.42649,50% daarboven17,85%

Gecontroleerd op augustus 2026, bedragen per persoon per jaar

IB/PVV maandelijks op je rekening

Wie IB/PVV maandelijks op zijn bankafschrift ziet staan, kijkt naar een voorlopige aanslag. Dat is een tussentijdse afrekening over het lopende jaar: de Belastingdienst betaalt vooruit wat je bij de aangifte toch zou terugkrijgen, of int vooruit wat je toch zou moeten betalen. Uitbetalen gebeurt rond de vijftiende van elke maand, en valt die op een weekend, dan wordt het de eerstvolgende werkdag.

De omschrijving bij de boeking bestaat uit de code en een aanslagnummer. Dat nummer begint met je burgerservicenummer, gevolgd door de letter H voor de inkomstenbelasting van een particulier, en daarna twee cijfers. Het eerste cijfer verwijst naar het belastingjaar, het tweede naar het soort aanslag: een lager volgnummer hoort bij een voorlopige aanslag, een hoger bij de definitieve. Zie je twee verschillende nummers voorbijkomen, dan lopen er twee belastingjaren naast elkaar.

Een maandelijkse teruggaaf loopt niet vanzelf door naar het volgende jaar zonder aanpassing. De Belastingdienst zet hem meestal automatisch voort op basis van je laatste gegevens, maar rekent dan met verouderde bedragen. Wat er allemaal aan zo'n aanslag vastzit, van aanvragen tot stopzetten, staat in de gids over de voorlopige aanslag.

Wat je op je afschrift zietWat het betekent
Elke maand een bijschrijving rond de 15eTermijn van een voorlopige aanslag in jouw voordeel, meestal de hypotheekrenteaftrek
Elke maand een afschrijving of incassoTermijn van een voorlopige aanslag die je moet betalen
Eén bijschrijving kort na een aanslagbriefTeruggaaf uit de definitieve aanslag of uit een herziene voorlopige aanslag
Eén afschrijving zonder maandritmeBetaling van een definitieve aanslag of van een openstaand restant
Twee boekingen in dezelfde maandTwee belastingjaren die naast elkaar lopen, te herkennen aan het aanslagnummer

Zoek het aanslagnummer uit de omschrijving op in Mijn Belastingdienst. Daar staat de bijbehorende brief met de berekening, zodat je ziet welke posten het maandbedrag opbouwen.

Waarom huiseigenaren maandelijks geld terugkrijgen

Bij verreweg de meeste huiseigenaren komt het maandbedrag uit een simpele som. De hypotheekrente die je betaalt is aftrekbaar zolang je de lening annuïtair of lineair in maximaal dertig jaar aflost of onder het overgangsrecht van voor 2013 valt. Daar gaat het eigenwoningforfait vanaf, de bijtelling voor het woongenot van je eigen huis, die in 2026 0,35 procent van de WOZ-waarde bedraagt tot 1.350.000 euro.

Het saldo is je aftrekpost. Die vermenigvuldig je met het tarief van de schijf waarin je inkomen valt, met 37,56 procent als plafond in 2026, en je deelt de uitkomst door twaalf. Dat is het bedrag dat je maandelijks als IB/PVV kunt laten uitbetalen in plaats van er een jaar op te wachten.

De WOZ-waarde is dus een echte knop aan je maandbedrag: een hogere waarde betekent een hoger forfait en een kleinere teruggaaf. Reken het forfait bij jouw waarde door met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait en controleer met de WOZ-check of de waarde van je gemeente klopt. Verschilt het bedrag van wat je verwachtte, dan zit het verschil bijna altijd in een van die twee.

Wanneer een teruggaaf wel of niet ontstaat en waar dat verder van afhangt, staat bij wanneer je belasting terugkrijgt.

IB/PVV betalen: termijnen, kenmerk en belastingrente

De code staat net zo goed op bedragen die de andere kant op gaan. Een maandelijkse betaalverplichting ontstaat bijvoorbeeld bij winst uit onderneming, bij een tweede pensioen dat geen rekening houdt met het eerste, of bij vermogen in box 3. De Belastingdienst legt zo'n aanslag vaak ongevraagd op, op basis van je vorige aangifte.

Een voorlopige aanslag die je moet betalen, mag je in maandtermijnen voldoen, tot een maximum van elf termijnen in 2026. Betaal je met een overschrijving, gebruik dan altijd het betalingskenmerk uit de brief. Zonder dat kenmerk kan de Belastingdienst je betaling niet aan de juiste aanslag koppelen en krijg je een herinnering voor een bedrag dat je al hebt overgemaakt.

Over een aanslag inkomstenbelasting rekent de Belastingdienst 5 procent belastingrente in 2026. Die rente begint pas te lopen op 1 juli na afloop van het belastingjaar, dus wie zijn voorlopige aanslag in het jaar zelf goed zet, betaalt niets extra. Verkoop je je huis met winst, dan is het maandbedrag daarna zelden nog kloppend: lees bij belasting over de overwaarde van je huis wat er dan met je aftrek gebeurt.

Verhuurde of leegstaande woningen volgen een ander spoor. Zodra een woning niet meer je hoofdverblijf is, verschuift hij naar box 3 en verdwijnt de renteaftrek uit je IB/PVV. Wanneer dat moment aanbreekt, staat bij de overgang van box 1 naar box 3.

Een te hoog ingeschatte maandelijkse teruggaaf is geen meevaller maar een lening. Je betaalt het verschil terug bij de aangifte, en vanaf 1 juli na het belastingjaar komt daar 5 procent belastingrente bij.

IB/PVV en de loonheffing op je loonstrook

Op je loonstrook staat geen IB/PVV maar loonheffing. Dat is dezelfde heffing, alleen alvast ingehouden door je werkgever of je pensioenfonds. De loonheffing is een voorheffing: een voorschot op je inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen, dat bij de aangifte van het definitieve bedrag wordt afgetrokken.

Daarom kun je een aanslag krijgen terwijl er het hele jaar al is ingehouden. Je werkgever kent alleen jouw loon en niet je overige inkomsten, je aftrekposten of je vermogen. Klopt de inhouding precies, dan blijft er nul over; klopt hij niet, dan volgt een teruggaaf of een bijbetaling in de vorm van IB/PVV.

De klassieke oorzaak van een onverwachte naheffing zijn twee inkomens naast elkaar. Twee werkgevers of twee pensioenuitkeringen passen allebei de heffingskorting toe, zodat er over het geheel te weinig is ingehouden. Bij een pensioen dat halverwege het jaar ingaat, gebeurt hetzelfde. Je lost het op door bij een van de twee de loonheffingskorting uit te zetten of door zelf een voorlopige aanslag te vragen.

Voor werknemers met alleen loon en een koophuis is de aangifte meestal een kwestie van controleren en aanvullen, omdat de vooraf ingevulde gegevens al kloppen. Hoe je die stap doorloopt, staat bij belastingaangifte doen.

Na de AOW-leeftijd verandert de opbouw

Vanaf de maand waarin je de AOW-leeftijd bereikt, betaal je geen AOW-premie meer. Het belastingdeel en de premies voor de Anw en de Wlz blijven wel staan. Het tarief van de eerste schijf zakt daardoor in 2026 van 35,75 procent naar 17,85 procent, en in de tweede en derde schijf verandert er niets, want daar zaten al geen premies in.

Dat lagere tarief werkt twee kanten op. Over je AOW en je pensioen betaal je minder, maar je hypotheekrenteaftrek is nog maar half zoveel waard zolang je inkomen in de eerste schijf blijft. Wie in het jaar van pensionering niets aanpast, ontvangt maandenlang een teruggaaf die op het oude tarief is gebaseerd en betaalt die later terug.

In het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt, geldt bovendien een tussentarief. De Belastingdienst rekent naar rato van het aantal maanden voor en na je verjaardag, dus je zit dat jaar tussen beide percentages in. Voor mensen die geboren zijn voor 1946 ligt de grens van de eerste schijf iets hoger dan de reguliere schijfgrens; het exacte bedrag staat in de tarieventabel van dat jaar.

Pas je voorlopige aanslag daarom aan zodra je pensioendatum vaststaat, en niet pas als de definitieve aanslag binnenkomt.

OnderdeelVóór de AOW-leeftijdVanaf de AOW-leeftijd
AOW-premie17,90%vervalt
Anw- en Wlz-premie samen9,75%9,75%
Belastingdeel eerste schijf8,10%8,10%
Tarief eerste schijf35,75%17,85%
Waarde van € 1.000 aftrek in de eerste schijf€ 358€ 179

Gecontroleerd op augustus 2026

Als je maandbedrag niet meer klopt

Een voorlopige aanslag is een schatting, en schattingen verouderen. Aflossen, oversluiten, een nieuwe WOZ-beschikking in februari, een salarissprong of een verkoop veranderen allemaal het bedrag dat je hoort te krijgen. Wijzigen kan het hele jaar door in Mijn Belastingdienst, en meestal nog tot 1 mei van het jaar erna.

Wil je de uitbetaling helemaal laten stoppen, dan kan dat tot 1 oktober van het jaar zelf. Wat je tot dat moment ontving blijft staan en wordt gewoon meegenomen in de eindafrekening. Verlagen mag ook, en dat is bij twijfel de rustigste keuze: liever iets te weinig vooruit dan een terugbetaling met rente.

De eindafrekening komt in de vorm van de definitieve aanslag inkomstenbelasting. Daarin worden de loonheffing, alle voorlopige termijnen en de uitkomst van je aangifte tegen elkaar weggestreept. Blijft er een teruggaaf over, dan staat die meestal binnen een week na de dagtekening op je rekening; het precieze ritme staat bij wanneer een belastingaangifte wordt uitbetaald.

Onder de teruggaafgrens van 18 euro in 2026 betaalt de Belastingdienst niets uit. Kleine bedragen blijven dus staan, ook als de berekening in jouw voordeel uitvalt.

Zo zet je je IB/PVV op het juiste maandbedrag

Reken eerst je aftrekpost uit, vraag daarna de voorlopige aanslag aan en controleer of het bedrag binnenkomt.

  1. Verzamel je rentebedrag en je WOZ-waarde

    Je geldverstrekker stuurt in januari een jaaroverzicht met de betaalde rente, je gemeente stuurt in februari de nieuwe WOZ-beschikking. Met die twee getallen ligt je aftrekpost voor het lopende jaar vast, op je inkomen na.

  2. Reken de aftrekpost en het maandbedrag uit

    Trek het eigenwoningforfait van de betaalde rente af en vermenigvuldig het saldo met het tarief van jouw schijf, met 37,56 procent als plafond in 2026. Deel door twaalf en je hebt het maandbedrag. Het forfait bij jouw waarde bereken je met de rekenhulp voor het eigenwoningforfait.

  3. Vraag de voorlopige aanslag aan in Mijn Belastingdienst

    Log in met DigiD, kies het belastingjaar en vul je geschatte inkomen, je rente en je WOZ-waarde in. Doe dit voor 1 januari van het jaar zelf, dan loopt de uitbetaling vanaf de eerste maand. Vraag je later aan, dan wordt hetzelfde jaarbedrag over de resterende maanden verdeeld.

  4. Controleer de eerste boeking op je rekening

    Rond de vijftiende van de maand staat het bedrag erop, met de code IB/PVV en het aanslagnummer in de omschrijving. Wijkt het af van je eigen som, kijk dan in de aanslagbrief welke post anders is ingevuld dan je bedoelde.

  5. Meld elke wijziging in hetzelfde jaar

    Verkoop, extra aflossen, oversluiten, een nieuwe baan of een pensioendatum: geef het door zodra het bekend is. Een aanpassing in het jaar zelf kost niets, een correctie achteraf kost 5 procent belastingrente vanaf 1 juli na het belastingjaar.

  6. Reken het af in de aangifte

    Bij de aangifte over het jaar wordt alles verrekend: de loonheffing, de maandtermijnen en de werkelijke cijfers. De uitkomst zie je terug op de definitieve aanslag, en die is leidend. De aangifte over 2026 kun je vanaf 1 maart 2027 indienen en moet voor 1 mei 2027 binnen zijn.

Overdrachtsbelasting

Kies je situatie en zie meteen het tarief, het bedrag en of je onder de startersvrijstelling valt. Open de volledige overdrachtsbelasting

Loop dit na bij een IB/PVV-boeking die je niet herkent

Doorgerekend: zo pakt het uit

Rekenvoorbeeld

Maandelijkse teruggaaf bij een hypotheek van 300.000 euro

Stel, je hebt een hypotheek van 300.000 euro tegen 4 procent rente en een woning met een WOZ-waarde van 400.000 euro. Je betaalt dan 12.000 euro rente per jaar. Het eigenwoningforfait is 0,35 procent van 400.000 euro, dus 1.400 euro in 2026. Je aftrekpost wordt 12.000 min 1.400 is 10.600 euro.

Met een inkomen van 60.000 euro val je in de tweede schijf, waar het tarief 37,56 procent is. 10.600 maal 37,56 procent is 3.981 euro over het hele jaar. Gedeeld door twaalf komt dat neer op 331 euro per maand, die je rond de vijftiende als IB/PVV op je rekening ziet.

Vraag je de voorlopige aanslag pas in mei aan, dan verdeelt de Belastingdienst hetzelfde jaarbedrag over de acht resterende maanden: 3.981 gedeeld door acht is 498 euro per maand. Je krijgt over het jaar dus precies hetzelfde, alleen later en in grotere stappen.

Rekenvoorbeeld

Je verkoopt je huis en de teruggaaf loopt door

Stel, je ontvangt 300 euro per maand aan IB/PVV en je verkoopt je woning op 1 juli 2026. Over de eerste zes maanden betaalde je rente, dus die 6 maal 300 is 1.800 euro is terecht uitbetaald. Meld je de verkoop niet, dan loopt de teruggaaf door tot en met december en ontvang je nog eens 1.800 euro waar geen aftrek tegenover staat.

Bij de aangifte over 2026, die je in het voorjaar van 2027 doet, wordt dat rechtgetrokken en betaal je 1.800 euro terug. Krijg je de definitieve aanslag in oktober 2027, dan komt daar belastingrente bij vanaf 1 juli 2027. Over 1.800 euro is 5 procent 90 euro per jaar, dus over die vier maanden ongeveer 30 euro.

Een wijziging in Mijn Belastingdienst in juli 2026 had beide voorkomen. De teruggaaf was dan gestopt en er was niets terug te betalen.

Rekenvoorbeeld

Dezelfde aftrek voor en na de AOW-leeftijd

Stel, je hypotheek is 120.000 euro tegen 3 procent rente en je WOZ-waarde is 320.000 euro. De rente is 3.600 euro per jaar en het eigenwoningforfait 0,35 procent van 320.000 euro, dus 1.120 euro in 2026. Je aftrekpost is 3.600 min 1.120 is 2.480 euro.

Met een inkomen van 34.000 euro zit je in de eerste schijf. Voor je AOW-leeftijd is dat tarief 35,75 procent: 2.480 maal 35,75 procent is 887 euro per jaar, oftewel 74 euro per maand. Na je AOW-leeftijd vervalt de AOW-premie van 17,90 procent uit dat tarief en blijft 17,85 procent over.

Dezelfde aftrekpost levert dan 2.480 maal 17,85 procent op, dus 443 euro per jaar of 37 euro per maand. Je maandelijkse IB/PVV halveert, terwijl er aan je hypotheek niets is veranderd. Daar staat tegenover dat je over je AOW en je pensioen in diezelfde schijf ook bijna de helft minder betaalt.

Veelgemaakte fouten

De maandelijkse teruggaaf laten doorlopen na een verkoop of een extra aflossing

De Belastingdienst weet niet dat je situatie is veranderd en blijft uitbetalen. Elke maand die doorloopt is een bedrag dat je later terugbetaalt, met 5 procent belastingrente vanaf 1 juli na het belastingjaar. Bij 300 euro per maand loopt dat in een half jaar op tot 1.800 euro plus rente.

De voorlopige aanslag bewust ruim inschatten

Een hoger maandbedrag voelt als winst, maar het is voorgeschoten geld. Bij de aangifte wordt het verschil verrekend en betaal je alles terug wat je te veel kreeg. Wie krap zit, staat dan voor een rekening die er niet was geweest bij een realistische schatting.

Twee inkomens allebei met loonheffingskorting laten lopen

Bij twee werkgevers of twee pensioenuitkeringen passen beide de heffingskorting toe, waardoor er over het geheel te weinig wordt ingehouden. De naheffing komt een jaar later en gaat al snel over honderden euro's. Zet de korting bij een van de twee uit.

Betalen zonder het betalingskenmerk uit de brief

Zonder kenmerk kan de Belastingdienst je overschrijving niet aan de juiste aanslag koppelen. Het geld blijft op een tussenrekening staan, je krijgt een herinnering en daarna een aanmaning, met kosten en invorderingsrente die je zelf moet laten terugdraaien.

Het maandbedrag aanzien voor de eindafrekening

Een voorlopige aanslag is een schatting, geen definitieve uitkomst. Wie zijn financiën inricht op het maandbedrag en de aangifte overslaat of laat lopen, komt er pas bij de definitieve aanslag achter dat de werkelijkheid anders was.

Bij pensionering rekenen met het oude tarief

Na de AOW-leeftijd is dezelfde renteaftrek in de eerste schijf ongeveer de helft waard. Wie de voorlopige aanslag niet aanpast, krijgt maandenlang te veel en levert dat na de aangifte in een keer weer in.

Veelgestelde vragen

Wat betekent IB/PVV?

IB staat voor inkomstenbelasting en PVV voor premie volksverzekeringen. De Belastingdienst berekent beide over hetzelfde inkomen en legt er een gecombineerde aanslag voor op. Op brieven en bankafschriften zie je daarom die ene code, of het nu om een teruggaaf gaat of om een bedrag dat je moet betalen.

Wat betekent IB/PVV maandelijks op mijn bankafschrift?

Dat is een termijn van een voorlopige aanslag. Krijg je het bedrag bijgeschreven, dan betaalt de Belastingdienst je vooruit wat je bij de aangifte zou terugkrijgen, bij huiseigenaren meestal de hypotheekrenteaftrek. Wordt het afgeschreven, dan betaal je vooruit wat je later toch verschuldigd bent. Uitbetalen gebeurt rond de vijftiende van elke maand.

Welke premies zitten er in de PVV?

Drie: de AOW-premie van 17,90 procent, de Anw-premie van 0,10 procent en de Wlz-premie van 9,65 procent, samen 27,65 procent in 2026. Ze worden alleen geheven over je inkomen in de eerste schijf, dus tot 38.883 euro in 2026. Daarboven betaal je alleen nog inkomstenbelasting.

Waarom krijg ik een aanslag terwijl mijn werkgever al loonheffing inhoudt?

De loonheffing is een voorheffing op je IB/PVV, geen eindafrekening. Je werkgever kent alleen je loon en niet je aftrekposten, je vermogen of je andere inkomsten. Bij de aangifte wordt het definitieve bedrag berekend en de ingehouden loonheffing daarvan afgetrokken. Het verschil krijg je terug of betaal je bij.

Betaal ik na mijn AOW-leeftijd nog IB/PVV?

Ja, maar minder. De AOW-premie vervalt, waardoor het tarief van de eerste schijf in 2026 van 35,75 procent naar 17,85 procent zakt. De premies voor de Anw en de Wlz en het belastingdeel blijven staan. In het jaar waarin je de AOW-leeftijd bereikt, geldt een tussentarief naar rato van de maanden.

Hoeveel premie volksverzekeringen betaal ik maximaal?

De premies lopen alleen over de eerste schijf, dus over hoogstens 38.883 euro in 2026. Bij 27,65 procent komt het maximum daarmee uit op 10.751 euro per persoon per jaar. Verdien je meer, dan betaal je over het meerdere uitsluitend inkomstenbelasting, tegen 37,56 of 49,50 procent.

Wanneer wordt een maandelijkse IB/PVV-teruggaaf uitbetaald?

Rond de vijftiende van elke maand. Valt de vijftiende in een weekend of op een feestdag, dan volgt de eerstvolgende werkdag. Vraag je de voorlopige aanslag pas in de loop van het jaar aan, dan verdeelt de Belastingdienst het jaarbedrag over de resterende maanden, zodat de eerste termijnen hoger uitvallen.

Kan ik mijn maandelijkse IB/PVV-bedrag laten aanpassen?

Ja, wijzigen kan het hele jaar door in Mijn Belastingdienst en meestal nog tot 1 mei van het jaar erna. De uitbetaling helemaal stopzetten kan tot 1 oktober van het jaar zelf. Pas het bedrag aan zodra je situatie verandert, want een correctie achteraf kost 5 procent belastingrente.

Wat is het verschil tussen IB/PVV en de Zvw-bijdrage?

De inkomensafhankelijke bijdrage voor de Zorgverzekeringswet is een aparte heffing met een eigen aanslag en een eigen code. Werknemers zien die bijdrage door de werkgever betaald worden; ondernemers en gepensioneerden met bepaalde inkomsten krijgen er een eigen aanslag voor. Die bijdrage staat los van je IB/PVV en van je hypotheekrenteaftrek.

Waarom moet ik ineens IB/PVV betalen terwijl ik het altijd terugkreeg?

Dat wijst bijna altijd op een omslag in je situatie. Een afgeloste of overgesloten hypotheek geeft minder renteaftrek, een gestegen WOZ-waarde geeft een hoger eigenwoningforfait, en een tweede inkomen of vermogen in box 3 telt erbij op. Kijk in de aanslagbrief welke post is veranderd ten opzichte van vorig jaar.

In hoeveel termijnen mag ik een IB/PVV-aanslag betalen?

Een voorlopige aanslag over het lopende jaar mag je in maandtermijnen voldoen, in 2026 tot maximaal elf termijnen. Voor een definitieve aanslag geldt een betaaltermijn van zes weken na de dagtekening; lukt dat niet, dan kun je een betalingsregeling aanvragen. Gebruik bij elke betaling het betalingskenmerk uit de brief.

Wat betekent de letter H in het aanslagnummer bij IB/PVV?

Het aanslagnummer begint met je burgerservicenummer, gevolgd door een letter die het soort belasting aangeeft. De H hoort bij de inkomstenbelasting van een particulier. De twee cijfers daarachter verwijzen naar het belastingjaar en naar het soort aanslag, waarbij een voorlopige aanslag een lager volgnummer heeft dan de definitieve.

Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt

Voor de meeste huiseigenaren is IB/PVV zelf te overzien: een jaaroverzicht van de geldverstrekker, een WOZ-beschikking en een voorlopige aanslag in Mijn Belastingdienst, en het loopt. De BelastingTelefoon is gratis en kan meekijken bij een bedrag dat je niet thuisbrengt. Een aangiftehulp of belastingadvieskantoor rekent voor een particuliere aangifte doorgaans tussen de honderd en driehonderd euro, afhankelijk van hoeveel er speelt.

Bij een paar situaties verdient een fiscalist zich terug. Denk aan een echtscheiding waarbij de woning en de schuld worden verdeeld, aan een erfenis met een woning erin, aan een eigenwoningreserve na verkoop, aan een woning die deels wordt verhuurd of aan een onderneming aan huis. Tarieven van honderd tot tweehonderd euro per uur zijn daar gebruikelijk, en de vraag is telkens of het bedrag dat op het spel staat dat rechtvaardigt. Voor de fiscale gevolgen van een nieuwe hypotheekconstructie is een hypotheekadviseur het logische adres, en voor de aangifte zelf helpt de gids over de aangifte inkomstenbelasting je door de posten heen. Wij informeren hier over de regels; welke keuze bij jouw inkomen en jouw huis past, hangt af van cijfers die alleen jij en je adviseur volledig zien.

Verder lezen over dit onderwerp