Stroomdraad kleuren: welke draad is fase, nul en aarde
In elke Nederlandse installatie van na ongeveer 1970 is bruin de fase, blauw de nul en geel-groen de aarde. Zwart en grijs zijn de schakeldraad of, bij krachtstroom, de tweede en derde fase. In woningen van voor 1970 lag het precies andersom dan je zou denken: groen was de fase, rood de nul en grijs de aarde. De kleur is een aanwijzing en geen bewijs, dus meet met een tweepolige spanningszoeker na wat je vasthoudt voordat je iets aansluit.
- 230 volt netspanning spanning tussen de bruine fase en de blauwe nul
- 400 volt krachtstroom spanning tussen twee fasen onderling
- 1970 omslagpunt vanaf dat jaar bruin, blauw en geel-groen in woningen
- 2001 HD 308 S2 Europese harmonisatie van de aderkleuren
- € 60 - € 90 2026 uurtarief van een elektricien inclusief btw
Gecontroleerd op augustus 2026
De kleuren van stroomdraad in één overzicht
Drie kleuren dragen het hele systeem: bruin voert de spanning aan, blauw voert de stroom terug en geel-groen zorgt dat een storing zichzelf verraadt. Die codering geldt in elke Nederlandse woninginstallatie die na ongeveer 1970 is aangelegd en is sinds het Europese harmonisatiedocument HD 308 S2 uit 2001 in heel Europa gelijk. Wie de rest van de elektra en gas in huis begrijpt, heeft aan deze drie kleuren genoeg om negen van de tien aansluitdozen te lezen.
De tiende doos is het probleem. Daar ligt een zwarte of grijze draad die er onschuldig uitziet maar 230 volt voert, of je kijkt naar bedrading uit de jaren zestig waarin groen juist de fase was. Wie de hele tabel kent voordat hij de schroevendraaier pakt, herkent die uitzondering op tijd.
Twee regels staan boven alle andere. Geel-groen is uitsluitend de beschermingsleiding en mag nooit voor iets anders worden gebruikt, ook niet even, ook niet tijdelijk. En blauw is gereserveerd voor de nul: wie hem als geschakelde fase gebruikt omdat er nu eenmaal geen andere ader in de buis zit, markeert hem aan beide uiteinden met bruine of zwarte krimpkous, zodat de volgende persoon niet in het donker gokt.
| Kleur | Functie | Aanduiding | Waar je hem tegenkomt |
|---|---|---|---|
| Bruin | Fase, de draad die spanning voert | L of L1 | Elke groep, en de eerste fase bij krachtstroom |
| Blauw | Nul, de draad die de stroom terugvoert | N | Elke groep met een nulleider |
| Geel-groen | Aarde, de beschermingsleiding | PE | Stopcontacten, metalen armaturen, de aardrail |
| Zwart | Schakeldraad of de tweede fase | L2 | Lichtpunten, wisselschakelingen, krachtstroom |
| Grijs | Schakeldraad of de derde fase | L3 | Wisselschakelingen en krachtstroom |
| Groen zonder geel | Fase in installaties van voor 1970 | L | Woningen uit de jaren vijftig en zestig |
| Rood | Nul in installaties van voor 1970, later soms schakeldraad | N | Oude bedrading en oude armatuursnoeren |
Gecontroleerd op augustus 2026
Een enkel groene draad is geen aarde. In bedrading van voor 1970 was groen juist de fase, en dat is precies de verwisseling waar mensen een schok van krijgen. Alleen de combinatie geel met groen is de aarde.
Bruin, blauw en geel-groen: wat elke draad doet
De bruine fasedraad staat onder spanning zodra de groep aanstaat: 230 volt ten opzichte van aarde. Hij komt vanuit de meterkast via de installatieautomaat naar het stopcontact of de schakelaar. Raak je hem aan terwijl je contact maakt met de vloer of een leiding, dan loopt de stroom door je heen naar aarde, en dat is de situatie waar een aardlekschakelaar voor bestaat.
De blauwe nuldraad brengt de stroom terug naar de meterkast en staat in een gezonde installatie vrijwel op aardpotentiaal. Vrijwel, want zodra er stroom loopt, staat er een paar volt op de nul, en bij een onderbroken nulleider kan er zomaar de volle netspanning op staan. Behandel de nul daarom als een draad die kan bijten, niet als een veilige draad.
De geel-groene aarddraad voert in normaal bedrijf geen stroom. Hij verbindt de metalen delen die je kunt aanraken met de aardrail in de meterkast, zodat een fase die tegen een behuizing aan komt te liggen meteen een grote stroom naar aarde laat lopen. De beveiliging valt dan uit in plaats van dat de behuizing onder spanning blijft staan. Hoe dat in de praktijk werkt staat in de gids over het geaarde stopcontact.
Komen fase en nul rechtstreeks tegen elkaar, dan ontstaat er kortsluiting en schakelt de automaat binnen een fractie van een seconde af. Dat is niet hetzelfde als een aardfout: bij kortsluiting reageert de automaat op de stroomsterkte, bij een aardfout reageert de aardlekschakelaar op het verschil tussen fase en nul.
Zwart en grijs: de schakeldraad en de wisselschakeling
Open je een lichtpunt in het plafond, dan vind je meestal vier draden en niet drie. Bruin brengt de fase naar de schakelaar, zwart brengt de geschakelde fase terug naar de lamp, blauw is de nul en geel-groen de aarde. Die zwarte draad heet de schakeldraad, en hij voert dus gewoon 230 volt zodra de schakelaar aanstaat.
Bij een wisselschakeling, waarbij je een lamp vanaf twee plekken bedient, lopen er twee draden tussen de schakelaars heen en weer. Die correspondentiedraden zijn doorgaans zwart en grijs. Beide kunnen spanning voeren, afhankelijk van de stand van de schakelaars, en dat is de reden dat je bij een wisselschakeling nooit op de kleur mag afgaan zonder te meten in beide standen.
Grijs is de lastigste kleur van allemaal. In een moderne installatie is hij de derde fase of een tweede schakeldraad en dus levensgevaarlijk om als nul te behandelen. In een installatie van voor 1970 was grijs juist de aarde. Zonder te weten uit welk tijdvak de bedrading komt, zegt een grijze draad je dus vrijwel niets.
Een lamp hoort altijd op de fase geschakeld te worden, niet op de nul. Schakel je de nul, dan gaat het licht wel uit maar staat de fitting nog steeds onder spanning, en dat merkt degene die later een peertje vervangt.
| Draad in een lichtpunt | Kleur | Spanning ten opzichte van aarde |
|---|---|---|
| Fase naar de schakelaar | Bruin | 230 volt, altijd |
| Geschakelde fase naar het armatuur | Zwart | 230 volt zodra de schakelaar aanstaat |
| Tweede schakeldraad of correspondentiedraad | Grijs | 230 volt in één van de twee schakelaarstanden |
| Nul | Blauw | 0 tot enkele volts |
| Aarde | Geel-groen | 0 volt |
Gecontroleerd op codering na 1970, augustus 2026
Fotografeer de aansluitdoos met je telefoon voordat je een draad losdraait. Dat kost tien seconden en scheelt gepuzzel als je een half uur later niet meer weet welke ader waar zat.
Krachtstroom: vijf aders en 400 volt tussen de fasen
Een krachtstroomgroep heeft drie fasen in plaats van één. De kleuren zijn dan bruin voor L1, zwart voor L2 en grijs voor L3, met daarnaast blauw voor de nul en geel-groen voor de aarde. Tussen elke fase en de nul staat 230 volt, tussen twee fasen onderling 400 volt. Die 400 volt is de reden dat een krachtstroomaansluiting in een andere categorie valt dan een gewone groep.
Je komt zo'n groep tegen bij een elektrisch fornuis met perilexstekker, bij een laadpaal, bij een warmtepomp en in oudere woningen bij een oude boiler. De vijfaderige kabel is aan de dikte al te herkennen: 2,5 mm² of meer per ader, tegen 1,5 mm² voor een lichtgroep en 2,5 mm² voor een gewone stopcontactgroep.
Vervang je een gasfornuis door inductie, dan is de vraag of er drie fasen naar de keuken lopen vaak bepalend voor de kosten. Wat er per groep aan vermogen op past, staat in de gids over hoeveel watt per groep kan; de bredere afweging tussen koken en verwarmen op gas of stroom staat bij gas en elektra vergelijken.
Aan een krachtstroomgroep klussen is werk voor een installateur. De draaiveldrichting moet kloppen bij motoren, de aansluiting moet worden nagemeten en een verkeerd aangesloten fase levert bij 400 volt onmiddellijk schade op aan het apparaat.
| Ader | Kleur | Functie |
|---|---|---|
| L1 | Bruin | Eerste fase, 230 volt ten opzichte van de nul |
| L2 | Zwart | Tweede fase, 230 volt ten opzichte van de nul |
| L3 | Grijs | Derde fase, 230 volt ten opzichte van de nul |
| N | Blauw | Nul, gezamenlijke retourleiding |
| PE | Geel-groen | Aarde, beschermingsleiding |
Gecontroleerd op augustus 2026
Oude kleuren: groen was de fase en rood de nul
In woningen die voor ongeveer 1970 zijn bedraad, gold een codering die haaks staat op wat je nu verwacht. Groen was de fasedraad, rood de nul en grijs de aarde, voor zover er al een aarde lag. Zwart werd toen al als schakeldraad gebruikt, dat is het enige wat gelijk gebleven is.
Die oude combinatie verdween om een goede reden: rood en groen zijn precies de twee kleuren die bij de meest voorkomende vorm van kleurenblindheid moeilijk uit elkaar te houden zijn. De Europese harmonisatie in 2001 maakte de nieuwe codering in alle lidstaten gelijk, maar in Nederlandse woningen was bruin, blauw en geel-groen toen al zo'n dertig jaar de praktijk.
In de tussenperiode is er van alles langsgekomen. Installateurs gebruikten wat er op de rol zat, en in een huis dat in 1958 gebouwd is en in 1979, 1996 en 2014 verbouwd, liggen drie of vier generaties bedrading door elkaar. Rood als fase komt in die tussenjaren geregeld voor, en dat is dus precies andersom dan in de bedrading van voor 1970.
Oude bedrading hoeft niet weg omdat de kleuren afwijken. Er is geen wet die een installatie op leeftijd afkeurt, en een bestaande installatie mag op het niveau van zijn eigen bouwjaar blijven liggen. Bros geworden rubber, een geweven stoffen mantel of een ontbrekende aarde zijn wel redenen om de elektrische installatie te laten doormeten en waar nodig te vervangen.
| Periode | Fase | Nul | Aarde | Schakeldraad |
|---|---|---|---|---|
| Voor circa 1970 | Groen | Rood | Grijs, vaak afwezig | Zwart |
| Circa 1970 tot 2001 | Bruin, soms nog rood of zwart | Blauw | Geel-groen, soms enkel groen | Zwart of grijs |
| Na 2001, na de harmonisatie | Bruin | Blauw | Geel-groen | Zwart of grijs |
Gecontroleerd op augustus 2026
Fase en nul stonden in oude installaties geregeld omgewisseld, ook binnen hetzelfde huis. De kleur van een draad uit de jaren zestig is een vermoeden, geen vaststelling: alleen een meting geeft uitsluitsel.
Vertrouw de kleur niet blind: zo meet je het na
De volgorde is altijd dezelfde. Zet eerst de juiste groep uit in de meterkast, controleer daarna met een tweepolige spanningszoeker dat er inderdaad geen spanning meer staat, en test die spanningszoeker daarna nog een keer op een punt waarvan je weet dat het spanning voert. Een tester die stuk is, meldt namelijk hetzelfde als een draad die veilig is.
Een contactloze spanningspen is handig om snel te scannen, maar hij liegt in twee richtingen. Hij piept op een draad die alleen capacitief meelift met de buurdraad, en hij zwijgt op een draad die wel spanning voert maar in een metalen buis of achter een dikke afdekking zit. Voor een beslissing over wat je vasthoudt, is een tweepolige spanningszoeker of een multimeter het gereedschap.
Met de groep weer aan meet je op een veilige manier: alleen aan de meetpennen, met droge handen en zonder los hangende draden. De verwachte waarden liggen dicht bij elkaar en zijn goed te onthouden. Wijkt de uitkomst af, bijvoorbeeld 230 volt tussen nul en aarde, dan is er iets omgedraaid of onderbroken en stop je met klussen.
Wie de groep uitzet, moet ook weten of de aardlekschakelaar de juiste groepen dekt. In veel kasten hangen meerdere groepen achter één aardlek, en in een aansluitdoos komen soms twee groepen samen. De automaat van de verlichting uitzetten betekent dan niet dat alle draden in die doos spanningsloos zijn.
| Meting | Verwachte waarde | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Bruin en blauw | Ongeveer 230 volt | Normale groep, fase en nul aanwezig |
| Bruin en geel-groen | Ongeveer 230 volt | De aarde is aangesloten en doet zijn werk |
| Blauw en geel-groen | 0 tot enkele volts | Nul en aarde staan op vrijwel gelijk potentiaal |
| Twee fasen onderling | Ongeveer 400 volt | Krachtstroom, drie fasen aanwezig |
| Blauw en geel-groen geeft 230 volt | Afwijkend | Fase en nul verwisseld of de nul is onderbroken |
Gecontroleerd op augustus 2026
Markeer een draad die niet doet wat zijn kleur belooft met krimpkous of gekleurde tape in de kleur van zijn werkelijke functie, aan beide uiteinden. Dat is de goedkoopste veiligheidsmaatregel in huis.
Kleuren in snoeren, laagspanning en apparatuur uit het buitenland
Het snoer van een apparaat volgt dezelfde codering als de vaste installatie: bruin voor de fase, blauw voor de nul en geel-groen voor de aarde. Snoeren van apparaten met dubbele isolatie hebben maar twee aders en geen aarde; die herken je aan het teken van twee vierkanten in elkaar op het typeplaatje.
Bij laagspanning geldt een heel ander stelsel. In gelijkstroomsystemen van 12 of 24 volt, zoals ledstrips, campers, boten en de bekabeling van zonnepanelen naar een omvormer, is rood de plus en zwart de min. Voor beldraad, thermostaatdraad en datakabels bestaat geen vaste kleurafspraak, dus daar is meten of het schema van de fabrikant de enige weg.
Apparatuur uit het buitenland volgt weer eigen regels. In de Verenigde Staten is zwart de fase, wit de nul en groen de aarde. In Britse installaties van voor 2006 kom je rood voor fase en zwart voor nul tegen, precies omgekeerd aan het Amerikaanse schema. Bij goedkope importarmaturen zonder CE-onderbouwing zie je soms twee draden in dezelfde kleur.
De praktische regel voor al deze gevallen is dezelfde: is de herkomst van een snoer of een armatuur onduidelijk, dan bepaal je de functie met een meting en niet met de kleur. Bij vaste installaties in vochtige ruimtes gelden bovendien extra eisen, zoals bij een stopcontact in de badkamer, waar de zone rond bad en douche voorschrijft wat er wel en niet mag hangen.
Wat de norm eist en wat je zelf mag doen
De kleurcodering staat in NEN 1010, de norm voor laagspanningsinstallaties. Die norm is geen wet op zichzelf, maar wordt aangewezen in het Besluit bouwwerken leefomgeving: heeft een bouwwerk een elektriciteitsvoorziening, dan moet die voldoen aan de veiligheidsregels van NEN 1010 bij lage spanning. Voor nieuwbouw en voor delen die je wijzigt geldt de actuele norm, voor de rest van een bestaande installatie het niveau van het eigen bouwjaar.
Aan de elektra van je eigen woning mag je in Nederland zelf werken. Er is geen erkenningsplicht zoals bij gas, waar sinds 2023 alleen een gecertificeerd bedrijf aan gasverbrandingstoestellen mag komen. Bij twijfel over een gaslucht bel je het storingsnummer en niet een klusser, zoals beschreven in de gids over een gaslek.
De vrijheid om zelf te klussen komt met aansprakelijkheid. Ontstaat er brand door een aansluiting die jij hebt gemaakt, dan kijkt de verzekeraar naar de vakkundigheid van dat werk, en een deugdelijk uitgevoerde aansluiting is dan het verschil tussen wel en niet uitkeren. Bewaar daarom foto's van je werk en laat na een grotere ingreep de installatie doormeten.
Voor de rest van het onderhoud aan je huis geldt hetzelfde als hier: de eenvoudige handeling doe je zelf, en de handeling waarvan je de uitkomst niet kunt controleren besteed je uit. Bij bedrading is het meetrapport precies die controle.
Zo stel je vast welke draad wat is
Zes handelingen tussen het openen van de doos en het weer dichtschroeven ervan.
-
Zoek uit welke groep bij de doos hoort
Zet de automaat uit die volgens de meterkast bij deze ruimte hoort en controleer of het licht of het stopcontact inderdaad dood is. Komt er in de doos meer dan één groep samen, dan schakel je alle betrokken groepen uit.
-
Maak spanningsloos en controleer je tester
Meet met een tweepolige spanningszoeker of er echt geen spanning meer staat. Test daarna dezelfde spanningszoeker op een punt waarvan je weet dat het spanning voert, want een defecte tester geeft precies dezelfde uitslag als een veilige draad.
-
Kijk eerst en trek nog niets los
Noteer of fotografeer welke kleur op welke klem zit, hoeveel aders er zijn en of het om moderne kunststof isolatie of om oud rubber gaat. Die eerste blik bepaalt uit welk tijdvak de codering komt.
-
Meet de functies na met de groep aan
Bepaal met een tweepolige spanningszoeker of multimeter welke ader de fase is, welke de nul en welke de aarde. Reken op ongeveer 230 volt tussen fase en nul, en op vrijwel niets tussen nul en aarde. Zet daarna de groep weer uit voordat je iets aanraakt.
-
Markeer wat afwijkt
Zit er een groene fase, een rode nul of een blauwe draad die als schakeldraad dienstdoet, breng dan aan beide uiteinden krimpkous of tape aan in de kleur van de werkelijke functie. Zo leest de volgende persoon de doos meteen goed.
-
Sluit aan, test en controleer de aardlek
Schroef de klemmen stevig vast, sluit de doos en zet de groep aan. Test het stopcontact of het lichtpunt, en druk daarna op de testknop van de aardlekschakelaar om te zien of de beveiliging nog schakelt.
Check dit voordat je een draad aansluit
Doorgerekend: zo pakt het uit
Drie lichtpunten in een woning uit 1965
Stel, je hangt in een woning uit 1965 drie nieuwe lampen op en je vindt in het plafond groene, rode en grijze draden zonder geel-groene aarde. Je laat een elektricien komen om de lichtpunten door te meten en te markeren. Reken in 2026 op 35 euro voorrijkosten plus twee uur werk tegen 75 euro per uur: 35 + 150 = 185 euro.
Er ligt geen aarde, dus laat je door de bestaande buis een nieuwe drieaderige leiding trekken naar de drie punten. Dat kost tussen de 70 en 140 euro per punt; bij 100 euro per punt komt daar 300 euro bij. Het totaal komt op 185 + 300 = 485 euro, en je hebt daarna drie lichtpunten met een aarde en met draden die kloppen bij hun kleur.
Zelf de lampen ophangen zonder te meten kost niets, tot je de groene draad voor aarde aanziet en hem op het metalen armatuur zet. Dan staat de behuizing van je lamp op 230 volt.
Alle bedrading vervangen in een tussenwoning uit 1958
Stel, je koopt een tussenwoning uit 1958 met veertien stopcontacten en acht lichtpunten, allemaal in oude kleuren en zonder aarde in de woonkamer. De bestaande buizen zijn nog bruikbaar, dus de nieuwe draad kan er doorheen worden getrokken zonder hak- en herstelwerk.
Veertien stopcontacten tegen 100 euro per punt is 1.400 euro. Acht lichtpunten tegen 110 euro per punt is 880 euro. Een nieuwe groepenkast met twee aardlekschakelaars kost in 2026 al gauw 900 tot 1.400 euro; bij 1.100 euro loopt de som op naar 3.380 euro. Een doormeting met rapport bij oplevering kost 200 tot 400 euro, dus met 250 euro erbij eindig je op 3.630 euro.
Dat is de onderkant van de bandbreedte van 3.000 tot 8.000 euro die in 2026 voor het vervangen van de elektra in een eengezinswoning geldt. De reden is dat de buizen bleven liggen: zodra er gehakt en gestuukt moet worden, loopt de prijs per punt naar 150 tot 300 euro en verdubbelt het totaal bijna.
Veelgemaakte fouten
Geel-groen gebruiken als er een ader tekortkomt
De aarddraad als schakeldraad of als nul gebruiken zet spanning op alle metalen delen die aan diezelfde aardleiding hangen, tot in andere ruimtes van het huis. Het is de enige kleur met een absoluut verbod op hergebruik, en de fout blijft jaren onzichtbaar tot iemand een metalen armatuur aanraakt.
Grijs of zwart voor de nul aanzien
In een moderne installatie is grijs de derde fase of een schakeldraad en zwart de tweede fase of de geschakelde fase. Wie hem als nul op een klem zet, maakt in het gunstigste geval kortsluiting en in het ongunstigste geval een apparaat waarvan de behuizing onder spanning staat.
Alleen op een contactloze spanningspen vertrouwen
Zo'n pen piept op een draad die alleen meelift met de buurader en zwijgt op een draad in een metalen buis. Beide fouten kosten je hetzelfde: je denkt te weten wat je vasthoudt. Een tweepolige spanningszoeker meet tussen twee punten en geeft daarom wel uitsluitsel.
De nul schakelen in plaats van de fase
Het licht gaat gewoon uit, dus de fout valt niet op. De fitting blijft ondertussen op 230 volt staan, en degene die het peertje vervangt terwijl de schakelaar uit staat, krijgt de volle spanning te pakken.
Aannemen dat de kleuren in een verbouwd huis kloppen
In een woning die drie keer verbouwd is, liggen drie generaties bedrading door elkaar, en niet elke klusser hield zich aan de codering. Een half uur meten kost minder dan een uitgebrande aansluitdoos of een verzekeraar die naar de vakkundigheid van je werk vraagt.
Alleen de automaat uitzetten van het lichtpunt
In veel aansluitdozen komen twee groepen samen, bijvoorbeeld verlichting en stopcontacten van dezelfde ruimte. De ene groep is dan spanningsloos en de andere niet, terwijl de draden naast elkaar liggen. Meet daarom elke ader in de doos apart na.
Nieuwe draad zonder markering achterlaten
Wie een blauwe ader als schakeldraad gebruikt omdat er niets anders in de buis zit en dat niet markeert, laat een valstrik achter voor de volgende bewoner of installateur. Twee stukjes krimpkous voorkomen dat probleem voor de hele levensduur van de installatie.
Veelgestelde vragen
Welke kleur stroomdraad is de fase?
In elke Nederlandse installatie van na ongeveer 1970 is bruin de fasedraad. Hij voert 230 volt ten opzichte van de aarde zodra de groep aanstaat. Bij krachtstroom heten de drie fasen L1, L2 en L3 en zijn ze respectievelijk bruin, zwart en grijs. In bedrading van voor 1970 was de fase juist groen, en dat is de verwisseling waar de meeste ongelukken uit voortkomen.
Welke draad is de nuldraad?
Blauw is de nul. Die draad voert de stroom terug naar de meterkast en staat in een gezonde installatie op vrijwel hetzelfde potentiaal als de aarde. Toch is de nul geen veilige draad: bij een onderbroken nulleider kan er de volle netspanning op staan. In installaties van voor 1970 was rood de nul.
Wat betekent een zwarte draad in een lichtpunt of stopcontact?
Zwart is in een woninginstallatie meestal de schakeldraad: de geschakelde fase die van de schakelaar terugloopt naar het armatuur. Hij voert 230 volt zodra de schakelaar aanstaat. In een krachtstroomgroep is zwart de tweede fase, L2. Behandel een zwarte draad dus altijd als een draad die spanning kan voeren en meet na welke van de twee functies hij heeft.
Waar dient een grijze draad voor?
Grijs heeft twee betekenissen die niet verder uit elkaar kunnen liggen. In een moderne installatie is het de derde fase L3 of de tweede schakeldraad in een wisselschakeling, en dan voert hij 230 volt. In een installatie van voor 1970 was grijs juist de aardleiding. Welke van beide je voor je hebt, hangt af van het bouwjaar van de bedrading en is alleen met een meting vast te stellen.
Wat betekenen groene en rode draden in oude bedrading?
In Nederlandse installaties van voor circa 1970 was groen de fase, rood de nul en grijs de aarde. Die codering is verlaten omdat rood en groen bij kleurenblindheid slecht te onderscheiden zijn. Kom je een enkel groene draad tegen, ga er dan van uit dat hij spanning voert tot je het tegendeel hebt gemeten. Alleen de combinatie geel met groen is de aarde.
Mag je een geel-groene draad voor iets anders gebruiken?
Nee. Geel-groen is uitsluitend gereserveerd voor de beschermingsleiding en mag nooit als fase, nul of schakeldraad dienstdoen, ook niet tijdelijk. De reden is dat alle metalen delen in huis aan dezelfde aardleiding hangen: zet je er spanning op, dan komt die spanning ook op onderdelen te staan die je in een andere ruimte aanraakt.
Welke kleuren horen bij krachtstroom?
Een krachtstroomkabel heeft vijf aders: bruin voor L1, zwart voor L2, grijs voor L3, blauw voor de nul en geel-groen voor de aarde. Tussen elke fase en de nul staat 230 volt, tussen twee fasen onderling 400 volt. Zo'n groep kom je tegen bij een fornuis met perilexstekker, bij een laadpaal en bij een warmtepomp, en aansluiten is werk voor een installateur.
Hoe weet je welke draad de fase is zonder multimeter?
Met een tweepolige spanningszoeker, het gereedschap dat tussen twee punten meet in plaats van te scannen. Zet hem tussen de vermoedelijke fase en de aarde: staat er ongeveer 230 volt, dan is het de fase. Een contactloze spanningspen is te onbetrouwbaar voor deze vraag, want die piept op draden die alleen meelift met de buurader en zwijgt in metalen buizen.
Welke kleur is plus en welke is min bij 12 volt?
Bij gelijkstroom van 12 of 24 volt, zoals ledstrips, campers, boten en de bekabeling tussen zonnepanelen en omvormer, is rood de plus en zwart de min. Die codering staat helemaal los van de kleuren in je vaste installatie, waar zwart juist een fase of schakeldraad is. Voor beldraad en thermostaatdraad bestaat geen vaste kleurafspraak.
Mag je in Nederland zelf stroomdraden aansluiten?
Ja, aan de installatie van je eigen woning mag je zelf werken. Er geldt geen erkenningsplicht zoals bij gasverbrandingstoestellen, waar sinds 2023 alleen een gecertificeerd bedrijf aan mag komen. Je bent wel aansprakelijk voor het resultaat: bij brand kijkt de verzekeraar naar de vakkundigheid van de aansluiting, en werk aan de groepenkast of aan krachtstroom laat je beter over aan een installateur.
Wat doe je als er twee draden in dezelfde kleur in de doos zitten?
Meet ze allebei na en markeer ze daarna. Twee bruine aders zijn vaak een doorgelust fasedraad naar het volgende stopcontact, twee zwarte kunnen de correspondentiedraden van een wisselschakeling zijn. Kun je het verschil niet vaststellen omdat de andere kant van de draad in een andere ruimte ligt, dan is dit het moment om een elektricien te laten meekijken.
Moet oude bedrading met afwijkende kleuren vervangen worden?
Niet vanwege de kleur alleen. Een bestaande installatie mag op het niveau van zijn eigen bouwjaar blijven liggen, en er is geen wet die bedrading op leeftijd afkeurt. Bros geworden rubber, een geweven stoffen mantel, een ontbrekende aarde of een groepenkast zonder aardlekschakelaar zijn wel goede redenen om te laten doormeten en gefaseerd te vervangen.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Een stopcontact of schakelaar vervangen waar de bedrading modern en goed gemarkeerd is, doe je met de groep spanningsloos prima zelf. Zodra je groene, rode of ongemarkeerde grijze draden aantreft, de groepenkast opengaat of er krachtstroom bij komt kijken, is een erkend installateur het juiste adres. Reken in 2026 op 60 tot 90 euro per uur inclusief btw en 25 tot 50 euro voorrijkosten; een volledige doormeting van de installatie met rapport kost 200 tot 400 euro. Die doormeting verdient zich terug bij de aankoop van een woning van voor 1990, na waterschade in de meterkast en voordat er een laadpaal of warmtepomp bij komt. Wat er precies gemeten wordt en wanneer een keuring zinvol is, staat in de gids over de elektrische installatie. Voor de aansluitkabel, de hoofdzekering en de aardvoorziening vanuit het net is de netbeheerder het enige loket. Aan gastoestellen mag je sinds 2023 helemaal niet meer zelf werken; daar is een gecertificeerd bedrijf verplicht.
Bronnen en controle
- Installaties voor gas en elektra: regels bij nieuwbouw Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) geraadpleegd 22 augustus 2026
- Uitleg elektra bedrading, kabel, installatiedraad en kleuren Elektra-info.nl geraadpleegd 22 augustus 2026
- Wat zijn de verschillende kleuren van een installatiedraad? Kabelpro geraadpleegd 22 augustus 2026
- Draadkleur indicator (NEN 1010) Ikbenbint.nl geraadpleegd 22 augustus 2026