Huizenprijzen in 2026: wat huizen opbrengen en wat jouw huis waard is
De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning kwam in juli 2026 uit op 500.988 euro, 3,9 procent hoger dan een jaar eerder. Die stijging vlakt af: in januari 2026 was het jaarcijfer nog 5,4 procent. Voor jouw huis zegt het landelijke gemiddelde weinig, want tussen Noord-Holland en Zeeland zit een verschil van ruim tweehonderdduizend euro en een vrijstaande woning stijgt sneller dan een appartement. De prijsindex, die corrigeert voor het soort woningen dat in een maand verkocht wordt, is het cijfer waarmee je je eigen aankoopprijs actualiseert.
- € 500.988 juli 2026 gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning
- +3,9% juli 2026 prijsstijging ten opzichte van een jaar eerder
- 156,7 juli 2026 prijsindex bestaande koopwoningen, 2020 = 100
- € 479.527 2025 gemiddelde verkoopprijs over het hele jaar
- € 203.732 2025 prijsverschil tussen de duurste en de goedkoopste provincie
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat huizen op dit moment opbrengen
De gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning lag in juli 2026 op 500.988 euro, voor het eerst boven een half miljoen. Dat is 3,9 procent meer dan in juli 2025, en 0,5 procent meer dan in juni 2026. Het CBS en het Kadaster meten dat bedrag op het moment dat de akte bij de notaris passeert, dus het loopt zo'n twee tot drie maanden achter op wat er in de verkoopgesprekken gebeurt. Wat die landelijke prijzen voor de waarde van je eigen woning betekenen, hangt af van je type huis en je regio; de route van marktcijfer naar de waarde van je eigen huis loopt via een paar correcties die verderop stap voor stap langskomen.
Naast de gemiddelde prijs publiceren het CBS en het Kadaster de prijsindex bestaande koopwoningen. Die stond in juli 2026 op 156,7, met 2020 als basisjaar op 100. De index corrigeert voor het feit dat in de ene maand meer appartementen en in de andere meer vrijstaande huizen worden verkocht. Voor de vraag hoeveel woningen in waarde stijgen is de index dus het betrouwbaardere cijfer, en voor de vraag wat kopers gemiddeld neertellen de verkoopprijs.
De stijging koelt af. In januari 2026 lag de prijsindex nog 5,4 procent boven die van een jaar eerder, in juli was dat 3,9 procent. De grafiek hieronder laat meteen zien waarom je aan de maandelijkse gemiddelde prijs weinig houvast hebt: die springt van maand op maand tot twintigduizend euro heen en weer, terwijl de index in dezelfde periode netjes doorloopt.
euro per woning de verticale as begint niet bij nul bron: CBS en Kadaster augustus 2026
| Maand | Prijsindex (2020 = 100) | Verandering t.o.v. jaar eerder | Gemiddelde verkoopprijs |
|---|---|---|---|
| Augustus 2025 | 151,6 | +7,9% | € 486.190 |
| September 2025 | 151,6 | +7,0% | € 489.072 |
| Oktober 2025 | 152,3 | +6,6% | € 498.996 |
| November 2025 | 152,8 | +6,1% | € 477.531 |
| December 2025 | 151,4 | +5,8% | € 480.051 |
| Januari 2026 | 153,3 | +5,4% | € 493.875 |
| Februari 2026 | 153,5 | +5,4% | € 487.768 |
| Maart 2026 | 154,0 | +5,0% | € 494.605 |
| April 2026 | 154,0 | +4,3% | € 486.101 |
| Mei 2026 | 154,9 | +4,4% | € 487.383 |
| Juni 2026 | 155,9 | +4,1% | € 496.235 |
| Juli 2026 | 156,7 | +3,9% | € 500.988 |
Gecontroleerd op CBS en Kadaster, cijfers tot en met juli 2026
Wil je weten hoeveel jouw huis is gestegen, gebruik dan de prijsindex en niet de gemiddelde verkoopprijs. De index van juli 2026 gedeeld door de index van je aankoopjaar geeft je vermenigvuldigingsfactor.
Waarom het gemiddelde bijna nooit de prijs van jouw huis is
In het landelijke gemiddelde zitten studio's van veertig vierkante meter en vrijstaande huizen van tweehonderd meter door elkaar. Een huis dat precies 500.988 euro waard is, bestaat daardoor nauwelijks. De verschillen zitten in vier dingen: het woningtype, het woonoppervlak, de staat van onderhoud en de ligging. Van die vier verklaart de ligging veruit het meest, en daarna het oppervlak.
Ook de stijging verschilt per type. In het tweede kwartaal van 2026 gingen vrijstaande woningen en twee-onder-een-kapwoningen met 5,5 procent omhoog ten opzichte van een jaar eerder, appartementen met 3,2 procent. Wie een appartement bezit en met het landelijke stijgingspercentage rekent, schat zijn waarde dus structureel te hoog in. De rekenwijze waarin je die correcties netjes meeneemt staat bij woningwaarde berekenen.
De snelste eigen toets is de vierkantemeterprijs. Je deelt de verkoopprijs van een vergelijkbaar huis in je buurt door het woonoppervlak en legt dat bedrag naast je eigen meters. Een tussenwoning van 120 vierkante meter die in 2026 voor 480.000 euro wegging, zit op 4.000 euro per vierkante meter. Vergelijk daarbij alleen woningen van hetzelfde type: een klein appartement heeft vrijwel altijd een hogere prijs per meter dan een groot vrijstaand huis, terwijl dat vrijstaande huis in totaal veel duurder is.
| Woningtype | Prijsstijging 2e kwartaal 2026 | Wat dat voor je eigen schatting betekent |
|---|---|---|
| Vrijstaande woning | +5,5% | Rekenen met het landelijke percentage onderschat je waarde |
| Twee-onder-een-kapwoning | +5,5% | Zelfde beeld: stijgt harder dan het gemiddelde |
| Hoekwoning | +4,4% | Ligt dicht bij het landelijke cijfer |
| Tussenwoning | +4,0% | Ligt dicht bij het landelijke cijfer |
| Appartement | +3,2% | Het landelijke percentage overschat je waarde |
Gecontroleerd op CBS en Kadaster, tweede kwartaal 2026 ten opzichte van een jaar eerder
Huizenprijzen per provincie en per gemeente
Tussen de duurste en de goedkoopste provincie zat in 2025 een verschil van 203.732 euro. Noord-Holland kwam uit op gemiddeld 570.463 euro, Zeeland op 366.731 euro. Voor het inschatten van je eigen woning is het provinciecijfer al een stuk bruikbaarder dan het landelijke gemiddelde, en het gemeentecijfer nog bruikbaarder dan dat.
Opvallend is dat de prijzen juist in de goedkopere provincies het hardst stijgen. Groningen ging in het tweede kwartaal van 2026 met 7,9 procent omhoog, Noord-Holland met 2,4 procent. Dat patroon houdt al een paar jaar aan: kopers die in de Randstad tegen het plafond van hun leennorm aanlopen wijken uit naar goedkopere regio's, en dat trekt de prijzen daar op. Wie in Groningen of Drenthe woont en met het landelijke percentage rekent, laat waarde liggen.
Binnen een gemeente lopen de prijzen opnieuw uiteen, soms met meer dan honderdduizend euro tussen twee wijken. Het cijfer dat het dichtst bij je eigen huis komt, zijn de verkoopprijzen in je eigen straat en van vergelijkbare woningen in de directe omgeving. Hoe je die opzoekt staat bij het opvragen van de waarde van een huis op postcode en huisnummer.
euro per woning de verticale as begint niet bij nul bron: CBS en Kadaster augustus 2026
| Provincie | Gemiddelde verkoopprijs 2025 | Afwijking van het landelijke gemiddelde | Prijsstijging 2e kwartaal 2026 |
|---|---|---|---|
| Noord-Holland | € 570.463 | +19% | +2,4% |
| Utrecht | € 560.526 | +17% | +3,7% |
| Noord-Brabant | € 486.894 | +2% | +4,3% |
| Gelderland | € 479.542 | gelijk | +5,6% |
| Zuid-Holland | € 469.137 | -2% | +4,6% |
| Flevoland | € 454.473 | -5% | +3,2% |
| Overijssel | € 420.923 | -12% | +4,5% |
| Drenthe | € 411.728 | -14% | +5,7% |
| Limburg | € 381.845 | -20% | +4,9% |
| Fryslân | € 375.728 | -22% | +5,3% |
| Groningen | € 371.220 | -23% | +7,9% |
| Zeeland | € 366.731 | -24% | +4,0% |
Gecontroleerd op CBS en Kadaster; prijzen jaargemiddelde 2025, afwijking ten opzichte van € 479.527
Vraagprijs, bod en verkoopprijs zijn drie verschillende bedragen
De prijs waarvoor een huis te koop staat, de prijs die de koper biedt en de prijs die uiteindelijk in de akte belandt zijn drie verschillende getallen. In het eerste kwartaal van 2026 ging twee derde van de woningen boven de vraagprijs weg, gemiddeld 3,7 procent erboven. Bij de andere woningen lag de verkoopprijs onder de vraagprijs. Een vraagprijs is dus een uitnodiging en geen prognose van je opbrengst.
De cijfers van de NVM lopen voor op die van het Kadaster, omdat de NVM meet bij het tekenen van de koopovereenkomst en het Kadaster bij het passeren van de akte. Over het tweede kwartaal van 2026 kwam de NVM op een gemiddelde transactieprijs van 506.000 euro, 2,1 procent hoger dan een jaar eerder. In datzelfde kwartaal zetten NVM-makelaars 56.700 woningen te koop, het hoogste aantal sinds het begin van de meting in 1995, en werden er 45.200 verkocht. Meer aanbod betekent voor een verkoper meer concurrentie, en dat is precies wat de afvlakking van de prijsstijging voedt.
Voor wie zijn huis te koop wil zetten, is dat het verschil tussen een vlotte verkoop en maanden stilstand. Een vraagprijs die tienduizenden euro's boven de markt ligt, levert weinig bezichtigingen op, en een woning die lang te koop staat, krijgt op het eind vaak minder dan een woning die scherp geprijsd start. Hoe dat proces verder verloopt staat in de gids over je huis verkopen.
| Cijfer | Wie publiceert het | Meetmoment | Stand |
|---|---|---|---|
| Gemiddelde verkoopprijs | CBS en Kadaster | Passeren van de akte | € 500.988 (juli 2026) |
| Prijsindex bestaande koopwoningen | CBS en Kadaster | Passeren van de akte | 156,7, +3,9% (juli 2026) |
| Gemiddelde transactieprijs | NVM | Tekenen van de koopovereenkomst | € 506.000, +2,1% (2e kwartaal 2026) |
| Woningen te koop gezet | NVM | Aanmelding bij de makelaar | 56.700 (2e kwartaal 2026) |
| Aandeel boven de vraagprijs verkocht | NVM | Tekenen van de koopovereenkomst | twee derde (1e kwartaal 2026) |
| Gemiddeld overbod | NVM | Tekenen van de koopovereenkomst | 3,7% (1e kwartaal 2026) |
| Krapte-indicator | NVM | Aanbod gedeeld door verkopen | 2,6 (1e kwartaal 2026) |
Gecontroleerd op augustus 2026
Zet je vraagprijs niet op het landelijke gemiddelde omdat dat toevallig in de buurt van je verwachting ligt. Een tussenwoning in Zeeland en een tussenwoning in Utrecht zitten allebei in datzelfde gemiddelde, met ruim tweehonderdduizend euro ertussen.
De huizenprijzen sinds 1995: twee dalingen en een lange klim
Sinds het CBS en het Kadaster de reeks in januari 1995 begonnen, is de prijsindex van 29,6 naar 156,7 gegaan. In euro's ging de gemiddelde verkoopprijs van 93.750 euro in 1995 naar 479.527 euro over heel 2025. Dat is meer dan een vervijfvoudiging, maar een flink deel daarvan is gewone geldontwaarding. Reken je de inflatie eruit, dan is een woning tussen 1996 en 2025 ruim twee keer zo duur geworden in plaats van vijf keer.
In die lange klim zitten twee dalingen. De eerste liep van augustus 2008 tot juni 2013 en bedroeg 20,6 procent van piek tot dal; het duurde tot januari 2018 voordat de oude piek weer werd gehaald. De tweede was veel korter: tussen juli 2022 en mei 2023 zakte de index 6,2 procent, waarna hij in april 2024 alweer op het oude niveau stond. Het verschil zat in de oorzaak. In 2008 vielen de kredietverlening en het vertrouwen tegelijk weg, in 2022 was het vooral de hypotheekrente die in korte tijd omhoogschoot.
Voor je eigen woning betekenen die twee dalingen dat een marktwaarde geen vaststaand bedrag is maar een momentopname. Wie in 2008 kocht en in 2013 moest verkopen, hield een restschuld over. Wie in 2022 kocht en in 2024 verkocht, was al weer boven water. De lange lijn stijgt, maar niet in elk jaar dat jij toevallig nodig hebt.
| Jaar | Prijsindex (2020 = 100) | Gemiddelde verkoopprijs | Verandering t.o.v. de vorige regel |
|---|---|---|---|
| 1995 | 29,6 | € 93.750 | n.v.t. |
| 2000 | 54,8 | € 172.050 | +83,5% |
| 2005 | 72,6 | € 222.706 | +29,4% |
| 2008 | 81,7 | € 254.918 | +14,5% |
| 2013 | 66,5 | € 213.353 | -16,3% |
| 2020 | 100,0 | € 334.488 | +56,8% |
| 2022 | 130,4 | € 428.591 | +28,1% |
| 2023 | 126,6 | € 416.153 | -2,9% |
| 2024 | 137,7 | € 450.985 | +8,4% |
| 2025 | 149,5 | € 479.527 | +6,3% |
| Juli 2026 | 156,7 | € 500.988 | +4,5% |
Gecontroleerd op CBS en Kadaster, jaargemiddelden tot en met 2025 en de maand juli 2026
Wat huizenprijzen omhoog en omlaag duwt
Huizenprijzen worden niet bepaald door de bouwkosten maar door wat kopers kunnen lenen en willen betalen. Vier knoppen doen daarbij het meeste werk: de hypotheekrente, de lonen, de leennormen en het aanbod. De hypotheekrente werkt het snelst door. Gaat hij een procentpunt omhoog, dan krimpt de leenruimte van een gemiddeld huishouden met tienduizenden euro's, en dat zie je binnen drie tot zes maanden terug in de biedingen.
De lonen en de leennormen werken per kalenderjaar. Het Nibud en het ministerie stellen elk jaar de financieringslastnormen vast, en die bepalen welk deel van je bruto inkomen naar je woonlasten mag. Stijgen de lonen harder dan de prijzen, dan wordt kopen relatief goedkoper, ook al staat er een hoger bedrag op de vraagprijs.
Het aanbod is de knop die in 2026 het meest beweegt. Het recordaantal woningen dat in het tweede kwartaal van 2026 te koop werd gezet, geeft kopers keuze en tijd, en dat vertaalt zich eerst in minder overbieden en pas daarna in een lagere prijsstijging. Het woningtekort houdt intussen een bodem onder de markt: zolang er meer huishoudens bijkomen dan woningen, blijft de druk aan de vraagkant bestaan.
| Knop | Wat er gebeurt als hij omhoog gaat | Hoe snel je het in de prijs ziet |
|---|---|---|
| Hypotheekrente | De leenruimte krimpt en biedingen worden voorzichtiger | Binnen drie tot zes maanden |
| Lonen | Huishoudens kunnen een hogere maandlast dragen | Vanaf de normen van het volgende jaar |
| Leennormen | Hetzelfde inkomen levert een hoger maximum op | Per 1 januari, meteen zichtbaar |
| Aanbod te koop | Minder kopers per woning, dus minder overbieden | Eerst in verkooptijd en overbod, daarna in de prijs |
| Woningtekort | Meer huishoudens die dezelfde woningen zoeken | Traag, maar het houdt een bodem onder de prijs |
Gecontroleerd op augustus 2026
Van huizenprijs naar de waarde van jouw huis
De meest bruikbare toepassing van de prijsindex voor een huiseigenaar is het actualiseren van je eigen aankoopprijs. Je deelt de index van vandaag door de index van het jaar waarin je kocht en vermenigvuldigt je koopsom met die factor. Kocht je in 2018, dan is de factor 156,7 gedeeld door 86,6, oftewel 1,81. Zo'n geactualiseerde koopsom is precies het vertrekpunt dat modellen en verzekeraars ook gebruiken, en hij komt gratis tot stand.
De methode klopt zolang je niets aan het huis hebt veranderd en je regio zich als het landelijke gemiddelde gedraagt. Heb je uitgebouwd, geïsoleerd of een dakkapel geplaatst, dan ligt je waarde hoger. Woon je in een provincie die structureel afwijkt, dan corrigeer je met het provinciecijfer. Wil je weten welke schattingsmethode bij jouw doel hoort, dan zet wat is mijn huis waard de opties op een rij.
Uit die waarde volgt je overwaarde: de woningwaarde min je resterende hypotheekschuld. Reken hem door met de overwaarde-rekenhulp, want dat bedrag bepaalt wat je bij een volgende woning kunt inbrengen. De WOZ-waarde is een derde getal en volgt de markt met vertraging, omdat de peildatum 1 januari van het jaar ervoor is. In een stijgende markt ligt je WOZ-waarde daardoor bijna altijd onder je marktwaarde; met de WOZ-check zie je of het bedrag van je gemeente bij je woning past.
| Getal | Waar het vandaan komt | Peilmoment | Waarvoor je het gebruikt |
|---|---|---|---|
| Geactualiseerde koopsom | Je eigen aankoopprijs maal de indexfactor | Vandaag | Gratis eerste schatting van je waarde |
| Marktwaarde | Taxateur of makelaar | De datum in het rapport | Hypotheek, verkoop, scheiding, erfenis |
| WOZ-waarde | Je gemeente | 1 januari van het jaar ervoor | OZB, eigenwoningforfait, waterschapslasten |
| Overwaarde | Waarde min resterende hypotheekschuld | Vandaag | Inbreng bij een volgende woning of extra lenen |
| Vraagprijs | Jij, in overleg met je makelaar | Bij de start van de verkoop | Kopers naar je bezichtiging trekken |
Gecontroleerd op augustus 2026
Wat hogere huizenprijzen kosten als je zelf ook koopt
Een stijgende markt voelt prettig zolang je alleen verkoopt. Verkoop je om vervolgens iets anders te kopen, dan stijgt het huis dat je op het oog hebt even hard mee, en in absolute euro's harder als het duurder is. Het gat tussen je huidige woning en je volgende woning groeit dus met de markt, ook al veranderde er aan beide huizen niets.
Een hogere koopsom kost ook meer aan eenmalige kosten. De overdrachtsbelasting voor je eigen woning is 2 procent in 2026 en schaalt recht mee: over 600.000 euro betaal je 12.000 euro, over 500.000 euro 10.000 euro. Hoeveel de hele post kosten koper in jouw geval bedraagt, staat bij kosten koper in procenten, en de opbouw per post bij kosten koper en je budget.
Niet alle kosten schalen mee. De notaris, het Kadaster en een bouwkundige keuring rekenen een vast tarief, ongeacht de koopsom. Een aankoopmakelaar rekent soms een percentage en soms een vast bedrag; in een markt met recordaanbod verandert dat de afweging, want er zijn meer woningen om uit te kiezen en minder biedingsgevechten. Wat zo'n makelaar kost en wanneer hij zichzelf terugverdient, staat bij de kosten van een aankoopmakelaar.
| Post bij een koopsom van € 500.000 | Bedrag 2026 | Schaalt mee met de koopsom? |
|---|---|---|
| Overdrachtsbelasting eigen woning, 2% | € 10.000 | Ja, volledig |
| Notaris, leveringsakte | € 700 | Nee, vast tarief |
| Notaris, hypotheekakte | € 600 | Nee, vast tarief |
| Kadaster, twee inschrijvingen | € 207 | Nee, vast tarief |
| Taxatie | € 500 | Nauwelijks |
| Hypotheekadvies en bemiddeling | € 2.500 | Nee, vast tarief |
| Bouwkundige keuring | € 350 | Nee, vast tarief |
| Totaal uit eigen geld | € 14.857 |
Gecontroleerd op 2026, marktgemiddelden voor notaris, advies, taxatie en keuring
Wat het energielabel met de prijs van je huis doet
Sinds de energieprijzen hoog liggen, rekenen kopers de energierekening mee in hun bod. Woningen met label E, F of G blijven vaker langer te koop staan dan vergelijkbare woningen met label A of B. In prijs scheelt dat in de praktijk een paar procent, geen tientallen procenten: kopers verrekenen vooral de verbouwing die eraan zit te komen, en die kosten kennen ze redelijk goed.
Dat maakt verduurzamen zelden een verdienmodel op zichzelf. Isolatie en glas verdienen zich vooral terug via je eigen energierekening, en de waardestijging is een bijvangst. Bij grotere ingrepen loopt de rekening snel op: wat een warmtepomp kost en wat de subsidie ervan afhaalt staat bij de kosten van een warmtepomp, en de investering in vloerverwarming is meestal een comfortkeuze die je bij verkoop niet volledig terugziet.
Een taxateur waardeert wat een koper voor je huis overheeft, niet wat de verbouwing jou heeft gekost. Een keuken van veertigduizend euro tilt de waarde zelden met veertigduizend euro op, terwijl een aanbouw die het woonoppervlak vergroot dat vaak wel benadert. Vierkante meters en de staat van het casco tellen zwaarder dan afwerking en smaakgevoelige keuzes.
Laat je energielabel opnieuw opnemen voordat je je huis te koop zet als je sinds het vorige label hebt geïsoleerd of zonnepanelen hebt gelegd. Een label dat niet meer klopt, drukt je positie in het zoekfilter van kopers.
Zo vertaal je de landelijke huizenprijzen naar jouw eigen huis
Vijf stappen die je op een middag doet en die je bij een woning van een half miljoen tienduizenden euro's nauwkeuriger maken.
-
Actualiseer je eigen koopsom met de prijsindex
Zoek de prijsindex van het jaar waarin je kocht op bij het CBS en deel de index van de laatste maand daardoor. Vermenigvuldig je aankoopprijs met die factor. Dat bedrag is je vertrekpunt, niet je eindantwoord.
-
Corrigeer voor je provincie en je gemeente
Woon je in een regio die harder of minder hard stijgt dan het landelijke gemiddelde, vervang dan het landelijke stijgingspercentage door dat van je provincie. Voor het tweede kwartaal van 2026 scheelde dat tussen Groningen en Noord-Holland ruim vijf procentpunt.
-
Corrigeer voor je woningtype
Vrijstaande woningen en twee-onder-een-kappers stegen in het tweede kwartaal van 2026 met 5,5 procent, appartementen met 3,2 procent. Neem het percentage dat bij jouw type hoort in plaats van het gemiddelde over alle types.
-
Zoek drie recente verkopen in je eigen straat op
Reken die prijzen om naar een bedrag per vierkante meter en leg dat naast je eigen woonoppervlak. Verkopen uit je eigen buurt zeggen meer dan elk landelijk cijfer, mits het om hetzelfde woningtype gaat.
-
Tel op wat je aan het huis hebt gedaan, en trek af wat er moet gebeuren
Een aanbouw of dakkapel telt bijna volledig mee, een nieuwe keuken maar deels. Achterstallig onderhoud rekent een koper er direct af; de posten die daarbij het zwaarst wegen komen uit een bouwkundige keuring.
-
Laat het getal toetsen voordat je erop rekent
Voor een verkoop of een hypotheekaanvraag telt alleen een onderbouwd oordeel. Een makelaar komt meestal kosteloos langs voor een waardebepaling, een gevalideerd taxatierapport kost ongeveer 500 euro in 2026 en is het enige dat een geldverstrekker accepteert.
Overwaarde
Vul je woningwaarde en resthypotheek in en zie je overwaarde, plus wat je er wel en niet mee kunt. Open de volledige overwaarde
Check dit voordat je een prijs aan je huis hangt
Doorgerekend: zo pakt het uit
Een huis uit 2018 van 300.000 euro, acht jaar later
Stel, je kocht in 2018 een tussenwoning voor 300.000 euro. De prijsindex stond dat jaar gemiddeld op 86,6 en in juli 2026 op 156,7. De factor is 156,7 gedeeld door 86,6, dus 1,81. Je geactualiseerde koopsom komt daarmee op 300.000 × 1,81 = 543.000 euro, een stijging van 243.000 euro in acht jaar.
Stel dat je toen 285.000 euro annuïtair leende tegen 2 procent rente met een looptijd van dertig jaar. De maandlast is dan 1.053 euro en na acht jaar staat er nog ongeveer 225.000 euro open. Je overwaarde is 543.000 min 225.000 = 318.000 euro. Van dat bedrag komt 243.000 euro uit de markt en 60.000 euro uit je eigen aflossingen.
Twee kanttekeningen bij dit getal. De index is landelijk, dus in Groningen valt de uitkomst hoger uit en in Noord-Holland lager. En de index gaat uit van een woning die is gebleven zoals hij was: heb je uitgebouwd, dan ligt de werkelijke waarde hoger dan 543.000 euro.
Doorstromen in een gestegen markt: het gat groeit mee
Stel, je woont in een tussenwoning die in 2020 zo'n 300.000 euro waard was en je wilt naar een twee-onder-een-kapwoning die toen 425.000 euro kostte. Het verschil was 125.000 euro. De prijsindex ging van 100,0 in 2020 naar 156,7 in juli 2026, een factor 1,567.
Jouw woning is nu 300.000 × 1,567 = 470.100 euro waard, de twee-onder-een-kap 425.000 × 1,567 = 665.975 euro. Het gat is gegroeid van 125.000 naar 195.875 euro: je hebt 70.875 euro meer aan hypotheek of eigen geld nodig dan zes jaar eerder voor dezelfde stap.
De kosten koper groeien mee waar ze een percentage zijn. De overdrachtsbelasting van 2 procent kostte in 2020 8.500 euro over 425.000 euro en kost nu 13.320 euro over 665.975 euro, een verschil van 4.820 euro. De notaris, het Kadaster en de bouwkundige keuring rekenen wel gewoon hetzelfde vaste tarief.
Wat er van een vraagprijs van 450.000 euro overblijft
Stel, je zet je woning te koop voor 450.000 euro. In het eerste kwartaal van 2026 ging twee derde van de woningen boven de vraagprijs weg, gemiddeld 3,7 procent erboven. Val je in die groep, dan wordt de verkoopprijs 450.000 × 1,037 = 466.650 euro.
Daar gaat de makelaarscourtage vanaf. Bij het marktgemiddelde van 1 procent (2026) is dat 4.667 euro exclusief btw, met 21 procent btw erbij 5.647 euro. Blijft over: 460.003 euro. Los je daaruit een resterende hypotheek van 260.000 euro af, dan houd je 200.003 euro over.
Val je in de andere groep en gaat je huis 3,7 procent onder de vraagprijs weg, dan is de verkoopprijs 433.350 euro, de courtage inclusief btw 5.244 euro en houd je na aflossing 168.106 euro over. Tussen die twee uitkomsten zit bijna 32.000 euro, en dat is precies waarom een vraagprijs die op de markt is afgestemd zichzelf terugverdient.
Veelgemaakte fouten
Het landelijke gemiddelde als waarde van je eigen huis nemen
In de 500.988 euro van juli 2026 zitten studio's en villa's door elkaar, en provincies die ruim tweehonderdduizend euro uit elkaar liggen. Wie zijn vraagprijs op dat cijfer baseert, zit er in Zeeland tienduizenden euro's naast en in Noord-Holland ook, maar dan de andere kant op.
Rekenen met de gemiddelde verkoopprijs in plaats van de prijsindex
De maandelijkse gemiddelde prijs springt tot twintigduizend euro heen en weer, puur doordat er de ene maand duurdere woningen verkocht worden dan de andere. Twee maanden achter elkaar leggen levert dan een prijsval of prijssprong op die er niet is.
De WOZ-waarde voor je marktwaarde aanzien
De WOZ-waarde heeft als peildatum 1 januari van het jaar ervoor. In een markt die per jaar enkele procenten stijgt, loopt dat getal dus structureel achter. Wie zijn overwaarde op de WOZ baseert, denkt minder te kunnen inbrengen dan hij werkelijk heeft.
Verbouwingskosten optellen bij de waarde alsof het euro's voor euro's zijn
Een taxateur waardeert wat een koper ervoor overheeft. Bij een keuken of badkamer komt een deel van het geld terug, bij een aanbouw die het woonoppervlak vergroot een veel groter deel. Wie alle bonnen optelt, komt op een vraagprijs waar geen koper op afkomt.
Het cijfer van de NVM en dat van het Kadaster door elkaar halen
De NVM meet bij het tekenen van de koopovereenkomst en kwam over het tweede kwartaal van 2026 op 506.000 euro, het Kadaster meet bij de akte en kwam in juli 2026 op 500.988 euro. Achter elkaar geplakt lijkt dat een daling, terwijl het twee verschillende metingen zijn.
Een oud energielabel laten staan bij de verkoop
Kopers filteren op label. Wie na een isolatieronde het oude label E laat staan, valt uit zoekopdrachten en krijgt minder bezichtigingen. Een nieuw label kost ongeveer 300 euro in 2026 en het oude vervalt automatisch zodra het nieuwe is geregistreerd.
Veelgestelde vragen
Wat is de gemiddelde prijs van een huis in Nederland?
In juli 2026 lag de gemiddelde verkoopprijs van een bestaande koopwoning op 500.988 euro, 3,9 procent hoger dan een jaar eerder. Over heel 2025 kwam het gemiddelde uit op 479.527 euro. Dat cijfer telt alle woningtypen en alle regio's bij elkaar op, dus het zegt iets over de markt en weinig over een specifieke woning.
Stijgen de huizenprijzen in 2026 nog?
Ja, maar minder hard dan aan het begin van het jaar. De prijsindex lag in januari 2026 nog 5,4 procent boven die van een jaar eerder en in juli 2026 3,9 procent. Van maand op maand ging het in juli met 0,5 procent omhoog. De afvlakking hangt samen met het recordaanbod: in het tweede kwartaal van 2026 zetten NVM-makelaars 56.700 woningen te koop, het hoogste aantal sinds de meting in 1995 begon.
Wat is het verschil tussen de prijsindex en de gemiddelde verkoopprijs?
De gemiddelde verkoopprijs is het rekenkundig gemiddelde van alle woningen die in een maand bij de notaris passeerden, dus hij beweegt mee met het soort woningen dat toevallig verkocht werd. De prijsindex corrigeert voor die kwaliteitsverschillen en volgt vergelijkbare woningen door de tijd. Voor waardeontwikkeling gebruik je de index, voor je koopbudget de gemiddelde prijs.
Hoe reken ik uit hoeveel mijn huis is gestegen sinds ik het kocht?
Deel de prijsindex van de laatste maand door de index van het jaar waarin je kocht en vermenigvuldig je aankoopprijs met die factor. Voor een aankoop in 2018 is dat 156,7 gedeeld door 86,6, oftewel 1,81. Corrigeer daarna voor je provincie en je woningtype, en tel op wat je aan het huis hebt verbouwd.
In welke provincie zijn huizen het duurst en het goedkoopst?
Noord-Holland was in 2025 het duurst met gemiddeld 570.463 euro, gevolgd door Utrecht met 560.526 euro. Zeeland was het goedkoopst met 366.731 euro, met Groningen daar vlak boven op 371.220 euro. Het verschil tussen de duurste en de goedkoopste provincie was daarmee 203.732 euro, ruim veertig procent van het landelijke gemiddelde.
Waarom stijgen huizenprijzen in goedkope regio's harder?
Omdat daar nog ruimte zit binnen de leennormen. In Noord-Holland en Utrecht lopen doorsneekopers al tegen het plafond van hun maximale hypotheek aan, dus er kan weinig bij. In Groningen, Drenthe en Fryslân kunnen kopers nog omhoog, en er komen kopers uit duurdere regio's bij. In het tweede kwartaal van 2026 steeg Groningen met 7,9 procent en Noord-Holland met 2,4 procent.
Wordt er in 2026 nog boven de vraagprijs geboden?
Ja. In het eerste kwartaal van 2026 ging twee derde van de woningen boven de vraagprijs weg, met een gemiddeld overbod van 3,7 procent. Dat is minder uitbundig dan in de piekjaren, en het recordaanbod van het tweede kwartaal duwt het percentage verder omlaag. Bij het resterende derde deel lag de verkoopprijs onder de vraagprijs.
Gaan de huizenprijzen dalen?
Dat valt niet te voorspellen, en wie het wel doet, gokt. Wat je wel kunt zien zijn de knoppen: de hypotheekrente, de lonen, de leennormen en het aanbod. Sinds 1995 daalden de prijzen twee keer, met 20,6 procent tussen 2008 en 2013 en met 6,2 procent tussen 2022 en 2023. Beide keren was een scherpe verandering aan de financieringskant de aanleiding, niet een geleidelijke verzadiging van de markt.
Waar kan ik zien wat huizen in mijn straat hebben opgebracht?
Het Kadaster registreert elke verkoop en het vastgoeddashboard toont prijzen per gemeente en per woningtype. Voor het niveau van je eigen straat gebruik je een woningwaarde-check of je kijkt op het WOZ-waardeloket, waar de WOZ-waarde van elk adres openbaar staat. Die laatste is geen verkoopprijs, maar hij laat wel zien hoe woningen onderling verhouden.
Waarom ligt mijn WOZ-waarde zoveel lager dan de huizenprijzen in het nieuws?
Omdat de WOZ-waarde de waarde op 1 januari van het jaar ervoor is. Bij de aanslag van 2026 kijkt je gemeente dus naar de markt van 1 januari 2025. In een markt die per jaar enkele procenten stijgt, loopt je WOZ-waarde daardoor structureel achter op je marktwaarde. Voor de belastingen is dat gunstig, voor een schatting van je verkoopwaarde niet bruikbaar.
Wat is een goede prijs per vierkante meter voor mijn woning?
Die bestaat alleen per buurt en per woningtype. Een tussenwoning van 120 vierkante meter die in 2026 voor 480.000 euro wegging, zit op 4.000 euro per vierkante meter. Een klein appartement komt in dezelfde straat vrijwel altijd hoger uit per meter en een groot vrijstaand huis lager, terwijl dat vrijstaande huis in totaal het duurst is. Vergelijk daarom uitsluitend woningen van hetzelfde type en van vergelijkbare omvang.
Hoe kom ik erachter wat een specifiek huis waard is?
Voor een indicatie vul je adresgegevens in bij een online schatting, wat je binnen een minuut een bandbreedte van ongeveer tien procent oplevert. Hoe je dat aanpakt en wat zo'n schatting wel en niet meeweegt, staat bij het opzoeken van de waarde van een huis. Voor een hypotheekaanvraag telt alleen een gevalideerd taxatierapport, dat ongeveer 500 euro kost in 2026.
Wanneer je een adviseur of vakman inschakelt
Voor het volgen van de huizenprijzen heb je niemand nodig: de cijfers van het CBS, het Kadaster en de NVM zijn openbaar en gratis, en de rekensom met de prijsindex doe je zelf. Zodra er een bedrag aan een beslissing hangt, verandert dat. Een verkoopmakelaar komt in de meeste gevallen kosteloos langs voor een waardebepaling en kent de verkopen in je straat die in geen enkele statistiek terug te vinden zijn; zijn courtage ligt rond 1 procent van de verkoopprijs in 2026, exclusief btw. Voor een hypotheekaanvraag, een scheiding, een uitkoop of een erfenis accepteert de tegenpartij alleen een gevalideerd taxatierapport van rond de 500 euro in 2026. Ligt de vraag bij de fiscale kant, bijvoorbeeld bij een woning die van box 1 naar box 3 verhuist of bij een schenking rond een woning, dan is een fiscalist of notaris het juiste loket; reken op enkele honderden euro's voor een adviesgesprek. Een gratis waardecheck van je huis is prima om je verwachting te ijken, maar geen enkele geldverstrekker of rechter doet er iets mee.
Bronnen en controle
- Koopwoningen in juli bijna 4 procent duurder dan jaar eerder CBS geraadpleegd 22 augustus 2026
- Bestaande koopwoningen: verkoopprijzen prijsindex 2020 = 100 CBS StatLine geraadpleegd 22 augustus 2026
- Recordaantal woningen te koop gezet in tweede kwartaal, verkoop blijft sterk NVM geraadpleegd 22 augustus 2026
- Prijsindex Bestaande Koopwoningen (PBK) naar gemeente CBS geraadpleegd 22 augustus 2026